Marte van Santen

Freelance journaliste en schrijfster

MINDER LICHT, HOE ONGEZOND IS DAT? november 3, 2009

Ingedeeld onder: 02 - ANBO Magazine — martevansanten @ 8:46 am

002003

Nu de dagen weer korter worden, klinkt veelvuldig de oproep om regelmatig naar buiten te gaan. Immers, met een kwartiertje (zon)licht per dag zou je een vitamine D-tekort kunnen vermijden. Bovendien wordt beweerd dat een gebrek aan (zon)licht tot een winterdepressie kan leiden. Maar klopt dat eigenlijk wel?

Vitamine D

Vitamines maken we niet zelf; we krijgen ze via onze voeding (of eventueel via supplementen) binnen. Voor vitamine D ligt dat anders. Het zit weliswaar in vette vis, maar het wordt onder invloed van zonlicht óók door ons eigen lichaam aangemaakt. In dat opzicht lijkt het meer op een hormoon.

“Om vitamine D te maken zijn verschillende stappen nodig”, vertelt Paul Lips, professor endocrinologie van het VU Medisch Centrum in Amsterdam. “De ultraviolette straling in het zonlicht zorgt ervoor dat in de huid vitamine D3 wordt geproduceerd. Via de lever en de nieren wordt die vervolgens omgezet een hormoon, calcitriol genaamd. Dat is de actieve vorm van vitamine D, die onder andere zorgt voor voldoende calciumopname in het bloed en dus voor sterke botten.”

Veel mensen denken dat de vitamine D-productie door de zon het hele jaar doorgaat. Een groot misverstand, aldus Lips. “In onze huid kan alléén vitamine D worden aangemaakt als de zonkracht – de maat die aangeeft hoeveel UV-straling de aarde bereikt – tenminste 3 is. In Nederland  is dat van eind maart tot begin oktober het geval. In de winter elke dag een kwartier met je hoofd in de zon gaan zitten om zo een tekort aan vitamine D goed te maken heeft dus geen enkele zin.”

Naarmate je dichter bij de evenaar komt, wordt de zonkracht sterker. In Spanje bijvoorbeeld is de periode dat de zonkracht minimaal 3 is een stuk langer dan bij ons, namelijk van februari tot november. Maar als Nederlandse overwinteraar kun je, ondanks de overvloedige hoeveelheid zon, ook daar wel degelijk een vitamine D-tekort krijgen.

Gelukkig is het lichaam in staat om gedurende het late voorjaar en de zomer ‘overtollig zonlicht’ op te slaan in de lever en het lichaamsvet. In de herfst- en wintermaanden wordt dat dan langzaam weer afgegeven, en in de nieren omgezet in actieve vitamine D. Mensen die in de lente en de zomer voldoende buitenkomen, hoeven in principe dus geen extra vitamine D hoeven te slikken. Oók niet in de winter.

Voor risicogroepen, zoals ouderen, mensen met een donkere huid en gesluierde vrouwen, ligt dat anders. Zo’n 70% van de 65-plussers in Nederland heeft een tekort aan vitamine D. Dat heeft verschillende oorzaken. Lips: “Verreweg de belangrijkste reden is dat ouderen het hele jaar door minder buiten komen. Doen ze dat wel, dan vinden ze het vaak niet prettig om in de volle zon te zitten, of smeren ze zich dik in. Een hoge factor zonnebrandcrème kan de vitamine D productie met zo’n 98% verminderen. Dan ontstaat er al snel een tekort. Dat wordt erger als de nieren niet meer optimaal  functioneren.”

Zo’n tekort bouwt zich overigens langzaam op, dus het kan een tijd duren voordat er daadwerkelijk klachten ontstaan, aldus Lips. “Het eerste wat je merkt is een gevoel van spierzwakte, vooral in de bovenarmen en bovenbenen. Daarna kun je botpijn krijgen.”

Vitamine D helpt de darmen om voldoende calcium uit voedsel te halen, een onmisbaar element bij de opbouw en het onderhoud van onze botten. In het ergste geval leidt een tekort aan vitamine D tot te weinig bot, ofwel osteoporose, met grote kans op botbreuken. Bij een andere aandoening, osteomalacie of Engelse ziekte, komen ook vergroeiingen van botten voor, vooral als het tekort op jonge leeftijd is ontstaan.

Maar vitamine D doet méér dan alleen onze botten sterk houden. Zo stimuleert het de productie van bepaalde cellen in ons afweersysteem, T-cellen genaamd. Lips: “Is er te weinig vitamine D3 in het lichaam aanwezig, dan kunnen de T-cellen hun werk niet goed meer doen. Mogelijk word je daardoor vatbaarder voor infecties.” Verder speelt een tekort aan vitamine D waarschijnlijk ook rol bij het ontstaan van diabetes type 1 en multiple sclerose (MS). Alle reden dus om uw vitamine D gehalte op peil te houden. Niet alleen in de winter, maar het hele jaar door.

[Kader]

Hoeveel vitamine D nodig?

De hoeveelheid vitamine D die u dagelijks moet binnenkrijgen hangt af van hoe vaak en hoe lang in u het late voorjaar en de zomer met een onbeschermde huid buiten bent, maar ook van uw huidskleur, gewicht, leeftijd, gezondheid en voedingsgewoontes. De Gezondheidsraad adviseert onder andere de volgende groepen extra vitamine D in te nemen in de vorm van een supplement:

  • vrouwen boven de 50 en mannen boven 70 die voldoende buiten komen: dagelijks 400 IE (internationale eenheden, staat gelijk aan 10 microgram);
  • vrouwen boven de 50 en mannen boven de 70 die onvoldoende buiten komen,  een donkere huid hebben of gesluierd zijn en mensen met botontkalking (osteoporose): dagelijks 800 IE (20 microgram).

Twijfelt u of u voldoende vitamine D binnenkrijgt? Laat het gehalte in uw bloed dan testen door uw huisarts. Hij kan u vervolgens adviseren of aanvulling in de vorm van een supplement nodig is. Zolang er geen sprake is van een tekort, heeft het ook geen zin om supplementen te nemen. Daarmee bouwt u geen extra reserve op.

[Kader]

Meer weten?

  • Vitamine Informatie Bureau: www.vitamine-info.nl/vitamine_d
  • Het Voedingscentrum: www.voedingscentrum.nl/nl/voedingscentrum/nieuws/nieuw-vitamine-d-advies.aspx

Winterdepressie

Voelt u zich zodra in september de eerste blaadjes verkleuren moe en somber? Heeft u dan enorme trek, en wilt u eigenlijk de hele dag slapen? Grote kans dat u last heeft van een winterdepressie.

Zo’n 480.000 Nederlanders lijden aan seasonal affective disorder (SAD), zoals de aandoening ook wel wordt genoemd. Nog eens 1,3 miljoen mensen hebben een winterdip, met vergelijkbare, maar mildere klachten.

“We spreken van een winterdepressie als iemand minimaal twee winters achter elkaar klachten heeft. Die kunnen soms heel heftig zijn, tot en met zelfmoordneigingen aan toe.”

Aan het woord is Ybe Meesters, klinisch psycholoog en hoofd van de polikliniek winterdepressie van het Universitair Medisch Centrum Groningen. Daar behandelt hij jaarlijks zo’n 300 patiënten, in leeftijd variërend van 7 tot 85 jaar.

De symptomen van een winterdepressie en een ‘normale’ depressie lijken volgens Meesters erg op elkaar: vermoeidheid, somberheid, moeite met concentreren en de neiging om je terug te trekken. Maar er zijn ook duidelijke verschillen.

“Meest kenmerkend van een winterdepressie is natuurlijk dat patiënten in de zomer helemaal geen klachten ervaren. Verder lijden mensen met een gewone depressie vaak aan slapeloosheid en een gebrek aan eetlust. Bij een winterdepressie is het juist andersom; sommige patiënten slapen wel veertien uur per dag. Bovendien hebben ze een grote behoefte aan eten, vooral koolhydraatrijk en zoet voedsel, waardoor ze ’s winters al gauw vier tot zes kilo aankomen.”

Over de mogelijke oorzaken van een winterdepressie doen allerlei verhalen de ronde. “De oude Grieken hadden het er al over”, vertelt Meesters. “Hippocrates – die van de medische eed – sprak van ‘melancholie’, en schreef zijn patiënten zonnebaden voor. Maar 2500 jaar later weten we nog steeds niet goed hoe het mechanisme achter een winterdepressie werkt.”

Zeker is dat het verminderde aantal uren daglicht in het najaar en de winter een belangrijke rol speelt. Lang werd gedacht dat dat een tekort aan melatonine – het hormoon dat onze biologische klok regelt – kon veroorzaken. Daarvoor zijn echter geen harde bewijzen gevonden.

“Tot nu toe hebben we vooral ontdekt wat de oorzaak niet is”, vertelt Meesters. “Een tekort aan stoffen als melatonine, serotonine of vitamine D kan het ontstaan niet verklaren. Ook kou heeft geen invloed. Als we een slechte zomer met lage temperaturen en veel regen hebben gehad, verwacht men in het najaar vaak meer depressieve klachten. Maar dat hoeft helemaal niet. Ook in een koele Hollandse zomer zijn de dagen lang en word je aan voldoende daglicht blootgesteld.”

Opvallend genoeg hebben vrouwen vaker last van een winterdepressie dan mannen; wel vier keer zoveel zelfs. Waarschijnlijk heeft dat met (schommelingen in) de vrouwelijke hormonen te maken, want na de menopauze neemt het risico erop af, maar ook dat is nog niet zeker.

In tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht, kun je een winterdepressie niet voorkomen door ’s winters dagelijks een half uurtje naar buiten te gaan. Extra lang buiten zijn in de lente of zomer biedt ook geen oplossing. “Er is simpelweg geen goede vorm van preventie”, aldus Meesters.

De oorzaak van een winterdepressie mag dan (vooralsnog) onduidelijk zijn, wat je er tegen kunt doen is gelukkig wél bekend: lichttherapie. Het positieve effect daarvan is een jaar of dertig geleden in de Verenigde Staten ontdekt. “Onderzoekers daar ontwikkelden een speciale zonlichtvervangende lamp”, vertelt Meesters. “Dat licht is samengesteld uit alle kleuren van de zon en heeft een sterkte van 10.000 lux. Ter vergelijking: de intensiteit van de verlichting in een kantoor is gemiddeld 500 lux, in een huiskamer 150 lux.”

Bij lichttherapie worden patiënten gedurende een werkweek dagelijks 45 minuten aan een daglichtlamp blootgesteld. Het resultaat is indrukwekkend: 70 à 80% van hen zijn daarna helemaal van hun klachten af. Lukt dat niet, dan is er altijd nog een herhaling, of een behandeling met medicijnen mogelijk.

“Helaas kun je een winterdepressie niet vóór zijn door al in augustus lichttherapie te geven”, aldus Meesters, “maar je kunt een opkomende winterdepressie er wel de kop mee indrukken. Vandaar dat we onze patiënten vanaf begin september wekelijks vragenlijsten toesturen. Zodra de eerste symptomen zich voordoen, nodigen we ze uit voor een lichtkuur. Als je er vroeg bij bent, zijn patiënten vaak met één week therapie de hele winter klachtvrij. Start je later, dan is het soms nodig in de loop van het seizoen de behandeling te herhalen.”

Overigens is lichttherapie een vorm van symptoombestrijding; je neemt de oorzaak er niet mee weg. Een jaar later moet een patiënt dus gewoon weer terugkomen.

Meesters krijgt vaak de vraag of een half uurtje onder de zonnebank niet net zo goed is. “Nee”, luidt zijn stellige antwoord. “Lichttherapie werkt niet via de huid, maar via lichtgevoelige cellen in de ogen. Die moeten tijdens de behandeling dus geopend blijven. Bij een zonnebankkuur mag dat juist niet, omdat je van het ultraviolette licht in die apparatuur blind kunt worden. Niet doen dus!”
Hij vindt het belangrijk te benadrukken dat je er niet heel erg aan toe hoeft te zijn om voor lichttherapie in aanmerking te komen. “Zelfs met matige klachten heeft een behandeling al zin. In totaal zijn er 78 klinieken in Nederland die lichttherapie aanbieden, dus er zit er altijd wel een in de buurt. Laat u wel door uw huisarts doorverwijzen, anders is de kans groot dat uw zorgverzekeraar niets vergoedt.”

Daglichtlampen zijn ook gewoon in de winkel te koop. Kun je daarmee niet net zo goed thuis aan de slag? “Liever niet”, zegt Meesters. “In een kliniek kun je laten vaststellen of het wel echt om een winterdepressie gaat, en of er bijwerkingen optreden. Mensen met een stemmingsstoornis kunnen door lichttherapie bijvoorbeeld manisch worden. Verder maken sommige ziektes, zoals diabetes, de ogen extra gevoelig voor licht, met mogelijk beschadigingen tot gevolg. Hetzelfde geldt voor bepaalde soorten medicijnen, zoals antidepressiva en sommige antibiotica. Kortom: vraag altijd eerst professioneel advies voor je een daglichtlamp aanschaft.”

Meesters drukt mensen op het hart daar vooral niet te lang mee te wachten. “Patiënten blijven vaak jaren met hun klachten tobben, voordat ze hulp zoeken. Onnodig, want een winterdepressie is doorgaans prima te verhelpen.”

[Kader]

Wat kunt u zelf doen om een winterdip tegen te gaan?

  • Maak dagelijks een wandeling. Liefst ’s ochtends, want dan is het licht op zijn krachtigst.
  • Inspanning bevordert de aanmaak van serotonine, het stofje dat je een blij gevoel geeft. Bewegen dus!
  • Geef liever niet toe aan de behoefte om overdag te slapen. Doet u dat toch, dan raakt het slaap-waakritme nog verder ontregeld.
  • Beperk de hoeveelheid koolhydraatrijk voedsel (brood, pasta, aardappelen). Van teveel koolhydraten raak je vermoeid, en daar word je weer somber van.
  • Breng structuur in u dag aan. Op vaste momenten opstaan, eten en bewegen geven uw biologische klok mogelijk een zetje in de goede richting.
  • Zorg voor een goed verlichte woon- en werkkamer.
  • Zoek als het even kan in hartje winter een zonniger oord op, bijvoorbeeld in Zuid-Europa.

[Kader]

Meer lezen?

Ybe Meesters, Leven met een winterdepressie (Uitgeverij Bohn Stafleu Van Loghum 2002), ISBN 9789031339129, adviesprijs: € 20.

 

“HAAL ZORG EN WONEN UIT ELKAAR” september 13, 2009

Ingedeeld onder: 02 - ANBO Magazine — martevansanten @ 12:02 pm

001001 (2) 

Wie naar een verzorgingshuis of een instelling voor begeleid wonen verhuist, betaalt één bedrag voor de zorg en de huisvesting. Niet handig, vindt de ANBO. Door de kosten te scheiden, wordt duidelijker waarvoor je eigenlijk afdraagt én ontstaat er meer keuzevrijheid.

Instellingen die langdurige zorg bieden, zoals verpleeg- en verzorgingshuizen, worden voor het overgrote deel gefinancierd uit de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ). Daarnaast dragen bewoners zelf een deel van de kosten bij. Hoeveel, dat hangt af van hun inkomen. Met het geld wordt zowel de zorg die een cliënt ontvangt, als zijn of haar woonkosten betaald.

 

Zorg op maat

“Geen handige manier van werken”, zegt Margo Brands, die zich namens de ANBO met het onderwerp bezighoudt. Volgens haar creëert het huidige systeem onnodige veel onduidelijkheid en ongemak. “Veel hulpbehoevende ouderen willen graag zo lang mogelijk thuis blijven wonen, maar in de praktijk blijkt dat vaak moeilijk. De manier waarop de AWBZ nu georganiseerd is, waarbij alle kosten op één hoop worden gegooid, maakt het voor instellingen lastig om flexibele oplossingen te bieden. Zelfs als het theoretisch wel mogelijk is om zorg aan huis te organiseren, laat het systeem dat te vaak niet toe.”

Door de kosten – en daarmee ook de verantwoordelijkheid – voor het verlenen van zorg en een geschikte woning te scheiden, geef je ouderen meer keuzevrijheid, meent de ANBO. “Je bepaalt zelf welke woonvorm het beste bij jouw individuele wensen en behoeftes past, en hoeveel geld je daarvoor overhebt. Bovendien ben je ook niet meer van één zorgaanbieder afhankelijk, maar kies je zelf de partij die jou ‘zorg-op-maat’ biedt, ongeacht je woonplek.”

Praktisch gezien betekent het dat een cliënt alleen nog een eigen bijdrage betaalt voor de verleende zorg. Los daarvan sluit hij een huurovereenkomst voor zijn – eventueel aangepaste – woning. “Zo halen we de stenen uit de zorg”, aldus Brands. “De AWBZ is een zorgverzekering, maar een groot deel van het opgebrachte geld wordt nu besteed aan huisvesting. Dat gaat ten koste van de zorg zelf. Die situatie wordt alleen maar schrijnender, nu het aantal hulpbehoevende ouderen in Nederland door de vergrijzing snel stijgt.”

Mocht het er daadwerkelijk van komen dat de AWBZ op deze manier wordt aangepast, dan zal de ANBO goed in de gaten houden of ouderen met een klein inkomen die extra zorg nodig hebben er financieel niet op achteruit gaan. Brands: “Net als andere Nederlanders kunnen ze straks huurtoeslag aanvragen. Als ANBO zullen we er op letten dat bij de berekening daarvan álle woonkosten meegenomen worden, bijvoorbeeld ook de servicekosten van een flat. Die moeten ouderen nu vaak nog grotendeels zelf betalen.”

 

Prioriteit nummer één

Het idee om de kosten van wonen en zorg in de AWBZ te scheiden is niet nieuw. Sterker nog, er wordt al meer dan twintig jaar over gepraat. “Hoog tijd dus om eindelijk spijkers met koppen te slaan”, vindt Anouchka van Miltenburg, Tweede Kamerlid voor de VVD. Wat haar betreft is het zelfs prioriteit nummer één als het om de veranderingen in de AWBZ gaat.

“Ik spreek mensen in verzorgingshuizen die relatief weinig zorg ontvangen, maar die toch een enorm hoge eigen bijdrage moeten betalen omdat daar ook de huisvesting bij in zit. Voor dat geld krijgen ze amper inspraak in hun woonvoorziening. In verpleeghuizen wonen ze soms zelfs met z’n tweeën op één kamer. Dat valt anno 2009 niet meer uit te leggen. Als je geen zorg nodig hebt, bepaal je zelf waar en hoe je wilt wonen. Waarom dan niet als je wel hulp behoeft?”

De VVD is van mening dat de woonfunctie in beginsel niet in een zorgverzekering thuishoort, maar de verantwoordelijkheid is van burgers zelf. Niet alleen dat, door de twee kostenposten uit elkaar te halen, kunnen zorginstellingen én woningaanbieders veel flexibeler met individuele wensen omgaan, meent Van Miltenburg. Het maakt de taakverdeling wel zo duidelijk. “Alle betrokken partijen doen alleen nog dat waar ze goed in zijn. Zorgverleners richten zich op het verbeteren van de zorg. Gemeenten bepalen aan wat voor huisvesting er behoefte is, en houden in de gaten dat die er ook daadwerkelijk komt. Woningbouwers bouwen woningen die optimaal aan de wensen van ouderen voldoen. En cliënten kiezen die oplossing waar ze zich het beste bij voelen.”

Gaat het nu dan niet zo? “Lang niet altijd”, zegt ze. “Uit onderzoek blijkt dat mensen die zelfstandig wonen gelukkiger zijn dan in grootschalige instellingen. Toch worden er nog steeds van die ‘zorgfabrieken’ gebouwd – enorme complexen waarin soms honderden ouderen samenwonen. Wat mij betreft moeten we daar onmiddellijk mee stoppen. Maar dat lukt alleen als we de regels veranderen.”

Eigenlijk is iedereen het er wel over eens dat het beter is om de kosten voor wonen en zorg in de AWBZ uit elkaar te halen, aldus Van Miltenburg. Dat het desondanks nog steeds niet is gelukt, komt volgens haar omdat er nog veel onduidelijkheid bestaat.

“We weten bijvoorbeeld niet precies hoeveel geld uit de AWBZ aan huisvesting wordt uitgegeven. Of welke groepen wel of niet baat hebben bij een andere vorm van financiering. Voor mensen die zelf moeilijk besluiten kunnen nemen, zoals dementerenden, is meer keuzevrijheid niet perse beter. Maar voor hulpbehoevende ouderen die uitsluitend fysieke beperkingen hebben juist wel.”

Van Miltenburg heeft het kabinet al meerdere keren gevraagd om een en ander uit te zoeken. Maar tot nu toe blijft het antwoord uit. “Waarschijnlijk omdat ze niet op een grote stelselwijziging zitten te wachten. In het regeerakkoord hebben de coalitiepartijen afgesproken daar deze kabinetsperiode niet aan te beginnen.”

De ANBO kan volgens haar een belangrijke rol spelen om dat broodnodige proces te versnellen. “Hoe? Door beleidsmakers duidelijk te maken aan wat voor woonvoorzieningen hulpbehoevende ouderen behoefte hebben. Dan bedoel ik niet alleen van de huidige generatie 50 plussers, maar zeker ook van de ouderen van morgen. De voorzieningen die we nu bouwen, moeten immers voor hen over twintig of dertig jaar óók nog aantrekkelijk zijn.”

 

[kader]

Ledenpanel

In het najaar van 2009 gaat de ANBO onderzoek doen onder de achterban naar hun (toekomstige) woonbehoefte. Wilt u ook meepraten? Meld u dan aan voor het digitale ledenpanel op www.anbo.nl.

 

[Kader]

Over Margo Brands

Margo Brands (35) werkt sinds 2007 bij de ANBO als adviseur belangenbehartiging op het terrein van de gezondheidszorg. Zij maakt zich hard voor ANBO-leden door aandacht voor hun gezondheidsbelangen te vragen bij het Kabinet en in de Tweede Kamer. Waar nodig helpt ze ook individuele leden met problemen of klachten over de zorg. Margo heeft drie kinderen van 4, 2 en 0 en is getrouwd.

 

[Kader]

Over Anouchka van Miltenburg

In januari 2003 werd Anouchka van Miltenburg (42) namens de VVD lid van de Tweede Kamer. Sindsdien is ze voor haar partij woordvoerder op het terrein van de volksgezondheid, welzijn en sport. Dat betekent dat ze zich, naast de AWBZ, bezighoudt met zaken als de geestelijke gezondheidzorg, mantelzorg, dementie en de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO). Anouchka is getrouwd en heeft drie kinderen van 16, 13 en 9.

 

[Kader]

AWBZ: feiten en cijfers

  • In de AWBZ gaat momenteel jaarlijks zo’n 21 miljard euro om. Dat is ongeveer 40% van alle uitgaven voor gezondheidszorg in ons land.
  • De afgelopen tien jaar zijn de kosten van de AWBZ ruim verdubbeld. Dat heeft onder andere te maken met het stijgend aantal ouderen in Nederland. 
  • Iedereen die werkt betaalt maandelijks 12% AWBZ-premie over de eerste 30.000 euro van het inkomen. Dat komt neer op gemiddeld 320 euro per maand.
  • Per januari 2008 maakten 588.000 mensen (ouderen, volwassenen en kinderen) gebruik van de AWBZ; dat is 3,6% van de Nederlandse bevolking.
  • Van die mensen kregen er 500.000 zorg in natura, zoals persoonlijke verzorging, verpleging, behandeling, begeleiding en huisvesting. 70.000 mensen hadden een persoongebonden budget en 18.000 ontvingen beide.
  • De grootste groep cliënten binnen de AWBZ zijn chronisch zieken en gehandicapten. Zij maken 70% van het totaal uit. 65% van de uitgaven wordt aan hen besteed.
  • Naar verwachting stijgen de AWBZ-uitgaven deze kabinetsperiode met 2 miljard euro.

Bron: www.minvws.nl

 

KANKER? WEES ER VROEG BIJ! september 13, 2009

Ingedeeld onder: 02 - ANBO Magazine — martevansanten @ 11:32 am

005006

Ruim één op drie van de Nederlandse vrouwen krijgt ooit in haar leven kanker. Van de mannen is dat zelfs bijna de helft. Hoe eerder je erbij bent, hoe groter de kans op overleving.

 

Steeds meer gevallen van kanker (maar het sterftecijfer daalt)

Elk jaar krijgen ongeveer 81.000 Nederlanders te horen dat ze kanker hebben. Zo’n 10% daarvan heeft al eerder een andere vorm van kanker gehad. Het aantal ‘eerste’ patiënten ligt dus rond de 73.000. Dat getal stijgt jaarlijks met 1,5 à 2%. De belangrijkste oorzaak: de groei van het aantal ouderen. Maar ook andere factoren spelen een rol. Zo is er momenteel sprake van een ware ‘huidkankerepidemie’, het gevolg van het feit dat we steeds langer en steeds vaker zonnen(banken). Bij de stijging van hoofd-, hals- en darmkanker wordt een verband gelegd met het rook- en drinkgedrag van Nederlanders. Daar staat tegenover dat, dankzij vroege opsporing en betere behandelmogelijkheden, het aantal mensen dat aan kanker overlijdt de laatste jaren onverminderd afneemt.

In totaal zijn er wel meer dan honderd kankers. Elke soort is anders als het gaat om oorzaken, symptomen en behandeling. In Nederland komen borstkanker, dikkedarmkanker, longkanker, prostaatkanker en huidkanker het meest voor. Ruim de helft van alle nieuwe kankerpatiënten heeft één van deze vijf vormen.

Bij vrouwen komt ook longkanker steeds vaker voor, terwijl die ziekte bij mannen juist afneemt. Dat heeft te maken met het veranderende rookgedrag: mannen zijn sinds de Tweede Wereldoorlog minder gaan roken, vrouwen steeds meer. De komende decennia zal het aantal vrouwen met longkanker daarom waarschijnlijk nog verder toenemen.

 Meest voorkomende kankersoorten in Nederland

Mannen   Vrouwen  
1 Prostaatkanker 1 Borstkanker
2 Longkanker 2 Dikkedarmkanker
3 Dikkedarmkanker 3 Longkanker
4 Huidkanker (niet melanoom) 4 Huidkanker (niet melanoom)
5 Blaaskanker 5 Melanoom
6 Hoofd/hals 6 Baarmoederhalskanker
7 Lymfeklierkanker 7 Lymfeklierkanker
8 Melanoom 8 Eierstokkanker
9 Maagkanker 9 Alvleesklierkanker
10 Leukemie 10 Leukemie

Bron: IKCnet, 2008

De overlevingskans hangt af van het soort kanker en van het stadium waarin de ziekte is vastgesteld. Ruwweg geneest ongeveer de helft van alle kankerpatiënten. Rekening houdend met de veroudering van de bevolking, daalt het aantal mensen dat als gevolg van kanker overlijdt sinds het eind van de jaren ’80 gestaag. Dat heeft vooral te maken vroege opsporing en betere behandelmogelijkheden. Ook komen sommige vormen van kanker met een slechte overlevingskans (maagkanker, longkanker bij mannen) minder vaak voor. Toch is kanker sinds 2008 doodsoorzaak nummer één in Nederland. De reden daarvan is dat de sterftecijfers voor kanker veel langzamer dalen dan die voor hart- en vaatziekten – tot dan toe de belangrijkste doodsoorzaak.

 Sterfte aan kanker

Jaar

2008

2007

2006

2005

2004

2003

2002

Mannen

21.897

21.701

21.311

21.241

21.092

20.848

20.729

Vrouwen

18.853

18.084

18.183

18.105

17.732

17.358

17.358

Totaal

40.750

39.785

39.494

39.346

38.824

38.206

38.087

Bron: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), 2009

Doodsoorzaken kanker bij vrouwen

Jaar

2008

2007

2006

2005

2004

2003

2002

1: Borstkanker

3.327

3.180

3.335

3.301

3.315

3.361

3.474

2: Longkanker

3.531

3.382

3.172

3.055

2.855

2.706

2.532

3: Dikke darmkanker en endeldarmkanker

2.360

2.360

2.285

2.314

2.156

2.185

2.175

4: Alvleesklierkanker

1.227

1.090

1.128

1.139

1.005

956

987

5: Eierstokkanker

1.021

911

1.009

946

958

928

944

Bron: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), 2009

Doodsoorzaken kanker bij mannen

Jaar

2008

2007

2006

2005

2004

2003

2002

1: Longkanker

6.387

6.384

6.254

6.359

6.468

6.156

6.388

2: Prostaatkanker

2.421

2.425

2.394

2.370

2.310

2.349

2.360

3: Dikke darmkanker en endeldarmkanker

2.483

2.468

2.424

2.248

2.249

2.244

2.208

4: Alvleesklierkanker

1.151

1.119

998

1.037

966

877

873

5: Maagkanker

874

840

857

963

898

977

944

Bron: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), 2009

 

Ken de 9 signalen

Kanker ontstaat door een samenloop van omstandigheden. Leefstijl, erfelijke aanleg en toeval spelen allemaal een rol. Hoe dat precies werkt, weten we in de meeste gevallen niet. Wél is duidelijk dat, ook als u gezond leeft, de kans bestaat dat u toch kanker krijgt. Vandaar dat het zo belangrijk is dat u mogelijke waarschuwingstekens (her)kent. Voor de meeste soorten kanker geldt: hoe eerder u erbij bent, hoe beter de vooruitzichten. De behandeling hoeft dan bijvoorbeeld minder ingrijpend te zijn. Bovendien is de kans op overleving bij vroegtijdige ontdekking groter.

De belangrijkste signalen die op kanker kunnen wijzen zijn:

  1. Blijvende heesheid of hoest, eventueel met bloed in opgehoest slijm
  2. Slikklachten: als slikken pijn doet, het eten slecht zakt of blijft steken
  3. Nieuwe of veranderde moedervlekken
  4. Een schilferend plekje of bobbeltje op de huid
  5. Een verdikking of bobbel(tje) ergens in het lichaam, bijvoorbeeld in de borst, zaadbal, oksel, hals of lies
  6. Bij vrouwen: ongewoon vaginaal bloedverlies of abnormale afscheiding (buiten de menstruatie om); bij mannen: zaadbalklachten
  7. Een veranderd patroon in de stoelgang (zonder duidelijke aanleiding) of bloedverlies en/of slijm bij de ontlasting
  8. Veranderingen bij het plassen (vaker, moeilijker, pijnlijk of bloed in de urine)
  9. Gewichtsverlies zonder aanleiding

Heeft u last van één of meerdere van deze klachten? Ga er dan zo snel mogelijk mee naar de huisarts. Vooral voor zestigplussers is het belangrijk om alert te blijven. Tweederde van vrouwelijke kankerpatiënten is namelijk boven de zestig. Bij mannen is dat zelfs driekwart.

Sommige mensen gaan liever niet naar de huisarts met hun klachten, uit angst dat er iets ernstigs aan de hand is. Anderen zijn bang dat ze zich aanstellen. Of ze zien op tegen eventuele vervolgonderzoeken. Dat soort gevoelens zijn heel begrijpelijk. Maar bedenk dat een bezoek aan de huisarts onrust juist ook kan wegnemen. Het hoeft tenslotte niets serieus te zijn. Is er toch iets aan de hand, dan geldt: hoe eerder u erbij bent, hoe beter.

Voor meer informatie en advies over de negen signalen, kijk op de website www.klachtadvies.nl van KWF Kankerbestrijding.

 

Screening

Behalve het in de gaten houden van de signalen van uw lichaam, zijn er nog twee andere manieren om kanker vroegtijdig op te sporen: zelfonderzoek en deelname aan een screening in de vorm van een bevolkingsonderzoek.

Het regelmatig onderzoeken van uw lichaam op eventuele veranderingen heet zelfonderzoek. Tot nu toe is wetenschappelijk niet bewezen dat zelfonderzoek – bijvoorbeeld van de borsten, de zaadballen of de huid – bijdraagt aan de vroege opsporing of minder sterfte door kanker. Het maakt u echter wel vertrouwd met uw eigen lichaam. Zo weet u wat bij u normaal is, en kunt u eventuele veranderingen gemakkelijker opmerken en beter aan uw (huis)arts uitleggen.

Als een bepaalde soort kanker met een test in een vroeg stadium kan worden opgespoord en de kans op een genezende behandeling daarmee wordt vergroot, kan de overheid besluiten een bevolkingsonderzoek te laten uitvoeren. Op dit moment gebeurt dat in Nederland voor twee soorten kanker: baarmoederhalskanker (sinds 1976) en borstkanker (sinds 1988).

Alle vrouwen tussen de 30 en de 60 worden eens in de vijf jaar opgeroepen om een uitstrijkje te laten maken, waarmee baarmoederhalskanker in een vroeg stadium kan worden opgespoord. Omdat de ziekte zich zo langzaam ontwikkelt, is vaker niet nodig. In totaal valt jaarlijks bij 800.000 vrouwen een uitnodiging voor deelname in de bus. 66% van hen doet daadwerkelijk mee. Zonder bevolkingsonderzoek zouden er vierhonderd vrouwen per jaar overlijden aan baarmoederhalskanker. Mét het bevolkingsonderzoek is dat de helft. Als alle opgeroepen vrouwen zouden deelnemen, zou dat aantal zelfs dalen naar honderd.

Eens in de twee jaar krijgen vrouwen tussen de 50 en de 75 een uitnodiging voor een mammografie, een (röntgen)foto waarmee borstkanker vroegtijdig kan worden opgespoord. Bij vrouwen jonger dan 50 zit vaak veel klierweefsel in de borsten, waardoor de foto’s moeilijk te beoordelen zijn. Bij vrouwen ouder dan 75 groeit een tumor heel langzaam; zij hebben dan maar een kleine kans om aan deze ziekte te overlijden. Per jaar worden er een miljoen vrouwen voor een mammografie opgeroepen. 80% van hen geeft daaraan gehoor. Daardoor sterven er elk jaar 700 minder vrouwen aan borstkanker.

Let op: een uistrijkje of een borstfoto is een momentopname. Een goede uitslag is geen garantie dat alles in orde blijft tot de volgende oproep. Ga daarom naar uw huisarts als u tussendoor klachten krijgt of veranderingen opmerkt.

Na borstkanker is darmkanker de meest voorkomende vorm van kanker in Nederland. Jaarlijks wordt bij ruim 11.000 mensen de diagnose gesteld, en overlijden er 4500 mensen aan de ziekte. Uit onderzoek is gebleken dat de sterfte aan darmkanker kan worden verminderd door een bevolkingsonderzoek. In de tweede helft van 2009 zal het kabinet besluiten of zo’n onderzoek er daadwerkelijk komt. Zo ja, dan zal dat waarschijnlijk in 2010 of 2011 worden ingevoerd.

Op internet worden diverse testen aangeboden waarmee u zelf kunt nagaan of u aan een bepaalde vorm van kanker lijdt. Dergelijke commerciële zelftesten mogen in Nederland alleen met tussenkomst van een (huis)arts worden gebruikt, en worden daarom niet in de winkel verkocht. Bestelt u een dergelijke test via internet, dan is daarop geen betrouwbaarheidscontrole uitgevoerd.

KWF Kankerbestrijding raadt ten sterkste af om een zelftest voor kanker te doen. Hetzelfde geldt voor erfelijke of DNA-testen via internet, en de commercieel aangeboden ‘bodyscans’ waarbij uw hele lichaam op – onder andere – kanker wordt onderzocht. De uitkomsten van dergelijke vormen van screening zijn voor een leek moeilijk te interpreteren. Bovendien kunnen ze u een vals gevoel van veiligheid geven.

Meer weten over de bevolkingsonderzoeken naar kanker? Kijk op:  www.rivm.nl/bevolkingsonderzoeknaarkanker.

 

Behandeling op maat

Bij het behandelen van kanker hebben artsen drie opties: chirurgie, radiotherapie (bestralen) en geneesmiddelen. Op alle drie de terreinen zijn de afgelopen jaren enorme stappen voorwaarts gezet.

Wat het opereren betreft zitten de ontwikkelingen vooral in technieken die de behandeling minder ingrijpend maken. Met behulp van nieuwe trucjes en instrumenten kan steeds preciezer worden gewerkt. Na de operatie herstellen mensen sneller en kunnen ze eerder naar huis.

Nieuwe bestralingstechnieken dragen bij aan een betere bestrijding van de tumor, maar ook aan het verminderen van bijwerkingen op lange termijn. De gammastraling die bij radiotherapie gebruikt wordt is namelijk gevaarlijk; die kan nog vele jaren later nare gevolgen hebben in de vorm van kanker in omliggend weefsel, of hart- en vaatziekten. Door steeds secuurder te werken, neemt de kans daarop af.

De meest spectaculaire ontwikkelingen in de behandeling van kanker zijn zonder meer te vinden in de geneesmiddelen, zoals chemotherapie en hormoontherapie. Veertig jaar lang konden alleen een paar zeldzame kankervormen met chemotherapie worden genezen. Voor de rest werden medicijnen uitsluitend gebruikt om het leven van ongeneeslijke kankerpatiënten dragelijker te maken, en zo mogelijk te verlengen. De laatste jaren is daar radicaal verandering in gekomen. Door nieuwe (combinaties van) medicijnen en meer inzicht in welke middelen bij welke patiënt werken, zijn veel grotere groepen erbij gebaat.

In totaal zijn er op dit moment zo’n vijftig soorten chemotherapie voor de behandeling van kanker op de markt, plus diverse vormen van hormoontherapie. Chemotherapie en hormoontherapie zijn medicijnen die de celdeling in alle cellen van het lichaam beïnvloeden, met mogelijk nare bijwerkingen als misselijkheid en haaruitval tot gevolg. Bovendien verzwakt het afweersysteem erdoor. De laatste jaren komen er gelukkig steeds meer nieuwe, doelgerichte geneesmiddelen op de markt. Dat zijn medicijnen die afwijkingen in tumorcellen gebruiken en vooral dáár op inwerken. De rest van het lichaam heeft er dus geen last van. Immunotherapie is een voorbeeld van zo’n nieuwe, doelgerichte aanpak. Dat is een behandeling met medicijnen die de natuurlijke afweerreactie van het lichaam tegen kankercellen stimuleren.

De grote vraag waar elke arts tegen aanloopt is: welk middel (of combinatie van middelen) is voor mijn patiënt het beste? Voorheen moest bij het beantwoorden van die vraag veelal worden gegokt. Maar artsen leren steeds beter te voorzien wat werkt en wat niet. Dat doen ze door de zwakke plek van de tumorcel op te zoeken, en het middel te kiezen dat dáár het best op ingrijpt. Zo wordt het steeds beter mogelijk een ‘behandeling-op-maat’ te gegeven. Bij borstkanker en darmkanker worden met deze aanpak al heel goede resultaten geboekt.

 

Voorkomen is beter dan genezen

Kanker is in de eerste plaats een kwestie van toeval. Bij het proces van celdeling gaan dagelijks dingen mis. Worden die foutjes niet door het lichaam hersteld, dan ontstaat er mogelijk kanker. Het lijkt erop dat allerlei zaken de kans op zo’n foutje in de celdeling – of de mogelijkheid om dat te repareren – beïnvloeden. Wat u eet bijvoorbeeld, maar ook het gebruik van alcohol en hoeveel u beweegt. Verder speelt erfelijkheid een rol.

Juist omdat de vorming van kanker zo’n ingewikkeld proces is, is het moeilijk om harde uitspraken te doen over hoe bepalend leefgewoonten zijn. Toch denken onderzoekers dat zo’n 50% van alle kankergevallen direct te maken heeft met ongezonde leefgewoontes. De belangrijkste risicofactor is zonder meer roken: sigaretten zijn verantwoordelijk voor 30% van alle gevallen van kanker. Dat is wetenschappelijk bewezen.

De belangrijkste tips die kanker kunnen helpen voorkomen op een rij:

  • rook niet. Niet roken is de beste manier om het risico op kanker te verlagen.
  • zon verstandig. Dat betekent: uw huid voorzichtig aan de zomerzon laten wennen, insmeren met een goede factor antizonnebrand en liever niet zonnen tussen 12.00 en 15.00 ’s middags
  • beweeg voldoende. Onderzoek heeft uitgewezen dat voldoende bewegen een beschermend effect heeft op – in ieder geval – twee soorten kanker die in Nederland veel voorkomen: borstkanker en dikke darmkanker.
  • eet gezond. Niet te vet, gevarieerd, met voldoende koolhydraten (brood, aardappelen, pasta, peulvruchten) en twee ons groenten en twee stuks fruit per dag.
  • wees matig met alcohol. Voor mannen is drie glazen per dag het maximum, voor vrouwen twee. Drink bij voorkeur niet elke dag.

Meer weten? Kijk op www.6xsterkertegenkanker.nl, een website van KWF Kankerbestrijding.

 

LEUK WERK, GOEDE DAAD! juli 5, 2009

Ingedeeld onder: 02 - ANBO Magazine — martevansanten @ 7:46 am

Scannen0010Scannen0011

 

Henri Komen (72) doet al 37 jaar vrijwilligerswerk. Sinds 2005 onder andere in gevangenis De Geniepoort in Alphen aan de Rijn. Daar maakt hij video-opnames van gevangenen die verhaaltjes voorlezen voor hun kinderen.

“Het idee is simpel: je laat een gevangene voor de camera uit een kinderboek voorlezen, zet de opname op een DVD en stuurt die naar zijn kinderen. Maar zo gemakkelijk als het klinkt, zo moeilijk was het om dat voor elkaar te krijgen. Pastor Ben Janssen – de initiator van het project – is wel een jaar bezig geweest toestemming te regelen van Justitie. Die stelden namelijk allemaal veiligheideisen, opdat er geen geheimen de gevangenis uitgesmokkeld zouden worden. Daar denk je als buitenstaander niet zo snel aan.

Eind 2005 zijn we daadwerkelijk van start gegaan. We, dat ben ik met zeven andere vrijwilligers. Eén zaterdag per maand maken we opnames. Gemiddeld komen er op zo’n dag vijftien mannen aan de beurt. Allemaal pappa’s ja, want De Geniepoort is een mannengevangenis. Ze lezen een kwartiertje voor. Dat is soms wel even oefenen; een vader van wie je alleen zijn haar ziet omdat hij constant naar beneden kijkt, daar hebben kinderen niet zoveel aan.

De boeken komen uit de gevangenisbibliotheek. Ze zijn speciaal voor dit project aangeschaft. Eerst hadden we alleen Nederlands, Engels en Spaans, nu veel meer talen. De opnamen worden over de hele wereld verstuurd. Af en toe doen we er een enquête voor de familie bij. Daaruit blijkt dat de DVD’s zeer gewaardeerd worden. Vooral kleine kinderen die hun vader niet veel zien kijken de verhaaltjes vaak elke avond voor het slapen gaan.

Ik vind het fijn dat ik de mannen kan helpen iets voor hun kinderen te doen. Het blijven toch vaders, net als ik. Overigens heb ik geen idee waarom ze in De Geniepoort zitten. Dat wil ik ook zou houden, anders zou ik ze misschien toch met andere ogen gaan bekijken.

Behalve in de gevangenis doe ik nog allerlei andere soorten vrijwilligerswerk. In totaal ben ik er wel zo’n drie dagen per week mee zoet. Dat is alleen maar meer geworden sinds ik vorige jaar met serieuze gezondheidsproblemen in het ziekenhuis heb gelegen. De tijd die me nog rest, wil ik graag goed besteden.”

Wilt u zich als vrijwilliger aanmelden bij het voorleesproject? Stuur dan een mailtje naar: hkomen@tiscali.nl.

  

Jannie de Smalen (74) is sinds 1991 actief als vrijwilliger voor de Stichting Vluchtelingenwerk in Amsterdam-Noord.

“Begin jaren ’90 stierven mijn moeder en mijn schoonouders kort na elkaar, en raakte ik ook nog mijn baan in een kledingzaak kwijt. Opeens had ik tijd over. Die wilde ik nuttig besteden. Ik help anderen graag, dus de keus voor vrijwilligerswerk was gauw gemaakt. Waarom met vluchtelingen? Omdat ik altijd verder heb gekeken dan mijn eigen kleine wereldje.

Achttien jaar lang heb ik de activiteiten van de wijkvrijwilligers in Amsterdam-Noord gecoördineerd. Ik deed de intake met nieuwe vluchtelingengezinnen in de buurt, en organiseerde waar nodig hulp. Vaak was dat het oefenen van de Nederlandse taal, maar we gingen bijvoorbeeld ook mee naar de dokter, of hielpen een goede school uit te zoeken voor de kinderen. En ik heb heel wat vrouwen leren fietsen!

Vier keer zijn we met een groep van 75 ouders en kinderen op kamp gegaan in Elspeet. En dan waren er nog de speciale vrouwenweekenden… Samen kletsen en eten, zingen en dansen. Als de verhalen over thuis naar boven kwamen, liepen de emoties soms hoog op. ‘Ons gezicht lacht, maar ons lichaam huilt’, zeiden ze. Als mensen over buitenlanders klagen, realiseren ze zich niet hoeveel verborgen leed die vaak meedragen. 

In het begin werd ik wel eens moedeloos van al die ellende en al dat verdriet. Tegelijkertijd was ik heel blij dat ik iets praktisch voor ze kon doen. Een dagje uit, een nieuwe wasmachine; zulke dingen maken soms een wereld van verschil.

Eerder dit jaar heb ik mijn functie als coördinator neergelegd, maar ik blijf wel actief als bestuurslid. En met ‘mijn’ vluchtelingen houd ik ook contact. Vaak ben ik de enige Nederlander die bij ze over de vloer komt, een oma voor hun kinderen.

Het belangrijkste wat ik kan doen is hen respect tonen, en ze laten zien dat ze net zulke waardevolle mensen zijn als wij. Overigens werkt dat twee kanten op. In de loop der jaren heb ik heel wat van andere culturen geleerd. De hartelijke benadering, de gastvrijheid; ze hebben me vrijer gemaakt in mijn doen en laten. Naar oude én naar nieuwe Nederlanders.”

  

Amke Homan (49) is interieurarchitect. Sinds 2002 organiseert ze eens per week een ‘dierenknuffeluur’ voor kinderen in het Emma Kinderziekenhuis in het AMC in Amsterdam.

“Een tijdje geleden kwam er een jongetje van de afdeling oncologie om een lammetje de fles te geven. Zelf zat hij aan alle kanten vast aan buisjes en snoeren, maar dat leek hem niet te deren; hij ging helemaal op in zijn taak. Ondertussen praatte hij honderduit tegen zijn ouders. Heel even was hij geen patiëntje, maar weer gewoon kind. Dat soort momenten, daar doe ik het voor.

Zeven jaar geleden besloot ik vrijwilligerswerk te gaan doen. Ik had iets op tv gezien over hoe het knuffelen van dieren zieke kinderen helpt en dacht: dat moet het worden. Ik heb het ziekenhuis opgebeld en kon direct aan de slag. Nu coördineer ik de activiteiten.

Eens per week gaan we met vijf vrijwilligers naar de kinderafdeling. Twee mensen halen konijnen en cavia’s op bij de kinderboerderij, een ander zorgt voor groente en fruit. In het ziekenhuis zetten we de dieren op een grote tafel, zodat de kinderen er goed bij kunnen. Sommige willen ze voeren, anderen met ze spelen. Het kan allemaal. En als kinderen niet in staat zijn naar ons te komen, brengen we de dieren naar hen toe.

Op speciale dagen, zoals met Pasen of Dierendag, organiseren we wat extra’s. Dan nemen we bijvoorbeeld een lammetje mee, of een moedergeit met kleintjes. Die gaan op de achterbank, of in de boedelbak. Als de politie ons zo zou zien, kregen we vast een dikke bon!

We zetten de dieren met wat stro in de hal. Daar komt dan het halve ziekenhuis op af; volwassenen vinden het bijna net zo leuk als kinderen. Of dat geen problemen met de hygiëne oplevert? Nee hoor, we houden ons aan alle protocollen.

Voor mij is het bezoek aan het ziekenhuis het uitje van de week. Natuurlijk is het heftig, al die zieke kinderen. In het begin zat ik als ik thuis kwam wel eens te huilen. Maar de dankbaarheid is zo groot. Met een heel klein beetje energie van onze kant kunnen we zoveel voor een kind betekenen. Als ze hun ellende in dat uurtje even vergeten, maakt dat het méér dan de moeite waard.”

Ook vrijwilliger worden in het AMC? Kijk op www.amc.nl onder ‘vacatures’.

 

[Kader]

Zelf aan de slag?

  • Op de website www.vacaturewerk.nl kunt u naar leuke vrijwilligersvacatures zoeken in uw eigen gemeente, of in landelijke vacaturebanken. Twijfelt u welk vrijwilligerswerk bij u past? Dan helpen de keuzetests op deze website u op weg.
  • Het Vrijwilligerscentrale Netwerk (www.vrijwilligerscentrale.nl) heeft meer dan 130 vestigingen in Nederland, waarvoor ruim drie miljoen vrijwilligers werken.
  • De website vrijwilligers.startpagina.nl biedt een uitgebreid overzicht van vrijwilligersorganisaties, zowel landelijk als per gemeente.
 

PLASTERK OVER ROZE OUDEREN juli 5, 2009

Ingedeeld onder: 02 - ANBO Magazine — martevansanten @ 7:45 am

Scannen0008Scannen0009

Ronald Plasterk (52), minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen gaat over het emancipatiebeleid in Nederland. Sinds 1 oktober vorig jaar werken overheid, homo- én hetero-organisaties – waaronder de ANBO – samen om de sociale acceptatie van oudere homoseksuelen te verbeteren.

“Homo-emancipatie heeft alleen zin als je er met z’n allen werk van maakt. Onderling accepteren homo’s elkaar wel; het probleem zit juist bij die andere 93% van de samenleving. Vandaar dat ik het zo belangrijk vind dat ook een organisatie als de ANBO zich daar hard voor maakt. In plaats van te zeggen ‘daar gaan wij niet over’, erkent de ANBO het probleem en maakt het bespreekbaar. Juist bij zo’n gevoelig onderwerp als seksualiteit is dat van onschatbare waarde. Bovendien: te kunnen leven in een land waar je – ongeacht je seksuele geaardheid – gelijk wordt behandeld, daar hebben we uiteindelijk allemaal belang bij.

Eén op de vijftien mensen is homoseksueel. Door de vergrijzing komen er steeds meer oudere homo’s bij. Die groep blijft vaak buiten beeld. Omdat jongeren makkelijker in beweging te krijgen zijn, maar misschien ook omdat het jeugdideaal zo’n prominente rol in de homowereld speelt. Extra aandacht is dus hard nodig.

In een willekeurig zorginstelling met 150 bewoners zijn er gemiddeld tien die op iemand van hetzelfde geslacht vallen. Zij krijgen relatief vaak met weerstand en vooroordelen te maken, zo blijkt uit onderzoek. Een treurige situatie, die anno 2009 niet meer zou moeten hoeven voorkomen. Gelukkig zijn er initiatieven als de Roze Loper, een keurmerk voor homovriendelijke zorginstellingen. Natuurlijk verander je met zo’n keurmerk niet in één keer de houding van directie, personeel of andere cliënten. Maar het is wel een goede manier om mensen aan het denken te zetten.

Als overheid willen we op verschillende manieren positief bijdragen aan de acceptatie van homoseksuele ouderen: door publiekelijk uit te spreken hoe belangrijk we het onderwerp vinden, door samen te werken met maatschappelijke organisaties en gemeenten, door projecten financieel te steunen en waar nodig door wetten te maken. Politieke acceptatie – en die zie ik steeds meer, ook bij mijn collega’s van het CDA en de ChristenUnie – draagt bij aan maatschappelijke acceptatie.

Tot slot: de meerderheid van de mensen is hetero. Dat betekent dat homo’s altijd hun plek in de samenleving zullen moeten bevechten. Uit de kast komen is een daad van onafhankelijkheid; je moet het maar durven. Dat is niet iets om te veroordelen, maar om respect voor te hebben.”

 

SAMEN OP STAP juni 2, 2009

Ingedeeld onder: 02 - ANBO Magazine — martevansanten @ 5:41 pm

Scannen0006

Sonja Moget (67) vond via ANBO Magazine verschillende mensen om op zondag uitstapjes mee te maken.

“Alleen zijn vind ik maar niets; het voelt alsof het leven aan me voorbij gaat. Toen ik nog getrouwd was, deden mijn man en ik samen allerlei leuke dingen. Maar zeven jaar geleden ging hij me plotseling bij me weg.

Via een website voor 50+-ers leerde ik een aantal vrouwen kennen. De contacten waren leuk, maar ook erg vluchtig; vaak bleef het bij één ontmoeting. Vandaar dat ik besloot een advertentie in het ANBO-blad te zetten. Op zoek naar mensen die het gezellig vinden om er ‘s zondags samen op uit te trekken. Op die dag van de week voel ik me namelijk het meest eenzaam.

De tijd dat je kinderen vanzelfsprekend in het weekend op bezoek kwamen is voorbij. Voor 65+-ers is dat moeilijk te verhapstukken. Ons hele leven hebben we voor mensen gezorgd: kinderen, ouders, schoonouders, vrienden, buren. Rationeel weet je dat je niet kunt verwachten dat anderen dat ook voor jou doen.

Mijn kinderen staan gelukkig altijd voor me klaar. Ik zie ze regelmatig en feesten vieren we samen. Maar toch doet het pijn om elke zondag alleen te zijn.

Mijn vriendin Gerda voelde het ook zo. We besloten samen een groepje op te richten om uitstapjes mee te maken, toen ik ineens veertien reacties op mijn ANBO-advertentie kreeg. Geheel onverwacht, want het had een jaar geduurd voor die was geplaatst! Zo hadden we in één klap voldoende gegadigden.

Sinds september vorig jaar trekken we er eens per maand op zondag op uit. We zijn bijvoorbeeld een keer naar Chapeau voor Buren geweest, een jaarlijks terugkerend feest in het oude vestingstadje. We hebben een rondvaart door de grachten van Amersfoort gemaakt en in januari hebben we na een boswandeling een winterpicknick gehouden. Vrolijke dingen allemaal. Het valt me namelijk op dat de meeste activiteiten voor 50+-ers zo serieus zijn, concerten en lezingen en zo. Die zijn welkom, maar we willen ook wel eens lekker gek kunnen doen. En vooral veel kunnen lachen!

Ik heb nog genoeg plannen. Misschien zijn er lezers die het leuk vinden om een keer met ons mee te gaan? Alle alleenstaande 55+-ers – vrouwen én mannen – die in de buurt van de Utrechtseheuvelrug wonen, zijn van harte welkom!

Wilt u op de oproep van Sonja reageren? Mailt u haar dan via haar vriendin Gerda op: gerdavanslooten@kpnplanet.nl.

 

HOREN, ZIEN EN…. mei 6, 2009

Ingedeeld onder: 02 - ANBO Magazine — martevansanten @ 11:48 am

scannen00091scannen00101

 

Het zicht, het gehoor, de reuk, de smaak en de tast: ze vormen onze link met de buitenwereld. Via onze zintuigen ervaren we wat er om ons heen gebeurt, en kunnen we met anderen communiceren. Helaas laten de zintuigen ons met het ouder worden nog wel eens in de steek. 

Als u ouder wordt, gaan uw zintuigen geleidelijk minder goed functioneren. Dat is overigens een heel normaal verschijnsel. Pas als u er echt last van krijgt, bijvoorbeeld omdat u minder goed ziet of hoort, is het tijd om actie te ondernemen. Of dat op jonge of juist oudere leeftijd gebeurt, hangt af van uw erfelijke aanleg en van hoe gezond u leeft. Schadelijke factoren van buitenaf, zoals hard geluid of fel zonlicht, kunnen de achteruitgang verergeren.

 

Zien

Het eerste wat u merkt, is dat uw zicht minder wordt. Dat gebeurt bij iedereen, maar de leeftijd waarop u daar iets van merkt verschilt van persoon tot persoon. Vanaf een jaar of 40 worden de spieren in het oog en de ooglens starder, waardoor het lezen moeilijker gaat. Kleine lettertjes zijn slechter te onderscheiden, en u heeft meer licht nodig.

 

Later kunt u ook minder goed in de verte gaan zien. Dat kan het gevolg zijn van een  vertroebeling van de ooglens zijn. De aandoening die dan ontstaat wordt staar  genoemd. Zit u vaak in de zon zonder zonnebril, dan gaat het proces van staarvorming sneller. Een andere oorzaak voor minder goed ver kunnen zien is de van veroudering van het netvlies in het oog, macula degeneratie genaamd. Ook bepaalde ziektes zoals diabetes, of het gebruik van medicijnen als prednison of cytostatica (chemotherapie), kunnen zichtklachten versnellen of verergeren.

 

Omdat het proces van achteruitgang continu doorgaat, heeft uiteindelijk zo goed als iedereen een bril of contactlenzen nodig. In totaal dragen zo’n 9 miljoen Nederlanders één van beide.

 

Ruiken en proeven

Na het zicht zal uw reuk minder worden. Met elke flinke verkoudheid of andere vorm van luchtweginfectie neemt het aantal reukcellen in de neus af. Een geheel natuurlijk verschijnsel, maar in sommige gevallen kan verlies van het vermogen om te ruiken een symptoom zijn van een hersenziekte, zoals Parkinson.

 

Omdat geur bepalend is voor wat we proeven, denken mensen vaak dat met het verlies van reuk ook hun smaak achteruit gaat. Niet waar. De smaakpapillen waarmee u zoet, zuur, zout en bitter onderscheidt, worden nauwelijks  aangetast door het verouderingsproces. Dat kan wel bij bepaalde ziektes of medicijngebruik gebeuren. Bij een zware chemokuur bijvoorbeeld sterven de papillen op de tong af. Kankerpatiënten krijgen dan een gladde, onnatuurlijke tong. Soms keert het vermogen om te proeven weer terug, wanneer de papillen zich herstellen. Een enkele keer blijft de smaak verstoord, of maakt de mond te weinig speeksel aan waardoor het proeven moeilijker wordt. Stevige rokers raken hun smaak gemiddeld tien jaar eerder kwijt dan niet-rokers.

 

Horen

Gehoorproblemen beginnen over het algemeen pas boven de 70. De zenuwcellen in het oor sterven langzaam af, waardoor er minder geluidsignalen aan de hersenen worden doorgegeven. Dat proces gaat sneller, als u gedurende uw leven veel aan harde geluiden blootgesteld bent geweest. Ook infecties of bepaalde medicijnen zoals het antibioticum gentamicine kunnen gehoorverlies veroorzaken. De verzamelnaam voor door medicijnen veroorzaakte hoorproblemen is ototoxiciteit. Een medicijn is ototoxisch als het de functie van het binnenoor aantast. Dat kan drie effecten hebben: gehoorverlies, oorsuizen en aanvallen van duizeligheid met misselijkheid en braken.

 

Bij gehoorverlies is het belangrijk om snel actie te ondernemen. Voor elke vorm van slechthorendheid is er tegenwoordig wel een gehoorapparaat, dat je bovendien nauwelijks meer ziet. Een gehoorapparaat stimuleert de gehoorcellen, waardoor verdere achteruitgang wordt gestopt. Maar eenmaal opgelopen schade is niet meer te herstellen, óók niet met een gehoorapparaat. Kortom: hoe langer u wacht, hoe minder effect een gehoorapparaat nog heeft.

 

Voelen

In vergelijking met slechter zien en horen komt het verlies van de tastzin relatief weinig voor. Soms gebeurt het dat gevoelzenuwen in de huid afsterven, meestal eerst in de voetzolen. Patiënten voelen minder goed hoe hun voeten op de grond staan. Dat gaat al dan niet gepaard met tintelingen. Later kunnen ook klachten aan de handen ontstaan. Een tekort aan vitamine B12 kan daarvan de oorzaak zijn, net als een beroerte. In het laatste geval raakt het hersengebied beschadigd waarmee ‘gevoel’ wordt waargenomen. Afhankelijk van de plaats van het defect kan ook het zicht of het gehoor bij een beroerte worden aangetast.

 

Dat oudere mensen door een verminderde tastzin minder pijn voelen is een misverstand. Pijn is een oerinstinct dat altijd in stand blijft. Oók als de fijne gevoelssignalen minder goed aan de hersenen worden doorgegeven.

 

Trainen

Hersencellen zou je kunnen trainen om actief te blijven, zo horen we steeds vaker. Voor zintuigen gaat die vlieger helaas maar deels op. Zenuwcellen die eenmaal zijn afgestorven, komen nooit meer terug. Het deel van het gehoor dat verloren is gegaan, kunt u er dus niet weer ‘aantrainen’. De cellen die overblijven zoveel mogelijk stimuleren heeft echter wél zin. Immers: wat je niet gebruikt, raak je kwijt.

 

Voor zintuigen bestaan geen kant-en-klare oefeningen, zoals hersengymnastiek. Maar u kunt ze wel heel bewust ‘benutten’. Probeer bijvoorbeeld eens op een vaste route naar huis tien dingen waar te nemen die u niet eerder opgevallen waren. Benoem voor uzelf de geuren die u ruikt als in het bos loopt. En varieer zoveel mogelijk in de smaken die u eet. Op die manier houdt u uw zintuigen ‘bij de tijd’.

 

[Kader]

Verminderd zicht

  • Eerste signalen: kleine lettertjes niet meer kunnen lezen en/of meer licht nodig hebben om te kunnen lezen. Bij staar wordt het gehele zichtvermogen minder.
  • Mogelijke gevaar: als u obstakels minder goed ziet is de kans groter dat u struikelt of valt. Met slechte ogen wordt u eerder door de zon verblind in het verkeer. Als u bang wordt om naar buiten te gaan, kunt u in een sociaal isolement terecht komen. Bijkomende lichamelijke risico’s van minder goed zien zijn: hoofdpijn, vermoeidheid, duizeligheid of branderige ogen.
  • Oplossing:
    - laat uw ogen tijdig nakijken door een opticien: boven de 40 jaar heeft bijna iedereen een leesbril nodig;
    - informeer zo nodig ook naar andere hulpmiddelen, zoals een loep;
    - gaat het lezen lastig, probeer dan eens een boek op cd;
    - zorg voor goede verlichting in huis;
    - verwijder zoveel drempels en andere obstakels in huis;
    - draag in de zon altijd een zonnebril met een goed UV-filter;
    - voelt u zich niet zeker op straat, laat u dan door iemand vergezellen;
    - bij staar is een operatie op optie.

 

Verminderd gehoor

  • Eerste signalen: tv of radio harder moeten zetten, geen afzonderlijke stemmen meer kunnen onderscheiden, verkeer minder goed kunnen horen aankomen.
  • Mogelijk gevaar: verminderde alertheid in het verkeer, misverstanden in de communicatie, sociaal isolement omdat gesprekken in groepen niet goed meer te volgen zijn. Bijkomende lichamelijke risico’s van gehoorverlies zijn kans op verhoogde bloeddruk, vermoeidheid en concentratieverlies. Let op: eenmaal opgedane gehoorschade is niet meer te herstellen met een gehoorapparaat.
  • Oplossing:
    - laat tijdig uw gehoor nakijken in een gehoorwinkel; óók als u zelf nog weinig klachten ondervindt, maar uw omgeving opmerkt dat u slechter hoort;
    - voor bijna elke vorm van gehoorvermindering is er tegenwoordig een gehoorapparaat;
    - vermijd drukke ruimtes met veel mensen;
    - zorg ervoor dat u recht tegenover en niet te ver bij uw gesprekspartner vandaan zit;
    - laat de mensen in uw omgeving weten dat uw slechter hoort.  

 

Verminderde tastzin

  • Eerste signalen: minder gevoel in de voetzolen en soms ook in de handen. Niet goed meer voelen hoe de voeten op de grond staan. Tintelingen.
  • Mogelijk gevaar: als de tastzin in de voeten afneemt, bestaat de kans dat u andere klachten op die plek, zoals wondjes, minder snel opmerkt.
  • Oplossing:
    - als een tekort aan vitamine B12 de oorzaak is: een supplement;
    - om andere klachten aan de voeten te voorkomen: regelmatige verzorging door een pedicure;
    - sommige mensen met een verminderd gevoel in hun voetzolen hebben baat bij een regelmatige voetmassage.

 

Verminderde reuk- en smaakzin

  • Eerste signalen: minder geuren kunnen onderscheiden, vaak na een luchtweginfectie, en als gevolg daarvan ook minder goed kunnen proeven.
  • Mogelijk Gevaar: meestal is de achteruitgang van het reukvermogen een normaal verschijnsel van veroudering en het levert het geen praktische gevaren op. Een (klein) risico kan bijvoorbeeld zijn dat u niet meer ruikt of proeft of eten bedorven is of niet. Let wel: reukverlies kan soms samenhangen met een hersenziekte, zoals de ziekte van Parkinson. Gaat het gepaard met andere symptomen, zoals trillen of evenwichtsverlies, ga dan naar de huisarts.
  • Oplossing:
    - indien u rookt: stoppen met roken.

 

Bronnen:

  • Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS)
  • Gerard Ligthart en Cora de Vos, Ouder worden, en nu? Praktische gids voor gezond ouder worden (Uitgeverij Boom, 1997).

 

Met medewerking van Judith Wilmer, klinisch geriater in het Catharina Ziekenhuis in Eindhoven.

 

 

[Kader]

Horen en zien: de feiten

Slechter zien en horen geven de meeste klachten als het om de achteruitgang van de zintuigen gaat. De feiten op een rij.

  • In Nederland dragen zo’n 9 miljoen mensen een bril of contactlenzen. Het gebruik neemt toe met de leeftijd. Eén op de tien kinderen van 10 jaar heeft een bril. Rond de 30 jaar is dat aantal al vier op de tien. Rond het 55ste jaar hebben vrijwel alle Nederlanders een bril of contactlenzen.
  • Tot 40 jaar hebben drie van de vier mensen een bril vanwege bijziendheid. Vanaf 40 jaar beginnen de leesproblemen. Dat is het moment waarop de leesbril wordt aangeschaft.
  • Rond het 60ste levensjaar ontstaan vaak problemen bij met het zien in de verte. Twee van drie ouderen geven dan de voorkeur aan een bril die geschikt is om zowel dichtbij als veraf te kunnen zien (met multifocale glazen).
  • De Wereld Gezondheid Organisatie WHO schat in dat er in Nederland ongeveer 62.000 mensen van 40 jaar en ouder zonder bril of contactlenzen rondlopen, terwijl ze die eigenlijk wel nodig hebben. 
  • Een aandoening als staar treedt meestal pas boven de 60 op.
  • Bij een gehoorverlies van 35 decibel of meer heeft iemand een gehoorapparaat nodig. Volgens de Nationale Hoorstichting is dat het geval bij 25% van de 65-jarigen, 50% van 75-jarigen en 75% van de 85-jarigen. Desondanks draagt tweederde van de mensen die een gehoorapparaat nodig hebben er géén. 
  • Gehoorverlies kan vanaf het 30ste jaar beginnen. Verreweg de meeste mensen krijgen echter pas klachten boven de 70.
  • Bij vrouwen gaat het gehoorverlies langzamer dan bij mannen. Dat verschil kan oplopen tot 10 decibel. Vrouwen hebben meer kans om zonder gehoorapparaat oud te worden, of ze zijn pas op latere leeftijd aan zo’n apparaat toe.
  • Het gehoor kan sneller achteruit gaan door langdurige blootstelling aan lawaai, bijvoorbeeld op het werk, of door het gebruik van sommige geneesmiddelen.

 

[Kader]

Waar of niet waar?

  • Het gebruik van hoofdtelefoons kan doofheid veroorzaken
    Het gebruik van hoofdtelefoons op zichzelf niet. Wel als u het geluid langdurig veel te hard zet.
  • Veel naar een televisie- of computerscherm kijken is slecht voor je ogen
    Nee, dat is niet bewezen. Hetzelfde geldt voor lezen met te weinig licht: dat kan voor zover we nu weten ook geen kwaad.
  • Van een bril of lenzen op verkeerde sterkte worden je ogen slechter
    Niet waar; de ogen gaan daar niet van achteruit.
  • Vitamine B1 en B2 helpen om de achteruitgang van het zichtvermogen tegen te gaan.
    Nee. Regelmatig verschijnen in het nieuws berichten over vitamines die beter helpen horen of zien. Maar dat effect is nog van geen enkele vitamine (of ander supplement) wetenschappelijk aangetoond.
  • Als je minder goed ruikt, werkt je spijsvertering minder goed.
    Ook niet waar. De geur van eten zet het proces van spijsvertering mede in werking. Maar het is niet zo dat als je minder goed ruikt, de spijsvertering ook minder goed werkt.
  • Het dagelijks benoemen van geuren helpt om het reukvermogen scherp te houden.
    Hoewel dat niet bewezen is, ligt het wel voor de hand. Hetzelfde geldt voor het eten van ingrediënten met veel verschillende geuren en smaken.
  • Smaakverlies kan het gevolg zijn van een depressie
    Smaakverlies is geen klinisch symptoom van depressie. Maar het kan wel zo zijn dat iemand met een depressie minder zin heeft om te eten.
 

EEN TWEEDE LEVEN IN EEN BED AND BREAKFAST mei 6, 2009

Ingedeeld onder: 02 - ANBO Magazine — martevansanten @ 11:45 am

scannen0008

Leni Gerbrands (71) zette een contactadvertentie in Vizier, op zoek naar een nieuwe man. Twee jaar later heeft ze die nog steeds niet gevonden. Maar via de Bed & Breakfast die ze inmiddels begonnen is, ontmoet ze wel allerlei andere leuke mensen.

“Het was een vriendin die me twee jaar geleden op het idee bracht om een contactadvertentie in Vizier te zetten. Zij had dat al eerder gedaan, en daar een leuke vriend aan overgehouden. Dat wilde ik ook wel! Ik was op dat moment al veertien jaar alleen en wilde graag nog een tijdje met iemand samen zijn. Dat geldt trouwens nog steeds.

Ik schreef dat ik een geestverwant zocht, die het leuk zou vinden om een LAT-relatie te onderhouden. Drie reacties kreeg ik op mijn advertentie. De aardigste was van een man uit Friesland. Hij schreef me mooie brieven en ook aan de telefoon klikte het meteen. We hadden al afgesproken dat ik hem zou komen opzoeken, toen hij het plotseling toch liet afweten. Hij zocht nadrukkelijk iemand om mee samen te wonen, en dat zag ik niet zitten. Zeker niet in Friesland; daarvoor heb ik een te fijn sociaal leven in Amsterdam.

Met de andere twee reacties kon ik niets: één man was nauwelijks in staat te schrijven, de ander liet weten dat hij al een vrouw had gevonden. Daar was ik heel teleurgesteld over. Zozeer zelfs, dat ik geen pogingen meer heb ondernomen om iemand te ontmoeten. Maar het heeft me indirect wél gestimuleerd om mijn oude droom waar te maken: een Bed & Breakfast beginnen. Zo ontmoet ik toch een boel interessante, nieuwe mensen. Geen potentiële minnaars helaas. Maar wat niet is kan nog komen!

Het hele jaar door verhuur ik twee kamers in mijn appartement in Amsterdam-Noord. Vooral mijn ontbijtjes leg ik mijn ziel en zaligheid. Mijn leukste gasten tot nu toe? Dat waren twee Franse dames, moeder en dochter. Ondanks de taalbarrière – ik spreek alleen Engels – klikte het meteen. En stel je voor: ze hadden nog nooit een reiger gezien! Met hen heb ik nog een tijdlang contact gehouden.

Ik vind het heerlijk, om op deze manier iets voor anderen te kunnen betekenen. Natuurlijk, ik heb mijn familie en vrienden. Maar als alleenstaande vrouw op leeftijd ben ik in niemand’s leven meer nummer één. Door voor mijn gasten te zorgen voel ik me weer belangrijk.

Of ik nog dromen over heb? Ik kan me niets fijners voorstellen dan dat mijn dochter plotseling op de stoep staat. Daar heb ik namelijk al vijftien jaar geen contact meer mee. En ik zou het natuurlijk heerlijk vinden als ik alsnog die leuke man tegenkom. Oude kop  of niet, opgeven doe ik nooit.”

 

Leni’s Bed & Breakfast in Amsterdam heet BBNieuwendam. Wilt u op haar verhaal reageren, of een nachtje bij haar logeren? Mail haar dan op: leni_gerbrands@hetnet.nl.

 

LIEFDE GEVONDEN! april 20, 2009

Ingedeeld onder: 02 - ANBO Magazine — martevansanten @ 7:40 am

scannen

Mevrouw Suzanne Luyrink (69, weduwe) vond via Vizier een nieuwe vriend. Sinds hun eerste ontmoeting op 1 juni vorig jaar zijn zij en haar Koos van Evert (67) onafscheidelijk.

“Omdat ik me regelmatig erg eenzaam voelde, besloot ik eens op een contactadvertentie in Vizier te reageren. Op zoek naar een nieuwe liefde, want vriendinnen heb ik genoeg. Maar een maatje waarmee je de dagelijkse dingen kunt delen, dat miste ik echt.

Ik heb meerdere keren geschreven, zonder resultaat. Zodra ze hoorden dat ik aan een zware vorm van reuma lijd, renden de mannen meestal gauw weg. Kennelijk zagen ze het niet zitten om achter een rolstoel te lopen.

Anderhalf jaar geleden besloot ik op een stille, grijze zondagmiddag zelf een advertentie op te stellen. Wie niet waagt, die niet wint, toch? ‘Vrouw, gehandicapt door reuma, zoekt gezonde man voor een leuke latrelatie.’ Vol spanning wachtte ik af.

Al snel liet de ANBO weten dat er geen ruimte was om de tekst in het blad te plaatsen, en dat hij op internet zou komen. Reacties kwamen er niet. Daarmee was het verhaal klaar, dacht ik.

Tot er negen maanden later opeens vijf brieven op mijn mat vielen. Wat bleek? De advertentie was toch nog in het blad geplaatst! Ik had de moed al opgegeven dat ik nog iemand zou vinden. Des te blijer was ik met de onverwachte reacties.

De eerste brief was één groot verwijt over dat ik een gezonde man zocht. Maar ja, ik kan toch niet voor een ziek iemand zorgen? De tweede stond vol spelfouten, de derde wilde meteen bij me intrekken en de vierde woonde te ver weg.

Maar de vijfde? Die was raak! Koos schreef een aardig kattebelletje. Op 1 juni 2008 zouden we samen koffie gaan drinken, maar hij bleef meteen de hele dag. Het was van beide kanten liefde op het eerste gezicht.

Wat me in Koos aantrekt? Dat hij zo spontaan en vrolijk is. En zijn zorgzaamheid natuurlijk. Mijn hele leven heb ik altijd voor anderen klaar gestaan. Nu is hij er voor mij. Koos heeft me nieuwe moed gegeven. Ik lééf weer, ondanks alle pijn en ellende. Dat is meer dan ik ooit had durven hopen.
D
rie weken na dat eerste afspraakje bleef hij voor het eerst slapen. Best spannend natuurlijk, maar het voelde meteen vertrouwd. Vanaf dat moment zijn we onafscheidelijk. Met kerst hebben we samen een weekje in een zorghotel gelogeerd. En het volgende tripje staat alweer gepland.

Hoe gek ik ook op hem ben, aan samenwonen denk ik nog niet. Daarvoor is onze relatie nog iets te pril. Op latere leeftijd word je wat dat betreft misschien toch wat voorzichtiger. Aan de andere kant: wie weet wat de toekomst zal brengen? Ik zeg nooit nooit!”

 

WELKE VROUW DURFT HET AAN? maart 14, 2009

Ingedeeld onder: 02 - ANBO Magazine — martevansanten @ 10:03 am

scannen0019

Dhr. Piet ten Broek (80) uit Zaandam zoekt een vrouw om de laatste jaren van zijn leven gezellig samen door te kunnen brengen. Op zijn contactadvertentie in ANBO Magazine kreeg hij meer dan dertig reacties. Helaas zat ‘zij’ daar tot nu toe nog niet bij. 

“Volgens mij ligt het eraan dat ik geen auto heb. Genoeg vrouwen die naar een man op zoek zijn, maar dan moet hij wel naar haar toe komen. Tot een jaar of acht geleden deed ik nog veel op de brommer, maar dat gaat fysiek niet meer. Mijn leven lang heb ik de hele wereld rondgereisd. Nu lijkt het gebrek aan mobiliteit een nieuwe relatie te verhinderen. Het kan raar lopen.

In 2007 heb ik een contactadvertentie in Vizier geplaatst. Waarom? Ik ben 25 jaar geleden gescheiden en wil graag nog een paar jaar met iemand samen zijn. Gewoon, met z’n tweeën televisie kijken en een beetje kletsen, dat is eigenlijk al genoeg. Het zou ook leuk zijn als we af en toe samen een uitstapje met de bus kunnen maken. Met een vrouw gaan winkelen vind ik trouwens ook heel gezellig. Er zijn vast niet veel mannen die dat zeggen!

De vrouwen die op mijn advertentie reageerden heb ik allemaal gebeld. Bij sommige wist ik aan de telefoon al dat het niets zou worden. Eén zei: je praat teveel. Dat vond ik toch zo’n raar argument. Mijn vier dochters plagen me er altijd mee dat niemand er bij mij ooit een woord tussenkrijgt. Maar in dat geval vond ik het minder grappig. 

Uiteindelijk heb ik met zes vrouwen afgesproken. Helaas is het met allemaal bij één afspraakje gebleven. Er was gewoon geen klik. Of we hadden verschillende verwachtingen. Eén dame wilde dat ik voor haar zou koken, maar dat kan ik helemaal niet. Een ander ging er vanuit dat ik bij een etentje alles voor haar zou betalen. Nu ben ik best bereid in een relatie te investeren, maar bij een eerste afspraakje is het redelijk om de kosten te delen, toch?

Natuurlijk vind ik het jammer dat ik ‘de ware’ nog niet heb gevonden. Maar ik geef de moed niet op. Voor mijn 80ste verjaardag hebben mijn kinderen me een nieuwe computer gegeven, waarmee ik kan emailen. Ik heb zelfs een oproepje op de website van ANBO gezet! Wat daarin staat? Dat ik een niet-rokende vrouw tussen de 70 en 78 zoek, die net als ik huiselijk is ingesteld. Graag uit Zaandam of omgeving, want dan kan de auto in ieder geval geen obstakel meer vormen. Dus dames, wie durft het aan?”

Wilt u op Piets oproep reageren? Stuur hem dan een mailtje via ptenbroek@telfort.nl.