Marte van Santen

Freelance journaliste en schrijfster

ZELFVERTROUWEN LEREN KRIJGEN OP STERKAMP april 29, 2008

Ingedeeld onder: 13 - Margriet Kids — martevansanten @ 12:39 pm

Niet ieder kind is even zeker van zichzelf of vindt het makkelijk om contact te maken met anderen. Voor hen richtten Lieve van Geldorp en Fleur Termijtelen twee jaar geleden het Sterkamp op.

 

“Het begon met niet veel meer dan een droom”, vertelt orthopedagoge Lieve van Geldorp. Zij en haar vriendin Fleur, die als organisator van grote evenementen werkte, fantaseerden regelmatig hoe mooi het zou zijn als ze kinderen die onzeker over zichzelf waren zouden kunnen helpen om steviger in hun schoenen te staan. En dat zonder ze meteen te bestempelen als ‘probleemgeval’. “Fleur is goed in het regelen van dingen en ik weet veel over de ontwikkeling van kinderen. Zo kwamen we op het idee onze krachten te bundelen en een speciaal kinderkamp te organiseren. Door kinderen op een leuke manier gedragsoefeningen te laten doen, dachten we hen zelfverzekerder en sociaal weerbaarder te kunnen maken. En dat blijkt te werken!”

 

Beter voelen

Lieve’s ogen stralen als ze over het initiatief vertelt. Niet zo vreemd, want hun Stichting, die mede wordt gefinancierd door Kinderpostzegels en het VSB-fonds, groeit als kool. “We hebben bewust gekozen voor een Stichting en niet een onderneming”, legt Lieve uit. “Ons doel is kinderen te helpen, niet om er zelf rijk van te worden. Bovendien wilden we de kosten voor ouders zo laag mogelijk houden. Dat kon alleen als we met subsidies gingen werken.” Idealistisch of niet, Stichting de Ster is inmiddels uitgegroeid tot een serieuze onderneming met vijf medewerkers, gevestigd in een deftig kantoorpand in Amsterdam. Hadden ze nog in 2005 nog 50 deelnemers aan hun kampen, in 2006 waren dat er al 180 en in 2007 230. En er zijn plannen voor verdere uitbreiding. “Op onze Sterkampen komen kinderen van acht tot en met twaalf jaar”, vertelt Lieve. “Sinds 2006 organiseren we ook Maankampen, het even leuke vervolg op het Sterkamp. In de toekomst willen we het concept verder ontwikkelen en ook activiteiten voor twaalf tot zestienjarigen gaan organiseren.” 

De gedachte achter het Sterkamp in feite heel simpel: je leert kinderen hun gedachten te ordenen en verschillende oplossingen te bedenken voor lastige situaties. Op die manier help je hen om zich beter te laten voelen over zichzelf. Dat gebeurt door middel van fysieke oefeningen, gesprekken en vooral ook heel veel spelletjes. Elk kamp is op dezelfde manier georganiseerd. Er zijn pedagogen en psychologen aanwezig voor de mentale begeleiding van de kinderen. Er zijn bewegingsdeskundigen die werken aan hun  lichaamshouding en die zelfverdediginglessen geven. En er zijn acteurs die rollenspellen verzorgen om de vertaalslag van theorie naar praktijk te maken. Tezamen draaien zij een vast schema af, dat tot in de puntjes is uitgedacht. 

Lieve heeft het programma zelf, in samenspraak met een team van experts, ontwikkeld. De effectiviteit ervan wordt doorlopend getest door de Universiteit van Amsterdam. Uit hun onderzoeksresultaten blijkt dat kinderen die aan het Sterkamp hebben deelgenomen zes weken na het kamp veel minder angstig zijn dan onzekere leeftijdsgenootjes die dat niet hebben gedaan. Ook na een half jaar is dat effect nog meetbaar. “Ze voelen zich meer geaccepteerd, hebben meer zelfvertrouwen en ondervinden minder sociale problemen”, aldus Lieve. “Dat is geweldig want daardoor durven ze zich op een andere manier te gaan gedragen. Zo kruipen ze langzaam uit hun schulp.” 

  

Boommeditatie

Het zijn behoorlijk zware thema’s die tijdens de kampen aan de orde komen, zoals pesten, uitsluiting en het stellen van grenzen. Maar daar merk je weinig van als je tussen de dertig rennende en joelende kinderen in de bossen van Austerlitz loopt. Het ontbijt is net achter de rug op dag twee van het Sterkamp en Lieve leidt me rond op het kampterrein. Wie verwacht dat een pedagogisch kamp er anders uit ziet dan een willekeurig kinderkamp komt bedrogen uit. Er wordt gespeeld, gezongen en gegiecheld. Op de stapelbedden in de meisjeszaal liggen behalve de geijkte slaapzakken make-up spulletjes met veel roze en glitter. Bij de jongens is het vooral een rotzooitje.

In een van de gezamenlijke ruimtes hangt een groot papier op de muur met daarop het ‘Sterlied’. Als we er langslopen barst Lieve spontaan in zingen uit.

Wij zijn de sterren

Wij zijn echte sterren

We zingen, dansen en doen toneel

en maken lol, heel erg veel

Niet meer te stuiten

zowel binnen als buiten

Ik vind het vet dat ik kan zeggen

een échte Sterkamper te zijn

Sterkamper te zijn hé

Sterkamper te zijn hé

Sterkamper te zijn ahoy!

“Met dat lied beginnen en eindigen we de dag hier”, lacht Lieve, nadat ze het laatste ‘ahoy’ er op volle kracht heeft uitgegooid. “Het maakt de kinderen trots om hier te zijn.”

Elke dag op het Sterkamp is georganiseerd rond drie vaste onderdelen: het sterspel, waarin veel aandacht is voor beweging. De sterclub, waarin over problemen wordt gepraat. En het stertheater, waarin kinderen aan de hand van rollenspellen wordt geleerd hoe ze met moeilijke situaties moeten omgaan. Daarnaast zijn er vrije uren en staan er allerlei leuke kampactiviteiten op het programma. Vandaag start de dag met het sterspel. Nadat de kinderen wat oefeningen hebben gedaan om wakker te worden en ze gezamenlijk de ‘stergroet’ hebben gebracht, begint het serieuze werk. De bewegingsdeskundigen laten de kinderen een oefening doen, genaamd de boommeditatie. Er worden koppels gevormd, waarbij de een (de wind) probeert de ander (de boom) om ver te duwen. In de eerste ronde moet de boom zich heel kwaad maken, in de tweede juist ontspannen. Zo ervaren de kinderen dat je met veel stress in je lichaam makkelijker uit evenwicht wordt gebracht. En passant krijgen de kinderen ter ondersteuning wat ademhalingsoefeningen mee. De boodschap: als je je boosheid door goed adem te halen onder controle kunt houden, zal een vervelend klasgenootje je minder snel uit het lood kunnen brengen.

Bij een volgende oefening moeten steeds drie kinderen met ovenhandschoenen aan een toren van schuursponsjes bouwen, terwijl de anderen alles in het werk stellen om hen zoveel mogelijk af te leiden. De achterliggende gedachte van dit spel is te leren hoe je je niet kunt laten afleiden en je je impulsen onder controle kunt houden. En dat werkt. Zodra de kinderen zich sterk concentreren door steeds hardop te herhalen dat ze zich niet laten storen, wordt de toren aanmerkelijk groter. Het sterspel wordt – zoals elke activiteit – afgesloten met een aantal ‘stermomentjes’. Er worden acht armbandjes uitgedeeld aan kinderen die er in positieve zin zijn uitgesprongen die ochtend. Zes worden er weggegeven door de trainers, de andere twee mogen de kinderen aan elkaar geven. Op die manier wordt positief gedrag extra beloond.

 

Sterstoplicht

Het tweede deel van de dag bestaat uit de sterclub, het meest serieuze onderdeel van het programma. Hieraan nemen niet meer dan acht kinderen tegelijk deel. De bedoeling van de club is om  te leren dat je op verschillende manieren met moeilijke situaties kunt omgaan. Daarvoor is het sterstoplicht in het leven geroepen. Heb je bijvoorbeeld ruzie met je moeder, dan staat het stoplicht op rood. Het betekent: even stoppen en nadenken voordat je iets doet waar je later spijt van krijgt. Als dat lukt, kom je automatisch in oranje. Dat is de stap waarin je verschillende oplossingen verzint om met de lastige situatie om te gaan. Bij groen ga je tot actie over: je kiest één oplossing uit en kijkt of die werkt.  Zo niet, dan ga je terug naar oranje en probeer je een andere.

Om de beurt dragen de kinderen ‘rode’ situaties aan. “Als mijn zusje me pest en mijn moeder haar gelijk geeft”, zegt Lieke van elf. “Als ik ’s avonds net lekker aan het gameboyen ben en mijn vader zegt dat ik naar bed moet”, zegt Simon van acht. “Als ik in de klas wil praten met mijn vriendinnetje en de juf wordt boos”, zegt Elsa van tien. De begeleiders besluiten de situatie van Lieke na te spelen. De kinderen komen met allerlei suggesties over hoe met het probleem om te gaan. Na een aantal mislukte pogingen blijkt er plotseling een te werken. “Zo zie je maar”, zegt de trainer. “Als je een probleem van verschillende kanten leert bekijken, vind je uiteindelijk altijd een oplossing.” En om te onderstrepen dat de kinderen die tactiek vanaf nu allemaal zelf kunnen gebruiken, krijgen ze een heus Sterrijbewijs. Examen geslaagd. 

Even later kunnen de kinderen hun nieuw opgedane kennis meteen toepassen tijdens het stertheater. Daarin spelen ze zelf moeilijke situaties na. Edwin van negen vertelt dat hij op school nooit mee mag doen het pokerspel dat andere jongens in zijn klas graag spelen. Hij voelt zich daardoor buitengesloten. “Welke kleur is de situatie waarin Edwin zit?”, vraagt een van de acteurs die het theater begeleidt. “Rood!”, klinkt het uit zestien monden tegelijk. “En ik weet wel een oplossing om hem in oranje te brengen”, roept een klein meisje met een enorme bos bruine krullen. “Hij kan voorstellen dat ze om de beurt meedoen.” Zogezegd, zo gedaan. Er worden verschillende oplossingen uitgeprobeerd. De ene werkt beter dan de andere, maar de boodschap is duidelijk. Hoe meer mogelijkheden je voor jezelf creëert, hoe minder snel je onzeker wordt. Als het eind van het theater de ‘stermomentjes’ verdeeld worden, staan de kinderen te springen om elkaar te belonen voor hun positieve gedrag. “En dat terwijl als ze hier binnenkomen niet één kind weet aan wie hij een compliment moet geven”, fluistert de trainer in mijn oor. 

Tussen de groepsactiviteiten door is er ook persoonlijke aandacht voor de kinderen. Elke deelnemer heeft een eigen mentor, waarmee hij of zij dagelijks over een persoonlijke leerdoel praat. Dan kan bijvoorbeeld zijn om minder snel boos te worden of om niet zo negatief over zichzelf te denken. Op die manier leren kinderen weer de baas te worden over hun eigen gedachten. Een kleine rondgang langs de kinderen leert dat het grootste leed vooral voortkomt uit gepest worden op school en eindeloze ruzies met broertjes en zusjes.

 

Geheime vrienden

Tegen zessen zitten de kinderen en de begeleiders moe maar voldaan aan het avondeten. Het hoogtepunt van het diner wordt bereikt als Lieve de doos met ‘secrets friends’ onder de tafel vandaan haalt. Het gejoel is niet van de lucht. Bij de start van het kamp heeft iedereen een lootje getrokken met een naam van een van de andere kinderen. Dat is zijn of haar ‘geheime vriend’ voor de rest van de week. Elke dag worden er tekeningen, brieven en gedichtjes voor alle secret friends in een grote doos gestopt. Tijdens het eten trekt Lieve daar een paar uit, waarop de geadresseerde zijn geheime post zelf voorleest. “Een speciale brief voor jou omdat je zo dapper bent”, staat er op een. Een ander krijgt een gedichtje in een vorm van een hart. Een derde ontvangt een tekening, waarop hij zelf het stralende middelpunt vormt. Wie zou daar niet blij van worden?

De lange dag in Austerlitz wordt besloten met ‘Dromenland’. Bij kaarslicht en met warme chocolademelk nemen Lieve en haar kompanen de dag nog eens rustig met de kinderen door. Wat vonden ze het allerleukste en wat ging er misschien minder goed? “De eerste avond durft bijna niemand wat te zeggen”, fluistert Lieve me toe. “Maar aan het eind van de week staan ze allemaal te springen om hun verhaal kwijt te kunnen. En om de andere kinderen te complimenteren met hun ontwikkelingen. Zo’n kamp is elke keer een uitputtingslag. Maar als ik dit zie, weet ik precies waar ik het allemaal voor doe.”

 

<Kader: Praktische informatie>

Stichting Sterkamp organiseert meerdere kampen per jaar, in de voorjaars-, de zomer- en de herfstvakantie. Een kamp duurt vijf dagen. De kosten voor deelname aan het kamp zijn € 1200. Daarvoor komt € 425 voor rekening van de ouders. De overige kosten worden uit subsidiegelden betaald. Voor ouders die de bijdrage niet kunnen betalen is een extra tegemoetkoming beschikbaar.

Kijk voor meer informatie op www.sterkamp.nl.

 

 

OUDERS BEGINNEN TE LAAT MET HET GEVEN VAN ZAKGELD april 29, 2008

Ingedeeld onder: 13 - Margriet Kids — martevansanten @ 9:26 am

“Of je het nu leuk vindt of niet”, zegt Gerjoke Wilmink , directeur van het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud), “maar het draait in de wereld veelal om geld. Dus kun je je kind maar daar maar beter zo jong mogelijk mee om leren gaan.” Maar hoeveel zakgeld geef je je kind? En wanneer begin je daarmee? 

“Financiële opvoeding is méér dan elke week een paar euro zakgeld overhandigen”, aldus Wilmink. “Het gaat ook over sparen, lenen, zelf geld verdienen en reclame de baas blijven. Het is verstandig om daar met je kinderen over te praten, maar het goede voorbeeld geven is net zo belangrijk. Bovendien moet een kind zelf ervaring kunnen opdoen met geld. Ook als dat betekent dat hij of zij keuzes maakt waar je het als ouder eigenlijk niet mee eens bent.”

Waarom is leren omgaan met geld eigenlijk zo belangrijk? “Volwassenen wiens ouders daar veel aandacht aan hebben besteed weten zich financieel beter te redden”, vertelt Wilmink. “Het belangrijkste is dat je een kind leert zijn wensen af te stemmen op zijn budget. Dat op ook écht op is. Als volwassene moet je immers ook kunnen uitkomen met je inkomen.” 

Volgens Wilmink valt er nog een hoop te verbeteren als het om financiële opvoeding gaat. “Veel ouders beginnen te laat met zakgeld. Later geven ze vaak onvoldoende kleedgeld. En weinig ouders leren hun kinderen internetbankieren. Onverstandig, want ze beseffen niet dat ze hen daarmee de kans ontnemen goed te leren omgaan met geld.” 

Dat klinkt serieus. Maar hoe krijg je kinderen zo ver dat ze financieel zelfstandige burgers worden? We zetten een aantal praktische tips op een rij. 

 

Zakgeld

Met zakgeld leren kinderen omgaan met hun eigen geld. Dat kan volgens het Nibud al vanaf zes jaar, als ze kunnen tellen en muntjes kunnen herkennen. Een paar vuistregels:

  • Geef een vast bedrag. Zo leren kinderen omgaan met een bepaald budget.
  • Geeft op een vast tijdstip. Voor kinderen op de basisschool is dat bij voorkeur eens per week.
  • Op is op. Alleen dan leren kinderen écht keuzes te maken.
  • Maak afspraken over de besteding van het zakgeld. Wat moet je kind van zijn zakgeld betalen  en waar mag hij zelf over beslissen?
  • Onthoud dat zakgeld geen loon is, en ook geen middel om te straffen. Gebruik het dus ook niet op die manier.

Hoeveel zakgeld je geeft hangt van verschillende dingen af. Van de leeftijd van je kind en van wat hij er zelf van moet betalen bijvoorbeeld. Maar ook van wat je als ouder(s) kunt missen. Als zakgeld alleen is bedoeld voor snoep en speelgoed is een paar euro per week voldoende. Moet je kind er ook cadeautjes of andere zaken kopen, dan is een hoger bedrag nodig. Het Nibud houdt de volgende richtbedragen aan:

Leeftijd

Bedrag per week

6 – 9 jaar

Tussen € 1,00 en € 1,15

10 jaar

Tussen € 1,00 en € 1,85

11 jaar

Tussen € 1,00 en € 2,30

12 jaar

Tussen € 1,90 en € 4,60

13 jaar

Tussen € 2,30 en € 4,60

14 jaar

Tussen € 3,00 en € 5,80

15 jaar

Tussen € 3,50 en € 5,80

16 jaar

Tussen € 4,60 en € 6,90

17 jaar

Tussen € 4,60 en € 8,10

Een goed idee is een mooi ‘zakgeldcontract’ te maken en dat samen te onderteken. Zet daarin de hoogte van het zakgeld, wanneer je het uitbetaalt en wat je kind ervan moet betalen. Als het contract afloopt, bijvoorbeeld op zijn verjaardag, kun je nieuwe ‘voorwaarden’ vaststellen. 

En hoe zit het met zelf geld verdienen? Vanaf hun dertiende mogen kinderen in loondienst werken. Maar de meeste hebben dan allang ervaring met ‘baantjes’. Vanaf hun achtste vullen kinderen hun inkomsten vaak aan met geld dat ze met klusjes verdienden. Zo leren ze dat werken iets oplevert. Maak de hoogte van het zakgeld in geen geval afhankelijk van andere inkomsten. 

De meeste (jonge) kinderen hebben achteraf wel eens spijt van een bepaalde uitgave. De geeft niet; daarvan leren ze alleen maar van. Fouten maken met zakgeld bestaat dus eigenlijk niet. 

 

Kleedgeld

Opvallend weinig kinderen krijgen kleedgeld: van de jongeren tussen de 12 en de 14 maar 30%. De meeste ouders vinden hun kinderen te jong om zelf kleding te kopen. Toch adviseert het Nibud vanaf 12 jaar met kleedgeld te beginnen. Op die manier leert een kind met grotere bedragen om te gaan. In het begin kun hem natuurlijk een handje helpen, bijvoorbeeld door samen op papier te zetten wat er nodig is, wat het ongeveer zal kosten en wanneer het moet worden aangeschaft. Vergeet je kind er niet op attent te maken dat regelmatig geld opzij moet worden gelegd voor duurdere aankopen, zoals een winterjas. 

Hoeveel kleedgeld je geeft, hangt ervan af wat je beschikbaar hebt en hoeveel waarde je zelf aan kleding hecht. Bij het bepalen van de hoogte is het belangrijk dat je goede afspraken maakt over wat wel en niet voor dat bedrag aangeschaft moet worden. Uit onderzoek blijkt dat een scholier minimaal € 42 per maand voor kleding nodig heeft. 

De eerste keren dat je kind kleedgeld in handen krijgt, kan het gebeuren dat hij het in één keer uitgeeft. Aan een derde paar dure sportschoenen bijvoorbeeld. Er is dan geen geld meer over om die versleten spijkerbroek te vervangen. Grijp in zo’n geval niet onmiddellijk in; je kind leert alleen maar van zo’n situatie. Voortaan zal hij zich wel twee keer bedenken voor hij alles in een keer over de balk gooit.

 

Digitaal geld

Op de basisschool kunnen kinderen het best uit de voeten met contant geld. Geld op een bankrekening is voor hen te abstract. Vanaf de middelbare school kun je het zakgeld op een bankrekening storten. Je kind leert dan meteen omgaan met giraal geld en een pinpas. 

Veel banken hebben speciale betaalrekeningen voor kinderen. Vanaf ongeveer twaalf jaar kunnen kinderen ook pinnen. Bij de meeste banken hebben kinderen toestemming van hun ouders nodig voordat ze bijvoorbeeld geld kunnen overmaken. Een simpel briefje is daarvoor genoeg. Eén ding hebben al deze kinderrekeningen gemeen: je mag niet rood staan. 

Driekwart van de kinderen tussen twaalf en veertien heeft een eigen betaalrekening. Maar de meeste ouders vinden het niet goed dat hun kind zijn bankzaken via internet regelt. Ook zijn ouders vaak huiverig om hun (oudere) kinderen via internet aankopen te laten doen. Een gemiste kans, volgens het Nibud. Internetbankieren en aankopen doen via internet worden steeds populairder. Ouders zouden hun kinderen daar juist goed op moeten voorbereiden. 

 

Sparen

Net als zakgeld is sparen een middel om kinderen te helpen omgaan met geld. Door te sparen leert je kind reserveren. En dat is nodig om later onvoorziene uitgaven te kunnen betalen. 

Vanaf ongeveer zes jaar zijn kinderen oud genoeg om te gaan sparen. Start met een spaarpot, liefst een doorzichtige. Geld op een spaarrekening bij een bank snappen kinderen op die leeftijd nog niet. Ze willen zien wat er met hun geld gebeurt! Bedenk samen met je kind een concreet doel waar hij voor wil sparen. Begin met een spaarperiode van een paar weken. Dat is voor jonge kinderen te overzien. 

Richtlijnen voor hoeveel je kind hoort te sparen bestaan niet. Vind je sparen belangrijk? Dan moet hij voldoende krijgen om daadwerkelijk iets apart te kunnen zetten. Je kunt ook afspreken dat je kind een deel van zijn verjaardagsgeld of andere extra’s opzij zet. 

 

Lenen

Bijna iedereen krijgt in zijn leven wel met leningen te maken. Het is dus belangrijk dat je je kinderen bijbrengt wat verantwoord lenen is. Leen je geld aan je kind, laat hem dan vooraf aantonen dat hij het bedrag ook kan terugbetalen. Maak samen een begroting en een aflossingsplan. Hoeveel geld heb je uitgeleend? Hoeveel moet je kind per week of per maand terugbetalen? Bereken je rente? Houd je aan de afspraken van het aflossingsplan. Zo leert je kind wat de voor- en nadelen van lenen zijn. 

 

Reclame

Kinderen hebben veel geld te besteden. Vanaf een jaar of zes begint dat met een paar euro, maar een vijftienjarige geeft tegenwoordig al gauw € 130 per maand uit. Bij de keuze waar ze hun geld aan spenderen laten kinderen zich makkelijk leiden door wat de reclame hen wijsmaakt. Het is daarom belangrijk dat je hen leert reclames te doorzien. Ze moeten kunnen kiezen op basis van wat ze zelf leuk of belangrijk, niet omdat een fabrikant hen dat vertelt. Ouders kunnen kinderen daarbij helpen door samen naar reclames te kijken en erover te praten. Of door hen te laten zien dat reclames niet altijd de waarheid vertellen. Levert een bepaalde aanbieding echt voordeel op? Misschien ben je ergens anders toch goedkoper uit. 

 

<Kader: Meer weten?>

Het Nibud heeft diverse hulpmiddelen ontwikkeld om ouders bij te staan in de financiële opvoeding. Op de website www.nibud.nl/financiele opvoeding kun je bijvoorbeeld een Financiële Opvoedtest doen. Samen met je kinderen kun je de Bling Game spelen, een spannend familiespel voor kinderen vanaf twaalf jaar over het maken van financiële keuzes. Oudere kinderen vinden alle die ze nodig hebben informatie over geld op www.nibudjong.nl. Ze leren daar een eigen begroting maken en kunnen een voorbeeldbegroting downloaden. Tot slot heeft het Nibud voor ouders het boek Financiële opvoeding? Dat doe je zo! uitgebracht. Het boek vol achtergrondinformatie en nuttige tips kost € 9,50 en is te bestellen via de website van het Nibud. Meer informatie over kinderen en reclame is te vinden op www.reclamerakkers.nl

 

Voor dit artikel is gebruik gemaakt van het boek de Nibud-uitgave ‘Financiële opvoeding? Dat doe je zo!’, van het Nibud-onderzoeksrapport ‘Financiële opvoeding’ (september 2007) en van informatie van de website www.nibud.nl.