Marte van Santen

Freelance journaliste en schrijfster

DE RELATIESCHIJF VAN VIJF juni 18, 2008

Ingedeeld onder: 06 - Feliz — martevansanten @ 2:32 pm

Tijdens haar studie psychologie viel het Blanca van den Brand (31) op dat als er over relaties werd gesproken, het vooral ging om lichamelijke afwijkingen en rare seksuele behoeftes. “Interessant”, aldus Blanca, “maar ik wilde graag gewone mensen helpen een liefdevoller leven te leiden”. Ze ging op zoek naar boeken over het onderwerp. Tot haar verbazing vond ze die niet. En dus besloot ze er zelf een te schrijven. Dat werd De liefde bedrijven, een no-nonsene aanpak om je relatie op een hoger niveau te tillen.

Passie

Blanca van den Brand houdt kantoor in een prachtig oud pand aan een van de statige Amsterdamse grachten. Daar runt ze sinds een aantal maanden een succesvolle praktijk voor relatietherapie. Ongelukkige stelletjes nemen plaats in haar roze en rode spreekkamer, maar ze organiseert ook groepworkshops met inspirerende titels als Re-latie-animatie en Strip-tease je ziel. Tussendoor werkt ze aan twee nieuwe boeken en zijn er plannen voor een televisieprogramma. Het is duidelijk dat Blanca haar passie gevonden heeft.

 

Wat betekent dat voor jou, leven met passie?

Voortgedreven worden. Iets doen dat geen energie kost, maar energie gééft. Voor mij is dat mensen enthousiasmeren voor een leven met liefde. Na de seksuele revolutie is het nu tijd voor een liefdesrevolutie. Spreek je over relatieproblemen, dan gaat het tegenwoordig al gauw over seks. Mensen die niet kunnen of willen vrijen met elkaar. Maar problemen tussen de lakens zijn mijns inziens niet de oorzaak, maar de uiting van een probleem. In bed wordt een mentale strijd uitgevochten. Als je als een ijskonijn aan het ontbijt zit en als een Brutus aan het diner, kun je niet verwachten dat de dag een spetterend seksueel einde krijgt. We moeten met z’n allen wat aardiger voor elkaar worden. De liefde bedrijven met de kleren aan, noem ik dat. Als we dat doen, komt het met de seks vanzelf ook wel goed.

 

Hoe kan ik leren met net zoveel passie te leven als jij?

Door je hart volgen, door je voelsprieten altijd open te hebben staan, door goed naar je lichaam te luisteren. Je emoties geven prima aan of je op de goede weg bent of niet. Baseer je je keuzes op passie en liefde, dan word je beloond met positieve gevoelens zoals genot, plezier en blijdschap. Maar ga je de verkeerde kant op, dan word je onmiddellijk ‘gestraft’. Met twijfel, onzekerheid en angst.

 

Wat nu als ik niet het zelfvertrouwen heb om mijn gevoel te durven volgen?

Maak jezelf niet te belangrijk; je bent maar één klein pionnetje in het onmetelijke spel van het bestaan. Mensen hechten veel te veel waarde aan wat de buitenwereld van hen denkt. Alsof de gehele mensheid je continu in de gaten houdt en oordelen over je velt. Mooi niet dus! Nog een tip: wees je ervan bewust dat het leven zo mooi of zo lelijk is als je het zelf maakt. De ene toerist ziet in Amsterdam vooral zwerfvuil en hondenpoep, de andere prachtige gevels en glinsterende grachten. Het hangt er maar vanaf door welke bril je kijkt. Als je je dat realiseert, kun je er ook voor kiezen een andere op te zetten.

 

Hart en hoofd

Als je Blanca haar boek moet geloven, is het treurig gesteld met de moderne mens. We zijn begerige wezens, altijd verlangend en zelden tevreden. We zoeken vervulling in dingen buiten onszelf en geloven dat bepaalde producten de magische kracht bezitten ons gelukkig te stemmen. Het maakt ons vatbaar voor verslaving, hebzucht, depressie en chronische onvrede. Het maakt ons leven, absurd, monotoon en oppervlakkig.

 

Is het echt zo treurig gesteld?

In mijn beleving kan het in ieder geval stukken beter! De boog staat constant gespannen. We willen altijd maar meer, meer, meer, omdat ons hoofd zegt dat we daarvan gelukkig worden. Het tegendeel is echter waar. Kijk maar hoeveel mensen ziek worden of overspannen raken. De oplossing ligt erin beter te leren luisteren naar ons hart. We moeten weer vertrouwen krijgen in onze interne raadgever. Ons hart heeft een intuïtie die ver uitstijgt boven de kracht van de menselijke rede.

 

Hoe vertaalt zich dat naar de liefde?

Vandaag de dag staat het verstand veel hoger aangeschreven dan het gevoel. Mensen die zich door hun emoties laten leiden worden als vage, zweverige types gezien. Maar voor een duurzame relatie heb je allebei nodig. In de juiste volgorde wel te verstaan. Geef éérst ruimte aan je hart in de vorm van verliefdheid en laat de liefde vervolgens wortel schieten in je hoofd.

 

Hoe zorg je ervoor dat verliefdheid in duurzame liefde overgaat?

‘Houden van’ is geen plotselinge emotie die zich als bij toverslag aandient, zoals verliefdheid. Liefde is een goed doordacht besluit tot commitment, een actie, een keuze. Mijns inziens doorlopen we allemaal vier fasen in onze relatie: tast, test, storm en norm. De ontmoeting luidt de tastfase in. Daarin geniet je als twee onbekenden van elkaar. In de testfase ga je geestelijk met de billen bloot. Je onderwerpt elkaar onbewust aan allerlei tests. Je hoofd – dat door de verliefdheidshormonen tijdelijk in slaap was gesust – wordt weer wakker. Voor het eerst ontdek je verschillen tussen elkaar. Eerst vond ze hem ambitieus, nu overwerkt. Hij vond haar zo heerlijk spontaan, nu eerder hysterisch. Die nieuwe kijk op elkaar leidt tot de volgende fase: die van de storm. Irritaties, meningsverschillen en ruzies dienen zich aan Een midlovecrisis noem ik dat. De balans wordt opgemaakt. Is de relatie de moeite waard? Gaan we ervoor of gaan we er vandoor? Blijf je samen, dan kom je tenslotte in de normfase terecht. Je krijgt de unieke kans om je relatie bewust op te bouwen en zo in te richten als je  dat zelf wit. Het is een verstandelijke én een verstandige keus om er helemaal voor te gaan.

 

Na hoeveel tijd treedt zo’n midlovecrisis meestal op?

Aan het eind van de verliefdheid, dus dat verschilt per stel. Overigens wil ik benadrukken dat het iets positiefs is, zo’n crisis. Het is immers een mogelijkheid tot groei, om je affectie voor elkaar tot diepe liefde te laten ontwikkelen. Het goddelijke beeld dat je van elkaar hebt als je verliefd bent moet worden teruggebracht tot menselijke proporties. Alleen dan kun je oprecht en vol overtuiging zeggen: ondanks je nukken en gekke gewoontes kies ik voor jou, ik zal je liefhebben tot ik erbij neerval. Die bewuste keus, dát is echte liefde.

 

Als liefde niet meer is dan een bewuste keus, wat is dan nog het verschil met vriendschap?

De emotionele beloning is bij liefde groter. Vriendschap is ook een bewuste keus, maar daarbij is er sprake van meer afstand. De intimiteit tussen partners maakt de beleving voller, completer, heftiger.

 

Vind je dat mensen na een crisis over het algemeen te snel uit elkaar gaan?

Eerlijk gezegd wel. Misschien niet bij die eerste midlovecrisis, maar er doen zich natuurlijk meer moeilijke periodes voor in een relatie. Wat mij betreft wordt dan te vaak de makkelijke uitweg van een  scheiding gekozen. Zeker als er kinderen in het spel zijn ben ik daar echt op tegen. Eigenlijk zouden alle stellen elk jaar opnieuw een gelofte moeten afleggen om bij elkaar te blijven, of je nu getrouwd bent of niet. Maak de balans van je relatie op, bepaal samen hoe je ervoor staat en bekijk wat je  afzonderlijk en samen kunt doen om de liefde levendig te houden. Op die manier voorkom je dat je na een paar jaar ‘opeens’ bedrogen uitkomt.

 

Is het soms niet moeilijk energie in elkaar te blijven steken, bijvoorbeeld als je jonge kinderen hebt?

Dan klinkt het net alsof het heel zwaar werk is, maar dat is het helemaal niet! Het gaat juist om de kleine dingen: een knipoog, een streling, een belangstellende vraag, een bloemetje. Ga ’s avonds dicht tegen elkaar zitten in plaats van in twee uithoeken van de bank. Zoveel tijd en energie kost dat niet. Maar het levert wel veel op.

 

Schijf van vijf

De keuzes die we maken, het gedrag dat we vertonen, ja zelfs ons karakter worden in Blanca’s ogen door drie zaken bepaald: onze instincten, onze verlangens en onze noden. De bevrediging daarvan drijft ons in alles wat we doen. In eerste instantie draait het om overleven: een dak boven je hoofd, voldoende eten, een gezond lichaam. We bevinden ons dan op het basisniveau van de instincten. Zodra die zaken veilig zijn gesteld willen we méér. We proberen dan onze verlangens te bevredigen, zoals een duur huis, een snelle auto en een zo hoog mogelijke status. Helaas blijven we maar al te vaak op dat materiele niveau hangen, aldus Blanca. Terwijl daar slechts kortstondig genot en geen langdurige tevredenheid te behalen valt. “Pas als we door onze verlangens heen breken, ligt de weg open naar vervulling en gelukzaligheid.” Dat kan alleen door je emotionele noden te vervullen.

 

Waarom is het zo slecht je verlangens te willen verwezenlijken?

Omdat dat een schijnvoldoening geeft. Het verlangen zelf is vaak mooier dan het hebben. Oftewel: het bezit van de zaak is het einde van het vermaak. Als je niet uitkijkt kom je in een vicieuze cirkel terecht. Je wordt steeds veeleisender en ontevredener. Het ene verlangen wordt simpelweg ingeruild voor een ander. Bovendien willen we niet alleen tevreden zijn, maar ook nog eens gelukkiger dan onze medemens. Die competitie bemoeilijkt de zaak aanzienlijk: het leidt de aandacht van jezelf af. Met als gevolg dat we welzijn verwarren met welvaart. Niet hoe je je voelt, maar wat je hebt is dan het motto.

 

Je zegt in je boek dat we ons massaal schuldig maken aan ‘noodbevrediging’. Wat bedoel je daarmee?

Het bevredigen van verlangens is slechts een noodoplossing. We doen dat omdat we geen werkelijke behoeftebevrediging kunnen vinden. Verlangens, wensen en begeertes zijn slechts oppervlakkige uitingen van onze dieperliggende, emotionele behoeftes: onze noden.

 

Hoe kom je erachter wat ‘valse verlangens’ zijn en wat je echt gelukkig kan maken?

In de kern willen we allemaal hetzelfde: gelukkig zijn met wie we zijn en wat we hebben. Om dat te bereiken, hebben we behoefte aan aandacht, acceptatie, respect, waardering en vrijheid. Ik noem dat graag de relatieschijf van vijf, als tegenhanger van de voedingschijf van vijf. Net als dat je gevarieerd moet eten om je lichaam gezond te houden, moet je die vijf ‘noden’ voeden om je geestelijk lekker te voelen. Maar omdat dingen als aandacht en respect niet tastbaar zijn, grijpen we voor onze bevrediging vaak naar meer concrete zaken. We proberen behoeftes te bevredigen in de materialistische sfeer, terwijl we het materiele juist te boven moeten komen om langdurig tevreden te kunnen zijn.

 

Het klinkt mooi, zo’n relatieschijf van vijf, maar hoe pas je die in het dagelijkse leven toe?

Dat is makkelijker dan je denkt. Neem bijvoorbeeld aandacht. Iedereen wil zichtbaar zijn en gehoord worden. Dat hebben we nodig om ons goed te voelen over onszelf. Trek daarom elke dag de nodige tijd voor elkaar uit. Raak en kijk elkaar zo vaak mogelijk aan. Zoen elkaar gedag. Toon belangstelling, informeer naar elkaar. Alleen als je je in elkaar verdiept, kan de relatie zich verdiepen. Ander voorbeeld: acceptatie. Je kunt pas echt liefhebben als je je partner accepteert. Neem je partner zoals die is, los van je eigen wensen, verwachtingen en onzekerheden. Acceptatie verandert niet wat is, het verandert jou. Dat maakt het grote verschil.

 

Wat als partners zich in een verschillend tempo ontwikkelen, als de één nog met het vervullen van verlangens bezig is en de ander zich al op het niveau van de emotionele noden bevindt?

Ieder moet zijn eigen weg zoeken, in zijn eigen tempo. Dat je daarin gelijk op zou kunnen gaan is een illusie. Dat geeft ook helemaal niet, zolang je dat maar weet en accepteert van elkaar. Zorg ervoor dat je elkaar niet afstraft en tenietdoet, maar juist stimuleert in die zoektocht.

 

De vijfde ‘nood’ in de relatieschijf is vrijheid. Is dat niet in strijd met het principe van bewust  kiezen voor commitment?

Integendeel! Je hebt een bepaalde mate van vrijheid, van autonomie nodig om helemaal jezelf te kunnen zijn. En pas als je echt jezelf bent, kun je belangeloos liefde geven aan een ander, kun je uitgroeien tot het mooiste van jezelf. Het bereiken van intieme vrijheid is wat mij betreft het ultieme doel in een relatie. Daar bedoel ik mee: de perfecte balans tussen wederzijdse afhankelijkheid en individuele onafhankelijkheid. Naarmate je elkaar meer aandacht, acceptatie, respect en waardering geeft, groeit zowel de intimiteit als het vertrouwen in elkaar. En des te groter het vertrouwen, des te meer ruimte er ontstaat om elkaar vrij te laten.

 

Je koppelt het vinden van geluk direct aan het bevredigen van elkaars behoeften in een relatie. Kun je als alleenstaande dan nooit al je noden bevredigen?

Natuurlijk wel. Sterker nog, dat móet. Je bent eerst een individu, en dan pas een stel. Je bent en blijft zelf eindverantwoordelijk voor je eigen geluk. Als je niet van jezelf houdt, kan een ander je nog zoveel geven, maar dat is dan nooit genoeg. Idealiter moet de bijdrage van je partner een extraatje zijn, een toefje op je eigen liefdestaart.

 

Streetfight

Wat het leven volgens de relatieschijf van vijf lastig maakt, is dat mensen bang zijn geworden om hun emotionele behoeften te laten blijken. Er rust volgens Blanca zelfs een waar taboe op. Zeg dat je aandacht te kort komt of wel eens een complimentje wilt en je wordt al gauw voor egoïst versleten. “Fout!”, zegt Blanca. “Altruïsme en egoïsme zijn twee kanten van dezelfde medaille. De een kan niet zonder de ander. De truc is beide op een positieve manier te verenigen.” Altruïstisch egoïsme noemt ze dat: het streven naar eigen geluk door goed te doen via anderen, en niet ten koste van anderen.

 

Wat is het gevaar als iemand niet op tijd zijn emotionele behoeften aan zijn partner kenbaar maakt?

Als je je emotioneel onvoldaan voelt, raak je teleurgesteld en gefrustreerd. En omdat ons van jongs af aan geleerd is niet om aandacht of waardering te vragen, zoek je andere manieren om die dingen toch af te dwingen. In de basis zijn daar twee manieren voor: je gedraagt je aanvallend of agressief, of je wordt verdedigend en passief. Beide zijn vormen van manipulatie en beide zijn op hun eigen manier even destructief. Streetfight noem ik dat. De ellende van streetfight is: het werkt niet. Door je  vervelende gedrag krijg je namelijk steeds minder van waar je eigenlijk zo’n behoefte aan hebt. Geef je negatieve energie, dan krijg je immers ook negatieve energie terug.

 

Zo klinkt het niet alsof mensen die slecht behandeld worden door hun partner daar zelf schuld aan hebben.

Niemand vraagt er bewust om uitgescholden of geslagen te worden. Maar ik ben er wel van overtuigd dat waar twee vechten, ook twee schuld hebben. Geen dader zonder slachtoffer. Je bent kortom minimaal medeverantwoordelijk. Als je niet uitkijkt verval je als partners in vaste rollen, waarbij de een steeds op dezelfde, negatieve manier op de ander reageert. Elke aanval lokt een tegenaanval uit. Voor je het weet kom je in een neerwaartse spiraal terecht. De truc is dat patroon te herkennen en zo snel mogelijk te doorbreken.

 

Hoe doe je dat?

De liefde laat zich niet forceren, chanteren of manipuleren. De sleutel ligt niet bij de ander, maar bij jezelf. Als jij je gedrag ten positieve verandert, krijg je een positieve reactie terug.

 

Is dat ook wat je bedoelt met ‘liefde bedrijven met de kleren aan’?

Precies! Tijd en aandacht zijn de meest kostbare geschenken die je iemand kunt geven. Kleine, positieve bijdragen leveren aan iemands anders’ welzijn en geluk, dat is waar de liefde feitelijk om draait. EER je partner op alle mogelijke manieren: door in je relatie te invest-EREN, door hem of haar te accept-EREN, te respect-EREN, te waard-EREN en te stimul-EREN.

 

Mijn partner wordt daar vast heel blij van, maar hoe helpt dat mijn eigen geluk?

Als je investeert in de behoeftebevrediging van je partner, investeer je automatisch ook in je eigen behoeftebevrediging. Je wekt liefde door liefde te geven, je verdient waardering door waardering te hebben. Je ontvangt kortom wat je geeft.

 

Welke rol speelt het de liefde bedrijven met de kleren uit, ofwel seks, bij het –EREN?

Seks kan zorgen voor lichamelijke versmelting, maar niet voor geestelijke eenwording. Ik bedoel daarmee te zeggen: seks is een momentopname. Na afloop vallen de lichamen uit elkaar en is de afstand weer net zo groot als daarvoor. In mijn praktijk komen regelmatig mensen die een geweldig seksleven, maar voor de rest een rotrelatie hebben. ‘Konden we maar voor altijd in bed blijven’, zeggen ze dan. Maar zo werkt het niet. Hoe meer emotionele intimiteit er tussen jou en je partner is,  hoe vrijer je je voelt en hoe meer plezier en genot je de ander gunt. Dat komt je seksleven absoluut ten goede. Maar andersom werkt dat helaas niet.

 

Is iedereen in staat die ‘utopische’ staat van liefde te bereiken?

In principe wel. Willen is kunnen, zeg ik altijd. Maar het vereist wel lef. Je moet durven geven voor er iets te nemen is, durven investeren voordat er iets te innen valt. Heb het lef jezelf een relationele spiegel voor te houden, verantwoordelijkheid te nemen voor je eigen ‘streeghtfightergedrag’ en dat te veranderen. En vergeet vooral niet aan je partner duidelijk te maken waar je zelf behoefte aan hebt. Is aandacht voor jou een kusje op je voorhoofd of een diepzinnig gesprek? Wil je gewaardeerd worden voor je kookkunst of voor de mentale steun die je je partner geeft? Laat het hem of haar weten!

 

Over utopie gesproken: hoe staat het met je eigen relatie?

Uitstekend. Ik kan uit ervaring gerust zeggen dat mijn Schijf van vijf in de praktijk werkt. Het ultieme bewijs? Ik heb een 5-sterrenrelatie en ga voor het gouden huwelijk…!

 

Meer informatie over Blanca’s boek ‘De liefde bedrijven’ vindt u op www.deliefdebedrijven.nl. Voor informatie over praktijk voor relatietherapie, zie: www.insightorout.nl.

 

 

BEWUST ETEN VOOR EEN BETER MILIEU juni 18, 2008

Ingedeeld onder: 06 - Feliz — martevansanten @ 1:53 pm

Bij de woorden ‘voeding en milieu’ denkt u misschien aan het mestoverschot door intensieve veehouderij, aan het gebruik van bestrijdingsmiddelen, of aan de enorme hoeveelheid – vaak overbodig – verpakkingsmateriaal. Maar energieverbruik door eten? Daar kunnen de meeste mensen zich niets bij voorstellen.

Wanneer u een product aanschaft, is daar al heel wat energie voor verstookt. Neem bijvoorbeeld broccoli uit Spanje. De groente wordt geteeld en verpakt en in gekoelde vrachtauto’s naar Nederland of België vervoerd. Vervolgens neemt u de broccoli mee naar huis, bewaart u hem mogelijke enige dagen in de koelkast en bereidt u er een maaltijd van. Dat kost allemaal energie.

Een derde van alle milieubelasting die consumenten veroorzaken is het gevolg van hun voeding. Het gebruik van energie is daar een belangrijk – en vaak onderschat – onderdeel van. Door ‘klimaatvriendelijk’ te eten kunt u jaarlijks 570 kilo CO2-uitstoot besparen. Dat is vergelijkbaar met 3000 kilometer autorijden of bijna vier jaar de was doen!

 

Direct en indirect

Om een lekkere maaltijd op tafel te zetten is energie nodig. Slechts 10 à 15% daarvan is directe energie: energie die je als consument gebruikt om voedsel aan te schaffen en te bereiden. Denk aan de benzine om naar de supermarkt rijden of het gas dat u verstookt om het eten te koken. De andere 85 à 90% is indirecte energie: energie die nodig is voor de productie, het transport, het verwerken, het verpakken en eventueel het gekoeld bewaren van voedingmiddelen. Indirecte energie wordt ook wel ‘verborgen’ energie genoemd, omdat voor een consument niet goed zichtbaar is hoeveel daarvan wordt verbruikt. Onzichtbaar of niet, u  kunt de hoeveelheid indirecte energie wel beïnvloeden door de etenswaren die u kiest en de manier waarop u die bewaart en bereidt.

 

<Kadertje>

Indirecte energie wordt uitgedrukt in megajoules (MJ). De indirecte energie van één kilo sla uit een kas is bijvoorbeeld 50 megajoules per kilogram (MJ/kg). Het telen van sla in de openlucht kost daarentegen maar 3 MJ/kg. Met een bewuste productkeus is kortom veel (milieu)winst te behalen.

 

Minder dierlijke producten

Ieder mens heeft eiwitten nodig. Die zitten in dierlijke producten zoals vlees, vis en kaas. Maar ook plantaardige producten zoals granen, noten, peulvruchten en soja bevatten veel eiwitten. Een gemiddelde consument krijgt een overvloed aan eiwitten binnen, wel 40% meer dan hij  nodig heeft. Voor de gezondheid kan dat geen kwaad, maar als die eiwitten afkomstig zijn van een dierlijke bron leveren ze wél extra milieuvervuiling op. Het maken van dierlijke producten kost namelijk veel energie. Dat komt omdat vee plantaardig voer nodig heeft; zij zijn dus ‘dubbel belastend’ voor het milieu. Bovendien produceren koeien bij het herkauwen methaangas. Door middel van hun winden komt dat in de atmosfeer. Je staat er misschien niet bij stil, maar de veeteelt draagt op die manier actief bij aan het broeikaseffect.

Met z’n allen eten we steeds meer vlees. Was dat in 1960 nog zo’n 70 gram (rauw gewicht van vlees en vleeswaar samen), tegenwoordig eten we gemiddeld 109 gram per persoon per dag. Door wat minder vlees te consumeren spaart u uw portemonnee én het milieu. Er zijn voldoende smakelijke en eiwitrijke alternatieven voor handen. Rijst met linzen bijvoorbeeld, of erwtensoep met roggebrood. Ook granen met noten of zaden bevatten volwaardige eiwitten, zoals brood met zonnebloem- of pompoenpitten, mueslibrood en ontbijtgranen. Kunt u uw eitje of dagelijkse portie kaas niet missen? Maak dan eens een combinatie van plantaardige en dierlijke producten. Een lekkere salade met avocado en ei is een goede suggestie. Of serveer kikkererwten met feta, of een groentestoofschotel met yoghurtsaus.

Kiest u voor kant-en-klare vleesvangers, let er dan op dat daar niet teveel dierlijke ingrediënten in zitten, zoals melk, wei, kaas of eiwit van kippeneieren. Die veroorzaken namelijk een relatief grote milieubelasting. Over eieren gesproken: als op de verpakking staat vermeld dat het maïs- of viergraneneieren zijn, komen ze mogelijk uit de legbatterij. Die naam verwijst namelijk naar het voer, niet naar de leefomstandigheden.

 

Vrachtauto, boot of vliegtuig

In Nederlandse en Belgische supermarkten is tegenwoordig het hele jaar voedsel uit alle windstreken te krijgen. Van aardbeien in de winter kijkt niemand meer op. En allerlei exotische producten als papaja en passievrucht zijn een normale, doordeweekse keus geworden. Een heerlijke luxe, maar wel een met een prijskaartje voor het milieu.

Wereldwijd is de handel in fruit en groente tussen 1980 en 2005 acht keer in omvang toegenomen. Bederfelijke producten, zoals sla, komkommer, tomaten, boontjes en zachte fruitsoorten worden vaak per vliegtuig vanuit een ander continent aangevoerd. Een kilo sperziebonen uit Kenia naar Nederland of België brengen (een afstand van zo’n 7000 kilometer) kost bijvoorbeeld 70 megajoules energie. Dat is vergelijkbaar met het verstoken van twee liter benzine! Logisch dus dat sperziebonen in de winter zo duur zijn.

Groenten en fruitsoorten die je langer kunt bewaren (zoals appels, aardappels, bananen en kiwi’s) worden per boot vervoerd. Dat kost minder energie dan met een vliegtuig. Hetzelfde geldt voor producten die binnen Europa met een vrachtauto worden getransporteerd. Geef daar dan ook de voorkeur aan. Het land van herkomst staat steeds vaker op verpakkingen en wordt verplicht vermeld in de winkel. Koop liever geen kasproducten. Om kassen warm te houden is namelijk extra energie nodig.

De simpelste oplossing is om zoveel mogelijk groente en fruit van het  seizoen te gebruiken. Met seizoensproducten kookt u lekker, gezond én milieuvriendelijk. Dat u daarmee ’s winters vastzit aan dagelijks boerenkool en appelmoes is een fabeltje; seizoensproducten bieden volop variatie. Bovendien zijn ze meestal goedkoper.

Een goede tip is om bij de samenstelling van uw dagelijkse menu een Groente- en Fruitkalender te gebruiken. Daarop staat aangegeven hoeveel energie nodig is om de producten te telen en te vervoeren naar Nederland. Er is genoeg keus om ieder seizoen een afwisselende en toch energiezuinige maaltijd op tafel te zetten. U vindt een voorbeeld van zo’n kalender op www.milieucentraal.nl.

<Kader: Energieverbruik>

Op de Groente- en Fruitkalender zijn producten ingedeeld in vijf energieklassen. Per product is bepaald in welke periode het verkrijgbaar is, uit welk land het komt en of het in een verwarmde kas is geteeld. Ook de gebruikte vervoersmiddelen (vrachtauto, boot en/of vliegtuig) zijn in de berekening verwerkt. Op die manier krijgt elke groente of fruit een energielabel van A t/m E.

 

Keurmerken

Tal van voedingsmiddelen hebben tegenwoordig een keurmerk om te laten zien dat ze biologisch of milieuvriendelijk zijn geproduceerd. U ziet ze op onbewerkte producten, zoals groenten of vlees, maar ook op bewerkte artikelen zoals jam, olie of brood.

Vanaf 1993 bestaat er Europese wetgeving over waaraan plantaardige biologische producten moeten voldoen. Sinds 1999 is er net zo’n omschrijving voor dierlijke biologische producten. Ook de manier waarop de controle plaatsvindt is door Europa bepaald. Inspecteurs nemen zowel telers, verwerkers als winkeliers onder de loep, oftewel het hele traject van het veld tot in de winkel.

Het meest bekende Nederlandse keurmerk voor biologische producten is het EKO-keur. Het EKO-keur toont aan dat er geen chemische bestrijdingsmiddelen of kunstmest zijn gebruikt en dat er geen kunstmatige geur-, kleur- of smaakstoffen zijn toegevoegd. Bovendien stelt het keurmerk extra eisen aan dierenwelzijn en milieu, zoals ruimere huisvesting voor vee en voer zonder toegevoegde diergeneesmiddelen. De Belgische tegenhanger van het EKO-keur is het Bio-garantielabel. Het is een keurmerk voor producten uit de biologische landbouw. De eisen zijn veelal vergelijkbaar met het die van het EKO-keur. Op Franse biologische producten staat vaak AB (voor Agriculture Biologique).

Binnen Nederland en België circuleren heel wat keurmerken en symbolen die beweren dat een product biologisch, milieubewust of diervriendelijk is. Lang niet alle labels zijn even duidelijk. Het is voor een consument dan ook niet eenvoudig te achterhalen waarvoor ze staan en of dat ze onafhankelijk zijn. Een overzicht van alle officieel erkende voedselkeurmerken in Nederland vindt u op www.milieucentraal.nl. Voor meer informatie over keurmerken in België kunt u terecht op de website www.integra-bvba.be.

Onbedoelde verspilling

Elke Nederlander koopt gemiddeld 600 kg voedsel per jaar. Daarvan gaat bijna 20% ongebruikt de vuilnisbak in. De helft van dat afval is onvermijdelijk: schillen, botten en snijafval kunt u immers niet voor consumptie gebruiken. Maar de andere helft – zo’n 43 tot 60 kg per persoon per jaar – is verspilling van bruikbaar voedsel. Misschien was er teveel ingekocht, was het te lang bewaard, was er teveel bereid of viel de smaak tegen. Wat de oorzaak ook is, voedselverspilling is weggegooid geld én weggegooide energie. Per jaar komt dat al gauw op € 125 per persoon neer! En het veroorzaakt een boel onnodige milieubelasting.

Steeds meer mensen doen hun boodschappen eens per week. Het gevolg: (te) grote voorraden die bederven of over datum raken en ongebruikt in de vuilnisbak belanden. De oplossing is relatief simpel: koop uw boodschappen op maat in. Houd een tijdje bij hoeveel u aanschaft, hoeveel u daarvan werkelijk gebruikt en hoeveel u weggooit. Na een paar weken heeft u een betrouwbaar idee van hoeveel voeding er in uw huishouden wordt verbruikt en kunt u uw inkoop daarop afstemmen. Wat ook helpt is vóórdat u boodschappen gaat doen te kijken wat u in huis heeft en aan de hand daarvan een boodschappenlijstje te maken. Koop bederfelijke producten bij voorkeur eens in de twee of drie dagen. Zo voorkomt u dat u etenswaren moet weggooien omdat ze te lang zijn blijven liggen.

Kies altijd verpakkingen die passen bij uw behoefte. Kleine huishoudens gooien vaak etensresten weg omdat er teveel in een verpakking zat. Gelukkig zijn steeds meer producten verkrijgbaar in kleine hoeveelheden. Nadeel is wel dat daarvoor meer verpakkingsmateriaal nodig is. Maar dat weegt op tegen de voedselverspilling die u op die manier voorkomt. Wat betreft kant-en-klaarmaaltijden: koelverse maaltijden zijn beter dan diepgevroren varianten. Dat komt omdat het relatief veel energie kost om die in te vriezen en bevroren te bewaren.

 

<Kadertje: Weggooitest?

De meeste mensen onderschatten hoeveel voedsel ze weggooien. Dat is ook niet zo vreemd, want vaak gaat het om kleine beetjes per keer. Toch loopt dat per een jaar gezien behoorlijk op. Om u meer inzicht te geven in de hoeveelheid eten en drinken die ongebruikt in de vuilnisbak belandt, heeft Milieu Centraal een Weggooitest ontwikkeld. Als u die veertien dagen achtereen invult, krijgt u al een aardig idee. Een rekenmodel laat vervolgens zien hoeveel geld en energie u in een jaar kunt besparen. U vindt de test op www.milieucentraal.nl.

 

Koken op maat

Ongeveer de helft van al het eten dat nodeloos wordt weggegooid bestaat uit maaltijdresten. Probeer daarom niet méér te koken dan er daadwerkelijk gegeten wordt. Blijven er toch restjes over, verwerk  die dan de volgende dag in een andere maaltijd. Verpakt en in de koelkast kunt u restjes twee of drie dagen bewaren. Hetzelfde geldt voor aangebroken verpakkingen. Sluit die goed af en bewaar de producten in een luchtdicht bewaarbakje. Zo blijven ze langer goed.

Ruim 80% van de huishoudens kookt op gas, maar het aandeel elektrische kooktoestellen neemt toe. Elektrisch koken kost echter bijna drie keer zoveel aan energie (gemiddeld € 110 per jaar tegenover € 42 voor koken op gas)! Kiest u toch voor elektrisch koken, dan zijn inductieplaten of quicktermkookplaten de zuinigste optie.

Ongeacht of u op gas of elektriciteit kookt, ook door de manier van koken kunt u energie besparen. Zet ingevroren producten bijvoorbeeld de avond voor gebruik al in de koelkast. Opwarmen of bereiden kost dan minder gas of elektriciteit. Bij een kleine pan op een grote pit gaat veel warmte ongebruikt verloren. Gebruik daarom pannen met een vlakke bodem die goed aansluiten op de kookplaat. Dek pannen tijdens het koken altijd af. En verwarm een oven niet langer voor dan strikt noodzakelijk is.

 

<Kadertje: Groente- en fruitconsumptie>

Een Belg koopt gemiddeld 62 kg verse groenten en 82 kg vers fruit per jaar. Dat is in totaal zo’n 40 kg meer dan 25 jaar geleden. Appels, sinasappels, bananen en mandarijnen zijn de meest gegeten fruitsoorten door zowel Nederlanders als Belgen. De tomaat is de lievelingsgroente van de Belgen (10 kg per jaar), gevolgd door wortelen, uien, kool en salade. Bij Nederlanders staat sla op de eerste plaats. Daarna komen tomaat, komkommer en paprika. De consumptie van groente en fruit varieert per leeftijd en type gezin. Zo kopen Belgische gezinnen met kinderen meer groenten (vooral wortelen) dan gezinnen zonder kinderen. 50-plussers kiezen voor selderie, sperziebonen, gedroogde groenten, witlof en asperges, terwijl jongeren vooral weg zijn van kerstomaatjes en paprika’s.

 

Tot slot

U ziet: u kunt veel doen om meer milieubewust te eten. Maar met zoveel verschillende zaken om op te letten is het niet altijd makkelijk om te weten waar u moet beginnen. We zetten de vuistregels daarom voor u op een rij:

  1. Wees matig met dierlijke producten als vlees, vis, kaas en eieren
  2. Koop liever géén producten die met het vliegtuig naar Nederland of België zijn vervoerd
  3. Eet zoveel mogelijk groeten en fruit van het seizoen
  4. Vermijd waar mogelijk producten die in een warme kas zijn geteeld
  5. Koop bij voorkeur biologische producten die milieuvriendelijk zijn geteeld
  6. Koop niet meer dan u nodig heeft
  7. Bewaar voedingsmiddelen zorgvuldig, zodat ze niet onnodig snel bederven
  8. Kook op maat; eventuele restjes kunt u voor een ander gerecht gebruiken

Milieubewust eten betekent minder energie verbruiken. Energieverbruik staat in direct verband met de uitstoot van schadelijke gassen, en daarmee met het broeikaseffect. Door bewuste keuzes te maken bij het inkopen en bereiden van voeding helpt u op een praktische manier klimaatveranderingen tegen te gaan.

 

<Kader: Heleen van Wieringen (50) kookt zo milieuvriendelijk mogelijk>

“Ik probeer bij het kopen en bereiden van eten op allerlei manieren rekening te houden met het milieu.  Om te beginnen heb ik een eigen moestuin. Daar haal ik zo’n beetje driekwart van al mijn groenten vandaan. Wat ik extra nodig heb, koop ik bij de natuurwinkel of in de supermarkt. Biologisch natuurlijk.

In principe kies ik altijd groenten van het seizoen. En ik let goed op het land van herkomst; bij voorkeur koop ik producten uit Nederland. Soms is het wel eens lastig kiezen: is het nu beter ingevlogen groenten uit een ver land te nemen of uit een verwarmde kas in de buurt? Meestal ga ik dan toch voor het lokale product, omdat in Nederland relatief weinig bestrijdingsmiddelen worden gebruikt. Verder heb ik een fruitabonnement van de natuurwinkel. Dat betekent dat ik elke week een tasje krijg met fruit van het seizoen of dat op een verantwoorde manier vervoerd is.

Vanuit principiële redenen ben ik een jaar of tien vegetarisch geweest. Maar sinds ik een vriend heb die erg van vlees houdt, eet ik af en toe met hem mee. Maximaal een of twee keer per week en geen grote hoeveelheden, dat wel. Zuivel minderen vind ik lastiger. Dat heeft ook met mijn leeftijd te maken; ik moet ervoor zorgen dat mijn calciumgehalte op peil blijft. Bovendien vind ik kaas gewoon erg lekker.

Verse producten koop ik altijd in kleine, afgepaste hoeveelheden. Dat kan niet anders, want ik heb thuis geen koelkast! Eerlijk toegeven: dat is meer vanwege het ruimtegebrek dan vanwege de energiebesparing. Maar het dwingt me wel om heel bewust inkopen te doen.

In de loop van de jaren heb ik geleerd heel zorgvuldig te zijn met koken. Eigenlijk houd ik nooit iets over. En bij de bereiding let ik goed op onnodige verspilling. Ik gebruik een afgepaste hoeveelheid water voor het koken van groenten en verwarm dat in de waterkoker. Als dat niet nodig is zet ik het gas niet helemaal open en ik doe altijd deksels op alle pannen, zodat er geen warmte verloren gaat.

Voor mensen die daar nooit mee bezig zijn geweest is het best lastig om plotseling milieubewust te gaan koken. Mijn advies? Begin met zoveel mogelijk biologische producten te kopen. Tegenwoordig vind je die in vrijwel elke supermarkt. Ben je daaraan gewend, dan kun je bijvoorbeeld wat meer op het seizoen en het land van herkomst gaan letten. Overigens ben ik daarin ook niet roomser dan de paus hoor. Voor speciale dagen als een verjaardag of kerst koop ik heus ook wel eens iets dat eigenlijk ‘niet mag’. Het gaat er vooral om dat je in het dagelijks leven wat bewuster met eten – en de hoeveelheid energie die dat kost – omgaat.”

 

<KADER: Lekker koken met seizoensproducten>

Hieronder vindt u enkele recepten om u te inspireren bij het koken van een lekkere seizoensmaaltijd. De hoeveelheden zijn voor 2 personen.

Lenterecepten

Bijzondere recepten voor de lente:

  • Aardappelsoep
  • Lauwwarme groenteschotel met zongedroogde tomaten
  • Bananentoetje met sinaasappelsaus

Aardappelsoep

Nodig:

  • 3 grote aardappels
  • 1 grote ui
  • 1 prei in ringen gesneden
  • 1 middelgrote wortel
  • 2 groentebouillonblokjes
  • 1 eetlepel boter of margarine
  • peterselie
  • geraspte kaas naar smaak
  • 1 liter water
  • peper naar smaak

Schil de aardappelen en snij ze in blokjes. Zet ze op het vuur met een deel van het water. Maak daarna de ui, de prei en de wortel schoon en snij alles klein. Voeg alles bij de aardappel in de pan. Als alles gaar is wordt de groente gepureerd in een keukenmachine of met een staafmixer. Voeg de rest van het water toe, de boter en bouillonblokjes, en laat even doorkoken. Voeg naar smaak vers gemalen peper toe. Schep de soep in kommen en garneer met peterselie en eventueel wat geraspte kaas.

 

Lauwwarme spruitenschotel met zongedroogde tomaten

Nodig:

  • 3 ons aardappelen
  • 350 gram spruiten
  • klein teentje knoflook
  • scheutje citroensap
  • 2 theelepels sojasaustheelepel kappertjes
  • 3 zongedroogde tomaten op olie, met een scheutje van de bijbehorende olie

Kook de aardappelen gaar en snij ze in blokjes. Maak de spruiten schoon en kook ze beetgaar in ongeveer 5 minuten. Kort gekookt smaken ze veel lekkerder dan gaargekookt. Maak intussen de dressing. Meng de uitgeknepen knoflook met het citroensap, sojasaus, kappertjes, kleingesneden tomaatjes en de olie. Doe aardappelblokjes en de spruiten samen in een schaal en schep er de dressing doorheen.

 

Bananen met sinaasappelsaus

Nodig:

  • Twee bananen
  • 1 eetlepel boter
  • 1 eetlepel (bruine suiker)
  • 1 zakje vanillesuiker
  • 1/2 kop sinaasappelsap
  • sap van 1/2 citroen

Breng boter, suiker en vruchtensap aan de kook en blijf roeren tot de suiker is opgelost. Snij de bananen doormidden en snij de helften overlangs doormidden. Leg de banaan een paar minuten in de saus en hou deze tegen de kook aan. Haal de banaan eruit en kook het mengsel tot de helft in. Giet de saus over de banaan en serveer warm.

Bron: www.milieucentraal.nl

 

 

LOF DER STILTE februari 10, 2008

Ingedeeld onder: 06 - Feliz — martevansanten @ 5:47 pm

scannen0007.jpgscannen0008.jpg 

Dit artikel is gepubliceerd in Feliz nr. 1 – februari 2008. 

Waarom kun je beter liefdeswoordjes in het linkeroor van je partner fluisteren dan in het rechter? Is er stilte in de ruimte? En hoe komt het dat koolmezen hun onderlinge communicatie aanpassen aan het stadslawaai? Journalist Manu Adriaens geeft op deze en vele andere vragen antwoord in zijn boek Lof der stilte. Over natuurlijke stilte. Over gewijde stilte. Over politieke stilte. En over de kunst van het zwijgen over stilte.  

Hoe kwam u erbij een boek over stilte te maken?

Ik heb altijd een grote belangstelling voor het onderwerp ‘stilte’ gekoesterd. Waarschijnlijk omdat ik zelf erg gevoelig ben voor harde geluiden. Ik erger me enorm aan de hoeveelheid geluid in de huidige maatschappij. Je zou zelfs kunnen zeggen dat ik enigszins ‘akoestisch gestoord’ ben. In de loop van de jaren heb ik enorm veel informatie over stilte verzameld. Elke keer als ik iets in de pers tegenkwam, knipte ik dat uit. Citaten over het onderwerp schreef ik allemaal op. Zo had ik uiteindelijk mappen vol informatieve, grappige en filosofische weetjes over stilte. Eind 2006 hoorde ik een trendwatcher op tv vertellen dat hij voor 2007 een ‘toenemende behoefte aan stilte’ voorspelde. Stilte om ons heen, maar ook in onszelf. Rond dezelfde tijd werd ook de Vlaamse website www.portaalvandestilte.nl gelanceerd. Daarop is allerhande informatie over het onderwerp te vinden. Die twee gebeurtenissen brachten me op het idee een boek van mijn verzameling te maken.  

Hoe bent u te werk gegaan bij de samenstelling ervan?

Ik had zoveel verschillende soorten informatie: citaten, feiten, weetjes, overdenkingen. Het was lastig om een goede vorm te vinden om al die stukjes logisch bij elkaar te brengen. Uiteindelijk heb ik ervoor gekozen ze in de vorm van een alfabet te presenteren. Een ‘abecedarium’ dus.  

Wat is het eerste en wat het laatste lemma van het boek?

Beide zijn toevalligerwijs citaten. Het boek begint met het lemma ‘aalmoes’. Een aalmoes geven terwijl anderen het zien, dat vond de profeet Mohammed – grondlegger van de islam – op zich al lovenswaardig. Maar als je dat in stilte doet, is het beter voor jou. Het laatste lemma is ‘zuinig’. De Vlaamse schrijver Maurice Maeterlinck, winnaar van de Nobelprijs voor de literatuur, schreef in 1896: “We zijn zeer zuinig op ons stilzwijgen: zelfs de onvoorzichtigsten onder ons zullen niet gaan zwijgen met de eerste de beste. Het instinct der bovenmenselijke waarheden, dat we allen bezitten, waarschuwt ons dat het gevaarlijk is te zwijgen over iemand die men niet wenst te kennen of van wie men niet houdt. Want woorden gaan voorbij onder de mensen, maar als de stilte een ogenblik gelegenheid heeft gevonden zich te doen gelden, dan wordt die indruk nooit meer uitgewist. En het ware leven, het enige dat sporen achterlaat, is slechts uit stilte opgebouwd.”Wat kun je daar nog aan toevoegen? 

Wat vind u zelf het mooiste citaat uit uw boek?

Stilte is een vriend die je nooit verraadt.’  

Hoe geeft u vorm aan stilte in uw eigen leven?

Als ik schrijf, doe ik dat in stilte. En muziek luisteren betekent voor mij: klassieke muziek. Al dat  moderne boem-boem, daar kan ik heel slecht tegen. Verder ben ik erg geïnteresseerd in het idee van ‘mindfulness’: de kunst stil te staan bij wat is, bij de realiteit van het moment, het hier en nu. Op het moment doe ik daar nog niet echt wat mee, maar als u het me over vijf jaar nog eens vraagt, is de kans groot dat ik dan bijvoorbeeld aan het mediteren ben.  

Bent u zelf stilte op een andere manier gaan ervaren na het schrijven van het boek?

Grappig genoeg wel. Het maken van het boek heeft me een meer verzoenende kijk op geluid gegeven. Door alle overpeinzingen en citaten over het onderwerp tot me te nemen, kwam ik erachter dat de mate van ergernis over geluid vooral te maken heeft met de toestand in jezelf. Voel je rustig van binnen, dan zal hard geluid minder storend zijn. Het proces van het schrijven heeft op die manier een helende werking gehad.  

Adriaens, Manu, Lof der stilte – Een koestergids (Davidfonds Uitgeverij, Leuven 2007), ISBN 978 7794 234 5, € 17,50. 

Manu Adriaens (1959) is freelance journalist. Hij schreef een twintigtal boeken over uiteenlopende onderwerpen. In opdracht van de VRT stelde hij naar aanleiding van 50 jaar Vlaamse televisie het officiële jubileumboek ‘Blijven Kijken!’ samen. Daarnaast maakte hij enkele tv-documentaires en werkte hij mee aan diverse radioprogramma’s.

 

EEN LEVEN IN STILTE: DE KARTUIZER MONNIKEN februari 10, 2008

Ingedeeld onder: 06 - Feliz — martevansanten @ 5:41 pm

scannen0005.jpgscannen0006.jpg

Dit artikel is gepubliceerd in Feliz nr. 1 – 2008. 

In tal van kloostertradities en religieuze bewegingen wordt stilte als een voorwaarde gezien om een hoger bewustzijn te bereiken. Omdat woorden ontoereikend zijn, wordt (overtollig) spreken vermeden.  

Achttien uur per dag stil zijn om zichzelf en God te leren kennen. Achttien uur per etmaal zwijgen om de weg naar binnen te gaan. Achttien uur in de verlatenheid van de kloostercel leven om alles los te laten en het geheim van het bestaan te naderen. Achttien uur afstand nemen om de eenzaamheid aan te durven als een weg naar het diepste geluk. Achttien uur teruggetrokken bidden en lezen om thuis te komen op de bodem van het hart. Dat doen de kartuizers in de bergen van het Franse Grenoble, in hun door de heilige Bruno van Keulen gestichte klooster La Grande Chartreuse 

Noodzakelijke voorwaarde

De kartuizers hebben de naam de strengste kloosterorde van de westerse kerk te zijn. Waar andere strenge ordes zoals de trappisten het spreekverbod inmiddels hebben opgeheven, gaan de kartuizers nog altijd zwijgzaam door het leven. De monniken leven feitelijk als ‘kluizenaars in gemeenschap’. Een groot deel van hun dag brengen ze door in hun cel of kluis, een huisje met een bid- en slaapruimte, een werkplaats en een klein tuintje. Hun bed is van de stro. De enige ‘verwarming’ komt van een kleine tinnen doos, waarin een vuurtje wordt gestookt. Daar wordt ook op gekookt. 

Op weekdagen komen de kartuizers alleen voor verschillende gebedsdiensten bij elkaar. De rest van de tijd brengen ze in hun cel door. Daar gebruiken ze ook hun maaltijden, behalve op zon- en feestdagen. Dan eten ze samen in de kloosterrefter.  

Eens per week maken de monniken een gezamenlijke wandeling van vier uur. Het is het enige moment waarop gesproken mag worden. Bij die gelegenheid informeert de prior hen ook over de belangrijkste gebeurtenissen in de wereld. Want radio, tv en internet zijn voor de monniken taboe.  

Voor het overige wordt het spreken tot het strikt noodzakelijke beperkt. Communicatie gaat grotendeels per briefjes. Voor de kartuizers is stilte is geen doel op zich, maar een noodzakelijke voorwaarde om God en zichzelf te vinden.  

De kartuizers trekken niet het land in om te preken of liefdadigheidswerk te verrichten. Ze doen vrijwel alleen aan studie en gebed. Achttien uur per dag verblijven ze – in totale afzondering en stilte – in hun eigen cel. Daar bidden ze, lezen ze, werken ze, studeren ze, eten ze en slapen ze. De overige zes uur van het etmaal brengen ze in de kerk door. Ze vieren er de eucharistie en zingen eenvoudige gregoriaanse gezangen, afgewisseld met periodes van stilte.  

Om stilte, afzondering en rust te waarborgen, houden de kartuizers bezoekers buiten de deur. Hun kloosters kennen geen gastenkwartier. Alleen wie serieus overweegt in te treden, kan enkele dagen in hun bijzijn doorbrengen. Twee keer per jaar mogen de monniken hun familie ontvangen voor een bezoek. In het gasthuis – buiten het klooster wel te verstaan. Zelf verlaten ze het ‘karthuis’, zoals hun verblijf genoemd wordt, nooit. Zelfs niet voor een uitzonderlijke gebeurtenis als een begrafenis. Want eenmaal uit het verblijf vertrokken, kun je nooit meer terugkeren.  

Gesprek met God

Om de levenswijze van de kartuizers te begrijpen, moeten we teruggaan naar de wortels van het Christendom. In de oude verhalen over het begin van onze jaartelling verlieten duizenden mannen en vrouwen hun huizen en dorpen. Niet alleen omdat ze vervolgd of onderdrukt werden, maar ook om de bijbelse voorbeelden van Abraham, Mozes en Johannes de Doper te volgen en de woestijn in te trekken. Een aantal van die vroege christenen vestigden zich als kluizenaars in de woestijnen van Egypte en Palestina. Deze woestijnvaders beoefenden gebed zonder woorden. Zij ‘contempleerden’ God in stilte en eenzaamheid.  

In de zesde eeuw na Chr. Was het Benedictus die de `Weg van de Stilte´ voor monniken introduceerde. Als alternatief voor al het geroddel en gebral om zich heen, dat hij maar ijdeltuiterij vond. Een  kloosterling moet, zo staat in de Regel van Sint-Benedictus:
`altijd waken over zijn levenswandel; overtuigd zijn dat God ons overal ziet; slechte gedachten die in het hart opkomen, onmiddellijk tegen Christus te pletter slaan en ze aan de geestelijke vader bekendmaken, zijn mond behoeden voor slechte taal, er niet van houden te veel te spreken; niet praten 6m te praten of om de lachlust op te wekken en er niet van houden om voortdurend of luidruchtig te lachen en tot slot moet hij graag luisteren naar een lezing, die onze heiliging ten goede komt.´
(Uit: Regel van Sint-Benedicrus, hoofdstuk 4, 48-55).  

Benedictus vond in het zwijgen een veel diepere betekenis, bijna een levensvervulling. In navolging van hem menen monniken dat alleen iemand die zwijgt in staat is zijn passies te beheersen en te overwinnen. Zwijgen biedt de mogelijkheid om pas op de plaats te maken, om afstand te nemen van egoistisch genot. Het biedt de kloosterling de mogelijkheid om in zichzelf af te dalen naar de diepte van zijn ziel. Uiteindelijk zal het zwijgen – de taal van de ziel, de taal van het hart – de mens nader tot God brengen. Het zwijgen is eigenlijk een dialoog met zichzelf, een gesprek met God. Dat strenge regime schrikt veel monniken af. Zelfs de trappisten, de strenge tak van de cisterciénzers, hebben er de brui aan gegeven. Maar de kartuizers hechten eraan; zij koesteren de kracht van de allesoverheersende stilte. 

Into great silence Kartuizers laten zo goed als nooit bezoekers in hun kloosters toe. Daarom was het extra bijzonder dat de Duitse regisseur Philip Gröning een aantal jaar geleden toestemming kreeg om een documentaire over La Grande Chartreuse te maken. Zes maanden lang filmde Gröning het leven in het klooster en volgde hij de monniken met zijn camera. Door onderdeel te worden van hun gemeenschap ervoer hij uit eerste hand hoe het is om als een kluizenaar te leven. Het resultaat is Into Great Silence, de eerste film ooit over het leven van de legendarische Kartuizer Orde in de Franse Alpen. In de film wordt zo goed als niet gesproken. Behalve de liederen die tijdens de diensten worden gezongen is er geen muziek. Er worden geen interviews gegeven en er is geen achtergrondcommentaar. De film is daarmee als het kloosterleven van de kartuizers zelf: een mystieke gebeurtenis. 

In het begin viel het leven in het klooster hem heel zwaar, aldus Gröning. Hij was de eerste weken ongelofelijk moe. Maar toen hij zich eenmaal aan het ritme van de orde had aangepast, voelde hij zich er meer thuis dan in de buitenwereld. Het spreekverbod viel hem minder zwaar dan gedacht. Omdat iedereen in de gemeenschap op hetzelfde moment dezelfde handelingen verricht, ontstaat er volgens Gröning toch een vorm van gemeenschappelijke energie. Je deelt ervaringen zonder te praten. Het voorkomt dat je je eenzaam gaat voelen.  

Meest opvallend vond Gröning dat zijn zintuigen door de opgelegde stilte veel gevoeliger werden. Opeens viel hem op hoe een plant in de wind bewoog, of hoe het zonlicht zich over de houten vloer verplaatste. Het maakte dat hij zich veel meer bewust werd van de vreugde van het bestaan. Eenmaal terug in Berlijn moest Gröning vooral wennen aan de enorme hoeveelheid angst waarmee mensen in ‘de buitenwereld’ leven. Want angst is een emotie die de kartuizers niet kennen. Alles wat hen overkomt gebeurt omdat God het zo wil. Zij geven zich daar volledig aan over.  

Wereldwijd kwamen honderdduizenden mensen op de film Into great silence af. Wat niemand voor mogelijk had gehouden gebeurde toch: bioscoopbezoekers werden massaal gegrepen door dit document over contemplatie en stilte. Misschien een teken dat het verlangen naar stilte nog nooit zo groot is geweest als in onze tijd. 

De Nederlandse omroep RKK maakte een korte documentaire over La Grande Chartreuse. Daarin wordt zowel gesproken met prior Marcellin als met filmmaker Philip Gröning. De documentaire is te zien op de website: www.katholieknederland.nl/kruispunt/archief/2007/detail_objectID613825.html.  

De Nederlandse journalist Joost Reijnders – neef van prior Marcellin Theeuwes – verbleef twee weken in La Grande Chartreuse. Hij schreef een boek over zijn ervaringen, getiteld ‘Een reis in stilte. Leven als kartuizers’ (een uitgave van Uitgeverij Ten Have uit Kampen).De DVD ‘Into great silence’ is onder andere te bestellen bij proxis.be en bij bol.com. 

<Kader: De kartuizerorde> De kartuizerorde werd in 1084 gesticht door Bruno van Keulen. Deze Duitse monnik zocht met enkele volgelingen een onherbergzame plek op in de Chartreuse, een gebergte bij het Franse Grenoble. Daar stichtte hij zijn gemeenschap van kloosterlingen die hun hele leven in studie en beschouwing aan God wilden wijden. Op diezelfde plek staat tot de dag van vandaag het moederklooster van de kartuizers, La Grande Chartreuse. In totaal zijn er 24 karthuizen in de wereld: 19 mannelijke ordes en vijf vrouwelijke. Tezamen wonen daar zo’n 370 monniken en 75 nonnen. Sinds 1997 is de Nederlander Marcellin Theeuwes prior van La Grande Chartreuse. Hij is daarmee tegelijk algemeen overste van de hele orde. Dom Marcellin is de vierde Nederlander in de ruim negen eeuwen lange geschiedenis van de orde die deze functie vervult. 

<Kader: Dagindeling van een kartuizermonnik>

·         De kartuizermonnik staat vóór middernacht op voor het gezamenlijke nachtofficie in de kerk: het zingen van hymnen en psalmen en het lezen uit de bijbel. Dit officie duurt twee à drie uur. ·         Hierna keert de monnik naar zijn cel terug en gaat terug naar bed. ·         Even na zes uur staat de monnik opnieuw op. Hij zegt het eerste morgenofficie en bidt tot aan de conventsmis, rond acht uur. ·         Terug in zijn cel brengt de monnik de rest van de ochtend door met lezen, studie en handenarbeid. ·         Rond het middaguur gebruikt de monnik zijn maaltijd alleen bij het raam van zijn cel.·         Na de middag gaat zijn leven verder zoals ’s ochtends, maar nu ligt de klemtoon meer op handenarbeid.·         Om vier uur verzamelen allen zich weer in de kerk voor de vespers, het dank- en lofgebed.·         Daarna gaat de monnik terug naar zijn cel om er het einde van de dag in studie en meditatieve oefeningen door te brengen.·         Een zeer sober avondmaal onderbreekt nog even deze bezigheden, die besloten worden met een laatste meditatie en het officiële avondgebed.·         Rond acht uur gaat de monnik naar bed voor het eerste deel van hun nachtrust. Tot twaalf uur, want dan begint de dag van de kartuizer opnieuw. Jaar in jaar uit.

 

DE KRACHT VAN STILTE februari 10, 2008

Ingedeeld onder: 06 - Feliz — martevansanten @ 5:31 pm

scannen0003.jpgscannen0004.jpg 

Dit artikel is gepubliceerd in Feliz nr. 1 – 2008. 

“Ik zou willen dat mensen wat meer zwegen”, verzuchtte journaliste Betty Mellaerts in 2007 in het Vlaamse weekblad Knack. “Ik vind het heel erg als mensen boude uitspraken doen zonder kennis van zaken. Dat gebeurt tegenwoordig veel te vaak. Elke hond met een hoed op wordt om zijn mening gevraagd. Ik luister zo graag naar mensen die écht iets te vertellen hebben. Helaas komen er in de media steeds minder mensen aan bod die vanuit een gefundeerde kennis spreken. Er zou meer gezwegen moeten worden.” 

Betty Mellaerts’ opmerking had betrekking op het feit dat vandaag de dag iedereen overal wat van moet vinden. Maar haar uitspraak roept een grotere vraag op. Hebben zwijgen en stilte nog wel een functie in onze drukke samenleving? Kunnen we een gebrek aan geluid nog waarderen? Of vinden we dat saai of zelfs bedreigend? En realiseren we ons wat te weinig stilte voor effect heeft op ons hoofd en ons lichaam? Met alle geluidsimpulsen die dagelijks op ons afkomen, lijkt het belang van af en toe stil worden ongemerkt te zijn verdwenen.

Wat is stilte?

Wat is stilte eigenlijk? Stilte is het ervaren van geen enkel geluid, of zo weinig geluid dat het als volledig natuurlijk of rustgevend wordt beschouwd. De ervaring van ‘geen geluid’ betekent overigens niet dat er ook daadwerkelijk geen geluid aanwezig is. Het is een relatief begrip: er mag niet te veel geluid aanwezig zijn. Het geluid van een briesje in de bomen wordt als rustgevend ervaren, maar geraas van een snelweg als storend. Te veel geluid kan slaan op de sterkte van het geluid, maar ook op de tijdsduur dat het te horen is. Lawaai is ongewenst geluid en daardoor eigenlijk altijd hinderlijk.  

“In de natuur bestaat er geen stilte, of toch nauwelijks”, zegt de Vlaamse filosoof Lieven de Cauter. “Alleen in de woestijn kan een onwezenlijke stilte te heersen. Hoewel dat niet het geval zal zijn als het er waait, en al helemaal niet bij een zandstorm. Bovendien kun je de woestijn opvatten als een extreme situatie in de natuur. Nergens anders heerst zulke stilte. De zee biedt een alomtegenwoordig geruis van de golven, de niet aflatende ademhaling van het water. Het bos zit vol geluiden. In wat wij ‘de natuur’ noemen, is stilte dus eerder uitzondering dan regel.” 

Volgens poolreiziger Dixie Dansercoer zijn zelfs op de Noordpool altijd geluiden te horen. “’s Nachts in je tent hoor je van alles, maar als je opstaat is er niets te zien. Dat is wel een bevreemdende ervaring. De angst voor de wind, met het oog op het risico van bevriezing, maakt dat je nauwlettend luistert om signalen op te vangen. Er is op de Noordpool altijd wel ergens een gekraak of gepiep. Je moet je die onmetelijke vlakte van dikke plakken ijs en sneeuw voorstellen als een gigantische hoeveelheid piepschuim die voortdurend beweegt. Bij momenten is dat gewoon oorverdovend.”  

Oneindige stilte

En hoe zit het dan met stilte in de ruimte? Op 19 april 2004 vertrok de Nederlandse astronaut André Kuipers voor een tiendaagse missie naar het ruimtestation ISS. Hoe was het met het geluidsniveau daar? “Rumoerig”, vertelt Kuipers. “Soms ging ik even op zoek naar stilte om mijn muziek te kunnen luisteren.”  In het ISS klinkt geluid normaal, maar buiten het ruimteschip is dat zeker niet het geval. Kuipers: “Om geluid te kunnen produceren heb je luchtgolven nodig. In de ruimte is geen lucht en dus ook geen geluid. Zonder luchtdruk om je heen kun je als mens niet  leven. Vandaar ook dat wij nooit absolute stilte kunnen ervaren.” En al die geluiden van explosies in de ruimte in science fictionfilms? Die bestaan in het echt dus helemaal niet, aldus Kuipers.  

De passage van een komeet, de botsing van twee sterrenstelsels, de explosie van een supernova: ze spelen zich allemaal af in volmaakte stilte. Volgens Kuipers is die misschien nog het beste te vergelijken met een totale zonsverduistering. “Dan wordt de natuur ineens minutenlang stil. Als daar zo’n zwarte bol aan de hemel staat, voel je dat je deel uitmaakt van iets veel groters dan je aardse omgeving.” 

Dirk Fernhout was in 1992 de eerste Belg die als astronaut de ruimte in mocht. “Daar overviel me regelmatig een intens gevoel van rust”, zegt hij. “Terwijl het in zo’n ruimtevoertuig absoluut niet stil is, want de ventilatoren maken ontzettend veel lawaai. Maar je wordt stil van binnen. Je kijk op grote afstand naar de aarde en dat geeft je een rustig, vredig gevoel.”  

Zwijgende indianen

Geluid is altijd en overal aanwezig, of het nu van ronkende auto’s komt, van zingende vogels of van je eigen ademhaling. Hoe een mens tussen al die klanken stiltes onderscheidt en welke waarde of betekenis hij daaraan hecht, is vooral cultureel bepaald. 

Volgens Mark Jacobs en Hilde Schoefs van het Vlaams Centrum voor Volkscultuur zijn stilte en de beleving ervan als het ware ‘ingeprent’ in de culturele code van groepen mensen. Elke samenleving ziet, ruikt, proeft en hoort de wereld op haar eigen manier. Kijk bijvoorbeeld maar naar de leefwijze van enkele indianenvolkeren in Noord-Amerika. Voor hen was en is stilte een belangrijk communicatiemiddel om zinvol met elkaar en de omgeving om te gaan, aldus Jacobs en Schoefs.  

Bij de indianenstam de Apaches wordt de eerste fase van een intieme relatie tussen man en vrouw gekenmerkt door lange stiltes. Apaches die elkaar het hof maken, voelen zich allesbehalve verplicht te praten om elkaar zo beter te leren kennen. Een verliefd stelletje kan urenlang hand in hand naast elkaar zitten, zonder een woord te wisselen. Pas als de relatie gedurende enkele maanden stabiel blijkt, is de tijd aangebroken voor een gesprek. Vloeken is veel Indianenvolkeren vreemd, net als luid lachen. Ook bij andere volkeren, zoals de aboriginals of de eskimo’s, is stilte tot op de dag van vandaag belangrijk in hoe mensen met elkaar omgaan.  

Hoe relatief en cultuurgebonden stilte wel is, blijkt ook uit een Amerikaanse stu­die uit 1985. Aan bewoners van de stad New York werd ge­vraagd de tafel te delen met landgenoten uit Californië. Waar de Californiërs hun disgeno­ten bestempelden als ‘zelfingenomen drukdoeners’, kregen zijzelf het etiket ‘stug’ en ‘asociaal’ opgeplakt. Uit een taalkundige analyse van de tafelge­sprekken bleek dat de New Yorkers de hele tijd aan het woord waren en de anderen niet lieten uitpraten. De tegenpartij voelde zich op haar beurt ver­on­gelijkt omdat ze voortdurend in de rede werd gevallen en ze het gevoel kregen dat nie­mand luisterde naar wat ze zei. Geërgerd besloten de Californiërs ten slot­te maar te zwijgen. 

Geluidsmasker

De laatste decennia ontstaat er steeds meer aandacht voor het belang van geluid en stilte door de eeuwen heen. Om onze voorouders goed te begrijpen, is het immers nuttig niet alleen te weten wat ze om zich heen zagen, maar ook wat ze hoorden. Wat vonden zij ‘luid/lawaai’? En welke geluiden werden door hen als storend ervaren? Wellicht waren kanongebulder, klokkengebeier en donder de hardste geluiden die men vroeger in de omgeving van België en Nederland kon horen. Niet al te storend, zouden wij nu zeggen. De irritatie van de Duitse filosoof Arthur Schopenhauer (1788-1860) over het veelvuldige, luide knallen van de zweep in het stadsverkeer met paard en kar, is voor ons dan ook moeilijk voor te stellen.  

Het onderzoek naar historische ‘geluidslandschappen’ (een overzicht van wat voor geluiden mensen in een bepaalde periode om zich heen hoorden) staat nog in de kinderschoenen. Maar de invloed van bijvoorbeeld de uitvinding van de elektriciteit en van de verbrandingsmotor zijn onbetwist, aldus Jacobs en Schoefs.  

In de loop van de laatste twee eeuwen hebben allerlei elektrische apparaten en motoren ons geluidslandschap enorm beïnvloed, zowel als het gaat om de hoeveelheid als om de intensiteit van het geluid. Het resultaat is wat Jacobs en Schoefs een ‘geluidsmasker’ noemen, een onzichtbare deken die alle specifieke geluiden doet vervagen. We horen uitsluitend nog een alom aanwezige ruis. Dat maakt dat we ons steeds moeilijker op basis van geluid kunnen oriënteren.  

Herdenken

Een mooie gewoonte is het houden van enkele minuten stilte bij een herdenking. Deze traditie is ontstaan na  de Eerste Wereldoorlog. Begin november 1919 ontving de Britse regering een brief van ene Percy Fitzpatrick, een bestuurder in Zuid-Afrika. Hij vertelde dat men daar tijdens de oorlog elke middag drie minuten stilte in acht had genomen, als eerbetoon aan de doden.  

Fitzpatrick stelde voor om voortaan jaarlijks alle gesneuvelde soldaten en burgers met enkele minuten stilte te herdenken. Op 11 november 1919 werd in Londen de eerste ‘Dienst van Stilte’ gehouden. Exact om 11 uur werd met veel lawaai zoals vuurpijlen, sirenes, schoten en kerkklokken een signaal gegeven. Daarna viel het leven overal even stil. Het ritueel maakte enorme indruk. Zo zeer zelfs, dat het wereldwijd werd overgenomen. Een nieuwe traditie was geboren.  

Gezonde stilte

De ene mens kan beter tegen blootstelling aan lawaai kan dan de andere. Voor een deel is dat genetisch bepaald. Professor Guy van Camp en zijn onderzoeksteam van de Universiteit van Antwerpen ontdekten dat er bepaalde genen zijn die helpen bij het herstel van het binnenoor na beschadiging door extreem lawaai. Mensen die een afwijkende versie van zo’n gen hebben, zijn gevoeliger voor hoge geluidsniveaus. Uit onderzoek blijkt dat ook mensen met psychische stoornissen, zoals autisme, schizofrenie en ADHD, soms geluidsgevoelig zijn. Overigens vaak zonder dat ze zich daar zelf van bewust zijn. 

In 2006 deed de Nederlandse Gezondheidsraad onderzoek naar de impact van zogenaamde ‘stille gebieden’ op de volksgezondheid. Stille gebieden zijn groene of recreatiegebieden, waarin geluiden die daar niet thuishoren (zoals het geraas van auto’s of een overkomende vliegtuigen) nauwelijks te horen mogen zijn.  

Volgens de Raad wordt stilte in Nederland steeds schaarser. De ‘lawaaideken’ breidt zich continu uit. Er zijn aanwijzingen dat die ontwikkeling negatieve gevolgen heeft voor de gezondheid van burgers. Zo kan voortdurende blootstelling aan lawaai leiden tot stressreacties en tot een verhoogde kans op hart- en vaatziekten. Maar kan stilte andersom ook gunstig zijn voor de gezondheid? 

Daar is nog weinig onderzoek naar gedaan. Toch denkt de Gezondheidsraad dat het verblijven in stille gebieden een gunstige uitwerking op mensen heeft.  Bijvoorbeeld omdat het de ongunstige gezondheidseffecten van lawaai in de woonomgeving herstelt. Of omdat als prettige ervaren geluiden zelf een positieve invloed hebben op de gezondheid kunnen hebben. 

Over gezondheidseffecten gesproken: volgens een Arabisch spreekwoord is ‘zwijgen een geneesmiddel tegen verdriet’. De joden gaan nog verder. ‘Stilte is de remedie tegen alle kwalen’, zo stellen zij. Zelfs Napoleon was overtuigd van de helende werking van stilte. Hij zei: “Wees ervan overtuigd dat die dikwijls hetzelfde resultaat heeft als de wetenschap”.  

Stilte van binnen

Het onderzoek van de Nederlandse Gezondheidsraad richtte zich op stilte in de omgeving. Maar ook stilte ‘van binnen’, oftewel de stilte van het denken, kan een helende werking hebben. Johannes van Apamea, een Syrische monnik uit de 5e eeuw, benoemde vijf vormen van stilte: van de tong, van het lichaam, van de ziel, van het verstand en ten slotte de stilte van de geest. In zijn Verhandeling over het gebed doceert hij: ‘De stilte van de tong is er alleen als de tong niet wordt aangespoord tot slechte taal. De stilte van het hele lichaam is er als alle zintuigen niet in actie zijn. De stilte van de ziel is er als uit de ziel geen slechte gedachten voortvloeien. De stilte van het verstand is er als het verstand niet nadenkt over schadelijke kennis of wijsheid. De stilte van de geest is er als het verstand ophoudt met bewegingen, veroorzaakt door verzonnen spirituele bronnen’. 

De Indiase spirituele leider Krishnamurti ervoer stilte als een onvoorstelbare zegen. “Stilte zuivert het brein en geeft het levenskracht”, zei hij. “Ze bundelt energie puurder dan de zuiverheid van het denken. Die energie straalt onmetelijke kracht en onmetelijke gaven uit. Hier, in dit oord, kan het zwijgende brein zijn grote activiteit ontwikkelen, doortrokken van intense kwaliteit. Dit is de diepe schoonheid van de stilte”. 

Volgens de leer van Krishnamurti is meditatie een heel geschikt middel om tot de schoonheid van de stilte te komen. “Tijdens het mediteren wordt men zich bewust van iedere gedachte en ieder gevoel. Niet om ze als goed of slecht te beoordelen, maar ze te observeren door erin plaats te nemen. Tijdens die observatie begint men te begrijpen hoe denken en voelen zich voortbewegen. Uit dat heldere begrip ontstaat de stilte.” 

Maar stil zijn in de moderne maatschappij is niet makkelijk, merkte ook de Nederlandse meditatieleraar Frank Smits. Het was voor hem reden om in 2003 een stilteplatform op te richten, een samenwerkingsverband van verschillende organisaties die elke eerste zondag van de maand door heel Nederland stiltebijeenkomsten organiseren.  

“In onze samenleving hebben veel mensen de neiging elke minuut van de dag bezig te zijn”, aldus Smits. “Een grote hoeveelheid prikkels veroorzaakt een hoge activiteit van het denken. Waar het vroeger nog vanzelfsprekend stil kon zijn in huis, dringt het nieuws zicht nu continu via radio, tv of internet op. Dat heeft een keerzijde. Door te lang in het actieve denken te blijven hangen, worden mensen gehaast en rusteloos. Uiteindelijk resulteert dat gedrag – het alsmaar bezig zijn – in overbelasting. Van de geest én van het lichaam.” Het ervaren van stilte, bijvoorbeeld via de beoefening van meditatie, heeft volgens Smits het  tegenovergesteld  effect. “Onze hersenen krijgen minder prikkels te verwerken, waardoor het lichaam ontspant. En daardoor wordt ook het denken stiller.”  

Omdat het steeds lastiger wordt die stilte in de huiselijke of werkomgeving te ervaren, wijken meer en meer mensen uit naar een speciale plek om stil te zijn, bijvoorbeeld in stilte- of meditatiecentra. “Dergelijke centra bieden de mogelijkheid om het contact met de stilte en rust in onszelf te herstellen”, aldus Smits. “Stilte is een basisbehoefte van de mens om voeling te houden met zichzelf, om antwoorden te vinden op wezenlijke vragen in ons bestaan. Door stil te zijn sta je letterlijk en figuurlijk stil bij wat écht belangrijk is in het leven. Door stilte kunnen we ervaren dat rijkdom niet buiten ons te vinden is, maar in onszelf, in het moment van ‘aandachtig stil zijn’.” 

Voor dit artikel is gebruik gemaakt van het boek Lof der stilte – Een koestergids (Leuven 2007) van Manu Adriaens en van de informatie op de website www.portaalvandestilte.nl.  

Meer informatie over het stilteplatform, inclusief een overzicht van de komende stiltebijeenkomsten, is te vinden op www.stilte.org. Andere websites over stilte zijn onder andere:

  • www.portaalvandestilte.be
  • www.ipo-online.be
  • www.stiltegebieden.be
  • www.nsg.nl
  • www.stichtingbam.nl

 <Kader: De mythe van Vrouwe Justitia>

Er bestaat een mythe over Vrouwe Justitia, de godin van de rechtvaardigheid. Lang geleden verbleef Vrouwe Justitia op aarde, tussen de mensen. Het was een droomtijd waarin een ieder van vrede en harmonie mocht proeven. Wetten en rechtspraak waren overbodig. Helaas sloeg er iets om. Niemand weet precies wat er gebeurde, maar plots gingen misdaad, geweld en onrecht de wereld teisteren. Vrouwe Justitia verliet de aarde en zweefde naar de stilte van het uitspansel, waar ze nu nog vertoeft als het sterrenbeeld Maagd. Misschien verlaat zij op een dag ooit haar plaatsje tussen de sterren en kunnen we opnieuw genieten van de gouden eeuw. Als we er met z´n allen voor kiezen. Misschien dienen we daarvoor eerst heel stil te worden. Stil genoeg om ons bewustzijn te vernieuwen, de prachtige mogelijkheden in onszelf te ontdekken en te leren wat werkelijk goed is voor onszelf en onze medemens.  

<Kader: ‘Ziekenbezoek’ – Judith Herzberg>

De Nederlandse dichteres Judith Herzberg (1934) roept in ‘Ziekenbezoek’ de communicatieve kracht van stilte op. Mijn vader had een uur langzitten zwijgen bij mijn bed.Toen hij zijn hoed had opgezetzei ik, nou, dit gesprekis makkelijk te resumeren.Nee, zei hij, toch niet, je moet het maar eens proberen. 

<Citaten over stilte> 

  • Stiltes scheiden soms meer dan afstanden. (Coco Chanel, modeontwerpster)
  • Niets demonstreert autoriteit beter dan stilte. (Charles de Gaulle, Franse president)
  • Men neemt gemakkelijk een zonnebad. Waarom zijn er zo weinig mensen die op het idee komen een stiltebad te nemen? (Paul Claudel, Franse dichter)
  • Wie stilte wil beschrijven, moet / zijn mond maar houden. Wie niets hoort / luistert niet en heeft niets te vertellen. (Rutger Kopland, Nederlandse dichter)
  • Min de stilte in uw wezen / Min de stilte die u bezielt / Zij die alle stilte vrezen / hebben nooit een hart gelezen, / hebben nooit geknield. (Guido Gezelle, Vlaamse dichter)
  • Als we voor iets indrukwekkends staan, is stilte het beste eerbetoon. We bekennen zo dat we geen woorden hebben voor wat op dat ogenblik ondergaan. (Alfonso Milagro, Spaanse priester)
  • De stilte is een gat in het geluid. (Bert Schierbeek, Nederlandse schrijver)
  • We moeten onszelf wennen aan de stilte van de geest, van de ogen, van de tong. (Moeder Teresa)
  • Het woord is van de tijd, de stilte van de eeuwigheid. (Maurice Maeterlinck, Belgische winnaar van de Nobelprijs voor de literatuur in 1911)
  • De stilte is de bron waaruit zowel woorden als muziek kunnen vloeien. Zonder haar was alles een dwaas geraas en gedaas. (Sigiswald Kuijken, Belgische dirigent-violist)
  • De grootste openbaring is de stilte. (Lao-Tse, Chinese filosoof uit de 6e eeuw voor Christus en stichter van het Taoisme)
  • Terugkeer tot de wortels, dat is stilte. Men noemt dat: terug naar het wezenlijke. (Lao-Tse, Chinese filosoof uit de 6e eeuw voor Christus en stichter van het Taoisme)
  • Zwijgen leren we pas in de loop van ons leven. Spreken leren we al eerder. (Lao-Tse, Chinese filosoof uit de 6e eeuw voor Christus en stichter van het Taoisme)
  • Lezen is inkeer, is stilte zoeken op die laatste geruchtloze plaats ter wereld: enige bedrukte bladzijden. (Kees Fens, Nederlandse columnist)
  • Poëzie is sprekende schilderkunst en schilderkunst is stille poëzie. Voor de een is stille welsprekendheid kenmerkend, voor de ander een welluidende stilte. (Giambattista Marino, Italiaanse dichter uit de 17e eeuw)
  • Stilte heeft een magnetische kracht. Ze trekt aan je gevoelens. Ze schept een stemming in je. Je droomt in de stilte en voelt die aan als muziek. (Marcel Marceau, Franse mimespeler)
  • Zwijgen is een geneesmiddel tegen verdriet. (Arabisch spreekwoord)
  • De stilte is het middagdutje van het geluid. (José Arthur, Franse journalist)
  • We misverstaan elkaar het minst bij het zwijgen: ons aller moedertaal. (Julien De Valckenaere, Vlaamse schrijver)
  • De stilte van de natuur heeft veel geluiden. (Henriette Roland Holst, Nederlandse dichteres)
  • Waarover men niet kan spreken, daarover moet men zwijgen. (Ludwig Wittgenstein, Oosterijkse filosoof)
  • Ik heb altijd gedacht dat het beter is te zwijgen en idioot te lijken dan teveel te praten en te bewijzen dat je het werkelijk bent. (Marcel Aymé, Franse schrijver)
  • Stilte is niet de afwezigheid van geluid. Stilte is de dieptste klank. (Tao Meng, Indische filosoof)
  • Je kunt je weerspiegelingen niet in stromend water zien, maar wel in stilstaand water. Wat van zichzelf stil is, kan dingen tot stilte brengen. (Tsjwang-Tse, een van de grondleggers van het Taoisme)
  • Vriendschap geeft ogen aan de afstand en stem aan de stilte. (Johan Daisne, schrijver)
  • Stilte verzamelt een mens. Als je niet van daaruit vertrekt, kun je jezelf verliezen in drukdoenerij, in de vele taken die je te vervullen hebt. Terugkeren naar de stilte is vanuit de verstrooiing opnieuw komen tot eenwording. (Kees van Heijst, pater van de abdij in Tongerlo)
 

DE WINTERSE MAGIE VAN ROME december 10, 2007

Ingedeeld onder: 06 - Feliz — martevansanten @ 10:44 am

scannen0013.jpgscannen0014.jpg 

Dit artikel is gepubliceerd in Feliz nr. 3 – december 2007.

Twee jaar geleden besloot ik mijn droom waar te maken: Italiaans leren in Rome. Ik zegde mijn baan op, verhuurde mijn huis en vertrok voor drie maanden naar de Eeuwige Stad. Nu ben ik voor het eerst terug. Om de meest bijzondere plekken – en herinneringen – van toen opnieuw te bezoeken.  

CENTRO STORICO

Tijdens mijn verblijf in Rome ging ik vijf dagen per week naar de Scuola Leonardi da Vinci, een  internationale talenschool in hartje centrum. Daar kreeg ik met elf andere studenten van evenzoveel nationaliteiten in rap tempo de beginselen van het Italiaans bijgebracht. De school is gevestigd in een prachtig oud palazzo aan het Piazza dell’ Orologio, op steenworp afstand van alle bezienswaardigheden in het centro storico. Hier begin ik mijn wandeling op deze frisse herfstmorgen. Met enige weemoed zie ik de studenten het aristocratische gebouw betreden. Maar voor mijn geen groepslessen meer. Ik oefen tegenwoordig met mijn Italiaanse partner.  

Via de kleine, smalle straatjes slenter ik van de school richting het Piazza Novana, het meest beroemde plein van Rome. Links en rechts zie ik perfect geklede mannen en vrouwen in de vele bars hun ochtendespresso drinken. Staand, want dat is hier de gewoonte. Net als het feit dat je eerst aan de cassa je koffie betaalt en dan met  je scontrino (bonnetje) naar de barista (barman) gaat. Hij zet je vervolgens de heerlijkste espresso voor. Die drink je met veel suiker. Een Italiaan eet er een cornetto (zoete croissant) bij. Vandaag doe ik dat ook.  

Het Piazza Navona is een echte toeristische trekpleister, maar zo ’s ochtends vroeg is het er nog weldadig rustig. Alle ruimte dus om de barokke pracht en praal te bewonderen. De twee beroemdste Italiaanse beeldhouwers uit de 17e eeuw, Borromini en Bernini, zijn beide goed vertegenwoordigd. Borromini ontwerp de façade van de kerk Sant’Agnese in Agone aan de westzijde van het plein. Volgens de legende werd op deze plek in 304 de dertienjarige Agnes naakt aan het volk vertoond omdat ze weigerde met de voor haar bestemde man te trouwen. Als een wonder begon op dat moment haar haar te groeien, zodat ze haar lichaam zedelijk kon bedekken. Tegenover de kerk vind je de indrukwekkende Fontana dei Quattro Fiumi van Borromini’s aartsrivaal Bernini. Persoonlijk vind ik dit een van de mooiste beeldhouwwerken die Rome rijk is. De figuren, die elk een beroemde rivier symboliseren, drukken zo’n emotie uit dat ze voor je ogen tot leven lijken te komen.  

Het centro storico is niet groot, maar er zijn zeker vijftien kerken te vinden. Allemaal zijn ze een bezoekje waard, maar als je toch moet kiezen, ga dan naar de Sant’Agostino, de San Luigi dei Francesi en de Santa Maria del Popolo. (De laatste ligt een stukje verderop in de wijk Tridente). In elk van deze chiese (kerken) vind je namelijk een of meerdere schilderijen van de beroemde schilder Caravaggio. Het werk van deze 16e eeuwse schilder werd in zijn tijd als extreem gewaagd beschouwd, omdat hij het aandurfde heilige figuren als mensen van vlees en bloed af te beelden. Zo gebruikte Caravaggio de bekendste prostituee van de stad als model voor een schilderij van Maria, iets wat hem door zijn kerkelijke opdrachtgevers niet in dank werd afgenomen. Controversieel zijn de afbeeldingen inmiddels niet meer, maar vierhonderd jaar later hebben ze nog niets van hun kracht verloren.  

Ik laat de kerken achter me en vervolg mijn route richting de Via del Corso, de belangrijkste winkelstraat van Rome. Mijn bestemming is niet Armani of Prada, maar de Galleria Doria Pamphilj. Dit museum bezit een van Rome’s mooiste kunstcollecties met werk van onder andere Caravaggio en Bernini, maar ook Breughel, Memling en Valázquez. Onderweg valt mijn oog op een klein kapperszaakje, genaamd Lellos Hair Style. In alle hevigheid komen de herinneringen boven aan mijn  Romeinse knipbeurt door Lello, een enorme, manke kapper met het woeste uiterlijk van een maffiabaas. Het zou weken duren voor ik me weer zonder schaamte op school durfde te vertonen. 

Mocht je voor de lunch nog wat tijd over hebben, loop dan even langs bij het Chiostro del Bramante. Dit kleine 15e eeuwse klooster ligt goed verborgen achter de vaak overweldigende palazzi en biedt een oase van rust in het drukke centrum. Tegenwoordig is het een galerie, waar wisselende tentoonstellingen worden gehouden.  

Over lunch gesproken: natuurlijk kun je je laten verleiden door de vele, vaak toeristische pizzeria’s rond het Piazza Navona. Maar veel leuker is het om een willekeurige bar binnen te lopen en een heerlijke toast te bestellen, een tosti met allerlei bijzondere vullingen. Mijn persoonlijke favoriet is die met tonijn en artisjok. En met een gemiddelde prijs van € 2,50 krijg je ruim waar voor je geld. Nog een tip: neem je sandwich mee naar buiten. Mijn favoriete openlucht lunchplek in Rome zijn de oevers van de Tiber. Daar kun je heerlijk uit de wind van het zonnetje genieten. Lekker wandelen langs het water kan er trouwens ook. Behalve een verdwaalde Romein met een hond of een muzikant onder een brug zul je er verder weinig mensen tegenkomen.  

CAMPO DEI FIORI EN HET JOODSE GETTO

Aan de overkant van de drukke Corso Vittorio Emanuele II waan je je in een andere wereld. Het mooie Piazza Campo dei Fiori (‘Plein van het bloemenveld’) trekt weliswaar veel toeristen, maar toch voelt het alsof je er in een Italiaans dorp bent beland. Van maandag t/m zaterdag wordt er ’s ochtends een levendige groente- en fruitmarkt gehouden. In de kleine steegjes rond het plein is het heerlijk slenteren, terwijl de meest prachtige palazzi en fontane aan je oog voorbijtrekken.  

Loop je in oostelijke richting, dan kom je in het Joodse getto van Rome terecht. Een echt getto is het gelukkig al lang niet meer, maar het contrast tussen deze arme wijk en de rijkdom van de buurt rond het Campo dei Fiori is desondanks groot. Veel gebouwen zijn er vervallen, de steegjes zo mogelijk nog smaller dan in de rest van de stad. Je vindt er kosjere eethuisjes en allerhande Joodse winkeltjes. Ga op een van vele bankjes zitten en snuif de geschiedenis op, die je hier van alle kanten op je voelt neerdalen. Niet verwonderlijk, als je bedenkt dat al in de tweede eeuw vóór Christus de eerste Joodse kolonie in Rome werd gevestigd. De immense synagoge die hier in 1904 werd gebouwd voelt bijna misplaatst aan in deze bescheiden buurt. Sinds de PLO in 1982 een aanslag op het gebouw pleegde waarbij een 2-jarig meisje omkwam, wordt hij 24 uur per dag door carabinieri (een tak van de Italiaanse politie) bewaakt. Een bezoek is dan ook alleen mogelijk met een georganiseerde toer.  

Onderweg terug naar het appartement waar ik logeer, schiet ik een kerkje binnen. Zoals altijd verbaas ik me erover hoe prachtig onderhouden de Italiaanse godshuizen zijn, zelfs in de meest arme buurten. En op welk moment van de dag je er ook binnengaat, er zit altijd wel iemand te bidden. Vandaag is dat niet anders. Een jong meisje is zo diep in haar gebed verzonken, dat ze me niet eens voorbij hoort lopen. Nieuwsgierig staar ik haar aan. Zou ze bidden voor haar zieke moeder? Of voor een naderend examen? Zelf ben ik zonder geloof opgegroeid. Misschien dat het me juist daarom zo fascineert. In de maanden dat ik in Rome woonde maakte ik er de gewoonte van elke zondagochtend naar een kerkdienst te gaan. Mijn favoriet? De San Giovanni in Laterano, de officiële kathedraal van Rome en bijna net zo groot als de St. Pieter. Een bewierookte dienst daar is een ervaring op zich. 

SAN LORENZO

De volgende ochtend neem ik de bus naar San Lorenzo, de wijk ten zuidoosten van het station Termini, waar ik drie maanden op kamers woonde bij de Italiaanse Paula. Onderweg ernaartoe knoopt de dame naast me een gezellig gesprekje met me aan over het prachtige weer. Die openheid van de Romeinen was een van de dingen waar ik echt aan moest wennen. In de bus naar school ging sprak  ik in drie maanden meer mensen dan in vijf jaar forenzen in Nederland. Als noorderling kijk je raar op als een wildvreemde zomaar tegen je begint te praten. Maar in de loop van de tijd ging ik dat steeds meer waarderen. Het geeft een gevoel van saamhorigheid en is bovendien een prima manier om je Italiaans te oefenen.  

Terwijl de zon zich diep achter de palazzo’s verschuilt, draagt de helft van mijn medepassagiers een zonnebril. In de bus. Tja, men zegt niet voor niets: een Italiaan zonder zonnebril is zo goed als naakt.  

In San Lorenzo is de campus van de Universiteit van Rome gevestigd. Het is een echte studentenbuurt, met veel kleine cafeetjes, goedkope restaurantjes en obscure filmhuizen. Toeristen zul je hier niet gauw aantreffen. Dat maakt het extra leuk om er rond te dwalen, ook al zijn de gebouwen hier niet zo mooi als in de binnenstad. Houd er wel rekening mee dat vrijwel niemand hier  Engels spreekt!  

Via de Via Tiburtina loop je richting de Campo Verano, de grootste Katholieke begraafplaats van Rome. Neem onderweg de tijd om een cappuccino te drinken of bij de bakker voor een habbekrats een smakelijke focaccia (plat Italiaans brood) te kopen. Ook het kleine, traditionele chocoladefabriekje aan deze straat is een tussenstop waard, bijvoorbeeld voor de heerlijke, handgemaakte bonbons. 

Het laatste stukje richting de begraafplaats is een beetje armzalig, maar je geduld wordt beloond. Een Italiaanse begraafplaats is namelijk net een openluchtmuseum. De prachtige beelden en monumenten worden afgewisseld met indrukwekkende grafhuizen. Je kijkt werkelijk je ogen uit. Voor kattenliefhebbers zoals ik is er bovendien de bonus van de kattenkolonie die er huis houdt. Zodra je op een bankje gaat zitten om even van je wandeling te bekomen, is er altijd wel één die je gezelschap opzoekt. Vandaar ook dat de oude dametjes die dagelijks de graven bezoeken niet alleen een bosje chrysanten voor hun overleden familielid, maar ook een blikje kattenvoer meenemen. 

Onderweg terug naar de bushalte stop ik bij een van de vele pizzatentjes. Wat de frituur is in Nederland en België, is hier de pizza tagliata. Achter het glas van de toonbank liggen enorme langwerpige pizza’s van soms wel een meter lang. Met je handen wijs je de grootte aan van het stuk dat je wilt. De prijs wordt per ons bepaald. Iets wat je bij ons nooit ziet maar waar ik in Rome verslaafd aan ben geraakt, is de pizza bianca (letterlijk: ‘witte pizza’), een onbelegde pizzabodem met olijfolie, zeezout en rozemarijn. Simpel maar oh zo lekker. 

Villa Borghese

Het is zulk mooi weer, dat ik besluit naar de Villa Borghese te gaan. Gedurende de renaissance werden in dit gebied ten noorden van het centrum de zomerhuizen van de rijke Romeinen gebouwd. Een van de meest indrukwekkende is dat van de familie Borghese. De gebouwen zijn tegenwoordig open voor publiek. In het bijbehorende park (de grootste open ruimte in Rome!) vind je onder andere het Piazza di Siena met de overblijfselen van een Romeinse renbaan, waar je op een mooie dag als vandaag heerlijk met een boekje kan luieren. Er vlak achter liggen de Pincio Tuinen, waar een heteluchtballon je tegen betaling voor twintig minuten boven de stad tilt. Het biedt misschien wel het allermooiste uitzicht over Rome.  

In het park zijn meerdere musea te vinden. De beroemdste daarvan is de Galleria Borghese. Toen Camillo Borghese in 1605 tot paus werd verkozen, stelde hij zijn favoriete neef Scipione aan als ‘hoofd diplomatieke, ceremoniële en culturele zaken’. Het was een vrijbrief voor Scipione om zich op slinkse   wijze uit naam van god de mooiste kunstwerken toe te eigenen. Om al die prachtige werken onderdak te geven liet Scipione een zomerpaleis (de Galleria Borghese) bouwen. Kosten noch moeite werden gespaard. Het resultaat: een geweldige overdaad aan marmer, goud, mozaïeken en fresco’s. En dat allemaal nog voordat je één kunstwerk hebt gezien… 

Eenmaal terug in de drukte van de stad duik ik een supermarkt in om wat ingrediënten voor het avondeten te kopen. Terwijl ik vertwijfeld voor de vitrine met tientallen verschillende soorten verse pasta sta, realiseer ik me dat je nergens zo snel de culturele verschillen met je eigen land leert kennen als in de supermarkt. De keus in pasta en kaas is bijvoorbeeld enorm, maar in frisdrank minimaal. Bovendien is een fles cola aanzienlijk duurder dan in Nederland. Lightproducten zijn helemaal niet te vinden. Net als flame lampen trouwens, want Italianen verlichten hun huizen bij voorkeur met tl-lampen. En lucifers koop je alleen bij de tabaccheria (tabakszaak). “Busta?”, wordt me door de jongen achter de kassa gevraagd. Hij kijkt verbaasd op als ik nee schud. Want in Italië neemt niemand zoals ik zijn eigen boodschappentas mee. Hier wordt alles nog verpakt in buste, plastic tasjes.  

CARACALLA EN TESTACCIO

Wat mij betreft is het Colosseum onbetwist het mooiste antieke bouwwerk van Rome. Maar als je niet uren in de rij wilt staan om de indrukkende oude architectuur te bekijken, kun je beter een bezoek te brengen aan de Termen van Caracalla, het grootste overgebleven badcomplex uit het Romeinse Rijk. Dat is dan ook wat ik doe aan het begin van mijn derde en laatste dag in Rome. Vijf jaar en 9000 slaven waren voor nodig om het te bouwen. Meer dan 1600 mensen konden er tegelijk een bad nemen. In totaal kwamen er per dag zo’n 8000 bezoekers. Behalve de verschillende binnenbaden bevatte het complex een ontmoetingshal, een openluchtzwembad, gymzalen, bibliotheken, kunstgalerijen en diverse tuinen. Ondanks het feit dat van die rijkdom weinig meer over is, blijft het ook vandaag de dag nog een indrukwekkend gezicht. Wandelend over het enorme complex (in totaal ruim 11 ha) met muren die torenhoog boven me uitrijzen voel ik me opeens heel klein. Het is niet moeilijk om je voor te stellen hoe ongelofelijk imposant de baden in hun hoogtijdagen geweest moeten zijn.  

Even ten westen van de Termen van Caracalla ligt een van de meeste trendy buurten van het moderne Rome, Testaccio. Oorspronkelijk was dit een echte arbeiderswijk, vooral bekend vanwege de vele slachthuizen die er te vinden waren. Tegenwoordig zie je er tal van hippe winkeltjes, restaurantjes en galerieën. Omdat nog weinig toeristen de weg naar deze wijk gevonden hebben is het een prima plek om een paar uurtjes rond te dwalen als je wat van het gewone, dagelijkse leven in Rome wilt opsnuiven. Of als je, zoals ik, wilt genieten van een heerlijk bord authentieke spaghetti al pesto.

TRASTEVERE en JANICULUM

Via de Ponte Palatino steek ik de Tiber over naar de wijk Trastevere. In de Romeinse tijd was dit een buurt van arbeidslieden, die hun handelswaar aan- en afvoerden over de rivier. Later kwamen er vooral veel immigranten wonen. En ook al is de buurt inmiddels aardig ‘verhipt’, toch waan je je in een andere tijd als je door de wirwar van nauwe, geplaveide straatjes loopt. Tip: zorg dat je geen hoge hakken draagt als je hier aan de wandel gaat! 

De kerk Santa Maria in Trastevere is het spirituele en sociale hart van de wijk. Het is vermoedelijk het eerste officiële godshuis dat (in de 3e eeuw) in Rome werd gebouwd. Volgens de legende spoot op deze plek op de dag van de geboorte van Christus een oliefontein uit de grond. De huidige kerk stamt voor het grootste deel uit de 12e eeuw is en vooral beroemd vanwege zijn prachtige mozaïeken. 

Terwijl ik ronddwaal door het eeuwenoude gebouw valt mijn oog op een heiligenbeeld dat is bedolven onder kleine briefjes. Het is een van de leukste katholieke gebruiken: een papiertje met je wens tussen de armen (of andere lichaamsdelen) van een heilige steken. Zonder al te opzichtig te zijn gluur ik naar de boodschappen die de inwoners van de stad hebben achtergelaten. Nu komen mijn Italiaanse lessen me goed van pas. Mijn ogen schieten vol als ik op een briefje lees: ‘laat mijn moeder nog niet sterven’. Maar een moment later moet ik mijn lachen bedwingen om de vraag ‘of ik alsjeblieft eindelijk eens voor mijn rijexamen mag slagen’.  

Met een hoofd vol wensen verlaat ik de kerk. Even verderop loop ik het Museo di Roma in Trastevere aan het Piazza Sant’Egidio binnen. Dit kleine museum, gevestigd in een voormalig klooster, vertelt je over de folklore van Rome. Je vindt er van alles over feesten, spelletjes en bijgeloof. Het leukst zijn misschien wel de tableaus met scènes uit het alledaagse leven in het Rome van de 18e en 19e eeuw. Nog meer dan in de grote musea in het centrum gaat de historische stad hier  echt voor je leven.  

Er zijn nog tal van andere bezienswaardigheden in Trastevere te bewonderen, zoals de Villa Farnesina en de botanisch tuinen. Maar neem vooral ook de tijd om rustig rond te dwalen door deze schilderachtige, oude wijk. Laat de plattegrond maar achterwege, want verdwalen doe je toch wel in de ‘spaghetti’ van kronkelige straatjes. Het geeft niets, want er is altijd wel weer een weg die naar de Tiber leidt. En ondertussen waan je je voor even echt onderdeel van alledaagse Romeinse taferelen, zoals het ophangen van de was, het volgen van de voetbalwedstrijd op de radio of het lezen van de krant aan de bar.  

Als afsluiting van de dag neem ik vanaf het Piazza della Rovere bus 870 naar de top van de heuvel Janiculum. Ver is het niet, maar wees gewaarschuwd: als je gaat lopen is het een steile klim! Vanaf hier heb je een werkelijk fenomenaal uitzicht over de stad. En nog gratis ook. Terwijl ik mijn blik over alle prachtige gebouwen laat dwalen die door de ondergaande zon oranje en roze worden gekleurd, bedenk ik me wat ik verder nog allemaal had willen doen deze dagen. Een wandeling over het Forum Romanun maken, een kerkdienst in de prachtige Santa Maria Maggiore bijwonen, de kattenopvang op het Largo di Torre Argentina bezoeken, rijstijs eten bij de gelateria achter het Pantheon, koffie drinken bij mijn naamgenoot, Bar Marte, naar het winkeltje met leren handschoenen in 124 kleuren….  Nou ja, die bewaar ik voor volgende keer. Want één ding is zeker: naar mijn tweede thuisstad Rome zal ik steeds weer terugkeren.

 

OP ZOEK NAAR EVENWICHT december 10, 2007

Ingedeeld onder: 06 - Feliz — martevansanten @ 10:41 am

scannen0009.jpgscannen0010.jpg 

Dit artikel is gepubliceerd in Feliz nr. 3 – december 2007.

De definitie van evenwicht luidt: een situatie waarin zonder verstoring geen verandering optreedt. De term kan een maatschappelijke, een economische of een natuur- of scheikundige betekenis hebben. Maar waarom heeft de mens een behoefte aan evenwicht in zijn leven? En hoe beïnvloedt die behoefte zijn of haar gedrag?  

Mark Nelissen is professor in de biologie aan de Universiteit van Antwerpen. Daar onderzoekt hij onder andere hoe het menselijk gedrag als gevolg van de evolutie is veranderd. Logisch dus, dat hij in antwoord op de vraag waarom een mens van nature naar evenwicht streeft in eerste instantie diep in het verleden duikt. “Honderdduizenden jaren geleden leefden we als jagers en verzamelaars in groepen van maximaal tweehonderd mensen. Van alle kanten loerde het gevaar. Om te overleven was het belangrijk om binnen de groep goed samen te werken. Iedereen had zijn eigen taak. Kon je bijvoorbeeld hard rennen, dan deed je mee aan de jacht. Zo ontstond een natuurlijk evenwicht, waarbij van iedereen duidelijk was wat van hem of haar werd verwacht. Onze voorouders waren gebaat bij duidelijke afspraken en voorspelbaar gedrag. Vandaar ook dat we onverwachte gebeurtenissen nog steeds als onprettig ervaren. Die zijn van oudsher bedreigend.”  

Dat we ons het meest prettig voelen als we een ‘evenwichtig leven’ leiden, lijkt dus vooral een vorm van zelfbehoud. Nelissen: “Tegenwoordig zie je nog allerlei vormen van dat primitieve groepsgedrag terug. Zo zoeken we onze natuurlijke plek in de hiërarchie, of dat nu op het werk is of in een vriendenkring. Een ander duidelijk voorbeeld is hoe mensen zich kleden. Meestal herken je daaraan meteen tot welke ‘soort’ iemand behoort. Iemand met een hanenkam kan bijna niet anders dan een punker zijn. Maar ook bij meer subtiele tekens als een parelketting of een bepaald kledingmerk leggen we een link met een specifieke groep. Zo weet je precies waar je aan toe bent. Dat creëert een gevoel van evenwicht en veiligheid.” 

Symmetrie

Een andere manier om je voortbestaan te garanderen was – en is – om je zo succesvol mogelijk voort te planten. Ook daarbij speelt evenwicht een belangrijke rol, zo blijkt. “De mens zoekt van nature een partner met een zo evenwichtig mogelijk gezicht”, vertelt Nelissen. “Dat zit zo. Hoe symmetrischer de gelaatstrekken, hoe kleiner de kans dat iemand tijdens zijn ontwikkeling in de baarmoeder met allerlei nare bacteriën en parasieten te maken heeft gehad. Simpel gezegd betekent een evenwichtig gezicht: gezonde genen. En dus een goede kans op sterke, gezonde kinderen.” Is dat ook de reden waarom we op andere terreinen vaak naar symmetrie streven, bijvoorbeeld bij de inrichting van ons huis? Nelissen: “Dat is nooit onderzocht, maar het is helemaal geen gekke gedachte. Een symmetrisch gezicht geeft me van nature een goed gevoel. Waarom zou dat dan niet gelden voor de twee kandelaars die symmetrisch boven mijn schouw hangen?” 

Als evenwicht zo belangrijk is voor een succesvolle voortplanting en ontwikkeling, hebben kinderen uit éénoudergezinnen dan niet op voorhand al een achterstand? “Logischerwijs zou je denken van wel”, zegt Nelissen, “maar in de praktijk blijkt dat niet het geval. Cijfers wijzen uit dat kinderen die alleen door hun moeder worden opgevoed zich over het algemeen tot heel evenwichtige volwassenen ontwikkelen. Dat geldt zowel voor meisjes als voor jongens. Feitelijk wordt de invloed van de ouders schromelijk overschat. Vroeger dachten we dat die alles bepalend was voor de ontwikkeling van een kind, nu weten we dat dat maar voor een klein stukje het geval is. Kinderen leren veel meer van hun leeftijdsgenoten, hun leerkrachten en de media.” 

Realistische doelen

Biologisch gezien is de menselijke behoefte aan evenwicht goed verklaarbaar. Maar in hoeverre  beïnvloedt hij ook ons dagelijks doen en laten? “In zeer grote mate”, aldus Nelissen. “We hebben geconstateerd dat een mens gebaat is bij balans in zijn leven. Maar wat die balans precies inhoudt is voor iedereen verschillend. Dat heeft immers te maken met de doelstellingen die je nastreeft. De ene persoon heeft als doel om heel rijk te worden, de andere om gezonde, gelukkige kinderen de wereld in te sturen. Je stelt je handelen in dienst van jouw persoonlijke doel. Gaat dat goed, dan geeft dat een gevoel van harmonie. Maar lukt dat niet, bijvoorbeeld doordat je al je geld op de beurs verliest of doordat je kind het verkeerde pad op gaat, dan raak je uit evenwicht. Met het risico dat je in een depressie belandt.”  

Of je in staat bent harmonie in je leven te bereiken, hangt met name af van het realiteitsgehalte van je doelstellingen. Nelissen: “Vooral jonge mensen streven vaak enorm hoge doelen na. Op zich is dat goed, want zonder die ambitie zouden er geen grote wetenschappers zijn, of wereldleiders, of topsporters. Maar als je erachter komt dat sommige doelen voor jou niet haalbaar zijn, moet je ze wel  naar beneden kunnen bijstellen. Zo niet, dan raak je uit balans en gaat het mis. Het probleem is dat mensen zich er vaak niet bewust van zijn dat hun doelen te hoog gegrepen zijn. Of ze willen het niet weten. Soms moet er dan een psycholoog of een psychiater aan te pas komen om hen dat duidelijk te maken.”  

Een andere reden om je plannen aan te passen is als je iets traumatisch overkomt. Een bekend voorbeeld is dat van de hardwerkende zakenman die een hartaanval krijgt. Daarna zijn vroegere doelstellingen als hogerop komen en veel geld verdienen opeens een stuk minder belangrijk. Maar ook positieve veranderingen kunnen zo’n effect hebben. Als je onverwacht de lotto wint bijvoorbeeld. Of de liefde van je leven tegenkomt terwijl je je er eigenlijk al bij neer had gelegd altijd alleen te blijven. Nelissen: “Als gevolg van wat je overkomt creëer je nieuwe doelstellingen. Zo ontwikkel je continu een nieuw evenwicht in jezelf.” 

Fysieke achterstand

De mens is voortdurend op zoek naar geestelijk evenwicht. Geldt dat ook voor de rest van ons lichaam? Volgens Nelissen is dat – vreemd genoeg – niet het geval. “De afgelopen eeuwen en vooral de afgelopen decennia is onze samenleving veel drukker geworden. Dat betekent dat ons lichaam veel meer impulsen te verwerken krijgt. Dat je je bij autorijden op zoveel dingen tegelijk moet concentreren is bijvoorbeeld heel onnatuurlijk. Helaas weet het lichaam daar niet goed mee om te gaan. Ons stresssysteem werkt al honderdduizenden jaren op dezelfde manier. De bijnieren maken  adrenaline en cortisol aan om de spanning aan te pakken. Vroeger was dat systeem heel effectief. Maar tegenwoordig word je aan zoveel druk blootgesteld, dat het lichaam dat niet meer aankan en overbelast raakt. Met allerlei narigheid als overspannenheid en burn-out tot gevolg.”  

Een ander goed voorbeeld van die fysieke ‘achterstand’ is het feit dat mensen steeds dikker worden. “Onze behoefte aan suiker en vet is dezelfde als die van onze jagende en verzamelende voorouders”, aldus Nelissen. “Zodra je iets zoets ziet, beveelt je lichaam je dat op te eten. Suiker is immers een belangrijke energiebron en lange tijd moest je maar zien waarneer je weer zoiets voedzaams te eten zou krijgen. Tegenwoordig word je echter dagelijks overspoeld met vette en zoete etenswaren. Omdat het lichaam nog altijd volgens het hetzelfde systeem werkt, blijf je daar maar van dooreten. En dus word je al gauw te dik.” 

De omgeving verandert, maar onze fysieke toestand niet. Met als gevolg dat je lichaam niet meer de kans krijgt te functioneren zoals het eigenlijk was bedoeld. Nelissen: “We zetten het onder stress en misbruiken het door er teveel suiker en vet in te stoppen. Om nog maar niet te spreken over sigaretten en alcohol, want daar is je lichaam al helemaal niet op berekend. Door al die dingen zou je je beter moeten gaan voelen, maar eigenlijk doe je jezelf alleen maar kwaad mee. Wat dat betreft is het evenwicht helemaal zoek.” 

Vanzelf

Bijna iedereen krijgt vroeg of laat wel eens te maken met onrealistische doelstellingen en een lichaam dat uit balans raakt. Moeten we ons nu grote zorgen maken? “Dat valt best mee”, stelt Nelissen ons gerust. “Voor een groot deel lossen de problemen zich vanzelf op als je ouder wordt. Met ervaring komt namelijk ook de wijsheid over wat haalbare doelen zijn en niet. Wat de fysieke kans betreft waarschuwt je lichaam je vanzelf als je het te lang misbruikt, bijvoorbeeld in de vorm van een te hoog cholesterolgehalte. Zo leer je je met het klimmen der jaren steeds beter aanpassen aan wat wel en niet verstandig is. En hoe groter je aanpassingsvermogen, hoe groter de kans op geluk.”  

Mark Nelissen is auteur van twee populair wetenschappelijke boeken over het menselijk gedrag: De bril van Darwin (2000, ISBN 902094116X) en Waarom we willen wat we willen (2004, ISBN 9020957201). Beide boeken zijn een uitgave van Uitgeverij Lannoo.

 

HET ULTIEME EVENWICHT VAN VROUWE JUSTITIA december 10, 2007

Ingedeeld onder: 06 - Feliz — martevansanten @ 10:38 am

scannen0011.jpgscannen0012.jpg 

Dit artikel is gepubliceerd in Feliz nr. 3 – december 2007

Statig prijkt ze op de gevel van menig gerechtsgebouw. Met haar rechte schouders en opgeheven, geblinddoekte hoofd maakt ze een haast onaantastbare indruk. In haar linkerhand draagt ze een weegschaal, in haar rechterhand een zwaard. Justitia. De vrouw die rechtspreekt. 

Rond het midden van de 17e eeuw werden raads- en rechthuizen voor het eerst opgesierd met symbolische afbeeldingen. De belangrijkste daarvan was die van Vrouwe Justitia. Zij wordt vanaf dat moment beschouwd als de verpersoonlijking van het recht. Haar blinddoek laat zien dat ze onpartijdig is. In haar weegschaal weegt ze bewijzen en getuigenissen tegen elkaar af. En haar zwaard staat voor het vonnis dat ze velt.  

De ‘moderne’ Vrouwe Justitia stamt af van de Romeinse godin Iusticia. In tegenstelling tot haar opvolgster hield de Romeinse Justitia zich niet alleen bezig met het bestraffen van slechte daden. Ze maakte zich ook druk om rechtvaardigheid in de persoonlijke en sociale sfeer, zoals het delen van je bezit, het waar nodig bieden van hulp en het niet misbruiken van anderen. Zonder daarbij overigens jezelf tekort te doen. Een mens moet volgens de Romeinse filosofie niet te egoïstisch, maar óók niet te onbaatzuchtig zijn. Het gaat erom het juiste evenwicht tussen de twee te vinden.  

Tarot

Niet alleen in de rechtspraak, maar ook op andere plekken vervult Vrouwe Justitia een belangrijke rol. In de Tarot bijvoorbeeld, de set van 78 kaarten die wordt gebruikt om de toekomst  te voorspellen. Op de elfde kaart, de Rechtvaardigheid, staat Vrouwe Justitia afgedrukt. Zij is het oerbeeld van  evenwicht, oprechtheid, onderscheidingsvermogen en gelijkwaardigheid.

De Tarot-Justitia herinnert je  eraan dat je zelf verantwoordelijk bent voor je doen en laten Én voor de gevolgen daarvan. Alles wat je het verleden hebt gedaan, komt in haar weegschaal terecht en wordt daar ‘gewogen’.  Bij Tarot draait rechtvaardigheid dus niet alleen om wetten. Zij gaat verder dan dat. Vrouwe Justitia staat voor een subtiel evenwicht tussen begrijpen en handelen. Door je bewust te worden van je verleden kun je je er ons los van maken. Zo voorkom je dat je steeds terugvalt in hetzelfde gedrag. Dat is spirituele vooruitgang.  

De Rechtvaardigheidskaart raadt je aan onevenwichtigheden in je leven aan te pakken. Dat kan een fysieke onbalans zijn, zoals overgewicht of een slechte conditie. Maar ook een geestelijke onbalans, bijvoorbeeld omdat je je eigen behoeften verwaarloost. Neem verantwoordelijkheid voor je daden. Hak knopen door. En bovenal: oordeel eerlijk over jezelf en je situatie. Dát is waar Vrouwe Justitia je toe oproept. Je hebt immers innerlijke wijsheid genoeg om dat te doen wat het beste voor je is. 

<Kader: Parabel uit de Tarot over rechtvaardigheid>De nar (de centrale figuur uit de Tarot) is op zoek naar inspiratie. Terwijl hij zit na te denken over een nieuw doel in zijn leven, merkt hij een blinde vrouw op die luistert naar twee ruziënde broers. Ze hebben een conflict over de verdeling van hun erfenis en zijn naar haar gekomen voor een oordeel. De ene broer heeft al het geld van hun vader geërfd, de ander niets. “Ik wil de hele erfenis voor mij alleen, want mijn broer zal alles verkwisten!”, zegt de arme broer. “Ik heb het geld op een eerlijke manier verkregen”, protesteert de rijke broer. “Dat is het enige wat telt.”

De vrouw luistert aandachtig en besluit beide broers de helft van het geldbedrag te geven. Een eerlijke oplossing, meent de nar, maar geen van de broers is tevreden. De rijke is ongelukkig omdat hij de helft van zijn erfenis kwijt is, de arme omdat hij van mening is dat hij alles had moeten krijgen. “Je bent rechtvaardig geweest”, zegt de nar tegen de vrouw nadat de broers zijn vertrokken.“Inderdaad”, antwoordt zij. “Met slechts de helft van het geld zal de rijke broer zuinig worden. En de arme heeft meer dan wat hij nodig heeft. Ook al zien ze het zelf niet in, uiteindelijk is dit de beste beslissing.”

De nar denkt over haar woorden na en realiseert zich plotseling iets over zijn eigen leven. Hij is teveel bezig geweest met materiele zaken, terwijl hij zijn spirituele behoeftes heeft verwaarloosd. En dat allemaal omdat hij geen aardse genoegens wilde opofferen. Nu weet hij ook welke weg hij in moet slaan in zijn leven. Het is tijd om zijn innerlijke weegschaal opnieuw in evenwicht te brengen. Hij bedankt de vrouw en gaat op pad. Met een nieuw doel.