Marte van Santen

Freelance journaliste en schrijfster

“MIJN LEVEN WAS EEN PUINHOOP EN KIJK NU EENS!” januari 2, 2008

Ingedeeld onder: 07 - Flair — martevansanten @ 3:28 pm

scannen0002.jpgscannen0003.jpg 

Dit artikel is gepubliceerd in Flair nr. 1 – 2008.

Hun ouders dachten dat het noit meer goed zou komen. Deze jonge vrouwen waren vroeger echte zorgenkindjes, om verschillende redenen. En nu? “Dat ik zo veel zou bereiken, had niemand gedacht.”  

“MIJN MOEDER DACHT DAT IK MIJN TOEKOMST DEFINITIEF HAD VERGOOID”

Jessica liep op haar 15e weg van huis 

Jessica van Staden ((28) is single. Ze werkt als administratief medewerkster bij een Rabobank. Jessica heeft een jongere broer en twee jongere zusjes. 

“Als ik nu bij m’n moeder op de koffie ben, denk ik: onvoorstelbaar, dat we ooit zo’n moeizame relatie hadden. Ik was tien toen mijn ouders besloten vanuit Wateringen bij Den Haag naar een klein dorpje in Brabant te verhuizen. Ik vond dat maar niks en had heel veel heimwee. Bovendien werd ik enorm gepest met mijn ‘westerse’ accent. Twee jaar later gingen mijn ouders scheiden en kreeg mijn moeder een vriend. Ik was al niet gelukkig, maar toen verloor ik ook nog eens mijn veilige thuishaven. Vanaf dat moment ging het snel bergafwaarts met me. Eerst woonde ik bij mijn vader, later bij mijn moeder, maar bij beide kon ik mijn draai niet vinden. Ik voerde niets meer uit op school en liep rustig de hele week in dezelfde kleren.  

Al snel werd ik teruggezet van havo/vwo- naar mavo-niveau. En toen ik in de tweede klas voor de twee keer bleef zitten, moest ik zelfs van school af. Het dreef mijn moeder tot wanhoop, vooral omdat ze wist dat ik meer in mijn mars had. Ik was echter zo somber dat ik geen motivatie kon opbrengen om mijn best te doen. Toen ik eenmaal uitging liep het helemaal uit de hand. Mijn eerste vriendje kwam in de gevangenis terecht. En van de volgende raakte ik ongewenst zwanger… Op dat moment stortte de wereld voor mijn moeder in. Ze was ervan overtuigd dat ik mijn toekomst definitief had vergooid. Eigenlijk wilde ik het kindje houden, maar ze heeft me ervan te overtuigd abortus te laten plegen. Nu weet ik dat het de juiste beslissing was, maar toen heb ik haar dat enorm kwalijk genomen. 

Na de abortus raakte ik nog meer in de war. Ik kon totaal niet met alle emoties overweg. Wat tot nóg meer ruzies leidde. Twee maanden later besloot ik weg te lopen. Achtereenvolgens kwam ik in een opvangtehuis en bij een pleeggezin terecht. Toen ik daar niet langer kon blijven, trok ik bij mijn vriendje in. Helaas kwam ik er al snel achter dat hij vreemd ging. Dat was het moment dat ik voor het eerst me ten volle besefte wat een zooitje ik van mijn leven had gemaakt. En hoeveel pijn ik mijn familie daarmee had gedaan. In een ultieme poging de boel op orde te krijgen klopte ik bij mijn oma aan. Ik zie mezelf daar nog huilend op de drempel staan. Het enige wat ze zei was ‘welkom thuis, kind’. Het was zo’n opluchting ondanks al mijn vreselijke gedrag toch geaccepteerd te worden!  

Na een paar maanden bij mijn oma tot rust te zijn gekomen ben ik weer bij mijn moeder gaan wonen. Deze keer ging dat wél goed. Ik ben zelfs teruggegaan naar school! Het gaf me de structuur die ik nodig had. Bovendien leerde ik er ook nieuwe vrienden kennen. ‘Gezonde’ mensen die me een goed gevoel gaven over me zelf in plaats van dat ze me nog onzekerder maakten.  

Twee jaar later had ik mijn diploma voor assistent-secretaresse op zak en vond ik een interessante baan. Vanaf dat moment is het steeds beter gegaan. Inmiddels heb ik een fijn huisje, leuk werk en goede vrienden. En met mijn familie is het contact nu goed. Mijn moeder  en mijn stiefvader staan  altijd voor me klaar. Ook met mijn broer en zussen heb ik een geweldige band. Ik ben zelfs een trotse tante!  

Voor mijn gevoel ben ik van heel ver gekomen. Maar ik schaam me niet voor de worstelingen die ik heb doorgemaakt. Het heeft me tenslotte gemaakt tot wie ik nu ben. Door mijn verhaal aan de wereld te vertellen wil ik laten zien dat er altijd een weg omhoog is uit het dal. Mijn levensmotto? Volg je hart. Want diep van binnen weet je zelf wat het beste voor je is.”   

“IK WAS OP SCHOOL ALTIJD HET KNEUSJE EN NU GEEF IK ZELF LES!”

Dieuwke had leerproblemen als gevolg van dyslexie 

Dieuwke Rous (25) is de middelste van drie dochters. Ze werkt als groepsdocent op het Holland College in Naaldwijk, waar ze lesgeeft aan kinderen met leer- en/of gedragsproblemen. Dieuwke woont samen met Hugo (27), met wie ze op 23 mei 2008 gaat trouwen. 

“Ik sta nu voor de klas, dat had ik echt nooit verwacht! Ik ben altijd een zwakke leerling geweest. Dat begon al op de basisschool. Ik had veel moeite met gewone dingen als schrijven en rekenen. Ontleden was voor mij een drama. De tafels van vermenigvuldiging heb ik nooit goed geleerd.   

Als kind was ik niet vrolijk. Ik vond school vreselijk. Mijn ouders vroegen elk jaar een gesprek aan. Ze  merkten dat het niet goed ging en dachten dat het misschien beter zou zijn als ik een jaar over zou doen. Ze maakten zich veel zorgen. Maar het idee dat ik een leerstoornis had is nooit in ze opgekomen.  

Ik wist al jong wat ik wilde worden: bloemiste. Daarom ging ik na de basisschool naar het VBO . Omdat de nadruk op de praktijk lag, behaalde ik daar betere resultaten. Helaas ontwikkelde ik in mijn laatste schooljaar een bloemenallergie. Ik heb de opleiding nog afgemaakt, maar het was duidelijk dat ik nooit in dat vak zou kunnen werken.

Er brak een heel moeilijke tijd aan, want ik had geen idee wat ik dan wel met mijn leven aanmoest. Mijn ouders waren bang dat ik het bijltje er helemaal bij neer zou gooien, dus sleepten ze me mee naar alle mogelijke opleidingen. Uiteindelijk koos ik voor de bakkerschool. Het niveau bleek daar een stuk hoger te liggen. Ik leerde uren en uren, maar bij de tentamens ging het toch mis. 

Aan het eind van het eerste jaar moest ik óf terug naar een lager niveau óf van school af. Beide zag ik niet zitten. Ik heb mijn ouders haalden de directie over me het eerste jaar over te doen. Dat mocht, op voorwaarde dat ik een capaciteitstest zou laten afnemen. Daaruit moest blijken dat ik het niveau wel aankon.  

Ik weet nog als de dag van gisteren dat ik de uitslag van de test kwam ophalen. ‘Je hebt dyslexie, oftewel woordblindheid’, was het oordeel. Ik viel zowat van mijn stoel. Dyslexie? Ik?! Het kwam als een totale verrassing. Eindelijk had ik een verklaring waarom ik altijd zo’n moeite had gehad met leren.  

Met mijn intelligentie zat het wel goed, dus ik mocht terug naar school. Wel moest ik hulp inschakelen om te ‘leren leren’. Dat hielp zo goed dat ik vier jaar later had ik mijn tweede diploma op zak. Niet lang daarna werd ik gevraagd kookles te gaan geven op de school waar mijn vader wis- en natuurkundedocent was. Heel leuk, maar ik werd wel geacht zelf recepten schrijven. En die moesten dan allemaal op taalfouten nagekeken worden… 

Het werken met kinderen vond ik heel leuk. En nog belangrijker: ze accepteerden me! Dat, in combinatie met het feit dat ik bijles Nederlands heb genomen, gaf me nieuw vertrouwen. Al snel groeide ik door naar de functie van groepsleerkracht. Inmiddels geef ik zelfs meerdere vakken, waaronder biologie en Nederlands. Ik heb zelfs kinderen met leerproblemen. Je zou denken dat ik dat doe vanwege mijn achtergrond, maar zo voel ik dat niet. Ik vind het gewoon fijn kinderen die het moeilijk hebben te helpen. Vandaar ook dat ik graag zelf terug naar school zou gaan om omgangskunde te studeren.  

Soms bekruipt me weer die oude onzekerheid over mijn eigen kunnen. Ik durf bijvoorbeeld nog steeds niet de ouders van mijn leerlingen te vertellen dat ik dyslectisch ben. Dan nemen ze me vast niet meer serieus als leerkracht. Maar aan de andere kant ben ik supertrots dat ik zo ver ben gekomen. Want dat ik op mijn 25ste les zou geven op dezelfde school als mijn vader, dat hadden zowel mijn ouders als ik tien jaar geleden niet gedacht!”  

“IK HAD AL ZEKER VIJF KEER DOOD MOETEN ZIJN”

Mariëll onderging (tot nu toe) in haar leven 52 operaties 

Mariëll van den Boom  (27) werkt als TV-producer. Op 28 september 2007 is ze getrouwd met Alsido (35). Ze heeft twee oudere zussen van 33 en 35. 

“Eigenlijk ging het bij mijn geboorte al meteen mis. Ik was zes weken te vroeg en woog maar zo’n drie pond. De dokters hadden grote twijfels of ik het zou redden. Pas na vier weken, toen het ergste gevaar was geweken, durfden mijn ouders mijn geboortekaartje te versturen.  

Ik ben met een klompvoetje geboren. Tot mijn achtste moest mijn rechterbeen in een beugel zodat mijn voet in de goede stand zou groeien. Maar dat was het minste probleem. Er bleek namelijk van alles mis bleek te zijn met mijn darmen. Simpel gezegd had ik moeite met naar het toilet gaan. En de artsen konden er maar niet achterkomen waarom.  

Op mijn elfde ging het echt fout: er ontstonden gaatjes in mijn maag- en darmwand en ik raakte in coma. Ik weet nog dat ik het gevoel had op een wolk te zitten en dat een engeltje me wenkte om dichterbij te komen. Maar ik wilde niet met haar mee. Misschien is dat de reden dat ik toch weer wakker werd. Met een stoma aan mijn buik om mijn ontlasting op te vangen, want de darmen leken niet meer te herstellen. Tussen mijn twaalfde en mijn zestiende volgden nog zo’n veertig operaties, allemaal voor mijn darmen. Al met al lag ik vaker in het ziekenhuis dan dat ik thuis was. Een normaal sociaal of schoolleven had ik niet.  

Aan het eind van mijn pubertijd leek het net wat beter te gaan, toen ik op mijn achttiende de volgende klap te verwerken kreeg: ik had eierstokkanker. Toen ik daarvan was genezen, kreeg ik een zwaar motorongeluk. Het resultaat: twee verbrijzelde benen, gebroken ribben en een hersenschudding. Na een jaar intensief trainen kon ik voorzichtig weer lopen. Op dat moment kwam de eierstokkanker terug… 

Toen de diagnose ‘kanker’ werd gesteld, heb ik dat eerst niet aan mijn ouders verteld. Zo hadden al zoveel verdriet te verwerken gehad, ik kon ze dat gewoon niet aandoen. Vóór mijn zestiende hadden mijn ouders al vier keer afscheid van me genomen. Diep in hun hart dachten ze niet dat ik nooit een volwassen leeftijd zou bereiken, laat staan dat ik normaal leven zou krijgen met een baan en een man. Ook zelf heb ik meerdere keren gedacht dat het echt afgelopen was. Maar elke keer ging het nét weer goed. Ik moet niet één, maar wel tien beschermengeltjes hebben gehad.  

Even afkloppen, maar de laatste drie jaar gaat het fysiek wonderbaarlijk goed met me. Want ook de tweede kankerepisode heb ik overwonnen. Mijn darmen geven af en toe nog wat problemen, maar niet zodanig dat ik er niet mee kan leven. En hoewel ik nooit de marathon zal lopen, kan ik me in ieder geval weer zelfstandig voortbewegen.  

In 2002 kwam ik via via in contact met iemand bij de tv. Hij zorgde ervoor dat ik wat gastrolletjes in soapseries kon spelen. Dat was leuk, maar ik koesterde geen ambitie om een groot actrice te worden. Achter de schermen werken fascineerde me veel meer. Dat wilde ik ook! Omdat ik inmiddels wat mensen in het wereldje kende, kreeg ik de kans ‘on the job’ opgeleid te worden. Eerst tot productieleider en later tot producer. Het was een geweldige tijd. Het gaf me zoveel energie eindelijk weer met iets positief bezig te zijn. Wel viel het werk me fysiek enorm zwaar. Soms maakte ik wel weken van 90 uur. Dat was ook de reden dat ik in 2006 een time-out heb genomen; ik moest echt even bijtanken. Maar volgend jaar ga ik zeker weer aan de slag. Ik rust niet voor ik de meest succesvolle producer van Nederland ben.  

Ondanks alle ellende die ik heb meegemaakt ben ik nooit moedeloos geweest. Misschien komt dat omdat ik van nature optimistisch ben. Ik ben ervan overtuigd dat als je het echt wilt, je van elke situatie iets kan maken. Daar ben ik – na 52 operaties – het levende bewijs van!”  

 

ZIJ OVERWONNEN HUN VAKANTIEANGST oktober 11, 2007

Ingedeeld onder: 07 - Flair — martevansanten @ 10:42 am

scannen0006.jpg 

Dit artikel is gepubliceerd in Flair 32 – 6 augustus 2007.

De  meeste van ons genieten ervan om op vakantie te gaan. Maar als je bang bent om te vliegen, auto te rijden of te zwemmen kan je reisplezier flink vergald worden. Elleke, Rixt en Annie vertellen hoe zij hun vakantieangsten te boven wisten te komen.  

Elleke Kremer (29) overwon haar vliegangst

“Vier jaar geleden ging ik met het vliegtuig een weekendje naar Londen. Onderweg kwamen we in de slipstream van een Boeing terecht, waardoor ons toestel onbestuurbaar werd. Onmiddellijk werden we door het personeel voorbereid op een noodlanding. Ik raakte volledig in paniek, want ik dacht serieus dat mijn laatste uur geslagen had! Echt, ik heb daar boven de Noordzee doodsangsten uitgestaan. Gelukkig liep het allemaal goed af, maar na die ervaring had ik continu nachtmerries. Steeds maar weer droomde ik dat ik neerstortte en dan werd ik badend in het zweet wakker. Op vakantie ging ik alleen nog binnen Europa. Met de auto wel te verstaan.” 

“Toch bleef ik in mijn achterhoofd altijd nieuwsgierig naar verre bestemmingen. Uiteindelijk heb ik de stoute schoenen aangetrokken en ben ik in het vliegtuig naar Thailand gestapt. Vreselijk was dat! Weken van te voren sliep ik al niet meer. Op de dag zelf ging ik volledig overstuur het toestel in. Ademhalingsoefeningen, vriendelijke stewardessen, mijn beste vriendin naast me; niets hielp. Ik kon alleen nog maar trillen en huilen. De enige reden dat ik toch gegaan ben, is dat ik wist dat ik het anders écht nooit meer zou durven.” 

“In oktober 2006 liep mijn relatie stuk. In een opwelling heb ik toen een ticket naar Australië geboekt. Een week later kon ik mezelf wel voor mijn hoofd slaan. Hoe had ik ooit kunnen denken dat ik twintig uur in een vliegtuig zou kunnen zitten? De paniek sloeg in alle hevigheid toe. Er is geen doemscenario dat ik niet heb bedacht. Ik was er zó van overtuigd dat ik de reis niet zou overleven! Toen ik met de telefoon in mijn hand stond om mijn reis af te zeggen, wist ik dat ik hulp moest gaan zoeken. Via via kwam ik bij een vrouwelijke huisarts terecht. Met haar heb ik twee gesprekken gevoerd. Zij liet me inzien dat mijn angst versterkt werd omdat ik óók nog eens de zekerheid van mijn relatie kwijt was. Uiteindelijk overtuigde ze me ervan toch te gaan, al was het maar omdat ik anders de rest van mijn leven spijt zou hebben van de gemiste kans.” 

“In de rij voor het vliegtuig heb ik een paar mensen aangesproken die me aardig leken en gevraagd of ik bij hen mocht zitten. Het feit dat ik voor en tijdens de reis met hen over mijn angst kon praten hielp heel erg. Afgezien daarvan zijn het vooral de slaappillen geweest die me door de lange vlucht hebben heen geholpen. Echt, die kan ik iedereen aanbevelen! Uiteindelijk heb ik drie maanden gereisd en in die periode acht vluchten gemaakt. Wat dat betreft is die reis echt een overwinning op mezelf geweest. En nu heb ik de smaak serieus te pakken! Ik denk dat mijn volgende bestemming Zuid-Amerika wordt….” 

Elleke Kremer is personeelsadviseur. 

Rixt Metz (27) pakte haar rijangst aan

“Ik heb autorijden nooit leuk gevonden. Toen ik op mijn 19e met rijles begon, hoopte ik steeds dat mijn instructeur ziek zou zijn. Ging de les toch door, dan zat ik trillend en zwetend in de auto. Alleen al van de gedachte aan een afslaande motor kreeg ik het Spaans benauwd. Ik was ervan overtuigd dat ik het nooit zou leren. Tot mijn eigen verbazing wist ik mijn rijbewijs toch te halen, maar daarna stelde ik alles in het werk om maar niet achter het stuur te hoeven zitten. En die ene keer dat ik dat wel deed, veroorzaakte ik onmiddellijk een ongeluk! Er was gelukkig niets ernstigs aan de hand, maar vanaf dat moment durfde ik de weg helemaal niet meer op.”  

“‘Je moet het gewoon doen, dan wordt het vanzelf makkelijker.’ Dat hoorde ik voortdurend om me heen. In plaats van beter maakte dat het alleen maar erger. Echt, ik had het gevoel dat ik de enige op de wereld was die niet durfde te rijden. Na een tijdje zei ik maar dat ik helemaal niet reed. Of ik dikte het ongeluk flink aan, als een excuus voor mijn rijangst. Gewoon om niet aan de buitenwereld te laten zien hoe dom ik me voelde.”  

“Ik regelde mijn leven zo dat ik autorijden zoveel mogelijk kon vermijden. Soms miste ik daardoor wel dingen. Met vakanties bijvoorbeeld. Ik ben dol op Frankrijk, maar behalve met mijn ouders ben ik er nooit geweest. Alleen omdat ik dan met de auto zou moeten.”  

“Eind 2005 had ik er opeens genoeg van. Ik wilde niet langer afhankelijk van mijn vriend zijn om me altijd overal naartoe te brengen. Via internet vond ik een rijschool die gespecialiseerd is in het overwinnen van rijangst. De ene week had ik rijles, de andere een therapeutisch gesprek. In het begin vond ik het niks om over mijn gevoelens te moeten praten. Maar ik leerde zo wel begrijpen dat mijn angst voortkwam uit allerlei onzekerheden over mezelf, die niets met het autorijden te maken hadden. Op die manier kon ik er in de praktijk beter mee omgaan.”  

“Er helemaal overheen ben ik nog niet, maar inmiddels ga ik wel alleen op pad. Ik durf nu onderweg zelfs met de radio mee te zingen! Mijn grootste overwinning was een bezoekje aan Ikea. Er naartoe rijden, inparkeren, spullen inladen… Het klinkt voor veel mensen als de gewoonste zaak van de wereld, maar voor mij voelt dat echt als de ultieme onafhankelijkheid. De kans om op vakantie te rijden heb ik nog niet gehad, maar binnenkort ga ik op huwelijksreis naar Zuid-Afrika. Dus reken maar dat je mij daar door dat mooie, weidse landschap zult zien toeren!” 

Rixt heeft een vriend, waarmee ze binnenkort gaat trouwen. Ze werkt als lerares op een school voor meervoudig gehandicapte kinderen.   

Annie Bracken (38) zit op zwemles om haar zwemangst te overwinnen

“Ik ben geboren op Fiji. Je zou denken: een eiland, daar leert iederéén wel zwemmen. Mooi niet dus! Echt missen deed ik het trouwens niet, want in het ondiepe water op het strand kun je je als kind ook prima vermaken.” 

“Op mijn achttiende verhuisde ik naar Japan. Bij een bezoekje aan een zwembad realiseerde ik me opeens dat ik écht niet kon zwemmen. Ik schrok me rot en besloot meteen op zwemles te gaan, maar na een paar weken haakte ik alweer af. Het programma duurde eindeloos en was bovendien heel saai. Toch voelde ik me in de jaren daarna regelmatig opgelaten over het feit dat ik niet kon zwemmen. Als ik met vrienden ging zeilen bijvoorbeeld en iedereen het water indook behalve ik. Vaak verzon ik dan een excuus, dat ik verkouden was of zo. Ik hield me groot, maar het greep het me enorm aan. Ik voelde me dom en buitengesloten. Bovendien moest ik allerlei leuke activiteiten missen,  terwijl ik juist zo gek ben op alles wat met sport te maken heeft.” 

“Daar komt bij dat ik een keer bijna ben verdronken. Op mijn huwelijksreis nota bene! Ik zat met mijn man in een prachtig ressort op Fiji. Uiteraard was daar ook een zwembad. In een overmoedige bui besloot ik een paar slagen te zwemmen… Het was maar goed dat mijn man in de buurt was, want in minder dan geen tijd lag ik op de bodem! Daarna ben ik echt doodsbang geworden om bij het diepe in de buurt te komen. Ik moest zeker weten dat ik – met mijn 1.50 meter – kon staan, anders ging ik het zwembad niet in.” 

“De reden dat ik mijn angst voor eens en altijd wil aanpakken, is dat ik nu kinderen heb. Mijn oudste dochter is zes en bezig haar A-diploma te halen. Op vakantie kan zij in het diepe en moet ik vanaf een afstandje toekijken! Ik stel niet alleen mezelf teleur, maar ook háár. Dat voelt vreselijk, daar kan ik echt heel verdrietig over zijn. Bovendien wil ik zeker weten dat ik mijn jongste kan redden als ze in het water valt. Die verantwoordelijkheid hoor je als moeder te nemen vind ik.” 

“Nu zit ik dus op zwemles en tot mijn verbazing vind ik het nog leuk ook! Het is fijn in een klasje te zitten met allemaal andere volwassenen die het óók niet kunnen. Bovendien is er altijd iemand in de buurt die je kan redden als het fout gaat. Binnenkort ga ik afzwemmen. Net als mijn dochter voor het A-diploma! Later dit jaar willen we met het hele gezin naar Australië emigreren. Net als toen ik klein was kan ik straks elke dag naar het strand. Maar het verschil is dat ik nu wél kan zwemmen. Dan komt mijn droom om samen met mijn dochter in zee te gaan eindelijk uit!” 

Annie is getrouwd en heeft twee dochters, Angela (6) en Niemh (4). Ze is ingenieur, maar is tijdelijk gestopt met werken om voor haar kinderen te zorgen. 

<KADER> Pak je vakantiefobie aan!

Vliegangst, rijangst en zwemangst zijn alledrie prima te behandelen. Geloof het of niet, maar met goede hulp kun je er écht helemaal vanaf komen! 

Vliegangst

Het bekendste instituut voor de behandeling van vliegangst is Stichting Valk. Valk is opgericht door de KLM en de Universiteit Leiden en werkt nauw samen met de Luchthaven Schiphol. De training van Stichting Valk bestaat uit twee delen: een theoriegedeelte en een praktijkgedeelte. Je kunt kiezen voor een 1-daagse training van € 575 of een 2-daagse training van € 895. Dit is inclusief het ticket voor een proefvlucht. Na de training bij Stichting Valk is maar liefst 98% van de deelnemers van zijn of haar vliegangst af. Kijk voor meer informatie op www.valk.org. Uiteraard kun je er ook voor kiezen naar een zelfstandig psycholoog te gaan. Op de website www.allepsychologen.nl vind je een overzicht van alle psychologen in Nederland, ingedeeld naar provincie en specialisme. Liever zelf aan de slag? Lees dan een van de vele zelfhulpboeken over het onderwerp, bijvoorbeeld ‘Nooit meer vliegangst!’ van Cor Anneesse (Uitgeverij Bohn Stafleu Van Loghum, € 17,50) of ‘Over vliegangst en hoe je ervan afkomt’ van Lucas van Gerwen (Bruna Uitgevers, € 12,95).  

Rijangst

Op de website www.anwbbovagkoerslijst.n vind je een compleet overzicht van alle BOVAG-aangesloten rijscholen, die zijn gespecialiseerd in het overwinnen van rijangst. In totaal zijn dat er zo’n 250, dus er zit er altijd wel een bij jou in de buurt! Rixt Metz volgde een opleiding bij Peter Marbus van Rijschool Hebbes in Houten (www.rij-angstvrij.nl). De tarieven voor haar cursus varieerden afhankelijk van de soort activiteit tussen de € 50 en de € 65 per uur. Ook over rijangst zijn verschillende boeken verschenen. ‘Omgaan met rijangst’ bijvoorbeeld, van J. van den Berg (Uitgeverij Bohn Stafleu van Loghum, € 20,90). ‘Omgaan met rijexamenangst’ van Ard Nieuwenbroek (Uitgeverij Bohn Stafleu van Loghum, € 18,90) richt zich, zoals de titel al zegt, puur op het de vrees voor het examen.  

Zwemangst

Er zijn tal van zwembaden in Nederland die speciale zwemlessen voor volwassenen organiseren. Annie Bracken volgt zwemles bij Sportcentrum De Meerkamp in Amstelveen (www.meerkamp.nl). Haar klasje bestaat voor ongeveer drie kwart uit vrouwen. De leeftijden lopen uiteen van 23 tot 68 jaar. Een leskaart voor acht weken kost € 43,90. Andere zwembaden die les aan volwassenen bieden zijn bijvoorbeeld Sportfondsenbad De Hooge Waerd in IJsselstijn (www.sportfondsen.nl), zwembad De Kwakel in Utrecht of bij Zwemparadijs Aquadrome in Enschede (www.aquadrome.nl).

Meer weten over angsten en fobieën? Kijk dan eens op de site van de patiëntenvereniging van mensen met angsten of dwangklachten: www.adfstichting.nl.