

Nico (22) is volledig verlamd en blind. Dat is het gevolg van de ernstige stofwisselingsziekte waar hij sinds zijn 9e aan lijdt. Al die jaren hebben Paula (51) en haar man Adri (55) hem thuis verzorgd.
“Samen een flink potje huilen. Dat is het eerste wat Adri en ik deden nadat we de diagnose hadden gehoord. De naam van Nico’s ziekte, metachromatische leukodystrofie of MLD, zei me toen nog niets. Maar de neuroloog had duidelijk laten blijken dat het niet goed zat. Behandeling was onmogelijk. De kans dat hij de twintig zou halen was klein, dacht hij. Eenmaal thuis vond ik op internet heftige foto’s van zwaar gehandicapte kinderen met MLD. Zo zag de toekomst van onze zoon er dus uit. Het was het begin van een rouwproces dat nog steeds voortduurt.
Tot zijn negende was er niets aan de hand met Nico. Hij was een vrolijk, gezond kind, net als zijn oudere broer en zus. Maar toen kreeg hij problemen op school. Sommen die hij een jaar eerder had gemaakt, snapte hij opeens niet meer. Lichamelijk ontwikkelde hij zich ook niet goed. Hij was snel moe en begon steeds vaker te struikelen. Toen hij, ondanks zijn twee zwemdiploma’s, tijdens het schoolzwemmen zijn hoofd amper meer boven water kon houden, ben ik naar de huisarts gestapt. Eerder was dat niet in me opgekomen, omdat de klachten zich zo geleidelijk hadden ontwikkeld. Bovendien: het ene kind is nu eenmaal wat langzamer dan het andere.
De huisarts stuurde ons direct naar de neuroloog. Tegen de tijd dat we daar zaten, wist ik zeker dat er iets ernstig mis was in Nico’s hoofd. Twee weken later kregen we het oordeel te horen: Nico leed aan een zeldzame, erfelijke stofwisselingsziekte. Adri en ik bleken zonder het te weten allebei drager van de aandoening. En dat terwijl er wereldwijd maar een paar honderd patiënten bekend zijn. Je hebt nog meer kans om de loterij te winnen.
Ik weet nog precies hoe ik me voelde, daar in de spreekkamer. Het was alsof de poten onder mijn stoel vandaan werden gezaagd. Ongeloof en verdriet wisselden elkaar af. Tegelijkertijd kwam er een enorme vechtlust over me. Behandelbaar of niet: we zouden voor hem gaan knokken.
De voorspellingen van de arts kwamen sneller uit dan gedacht; Nico ging zienderogen achteruit. Binnen een jaar kon hij zijn armen en benen niet meer gebruiken en zat hij in een rolstoel. Opvallend genoeg leek hij dat eerder te accepteren dan wij. Toen we treuzelden hem met zijn rolstoel naar school te brengen, zei hij: ‘eens moet de eerste keer zijn, dus dan maar vandaag’. Wie was er toen het meest volwassen?
We hebben ons erover verbaasd hoe gelaten Nico alle veranderingen heeft ondergaan. Hij was, denk ik, te moe om zich ertegen te verzetten. Alleen toen hij zijn spraakvermogen verloor, is hij een paar maanden opstandig geweest. Maar ook dat ging voorbij. Misschien is hij, net als wij, gesterkt door zijn geloof.
We hebben nooit gevraagd ‘waarom’. Zoiets kan iedereen overkomen, dus waarom ons niet? Zelfmedelijden leidt alleen maar af van ons doel: er voor Nico het beste van maken. God heeft ons daarvoor de kracht gegeven. En ook om de situatie te accepteren zoals die is, hoezeer we ook op de proef worden gesteld. Dat laatste was zeker het geval toen kort na de diagnose van Nico bleek dat onze drie jaar oudere dochter Marijke óók aan MLD leed. Het maakte me alleen maar meer vastbesloten alles te doen om mijn kinderen te helpen.
Via via kwamen we bij een oncoloog terecht die beenmergtransplantaties uitvoert bij MLD-patiënten, om zo de ontwikkeling van de ziekte te vertragen. Voor Nico was dat helaas geen optie meer – hij was lichamelijk al te verzwakt om zo’n zware behandeling te kunnen doorstaan. Maar omdat Marijke nog geen symptomen vertoonde, bood het voor haar wel hoop. Na een jaar wachten werd er een donor gevonden en kon ze de transplantatie ondergaan. Twaalf jaar later is ze nog steeds klachtenvrij en gaat het uitstekend met haar. Ze heeft onlangs zelfs haar HBO-diploma Maatschappelijk Werk gehaald!
Omdat Nico zo snel achteruit ging, moesten we in korte tijd veel praktische dingen regelen: een rolstoel, een speciaal bed en meerdere keren in de week verzorging bijvoorbeeld. We hebben zelfs een extra slaapkamer en badkamer op de begane grond gebouwd, omdat Nico de trap niet meer opkon. Een hoop geregel, maar ook een goede afleiding. Bovendien konden we zo konden tenminste iets voor hem dóén.
Ik houd de administratie van ons familiebedrijf bij, dus ik ben best wat gewend als het om regels gaat. Maar in het begin snapte ik er niets van hoe al die zorgvoorzieningen werken. Een aangepast bed dat wordt betaald door de zorgverzekeraar, en een rolstoel die wordt betaald door de gemeente? Je moet daar echt je weg in vinden. Alsof je met een ziek kind nog niet genoeg aan je hoofd hebt.
Gelukkig kregen we steun van MEE, een stichting die mensen met een handicap of een chronische ziekte helpt op het gebied van wonen, werken, vervoer en sociale voorzieningen. Zij opperden om een persoonsgebonden budget voor Nico aan te vragen. Dat bleek een uitkomst, want daarmee konden we zelf bepalen hoe en met wie we de zorg voor Nico wilden organiseren. Beviel iemand niet? Dan zochten we daarvoor in de plaats een ander. Zo hielden – en houden – we de regie in handen.
Het begon met een paar uur verzorging in de week. Inmiddels betalen we zeker tien mensen uit het budget. Zonder hun hulp had Nico allang niet meer thuis kunnen wonen. Ze helpen bij Nico’s verzorging en verpleging. Wassen, aan- en uitkleden, verschonen, medicijnen geven, sondevoeding inbrengen en met hem gaan zwemmen, om maar wat te noemen. Maar ook andere activiteiten, zoals begeleiding naar het huifbedrijden waarbij Nico op een matrasje tussen twee paarden ligt, of het verblijf in een logeerhuis één weekend per maand, betalen we van het geld. En dan hebben we ook nog veel vrijwilligers die hem voorlezen, of met hem wandelen of fietsen. Al zouden we het willen, we kunnen dat niet allemaal zelf doen. We hebben een eigen aannemersbedrijf dat veel tijd vraagt. Sinds twee jaar trek ik het fysiek ook niet meer – de gewrichten in mijn armen en schouders zijn door al het tillen helemaal versleten. Natuurlijk denk je achteraf dat je de taken eerder had moeten overdragen. Maar je wilt toch het liefst zelf voor je kind zorgen.
Ondanks alle administratie – die kost me zeker twee dagen per maand – zijn we superblij met het persoonsgebonden budget. Al is er begin dit jaar wel een kink in de kabel gekomen. Toen zijn de regels aangescherpt. Het resultaat: het bedrag is met 30.000 euro verlaagd. Bijna een derde van het totaal! En dat terwijl aan Nico’s situatie niets veranderd is. Niet de mens, maar de bureaucratie staat kennelijk centraal. Als individu doe je daar niets tegen. Zo frustrerend! Ik zou willen dat staatssecretaris Bussemaker of een paar van haar ambtenaren Nico eens een dagje zouden komen verzorgen. Dan kunnen ze met eigen ogen zien hoe oneerlijk het beleid uitpakt.
Omdat de vooruitzichten voor hem alles behalve goed waren, zijn we er altijd vanuit gegaan dat we Nico tot het einde toe thuis zouden houden. Sondevoeding toedienen, een klisma geven, slijm uit zijn longen zuigen; we zijn in de loop der jaren bijna volleerde verpleegkundigen geworden. Vandaar ook dat we nooit serieus over de optie van een tehuis hebben nagedacht. Sinds afgelopen winter ligt dat anders. Adri en ik zijn toen een paar weken heel ziek geweest. Opeens realiseerde ik me: als één van ons wegvalt, redt de ander het niet alleen. Vandaar dat we nu toch voorzichtig naar een oplossing buiten de deur kijken. Met een heel dubbel gevoel, want we willen niets liever dan dat hij hier blijft. Nico heeft er niet om gevraagd om op de wereld gezet te worden. Het minste dat we voor hem kunnen doen, is hem al onze zorg en liefde geven.
Mensen vragen vaak hoe het ons lukt om altijd maar positief te blijven. Simpel: door te kijken naar wat Nico nog wél in plaats van niet meer kan. Samen dingen doen, mee op vakantie gaan; we zien dat hij daarvan geniet. Die glimlach op zijn gezicht, daar doe ik het voor. En de overtuiging dat hij het na dit leven beter krijgt.
Toen Nico vorig jaar 21 werd, hebben we een groot feest voor hem gegeven. Niemand had immers gedacht dat hij die leeftijd zou halen. Het is een geschenk, maar het brengt ook een nieuw dilemma met zich mee. Hij kan al tien jaar niet meer bewegen of praten. Intussen is hij ook blind geworden. Communiceren gaat moeizaam, via het knipperen van zijn ogen of zijn lichaamshouding. Of zijn geest verder achteruit is gegaan weten we niet. Hoe menswaardig zijn bestaan nog is? Zolang we zien dat hij lol in het leven heeft – bijvoorbeeld doordat hij lacht als er een grapje wordt gemaakt – is het goed. Dat wordt anders als hij veel pijn krijgt, of als zijn gehoor verdwijnt. Dan zit hij volledig in zijn lichaam gevangen. In dat geval zouden we serieus overwegen om zijn sondevoeding te stoppen. Hopelijk hoeven we die beslissing nooit te nemen.”
[Kader]
Metachromatische leukodystrofie (MLD)
MLD is een zeer zeldzame, erfelijke ziekte, waarbij de beschermlaag om bepaalde zenuwen in het lichaam langzaam verdwijnt. Als gevolg daarvan ontstaan allerlei klachten, zoals achteruitgang van de verstandelijke en lichamelijke ontwikkeling, verstoorde concentratie, te lage spierspanning, spier- en gewrichtsafwijkingen, blindheid en stuipen. De aandoening is niet te genezen. Kinderen met MLD die nog géén symptomen hebben, komen in aanmerking voor een beenmergtransplantatie. Daarmee kan de ontwikkeling worden vertraagd. MLD komt zowel bij kinderen als volwassenen voor. In Nederland zijn er naar schatting zo’n veertig gezinnen waarvan een of meerdere gezinsleden aan de ziekte lijden.
[Kader]
Wat ie een persoongebonden budget?
Iedere Nederlander die door ziekte of een handicap zorg nodig heeft, kan daar op basis van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) aanspraak op maken. Na een onafhankelijke keuring wordt vastgesteld welke vorm van ondersteuning iemand nodig heeft. Hij of zij kan vervolgens besluiten om van een reguliere zorginstelling gebruik te maken (in vaktermen: ‘zorg in natura’), of om zelf zorg in te kopen met behulp van een persoonsgebonden budget (pgb).
Iemand met een pgb kiest zijn of haar hulpverleners en begeleiders uit (en wordt daarmee werkgever), of huurt een organisatie in die in zijn of haar opdracht gaat werken. Het geldbedrag kan worden gebruikt voor persoonlijke verzorging (zoals hulp bij het opstaan, douchen en aankleden), verpleging (zoals wondverzorging of het geven van injecties), begeleiding (zoals dagactiviteiten buitenshuis) of een kortdurend verblijf in een zorginstelling (zoals weekendopvang of vakantieopvang). Achteraf moet worden verantwoord waaraan het geld is uitgegeven. 108.991 Nederlanders maken gebruik van een pgb.
Sinds 1 januari 2007 bestaat er nog een ander soort persoonsgebonden budget, dat door gemeenten wordt verstrekt vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Met zo’n gemeentelijk budget kan huishoudelijke zorg worden aangeschaft. Ook voorzieningen, zoals een rolstoel of een aanpassing in de woning, kunnen eruit worden betaald.

















