Marte van Santen

Freelance journaliste en schrijfster

DERMATOLOGISCH CONSULT VIA INTERNET september 13, 2009

Ingedeeld onder: 08 - Huid — martevansanten @ 11:30 am

007009

We lenen er geld, sluiten er verzekeringen af en boeken er reizen naar de andere kant van de wereld: geen dienst zo gek of je kunt hem via internet regelen. Hoog tijd om ook dermatologische zorg op het World Wide Web beschikbaar te maken, dacht dermatoloog Dick van Gerwen. Via Huidconsult.nl kunnen patiënten direct bij hem terecht voor een telefonisch consult.

 

 Het idee ontstond tijdens een feestje. Dermatoloog Dick van Gerwen en zijn broer, die werkzaam is in de IT, verbaasden zich erover hoezeer de geneeskunde achterloopt als het om dienstverlening via internet gaat. ”Zowat elke patiënt doktert tegenwoordig zelf via het web”, zegt Van Gerwen. “Maar de medische beroepsgroep speelt nog nauwelijks op die trend in.”

Een vlugge zoektocht op internet leerde dat dat ook voor het vakgebied van de dermatologie geldt. Van Gerwen: “Er zijn wereldwijd genoeg sites met medische informatie over huidproblemen. En hier en daar kun je ook per mail advies vragen. Maar een site waar je als patiënt direct contact kunt opnemen met een dermatoloog bestond nog niet.” Het idee voor Huidconsult.nl was geboren.

 

Aanvullende service

De website, die sinds 2007 in de lucht is biedt, behalve een zelfdiagnosesysteem en een forum waar patiënten ervaringen kunnen uitwisselen, de mogelijkheid van advies via de mail of een telefonisch consult van een dermatoloog. De dienstverlening is vooral bedoeld voor mensen met beperkte, simpel te behandelen huidproblemen, zoals acne, rosacea en lokaal eczeem. Van Gerwen: “Bij dat soort klachten heb ik voldoende aan een duidelijke foto. Voor patiënten gaat het er vooral om dat ze heldere uitleg krijgen over het probleem en de behandeling. Dat gaat net zo goed per telefoon.”

Een vervolgconsult of aanvullende diagnostiek, zoals een bloedonderzoek of een kweek, zijn niet mogelijk via Huidconsult.nl. Voor chronische of complexere klachten is het dus niet geschikt.

“Teledermatologie is ook niet bedoeld als vervanging van een face-to-face consult bij een dermatoloog”, zegt Van Gerwen. “Ik zie het eerder als een aanvullende service voor mensen met eenvoudige huidklachten. Zo werken we langzaam toe naar een meer vraaggestuurde zorg. De behoefte van de patiënt moet centraal staan, niet die van de arts.”

In een ideale wereld gaan alle patiënten met huidproblemen onmiddellijk naar hun huisarts. Die lost ze op, of stuurt de patiënten als dat niet lukt door naar de dermatoloog. “Helaas is de praktijk vaak anders”, vertelt Van Gerwen. “Mensen blijken soms onvoldoende geholpen met een advies. Of ze durven helemaal geen arts te bezoeken, uit schaamte voor hun klacht. Dat laatste speelt bijvoorbeeld bij problemen aan de geslachtsdelen. In zulke gevallen kan Huidconsult.nl uitkomst bieden.”

Bijkomend voordeel is volgens hem dat de website geen wachtlijsten kent, en dat een patiënt een telefonische afspraak kan plannen wanneer het hem uitkomt, ook ’s avonds. “Je hoeft er dus geen vrij voor te nemen van je werk.”

 

Voor- en nadelen van Huidconsult.nl

Voordelen Nadelen
  • Er zijn geen wachtlijsten.
  • U kunt een telefonische afspraak maken op het moment dat het u uitkomt.
  • U heeft direct contact met een specialist.
  • Zo nodig wordt er een recept opgestuurd.
  • U hoeft er de deur niet voor uit.
  • Het is gratis.
  • Het is alleen geschikt voor de behandeling van simpele huidklachten.
  • Vervolgconsulten of aanvullend onderzoek zijn niet mogelijk.
  • Als de dermatoloog een complex probleem constateert, of als de diagnose onduidelijk is, moet u alsnog naar de huisarts om u door te laten verwijzen naar een dermatoloog.

 

Gratis

In eerste instantie was de dienstverlening van de website betaald. Maar omdat de activiteiten nog niet officieel erkend zijn, mag Van Gerwen er van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZA) sinds april 2009 geen kosten meer voor in rekening brengen. Nu biedt hij zijn teledermatologie dus gratis aan. Met behulp van een sponsor weliswaar, anders is het niet haalbaar om de site in de lucht te houden.

Volgens Van Gerwen brengt de commerciële steun de onafhankelijkheid niet in gevaar. “Het gaat om een producent van psoriasismiddelen, bedoeld zijn voor zeer uitgebreide en hardnekkige vorm van psoriasis, die ik nooit via internet zou behandelen. Er is dus geen sprake van belangenverstrengeling.”

Een niet erkende vorm van zorg; moeten patiënten zich dan zorgen maken over de kwaliteit? “Helemaal niet”, zegt Van Gerwen. “Als BIG-geregistreerde arts val ik onder het toezicht van de Inspectie voor de Gezondheidszorg. Dat geldt voor al mijn werkzaamheden, dus óók die ik voor Huidconsult.nl verricht.”

 

Webcam

Voorlopig is Huidconsult.nl nog een kleinschalig initiatief: in 2007 werden er 54 telefonische consulten verricht, in 2008 waren dat er 62. Nu de diensten gratis zijn, zal dat aantal naar verwachting wel snel toenemen.

Van Gerwen heeft grootse plannen met de site. “We gaan aan publiciteit genereren om meer bekendheid aan de website te geven. Inhoudelijk wil ik nog dit jaar met een internetapotheek gaan samenwerken, zodat het geneesmiddel direct naar de patiënt toegestuurd wordt. En door een webcam te gebruiken kunnen patiënten en artsen elkaar straks ook zien. Uiteindelijk is de bedoeling een heel netwerk van dermatologen in Nederland op te zetten, die op deze manier gaan werken. We staan nu nog helemaal aan het begin van het traject. Maar als ze zien dat we aan alle richtlijnen en protocollen van goede zorg voldoen, weet ik zeker dat er steeds meer collega’s enthousiast raken over onze aanpak.”

 

[Kader]

Zo werkt het

U kunt uw huidproblemen eenvoudig voorleggen aan de specialisten van Huidconsult.nl. Op de website klikt u in het menu op ‘Gratis advies per mail’ of op ‘Gratis telefonisch consult’. In beide gevallen wordt u gevraagd een zogenaamd consultticket in te vullen. In vier stappen vult u een online formulier in, waarbij u uitleg geeft over uw huidprobleem en aangeeft of u hier al eerder voor bent behandeld. U kunt tot maximaal drie foto’s meesturen met uw vraag, bijvoorkeur één op enige afstand genomen en één of twee van dichtbij. De website en het emailverkeer zijn beveiligd, zodat niemand anders bij uw gegevens kan komen.

Wilt u een telefonisch onderhoud met een dermatoloog, dan kunt u op de website zelf de dag en het tijdstip kiezen waarop u gebeld wilt worden. Aan de telefoon kan de dermatoloog zo nodig aanvullende vragen stellen en u uitleg geven over diagnose en behandeling. Bij een simpel probleem stuurt hij een recept op, waarna u het geneesmiddel bij uw eigen apotheek kunt ophalen. Gaat het om een meer complex huidprobleem, dan zal hij u doorverwijzen naar een dermatoloog bij u in de buurt.

Heeft u om een advies per mail gevraagd, dan ontvangt u binnen drie werkdagen antwoord. Behandeling via email is niet mogelijk. Dat wil zeggen dat naar aanleiding van een mailadvies géén recept wordt verstrekt.

Na een telefonisch consult ontvangt u een schriftelijk verslag van de diagnose en het behandeladvies, inclusief een kopie voor uw huisarts. Uw medische gegevens worden – net als in het ziekenhuis – vijftien jaar bewaard.

 

CONTACTALLERGIE DOOR HANDEN WASSEN juni 2, 2009

Ingedeeld onder: 08 - Huid — martevansanten @ 5:39 pm

Scannen0004Scannen0005

Veel mensen hebben een contactallergie, zo blijkt uit onderzoek van het RIVM in opdracht van de Voedsel en Waren Autoriteit (VWA). 3,7% van de Nederlandse mannen en 5,4% van de vrouwen lijdt eraan. Dat is meer dan bijvoorbeeld aan astma, hooikoorts of voedselallergie. Janine Ezendam van het RIVM licht de uitkomsten toe.

 

Hoe ontstaat contactallergie?

“Bijvoorbeeld bij handen wassen, komen stofjes in de huid terecht. Als het afweersysteem die stofjes als vijand ziet, maakt het lichaam afweercellen aan. Deze cellen vormen het geheugen van de huid en onthouden welke binnendringers wel en niet gevaarlijk zijn. Zo kan het lichaam een volgende keer dat de verdachte stof – het allergeen – opduikt, snel in actie komen om hem op te ruimen. Dat gaat gepaard met klachten als jeuk, roodheid, bultjes, zwelling en schilfering van de huid (contacteczeem). Soms treedt zo’n reactie op als de huid maar enkele keren met de allergene stof in aanraking is geweest. In andere gevallen zijn daar talloze contacten voor nodig. Ook na jaren hetzelfde product gebruikt te hebben, kan zo opeens een contactallergische reactie ontstaan. Contactallergie ontstaat dus als het afweersysteem overdreven heftig reageert op een stofje dat van buitenaf de huid binnendringt.”

 

Neemt het aantal gevallen van contactallergie in Nederland toe of af?

“De cijfers van 3,7% en 5,4% zijn gebaseerd op huisartsenregistraties uit 2003. Waarschijnlijk vormen ze een onderschatting, omdat lang niet alle patiënten met huidklachten naar de huisarts gaan. Uit verschillende Europese studies blijkt dat tussen de 7% en 28% van de volwassen bevolking last heeft van een contactallergie. Nikkel, wat in bijvoorbeeld sieraden zit, is één van de belangrijkste veroorzakers van contactallergie. Daarnaast zijn geurstoffen en andere ingrediënten in cosmetica belangrijke boosdoeners.

Het aantal nieuwe patiënten blijft de laatste jaren redelijk constant. Of dat in de toekomst zal toe- of afnemen is moeilijk te voorspellen. Weliswaar komt er geregeld een verbod op een ingrediënt, maar tegelijkertijd komen er door de ontwikkeling van nieuwe producten ook weer allergene stoffen bij.

Over het vóórkomen van contactallergie bij kinderen is weinig bekend. Maar het is voorstelbaar dat de aanwezigheid van allergene stoffen in bijvoorbeeld speelgoed en kindermake-up een toename van contactallergie tot gevolg heeft.”

 

Neemt de kans op het ontwikkelen van een contactallergie toe als je ouder wordt?

“Uit ons onderzoek blijkt dat dat inderdaad het geval is. Hoe ouder je wordt, hoe langer je aan verschillende stoffen bent blootgesteld. En des te meer tijd het lichaam heeft gehad om er een allergie voor te ontwikkelen.”

 

Wordt de oorzaak van contactallergieën landelijk geregistreerd?

“Begin dit jaar is het RIVM op verzoek van het Ministerie van VWS en de VWA gestart met de opzet van een zogenaamd surveillancesysteem. Dermatologen en huisartsen brengen de ongewenste gezondheidseffecten van cosmetica in kaart, om zo meer inzicht in de oorzaak van contactallergieën te krijgen. Daarnaast wordt deze zomer een website gelanceerd waarop consumenten zelf ongewenste gezondheidseffecten van cosmetica kunnen melden. In een later stadium zal ook naar andere consumentenproducten worden gekeken, zoals wasmiddelen.”

 

Wat kan kunnen overheid en bedrijven doen om het aantal gevallen van contactallergie te verminderen?

“Als bepaalde allergene stoffen in consumentenproducten worden verboden, of er maximale concentraties voor worden vastgesteld, zal het aantal mensen met die specifieke contactallergie naar verwachting dalen. Dat is nu al het geval bij stoffen als nikkel en chromaat, waar Europese richtlijnen voor zijn opgesteld.

Verder bestaan er zogenaamde ‘declaratielimieten’. Dat wil zeggen dat bij het overschrijden van een bepaalde concentratie van een stof, dit op het etiket moet worden vermeld. De allergie wordt daarmee niet voorkomen, maar de maatregel is wel nuttig voor patiënten die er al last van hebben. Zij kunnen producten met dat ingrediënt dan immers makkelijker mijden.

Veelbelovend is de aanpak om te bepalen wat een veilige concentratie van een zekere stof is. Oftewel: onder welk niveau er géén allergie ontstaat. Het stelt producenten in staat het ingrediënt toch te gebruiken, zonder dat consumenten er last van ondervinden. Op dit moment wordt er volop onderzoek gedaan om een dergelijke methode voor allergene stoffen te ontwikkelen.

Op de werkvloer kunnen voorlichting en preventieve maatregelen leiden tot een afname van contactallergie. Denk bijvoorbeeld aan het gebruik van handschoenen door kappers om allergie voor haarkleurstoffen te voorkomen. Het uitbannen van bepaalde stoffen is uiteraard het meest effectief.”

 

Welke rol speelt de Voedsel en Waren Autoriteit?

“De VWA houdt toezicht op de naleving van de verboden, limieten en etiketteringeisen voor allergene stoffen in consumentenproducten.”

 

En wat kunnen consumenten doen?

“Consumenten kunnen er zelf niet zoveel aan doen; zij komen er pas achter dat ze een contactallergie hebben, als ze de effecten ervan op hun huid zien. En eenmaal allergisch voor een bepaalde stof blijf je dat voor de rest van je leven.”

 

[kader]

Met Keurmerk Huidfonds minimale kans op contactallergie

Nederland heeft een keurmerk dat consumentenproducten test op hun allergene werking. Stichting Keurmerk Huidfonds bepaalt in welke mate van een product verwacht kan worden dat het een contactallergie veroorzaakt. Dit doet de stichting op basis van wat in de wetenschap is onderzocht: welke invloed hebben bepaalde ingrediënten? Welk effect heeft het gebruik van verschillende ingrediënten tegelijk? Welke concentraties hebben welk effect?

Het Keurmerk Huidfonds maakt het makkelijk om in de winkel te kiezen voor producten zonder allergene ingrediënten.

Maar: het Keurmerk Huidfonds is geen verplicht keurmerk. En bedrijven moeten voor de beoordeling betalen. Helaas is het aantal producten met het Keurmerk nog beperkt. De Stichting heeft contact met de cosmeticabranche. Het mooiste zou zijn als deze branche op grote schaal allergene geurstoffen en conserveringsmiddelen links laat liggen en kiest voor ingrediënten zonder mogelijke bijwerkingen.

www.keurmerkhuidfonds.nl

 

[Kader]

Welke stoffen kunnen het veroorzaken?

Er zijn ongelofelijk veel stoffen die een contactallergie kunnen veroorzaken. De meest voorkomende zijn:

  1. Onedele metalen, vooral nikkel, bijvoorbeeld in sieraden, gespen, knopen, ritsen, brillen etc., maar bijvoorbeeld ook chroom in schoenen
  2. Rubber, bijvoorbeeld in ballonnen, werkhandschoenen, elastiek in kleding, regenlaarzen, schoenen, duikbrillen, condooms, lijm etc.
  3. Geurstoffen, zoals in parfums, cosmetica, luchtverfrissers etc.
  4. Conserveermiddelen in cosmetische producten (worden gebruikt om ze vloeibaar te houden en minder snel te laten bederven)
  5. Geneesmiddelen

 

[Kader]

Op welke plekken op het lichaam komt contactallergie het meest voor?

  1. De handen, omdat die veelvuldig in contact komen met heel veel verschillende stoffen.
  2. Het gezicht en de hoofdhuid, omdat de huid daar dun is en we er veel opsmeren.
  3. De voeten, vanwege de verschillende stoffen in schoenen waar mensen allergisch op kunnen reageren (rubber, lijmbestanddelen, chroom in leer etc.).
 

NEUROFIBROMATOSE maart 14, 2009

Ingedeeld onder: 08 - Huid — martevansanten @ 10:04 am

scannen0017scannen0018

Bruine vlekken op de huid en goedaardige gezwellen op de zenuwen (neurofibromen): dat zijn de meest opvallende symptomen van neurofibromatose (type1). Kwaad kunnen de neurofibromen meestal niet. Toch heeft de aandoening soms een grote impact op het leven van patiënten. Genetisch consulente dr. Dorina van der Kolk van het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG) geeft tekst en uitleg. 

Wat is neurofibromatose en wat zijn de belangrijkste klachten?

“Neurofibromatose is een erfelijke aandoening die de huid en de zenuwweefsels aantast. Er zijn twee varianten van de ziekte: type 1, vroeger ook wel de ziekte van Von Recklinghausen genaamd, en type 2.

Typische kenmerken van type 1 zijn lichtbruine huidvlekken (‘café-au-lait vlekken’) en goedaardige gezwellen van de omhullingen van de zenuwen (neurofibromen). Andere symptomen zijn sproetjes in de oksels en liezen en bruine bolletjes (‘Lisch noduli’) op het regenboogvlies (de iris) in het oog.

Bij type 2 (of akoestische neurofibromatose) ontwikkelen zich vaak tumoren op de gehoorzenuw, soms met evenwichts- of gehoorstoornissen tot gevolg. De huid wordt bij type 2 zelden aangetast.”

Komt de aandoening veel voor?

“Het overgrote deel van de patiënten met neurofibromatose (meer dan 90%) heeft type 1 van de ziekte (NF1). In Nederland hebben ongeveer vijfduizend mensen NF1.” 

Hoe ontstaat het en bij wie?

“Mensen met NF1 hebben een ‘foutje’ in hun DNA, waardoor ze weinig van een bepaald eiwit (neurofibromine) in hun lichaam hebben. Dit eiwit is betrokken bij verschillende processen in het lichaam. Daardoor heeft NF1 verschillende symptomen.

NF1-patiënten worden met de ziekte geboren. In ongeveer de helft van de gevallen hebben zij de aandoening van één van de ouders geërfd. Bij de andere helft is er een spontane verandering (mutatie) in het genetisch materiaal opgetreden.

Neurofibromatose is een dominant erfelijke aandoening. Dat betekent dat iemand met de aandoening vijftig procent kans heeft die aan eventuele kinderen door te geven. Er is geen verband tussen de ernst van de aandoening bij de ouder en bij het kind. Een ouder kan veel last hebben en een kind bijna niet, of andersom.”

Op welke leeftijd openbaren de symptomen zich?

“De café-au-lait vlekken ontstaan vaak al in de eerste levensjaren. Sommige baby’s worden er zelfs mee geboren. De diagnose kan in dat geval vroeg worden gesteld. Andere symptomen, zoals de neurofibromen en de bolletjes op het regenboogvlies van het oog, ontwikkelen zich meestal pas vanaf de puberteit. De exacte oorzaak hiervan is niet bekend.”

Hoe ontwikkelen de symptomen zich?

“Dat verschilt van patiënt tot patiënt. Bij NF1 kunnen veel verschillende symptomen voorkomen. Café-au-lait vlekken en neurofibromen zijn de meest voorkomende. De combinatie en de ernst pakt bij iedere patiënt anders uit. Het beloop van de ziekte is niet te voorspellen en ook niet te beïnvloeden.”

Wat zijn de gevolgen voor de patiënt?

“Een derde van de patiënten heeft veel last van de ziekte, een derde matig en een derde nauwelijks. De onvoorspelbaarheid is een van de moeilijkste aspecten om mee om te gaan. Je weet als patiënt niet wat je kunt verwachten. Soms staat de ziekte een hele tijd stil, dan kunnen de klachten plotseling toenemen.

Mensen met café-au-lait vlekken of neurofibromen op duidelijk zichtbare plaatsen, zoals in hun gezicht, worstelen vaak met gevoelens van onzekerheid en schaamte. Bij ernstige klachten kan dat zelfs tot sociale isolatie leiden. Als de gezwellen erg groot worden, kunnen ze bovendien ongemak en pijn veroorzaken.

Wat betreft de bolletjes op het regenboogvlies: daar hebben patiënten over het algemeen geen last van. Soms ontwikkelt zich een goedaardig gezwel op de oogzenuw, vooral bij kinderen. Maximaal de helft van hen ondervindt daar klachten van, zoals slecht zien of duizeligheid. NF1 kan, om nog onduidelijke redenen, bij kinderen gepaard gaan met leer- en gedragsproblemen. Dit komt voor bij ongeveer een derde tot de helft van de kinderen.”

Wat voor gevolgen heeft de diagnose voor een eventuele kinderwens?

“NF1-patiënten die graag kinderen willen, staan vaak voor een lastige keus. Ze weten niet of hun kind de aandoening zal krijgen en zo ja, hoe heftig die zich dan zal ontwikkelen. Als de genetische afwijking bij de ouders bekend is, kan een foetus voor de geboorte op neurofibromatose worden getest (prenatale diagnostiek). Vanwege het onvoorspelbare beloop van de ziekte wordt in de praktijk echter zelden een zwangerschap om die reden afgebroken. Potentiële ouders die advies over dit onderwerp willen, kunnen zich wenden tot een klinisch genetisch centrum.”

Kan de ziekte gevaarlijk zijn?

“De symptomen zijn in principe onschuldig. Soms kunnen er echter complicaties optreden. Neurofibromen ontstaan op het omhulsel van zenuwen. Als ze gaan groeien, kunnen ze druk veroorzaken op de zenuw en/of de omliggende weefsels. Dat kan pijn geven of zelfs tot uitval van zenuwen leiden. Soms ontwikkelt een neurofibroom zich tot een kwaadaardig kankergezwel. Andere complicaties die kunnen optreden, zijn bijvoorbeeld hoge bloeddruk en scoliose (zijdelingse verkromming van de wervelkolom). Het is nog niet bekend wat deze complicaties beïnvloedt.”

Is neurofibromatose goed te behandelen?

“Neurofibromatose is niet te genezen. Tot op heden zijn er ook geen medicijnen die de ziekte kunnen voorkomen, of die de symptomen kunnen indammen. Afhankelijk van de leeftijd van de patiënt en de aard en de ernst van de klachten worden patiënten begeleid door een multidisciplinair team van medici, bestaande uit een kinderarts, een neuroloog, een dermatoloog, oogarts, klinisch geneticus en eventueel een psycholoog.

Als een neurofibroom ongemak of pijn veroorzaakt, wordt hij zo mogelijk chirurgisch verwijderd. Of dat wel of niet kan, is afhankelijk van de plek waar het gezwel zit. Soms is het risico op zenuwbeschadiging te groot. Bovendien is het vaak lastig het hele gezwel te verwijderen. Achtergebleven restjes groeien dan tot nieuwe neurofibromen terug. Gezwellen in het gezicht worden vaak met lasertherapie behandeld [Bing: ablatieve laser?].”

Worden alle behandelingen vergoed door de zorgverzekeraar?

“Chirurgische ingrepen om neurofibromen te verwijderen worden vergoed. Bij lasertherapie is dat niet altijd het geval. Informeer vóór de behandeling bij uw zorgverzekeraar; dat voorkomt teleurstellingen.”

Wat kun je als patiënt zelf doen om klachten te voorkomen?

“Helaas kunnen patiënten zelf niets doen om klachten te voorkomen. Wel is het belangrijk om complicaties zoveel mogelijk voor te zijn. Hebt u last van neurofibromen, wees dan attent op plotselinge veranderingen in het huidweefsel. Snelle groei, jeuk en bloedingen kunnen erop wijzen dat het gezwel kwaadaardig is. In verband met het gevaar op een verhoogde bloeddruk is het goed die jaarlijks te laten controleren. Bij kinderen is jaarlijkse controle door een kinderarts en oogarts belangrijk.”

Welke wetenschappelijke ontwikkelingen zijn gaande?

“Er vindt nog steeds onderzoek plaats op genniveau. Zo lijkt ook een ander gendefect te kunnen leiden tot de huidvlekken en sproeten. Bij dat gendefect ontstaan geen neurofibromen en dat is voor de betrokkenen erg prettig o te weten. Ander onderzoek betreft de DNA-test. Met de huidige test kunnen we bij negentig procent van de mensen bevestigen of uitsluiten dat zij NF1 hebben. Met een verbeterde test kunnen we iedereen uitsluitsel geven.”

Neurofibromatose Vereniging Nederland: www.neurofibromatose.nl of 0320 – 22 70 17 (op werkdagen van 10.00 – 19.00 uur).

Een overzicht van de klinische genetische centra vindt u op: www.erfelijkheid.nl.

 

 

WONDPIJN VRAAGT AANDACHT VAN PATIENT EN BEHANDELAAR december 20, 2008

Ingedeeld onder: 08 - Huid — martevansanten @ 9:44 am

scannen0008scannen0009

Huidaandoeningen gaan nogal eens gepaard met wonden. En wonden doen pijn. Maar wat de een nauwelijks pijnlijk vindt, is voor de ander ondraaglijk. Deze persoonlijke beleving maakt het voor behandelaars soms moeilijk om in te schatten hoeveel pijn iemand ervaart. Voor een goede aanpak van wondpijn is het dus belangrijk dat patiënt en behandelaar samen overleggen.

Vrijwel alle wonden gaan gepaard met pijn. Dat kan acute pijn zijn, of chronische pijn. Acute pijn is bijvoorbeeld de pijn die ontstaat door een chirurgische ingreep. Deze pijn laat zich vooral voelen bij het verwisselen van het verband, of bij het reinigen van de wond. Het is een scherpe, stekende pijn met een signaalfunctie; hij waarschuwt als er ware dat er iets flink mis is in het lichaam. Zodra de wond geneest, trekt ook de pijn weg.

Chronische wondpijn kan maanden of soms zelfs jaren aanhouden. Het gevoel is dan meer kloppend of brandend en continu aanwezig. Deze pijn komt bijvoorbeeld voor bij doorligwonden, of bij aangezichtspijn. Zo’n 1% van alle Nederlanders lijdt aan chronische wondpijn. Boven de leeftijd van 65 jaar is dat zelfs 3,5%, oftewel vierhonderdduizend mensen.

[Kader]

Meest pijnlijke wonden

  1. Beenzweren
  2. Brandwonden
  3. Geïnfecteerde wonden
  4. Doorligwonden
  5. Snij- en schaafwonden

Bron: European Wound Management Association, 2002.

Onderschatting en zeurpieten

“Pijn is een van de meest onderschatte aspecten van wonden en wondbehandeling. Dat komt onder andere doordat pijn zo subjectief is.” Aan het woord is dr. Dirk Ubbink, arts en klinisch epidemioloog in het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam. Samen met zijn collega’s doet hij onderzoek naar het vóórkomen en behandelen van wondpijn. “Wat de een heel pijnlijk vind, stoort een ander misschien amper. Dat is lastig voor artsen en verpleegkundigen, die zaken graag precies willen meten. Bovendien zijn hulpverleners vooral bezig met het genezen van een wond.”
Ook belangrijk: patiënten willen volgens Ubbink niet als zeurpieten overkomen. Of ze denken dat pijn er gewoon bij hoort. “Ze houden hun mond over hoeveel last ze hebben van een wond. Van pijnbestrijding kan dan geen sprake zijn.”

Pijnbestrijding

Wondpijn is het ergst bij het verwisselen van verband en/of het reinigingen van de wond, zo blijkt uit onderzoek. Nieuwe inzichten helpen dit te voorkomen. Wondreiniging bijvoorbeeld, blijkt minder pijnlijk te zijn als bij het spoelen de waterstraal niet te hard is en het water lauw. Ook de juiste materiaalkeus is belangrijk. Het ene verband plakt namelijk sneller aan een wond dan het andere. Sinds kort zijn er overigens verbandmiddelen op de markt met een ingebouwde pijnstiller (ibuprofen). Die doet zijn werk zodra hij met wondvocht in aanraking komt.

Er bestaat een pijnstillende crème die de behandelaar een half uur tot drie kwartier voor het reinigen van de wond op het beschadigde weefsel aanbrengt. Dit vermindert de pijnbeleving aanzienlijk. Bij zeer pijnlijke acute wonden kan het helpen voorafgaand aan de behandeling pijnstillers te slikken. Ook chronische wondpijn is met medicijnen te bestrijden. Antidepressiva of anti-epilepsiemiddelen zijn daarvoor de aangewezen middelen.

Soms biedt pijnmedicatie onvoldoende verlichting. Dan kunnen de zenuwen in en rond de wond tijdelijk (met een injectie) of zelfs definitief (door ze door te snijden) worden uitgeschakeld. De nieuwste ontwikkeling op dit gebied is ruggenmergstimulatie. Daarbij wordt een soort pacemaker ingebracht in het ruggenmerg. Het apparaatje geeft kleine elektrische stroompjes af op die plek in het ruggenmerg waar de pijnprikkel binnenkomt en dempt zo het pijngevoel.

[Kader]

Waardoor ontstaat wondpijn?

  1. Uitgedroogd verband
  2. Plakranden aan het verband
  3. Andere plakmaterialen, zoals pleisters
  4. Het reinigen van de wond
  5. Eerdere nare ervaringen en angst voor pijn

Bron: European Wound Management Association, 2002

Totaalaanpak

“Pijn is een ingewikkeld probleem”, aldus Ubbink. “Niet alleen lichamelijke, maar ook emotionele en sociale aspecten spelen een rol. Als iemand bijvoorbeeld heel bang is voor wat gaat komen, kan hij al pijn voelen voordat daar lichamelijk een reden voor is.” Het verminderen of voorkomen van wondpijn gaat dus over meer dan het gebruik van het juiste verband of het geven van medicijnen. Behandelaars moeten ook kijken naar de mens achter de wond. Hoe beleeft deze persoon de pijn? Waar heeft hij behoefte aan? Hoe beoordelen familieleden de situatie?

Wondpijnbestrijding vraagt om een totaalaanpak, waarbij behandelaar en patiënt zich beiden moeten inzetten, aldus Ubbink. “De patiënt dient vooraf goed geïnformeerd te worden over wat hij kan verwachten. Op die manier voorkom je dat hij overvallen wordt door de pijn. Is hij bang voor wat komen gaat, dan kunnen afleiding, het inbouwen van rustpauzes tijdens de behandeling en ontspanningsoefeningen helpen. Hierbij is de inzet van de patiënt uiteraard essentieel.”

Een wereld te winnen

Begin jaren ’90 verscheen een aantal onderzoeken waaruit bleek dat chronische wondpijn een enorme impact heeft op het dagelijkse leven van patiënten. Weinig buiten de deur komen, minder sociale contacten, angst, boosheid en depressie kunnen het gevolg zijn. Gelukkig komt daar steeds meer aandacht voor. Maar het kan volgens Ubbink nog veel beter.

“Het overgrote deel van mensen met chronische wondpijn is nog nooit op een ‘pijnpoli’ geweest. Terwijl toch steeds meer ziekenhuizen zo’n afdeling hebben. De pijnpoli is een afdeling waar verschillende specialisten samenwerken om de pijn tot een minimum terug te brengen. De behandelende arts kan een patiënt verwijzen, maar de patiënt kan ook zelf om een doorverwijzing vragen. Helaas gebeurt dat nog veel te weinig. Als het om de bestrijding van wondpijn gaat valt er nog een wereld te winnen.”

[kader]

Thuis een wond verschonen? Dit zijn de tips van dr. Dirk Ubbink

- Overleg met uw arts over welk verbandmateriaal het meest geschikt is voor uw type wond.

- Als het verband uitgedroogd is, week het dan los met lauw water voor u het van de wond verwijdert.

- Hebt u veel wondpijn, vraag uw arts dan om een recept voor verdovende crème of pijnstillers.

- Maakt u gebruik van thuiszorg, meldt uw klachten daar dan. Vraag desgewenst om pijnstillers voorafgaand aan de wondbehandeling door de thuiszorgmedewerker.

- Toename van de pijn kan duiden op een infectie, raadpleeg dan uw arts.