
Diabetespatiënten die thuis hun bloedsuikerspiegel kunnen meten. Galblaasoperaties die door een ‘sleutelgat’ in de buik worden uitgevoerd. Computerprogramma’s die afwijkingen in cellen herkennen en zo bijdragen aan het stellen van een goede diagnose. Het zijn slechts een paar voorbeelden van instrumenten die de gezondheidszorg de afgelopen jaren efficiënter en veiliger hebben gemaakt. Maar er kan nog zoveel méér. Een stimuleringsprogramma waarin onderzoekers, het bedrijfsleven en zorgverleners samenwerken moet daarvoor gaan zorgen.
Door de vergrijzing is er over 20 jaar 10% minder personeel op de arbeidsmarkt, terwijl de vraag naar zorg met 30% toeneemt, zo is de verwachting. Simpel gezegd: er komen minder handen aan meer bedden. Met dat in het achterhoofd wordt hard gezocht naar methoden om de gezondheidszorg ook in de toekomst bemensbaar en betaalbaar te houden. Eén manier om dat te doen, is door nieuwe instrumenten te ontwikkelen. Instrumenten die ziektes helpen voorkomen, of vroeg opsporen. Instrumenten om zieke mensen sneller en efficiënter te behandelen. En instrumenten die ervoor zorgen dat chronisch zieken en gehandicapten – al dan niet met behulp van een mantelzorger – hun zorg zelf thuis kunnen regelen.
Stimulans
In Nederland wordt veel wetenschappelijk onderzoek gedaan naar medische instrumenten. Op sommige terreinen lopen we wereldwijd zelfs voorop. Iets op trots op te zijn, ware het niet dat al die kennis lang niet altijd concrete producten oplevert voor de gezondheidszorg. Een gemiste kans, meent Gerrit van Ark. Hij is secretaris van het programma Nieuwe Instrumenten voor de Gezondheidszorg, een initiatief van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO), dat verandering in die situatie wil brengen. Van Ark: “De bedoeling is om onderzoeksinstituten en het bedrijfsleven in een bepaalde regio te stimuleren om samen nieuwe instrumenten te gaan ontwikkelen. Zij kunnen daarvoor subsidie aanvragen bij NWO.”
Voorsprong
Het aantal gebruikte instrumenten in de gezondheidszorg is ontelbaar. Vandaar dat ervoor is gekozen om het programma te beperken tot die gebieden, waarop Nederland al een kennisvoorsprong heeft. Van Ark: “Het is gemakkelijker geld te verdienen met dingen waar je goed in bent dan dingen waar je slecht in bent. Kijkoperaties zijn daar een voorbeeld van. Door daarvoor nieuwe instrumenten te ontwikkelen, kunnen we in de toekomst mogelijk hartoperaties via de slokdarm uitvoeren. Of een loszittende heupprothese via een klein gaatje in de huid vastzetten, in plaats van met een ingrijpende operatie.”
Extramurale zorg – oftewel: zorg buiten het ziekenhuis – is nog zo’n onderwerp waarop Nederlandse onderzoekers het goed doen. Ook daar valt volgens Van Ark nog een wereld te winnen. “Denk aan apparaatjes waarmee de patiënt zelf kunt controleren of zijn medicijnen goed zijn ingesteld. Of waarmee je thuis een hartfilmpje kunt maken, dat vervolgens via de computer naar de behandelend arts wordt gestuurd. Het mes snijdt daarbij aan twee kanten: de kwaliteit van leven van de patiënt neemt toe, en hij hoeft een minder groot beroep te doen op professionals.”
Recessie
Voor al die projecten is veel geld nodig. 9 miljoen euro om te beginnen, gefinancierd door de overheid en het bedrijfsleven. Dat bedrag moet de komende jaren verder uitgroeien, tot zo’n 100 à 150 miljoen. Een realistische verwachting, middenin een economische recessie?
”Het geld ligt momenteel niet voor het oprapen”, beaamt Van Ark “Natuurlijk baart me dat zorgen. Aan de andere kant: we moeten juist nu investeren om de economie weer uit het slop te trekken. Zo’n programma als dit is daar bij uitstek geschikt voor. Het creëert werk, bevordert de export én draagt bij aan een betaalbare gezondheidszorg.”
Bruikbaar
Het LUMC is één van de onderzoeksinstituten dat nauw bij Nieuwe Instrumenten betrokken is. Prof. dr. ir. Hans Reiber, hoogleraar medische beeldvorming en voorzitter van het programma, is heel blij met het initiatief. “Nog niet zo lang geleden was deze vorm van samenwerking tussen wetenschappers en bedrijven onbespreekbaar. Fundamenteel onderzoek, daar draaide het op de universiteit om. Maar tegenwoordig vinden veel onderzoekers een wetenschappelijk artikel alleen niet meer voldoende. Ze willen iets ontwikkelen dat maatschappelijk nuttig is, en dat in de praktijk wordt gebruikt. Daarvoor heb je het bedrijfsleven hard nodig.”
Het klinkt veelbelovend, wetenschappers en zakenlieden die samen aan de slag gaan om nieuwe producten te bedenken. Maar bestaat daarmee niet het gevaar dat er alleen nog instrumenten ontwikkeld worden waar geld aan te verdienen is, en niet waar patiënten het meest bij gebaat zijn?
“Dat is zeker een punt van aandacht”, aldus Reiber’s collega prof. dr. Hans Tanke, hoogleraar moleculaire celbiologie. “Vandaar dat we vanaf het begin zorgverleners bij het programma hebben betrokken. Je moet het zo zien: als artsen de instrumenten niet willen gebruiken, kan het bedrijfsleven er ook geen geld aan verdienen.”
Eindeloos
Een praktisch bruikbaar resultaat; dat is waar het volgens Tanke uiteindelijk allemaal om draait. “Over tien jaar moet er een lijst liggen met nieuwe instrumenten, die zonder dit programma nooit ontwikkeld hadden kunnen worden.”
Reiber en Tanke zijn van plan daar zelf een belangrijke bijdrage aan te leveren. Niet alleen zijn beide actief in de organisatie van het programma. Ze zullen ook – samen met andere onderzoekers en bedrijven – elk op hun eigen terrein verschillende projectvoorstellen indienen.
De technische ontwikkelingen gaan zo snel, dat de mogelijkheden daarvoor schier eindeloos zijn. Kijk bijvoorbeeld naar borstkanker. Elk jaar wordt bij duizenden vrouwen van boven de 50 een mammogram gemaakt om eventuele tumoren op te sporen. Omdat de borst voor de foto platgedrukt wordt, is dat vaak een pijnlijke aangelegenheid. Bovendien komt er gevaarlijke röntgenstraling bij vrij. In de toekomst is het misschien mogelijk een ‘fotoakoestisch’ mammogram te maken, waarbij in plaats van straling een combinatie van licht en geluid wordt gebruikt. Die methode is veel minder belastend voor de patiënt en levert nog duidelijker beelden op ook.
Beeldverwerking
De hoogste verwachtingen hebben Reiber en Tanke van de projecten op het terrein van medische beeldverwerking. Dat is de wetenschap die afbeeldingen zo bewerkt dat een arts er meer mee kan. Reiber: “Daarin lopen we in Nederland echt voorop.”
Reiber kan talloze voorbeelden noemen waarbij de inzet van medische beeldverwerking concrete tijdwinst en een beter resultaat oplevert. “Neem een patiënt met een uitstulping in een hersenvat, een aneurysma. Om te voorkomen dat het vat scheurt en er een hersenbloeding ontstaat, kun je het vullen met coils, een soort spiraaltjes. Dit is een tijdrovende klus, waarbij veel röntgenstraling bij wordt gebruikt. Bovendien is van te voren niet duidelijk of de zwakke plek wel met een katheter kan worden bereikt. Door vooraf met een MRI of CT-scan beelden van het vaatstelsel te maken, kan de interventieradioloog de vorm en het volume van het aneurysma en het kathetertraject nauwkeurig bepalen en zo inschatten of de ingreep haalbaar is. Dat maakt zo’n operatie minder langdurig en risicovol.”
Begrijpen
Onderzoekers, bedrijven, beleidsmakers, zorgverleners: ze hebben allemaal hun eigen wensen als het om de ontwikkeling van nieuwe instrumenten gaat. De een wil een technisch probleem oplossen, de ander geld verdienen, de derde meer succesvolle operaties verrichten. “Alleen door veel met elkaar te praten kom je tot een gezamenlijke aanpak”, aldus Tanke. “Simpel is dat zeker niet. Maar dat we nu met z’n allen om de tafel zitten zorgt ervoor dat we elkaar beter leren begrijpen. Uiteindelijk komt dat ook de patiënt ten goede.”
Voor meer informatie over het programma Nieuwe Instrumenten voor de Gezondheidszorg, kijk op www.nwo.nl/nig.
[Kader]
Nieuwe instrumenten voor de gezondheidszorg in het kort
-
Wat is het doel van het programma?
Nieuwe instrumenten voor de gezondheidzorg ontwikkelen, die een bijdrage leveren aan het voorkomen, het vaststellen of het behandelen van ziekten, of die de zorg voor ouderen, chronisch zieken en gehandicapten verbeteren.
-
Waarom is dat belangrijk?
Om gezonde en zieke mensen een betere kwaliteit van leven te geven. Om de zorg in de toekomst betaalbaar en bemensbaar te houden. Om de betrokken partijen beter te laten samenwerken. Om de economie te stimuleren en om een impuls te geven aan de innovatie en de werkgelegenheid in de sector.
-
Op welke terreinen worden er nieuwe instrumenten ontwikkeld?
Minimaal-invasieve technieken, medische optiek en akoestiek, medische beeldverwerking, hoge precisie instrumentatie en veilige extramurale zorg.
-
Wie doen er mee?
De overheid, diverse onderzoeksinstituten en het bedrijfsleven. Verder worden er ook vertegenwoordigers uit de zorg zelf (artsen, thuiszorg, patiënten etc.) bij het programma betrokken.
-
Hoeveel kost het?
Het startbudget is 9 miljoen euro. In 2010 wordt 100 miljoen euro subsidie aan de overheid gevraagd, te financieren vanuit het Fonds Economische Structuurversterking.
-
Om hoeveel projecten gaat het?
De verwachting is dat er in 2009 40 à 60 subsidieaanvragen voor de ontwikkeling van nieuwe instrumenten worden ingediend. Daarvan zullen er waarschijnlijk 15 à 20 worden gehonoreerd.
-
Hoe lang loopt het programma?
In 2009 starten de eerste projecten. In totaal zal het programma tussen de vijf en tien jaar duren.