Onderstaand artikel is gepubliceerd in Het Parool van donderdag 14 juni 2007.
Achter de statige Amsterdamse grachtenpanden gaan de meest prachtige tuinen schuil. Normaal blijven die gesloten voor toevallige voorbijgangers. Maar één keer per jaar, in het derde weekend van juni, kunnen tuinliefhebbers hun hart ophalen als zo’n dertig panden tijdens de Open Tuinen Dagen drie dagen lang de deur van hun ‘geheime’ paradijsje openstellen voor het publiek.
Behalve een aantal particuliere tuinen zijn 15, 16 en 17 juni ook de tuinen van vijf grachtenmusea te bezichtigen. Een daarvan is die van het Bijbels Museum aan de Herengracht 366 – 368. Het museum is gevestigd in twee indrukwekkende herenhuizen uit 1662. De tuin erachter maakte oorspronkelijk deel uit van een omvangrijk ‘lusthof’, dat zich in de breedte langs de hele gracht uitsterkte. In 1994 maakte Arend Jan van der Horst een nieuw ontwerp voor de tuin van het museum. Omdat water in veel bijbelse verhalen een belangrijke rol speelt, werd centraal een grote vijver geplaatst. Links en rechts in de tuin staan zogenaamde ‘sekreetkasten’, oftewel zeventiende eeuwse buiten-wc’s. De sekreetkasten van het Bijbels Museum doen tegenwoordig – ironisch genoeg – dienst als geurkabinetten, waarin je bijbelse aroma’s kunt opsnuiven. Verder vind je in de tuin verschillende bijbelse planten en bomen, zoals een dadelpalm, een judasboom en een moerbei. Bordjes bij de planten tonen de bijbeltekst waarin de planten worden genoemd. Zo kun je hier in alle rust je bijbelkennis opfrissen.
Janrense Boonstra, kunsthistoricus en zoon van een predikant, is sinds 1993 directeur van het Bijbels Museum.
“De tuin van het Bijbels Museum is een oase van rust, middenin de drukke binnenstad. Er komen natuurlijk veel bezoekers van het museum, maar ook buurtbewoners die het een prettige plek vinden om een kopje koffie te drinken of van het zonnetje te genieten. Water speelt een bijzondere rol in onze tuin. Zo is de vijver voorzien van stapstenen, waarover je als bezoeker als het ware ‘door het water’ loopt. Dat is een symbolische verwijzing naar het bijbelverhaal over de uittocht van de Israëlieten uit Egypte en de doortocht door de Rode Zee. De tuin maakt trouwens echt onderdeel uit van het museum, want we gebruiken hem ook als expositieruimte. Sinds 2002 staat er een prachtig beeldhouwwerk van Martie van der Loo, dat de Apocalyps voorstelt. Vanaf 24 mei is er bovendien een tijdelijk kunstwerk van haar te bewonderen, waarin ‘haar’ als bron van kracht, vrijheid en bezieling wordt uitgebeeld.”
Hetty Bakker – Iemhof is al twintig jaar gastvrouw en rondleidster van het Bijbels Museum
“Ik weet nog goed dat de tuin voor het eerst werd opengesteld. Vóór 1989 hoorde het souterrain namelijk niet bij het museum. Toen dat erbij getrokken werd, kregen we de tuin er als bonus bij. Overigens was hij op dat moment één grote wildernis. Pas een paar jaar later kreeg de tuin de indeling die hij nu heeft. Bezoekers reageren altijd heel enthousiast op de tuin. Zo’n grote, groene ruimte, dat verwachten ze niet op de gracht. Het meest populair zijn de geurkabinetten. Al die potjes maken toch nieuwsgierig. De meeste geuren zijn trouwens ook als planten in de tuin terug te vinden. Vragen krijg ik vooral over de betekenis van het beeld van Martie van der Loo. Zelf vind ik dat het mooiste onderdeel van de tuin. Kinderen vinden de stapstenen in de vijver het leukst. Zo zeer zelfs, dat we altijd een setje droge kleren in de kast hebben liggen. Er is er namelijk al meer dan eens een jongen of meisje mis gesprongen!”
Arnold de Vries is tuinman. Sinds 2003 verzorgt hij het onderhoud van de tuin.
“Behalve de tuin van het Bijbels Museum verzorg ik ook de tuin van Museum Van Loon. Ik ben daarvoor gevraagd toen ik mijn eigen tuin aan de Prinsengracht in het kader van de Open Tuinen Dagen openstelde. Je zou dus kunnen zeggen dat ik inmiddels een echte grachtentuinenspecialist ben! Eens in de drie weken kom ik langs bij het Bijbels Museum. Ik doe er al het onderhoudswerk, behalve het snoeien van de grote boom. De bijzondere beplanting maakt deze tuin voor mij extra interessant. De judasboom bijvoorbeeld zie je bijna nergens in Nederland. Het leuke van het werken in een museumtuin is verder de praatjes met de bezoekers. Als ik bezig ben, is er altijd wel iemand die wat komt vragen. Dat ik zelf niet gelovig ben maakt daarbij niet uit. Zolang ik maar genoeg over de planten weet te vertellen!”
<Kader 1> Overzichtelijk, maar met een open karakter
De tuinen aan de Heren-, de Keizers- en de Prinsengracht stammen oorspronkelijk uit de 17e eeuw. Gedetailleerde verordeningen of ‘keuren’ bepaalden de grootte van de tuinen achter de grachtenpanden. De diepte was maximaal 27, de breedte maximaal 8,5 meter. Aan het eind van het perceel mocht een tuinhuis worden neergezet, maar dan wel bestaande uit één bouwlaag die niet hoger was dan 3,5 meter. De tuinen hadden een gestructureerd en open karakter, geheel overeenkomstig met het beeld dat de 17e-eeuwse stadsbewoner van zichzelf had. Dat de tuinen oorspronkelijk erg op elkaar leken was niet zo vreemd. De bewoners wilden allemaal een fraai bovenaanzicht en volgde daarom getrouw de voorbeelden van tuinarchitecten. Bovendien werd originaliteit in die tijd niet op prijs gesteld. De wereld had kende immers een van God gegeven orde en daar moest je als mens niet teveel in willen rommelen.
<Kader 2> Tuindagen passe-partout
De Open Tuinen Dagen vinden dit jaar plaats op 15, 16 en 17 juni. Zo’n dertig grachtenpanden stellen hun tuin tussen 10 en 17 uur open voor publiek. Een passe-partout voor alle tuinen is te verkrijgen bij het VVV, het Amsterdams Uit Buro (AUB) of bij de deelnemende musea en kost € 12. De opbrengst is bestemd voor een goed doel. Voor meer informatie: www.opentuindagen.nl of 020 – 320 36 60.
