Marte van Santen

Freelance journaliste en schrijfster

BRIEVEN AAN MIJN JONGE IK oktober 4, 2007

Ingedeeld onder: 12 - Margriet — martevansanten @ 1:16 pm

scannen0014.jpg 

Onderstaand artikel is gepubliceerd in Margriet van week 26 – 2007.  

Stel, je zou het meisje dat je vroeger was een brief met goede raad voor de rest van haar leven sturen. Maar dan wel met alle wijsheid en ervaring die je nú hebt. Wat zou er dan in die brief staan? Die vraag legde Margriet voor aan drie succesvolle en inspirerende vrouwen, die elk hun sporen op hun vakgebied hebben verdiend. Lees hier de verrassende antwoorden van schrijfster Yvonne Kroonenberg, politica Jeltje van Nieuwenhoven en theologe en programmamaakster Jacobine Geel.     

Yvonne Kroonenberg, schrijfster

Yvonne Kroonenberg werd in 1950 in Amsterdam geboren als derde in een gezin van vier kinderen. Ze vond het niet makkelijk om kind te zijn, met afstandelijke ouders en andere kinderen om haar heen die haar voordurend pesten. Na haar middelbare school ging Yvonne psychologie studeren in Leiden, maar halverwege haar studie verhuisde ze terug naar Amsterdam. Daar was ze vijf jaar lang als psychotherapeut werkzaam in een huisartsenpraktijk. Op een dag werd haar gevraagd om een ‘lieve Lita’ rubriek te schrijven voor een relatietijdschrift. Dat vormde de start van haar schrijverscarrière, die tot nu toe acht boeken voor volwassenen en zeven kinderboeken heeft opgeleverd.  Veel van Yvonne’s werk gaat over de liefde en alles wat er mis kan gaan tussen mannen en vrouwen. Haar laatste boek, Monogamie voor beginners, gaat bijvoorbeeld over de voor- en nadelen van vreemdgaan. Mensen maken het zichzelf én elkaar volgens haar onnodig moeilijk. Haar kracht ligt erin dat ze voor al die problemen niet alleen een oplossing biedt, maar dat ook nog eens doet zonder te oordelen. “Ik stel er eer in om mensen een beetje aan het lachen te maken over hun zorgen en ze tegelijkertijd mee te geven dat je er ook anders naar kunt kijken.” Overigens schrijft ze in haar stukjes niet alleen over hoe knullig en dom mannen soms kunnen doen. Ook vrouwen neemt ze regelmatig op de hak. “Hoe kunnen vrouwen nou denken dat het huishouden eerlijk te verdelen valt en dat een man daar uit zichzelf aan meewerkt? Dat doet hij niet en hij heeft gelijk ook. Er zijn veel leukere dingen dan stofzuigen.” Yvonne Kroonenberg, die een verloofde, een hond, een kat, een muis, een aquarium en een verzorgingspaard heeft, geeft haar twaalfjarige ik hiernaast praktisch advies.  

VOOR YVONNE Je jeugd is niet de mooiste tijd van je leven! Je hoeft er dus niet van te genieten. Later, na je 27ste wordt het al beter en tegen de tijd dat je de 30 passeert, wordt het echt fantastisch. Dat gaat vanzelf, je hoeft er niets bijzonders voor te doen.  Je bent dit jaar naar de middelbare school gegaan en verveelt je daar iedere dag kleurenblind. Dat is niet nodig. Je zou in je vrije tijd Spaans kunnen gaan leren en Russisch. Ik weet zeker dat je daar plezier in zult hebben. Je zit op judo, maar je zou véél liever paardrijden. Ga domweg niet meer naar de dojo en smeek net zo lang tot je mag paardrijden. Als ze thuis zeggen dat het te duur is, kun je ook je pianolessen laten vallen. Je hebt geen greintje talent en je vindt pianospelen net zo erg als judo. Je ouders zeggen dat je moet afmaken waar je aan begonnen bent, maar dat is onzin. Je kunt beter bijtijds ophouden dan een heilloos pad blijven bewandelen. Bovendien ga je zakken voor het zwarte band-examen en is alles evengoed voor niks geweest.  Maak je geen zorgen over de meisjesboeken die je leest. Ze lijken nu geen waarde te hebben maar over een jaar of veertig blijk jij expert te zijn op een gebied , waar tevoren geen belangstelling voor bestond. Cissy van Marxveldt  zal ooit een klassieke schrijfster genoemd worden. Je haar zit tamelijk stom, daar heb je gelijk in, maar als je het huis uit bent, mag je het laten groeien. Je wordt laat grijs, dus je krijgt nog alle tijd om er van te genieten. Doe geen moeite om af te vallen. Er is niet één dieet dat helpt. Neem zodra je zelfstandig woont een hond, ook al beweren al je vriendjes dat het een slecht idee is. Leer op je achttiende autorijden in plaats van dertig jaar later.  Wie weet leer je dan parkeren. Yvonne

Jelte van Nieuwenhoven, politica

Jeltje van Nieuwenhoven werd op 2 augustus 1943 in Noordwolde (Friesland) geboren als dochter van een meubelmaker. Op de middelbare school blonk ze uit in zowel geschiedenis als wiskunde. Voor beide vakken haalde ze een tien. Bovendien had Jeltje zoals ze zelf zegt een ‘akelig goed geheugen’, iets wat haar bij haar latere werk als Tweede Kamerlid goed van pas zou komen.  Na de MULO volgde Jeltje een opleiding tot bibliothecaresse. Dat vak zou ze bijna twintig jaar uitoefenen. “Van mijn vader heb ik geleerd dat als je geen geld hebt om te reizen, je dan altijd nog via boeken de rest van de wereld kon leren kennen.” Ondertussen was ze lid geworden van de PvdA en vervulde ze binnen de partij verschillende functies, zoals gemeenteraadslid en wethouder. In september 1981 kreeg Jeltje een zetel in de Tweede Kamer, een plek die ze tot 2004 zou bezetten. In die periode viel ze het meest op in haar rol als voorzitter; ze was de eerste vrouw in de Nederlandse geschiedenis die deze baan vervulde.  Haar kracht put Jeltje uit haar geloof in de mens, omdat mensen grote veranderingen tot stand kunnen brengen. “Ik weet dat er ook mensen zijn met erg moeilijke eigenschappen en onaardige trekken, maar ik heb altijd nog iets goed in mensen gevonden.” Daarnaast heeft ze een onvoorwaardelijk geloof in haar eigen kunnen. “Wat dat betreft kun je zeggen dat ik altijd op mezelf heb gestemd.” Op de vraag wat ze tegen de Nederlandse jeugd zou willen zeggen, antwoordde Jeltje: “Weet heel goed dat je alleen heel weinig waard bent, maar dat je pas groeit als je dingen samen doet.”  Per 1 oktober 2006 heeft de Minister van Verkeer en Waterstaat Jeltje voor twee jaar benoemd tot OV-ambassadeur. Hier schrijft ze aan haarzelf op haar 27ste verjaardag.  

OP JE ZEVENENTWINTIGSTE VERJAARDAG! In het komende jaar komen er belangrijke beslissingen op je af. Verhuizen uit de zo geliefde binnenstad van Utrecht naar het platteland bijvoorbeeld. Hoewel je echtgenoot indertijd heeft toegestemd in een toekomstig leven in de grote stad, wil hij nu toch wel erg graag verder zijn werk gaan doen in de buitengebieden. Zelf heb je ontdekt dat – hoewel geboren in een klein dorp in Friesland – het stadsleven je erg goed bevalt. Je bent dan wel geëmancipeerd, maar besluit toch maar samen te verhuizen.  Dan is er nog de keus wel of geen kinderen krijgen. Al vijf jaar de pil, maar nu met het afstuderen van je man komt een beslissing steeds dichterbij. Kinderopvang is omstreeks 1971 in Abcoude niet echt ruim voorhanden. Je echtgenoot heeft zijn drukke werkzaamheden en peinst er niet over minder te gaan werken. Zelf zul je meteen je baan als bibliothecaresse op moeten geven. Ach, op je zevenentwintigste hoef je nog niet definitief te beslissen, dus stel je keus lekker nog even uit . Je moeder zegt dat je er na je veertigste spijt van zult krijgen, maar dat denk je zelf niet. Later zul je zien dat je gelijk had.  Je bent al weer enige tijd geleden lid geworden van de PvdA, maar dat je over tien jaar voor de partij Tweede Kamerlid kun je je nu nog niet voorstellen. Toch is een bibliotheekopleiding mooi meegenomen voor werken in de politiek. Je weet misschien niet meteen alles, maar je kunt het wel erg snel vinden! Voorlopig heb je vrije tijd genoeg om te gaan rijden op je paard Donja en om les te geven aan kinderen met pony’s op de manege van de rijvereniging. En voor het lezen van al die kranten, tijdschriften en boeken natuurlijk! Je weet het nu nog niet, maar dat zal je je hele verdere leven blijven doen, soms zelfs in de stoel als voorzitter van de Tweede Kamer… Jeltje

Jacobine Geel, theologe en programmamaakster

Jacobine Geel werd geboren op 29 april 1963 in Amsterdam. Een groot deel van haar jeugd bracht ze door in Indonesië, waar haar vader als predikant ging werken in dienst van de zending. Na terugkomst in Nederland besloot ze theologie te gaan studeren in Amsterdam. Niet omdat ze dominee of godsdienstleraar wilde worden, maar vooral omdat ze geïnteresseerd was in de zin van het bestaan. Dat onderwerp staat ook centraal in de televisieprogramma’s die Jacobine sinds 1999 presenteert. “Ik zie mezelf als een soort gids die mensen laat zien hoe waardevol het is om de wereld te bekijken door de ogen van het geloof.”  Behalve programmamaakster is Jacobine onder andere ambassadeur voor de ontwikkelingsorganisatie ICCO, voorzitter van het Burgerforum Kiesstelsel en columniste voor het Algemeen Dagblad en Nouveau. Bovendien preekt ze een keer in de maand in de oecumenische gemeente van Kortenhoef. Met al haar werkzaamheden probeert ze een brug te slaan tussen de tradities van de kerk en de moderne samenleving.  De kern van het geloof zit hem voor Jacobine niet zozeer in wat je gelooft, maar vooral ook wat je er vervolgens mee doet. En hoe ver je ogen geopend zijn voor wat er in de rest van de wereld gebeurt. Ze ziet het als haar missie mensen te laten zien hoe spannend het kan zijn het antwoord op die vragen te vinden. “Ik vind dat ik geslaagd ben als mensen denken: ‘Verrek, die vraag stel ik ook’ of ‘Goh, als je er zo mee bezig bent, vind het geloof helemaal niet beklemmend en ouderwets’.” Zelf wordt Jacobine vooral geraakt door ontmoetingen met mensen die het lef hebben gehad ongebaande paden in te slaan. En door haar kind. “In 2004 heb ik een zoontje gekregen. Een kind maakt dat je heel anders naar je eigen bestaan gaat kijken.” Jacobine schrijft aan haarzelf als ze vijftien is.  

Lieve Jacobine, Ik val met de deur in huis: het gaat niet goed met je. Ik zie het aan je ogen op de foto. Ze zijn mooi opgemaakt, maar niet om ze te laten stralen en sprankelen, weidse verten in, maar om ze als het ware te sluieren. Je bent op je hoede, beducht voor een wereld die je om de tuin zou kunnen leiden, je in de val zou kunnen lokken, je onverhoeds in de rug zou kunnen aanvallen.  Ik schrijf je deze brief niet om je te vertellen dat het allemaal wel meevalt, dat de wereld een paradijs is. Dat kan ze zijn, maar daar gaat het me nu niet om. Waar het me wel om gaat is je ziel. Die heb je in een veel te kleine ruimte opgesloten. Je beneemt jezelf de adem, door zo weinig te vertrouwen op de kracht die in je zit en die er heus uit zal komen.  Natuurlijk, je bent vijftien en dat is voor ieder meisje, iedere vrouw in wording een leeftijd van verwarring. Ben je al groot of toch nog klein? Maar dat is niet de belangrijkste reden van jouw opgeslotenheid. Je bent nog niet geland. Niet in je eigen leven, niet in Groningen, niet in de kring van je klasgenoten. En dat vindt zijn oorzaak in een echte reis, een vlucht die nog niet ten einde is.  Je bent nog niet geland in Nederland, nog altijd niet. Ergens tussen Jakarta en Amsterdam ben je het geloof in jezelf kwijtgeraakt. Het is niet zo gek dat je, na zeven jaar elders, twijfelt aan je inschattingsvermogen. Kleding, onderwerpen van gesprek, mensen: je durft je er niet op verlaten, je houdt je in. En daarmee doe je jezelf tekort.  Ik schrijf je. Niet omdat ik vind dat een mens tot elke prijs moet voorkomen dat ze soms door schade en schande wijs wordt. Maar omdat ik je gun dat je dan maar met open ogen een verkeerde afslag neemt, uit nieuwsgierigheid en levenslust. Niet uit een gebrek daaraan, omdat je innerlijk met neergeslagen blik voort schuifelt. Het komt goed met je, ik weet het zeker. Herinner je je de tochten in de bergen rond Yogjakarte? De beklimming van de Plawangan, het adembenemende uitzicht als je eenmaal boven was? Dat was mooi. Maar naast de Plawangan lag de vulkaan Merapi, zeker duizend meter hoger. Stel je het uitzicht voor vanaf die top. En adem. Je gaat het zien!  Jacobine


 

Leave a Reply