Marte van Santen

Freelance journaliste en schrijfster

10 JAAR FRIDAY NIGHT SKATE oktober 5, 2007

Ingedeeld onder: 21 - Parool — martevansanten @ 2:30 pm

scannen0013.jpg 

Dit artikel is gepubliceerd in Het Parool van donderdag 5 juli 2007.

In tien jaar tijd is de Friday Night Skate uitgegroeid tot een waar fenomeen in Amsterdam. Behalve als het regent wordt elke vrijdagavond een skatetocht van zo’n twintig kilometer door de stad verreden. Iedereen mag meerijden en het is nog gratis ook.  

Het begon allemaal in de winter van 1997. Een aantal medewerkers van de faculteit Wiskunde en Informatica van de UvA had meegedaan aan de Friday Night Skate (FNS) in San Francisco en was laaiend enthousiast geworden. “Het inspireerde ons om zoiets ook in Amsterdam te organiseren”, vertelt Yuri Engelhardt (44), die door mede-skaters liefkozend de ‘godfather’ van de Amsterdamse Friday Night Skate wordt genoemd. De eerste tocht werd verreden op vrijdag 11 april 1997, met drie deelnemers. ‘Het was berekoud, maar droog’, schreef Chris, FNS-er van het eerste uur in zijn webdagboek. “De route was oké, alleen de aansluiting aan het einde van de Admiraal de Ruyterweg naar het fietspad achter het Postbankgebouw was niet geweldig. Daar vandaan waren we wel razendsnel in het centrum. We eindigden in de IJsbreker op de Weesperzijde. Daar hebben we afgetankt.’ Dat ‘aftanken’ met een drankje zou al snel een vaste gewoonte van de tourskaters worden.   

<KADER: San Francisco Friday Night Skate>

Een ernstige aardbeving zorgde er in 1989 voor dat de beroemde Embarcadero Freeway zodanig beschadigd raakte, dat hij werd afgesloten voor het verkeer. Amerikaanse skaters zagen hun kans schoon en creëerden er het ideale skateparcours. Dagelijks kwamen er honderden skaters samen. Toen de snelweg uiteindelijk definitief werd gesloopt, besloten de skaters in plaats daarvan elke vrijdagavond een tocht langs de baai van San Francisco en door de stad te rijden. De Friday Night Skate was geboren. Zoals wel vaker met Amerikaanse succesverhalen, waaide het initiatief al snel over naar Europa. In Parijs bijvoorbeeld groeide de Friday Night Skate uit tot een enorme happening. En ook in steden als Barcelona, Londen en Frankfurt wordt met succes de wekelijkse skatetocht georganiseerd.  

Van 3 naar 3000

De eerste anderhalf jaar werd de kar vooral door Yuri getrokken. Hij stippelde elke week de routes uit en maakte pamfletten die hij door de stad verspreidde. Behalve een fervent tochtenrijder was Yuri ook actief in de ‘stuntscène’ van de skaters. Met hun groep de Vondelblades trainden ze vaak aan de achterzijde van het Vondelpark, waar ze zich bijvoorbeeld al slalommend door een rij flessen bewogen. “De meeste Vondelbladers vonden zichzelf veel te stoer voor tourtochten”, vertelt Yuri, “maar toen we een keer gezamenlijk de Friday Night Skate in Parijs reden, raakten ze toch enthousiast.” Daarna groeide het aantal deelnemers snel. “Waren we de eerste maanden nog met een handjevol mensen, in de zomer van 1998 brachten we gemiddeld al zo’n 150 man op de been. Ik zorgde ervoor dat er altijd een spannend plein of object in het traject zat. Het dak van NEMO bijvoorbeeld. Of een parkeergarage, waar we op de muziek van een ghettoblaster allerlei halsbrekende toeren uithaalden.” Natuurlijk ging daarbij ook wel eens wat mis. Yuri: “We hebben de slagboom van de Bijenkorfgarage er een keer afgereden. Ik was er zelf niet schuldig aan, maar toch voel ik me nog steeds ongemakkelijk dat we dat toen niet gemeld hebben.” 

Na anderhalf jaar hield Yuri de organisatie van de tochten voor gezien. “Het kostte me zoveel tijd, dat ik niet meer aan het schrijven van mijn proefschrift toekwam. Een van jongens uit de Vondelblades, Erik Tange, heeft de fakkel toen met een aantal anderen van me overgenomen. Samen hebben we gebrainstormd over hoe de tochten naar een hoger niveau getild konden worden. Een nieuw logo en een nieuwe website, meer aandacht voor publiciteit en een aantal financiële sponsors was het resultaat. Ook werden er afspraken gemaakt met de Amsterdamse driehoek, burgermeester, justitie en politie, over de rechten en de plichten van de skaters tijdens de tochten. Eigenlijk kun je zeggen dat de Friday Night Skate vanaf dat moment een professioneel evenement is geworden. Maar wel een dat tot op de dag van vandaag volledig wordt gerund door vrijwilligers.” Die professionele aanpak legde hen geen windeieren, want op het hoogtepunt van de skatehype in 1999 reden er ruim 3000 deelnemers mee. Een record dat sindsdien niet meer geëvenaard is.  

Blockers en flying nurses

Niet alleen de marketing en de PR werden vakkundig aangepakt, ook de organisatie van de tochten zelf. “Je met een grote groep skaters in het drukke verkeer van Amsterdam begeven kan een gevaarlijke onderneming zijn”, vertelt Franck Hakkert (46), de huidige voorzitter van de Friday Night Skate. “Soms is de sliert deelnemers zo lang, dat je niet allemaal op tijd door een groen stoplicht kunt. Om alles in goede banen te leiden, gaat er daarom een veiligheidsteam bestaande uit zogenaamde blockers mee. Blockers zijn skaters die met toestemming van de politie als klaar-overs fungeren. Zij staan dwars op de kruispunten om ervoor te zorgen dat het verkeer de skatestoet niet hindert. Gedurende de tocht rijden ze voortdurend langs de stoet mee. Op die manier worden de skaters optimaal beschermd. Helemaal achteraan rijdt ook nog een aantal sweepers. Die ‘vegen’, zoals het woord al zegt, de achterblijvers erbij. Of ze sturen ze naar huis als ze het tempo niet kunnen bijhouden.” Ondanks alle voorzorgmaatregelen is het onvermijdelijk dat er af en toe ongelukken gebeuren. Franck: “Gelukkig hebben we voor dat soort gevallen altijd een groep flying nurses bij ons. Dat is het mobiele EHBO-team. Lichte verwondingen worden door de flying nurses onderweg behandeld en in de meer ernstige gevallen kunnen zij de deelnemers naar de dokter of het ziekenhuis begeleiden.”  

<Kader: Leonieke van Vlaanderen (26, arts) is sinds drie jaar flying nurse>

“Ik had de skaters al een paar kaar op vrijdagavond door de stad zien rijden, toen twee vriendinnen me vroegen of ik een keer mee ging. Vanaf de eerste tocht was ik meteen razend enthousiast. De mensen, de muziek; het is echt een uniek sfeertje. Omdat ik zelf arts ben, heb ik de tweede keer dat ik deelnam een flying nurse aangesproken of ik kon helpen. De week daarna reed ik al zelf als nurse mee! In totaal zijn we met tien flying nurses. Behalve mijzelf is er nog een dokter en de rest heeft een EHBO-cursus gedaan. In een heuptasje vervoeren we onze spullen: pleisters, handschoenen, ontsmettingsmiddel, mitella, dat soort zaken. Schaafwonden en blaren komen verreweg het meest voor. Die kunnen we onderweg behandelen. Maar soms zijn er ook serieuzere verwondingen, zoals breuken of hoofdwonden. Dan gaan we met de deelnemer mee naar het ziekenhuis. Echt ernstige ongelukken heb ik gelukkig nog nooit meegemaakt. Overigens gebeuren er de laatste tijd minder ongelukken dan een paar jaar geleden. Dat komt waarschijnlijk omdat de ‘skate-hype’ zo langzamerhand wel over is. De mensen die nu nog meerijden, zijn de echte diehards. Die weten wat ze doen!” 

Skate-baby

De afgelopen jaren zijn heel wat sportieve trends de revue gepasseerd, maar de Friday Night Skate heeft ze allemaal overleefd. Waarschijnlijk komt dat omdat de tochten niet alleen een sportieve, maar ook een sociale functie hebben. “Eigenlijk is de Friday Night Skate net een rollend uitgaanscafé”, zegt Yuri. “Het is gewoon heel erg gezellig. Je leert er nieuwe mensen kennen, terwijl je allerlei onontdekte kanten van de stad ziet en nog iets aan je conditie doet ook!” In de loop van de jaren zijn ook heel wat relaties ontstaan bij de rijdende uitgaansgelegenheid. Bob Maas (38) bijvoorbeeld leerde er zijn vrouw Sabine Visser (42) kennen. Bob: “Vanaf 1998 was ik bij de organisatie van de Friday Night Skate betrokken, onder andere als routeplanner. Sabine was penningmeester. Begin 2000 kregen we een relatie en op 13 december 2002 werd onze eerste zoon geboren, Felix Nanuq Seb. Zijn initialen – F.N.S. – zijn een eerbetoon aan onze ontmoetingsplek!”  

“Zo’n verhaal alleen is toch al reden genoeg om nog minimaal tien jaar door te gaan?”, zegt Frank  lachend. Als het aan hem ligt, gaat dat zeker gebeuren. Hij is ieder geval nog net zo enthousiast als Yuri tien jaar geleden en zit vol plannen voor de toekomst. “Na een dip van een aantal jaren neemt het aantal deelnemers weer flink toe. Dat komt door alle positieve aandacht in de media over hoe gezond skaten is. Bovendien heeft de gemeente de laatste jaren veel gedaan aan de fietspaden in Amsterdam. Dat maakt dat we nog steeds interessante, nieuwe routes kunnen creëren. Gemiddeld rijden we de tocht op een zomeravond nu met zo’n 500 tot 1000 deelnemers.”  

Net als elk jaar organiseert Friday Night Skate ook deze zomer weer aan aantal speciale tochten. Franck: “Deze zomer is voor ons extra bijzonder omdat we dit jaar tien jaar bestaan. Morgen, op 6 juli, is er een jubileumskate. Het startschot wordt gegeven door de wethouder Sport van de gemeente Amsterdam, Carolien Gehrels. Bijna alle oudgedienden van het eerste uur rijden mee! 3 augustus organiseren we een gala-skate: een deftig feest met lange jurken en smokings, maar dan op skates. En 31 augustus is er ook nog een recordpoging. We gaan dan zoveel mogelijk skaters uit het hele land mobiliseren om samen met ons de Friday Night Skate te rijden. Het doel is het record van 3000 deelnemers te verbreken!” Al is initiatiefnemer Yuri zelf niet meer actief bij de organisatie van deze evenementen betrokken, meerijden zal hij zeker. “Want als je eenmaal van het night skaten hebt geproefd, wil je nooit meer zonder.” 

<Kader: Jubileumskate>

Morgen, op vrijdag 6 juli, zal een speciale jubileumskate verreden worden. Bob Maas heeft samen met twee andere oud-routemakers een nostalgische tocht in elkaar gezet. Iedereen mag meedoen en deelname is gratis. Een belangrijke voorwaarde is wel dat je goed kunt remmen en een beetje kunt doorrijden. Verzamelen vanaf 20.00 bij het ronde bankje tegenover het filmmuseum in het Vondelpark. De stoet vertrekt om 20.30 en zal rond 22.30 weer bij het Vondelpark terugkeren. Voor meer informatie: www.fridaynightskate.com.  

<Kader: Joyce Kraaijeveld (24, student master redacteur/editor aan de UvA), enthousiast deelneemster aan de Friday Night Skate>

“Ik skate al acht jaar, maar toen ik vier jaar geleden uit de omgeving van Dordrecht naar Amsterdam verhuisde om te hier te gaan studeren, durfde ik in eerste instantie niet mee te doen aan de Friday Night Skate. Op de website stond namelijk dat je een beetje moet kunnen doorrijden en ik dacht dat ik daarvoor niet goed genoeg was. Maar alleen skaten is ook maar saai en dus besloot ik bij het Universitair Sportcentrum een skatecursus te gaan doen om mijn niveau wat op te krikken. Al snel bleek dat ik beter was dan ik zelf dacht! Na twee lessen trok ik de stoute schoenen aan en op vrijdagavond 5 mei 2006 ging ik samen met een aantal andere cursisten naar het Vondelpark. Die eerste keer in zo’n grote groep vond ik echt doodeng; ik was steeds bang dat ik zou vallen. Maar na een half uur begon de adrenaline te stromen en kreeg ik zo’n kick! Vanaf dat moment was ik totaal verslaafd en ben ik elke vrijdag mee geweest. Begin dit jaar vertrok ik voor mijn studie vier maanden naar Zuid-Frankrijk. Dat was geweldig, maar ik miste de vrijdagse skatetochten enorm. Via de speciale FNS-hyvesgroep bleef ik gelukkig op de hoogte van alles wat er hier gebeurde. Daar zag ik ook dat op 1 juni van dit jaar een speciale ‘red skate’ werd georganiseerd. Ik ben toen meteen in Toulon rode kleren gaan kopen. Op 31 mei was kwam ik terug in Nederland en minder dan 24 uur later reed ik alweer mee. Van top tot teen in Frans rood gehuld! Ja, ik denk dat je wel kunt zeggen dat ik een van de grootste fans van de Friday Night Skate ben….  

 

EEN TUIN VOL SYMBOLIEK oktober 4, 2007

Ingedeeld onder: 21 - Parool — martevansanten @ 1:07 pm

scannen0015.jpg 

Onderstaand artikel is gepubliceerd in Het Parool van donderdag 14 juni 2007.

Achter de statige Amsterdamse grachtenpanden gaan de meest prachtige tuinen schuil. Normaal blijven die gesloten voor toevallige voorbijgangers. Maar één keer per jaar, in het derde weekend van juni, kunnen tuinliefhebbers hun hart ophalen als zo’n dertig panden tijdens de Open Tuinen Dagen drie dagen lang de deur van hun ‘geheime’ paradijsje openstellen voor het publiek. 

Behalve een aantal particuliere tuinen zijn 15, 16 en 17 juni ook de tuinen van vijf grachtenmusea te bezichtigen. Een daarvan is die van het Bijbels Museum aan de Herengracht 366 – 368. Het museum is gevestigd in twee indrukwekkende herenhuizen uit 1662. De tuin erachter maakte oorspronkelijk deel uit van een omvangrijk ‘lusthof’, dat zich in de breedte langs de hele gracht uitsterkte.  In 1994 maakte Arend Jan van der Horst een nieuw ontwerp voor de tuin van het museum. Omdat water in veel bijbelse verhalen een belangrijke rol speelt, werd centraal een grote vijver geplaatst. Links en rechts in de tuin staan zogenaamde ‘sekreetkasten’, oftewel zeventiende eeuwse buiten-wc’s. De sekreetkasten van het Bijbels Museum doen tegenwoordig – ironisch genoeg – dienst als geurkabinetten, waarin je bijbelse aroma’s kunt opsnuiven. Verder vind je in de tuin verschillende bijbelse planten en bomen, zoals een dadelpalm, een judasboom en een moerbei. Bordjes bij de planten tonen de bijbeltekst waarin de planten worden genoemd. Zo kun je hier in alle rust je bijbelkennis opfrissen.  

Janrense Boonstra, kunsthistoricus en zoon van een predikant, is sinds 1993 directeur van het Bijbels Museum.

De tuin van het Bijbels Museum is een oase van rust, middenin de drukke binnenstad. Er komen natuurlijk veel bezoekers van het museum, maar ook buurtbewoners die het een prettige plek vinden om een kopje koffie te drinken of van het zonnetje te genieten. Water speelt een bijzondere rol in onze tuin. Zo is de vijver voorzien van stapstenen, waarover je als bezoeker als het ware ‘door het water’ loopt. Dat  is een symbolische verwijzing naar het bijbelverhaal over de uittocht van de Israëlieten uit Egypte en de doortocht door de Rode Zee. De tuin maakt trouwens echt onderdeel uit van het museum, want we gebruiken hem ook als expositieruimte. Sinds 2002 staat er een prachtig beeldhouwwerk van Martie van der Loo, dat de Apocalyps voorstelt. Vanaf 24 mei is er bovendien een tijdelijk kunstwerk van haar te bewonderen, waarin ‘haar’ als bron van kracht, vrijheid en bezieling wordt uitgebeeld. 

Hetty Bakker – Iemhof is al twintig jaar gastvrouw en rondleidster van het Bijbels Museum

“Ik weet nog goed dat de tuin voor het eerst werd opengesteld. Vóór 1989 hoorde het souterrain namelijk niet bij het museum. Toen dat erbij getrokken werd, kregen we de tuin er als bonus bij. Overigens was hij op dat moment één grote wildernis. Pas een paar jaar later kreeg de tuin de indeling die hij nu heeft. Bezoekers reageren altijd heel enthousiast op de tuin. Zo’n grote, groene ruimte, dat verwachten ze niet op de gracht. Het meest populair zijn de geurkabinetten. Al die potjes maken toch nieuwsgierig. De meeste geuren zijn trouwens ook als planten in de tuin terug te vinden. Vragen krijg ik vooral over de betekenis van het beeld van Martie van der Loo. Zelf vind ik dat het mooiste onderdeel van de tuin. Kinderen vinden de stapstenen in de vijver het leukst. Zo zeer zelfs, dat we altijd een setje droge kleren in de kast hebben liggen. Er is er namelijk al meer dan eens een jongen of meisje mis gesprongen!” 

Arnold de Vries is tuinman. Sinds 2003 verzorgt hij het onderhoud van de tuin.

“Behalve de tuin van het Bijbels Museum verzorg ik ook de tuin van Museum Van Loon. Ik ben daarvoor gevraagd toen ik mijn eigen tuin aan de Prinsengracht in het kader van de Open Tuinen Dagen openstelde. Je zou dus kunnen zeggen dat ik inmiddels een echte grachtentuinenspecialist ben! Eens in de drie weken kom ik langs bij het Bijbels Museum. Ik doe er al het onderhoudswerk, behalve het snoeien van de grote boom. De bijzondere beplanting maakt deze tuin voor mij extra interessant. De judasboom bijvoorbeeld zie je bijna nergens in Nederland. Het leuke van het werken in een museumtuin is verder de praatjes met de bezoekers. Als ik bezig ben, is er altijd wel iemand die wat komt vragen. Dat ik zelf niet gelovig ben maakt daarbij niet uit. Zolang ik maar genoeg over de planten weet te vertellen!” 

<Kader 1> Overzichtelijk, maar met een open karakter

De tuinen aan de Heren-, de Keizers- en de Prinsengracht stammen oorspronkelijk uit de 17e eeuw. Gedetailleerde verordeningen of ‘keuren’ bepaalden de grootte van de tuinen achter de grachtenpanden. De diepte was maximaal 27, de breedte maximaal 8,5 meter. Aan het eind van het perceel mocht een tuinhuis worden neergezet, maar dan wel bestaande uit één bouwlaag die niet hoger was dan 3,5 meter. De tuinen hadden een gestructureerd en open karakter, geheel overeenkomstig met het beeld dat de 17e-eeuwse stadsbewoner van zichzelf had. Dat de tuinen oorspronkelijk erg op elkaar leken was niet zo vreemd. De bewoners wilden allemaal een fraai bovenaanzicht en volgde daarom getrouw de voorbeelden van tuinarchitecten. Bovendien werd originaliteit in die tijd niet op prijs gesteld. De wereld had kende immers een van God gegeven orde en daar moest je als mens niet teveel in willen rommelen.  

<Kader 2> Tuindagen passe-partout

De Open Tuinen Dagen vinden dit jaar plaats op 15, 16 en 17 juni. Zo’n dertig grachtenpanden stellen hun tuin tussen 10 en 17 uur open voor publiek. Een passe-partout voor alle tuinen is te verkrijgen bij het VVV, het Amsterdams Uit Buro (AUB) of bij de deelnemende musea en kost € 12. De opbrengst is bestemd voor een goed doel. Voor meer informatie: www.opentuindagen.nl of 020 – 320 36 60.

 

I LOVE YOU… oktober 4, 2007

Ingedeeld onder: 21 - Parool — martevansanten @ 12:50 pm

liefde.jpg

Onderstaand artikel is gepubliceerd in Het Parool van zaterdag 24 maart 2007. 

Naar Nederland komen voor de liefde kan een grote beproeving zijn. Al was het maar omdat je de rest van Nederland erbij krijgt. En integreren gaat vaak ook een beetje ten koste van je eigen identiteit. ‘Toch heb ik er nooit spijt van gehad dat ik alles voor hem heb achtergelaten.’  

Spontaan

Voor Maurice Bosch (31) en zijn Letse vriendin Gunta Badovska (29) zat dat hem vooral in een goede voorbereiding. Al snel nadat ze elkaar in augustus 2004 op vakantie in Turkije leerden kennen, besloten ze dat ze samen verder wilden. Maar uiteindelijk zou het nog acht maanden duren voordat Gunta daadwerkelijk naar Amstelveen verhuisde. Gedurende die tijd bespraken ze alle mogelijke consequenties van haar emigratie. Gunta: “In Letland werkte en studeerde ik. Ik was daar volledig zelfstandig. Toen we besloten dat ik naar Nederland zou komen, betekende dat dat ik de eerste periode afhankelijk van Maurice zou zijn. Daar hebben we het veel over gehad samen, over de praktische en financiële gevolgen. We praatten er elke dag over hoe het zou zijn, vaak wel twee uur lang. Je begrijpt hoe onze telefoonrekeningen er na acht maanden uitzagen!”  De overgang van de lange afstandsrelatie naar het daadwerkelijke samenwonen bleek in de praktijk reuze mee te vallen. “Dat kwam waarschijnlijk omdat we de periode daarvoor al zo’n intensief contact hadden”, zegt Maurice. “Voor mij voelde het niet anders dan als ik met een Nederlands meisje was gaan samenwonen.” Voor Gunta lag dat wel anders. Van haar drukke leven kwam ze terecht in een situatie waar ze relatief weinig te doen had en dat viel haar zwaar. “In Letland is het heel normaal dat je naast je studie volledig werkt. Hier had ik geen baan en in het begin sprak ik ook nog niet goed Nederlands. Ik voelde me helemaal niks meer waard.” Die noodgedwongen afhankelijkheid vonden Maurice en Gunta allebei lastig, maar elkaar kwalijk genomen hebben ze het nooit. Gunta: “Vooraf hebben we het er uitgebreid over gehad dat dit zou kunnen gebeuren. En hoewel ik het soms nog steeds moeilijk vind, heb er nooit spijt van gehad dat ik alles voor hem heb achtergelaten.” Maurice: “Soms voel ik me daar best een beetje schuldig over. Maar gelukkig gaat het de meeste tijd gewoon goed en dan ben ik er niet teveel mee bezig.”  Van echte misverstanden is tussen hen eigenlijk nooit sprake geweest. Maurice: “Je zou het misschien niet denken, maar Nederland en Letland liggen qua type mensen heel dicht bij elkaar. Ze zijn beide behoorlijk zakelijk en nuchter. Dat maakt de communicatie tussen ons een stuk makkelijker.” Een van de dingen waar Gunta wel aan moest wennen, was het lang van te voren afspraken maken. “Gewoon iemand opbellen en zeggen: we gaan, dat kan in Nederland niet. Dat was in het begin trouwens ook wel een punt tussen Maurice en mij. Ik riep bijna elke dag wel een keer tegen hem: doe nou toch eens spontaan! Maar nu gaat dat gelukkig een stuk beter.” 

Onafhankelijk

Gunta is zeker niet de enige immigrante die worstelt met het op peil houden van haar zelfvertrouwen. Ook de Engelse Samantha Herbert (25) heeft het er knap moeilijk mee. Twee jaar geleden kwam ze een weekje naar Amsterdam voor vakantieliefde Arnout van Soesbergen (29), om vervolgens niet meer weg te gaan. Tot nu althans, want de twijfels hebben inmiddels serieus toegeslagen. Niet zozeer over de relatie, maar wel over het wonen in Nederland.  De eerste weken in Amsterdam waren een soort verlengde vakantie voor Samantha, maar dat vrije gevoel verdween snel. “Omdat ik niet van plan was permanent te blijven, heb ik lang gewacht met Nederlands te leren. Op feestjes en bij Arnout’s familie voelde ik me daarom snel buitengesloten, zeker ook omdat zijn ouders helemaal geen Engels spreken. Ik heb heel wat keren in een hoekje van de kamer een tijdschriftje zitten lezen terwijl de anderen lol hadden.”  Een ander obstakel bleek het vinden van werk. Samantha: “Binnen drie weken was ik aan de slag in een Amerikaans restaurant, dus dat was het probleem niet. Maar ik ben drie jaar geleden afgestudeerd en ik zou graag een serieuze baan vinden. Hier in Nederland lijkt dat zo goed als onmogelijk.” Het gevolg is dat Samantha zich tegenwoordig bijna schaamt om te vertellen wat ze doet. “Soms heb ik het idee dat mensen denken dat Arnout maar een domme vriendin heeft. Maar ik weet niet hoe ik mensen hier kan laten zien dat ik méér ben dan alleen een serveerster die moeite heeft met de taal.” Ook op de relatie had dat zijn invloed. Arnout voelde zich enorm verantwoordelijk om Samantha zoveel mogelijk te helpen. “In begin is dat heel vanzelfsprekend, maar na een tijdje begon die afhankelijkheid ons in de weg te zitten. Ik moest met haar naar de bank, naar de tandarts; soms voelde ik me net een babysitter. Dat was voor geen van ons beiden leuk.”  De oplossing vonden Arnout en Samantha buiten de grenzen, tijdens een reis van drie maanden naar Zuid-Amerika. Arnout: “Daar voelde we ons voor het eerst helemaal gelijkwaardig. Op neutraal terrein bleken we opeens veel makkelijker over allerlei dingen te kunnen praten. Dat heeft enorm geholpen.” Sindsdien zijn ze het er beide over eens: wil een interculturele relatie écht kans van slagen hebben, dan moet je in een land gaan wonen dat voor allebei nieuw is.  Al met al heeft Samantha’s zelfvertrouwen door haar ervaring in Nederland een behoorlijke knauw gekregen. Zo erg zelfs, dat ze binnenkort teruggaat naar Engeland. Arnout zal haar daar in de loop van het jaar volgen. “Ik heb veel te hard mijn best gedaan er bij te horen”, zegt Samantha terugkijkend. “Als ik opnieuw kon beginnen zou ik nu tegen iedereen zeggen: ik ben Engels en dat heb je maar gewoon te accepteren.” Arnout’s en Samantha’s tip voor mensen die overwegen met hun buitenlandse partner te gaan samenwonen? Ga nooit alléén voor de liefde naar het buitenland. Zorg dat je altijd iets voor jezelf houdt. Werk, studie, vrienden, het maakt niet uit. Als je je maar onafhankelijk kunt voelen.  

Hoge bomen

Gebrek aan onafhankelijkheid was voor de Amerikaans/Zwitserse Eline Krentzel (49) niet het probleem. Toen ze haar latere echtgenoot Jean-Luc van Hulst (39) acht jaar geleden leerde kennen, had ze al een goede carrière als journaliste opgebouwd. Bovendien sprak ze een aardig woordje Nederlands, naast Engels, Duits en Japans. Maar het gevoel van Gunta en Samantha dat het moeilijk is opgenomen te worden in de Nederlandse samenleving herkent Elise wel degelijk. “Na alle verhalen over tolerantie had ik verwacht dat Nederland heel gastvrij zou zijn. Mooi niet dus. Tolerantie heeft hier niks met acceptatie te maken, meer met onverschilligheid. Het betekent zoiets als ‘ik laat je doen wat je wilt, maar verwacht niet dat ik me er druk om maak”.   Qua taal en cultuur is Nederland erg op Amerika georiënteerd. Makkelijk voor Jean-Luc dus, zou je denken. Maar hij kwam toch voor meer verrassingen te staan dan hij had gedacht. “Dat Amerikanen écht zo lawaaiig zijn als op tv bijvoorbeeld. Of het hele ‘dating’ ritueel. Hier kennen we dat nauwelijks, maar in Amerika is dat heel belangrijk. Elise bleek daarover allerlei verwachtingen te hebben waarvan ik het bestaan niet wist. Als je daarachter komt, pas je je gedrag erop aan. Maar het feit bijvoorbeeld dat Amerikanen om de haverklap ‘I love you’ tegen elkaar zeggen, dat voelt voor mij nog steeds onnatuurlijk.”  Jean-Luc en Elise kregen een extra culturele uitdaging te verwerken met de geboorte van hun zoon Florian vijf jaar geleden. Elise: “Als er iets met Florian is, ren ik altijd meteen naar de dokter. Om vervolgens te horen te krijgen ‘laten we het maar even aankijken’. Aankijken?  Maar ik wil juist erger voorkomen! Of als Jean-Luc gaat fietsen met Florian achterop. In Amerika haalt niemand het in zijn hoofd een kind zonder helm op een fiets te zetten. Hier is dat schijnbaar normaal. Inmiddels heb ik me daar – onder protest – bij neergelegd.” Net als de andere liefdesimmigranten vindt Elise dat ze, door zich te willen aanpassen aan Nederland, een deel van haar persoonlijkheid is kwijtgeraakt. Vooral het principe van ‘hoge bomen vangen veel wind’ staat haar tot op de dag van vandaag enorm tegen. “Ik kom uit een land waar uitblinken het hoogst haalbare is. In Nederland is precies het tegenovergestelde het geval, je mag vooral niet teveel je individualiteit benadrukken. Wat dat betreft kan ik hier nooit helemaal mezelf zijn.” Ook Elise heeft het gevoel teveel haar best te hebben gedaan om erbij te horen. “Ik snapte maar niet waarom ik niet geaccepteerd werd en nam dat mezelf kwalijk. Uiteindelijk heeft het negen jaar geduurd voordat ik kon zeggen ‘dan maar niet’. Sindsdien is er een last van me afgevallen.”  Ondanks de soms moeilijke momenten zien Jean-Luc en Elise toch vooral voordelen van een interculturele relatie. “Al is het maar omdat je jezelf zoveel beter leert kennen.” En als Florian over vijftien jaar met een vriendinnetje uit Guatemala thuiskomt? “Dan wordt ze met open armen ontvangen.” Jean-Luc: “Een relatie aangaan betekent hoe dan ook een risico nemen. Je kunt er daarom maar beter voor zorgen dat je elkaars verschillen waardeert.” 

Wijn

De Franse David Brunand (39) ontmoette zijn Nederlandse vriendin Dieta Faber (36) achttien jaar geleden op een camping in Frankrijk. In eerste instantie leek het niet meer dan een vakantieliefde, maar toen ze elkaar maar niet konden vergeten besloot David in 1995 een jaar naar Nederland te komen. “Ik trok tijdelijk bij Dieta in met de intentie om een eigen woning te zoeken, maar daar is het nooit van gekomen. Twaalf jaar later woon ik hier nog.”  David zat in de luxe situatie dat hij een betaalde sabbatical bij zijn toenmalige werkgever kon opnemen. “Dat betekende dat ik niet financieel afhankelijk van Dieta was. Bovendien ging ik elke dag naar de universiteit om Nederlands te leren, dus ik had hier al snel mijn eigen leventje opgebouwd.” Problemen met de overgang van de lange afstandrelatie naar het samenwonen hebben David en Dieta dan ook amper ondervonden. Dieta: “Ik vond het vooral heel erg leuk, verheugde me er elke avond op hem thuis aan te treffen. Bovendien nam David vanzelfsprekend de helft van het huishouden op zich. Én kookte hij elke dag een heerlijke Franse maaltijd voor me. Dat had ik bij een Nederlandse jongen toch niet zo gauw gevonden!” Andersom denkt David dat het voor hem makkelijker was naar Nederland te komen dan dat voor een Franse vrouw zou zijn geweest. “Vrouw zijn is in Frankrijk een status, met bijbehorende verwachtingen over hoe je behandeld dient te worden. Daar zie ik een Nederlandse man nog niet zo snel aan voldoen.” Waar hij zich aan heeft geërgerd zijn de enorme vooroordelen die Nederlanders over Fransen hebben. “Vaak werd ik niet als een individu gezien, maar als een Fransman, met alle negatieve opvattingen van dien. Ongelofelijk, hoeveel flauwekul ik door de jaren over Frankrijk heb gehoord.” Over begrip gesproken: door David heeft Dieta pas écht leren begrijpen wat ‘intercultureel’ betekent. “In Frankrijk heeft één op de drie mensen een buitenlandse ouder of grootouder. En één op de zeven mensen trouwt er met een buitenlander. Waar hebben we het hier dan over met ons integratieprobleem?”  Al met al hebben ze beiden het gevoel dat de ervaring hen vooral heeft verrijkt. “Het is gewoon heel erg leuk om te ontdekken dat er meer in de wereld te koop is.” David vindt dat hij door zijn relatie met Dieta humanistischer is geworden. Dieta is aan de andere kant de Franse betrokkenheid enorm gaan waarderen. En de sociale aspecten van de gastronomie natuurlijk. David: “Als het ooit uit gaat tussen ons weet ik zeker dat Dieta altijd aan mij zal blijven denken als de man door wie ze wijn heeft leren waarderen.” 

Emoties

De Finse Anna Koivuniemi (32) lijkt in alle opzichten het schoolvoorbeeld van een geslaagde immigrante. Maar ze had drie jaar geleden dan ook alle reden om naar Nederland te komen. Niet alleen woonde haar grote liefde Edwin Hirdes (36) hier, ook vond ze een uitstekende baan én won ze een beurs om in Rotterdam een MBA-opleiding te volgen. “Ik had geen enkel excuus meer om niét te komen!”  De overgang naar het samenwonen viel reuze mee, ook al was de langste periode die ze daarvoor samen hadden doorgebracht drie weken. Edwin: “Ik vond het belangrijk dat Anna vanaf het begin zou voelen dat mijn huis ook háár huis was. Dus gooiden we toen ze hier kwam al mijn spullen de deur uit en richtten het huis opnieuw in. Op die manier was het huis echt van óns in plaats van alleen van mij.”  In tegenstelling tot de andere liefdeszoekers heeft Anna de taalbarrière opvallend genoeg nooit echt als een probleem ervaren. “Ik vind het eigenlijk makkelijker om te communiceren in een andere taal. Om er zeker van te zijn dat je elkaar begrijpt vraag je veel vaker wat iemand precies bedoelt. Volgens mij krijg je zo juist minder misverstanden dan met iemand uit je eigen land.” Ook in haar positieve waardering van Nederland onderscheidt Anna zich van veel immigranten. “Mensen zijn hier minder gesloten, ze gaan soepeler met regels om. Dat geeft voor mij een extra ‘joie de vivre’. Ik voel me hier vrijer, levendiger dan in Finland.” Met één ding had Edwin in het begin wel grote moeite: het feit dat Finnen op geen enkele manier hun emoties uiten. “Het is maar goed dat ik stevig in mijn schoenen sta, anders had ik daar zwaar onder geleden”, zegt hij. Inmiddels is Anna volgens hem een stuk opener geworden. Maar de eerste twee jaar had hij soms geen idee wat er in haar omging. “Niet voor niets zegt een man in een Finse mop tegen zijn vrouw die graag wat meer aandacht wil: ‘Ik heb je dertig jaar geleden verteld dat ik van je hield. Als daar iets in verandert, laat ik je het wel weten!’”  Het feit dat hun interculturele experiment zo’n succes is, zit hem volgens Anna en Edwin vooral in hun houding. Edwin: “We zijn allebei vastbesloten er een succes van te maken. Natuurlijk betekent dat dat je er moeite voor moet doen, dat je tijd en energie moet steken in bijvoorbeeld het leren van elkaars taal. Maar als je het écht wilt kan het, absoluut.” Anna’s belangrijkste advies: vooral geduld hebben. En erop vertrouwen dat het goed komt. “Misschien duurt het één jaar, misschien twee, misschien vijf, maar uiteindelijk vind je je weg wel. En als dat lukt geeft het zóveel voldoening! Ik zou nooit meer anders willen.”