Marte van Santen

Freelance journaliste en schrijfster

“VOOR ZAKELIJK SUCCES IS TAAL EEN MUST” november 20, 2008

Ingedeeld onder: 09 - Italië in Bedrijf — martevansanten @ 9:42 am

scannen00114

Dat veel Italianen maar matig of zelfs geen Engels spreken is bekend. Dat het praktisch is om de taal te spreken van het land waarmee je zaken doet ook. Maar hoe pak je dat aan, (zakelijk) Italiaans leren? Italië in Bedrijf zet de meest geschikte methodes op een rij. 

Als u besluit dat u zich een nieuwe taal eigen wilt maken, staan u tal van mogelijkheden ter beschikking. Een website als italaansetaal.startpagina.nl biedt een interessant overzicht, maar geeft ook meteen aan hoe makkelijk u in het oerwoud van aanbieders verdwaalt. Simpel samengevat zijn er vijf opties:

  1. een algemene groepscursus Italiaans
  2. zakelijke Italiaans middels periodieke privé-lessen of een in-company cursus
  3. zakeijk Italiaans middels een intensieve sessie van één of meerdere weken met dagelijks privé-lessen
  4. een cursus algemeen of zakelijk Italiaans in Italië
  5. zelfstudie (al dan niet via internet)

Om u inzicht te geven in de verschillende varianten lichten we vier ervan toe. Zelfstudie wordt buiten beschouwing gelaten, omdat het onderdeel conversatie – essentieel voor zakelijk gebruik van een taal – daarin onderbelicht blijft. Parliamo italiano!

 

1. Een groepscursus

Groepscursussen Italiaans zijn er in alle soorten, maten, en prijsklassen. Soms wordt het niveau van een cursus aangeduid met een term als `beginners´ of `half-gevorderd´, in andere gevallen met het (Europees erkende) systeem van letters en cijfers (waarbij A1 het meest basale niveau is en C2 het meest gevorderd).

Misschien wel de bekendste aanbieder van cursussen Italiaans in Nederland is het Instituto Italiano di Cultura in Amsterdam. Verspreid over de wereld zijn er in totaal meer dan negentig van deze ‘instituti’, die behalve cursussen bijvoorbeeld ook culturele activiteiten organiseren en werkzaamheden voor Italiaanse ambassades en consulaten verrichten.

“De belangstelling voor taalcurssen aan het Instituto is de afgelopen jaren steeds toegenomen”, vertelt directeur Sylvio Marchetti. “Dat heeft te maken met het grotere cursusaanbod, maar ook met de steeds sterker wordende handelsrelaties tussen Nederland en Italië.”

Een standaardcursus jaarcursus aan het instituut bestaat uit dertig lessen (één per week) van elk anderhalf uur. Daarnaast wordt verwacht dat een deelnemer gemiddeld vijf uur per week zelfstudie verricht. Gedurende de cursus worden twee tussentijdse toetsen afgenomen en aan het eind vindt een centraal examen plaats. Marchetti is er trots op dat het instituut daarnaast ook officiële examens afneemt voor taalcertificaten van de universiteiten voor buitenlanders in Perugia (CELI) en Siena (CILS). Van de duizenden mensen die per jaar een cursus bij het instituut volgen, doen er zo’n honderd examen voor een dergelijk certificaat.

Op verzoek organiseert het instituut ook zakelijke cursussen Italiaans. Marchetti: “We proberen zoveel mogelijk maatwerk te bieden. Bij minimaal vijf deelnemers kunnen we een taalcursus organiseren, toegespitst op het zakendoen in Italië. Voorwaarde is wel dat de deelnemers een zekere basiskennis van de taal hebben, te vegelijken met niveau B1 of B2.”

Naam

Instituto Cultura di Italiano

Waar

Keizersgracht 564, Amsterdam

Contact

020 6265314 of  20 6263987

Website

www.iicamsterdam.esteri.it/IIC_Amsterdam

Aanbod

Jaarcursussen (30 lessen van 1,5 uur; 1 les per week), kwartaalcursussen (22 lessen van 2 uur; 2 lessen per week) en zomercursussen; zakelijke cursussen op verzoek

Niveau

Van A2 tot en met C2. Met uitzondering van niveau A2 is deelname aan de cursus op het daaraan voorafgaande niveau vereist. Cursisten die reeds bij andere taalinstituten kennis van het Italiaans hebben opgedaan leggen een toegangstoets af ter bepaling van het juiste cursusniveau.

Docenten

Uitsluitend native speakers

Aantal deelnemers

Maximaal 15 van gelijkwaardig niveau

Kosten

Afhankelijk van de cursus; gemiddeld tussen de 300 en 400 euro

2. Periodieke privé-lessen of een in-company cursus

Heeft u specifieke studiewensen, bijvoorbeeld leren telefoneren of een presentatie geven in het Italiaans? Bent u op zoek naar vakjargon uit uw branche? Of heeft u simpelweg behoefte aan een meer intensieve begeleiding bij het leren van het Italiaans? Dan zijn privé-lessen aan een zakelijk taleninstituut een goede optie. Business Talen Rotterdam is zo´n instituut dat gespecialiseerd is in het verzorgen van bedrijfsgerichte taalcursussen. Zo´n dertig mensen per jaar krijgen daar de beginselen van het Italiaans bijgeleerd. Het minimumaantal privé-lessen is 25, maar voor een beginner de taal redelijk onder de knie heeft zijn er gemiddeld 75 lessen nodig.  

“Dertig cursisten lijkt niet veel”, zegt directeur Herman Groenewegen. “Maar in vergelijking met Engels, Duits en Frans is de belangstelling voor zakelijk Italiaans nog steeds gering.” Die beperkte vraag heeft volgens Groenewegen te maken met het feit dat je met Italiaans slechts in één land terecht kunt, maar ook met het gemiddelde niveau van de cursisten. “De meeste zakenmensen spreken redeljik Engels en vaak een aardig woordje Duits en Frans. Dat betekent dat je hen in die talen veel meer verschillende dingen kan leren, ook zaken waarvoor een zekere voorkennis vereist is. Bij Italiaans ligt dat anders. Omdat 95% van de cursisten een absolute beginner zijn, kun je weinig anders dan de basis bieden.”

Voor die beginners maakt Business Talen Rotterdam een maatwerk lessenpakket. Desgewenst worden ook groepscursussen in het eigen bedrijf (in-company) georganiseerd. Het minimaal aantal deelnemers daarvoor is vijf personen. Vanaf de start  zijn de lessen meteen gericht op het zakendoen. Groenewegen: “Als beginner je heb natuurlijk een zekere kennis van de grammatica en een basale woordenschat nodig. Maar waar mogelijk gebruiken we direct óók vakjargon. Het allerbelangrijkste is dat we vanaf dag één starten met praten in Italiaans. Dat gaat overigens meestal makkelijker in een privéles dan in een groep. Niet verwonderlijk dus dat de meeste cursisten voor die variant kiezen.”

 

Naam

Business Talen Rotterdam BV

Waar

K.P. van der Mandelelaan 72, Rotterdam

Contact

010 – 458 15 50 of info@businesstalen.nl

Website

www.businesstalen.nl

Aanbod

Intensieve taalcursus van minimaal 25 privé-lessen van 1,5 uur. Er wordt ook een semi-intensieve variant aanegeboden. Op verzoek wordt een in-company cursus georganiseerd.

Niveau

Alle niveaus

Docenten

Uitsluitend native speakers

Aantal deelnemers

Eén-op-één lessen; bij een in-companycursus maximaal 5

Kosten

2127,50 voor 25 privélessen van 1,5 uur

 

3. Een intensieve sessie van één of meerdere weken met dagelijks privé-lessen

Een nieuwe taal leren is geen sinecure. Zeker als je bij nul moet beginnen, kost het heel veel tijd en energie om een niveau te bereiken waarop je gemakkelijk met een Italiaan van gedachten kunt wisselen. Vandaar dat veel zakenmensen ervoor kiezen zich voor een aantal weken volledig in de taal onder te dompelen. Dat kan bijvoorbeeld bij Taleninstituut Regina Coeli B.V, beter bekend als ‘de nonnen van Vught’.

In 1963 besloot de kloostergemeenschap van de Zusters Kanunnikessen van de heilige Augustinus in Vught een talenpracticum op te richten. De plaatselijke nonnen én die uit het buitenland werden de eerste `native speaker´ docenten. Inmiddels geven de zusters zelf geen les meer aan Regina Coeli, maar heerst er nog altijd een aanpak van discipline en soberheid in het instituut, dat de afgelopen 45 jaar door meer dan 50.000 cursisten is bezocht.

“Per jaar komen hier zo’n tweehonderd mensen om Italiaans te leren”, vertelt Lori Tierney, director of client relations. “Soms is er een tijdelijke opleving van het aantal cursisten. Dat was bijvoorbeeld het geval toen ABN AMRO de Italiaanse bank Antonveneta overnam. Maar afgezien daarvan is het aantal al jaren constant.”

90% van de cursisten Italiaans is afkomstig uit de zakenwereld, uit sectoren als banken, mode, bloemen en transport. De overige zijn mensen die bijvoorbeeld naar Italië gaan emigreren, of er een tweede huis hebben.

Welke motivatie ze ook hebben, allemaal ondergaan ze één of meerdere weken een intensieve taaltraining. Dat betekent: dagelijks vier privé-lessen van vier verschillende docenten, die de cursist in wisselende rollen en situaties begeleiden. De lessen worden afgewisseld met vaardigheidstraining, groepsactiviteiten en zelfstudie. Overnachten kan in een nabijgelegen hotel.

Vijf dagen privé-les bij Regina Coeli is een prijzige aangelegenheid – 2700 euro, nog zonder logies. Toch is dat volgens Tierney niet veel duurder dan privéles aan andere instituten. “Door de intensiteit van de onze aanpak is hij vaak meer effectief. Bovendien werken we met eigen studiemateriaal dat de afgelopen decennia continu is verbeterd. En alle docenten worden in huis opgeleid. Dat alles maakt dat onze cursussen een goede prijs-kwaliteitverhouding hebben.”

Italiaans leren in één week, is dat niet teveel gevraagd? Tierney: “Wonderen gebeuren niet, ook niet bij Regina Coeli. Als absolute beginner heb je zeker drie weken les nodig. Maar daarmee kun je je vervolgens dan wel prima redden in het Italiaanse zakenleven.”

 

Naam

Regina Coeli

Waar

Martinilaan 12, Vught

Contact

073 – 68 48 790 of rcmail@reginacoeli.nl

Website

www.reginacoeli.nl

Aanbod

Intensieve taalcursus van minimaal één werkweek met dagelijks vier privé-lessen van vier verschillende docenten, vaardigheidstraining, groepsactiviteiten en zelfstudie. Op verzoek wordt een in-company cursus georganiseerd.

Niveau

Alle niveaus

Docenten

Negen docenten, uitsluitend native speakers

Aantal deelnemers

Eén-op-één lessen

Kosten

2700 euro voor vijf dagen intensieve persoonlijke taaltraining (inclusief lunch en diner, exclusief logies en ontbijt)

 

4. Een cursus in Italië

Een aantrekkelijk alternatief voor een intensieve talencursus in Nederland is een vergelijkbare cursus in Italië. Met dat in het achterhoofd richtte Ingrid Veringa achttien jaar geleden Italstudio Taalreizen op, een bedrijf dat objectieve informatie verstrekt over de kwaliteit van talenscholen in Italië. De beoordeelde cursussen – Veringa bezoekt bijna alle scholen zelf – zijn ook direct via Italstudio te boeken. Daarnaast adviseeert Veringa over maatwerkoplossingen, bijvoorbeeld voor zakenmensen die zich het Italiaans in korte tijd eigen willen maken.

“Zo’n tien procent van de klanten die zich bij Italstudio melden is afkomstig uit het zakenleven”, aldus Veringa. “Voor hen bieden we taaltrainingen op maat. Dat kan een full-immersion cursus zijn – vier tot acht uur les per dag met maximaal zes personen – maar ook een cursus commercieel Italiaans of Italiaans taalgebruik in het eigen vakgebied.”

Talenschool La lingua la vita in Todi organiseert een full-immersion cursus van één of twee weken in een prestigieus hotel. Veringa: “De achterliggende gedachte is dat je weg van alle dagelijkse beslommeringen en in een relaxte omgeving de taal extra snel oppikt.” Maar ook in andere steden zoals Napels, Rome, Florence, Milaan, Siena en Viareggio worden full-immersion cursussen georganiseerd, al dan niet inclusief een dagelijkse lunch met de docent. Een alternatief is privé-lessen in Italië, bij een docent thuis. “Op die manier krijg je ook meteen wat van het dagelijkse leven in Italië mee”, aldus Veringa.

Voor mensen uit de modewereld zijn er bovendien speciale cursussen in Milaan, gekoppeld aan de grote modebeurzen die daar twee maal per jaar plaatsvinden. Daarbij  wordt niet alleen aandacht besteed aan het vakjargon, maar gaan cursisten ook op bezoek bij ontwerpers en showrooms.

Waarom zou iemand voor een intensieve taaltraining in Italië kiezen in plaats van in Nederland? Veringa: “Je leert een taal pas echt te spreken als je er door wordt omringt. Je moet het horen, zien, lezen. Dat gaat in Nederland simpelweg niet.”

Volgens Veringa doen zakenmensen een taalcursus in eerste instantie omdat ze hem nodig hebben. “Maar bijna iedereen vindt het ook oprecht leuk. Daar komt bij: het zakendoen in Italië gaat echt makkelijker als je de taal een beetje spreekt. Er gaan deuren voor je open die anders gesloten blijven. En je wordt ook eerder vertrouwd. Als je echt succes wilt hebben in Italië, is het leren van de taal een must.”

 

Naam

Italstudio

Waar

Dommelstraat 36, Culemborg

Contact

0345 – 52 01 52 of info@italstudio.nl

Website

www.italstudio.nl

Aanbod

Taalcursussen op diverse niveaus en op verschillende plaatsen in Italië. Zie voor het gehele aanbod de website.

Niveau

Alle niveaus

Docenten

Uitsluitend native speakers

Aantal deelnemers

Verschilt per opleidingsinstituut, meestal niet meer dan 12

Kosten

Afhankelijk voor aard en duur van de cursus. Drie privé-lessen per dag kost ongeveer 670 euro (excl. accomodatie). De meest uitgebreide full- immersion cursus met 65 lesuren in een week en verblijf in een luxueus hotel (incl. alle maaltijden) bedraagt zo´n 3500 euro. Daartussen zijn allerlei varianten mogelijk.

 

 

 

 

 

 
 
 

 

 

 

ITALIAANSE LEVENSMIDDELEN ONVERMINDERD POPULAIR november 20, 2008

Ingedeeld onder: 09 - Italië in Bedrijf — martevansanten @ 9:35 am

scannen0012

 

De verkoop van Italiaanse dranken en etenswaren zit al jaren in de lift. Heeft die trend in 2008 doorgezet? Welke items stalen de show? En is de invloed van de economische malaise al te merken op de afzet van Italiaanse producten? Twee importeurs, een groothandel en een delicatessenzaak werpen hun blik op de zaak.

 

Diepvriespasta

“De groei van Italiaanse foodmarkt heeft in 2008 zonder meer doorgezet.” Aan het woord is Theo Zijlstra, commercieel directeur van Mediterra, dat al sinds 1998 levensmiddelen en wijnen uit Italië importeert. Vorig jaar rond deze tijd vertelde Zijlstra in Italië in Bedrijf dat hij hoge verwachtingen had van onder andere diepgevroren pasta’s en luxe Italiaanse wijnen. Zijn die ook uitgekomen?

“Ja zeker. Vooral wat de diepgevroren pasta’s betreft. Een vers product dat lange tijd in afgepaste porties houdbaar is: dat doet het goed in horeca. Sowieso is de pastamarkt nog steeds in ontwikkeling; er komen steeds meer verschillende soorten en vormen bij, vaak van hoogwaardige kwaliteit.” Dat vraagt om een andere verkoopaanpak, aldus Zijlstra. “Met name verse pasta’s worden op een andere manier bereid. Vandaar dat we steeds vaker demonstraties in bijvoorbeeld groothandels organiseren. Zo proberen we horecaondernemers en detailhandels te stimuleren om eens iets nieuws te proberen. En het werkt: de belangstelling neemt door dergelijke initiatieven duidelijk toe.”

Een andere voorspelling die Zijlstra in 2007 deed was dat de aandacht voor thematische Italiaanse producten – bijvoorbeeld rond kerst of Pasen – zou toenemen. Met kerstproducten zoals panettones is dat in 2008 zeker het geval gebleken. Maar voor de andere ‘feestmomenten’ in het jaar lag dat moeilijker. Zijlstra: “Nederlanders denken bij Pasen of Valentijn gewoon niet aan Italië. Hoewel die feesten daar heel uitgebreid gevierd worden. Wat het de afgelopen jaren wel heel goed deed was de introductie in het najaar van de Vino Novello, de Italiaanse primeurwijn. Maar er worden zoveel ‘primeurproducten’ op de markt gebracht, dat de consument een beetje primeurmoe lijkt te worden.”

Het is kortom tijd op zoek te gaan naar een alternatief, vindt Zijlstra. Met Mediterra zet hij zijn kaarten voor 2009 vooral op dieprvriespasta’s en bijzondere vleeswaren en antipasti. Bang dat de economische teruggang hem daarbij in de weg zal zitten is hij niet. “In mijn optiek gaat de verkoop nog steeds goed. En ik heb in mijn omgeving ook nog geen signalen gehoord van een stagnerende markt. Zolang we maar blijven innoveren, heb ik het volste vertrouwen in de toekomst”

 

Smaakbeleving

Ook zelfbedieningsgroothandel De Kweker zegt nog weinig van de economische neergang te merken. De Kweker biedt een groot assortiment Italiaanse producten, veelal direct uit Italië geïmporteerd. 60% daarvan komt in de horeca terecht, de rest wordt via de retail afgezet. Zowel het aanbod als de verkoop van Italiaanse producten is de afgelopen jaren behoorlijk gegroeid, aldus Jorit Gravemaker, verantwoordelijk voor de PR en communicatie bij De Kweker. Wat waren volgens haar de belangrijkste trends van 2008?

“In 2008 hebben we verschillende nieuwe Italiaanse producten aan ons assortiment toegevoegd. Authentieke Siciliaanse delicatessen van Franti bijvoorbeeld, maar ook buffelmozzaralla van diverse producenten en honing uit verschillende regio’s. De echte succesnummers van 2008 waren verschillende Italiaanse kaassoorten en verse truffels. De verschillende toepassingsmogelijkheden van die laatste worden steeds beter bekend.”

Ook de Italiaanse wijnen deden het in 2008 goed bij De Kweker. Gravemaker: “De traditionele Italiaanse wijnen sloegen lang niet aan op de Nederlandse markt, omdat ze niet goed pasten in onze smaakbeleving. Door lokale druivensoorten te vermengen met bekende soorten als Merlot of Chardonnay gaat dat steeds beter. Met als resultaat dat we in 2008 tot op heden 60.000 flessen Italiaanse wijn méér hebben verkocht dan in 2007.”

Net als Zijlstra meent ook Gravemaker dat bijzondere Italiaanse producten in de verkoop vaak wat extra aandacht behoeven. “Daar hebben we De Kweker huischefs voor. Die laten in onze groothandel bijvoorbeeld zien hoe je buzzelmozzarella kunt gebruiken, anders dan alleen in een Insalata Caprese. In combinatie met een gericht promotiebeleid levert dat al een aantal jaren een stijgende omzet op.”

 

Producten met een verhaal

Een relatieve nieuwkomer op de Italiaanse foodmarkt is Naturalia, dat sinds twee jaar verfijnde Italiaanse delicatessen naar Nederland importeert. Het grootste deel daarvan vindt zijn weg naar delicatessenwinkels en gespecialiseerde slagers en kaaszaken. Maar ook de horeca wordt door Naturalia bediend. “Vanaf dag één hebben we exclusieve contracten voor Nederland met onze leveranciers in Italië gesloten”, vertelt mede-oprichter en eigenaar Wilger van Wezep. “Je zult onze producten niet bij een supermarkt aantreffen. Dat is belangrijk voor onze afnemers, die meer en meer moeite moeten doen om zich met hun assortiment te onderscheiden.” In een steeds voller wordende markt is het juist de exclusiviteit die producten aantrekkelijk maakt, aldus Van Wezep. “Onze afnemers zijn op zoek naar twee dingen: een bijzonder product van hoge kwaliteit én een product met een verhaal. Onze boerensalami’s worden bijvoorbeeld speciaal voor ons gemaakt door een ambachtelijke worstenmaker in Bologna. Zo brengen we een authentiek stukje Italië bij de mensen thuis.”

Naturalia verkoopt vooral bijzondere, luxe producten. Ham met hele truffels uit San Marino bijvoorbeeld, halfgedroogde cherrytomaten uit Sicilië of panforte met vijgen en walnoten uit Siena. Heeft de Nederlander daar momenteel nog wel geld voor over? Volgens Van Wezel wel. “De afgelopen jaren is de kennis van de gemiddelde Nederlander over Italiaanse producten enorm toegenomen. Men neemt geen genoegen meer met een stukje gewoon ontbijtspek, dat moet een mooie pancetta zijn. Bovendien: met onze producten bedienen we het topsegment van de markt. Consumenten die bij dergelijke speciaalzaken hun inkopen doen blijven daar toch wel komen, economische malaise of niet.”

In tegenstelling tot wat je misschien zou verwachten is er in het duurdere segment géén extra aandacht voor biologische producten. Het aanbod vanuit Italië is er volgens Van Wezel wel. Maar het prijsverschil is kennelijk te groot om Nederlandse consumenten – en dus winkeliers en horecaondernemers – over de streep te trekken.

 

Paddenstoelenbouillonblokjes

Importeurs en groothandel lijken zich niet direct zorgen te maken over de economie. Maar hoe zit dat in de detailhandel? Loes Nuijen van delicatessenwinkel Casa Roberto in Delft voelt wel degelijk dat consumenten de hand meer op de knip houden. “Dramatisch is het nog niet, maar de omzet lag in 2008 wel lager dan in 2007.” De economie heeft daar schuld aan, maar ook het feit dat supermarkten steeds meer luxeproducten gaan verkopen, vertelt Nuijen. “Soms denk je dat je iets bijzonders in huis hebt gehaald en dan zie je het een paar weken later bij de supermarkt op de hoek liggen. Dat is lastig concurreren. Gelukkig hebben we nog genoeg bijzondere producten om klanten te blijven trekken.”

Eén van de topsellers bij Casa Roberto is een ogenschijnlijk heel gewoon product: paddenstoelenbouillonblokjes. “Niet aan te slepen!”, zegt Nuijen. Klanten komen van heinde en verre om die bij haar te halen. Bijzondere pasta’s doen het ook altijd goed, net als Caffarel-chocolade uit Turijn die Nuijen als enige in Nederland in haar assortiment heeft. Net als in 2007 zijn de gedroogde kruidenmixen in 2008 ook weer een groot succes geweest.

Behalve losse producten verkoopt Casa Roberto veel geschenkenpakketten, zowel aan particulieren als aan bedrijven. Wat het verschil is tussen de twee? Nuijen: “Bedrijven hebben  over het algemeen meer geld voor een pakket over. Relatiegeschenken en kerstpakketten beginnen gemiddeld bij zo’n € 35. Voor een consument is dat veel geld. Qua inhoud verschillen de pakketten trouwens niet zoveel, behalve dat in de zakelijke pakketten meer luxe en kwalitatief hoogwaardige producten zitten. Je kunt er ook wat meer aparte items in kwijt. Individuele klanten kiezen daarentegen altijd voor de bekende, veilige weg. Bruschetta, olijfolie en een kruidenmix bijvoorbeeld.”

 

Panattone

Over kerst gesproken: geen van de betrokkenen ziet grote vernieuwingen in het productaanbod voor 25 en 26 december. De grote winnaar blijft de panattone; die wordt in steeds meer vormen, maten en kwaliteiten door Nederlanders gekocht. Prosecco lijkt op een goede tweede plaats te komen. In de horeca verwacht Jorit Gravemaker van De Kweker rond kerst vooral veel bijzondere Italiaanse vleeswaren op het menu terug te zien, maar ook zoetwaren. Wat de kerstpakketten en relatiegeschenken betreft: daarin doen vooral de meer luxe producten het goed. Zwarte pasta bijvoorbeeld, een goede olijfolie, bijzonder koekjes of chocolade en uiteraard allerhande truffelproducten. Naturalia, dat ook toeleverancier is voor kerstpakketten, kiest er bewust voor producten uit het normale assortiment aan te bieden. “Als mensen iets lekkers uit zo’n pakket eten, moeten ze het daarna wel terug kunnen vinden in de winkel. Door producten uitsluitend voor kerst te importeren, zouden we onszelf als bedrijf in de vingers snijden.”

 

BRABANTIA DOET HET GOED IN ITALIE juli 26, 2008

Ingedeeld onder: 09 - Italië in Bedrijf — martevansanten @ 10:33 am

Brabantia exporteert haar producten naar bijna alle landen van Europa. Zo ook naar Italië. Jos Weijers, administratief en financieel directeur, woonde en werkte twintig jaar in Italië voor het bedrijf.

“Eigenlijk ben ik bij toeval in Italië beland. Ik werkte in 1981 bij een ander bedrijf, toen een kennis me erop wees dat Brabantia een directeur voor een nieuwe fabriek in Italië zocht. Ik dacht: ‘waarom niet?’. Het avontuur van een baan in het buitenland trok me meer dan Italië zelf, want met het land had ik tot dan helemaal niets. We gingen er zelfs nooit op vakantie! Tot mijn eigen verbazing werd ik aangenomen. En dus pakten mijn vrouw en ik onze spullen en vertrokken we naar een klein plaatsje in de provincie Brescia, zo’n 80 km van Milaan.

Bij aankomst sprak ik geen woord Italiaans; je kunt rustig zeggen dat ik de taal op straat heb geleerd. Grappig genoeg heeft dat alleen maar in mijn voordeel gewerkt. Als buitenlander heb ik me er altijd achter kunnen verschuilen dat ik iets niet goed begreep, of dat ik de gewoontes niet kende. Zelfs als dat helemaal niet waar was. Daar heb ik in de loop der jaren regelmatig profijt van gehad. Overigens kom je er niet mee weg als je helemaal geen Italiaans spreekt. Sterker nog: een goede beheersing van de taal is mijn inziens een voorwaarde voor succesvol zaken doen in Italië.

We verhuisden niet alleen naar een ander land, maar ook nog eens van een grote stad naar een klein dorp. Qua mentaliteit was het alsof we dertig jaar in de tijd terugstapten. Toch heb ik geen enkele moeite met de cultuurverschillen gehad. Dat had vooral te maken met mijn eigen instelling: ik ben het land en de mensen met open vizier tegemoet getreden. Natuurlijk viel ik in het begin van de ene verbazing in de andere over hoe men met elkaar omging, over hoe er zaken werden gedaan. Maar ik vond dat alleen maar leuk.

Als je het in het buitenland wilt redden, moet je nieuwsgierig zijn en openstaan voor de verschillen in plaats van ze te veroordelen. Je kunt geen grotere fout maken dan als arrogante Nederlander aan Italianen uit te leggen hoe de wereld in elkaar zit. Als je een Nederlandse mentaliteit verwacht kun je beter thuisblijven. Dat betekent overigens niet dat je niet op je hoede moet zijn! Italianen komen bijzonder vriendelijk over, maar zakelijk gezien zit daar altijd wat achter. Geef ze de kans en ze maken onherroepelijk misbruik van je. Vooral wat het betalingsverkeer betreft. Door schade en schande heb ik geleerd dat je daarin geen duimbreed moet toegeven. Bij één keer te laat betalen geef ik een  waarschuwing, de tweede keer lever ik niet meer. Alleen met zo’n starre houding kun je voorkomen dat je tot in de lengte der dagen op je geld moet wachten.

De manier van zakendoen hangt erg af van waar je bent. In Noord-Italië gaat het er min of meer zoals bij ons aan toe: efficiënt en snel. In het zuiden moet je meer tijd voor een onderhandeling uittrekken. Daar wordt eerst gegeten en dan over politiek en voetbal gepraat. Als je mazzel hebt, worden er ook nog zaken gedaan. De meeste moeite heb ik met de Romeinen. Vraag me niet waarom, maar dat zijn de grootste wanbetalers van het hele land.

Langzamerhand begint er trouwens wel een omslag in het zakelijke denken van de Italianen te komen. Sinds 1998 leren kinderen vanaf de basisschool Engels. Je merkt dat de nieuwe  generatie daardoor meer op het buitenland gericht is. Tot een paar jaar geleden dachten Italianen oprecht dat het er in de rest van de wereld net zo aan toe ging als bij hen. Bureaucratie, vriendjespolitiek en corruptie had je toch overal? Nu ze erachter komen dat dat niet zo is, staan ze meer open voor een andere manier van werken. In het noorden althans, want onder de Apennijnen is er nog niets veranderd.

Wat ik leuk vind aan het zakendoen met Italië is het sociale aspect. Nederlanders blijven zo ontzettend afstandelijk. En de fantasie en lef van Italianen kan ik ook zeer waarderen. Ik heb wel eens zelfgedrukte checks gekregen van een bank die helemaal niet bestond! Geweldig toch? Je kunt je daar heel boos om maken, maar ik heb er vooral hard om gelachen. Waar ik me altijd aan zal blijven ergeren is dat Italianen structureel te laat komen, of zelfs helemaal niet komen opdagen. Ik heb regelmatig honderden kilometers gereden voor een afspraak, om de persoon in kwestie vervolgens niet thuis te vinden. Dat went nooit.

Na 22 jaar in Italië te hebben gewoond zijn we vijf jaar geleden teruggekeerd naar Nederland. Dat was best even wennen, vooral aan het gebrek aan beleefdheid en het taalgebruik. Uiteindelijk hebben we ervoor gekozen in België te gaan wonen. Dat voert samen met Italië de lijst aan van landen in Europa met de meeste wetten die het minst worden nageleefd. Ik voel me daar kortom prima thuis! Maar sommige Italiaanse gewoontes leer ik nooit meer af. Zo koop ik elke ochtend een krantje, lees dat in het café en ga dan pas aan het werk. ‘Krijg je thuis geen koffie?’, vragen mijn Nederlandse collega’s dan. Dat plezier zullen ze nooit begrijpen.”

Voor informatie over de verkoopactiviteiten van Brabantia in Italië en in de rest van Europa, zie: www.brabantia.com.

 

BOFFI: WAAR EMOTIE EN TECHNIEK ELKAAR ONTMOETEN juli 26, 2008

Ingedeeld onder: 09 - Italië in Bedrijf — martevansanten @ 10:28 am

Wie de pas geopende showroom van Boffi aan de Amstelveense weg in Amsterdam binnenstapt, waant zich direct in een chique appartement in Milaan. 

De zachte Italiaanse muziek, de geur van verse espresso en bovenal de prachtige inrichting: het is alsof je vanaf de drukke Amsterdamse straat in een andere wereld stapt. Vier etages beslaat het pand, waarmee de illusie van een volledig ingericht woonhuis wordt gecreëerd. De verschillende kamers zijn gevuld met meubels van Porro en  Living Divani, maar de pronkstukken in de winkel zijn toch wel de keukens en badkamers van Boffi. “Boffi is de Ferrari van het koken en baden”, vertelt de Italiaanse Daniela Germone trots. Germone is  al acht jaar werkzaam op de afdeling marketing en design van Boffi en is verantwoordelijk voor het ontwerp en de uitvoering van diverse Boffi showrooms, waaronder de meest recente in Amsterdam.

Wie al het strakke design aanschouwt zou bijna niet geloven dat Boffi al meer dan zeventig jaar marktleider in zijn segment is. Al in 1934 bouwde signor Boffi zijn eerste keuken. De collectie breidde zich in de jaren daarna gestaag uit. Zo’n dertig jaar geleden besloot het bedrijf hun producten naar landen buiten Italië te gaan exporteren. “In die periode zijn ook de badkamers aan het assortiment toegevoegd”, vertelt Germone. Vandaag de dag is zo’n 60% van de productie bestemd voor de buitenlandse markt. Vooral Azië en het Midden-Oosten doen het de laatste jaren goed. Maar de vervaardiging van de keukens en badkamers vindt nog steeds in Italië plaats, in één en dezelfde fabriek in de buurt van Milaan.

Al decennialang is Boffi synoniem voor innovatief design. In 1963 bracht het merk bijvoorbeeld de eerste minikeuken op de markt: koken, afwassen en bewaren op minder dan een halve kubieke meter. Die eerste minikeuken is inmiddels te vinden in het Museum of Modern Art in New York. Maar een hedendaagse versie van het model wordt nog steeds geproduceerd.

De combinatie van schoonheid en functionaliteit staat centraal in de ontwerpen. Zo zijn er keukenkastjes, waarvan de deurtjes niet opendraaien maar opzij schuiven. Mooi en ruimte besparend tegelijk. Hetzelfde geldt voor de zuil met stopcontacten die verzonken is in het aanrechtblad; alleen wanneer dat nodig is komt hij naar boven. En wat te denken van de afzuigkap die met spiegels is bedekt, zodat hij optisch de ruimte vergroot?

De badkamermeubels doen overigens niet onder voor de keukens in originaliteit. In het midden van de showroom staat een bad zonder kraan. Die blijkt verstopt te zitten in een paneel aan de zijkant van het bad. Het water stroomt uit een kleine gleuf aan de bovenkant. Zo wordt het strakke design op geen enkele manier verstoord.

In vergelijking met concurrenten uit hetzelfde segment doet Boffi het uitzonderlijk goed; het bedrijf zit al jaren in de lift. Volgens Germone is dat vooral het gevolg van de focus die het bedrijf tentoonspreidt: werkelijk alles is gericht op het creëren van een kwalitatief optimaal product. Germone: “Er wordt enorm veel in research & development geïnvesteerd. Hoofdontwerper Lissoni staat er al jaren gerand voor dat we daarin voorop lopen. En elk jaar weer zoeken we de samenwerking met gerenommeerde ontwerpers uit de hele wereld. Zo zijn we steeds in staat vernieuwende producten op de markt te brengen. Simpel gezegd draait het Boffi  primair om ontwerpen en dan pas om verkopen. Dat zie je aan de producten af.”

Vandaar waarschijnlijk ook dat het bedrijf het aantal verkooppunten beperkt houdt. “Alleen winkels die onze filosofie tot in de puntjes kunnen uitdragen komen voor een dealership in aanmerking”, aldus Germone. De Boffi Studio in Amsterdam is daar een mooi voorbeeld van. Die is dan ook zeker een bezoekje waard!

Dis Studio Boffi, Amstelveenseweg 2, Amsterdam. Meer informatie: www.boffi.com of www.disstudio.nl

 

LANCIA INTODUCEERT NIEUWE DELTA juli 26, 2008

Ingedeeld onder: 09 - Italië in Bedrijf — martevansanten @ 10:23 am

Een nieuw model, een nieuwe strategie, een nieuwe toekomst: Lancia heeft grote plannen. De introductie van de Delta vormt de eerste stap.

De eerste Lancia Delta zag het levenslicht in 1979. Het model was direct een groot succes; in 1980 werd de Delta door een internationale jury zelfs verkozen tot Auto van het Jaar. In de vijftien daarop volgende jaren rolden er 480.000 Delta’s van de band. Maar nadat de in 1994 was stopgezet, verdween het model langzaam uit het straatbeeld.

Tot 2008. Want op 4 juni jongstleden werd op de autoshow van Turijn een spiksplinternieuwe Delta gepresenteerd. Het eerste nieuwe model van Lancia in vier jaar. “Eigenlijk kun je de Delta van 2008 in niets meer vergelijken met zijn illustere voorganger”, aldus Hans Vervoorn, directeur Public Relations van Fiat Groep Nederland. “Met zijn 4,5 meter is hij een stuk groter en hij heeft een totaal ander uiterlijk. Maar omdat zoveel mensen mooie herinneringen aan de Delta koesteren, is de naam toch gehandhaafd.”

De nieuwe Delta heeft het karakter van een sportauto en biedt tegelijkertijd het comfort van een luxe wagen. De voorpartij oogt agressief, een uitstraling die wordt versterkt door de robuuste spatborden en de indrukwekkende grille. Opvallend zijn ook die innovatieve koplampen. Het brede glazen dakoppervlak (optioneel) loopt af in de spoiler, waarin naadloos het rondlopend achterlicht is geïntegreerd. Vooral de twee-tone versie, met de contrasterende kleuren van de daklijsten en de rest van het koetswerk, is opvallend. Het getuigt van een gedurfde designaanpak.

Volgens Vervoorn is de Delta de eerste auto die de nieuwe strategie van Lancia belichaamt. “Om als merk te overleven moeten de verkopen de komende jaren meer dan verdubbelen. In 2007 werden er wereldwijd 121.000 Lancia’s verkocht, in 2011 moeten dat er 300.000 zijn.” Om dat doel te realiseren heeft Lancia een strategie ontwikkelt die op drie pijlers rust. Vervoorn: “De eerste is de introductie van nieuwe modellen, die de verkopen flink op kunnen schroeven. In 2008 is dat de Delta, in 2009 komt er een nieuwe versie van de Ypsylon en in 2010 en 211 zullen we nog twee nieuwe producten op de markt brengen. De tweede pijler wordt gevormd door de productie van Lancia’s met rechtsstuur. Daarmee kunnen we nieuwe markten aanboren in bijvoorbeeld Engeland en Japen. En last but not least worden we onze verkooppunten internationaal flink uitgebreid. In Rusland, Zuid-Amerika en het Midden-Oosten werd Lancia nog helemaal niet verkocht, maar daar komt nu verandering in.”

Feitelijk moet de nieuwe Delta een keerpunt in de geschiedenis van Lancia gaan betekenen. De verwachtingen zijn dan ook hooggespannen. In 2009 hoopt het merk al 70.000 exemplaren te verkopen. Daartoe wordt het aantal verkooppunten zogezegd flink opgeschroefd. Ook in Nederland, waar de teller inmiddels op 33 staat. 

Al zolang als het merkt bestaat kopen klanten een Lancia om te laten zien dat ze anders zijn, dat ze zich onderscheiden van de massa. Om optimaal aan die behoefte te gemoed te komen zijn op de nieuwe Delta wel duizend gepersonaliseerde combinaties mogelijk. Er is keus uit drie specificatieniveaus, vier soorten stoelbekleding, vier types lichtmetalen wielen, twaalf lakkleuren en twaalf two-tone kleurenschema’s. Vervoorn: “De Delta is het wiskundige symbool van verandering en vooruitgang. De uitgebreide keuzemogelijkheden bevestigen dat, net als trouwens het opvallende design de vooruitstrevende techniek onder de motorkap. Met dit model is Lancia klaar voor de 21ste eeuw.”

De nieuwe Lancia Delta staat vanaf eind juni bij de dealer. Meer informatie: www.lancia.nl.

 

“VERTROUWEN IS BELANGRIJK IN ITALIAANS ZAKENLEVEN” mei 20, 2008

Ingedeeld onder: 09 - Italië in Bedrijf — martevansanten @ 8:48 am

Kees Breur is oprichter/directeur van Breur Bloemenexport Aalsmeer. Bij het bedrijf zijn acht medewerkers in dienst. De bloemen die Breur op maandagochtend inkoopt staan dinsdagmiddag bij zijn klanten in Italië. 

“Eigenlijk ben ik bij toeval in de export met Italië beland. Direct na mijn middelbare school leerde ik een Italiaanse jongen kennen die in de bloemenhandel zat. Hij vroeg me hem te helpen zijn bloemen direct in Nederland in te kopen. Acht jaar heb ik met veel plezier voor hem gewerkt, maar toen ontstond er een conflict. In 1996 ben ik daarom met mijn eigen bloemenexportbedrijf begonnen. 

Oorspronkelijk verscheepten we alle soorten snijbloemen, maar de laatste jaren is het assortiment meer afhankelijk geworden van de lokale productie in Italië. Die is namelijk behoorlijk geprofessionaliseerd. Er zijn zelfs Italiaanse kwekers die Nederlandse bedrijfsleiders in dienst nemen en zo de kennis importeren. Gelukkig blijft Nederland altijd een paar stappen voorlopen, qua ontwikkeling en zeker ook qua logistiek. 

70% van alle bloemen die in Italië verkocht worden zijn bestemd voor huwelijken en begrafenissen. De Nederlandse cultuur van tulpen op tafel of een bosje bloemen cadeau geven is daar nog veel minder ontwikkeld. Overigens begint daar wel verandering in te komen, vooral onder de jeugd. Rond feestdagen als Valentijnsdag is de bloemenverkoop de laatste jaren enorm is gestegen. 

In totaal hebben we zo’n dertig actieve klanten in Italië, allemaal importerende groothandels. Het overgrote deel daarvan bevindt zich boven Rome. Eerlijk gezegd doe ik ook het liefst zaken met mensen uit het noorden en het midden. Ze zijn wat Europeser, wat zakelijker ingesteld. Zeker als het om de betalingsmoraal gaat! 

Tijdige betaling is  hoe dan ook een lastig punt in Italië. Wat ik vandaag verkoop, ligt over twee weken in de container. Maar ik mag blij zijn als mijn factuur binnen zestig dagen wordt voldaan. Met dat in mijn achterhoofd heb ik mijn klanten een paar jaar geleden verzekert. Eén keer heb ik mijn verzekeringmaatschappij een betalingsachterstand laten incasseren. Mijn geld kreeg ik, maar de klant was ik kwijt. In het Italiaanse zakendoen staat de relatie centraal. Zo’n tactiek met een deurwaarder werkt daarop averechts. In plaats van de Nederlandse botte bijl te gebruiken kun je beter op het gevoel inspelen. Veel bellen of liever nog: zelf langs gaan. Laat zien hoe moeilijk je het hebt omdat je niet betaald krijgt. Dan heb je meer kans op succes. 

Natuurlijk waren dat soort cultuurverschillen in het begin lastig. Maar ik had de mazzel dat ik een contactpersoon had in Italië die me overal introduceerde. Dat schept vertrouwen, en vertrouwen is een belangrijk goed in het Italiaanse zakenleven. Sowieso heb je eigenlijk een ingang nodig om serieus genomen te worden. Feitelijk heb ik al mijn klanten via ‘vrienden van vrienden’ leren kennen. Zonder dat wordt het echt heel erg lastig.

Exporteren naar Italië vereist flexibiliteit, geduld en uithoudingsvermogen. Pas je zoveel mogelijk aan aan hun gebruiken, hun cultuur. Veronderstel overigens niet dat zij dat andersom ook doen. Je klanten verwachten dat ze jou middenin de nacht over iets onbenulligs kunnen bellen. Maar als jij ze nodig hebt, zijn ze opeens dagen onbereikbaar. Toen ik een paar jaar in Italië actief was, werd ik door Rai Uno benaderd of ik ze kon helpen bij het maken bij een tv-programma over de bloemenhandel. Een hele week ben ik bezig geweest om in Nederland afspraken voor ze te regelen. Maar toen ik op de afgesproken tijd met een aantal mensen op de bloemenveiling stond te wachten, bleek dat ze een paar uur eerder ergens anders waren gaan filmen. Daar moet je tegen kunnen. 

Aan de andere kant krijg je er ook een hoop voor terug. Als je eenmaal een goede relatie met een klant hebt opgebouwd, moet je het heel bont maken om die te verliezen. Men moet het van elkaar hebben in Italië. Dat betekent dat een goede klant niet zomaar zal weglopen omdat een concurrent zijn bloemen een paar cent goedkoper aanbiedt. Als je laat zien dat je betrouwbaar bent en hard werkt, wordt dat in Italië zonder meer beloond. De meeste van mijn klanten zijn echte vrienden geworden. 

Helaas komen de vriendschappelijke relaties door de economische malaise in Italië steeds verder onder druk te staan. De afgelopen maanden is de totale Nederlandse bloemenexport naar Italië voor het eerst sinds jaren gedaald. Mijn eigen verkoopcijfers zijn gestabiliseerd. Als ik in 2008 uiteindelijk dezelfde omzet haal als in 2007 mag ik in mijn handjes knijpen. En dan maar hopen dat Berlusconi het vertrouwen in de economie weer kan herstellen. 

Of ik ooit met de maffia te maken heb gehad? Gelukkig niet! Of niet direct althans. Van een goede klant hoorde ik dat met een bepaalde groothandel moest uitkijken, omdat die zijn rekeningen nooit zou betalen. Actie ondernemen mocht ik echter niet. Dan zou het bedrijf namelijk direct weten dat mijn klant had geklikt, met alle gevolgen van dien. Uiteindelijk heb ik via allerlei omwegen – het verhogen van de prijzen, zeggen dat ik de grootte van de zendingen niet aankon – de schade weten te beperken. Maar ik weet ook van Nederlandse bedrijven die door dat soort spelletjes op de fles zijn gegaan.

Inmiddels doe ik al twintig jaar zaken met Italië. Ik denk dat ik zelf ook best een beetje Italiaan ben geworden, ja. Er zijn dagen dat ik meer Italiaans praat dan Nederlands. De hartelijkheid, de openheid van de Italianen probeer ik in mijn eigen leven toe te passen. En ik eet ’s avonds pas om half negen, meestal pasta. Ik heb mijn hart zonder meer aan het land verloren. Maar op vakantie ben ik er nog nooit gewest! Daarvoor is het teveel een tweede thuis geworden. Als ik vrij ben wil ik wel eens wat anders zien.

De beste tip die ik een beginnende exporteur naar Italië kan geven is: zorg dat je zo snel mogelijk een netwerk ter plaatse opbouwt. Vind een vertrouwenspersoon die je bij potentiële klanten kan introduceren. Investeer in de relatie. Ga bij mensen langs, neem ze mee uit eten. En leer als het even kan de taal. Het vereist een hoop, maar die inzet wordt zonder meer beloond.” 

Voor meer informatie voor Breur Bloemenexport, zie: www.breur.nu.

 

AL CAPONE’S MET KWALITEITSPIZZA’S DE MARKT OP mei 20, 2008

Ingedeeld onder: 09 - Italië in Bedrijf — martevansanten @ 8:45 am

De Nederlander eet gemiddeld 2,5 kilo pizza per jaar. Dat is aanzienlijk minder dan de pizzaconsumptie in Frankrijk (4,5 kilo), Engeland (5,0 kilo) en Duitsland (5,5). Reden voor Al Capone’s-eigenaar Danny Galiart om met zijn bedrijf een nieuwe weg in te slaan. In plaats van pizzabezorging aan huis richt hij zich tegenwoordig op de bereiding en distributie van koelverse pizza’s.

Zestien jaar geleden statte ondernemer Danny Galiart (40) met Al Capone’s, een pizzabezorgservice. Helemaal verwonderlijk was die bedrijfskeus niet, want hij groeide op tussen de Italianen. Galiart’s  moeder runt al 25 jaar het succesvolle Italiaanse restaurant ‘Elefante Bianco in Laren (NH). Het was daar dat zijn passie voor Italiaanse keuken ontstond.

Twee jaar na de start – Galiart bezat inmiddels zeven winkels – besloot hij van zijn bedrijf een franchiseorganisatie te maken. Op het hoogtepunt in 2002 telde Nederland 34 Al Capone’s winkels met een totale omzet van 12 miljoen euro.

Maar er moest meer uit te halen zijn, dacht Galiard. “Pizzabezorging gebeurt alleen ‘s avonds. Overdag lagen onze keukens er dus ongebruikt bij. Feitelijk benutten we maar een fractie van onze productiecapaciteit.” Zo ontstond de gedachte om gedurende de dag koelverse pizza’s te maken en die af te zetten via bijvoorbeeld supermarkten, videotheken en benzinestations.

In 2006 testte Galiard zijn idee in één van de franchisewinkels. “Gedurende een aantal maanden leverden we aan 35 verschillende locaties koelverse pizza’s. Dat was een groot succes. Er bleek een enorme behoefte te bestaan aan een kwalitatief hoogwaardige pizza.” Volgens Galiart kwam zijn initiatief precies op het juiste moment. “Met ons product spelen we direct in op de gezondheidstrend. De consument wil geen grote, vette hap meer. In plaats daarvan kiest hij liever voor vers en gezond.”

In minder dan geen tijd vond Gailiart zo’n 1000 locaties waaraan hij zijn pizza’s aan kon leveren. Supermarkten, maar ook scholen, hotels, bedrijfskantines en op locatie bij grote evenementen. Daarop besloot hij zijn concept landelijk uit te rollen. Helaas bleek dat nog niet zo simpel. “Als je zulke grote hoeveelheden pizza’s produceert, ben je geen horecaonderneming meer maar een productiebedrijf. Met alle wettelijke eisen van dien.” Bereiding in de winkels bleek onmogelijk. Reden waarom Galiart er begin 2007 voor koos de productie en distributie te centraliseren. Om zich volledig op het nieuwe concept te kunnen concentreren verkocht hij de franchisewinkels aan concurrent Domino’s.

Al Capone’s profileert zich nu met de slogan Dé Italiaanse pizza. “Daarmee willen we de authenticiteit van ons product benadrukken”, aldus Galiart. “We importeren zoveel mogelijk ingrediënten direct vanuit Italië. En ook in de samenstelling van de pizza’s blijven we zo dicht mogelijk bij het origineel. Geen American ribs en barbecuesaus dus meer, maar ruccola en panchetta.”

Om aan de toenemende gezondheidsbehoefte te gemoed te komen, heeft Al Capone’s een speciale ‘lichte’ lijn ontwikkeld. Dat zijn iets kleinere pizza’s met minimaal 150 gram groente en maximaal 700 calorieën. Als eerste pizzabereider heeft Galiart daarmee het ‘Ik kies bewust’ logo binnengehaald. En daar stopt het niet. “Aan het deeg van de pizza’s die we op scholen verkopen voegen we inoline toe. Dat is dezelfde stof die in witbrood met de voedingswaarde van bruinbrood zit. Zo krijgen scholieren met het eten van onze pizza ongemerkt extra vezels binnen.” 

Op het moment dat een klant met Al Capone’s in zee gaat, krijgt hij niet alleen de pizza’s geleverd, maar een totaalconcept. “We hebben verschillende presentatiemeubels ontwikkeld”, aldus Galiart. “De pizza ligt op een verwarmde, marmeren steen, zodat het product optimaal tot zijn recht komt. Dat is goed voor onze naam, maar óók voor de ondernemer. Een hoogwaardig product met een hoogwaardige uitstraling rechtvaardigt immers een hogere verkoopprijs, en dus een hogere winstmarge.”

Inmiddels werken ruim veertig mensen dagelijks aan de bereiding en distributie van de koelverse pizza’s. Het eerste jaar haalde Al Capone’s ‘nieuwe stijl’ al een omzet van ruim 2 miljoen euro. En het einde is wat Galiart betreft nog lang niet in zicht. “De prognose is dat de omzet elk jaar verdubbelt. We hebben grootste plannen als het gaat om de verdere ontwikkeling van het concept. Zo openen we binnenkort twee volwaardige winkels in de RAI in Amsterdam. En we onderzoeken of we mobiele marktwagens  kunnen gaan exploiteren. Verder zouden we onze markt graag verbreden. Door inflight catering te gaan verzorgen voor luchtvaartmaatschappijen bijvoorbeeld. En dan heb ik het nog niet eens gehad over onze bijzondere marketingacties! Consumenten kunnen binnenkort een echte Vespa winnen als ze een van onze pizza’s kopen…”

Concurrentie heeft Galiart naar eigen zeggen amper. “Sommige supermarkten verkopen onder eigen label dagverse pizza’s. Maar daar is het vaak maar één van duizenden producten in het assortiment. Men kan er niet de aandacht aan geven zoals wij dat doen. De combinatie van een vers product en een hoge omloopsnelheid maakt de pizza’s van Al Capone’s vooralsnog uniek.”

 

FERRARI LANCEERT WERELDWIJD EIGEN MAGAZINE mei 20, 2008

Ingedeeld onder: 09 - Italië in Bedrijf — martevansanten @ 8:38 am

Het fameuze Italiaanse sportwagenmerk Ferrari overwoog al jaren om een eigen tijdschrift uit te geven, bedoeld voor klanten en verzamelaars over de gehele wereld. Eind juni 2008 is het eindelijk zo ver; dan rolt het eerste exemplaar van het nieuwe Ferrari Magazine van de pers. In totaal zullen jaarlijks vier nummers van het Engelstalige tijdschrift verschijnen. 

“Alle elementen van Ferrari worden in het nieuwe magazine opgenomen”, aldus Myrthe de Boer van Ferrari West Europe. “Dat betekent dat er een scala aan onderwerpen aan bod zal komen. Productnieuws en autosport natuurlijk. Maar je zult er bijvoorbeeld ook een verslag in kunnen vinden van de rondreis die Ferrari jaarlijks voor de pers organiseert, zoals dit jaar in India.” De initiële oplage van het magazine bedraagt 30.000 exemplaren. Die zijn uitsluitend voor klanten beschikbaar. 

Voor de productie heeft Ferrari de samenwerking gezocht met uitgever Condé Nast, wereldwijd toonaangevend in bijzondere publicaties. Albert Read, General Manager van Condé Nast: “De nieuwe uitgave is voor ons een geweldige kans om een hoogwaardig, prachtig magazine uit te brengen.” De redactie wordt aangevoerd door Antonio Ghini, die de afgelopen vijftien jaar Communications en Brand Management Director van Ferrari was. Hij zal terzijde worden gestaan door Jason Barlow, een befaamde Engelse autojournalist. 

De publicatie van het nieuwe magazine is onderdeel van de brede marketingstrategie van Ferrari. Ook merchandise speelt daarin een belangrijke rol. In 2002 werd in Maranello (Italië) de eerste offieciële Ferrari Store geopend. Inmiddels zijn er wereldwijd twintig winkels te vinden, met een gezamenlijke omzet van zo’n 30 miljoen euro. “De producten voor de winkels worden nauwkeurig geselecteerd”, vertelt De Boer. “Het doel is zaken aan te bieden die een sterke relatie hebben met het merk. Op die manier stellen we gepassioneerde aanhangers van Ferrari in staat objecten te kopen met een inhoudelijke én een emotionele waarde.” 

Met de winkels wordt een groot en soms ook onverwacht publiek bereikt. Zo blijkt er een groeiende interesse bij kinderen en vrouwen voor de producten van Ferrari, wellicht mede ingegeven door het brede aanbod: van kleding tot leren tassen, van petjes tot zonnenbrillen, van agenda´s tot fietsen. Op de website www.ferraristore.com kunnen eigenaren zelfs een schilderij van hun eigen Ferrari bestellen! Voor hen zijn ook pilota rijlessen op het Fiorano testcircuit vlak naast de fabriek van Ferrari. 

Een bijzonder gebeurtenis is de veiling, die sinds 2005 jaarlijks wordt georganiseerd. Bij die gelegenheid gaat onder andere een aantal klassieke modellen van het automerk onder de hamer. Doel is het onder de aandacht brengen van het werk van Ferrari Classiche, het bedrijfsonderdeel dat in 2006 is opgericht om de authenciteit van klassieke Ferrari´s te waarborgen. 

Voor meer informatie, zie www.ferrari.nl of www.ferraristore.com

<Optioneel kader>

Tien beste verkochte producten op www.ferrarishop.com, d.d. 4 april 2008

1.       Ferrari Pit-Crew horologe, gele versie, € 282,33

2.       Ferrari F2008 baseball cap, € 29,25

3.       Ferrari F2008 t-shirt, € 39,33

4.       GP boek Australië 2008, € 16,13

5.       Gesigneerd Ferrari Jaarboek 2007, € 387,20

6.       Ferrari 430 Scuderia brochure, € 39,33

7.       Ferrari Team Cap, € 29,25

8.       Scudetto Ferrari Sleutelhanger, € 22,18

9.       Ferrari skateboard, € 131,08

10.   Ferrari nek sleutelhanger, rood, € 10,08

 

ESPRESSO FAVORIET OP KANTOOR mei 20, 2008

Ingedeeld onder: 09 - Italië in Bedrijf — martevansanten @ 8:31 am

De koffieconsumptie is sinds 1996 met ongeveer 13% gedaald. Gemiddeld drinkt de Nederlander nu zo’n 3,2 kopjes per dag. Dat komt neer op een verbruik van 6,9 kilo per persoon per jaar, zo blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

In 1996 dronken Nederlanders nog 3,6 koppen koffie per dag. Vanaf dat jaar daalde het verbruik gestaag, tot 2003. Sindsdien is de koffieconsumptie redelijk stabiel. Ondanks de afname is koffie nog steeds de meest gedronken drank van Nederland. Thee komt op de tweede plaats met honderd liter per persoon. De consumptie van thee, frisdrank, mineraalwater en wijn is tussen 1996 en 2006 verder gestegen. 

Nederlanders drinken internationaal gezien veel koffie, maar Scandinaviërs zijn sinds jaar en dag de grootste koffiedrinkers ter wereld. Gemiddeld dronken zij in de periode tussen 2002 en 2006 dagelijks 4,3 kopjes koffie. De Finnen zijn met 5,4 koppen grootverbruikers bij uitstek. Ook in België/Luxemburg en Zwitserland is de consumptie hoger dan in Nederland. Opvallend genoeg ligt de hoeveelheid gedronken koffie in Zuid-Europa ver onder het Nederlandse niveau. Daar neemt men genoegen met 1,9 kopjes per dag. 

Cultuurverschil

Een gemiddeld Italiaanse gezin consumeert 37 kg koffie per jaar. Dit lijkt veel, maar daarmee staan de Italianen op de twaalfde plaats op de ranglijst van de koffieconsumptie in Europa. De belangrijkste reden waarom Italianen zoveel minder koffie drinken dan Nederlanders lijkt het cultuurverschil te zijn. In Nederland is koffiedrinken is veel méér dan alleen het drinken van koffie; het is onderdeel van een sociaal ritueel. De hoeveelheid – je moet er lang bij kunnen kletsen – is belangrijker dan de kwaliteit. In Italië ligt het precies andersom. Daar drink je geen koffie voor de gezelligheid, maar voor de smaaksensatie. Zelfs als die maar een paar seconden duurt. Een Italiaan verkiest kortom kwaliteit boven kwantiteit. Dat verklaart waarschijnlijk ook waarom Nederlanders bij voorkeur zittend n in gezelschap koffie te drinken, terwijl het (staand) achteroverslaan van enkele milliliters espresso in Italië meestal een solitaire bezigheid is. 

Een Italiaan drinkt slechts 10% van zijn dagelijkse portie koffie op kantoor. Liever gaat hij tijdens het werk even naar buiten om een caffè te gebruiken in een van de espressobarren, waarvan er meestal meerdere in de buurt te vinden zijn. Het grootste deel van de Italianen drinkt zijn koffie bij voorkeur puur. In het zuiden kies men vaak voor een wat donkerder variant met suiker. Hoe noordelijker je in Italië komt, hoe minder donker de koffie gebrand is.

Ondanks de ogenschijnlijke tegengestelde werelden van Nederland en Italië is de Italiaanse kwaliteitskoffie ook hier de afgelopen jaren aan een serieuze opmars bezig. Zoals altijd in deze markt loopt de horeca voorop in de ontwikkeling. De kwaliteit van de koffie in een café of restaurant wordt steeds belangrijker. Sommige zaken werken zelfs al met verschillende molens en brandingen om hun klanten van het perfecte kopje koffie te kunnen voorzien. 

Kon je een aantal jaar geleden alleen in de betere horeca een goede espresso krijgen, tegenwoordig is het heel normaal die ook thuis aan de keukentafel te nuttigen. Vooral de steeds handzamere en betaalbare espressoapparaten en de portiesystemen hebben het Italiaanse kopje zwart goud binnen handbereik van de consument gebracht. Bovendien is de Nederlander bereid steeds meer geld aan kwaliteit uit te geven. Voor een espressoapparaat tel je gemiddeld al gauw tussen de € 400 en de € 2000 neer. Ook in 2008 zullen er weer tal van nieuwe machines op de markt verschijnen. Behalve design staat gemak daarbij centraal. Het gebruik ervan is zo simpel dat het eigenlijk niet meer fout kan gaan. Handig voor de klant, maar ook voor koffiemerken. Op die manier houden ze de kwaliteit van het eindresultaat namelijk zo constant mogelijk. En dat maakt dat klanten een merk trouw blijven. 

Espresso op kantoor

Behalve de horeca en de thuismarkt is er nog een derde afzetkanaal: de bedrijvenmarkt. Ook daar lijkt de Italiaanse koffie sterk in opkomst. Om meer inzicht te krijgen in het (Italiaanse) koffieverbruik bij bedrijven ondervroeg Italië in Bedrijf ruim 250 bedrijven – van groot tot klein – naar hún koffiegewoontes. De belangrijkste uitkomsten op een rijtje. 

Hoe kleiner het bedrijf, hoe meer Italiaanse koffie er wordt gedronken

Uit de peiling is gebleken dat Douwe Egberts nog steeds favoriet is op kantoor. Maar naarmate het aantal medewerkers afneemt, stijgt het gebruik van Italiaanse koffie. Dat verloop is waarschijnlijk te verklaren uit de gemiddeld hogere kosten per kopje koffie van veel Italiaanse merken. Na DE scoren LaVazza, Illycaffè en Nespresso het beste bij de ondervraagde bedrijven. 

Vaak meerdere koffiezetmethodes in één bedrijf aanwezig

23% van de geënquêteerde bedrijven heeft twee of meer koffiezetmethodes tot zijn beschikking. Met name in de grotere bedrijven blijkt relatief vaak zowel een ‘massa-apparaat’ (zoals een instantautomaat) als een espressomachine aanwezig. 

Redelijke mate van merkentrouw op het werk en thuis

Gevraagd naar de koffie die men thuis drinkt blijkt dat medewerkers van grote bedrijven – net als op het werk – thuis relatief vaak Douwe Egberts drinken. Andersom geldt hetzelfde voor de kleine bedrijven: daar wordt zowel op kantoor als thuis verhoudingsgewijs veel Italiaanse koffie gedronken. In het algemeen kan gesteld worden dat er een behoorlijke mate van merkentrouw is. Voor de Italiaanse merken ligt dat percentage overigens aanzienlijk hoger dan voor DE. Met uitzondering van de mensen die bij een bedrijf met 51 tot 100 medewerkers werken is het espressoapparaat thuis voor alle ondervraagden de favoriete koffiezetmethode.

Espresso bijna net zo populair als gewone koffie

Gemiddeld wordt door de geënquêteerden in totaal 5,1 kopjes koffie per dag gedronken. Dat is 63% boven het landelijk gemiddelde! Gewone koffie is nog steeds het meest populairs (38,2%), op de voet gevolgd door espresso (34,2%). Cappuccino neemt een respectabele derde plaats in het rijtje in. 

 

“NEDERLAND IS EEN ECHT MELKLAND” mei 20, 2008

Ingedeeld onder: 09 - Italië in Bedrijf — martevansanten @ 8:29 am

Duco van den Bergh is marketing- en PR-manager bij illycaffè. Volgens hem wordt 2008 een belangrijk jaar voor illycaffè. Italië in Bedrijf sprak met hem over koffietrends, vooruitzichten en het belang van een schoon espressoapparaat. 

“De totale koffieplas in Nederland neemt wat af, maar het aandeel espresso daarin neemt juist toe. We hebben kortom niet geen last van de dalende koffieconsumptie. Het betekent wel dat we continu bij de les moeten blijven. Groei is niet meer vanzelfsprekend, we moeten de vraag zelf creëren. Gelukkig gaat dat prima; de afgelopen jaren zien we de omzet van onze koffie gestaag toenemen. 

Of we veel hinder van de Senseo ondervinden? Ja en nee. Natuurlijk had ik liever gezien dat de voormalige filterkoffiedrinkers direct naar espresso waren overgegaan. Tegelijkertijd heeft de Senseo Nederland wél klaargemaakt voor het portiesysteem. Van daaruit is de stap naar een espressomachine met servings of een gesloten systeem klein. Bovendien worden – naarmate de vraag stijgt – de machines goedkoper. De keus voor echte kwaliteit is dan steeds makkelijker. 

Zorgelijk vind ik de huidige belangstelling bij de jeugd. Als je om je heen kijkt is er bijna geen zestienjarige meer die spontaan koffie bestelt. Daar ligt de komende jaren dus een schone taak. Voordeel is dat Nederland een echt melkland is. Zo’n 50% van alle koffie die in de horeca gedronken wordt is cappuccino of koffieverkeerd. Het is makkelijker om jonge mensen daarvoor enthousiast te maken – zeker als er wat mooie ‘latte-art’ op zit – dan voor een espresso. De echte koffie leren ze dan later wel drinken.

Een positieve ontwikkeling is de opkomst van de koffiebarretjes. illycaffè speelt daar op in door eigen verkooppunten te openen, de zogenaamde illy Espressamente. Wereldwijd zijn er inmiddels al meer dan 150. Door de beperkte ruimte is het in Nederland lastig om goede locaties te vinden. Desondanks zijn we inmiddels in onderhandeling met een aantal potentiële franchisenemers. Binnen afzienbare tijd zal ongetwijfeld ook hier het eerste filiaal worden geopend.

2008 is voor Illycaffè sowieso een spannend jaar. We introduceren namelijk een nieuw capsulesysteem voor de consumentenmarkt: een revolutionaire machine met bijbehorende koffiecups. Ik ben misschien niet helemaal objectief, maar de crèmelaag die je daarmee op de koffie krijgt is echt onovertroffen! Op 13 mei zal bij het systeem alle filialen van de Bijenkorf tijdens een sneak preview voor het eerst worden gepresenteerd. In de zomer volgt dan een uitgebreide landelijke introductie. 

Wat de horeca betreft: daar investeert illycaffè in de kwaliteit van zowel de apparatuur als van het personeel. Steeds meer zaken sturen hun werknemers voor een training naar de Nederlandse dependance van onze Università del caffè. Met enthousiaste medewerkers en een hogere omzet tot gevolg! Geweldig vind ik dat, want in een branche als de onze is de horecaondernemer de etalage van je product. Langs die weg voed je ook de consument op, zeker als het om smaak gaat. Op het terrein van machineonderhoud is dat een stuk lastiger. Veel consumenten vergeten dat ze hun espressoapparaat regelmatig moeten schoonmaken en ontkalken. Doe je dat niet, dan tast dat smaak van je kopje koffie enorm aan.”