
Vanaf de oprichting in 1982 werkt Eurocross Assistance bij het terughalen van zieke of gewonde vakantiegangers samen met het LUMC. Twee verpleegkundigen vertellen.
28 verpleegkundigen van de Eerste Hulp en de Intensive Care; zoveel medewerkers van het LUMC geven regelmatig – tegen vergoeding – hun roostervrije dagen op om voor Eurocross patiënten uit het buitenland op te halen. Gemiddeld zijn ze bij een uitzending tussen de twee tot vijf dagen van huis.
“Sommige vliegen twee keer per maand, andere een paar keer per jaar”, vertelt arts Nicole Bootsma. Als Hoofd Medische Dienst bij Eurocross is zij verantwoordelijk voor de begeleiding van de ingehuurde LUMC-ers. “We bereiden de reis vanuit Nederland zo goed mogelijk voor, maar ter plaatse is het aan de verpleegkundige om de situatie te beoordelen. Hij of zij besluit uiteindelijk of een patiënt fit genoeg is om te reizen.”
Verpleegkundigen die voor het eerst op pad gaan krijgen vooraf een training ‘luchtvaartgeneeskunde’. “Want een patiënt in een vliegtuig bijstaan is toch iets anders dan op de grond”, aldus Bootsma. Daarnaast organiseert Eurocross jaarlijks een bijscholing, waar vooral ervaringen worden uitgewisseld. Bootsma: “Daar leren de verpleegkundigen van, maar wij óók. Door te horen hoe het er in de praktijk aantoegaat, kunnen we ons werk hier, op kantoor aan de telefoon, beter doen.”
Behalve dat het LUMC verpleegkundigen levert gebruikt Eurocross de artsen van het ziekenhuis ook wel eens als vraagbaak. “In de meeste gevallen hebben we zelf voldoende kennis in huis”, zegt Bootsma. “Maar bij ingewikkelde gevallen is het prettig om te kunnen overleggen, bijvoorbeeld met de afdeling traumatologie. We hebben nu eenmaal veel te maken met slachtoffers van ongelukken.”
Eén van IC-verpleegkundige die regelmatig op pad gaat is Yvonne Barteling (43). Zij vliegt sinds vijf jaar voor Eurocross. Vooral de afwisseling met het normale werk vindt ze aantrekkelijk. “De andere omgeving, de andere taal; het is elke keer weer spannend. Bovendien ben je erg op jezelf aangewezen, want je reist meestal alleen. Dat maakt het uitdagend.”
Ze is pas nog naar Nieuw-Zeeland gevlogen om iemand op te halen. “Zo’n grote afstand maakt een reis wel zwaar”, vertelt Barteling. “Maar het is ook een unieke kans. Zonder Eurocross zou ik daar niet zo gauw gekomen zijn.”
Nieuwe plekken zien is leuk, maar uiteindelijk geeft de dankbaarheid van de mensen die ze ophaalt haar de meeste voldoening. “Patiënten zijn vaak ontzettend opgelucht als ze een vertrouwd, Nederlands gezicht zien. Het is geweldig om mensen in zo’n onzekere tijd bij te kunnen staan.”
EH-verpleegkundige Wilma van der Ende (57) vliegt vanaf het eerste uur voor Eurocross. “Als kind wilde ik stewardess worden, dus ik kan mijn passies zo mooi combineren.”
In al die jaren heeft ze al heel wat meegemaakt. Gevraagd naar de meest bijzondere herinnering kan ze bijna niet kiezen. “Toen ik in Marokko op hoge snelheid 400 kilometer in een taxi moest afleggen om op tijd op het vliegveld te zijn misschien. Of toen ik een jongetje van drie met neurotrauma uit Portugal ging ophalen, wiens kleine zusje bij een auto-ongeluk was omgekomen. Eigenlijk is elke patiënt bijzonder.” Na terugkomst belt Van der Ende altijd nog even hoe het gaat, of stuurt ze een kaartje. “Je bouwt toch een band op tijdens zo’n trip.”
Hoe vaak ze ook van Schiphol vertrekt, elke vlucht is nog even leuk. “Geen reis is hetzelfde. De dankbaarheid van de patiënten is enorm. En doordat je inventief moet zijn, steek je er vaak ook nog wat van op. Ik weet het zeker: zolang het kan, blijf ik vliegen.”