Marte van Santen

Freelance journaliste en schrijfster

AFVALLEN OM KANKER TE VOORKOMEN november 20, 2009

Ingedeeld onder: 23 - Plus Woman — martevansanten @ 3:57 pm

Dat overgewicht kan leiden tot hart- en vaatziekten wisten we al. Maar er is nu hard bewijs dat het óók het risico op kanker vergroot.

In 2008 zijn er voor het eerst méér mensen aan kanker overleden dan aan hart- en vaatziekten. De hoogste tijd dus, om alles in het werk te stellen om het risico op kanker te verlagen. Want in tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht, kun je daar zelf een hoop aan doen. “Veel mensen geloven nog steeds dat kanker ons overkomt”, zegt Ellen Kampman, epidemioloog en hoogleraar voeding en kanker aan de Wageningen Universiteit. “Ze zoeken de oorzaak in erfelijkheid, of in factoren buiten zichzelf, zoals ongezonde toevoegingen aan etenswaren. Maar als alle Nederlanders gezond zouden eten en voldoende zouden bewegen, scheelt dat zo’n 30.000 nieuwe gevallen van kanker per jaar. Dat is een derde van het totaal. Na niet roken is een gezond gewicht de beste preventie tegen kanker.”

Grote aantallen

Het World Cancer Research Fund heeft eind 2007 onomstotelijk vastgesteld dat er verband bestaat tussen overgewicht en kanker. Niet alleen dat, de samenhang is ook sterker dan tot nu toe werd gedacht. “Bijna 60% van alle kankertumoren bij vrouwen wordt mede veroorzaakt door overgewicht”, vertelt Sandra Bausch, als epidemioloog verbonden aan TNO Kwaliteit van Leven. “Bij mannen is dat percentage 20%. Dat lijkt misschien niet zoveel, maar op de tienduizenden mensen die jaarlijks kanker krijgen, gaat het toch om grote aantallen.”

Om te bepalen of iemand te zwaar is, wordt gekeken naar zijn of haar Body Mass Index (BMI). Die wordt berekend door het gewicht (in kilo’s) te delen door de lengte (in meters) in het kwadraat. Bij een BMI van 25-30 heeft iemand een matig overgewicht. Bij een BMI van 30 of meer is er sprake van ernstig overgewicht. De man of vrouw in kwestie lijdt dan aan obesitas.

In 2000 stierven er naar schatting ongeveer 3100 personen aan kanker als gevolg van (ernstig) overgewicht. Als het aantal mensen met overgewicht in hetzelfde tempo blijft toenemen, zullen dat er in 2015 ongeveer 6300 zijn. Meer dan een verdubbeling kortom. Overigens is het niet zo dat overgewicht het risico op alle vormen van kanker verhoogt. Maar juist bij veel voorkomende soorten, zoals dikke darmkanker, borstkanker (na de menopauze) en baarmoederkanker (niet te verwarren met baarmoederhalskanker) is dat volgens Sandra Bausch wel het geval. Heeft iemand een van deze vormen van kanker eenmaal, dan zorgt overgewicht bovendien voor een lagere overlevingskans.

Op zoek naar de oorzaak

Wereldwijd wordt volop onderzoek gedaan naar de vraag hoe het kan dat (te) veel lichaamsvet méér kans geeft op kanker. “Voor borstkanker is dat mechanisme inmiddels wel duidelijk”, aldus Sandra Bausch. “Het ontstaan van borstkanker hangt nauw samen met de hoeveelheid oestrogeen in het lichaam, het vrouwelijke hormoon dat de aanmaak van borstkankercellen stimuleert. Tijdens en na de overgang neemt de productie daarvan in de eierstokken af. Maar in lichaamsvet wordt óók oestrogeen aangemaakt. Vandaar dat vrouwen met overgewicht na de menopauze 8% meer kans hebben op borstkanker dan vrouwen zonder overgewicht. Voor vrouwen die aan obesitas lijden is dat zelfs 14% meer. Voor andere hormoongerelateerde kankervormen, zoals baarmoederkanker, werkt het mechanisme waarschijnlijk ongeveer hetzelfde.”

Bij slokdarmkanker is er vermoedelijk iets heel anders aan de hand. “Mensen die te dik zijn hebben vaak last van oprispend maagzuur, wat de cellen in de slokdarm aantast”, legt Sandra Bausch uit. “Op den duur kan dat leiden tot kanker.”

Volgens Ellen Kampman kan overgewicht mogelijk ook op andere manieren het proces van celdeling verstoren. “We hebben genen die cellen stimuleren om te groeien. Je kunt ze zien als het gaspedaal van het lichaam. Maar als je alleen maar gas geeft loopt de boel uit de hand. Vandaar dat er ook genen zijn die groei van de cellen op tijd weer stoppen. Als een soort rempedaal dus. En dan zijn er ook nog genen die als bij een APK-keuring alle nieuwe cellen op veiligheidseisen controleren. Blijkt er iets mis te zijn, dan repareren ze dat.”

Helaas gaat er wel eens wat fout bij het stimuleren, remmen en repareren van nieuwe cellen. Dat gebeurt als de genen die het proces sturen beschadigd raken. Dan ontstaat er wildgroei, of kanker. In ongeveer 10% van de gevallen heeft dat een erfelijke oorzaak. Maar in verreweg de meeste gevallen komt het gevaar van buiten. Ellen Kampman: “Virussen, sigarettenrook en chemicaliën kunnen de boel van binnen kapot maken. Maar ook overgewicht kan beschadigingen veroorzaken. Hoe dat precies werkt, weten we in de meeste gevallen nog niet. Hopelijk komt daar de komende jaren meer duidelijkheid over. Er is in ieder geval niet één mechanisme dat de relatie tussen overgewicht en kanker verklaart.”

Appels en peren

Nog zo’n vraag waar onderzoekers binnenkort antwoord op hopen te vinden is of het uitmaakt waar op het lichaam het vet zich bevindt. “Waarschijnlijk wel”, vermoedt Sandra Bausch. “Het lijkt erop dat vetweefsel dat diep in het lichaam rond de organen zit meer kwaad kan dan net onder de huid. Vandaar dat mensen met een appelvorm, waarbij het vet zich rond de middel en de buik concentreert, vermoedelijk meer risico lopen dan mensen met een peervorm, waarbij het vet vooral op de heupen, billen en bovenbenen zit. Dat geldt voor hart- en vaatziekten, maar ook voor kanker.”

Waar het vet zit is belangrijk, in welke vorm je het tot je neemt minder. Ellen Kampman: “Het lichaam haalt zijn energie uit vier bronnen: vetten, koolhydraten, eiwitten en alcohol. Als je daar teveel van binnenkrijgt, wordt het omgezet in extra vetweefsel. Dat is de uiteindelijke boosdoener.”

Maakt het dan helemaal niet uit wat je eet? “Hoe gezonder, hoe beter natuurlijk”, beaamt ze. “Maar van weinig voedingsmiddelen is tot nu toe aangetoond dat ze de kans op kanker echt vergroten. Dat ligt anders voor alcohol. Als je dagelijks een glas wijn drinkt, neemt de kans op borstkanker met 9% toe. Bij twee glazen is dat 18%, enzovoort. Ook het risico op hoofd- en halskanker, slokdarmkanker, darmkanker en leverkanker wordt door alcohol verhoogd. Vandaar dat we vrouwen geadviseren niet meer dan één glas per dag te drinken.”

Behalve gezond te eten is het volgens de epidemiologen ook belangrijk om voldoende te bewegen. Lichamelijke inspanning maakt het makkelijker om op gewicht te blijven. Maar het heeft op zichzelf evenzeer een beschermend effect tegen kanker. Sandra Bausch: “Met bewegen verbrand je niet alleen vetweefsel, het heeft ook een positieve invloed op je stofwisseling en je hormoonhuishouding. Zelfs al val je er niet van af, dan verlaag je met bewegen toch het risico op kanker.”

Afvallen heeft altijd zin

De ontwikkeling van kanker neemt soms wel dertig of veertig jaar in beslag. Een teveel aan vetweefsel gedurende die periode kan dat proces mogelijk stimuleren of versnellen. Hoe langer er sprake is van overgewicht, hoe groter het risico. Mensen die als kind of puber te zwaar zijn geweest, lopen extra gevaar, aldus Ellen Kampman. “Zolang je in de groei bent, vindt er ontzettend veel celdeling in het lichaam plaats. Dat is een kwetsbaar proces, waarin door overgewicht of alcohol gemakkelijk iets beschadigd kan raken. Van de foutjes die dan ontstaan kun je pas jaren later iets merken. Bijvoorbeeld als een kankergezwel last gaat geven.”

Van mensen van middelbare leeftijd krijgt ze vaak de vraag of het nog wel zin heeft om, als ze al jaren te zwaar zijn, toch af te vallen. “Natuurlijk! Het risico dat je in het verleden hebt opgebouwd kun je niet meer ongedaan maken. Maar je kunt het wel een halt toeroepen. Als je op een verstandige manier gewicht verliest althans.”

Het baart haar zorgen dat veel populaire diëten, zoals dat van Sonja Bakker, feitelijk hongerdiëten zijn. “Je mag dan bijvoorbeeld 1200 calorieën per dag eten. Natuurlijk val je daar van af. Maar het is bijna onmogelijk om zo’n dieet je hele leven vol te houden. Voor je het weet zit het gewicht er weer aan. Dat jojo-effect is slecht voor je stofwisseling. Als je in korte tijd veel afvalt, past je lichaam zich aan door zo min mogelijk calorieën te verbruiken. Iedere keer als je weer streng op dieet gaat, verlaag je je stofwisseling verder en beperk je het vermogen van het lichaam om energie te verbranden. Met het gevaar dat het uiteindelijk helemaal niet meer lukt om de kilo’s kwijt te raken. Kortom: het beste wat je voor je gezondheid kunt doen is op een verstandig en vooral ook constant gewicht te blijven.”

[Kader]

Bewezen

Van de volgende kankersoorten is inmiddels bewezen dat overgewicht de kans daarop vergroot:

  • dikke darmkanker
  • borstkanker (na de menopauze)
  • baarmoederkanker (niet te verwarren met baarmoederhalskanker)
  • nierkanker
  • slokdarmkanker
  • prostaatkanker
  • alvleesklierkanker

Bij eierstokkanker en gablaaskanker is het verband waarschijnlijk

[Kader]

Wat is teveel?

Volgens de Nederlandse Norm Gezond Bewegen moeten alle volwassenen dagelijks minimaal een half uur matig intensief bewegen. Daaronder wordt niet alleen sporten verstaan, maar ook activiteiten als stofzuigen, tuinieren en fietsen. Als je aan die norm voldoet, verbrand je als vrouw ongeveer 2000 calorieën per dag. Sport je heel intensief, dan kan je daar 200 of 300 calorieën bij optellen. Haal je de norm niet, dan is het verstandig iets minder calorieën tot je te nemen. Tijdens of na de overgang neemt de hoeveelheid vet die je – met gelijke inspanning – verbruikt af. Simpel gezegd kom je met dezelfde hoeveelheid eten en bewegen dus sneller aan dan daarvoor. Het advies is dan ook om vanaf de menopauze méér te gaan bewegen, of het aantal calorieën dat je binnenkrijgt wat naar beneden bij te stellen. Zolang je een BMI van minder dan 25 hebt zit je goed. Een BMI van 21 of 22 is – voor vrouwen van alle leeftijden – ideaal.

[Kader]

Steeds meer overgewicht

De afgelopen 25 jaar is het percentage mensen met (ernstig) overgewicht flink gestegen (zie grafiek). Van de mannen had in 2007 41% een matig overgewicht en 10% ernstig overgewicht. Van de vrouwen had 28% matig overgewicht en 12% ernstig overgewicht. Vooral de snelle groei van het aantal mensen met obesitas is zorgelijk; dat steeg tussen 1981 en 2007 van 5,1% naar 11,2% (mannen en vrouwen samen). Als deze trend doorzet, dan zal het aantal mensen met ernstig overgewicht in de komende twintig jaar verdubbelen.

[Kader]

6 x sterker tegen kanker

Onderzoekers denken dat zo’n 50% van alle kankergevallen direct te maken heeft met ongezonde leefgewoontes. Omdat ‘gezond leven’ een nogal breed en ongrijpbaar begrip is, is KWF Kankerbestrijding de voorlichtingscampagne 6 x sterker tegen kanker gestart. De zes ‘gouden regels’ die kanker kunnen helpen voorkomen op een rij:

  1. Rook niet. Niet roken is de beste manier om het risico op kanker te verlagen.
  2. Zon verstandig. Dat betekent: uw huid voorzichtig aan de zomerzon laten wennen, insmeren met een goede factor antizonnebrand en liever niet zonnen tussen 12.00 en 15.00 ’s middags.
  3. Beweeg voldoende. Onderzoek heeft uitgewezen dat voldoende bewegen een beschermend effect heeft op – in ieder geval – twee soorten kanker die in Nederland veel voorkomen: borstkanker en dikke darmkanker.
  4. Eet gezond. Niet te vet, gevarieerd, met voldoende koolhydraten (brood, aardappelen, pasta, peulvruchten) en twee ons groenten en twee stuks fruit per dag.
  5. Let op je gewicht. Een gezond gewicht geeft minder risico op een aantal soorten kanker, waaronder darmkanker, baarmoeder- en slokdarmkanker.
  6. Wees matig met alcohol. Voor mannen is drie glazen per dag het maximum, voor vrouwen twee. Drink bij voorkeur niet elke dag.

Meer weten? Kijk op www.6xsterkertegenkanker.nl, een website van KWF Kankerbestrijding.

 

EMOTIONALLY FOCUSED THERAPY september 26, 2009

Ingedeeld onder: 23 - Plus Woman — martevansanten @ 2:06 pm

023022

Ze groeide op in een Engelse pub. De irritaties, conflicten en ruzies die ze daar dagelijks meemaakte, legden de basis voor de missie die klinische psycholoog Sue Johnson al ruim 25 jaar vol verve vervult: mensen helpen om hun relaties te verbeteren. Haar methode, Emotionally Focused Therapy (EFT), wordt wereldwijd inmiddels door duizenden therapeuten gebruikt. Met groot succes. “We kunnen het ons niet langer veroorloven liefde als een romantisch mysterie te zien.”


Als je haar in de prachtige bibliotheek van een deftig Amsterdams grachtenhotel ziet zitten, zou je niet denken dat dit een vrouw is die een liefdesrevolutie bepleit. Keurig gekleed in stemmig blauw en zwart, de enkels gekruist, een kopje thee met scheutje melk voor zich op tafel: Sue Johnson lijkt in alles een doorsnee Engelse vrouw van middelbare leeftijd. Tot ze haar mond opendoet. Dan vertelt ze vol passie over haar strijd tegen het idee dat mensen zelfstandig en onafhankelijk moeten zijn om gelukkig te kunnen worden. Haar uitspraken liegen er niet om. Collega’s die ‘gewone’ relatietherapie geven, snappen niet hoe de liefde écht werkt. En je aan iemand hechten en van hem of haar afhankelijk zijn? Dat is volgens Sue een eerste levensbehoefte. Belangrijker nog dan eten of seks.

In de genen

“Eigenlijk is het heel simpel”, zegt ze. “Volwassenen hebben dezelfde behoefte aan emotionele binding met een partner als kinderen met hun ouders. Aandacht, bevestiging, aanraking: er is steeds meer wetenschappelijk bewijs dat we ze nodig hebben om te overleven. Letterlijk. Een gevoel van eenzaamheid of afwijzing wordt in hetzelfde gebied in de hersenen geregistreerd als fysieke pijn. En het geeft een verhoogde kans op hartproblemen en beroertes. Andersom zorgt een gevoel van verbondenheid met anderen ervoor dat je stressvolle situaties beter aankunt. Als je er emotioneel niet voor elkaar bent, tast dat niet alleen je relatie, maar ook je gezondheid aan. Dat is geen overdreven sentimentaliteit, maar een wetenschappelijk feit.”

Sue’s ideeën over het belang van emotionele verbondenheid zijn terug te voeren op de evolutie. Volgens haar is liefde het meest dwingende overlevingsmechanisme dat er bestaat. Het zet ons aan om een band te smeden met enkele dierbaren, die ons een veilige haven bieden in onzekere tijden. De drang naar ‘hechting’ aan een ander, zoals ze dat noemt, zit opgeslagen in onze genen. Wordt dat proces om wat voor reden dan ook verstoord, dan voelen we ons angstig en onzeker, en worden soms zelfs ziek.

Afhankelijkheid als bron van kracht

Waar vroeger het ‘wij’ centraal stond in de maatschappij, is dat anno 2009 het ‘ik’. Het beste uit jezelf halen en als individu zo succesvol en gelukkig mogelijk worden: daar draait het om. Al die aandacht voor onszelf gaat ten koste van relaties met anderen, aldus Sue. “Tot niet zo lang geleden leefden mensen in kleine, hechte gemeenschappen. Als je problemen had met je man, kon je gemakkelijk bij je moeder, zus of buurvrouw binnenlopen. Maar tegenwoordig onderhouden we veel minder hechte relaties. We rennen van het werk naar de sportschool en weer terug, zonder daadwerkelijk contact te leggen. Dat maakt de druk op de liefdesrelatie – soms onrealistisch – groot: alle emotionele behoeftes die we als mens hebben moeten nu dáár vervuld worden. Vind je het gek dat zoveel huwelijken stranden? ”

Er is volgens Sue nog iets dat het moeilijk maakt om vandaag de dag een relatie goed te houden. “Uitspreken dat je de ander nodig hebt wordt gezien als iets slechts, afhankelijkheid als een teken van zwakte. Dat maakt het voor mensen knap lastig om zich emotioneel open te stellen naar elkaar. Terwijl zo’n verbinding juist nodig is om je sterk en vrij te kunnen voelen. Afhankelijkheid en zelfstandigheid zijn geen tegenpolen, zoals veel relatietherapeuten beweren, maar twee kanten van dezelfde medaille. De een is een voorwaarde om de  ander te kunnen realiseren.”

Als er zoveel op het spel staat, kun je maar beter leren hoe je de band met je partner goed kunt houden, vindt Sue. “De liefde afdoen als een romantisch mysterie, als iets dat je overkomt en waar je geen invloed op kunt uitoefen, is geen optie meer. Nee, we moeten praktisch aan de slag om er het beste van te maken. Daar wil ik mensen graag bij helpen.”

Duivelse dialogen

Je aan iemand hechten, dat betekent contact met de ander maken als je je onzeker, in de war of neerslachtig voelt. Maar ook: dat je weet dat je altijd op die persoon terug kunt vallen, en dat je hem of haar mist als je niet bij elkaar bent. Als kind ben je prima in staat uiting aan die gevoelens te geven: je huilt als je aandacht wilt, klampt je aan het been van je ouder vast als je bang bent, of steekt je armen omhoog als je geknuffeld wilt worden. Eenmaal volwassen hebben we die behoeftes nog steeds; we durven of kunnen ze alleen niet meer uitspreken. Omdat we teleurgesteld zijn geraakt in relaties, omdat we bang zijn om afgewezen of gekwetst te worden, of omdat we het zwak vinden om te laten blijken dat we de ander nodig hebben.

Dat is waar de methode van Sue om de hoek komt kijken. Emotinally Focused Therapy (EFT) leert partners hun emotionele behoeftes aan elkaar duidelijk te maken en zich daarvoor open te stellen. Om te ontdekken dat die eindeloze conflicten eigenlijk niet over geld of over de opvoeding van de kinderen gaan, maar over het feit dat ze zich alleen, onzeker en in de steek gelaten voelen. “Feitelijk zijn verwijten een roep om aandacht, en is ruzie niets anders dan een vorm van protest”, zegt Sue. “Ze verstoren het gevoel van veiligheid en geborgenheid. De onrust en angst die dat oplevert, kan alleen worden gesust als de ander emotioneel toenadering zoekt.”

Onenigheid hoeft helemaal niet erg te zijn, als je vervolgens maar in staat bent aan je partner te laten blijken wat het met je doet. Helaas blijkt dat volgens Sue nu net een van de lastigste dingen die er is. “Om zichzelf te beschermen tegen pijn en verdriet, ontwikkelen mensen afweerreacties tegen emoties. Met elke nieuwe teleurstelling of ruzie stoppen ze hun gevoel dieper weg. Dat natuurlijke overlevingsmechanisme werkt prima als je het alleen in geval van nood gebruikt. Het gaat echter fout als je jezelf uit voorzorg altijd voor angsten en twijfels afsluit. Op een gegeven moment weet je dan niet meer hoe je ze moet uiten, en wordt het onmogelijk om fundamenteel contact te maken met een ander. Daar komt bij dat het onderdrukken van emoties helemaal niet werkt. Non-verbaal neemt je partner toch wel waar wat je voelt, en dan ben je uiteindelijk twee keer zo ver van huis.”

Partners die emoties – bij zichzelf en de ander – niet herkennen, of niet in staat zijn ze uit te spreken of te horen, belanden volgens Sue geheid in een zogenaamde duivelse dialogen: eindeloze discussies die iedere keer volgens hetzelfde patroon verlopen en hen steeds onzekerder maken. De meest voorkomende vorm? De protestpolka. Daarbij stelt de ene partner zich kritisch en aanvallend op (‘Van het geld dat jij aan schoenen uitgeeft kan een heel Afrikaans land eten!’), terwijl de ander zich verdedigt en terugtrekt (‘Laat maar, je begrijpt me toch niet.’). Waarom gaan we, ondanks de pijn die het oplevert, toch steeds met die duivelse dialogen door? “Om een reactie aan de partner te ontlokken”, aldus Sue. “Een negatieve reactie is nog altijd beter dan helemaal géén. Nul respons betekent namelijk: geen verbinding maken en alleen achterblijven. Iets ergers is voor een mens niet denkbaar.”

Ik heb je nodig

Het gaat Sue erom dat mensen zien wat er van binnen gebeurt als hun behoeftes niet worden vervuld. “Het probleem is niet de ruzie, maar het gevoel van afstandelijkheid en eenzaamheid die daaraan vooraf gaat. De angst die dat veroorzaakt kan twee reacties opleveren: of je trekt je terug in een poging jezelf te sussen en te beschermen, of je klampt je aan de ander vast en gaat eisen stellen, in een poging hem of haar troost en geruststelling te ontfutselen. In beide gevallen zeg je eigenlijk: ‘geef me aandacht, blijf bij me, ik heb je nodig’. Alleen hoort de ander dat meestal niet.”

Als partners die boodschap bij elkaar leren herkennen en daar op een positieve manier op reageren, voorkomen ze dat ze steeds weer in destructieve discussies belanden. Dus zeg liever: ‘Ik voel me niet serieus genomen’, in plaats van ‘Ik moet ook tien keer hetzelfde vragen!’. Of antwoord: ‘Ik wist niet dat je je zo voelde’, in plaats van ‘Zit toch niet altijd zo te zaniken’. Door in te zien en toe te geven dat je emotioneel afhankelijk van elkaar bent, versterk je volgens Sue de onderlinge band. Niet alleen dat, het maakt dat je je als mens, sterker, zelfstandiger en meer de moeite waard voelt.

Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat koppels, nadat ze Emotionally Focused Therapy hebben gedaan, in ongeveer in driekwart van de gevallen weer gelukkig met en in hun relatie zijn. Dat succespercentage ligt veel hoger dan bij andere vormen van relatietherapie. Volgens Sue komt dat, omdat die vooral de symptomen – ruzies, machtsmisbruik, gebrek aan communicatie – bestrijden, en niet de achterliggende oorzaken. “Als je niet begrijpt waarom je je telkens zo bang, onbegrepen of verdrietig voelt, kun je praten tot je een ons weegt; dan los je niets op. Bovendien: het draait hier om eerste levensbehoeftes, zoals aandacht en waardering. Daar kun je niet over onderhandelen of contracten over sluiten, zoals therapeuten vaak graag willen.”

Bang

Die duivelse dialogen herkennen en veranderen is gemakkelijker gezegd dan gedaan, zeker als je er al jaren in vastzit. Vandaar dat een Sue een praktische methode heeft ontwikkeld, waarbij je als stel samen zeven gesprekken doorloopt, en zo geleidelijk leert op een andere manier op elkaar te reageren. Dat kun je zelf doen, met behulp van haar boek Houd me vast. Of je kunt naar een EFT-therapeut gaan. Daarvan zijn er inmiddels ruim dertig in Nederland. In de loop van 2009 worden er nog tientallen meer door Sue en haar collega’s opgeleid.

Maar wat nu als een van beide partners helemaal geen probleem ziet, of meent dat hij of zij niet kan veranderen? “Dan wordt het lastig”, geeft Sue toe. “Iemand die zegt ‘Ik heb geen probleem’ of ‘Zo ben ik nu eenmaal’ wil misschien best aan de slag, maar durft het niet, of weet niet hoe. Realiseer je dat die persoon bovenal bang is voor zijn emoties. Ruzie maken over het feit dat iemand niet mee wil werken heeft geen enkele zin, daarmee wordt de onderlinge afstand allen maar groter. Begrip tonen voor die angst is veel effectiever. Laat zien dat je partner een keus heeft in hoe hij met dat gevoel wil omgaan. Maar uiteindelijk moet het toch van hem of haar zelf komen. Er is immers maar één iemand die jou kan veranderen, en dat ben jij.”

[Kader]

Aan de slag met EFT?

  • Lees het boek Houd me vast – Zeven gesprekken voor een hechte(re) en veilige relatie van Sue Johnson (Uitgeverij Kosmom, adviesprijs: € 19,95).
  • Liever de hulp van een therapeut inschakelen? Kijk dan op www.emotionallyfocusedtherapy.nl. Daar vindt u een overzicht van alle EFT-therapeuten in Nederland.

 

PERSONAL COACHING september 26, 2009

Ingedeeld onder: 23 - Plus Woman — martevansanten @ 1:58 pm

020021

In het bedrijfsleven doen ze het al veel langer: naar een coach om te leren hoe je het beste uit jezelf kunt halen. Maar tegenwoordig kun je ook voor persoonlijke vragen en problemen bij een coach terecht.


  • ‘Op papier is mijn leven perfect, maar toch voel ik me ontevreden.’
  • ‘Ik sta altijd klaar voor anderen. Ondertussen weet ik eigenlijk niet meer wat ik zelf wil.’
  • ‘Het liefst zou ik mijn baan opzeggen en voor mezelf beginnen, maar ik durf niet goed.’
  • ‘Het is bij mij altijd ‘moeten’ in plaats van ‘willen’.
  • ‘Ik voel me totaal niet serieus genomen op mijn werk, maar ik heb geen idee hoe ik daar verandering in moet brengen.’
  • ‘Ik doe mijn kinderen én mijn werk tekort. Ik voel me altijd schuldig.’

Herken je je in één van deze uitspraken? Zo ja, dan kan een personal coach – ook wel life coach genoemd – misschien uitkomst bieden. Dat is iemand die je, door de juiste vragen te stellen, helpt om goede keuzes te maken en zo je leven weer (beter) op de rails te krijgen.

Luisterend oor

Nicole Koopman (36) is zo’n coach. Ze studeerde bouwkunde en communicatie en werkte tien jaar als communicatiemanager, toen ze erachter kwam dat het begeleiden van mensen haar veel meer voldoening gaf. Ze weet derhalve uit eigen ervaring hoe het voelt om ‘op het verkeerde pad’ te zitten. Wat is volgens haar de reden dat persoonlijke coaching de laatste jaren zo’n vlucht lijkt te nemen?

“Het leven wordt steeds ingewikkelder. We hebben meer mogelijkheden, maar moeten daarom ook meer keuzes maken. Er is grote behoefte aan een klankbord, een luisterend oor. Tegelijkertijd nemen we minder tijd voor elkaar. Ouders, vrienden, buren; iedereen is druk met zijn eigen leven. De coach neemt die rol – deels – over.”

Nicole coacht zowel mensen met persoonlijke als met werkgerelateerde vragen. “Eigenlijk zijn die twee niet goed te scheiden”, zegt ze. “Mensen komen hier omdat ze meer richting aan hun leven willen geven, of omdat ze assertiever willen worden. Dat soort vragen beperkt zich niet tot één aspect van het bestaan, maar gaat over alles wat je doet of denkt. Het komt regelmatig voor dat iemand die met een vraag of het werk bij me komt, na afloop van het coachingstraject vindt dat de relatie met haar man en kinderen ook verbeterd is.”

Ja maar

Het zijn evenveel mannen als vrouwen die zich bij Nicole melden. Het overgrote deel van hen is in tussen de 30 en de 55. Niet zo verwonderlijk, want juist in die levensfase worden de meest ingewikkelde keuzes gemaakt. Na een intakegesprek bepaalt Nicole hoeveel gesprekken ze denkt nodig te hebben om het gestelde doel te behalen. Meestal zijn dat er tussen de vijf en tien.

Vaak weten haar cliënten eigenlijk best wat ze willen, aldus Nicole. Het antwoord zit alleen verstopt, bijvoorbeeld onder allerlei angsten en onzekerheden.

“We kijken allemaal door een gekleurde bril de wereld in. Onze blik is gevormd door onze opvoeding, en door de ervaringen die we hebben opgedaan. Die maken dat mensen ‘ja maar…’ vragen gaan stellen. ‘Ja maar hoe moet het dan financieel?’ ‘Ja maar wat zal mijn omgeving er wel niet van denken?’ ‘Ja maar doe ik mijn kinderen niet tekort?’ Ik leer mensen hoe ze hun gekleurde bril af kunnen zetten. Welke ideeën en overtuigingen belemmeren je om verder te komen? Hoe realistisch zijn ze eigenlijk? Als je daar een antwoord op vindt, wordt het al een stuk makkelijker om knopen door te hakken.”

Nieuwe fase

Nicole heeft een hele reeks hulpmiddelen om mensen te helpen de boel voor zichzelf helder te krijgen. “Ik laat ze bijvoorbeeld een biografie schrijven of een collage maken. Of ze gaan ademhalingsoefeningen doen om tot rust te komen. In alle gevallen geldt: zij zijn uiteindelijk degene die het antwoord geven, niet ik.”

Voor elk gesprek geeft ze haar cliënten  huiswerk. “Erover praten is leerzaam. Maar als je de nieuwe inzichten niet in de praktijk toepast, verandert er nog niets.”

Begrip krijgen, dingen veranderen: het klinkt bijna als een therapie. Waarin verschilt coaching daar eigenlijk van?

“Simpel gezegd gaat therapie over het ‘genezen’ van oude wonden”, aldus Nicole. “Coaching is meer oplossings- en toekomstgericht. Actie ondernemen en iets nieuws creëren, daar draait het om. Aan het eind van een coachingstraject zijn de meeste mensen klaar om de volgende stap in hun leven te zetten.”

Anoniem

Mirjam Windrich (44) had al een bloeiende coachingspraktijk, toen zij drie jaar geleden besloot zich helemaal op het e-coachen toe te leggen. Coaching via de email dus.

“Ik spreek of zie mijn cliënten nooit”, vertelt ze. “Zelfs niet voor een kennismaking.  Gedurende het hele traject hebben we uitsluitend per email contact.”

Toen ze startte was Mirjam één van de weinige e-coaches in Nederland. Inmiddels heeft ze een stuk of dertig anderen opgeleid. “De vraag ernaar is enorm.”

Voor de duidelijkheid: de aanpak via de email is grotendeels dezelfde als bij coaching in levende lijve. Alleen de omgeving is anders.

Mirjam: “Communiceren via internet geeft mensen een veilig gevoel; je wordt niet op je vingers gekeken of afgeleid. Dat maakt het makkelijker om openhartig te zijn en snel ‘to the point’ te komen.”

Er zijn volgens haar nog meer voordelen.

“Niemand hoeft ervan te weten. Je kunt de opdrachten maken en mailen wanneer het jou uitkomt, desnoods midden in de nacht. Ervoor vrij nemen of een oppas regelen is niet nodig en je bent geen reistijd kwijt. Zelfs als je in het buitenland zit, kan de coaching gewoon doorgaan.”

Missen mensen het persoonlijke contact dan helemaal niet? Integendeel, aldus Mirjam. Volgens haar blijken ze het juist fijn te vinden om hun behandelaar niet te zien.

“Als cliënt hoef je je geen zorgen te maken over hoe je overkomt, of hoe de ander jouw reacties interpreteert. Gevoelens van schuld of schaamte spelen veel minder een rol. Voor verlegen mensen is het helemaal een uitkomst.”

Dagboek dat terugschrijft

Waar Nicole haar cliënten gemiddeld eens per twee weken ziet, heeft Mirjam gedurende een coachingstraject elke werkdag per mail contact.

“Dat is heel intensief ja, maar daardoor moet je wel met jezelf aan de slag. In de praktijk blijkt dat heel goed te werken. Door de juiste vragen te stellen houd ik iemand een spiegel voor. Mijn eigen mening doet daarbij niet ter zake; het gaat erom de ander te helpen meer zelfinzicht te krijgen. Zie het maar als dagboek dat terugschrijft en je vragen stelt waar je zelf niet opgekomen was.”

Het opschrijven van je gedachten is op zich ook al nuttig, vindt Mirjam.

“Het dwingt je goed na te denken en je opvattingen zorgvuldig te formuleren. Zo orden je ze, en kun je er vanaf een afstandje naar kijken. Bovendien heb je aan het eind een compleet verslag van alles wat we besproken hebben. Dat kun je op een later moment altijd nog eens rustig teruglezen.”

In principe is e-coaching voor iedereen geschikt, meent ze.

“Voorwaarde is wel dat je het leuk vindt om te schrijven en dat je redelijk kunt typen. Zo niet, dan kan je er beter niet aan beginnen.”

[Kader]

Hoe vind je een goede coach?

Coach is een onbeschermd beroep; iedereen mag zich in principe ‘coach’ noemen. Dat maakt het lastig om op voorhand te beoordelen of iemand goed is of niet. Vraag naar de opleidingen en kwalificaties die hij of zij heeft. Gebruik het intakegesprek om te beoordelen of u iemand vertrouwt. Op www.nobco.nl, de website van de Nederlandse Orde van Beroepscoaches, kunt u op specialisatie en regio een coach bij u in de buurt zoeken. Lang niet alle coaches zijn hier echter bij aangesloten.

[Kader]

Wat kost het?

De tarieven voor (e)coaching variëren van enkele tientjes tot honderden euro’s per uur. Nicole Koopman hanteert voor persoonlijke coaching een tarief van € 60 à € 90 per uur, afhankelijk van het aantal gesprekken. Een week e-coaching bij Mirjam Windrich met iedere werkdag contact, opdrachten en oefeningen kost, € 325. Voor drie weken is dat € 650 en voor vijf weken € 950. Of het nu per email of in levende lijve is, coaching wordt door de meeste zorgverzekeraars (nog) niet vergoed. Daar staat tegenover dat er meestal geen wachtlijst is.

[Kader]

Meer weten?

  • Meer informatie over Mirjam Windrich (en andere, door haar opgeleide e-coaches) is te vinden op www.mirjam.nu. Zij schreef ook een boek over het onderwerp, Het succes van online coaching (Uitgeverij Het Spectrum), ISBN 9789027497383).
  • Op www.hartenziel.nl (van De Volkskrant) staan uitleg en oefeningen over onderwerpen als ‘Ken jezelf’, ‘Word je eigen leider’ en ‘Beslissen doe je zo’. U maakt een profiel aan (kan anoniem) en krijgt opdrachten waar u in een digitaal dagboek over schrijft. De dagboeken zijn voor alle deelnemers te lezen, zodat je van elkaar leert.

[Testimonial]

Naam: Katja Hartmann

Leeftijd: 52

Relatie: getrouwd

Kinderen: twee dochters van 15 en een zoon van 12

Werk: eigenaar Kreukels&Zo en medewerker bij internetreisbureau (beide 15 uur per week)

“Ik wist dat ik voor mezelf wilde beginnen. Maar met wat voor bedrijf? Via via hoorde ik goede verhalen over coach Nicole Koopman. Misschien kon zij me helpen het antwoord te vinden. Kort daarvoor was ik vijftig geworden. Het voelde als een wake-up call: als ik nu niet voor mezelf aan de slag ga, komt het er nooit meer van.

Voor elk gesprek kreeg ik huiswerk. Opschrijven wat ik wel en niet leuk vond om te doen bijvoorbeeld. En hoe mijn ideale week eruit zou zien. Een heel leuke opdracht was als 80-jarige een brief te schrijven waarin ik terugkeek op mijn leven.

Gaandeweg werd steeds duidelijker wat ik wilde: afwisseling, praktisch bezig zijn en mensen helpen. Zo ontstond het idee om als personal assistent aan de slag te gaan. Alles waar mensen zelf geen tijd voor hebben, of waar ze tegenop zien, kunnen ze aan mij vragen. Laatst heb ik voor een stel hun huis van onder tot boven opgeruimd om het ‘verkoopklaar’ te maken. Maar ik zoek desgewenst ook een schoonmaakster, of regel alles voor een feestje.

In totaal heb ik Nicole vijf keer gesproken. Na afloop wist ik niet alleen wat ik wilde doen; mijn bedrijf stond zelfs al op poten! Het leuke is dat de coaching eigenlijk nog steeds doorgaat, alleen doe ik het nu zelf. Als ik met een dilemma zit, zet ik de voor- en nadelen op papier. Dat helpt me om mijn gedachten te ordenen. En om beter voor mijn eigen mening op te komen. Daar pluk ik niet alleen in mijn werk de vruchten van, maar zeker ook als moeder.”

Voor meer informatie: www.kreukelsenzo.nl of katja@kreukelsenzo.nl.

[Testimonial]

Naam: Hannah van Dam

Leeftijd: 42

Relatie: single

Kinderen: twee dochters van 11 en 7

Werk: doktersassistente

“Begin 2007 was ik behoorlijk de weg kwijt. De nieuwe directie op mijn werk maakte me het leven zuur. Een goede vriend op wie ik verliefd was geworden, beantwoordde mijn gevoelens niet. Langzaam zakte ik in een depressie weg. Toen ik op een avond helemaal in paniek raakte omdat de port op was – ik dronk op dat moment vijf, zes glazen per dag om mijn malende gedachten tot rust te brengen – wist ik: nu moet ik hulp zoeken.

Naar de huisarts gaan was geen optie. Alle dokters in het dorp kennen elkaar, en ik wilde niet dat mijn baas over mijn moeilijkheden zou horen. Bovendien, als ik tegenover iemand zit, heb ik de neiging om mijn problemen te bagatelliseren.

Al surfend op internet kwam ik op de site van Mirjam terecht. Ik had nog nooit van e-coaching gehoord, maar ik heb haar meteen gemaild met de vraag of zij me kon helpen mijn leven weer op de rails te krijgen. Wat een verademing om anoniem met iemand te kunnen ‘praten’! Het persoonlijke contact heb ik geen seconde gemist. Integendeel, ik voelde me vrijer om alles te vertellen, juist omdat ik haar niet zag.

Mirjam heeft me zes weken begeleid. Ik heb niemand daar ooit iets over verteld. De opdrachten maakte ik ’s avonds, als de kinderen in bed lagen. Dan zat ik snikkend uren te typen. Ik schreef over mijn jeugd, mijn mislukte relaties – al het oud zeer kwam boven. Maar toen ik dat er eenmaal uit had gegooid, was ik er ook echt klaar mee.

Door het coachingstraject begrijp ik nu beter hoe ik in elkaar zit. En waarom ik doe wat ik doe. Dat geeft me rust. Ik kan oprecht zeggen dat ik me nog nooit zo goed over mezelf heb gevoeld als nu. Het feit dat ik mijn problemen ‘alleen’, achter mijn eigen computer heb opgelost, maakt de voldoening nóg groter.”

Om privacyredenen is de naam van Hannah veranderd.

 

NOOIT MEER BANG VOOR DE TANDARTS juni 20, 2009

Ingedeeld onder: 23 - Plus Woman — martevansanten @ 9:02 am

Scannen0011Scannen0012

 

Ruim 400.000 Nederlanders worstelen ermee: een tandartsfobie. Ze zijn zo bang voor de tandarts, dat ze er niet naartoe durven. Nog veel meer mensen lijden weliswaar niet aan een fobie, maar zien er wel tegenop om naar de tandarts te gaan.

 

Iedereen is wel eens bang. Dat is heel gezond: veel angsten, zoals voor ongelukken of hoogtes, beschermen je tegen gevaar. Maar je kunt ook een angst ontwikkelen voor iets dat in werkelijkheid helemaal geen risico oplevert. Wordt die vrees zo erg dat hij je dagelijks leven beïnvloedt, dan spreekt men van een fobie. Zo’n 12% van alle Nederlanders lijdt aan een fobie. De meest voorkomende? Angst voor de tandarts.

 

Ben je bang voor spinnen of liften, dan kun je die over het algemeen goed vermijden. Maar met de tandarts is dat lastiger. Bij heftige kiespijn moet je er wel naartoe voor een behandeling. Die onontkoombaarheid verklaart waarom tandartsangst zo vaak voorkomt. Naarmate het tandbederf en de pijn toenemen, wordt de vrees voor wat je in de tandartsstoel te wachten staat steeds erger. Dat, en de schaamte die er vaak bij komt kijken, maakt dat maar weinig mensen hulp zoeken. Helaas, want aan tandartsangst is prima wat te doen.

 

Schooltandarts

“Een tandartsfobie ontstaat bijna altijd op jonge leeftijd, nadat een kind een traumatische ervaring bij de tandarts heeft gehad”, vertelt angsttandarts en psycholoog Ad de Jongh. “Nare ervaringen worden zestien keer intenser beleefd dan ‘neutrale’. Bovendien kan er een negatieve overtuiging uit ontstaan. ‘Tandartsen doen me altijd pijn’, bijvoorbeeld. Als je er niets aan doet, kun je daar de rest van je leven last van houden.”  

 

Vooral de schooltandarts heeft in het verleden grote schade aangericht, aldus De Jongh. “Veel veertigers en vijftigers herinneren het zich nog als de dag van gisteren. Met z’n tweeën of drieën tegelijk werden ze behandeld, zodat ze bij elkaar zagen wat een vreselijke dingen de tandarts deed. In die tijd stond niemand er bij stil dat het misschien verstandiger was om een ouder of een andere vertrouwde persoon mee te laten gaan. Bovendien waren de gebitten veel slechter dan nu, en gebruikte men nauwelijks verdovingen. Al met al was het een ware kweekvijver voor tandartsangst.”

 

De Jongh is bijzonder hoogleraar angst- en gedragstoornissen aan het Academisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam (ACTA), waar hij onderzoek doet naar tandartsfobieën. Zo ontdekte hij dat angst voor de tandheelkundige behandeling niet zozeer ontstaat door een extreme pijnervaring, als wel door het gevoel van hulpeloosheid dat patiënten in de tandartsstoel ervaren. “Mensen met een tandartsfobie hebben het idee dat ze geen controle over de situatie hebben. Ze zijn letterlijk en figuurlijk overgeleverd aan de wil van de tandarts, zo voelen ze dat. Met als gevolg dat ze bijvoorbeeld gaan zweten, trillen, hyperventileren of misselijk worden. Alleen de gedachte aan de tandarts kan al zulke symptomen oproepen. Vandaar dat veel mensen met een tandartsfobie zich helemaal niet meer laten behandelen.”

 

Vertrouwen

Ben je bang om naar de tandarts te gaan, praat daar dan met hem of haar over. De Jongh: “De meeste tandartsen zijn goed in staat hun patiënten gerust te stellen. Het belangrijkste is dat hij of zij de behandeling voorspelbaar maakt door je precies uit te leggen wat er op welk moment gaat gebeuren. Zo ontstaat er een vertrouwensband. En door met hem of haar af te spreken dat je de behandeling op elk moment kunt stoppen, bijvoorbeeld door je hand op te steken, krijg je het gevoel van controle terug.”

 

Als je zo angstig bent dat je helemaal niet meer naar de tandarts durft, kan een speciale angsttandarts uitkomst bieden. De Jongh: “Angsttandartsen hebben een aanvullende opleiding van drie jaar gehad, waarin ze alles leren over hoe fobieën ontstaan en vooral ook hoe je er weer vanaf kunt komen. Een patiënt die bij ons komt, krijgt eerst een intakegesprek, zodat we precies weten met wat voor angst we te maken hebben en waar die vandaan komt. Op basis daarvan wordt een behandelplan opgesteld. Soms kunnen we direct aan de slag. Is de angst te erg, dan passen we eerst exposuretherapie toe.”

 

Exposure

Als je ergens heel bang voor bent, probeer je dat uit alle macht te vermijden. Door middel van exposure – letterlijk ‘blootstelling’ – leer je dat de werkelijkheid veel minder erg is dan de angstige verwachting. De Jongh: “Om van de tandartsangst af te komen helpt het vaak om de ‘enge’ situatie juist op te zoeken. Je confronteert iemand letterlijk met zijn of haar ergste nachtmerrie. Door langzaam te wennen aan het geluid en gevoel van de boor bijvoorbeeld. De horrorverhalen die iemand zichzelf al die tijd heeft voorgehouden, worden zo vervangen door realistische, positieve ervaringen.”

 

Exposuretherapie werkt over het algemeen heel goed. Maar soms is die aanpak alleen niet voldoende, aldus De Jongh. “Driekwart van de mensen met een tandartsfobie heeft daarnaast nog andere angststoornissen, of lijdt aan een depressie of een posttraumatische stressstoornis. In zo’n geval is het wel eens verstandig om eerst naar een psycholoog of psychotherapeut te gaan. Daar werken we dan ook regelmatig mee samen.”

 

In de meeste Europese landen worden kalmerende medicijnen voorgeschreven aan patiënten met een tandartsfobie. Of ze worden onder volledige narcose behandeld. Ook in Nederland zijn er (privé)klinieken die een behandeling onder narcose bieden. De Jongh is er niet blij mee. “Met medicatie ga je de confrontatie uit de weg. Op de korte termijn lijkt dat een uitkomst. Maar in feite los je daardoor niets op. De angst blijft immers bestaan, en daarmee ook de zenuwen voor de tandarts en het schaamtegevoel dat daar vaak bij komt kijken.”

 

Pijnloos

De laatste jaren neemt het aantal mensen met een tandartsfobie langzaam af. Dat is onder andere het gevolg van allerlei nieuwe tandheelkundige technieken. De Jongh: “We kunnen steeds fijner en preciezer werken. Bovendien zijn er grote stappen gezet in de pijnbestrijding. Als je dat niet wilt, hoef je tegenwoordig helemaal niets meer van de behandeling te voelen.”

 

Ook niet onbelangrijk: tijdens de opleiding tot tandarts is er veel meer aandacht voor hoe patiënten zich voelen. Aan de universiteiten van Amsterdam krijgen studenten zelfs standaard het vak ‘tandartsangst’ onderwezen. Maar misschien wel de allerbelangrijkste verandering is dat het gemiddelde gebit anno 2009 in een veel betere conditie verkeert dan twintig of dertig jaar geleden, aldus De Jongh. “Er is gelukkig steeds meer aandacht voor goede gebitverzorging. Minder gaatjes betekent: minder behandelingen, minder kans op nare ervaringen, en daarmee minder kans op een tandartsfobie.”

 

 

Doodsbang was Ria Stoot-Droge (45), toen ze zich bij de Stichting voor Bijzondere Tandheelkunde (SBT) in Amsterdam meldde. Na een behandeling van een jaar is ze nog niet helemaal van haar angst af, maar durft ze in ieder geval weer naar de tandarts.

“Ik kan me niet herinneren dat ik ooit niet bang voor de tandarts ben geweest. Als kind moest ik naar een vreselijke man, een echte slager. Sindsdien ben ik panisch voor alles wat er in mijn mond moet gebeuren.

Eenmaal volwassen vertelde ik mijn tandarts elke keer dat ik doodsbang was, maar hij nam me totaal niet serieus. Sterker nog, als ik aangaf dat hij met de behandeling moest stoppen, negeerde hij dat. Een week voordat ik naar hem toe moest was ik bloednerveus en sliep ik amper. In de stoel zat ik te trillen. Het zweet stond in mijn handen en ik had last van hyperventilatie. Toch bleef ik gaan; een gezond gebit is tenslotte hartstikke belangrijk. Pas toen hij mijn dochter tijdens het boren ongelofelijk veel pijn deed, was de maat vol. Daarna ben ik vier jaar niet meer naar de tandarts geweest.

Ik was zo bang geworden, dat ik bereid was mijn gebit te laten verrotten en een kunstgebit te nemen. Tot ik kiespijn kreeg. Op internet kwam ik erachter dat er speciale hulp is voor mensen zoals ik. Had ik dat maar eerder geweten!

Bij de SBT kreeg ik eerst een gesprek. Heerlijk, dat er eindelijk naar me werd geluisterd. Ik schaamde me ontzettend voor mijn angst – dat hoort toch niet bij een volwassen vrouw? – maar de tandarts daar vond het heel normaal.

Vooraf legde de tandarts precies uit wat ze ging doen. Eerst één seconde boren, toen twee, toen drie. Zo kon ik langzaam wennen. En omdat er een speciale voorverdoving in de vorm van een gel op mijn tandvlees was gesmeerd, voelde ik helemaal niets. Zelfs niet van de verdovingsprik!

Inmiddels heb ik vier behandelingen achter de rug. Nu moet ik terug naar een gewone tandarts. Daar zie ik best tegenop – ik zal altijd een beetje bang blijven. Maar ik weet nu in ieder geval: een behandeling zonder pijn kan écht.”

 

 

[Kader]

Meest voorkomende fobieën in Nederland

  Fobie voor

% van de bevolking

Aantal mensen

1 Tandheelkundige behandeling

3,7%

607.847

2 Hoogtes

3,1%

509.277

3 Spinnen

2,7%

443.564

Totaal aantal fobieën

12,0%

1.971.396

Bron: Academisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam, 2009

 

[Kader]

Tips voor mensen met angst die wel naar de tandarts durven

  • Realiseer je dat de tandheelkunde de laatste jaren sterk is verbeterd. De spookverhalen van vroeger zijn allang verleden tijd.
  • Ben je bang om een behandeling te ondergaan, praat erover met je tandarts. Hij is er dan op voorbereid en kan eventueel extra tijd voor je nemen.
  • Laat je informeren over wat je precies te wachten staan: wat gaat er gebeuren en waarom? Overweeg of je het prettig vindt om tijdens de behandeling in een spiegel mee te kijken.
  • Ben je bang voor pijn? Sta er op dat je verdoofd wordt.
  • Spreek met je tandarts een teken af, zoals het opsteken van je hand, waarop hij met de behandeling stopt.
  • Afleiding kan ook goed helpen. Vraag bijvoorbeeld of je naar (zelf meegenomen) muziek kunt luisteren tijdens de behandeling.
  • Heeft je tandarts geen begrip voor je angst? Schaam je er dan niet voor een andere tandarts te zoeken die wel uitleg geeft en begrip toont voor je wensen.

Bron: Ad de Jongh, ‘Angst voor de tandarts’ (2006).

 

[Kader]

Stappenplan voor mensen met angst die NIET naar de tandarts durven

  • Stap 1: Praat erover met anderen. Gebruik hun hulp om je te motiveren en om de juiste tandarts te vinden.
  • Stap 2: Maak (zelf!) een afspraak voor een controle van je gebit, maar spreek met de tandarts af dat er dan verder niets gedaan wordt. Het eerste bezoek is om elkaar te leren kennen en te kijken of het klikt.
  • Stap 3: Bereid je afspraak met de tandarts goed voor. Wat wil je wel en wat beslist niet? Als je denkt dat je te gespannen bent om je verhaal te vertellen, of dat je dingen vergeet, schrijf je ideeën en vragen dan op.
  • Stap 4: Schakel anderen in om je te helpen je aan je afspraak te houden. Laat iemand meegaan om er zeker van te zijn dat je niet op het laatste moment afhaakt, om je te steunen tijdens zo’n eerste bezoek of om het woord te doen als de emoties je teveel worden.

Zit je angst te diep om deze stappen te zetten? Neem dan contact op met een Centrum voor Bijzondere Tandheelkunde. Daar werkenspeciaal opgeleide tandartsen en psychologen samen om de angst hanteerbaar te maken. Op de website www.cobijtl.nl vind je een overzicht van alle centra voor bijzondere tandheelkunde in Nederland.

Bron: Ad de Jongh, ‘Angst voor de tandarts’ (2006).

 

[Kader]

Meer lezen?

  • Ad de Jongh, Angst voor de tandarts (Koninklijke Van Gorcum BV, 2006), ISBN 90 232 4055 3, adviesprijs € 37,50.
 

PSORIASIS: STEEDS BETER TE BEHANDELEN april 22, 2009

Ingedeeld onder: 23 - Plus Woman — martevansanten @ 12:33 pm

scannen0016scannen0017

Rode plekken, schilfers, jeuk: mensen met de huidziekte psoriasis hebben er soms hun hele leven last van. Kwaad kunnen de plekken niet, maar de impact ervan op het leven van de 350.000 patiënten (van wie de meeste 40-plussers) is vaak groot. Al was het maar omdat mensen in de omgeving ze ‘vies’ vinden, of denken dat ze besmettelijk zijn (niet waar). Gelukkig komen er steeds meer middelen op de markt om psoriasis goed te behandelen. 

 

Foutje in de afweer

Psoriasis is een veelvoorkomende, chronische huidziekte. Een normale huid vernieuwt zich elke maand. Huidcellen doen er 28 tot 30 dagen over om te rijpen en worden dan afgestoten. Bij patiënten met psoriasis verloopt dat proces veel sneller, namelijk in drie tot vier dagen. De onrijpe huidcellen hopen zich op en vormen daarbij rode, schilferende plekken. De oorzaak is een overactief afweersysteem. Dat valt als het ware de eigen huid aan, waardoor er te snel en teveel nieuwe huidcellen worden aangemaakt. Hoe dit ‘foutje’ in het afweersysteem ontstaat weet men niet. En dan is er nog de erfelijkheidskwestie: iemand met psoriasis heeft 10% kans om de aandoening door te geven aan zijn of haar kinderen. Hebben beide ouders de ziekte, dan is die kans 50%. Overigens is de ernst van de klachten niet erfelijk. Een ouder kan veel last hebben en een kind bijna niet, of andersom.

Zo’n 80% van de patiënten heeft de variant psoriasis vulgaris, herkenbaar aan de munt- tot handpalmgrote rode plekken die vaak gepaard gaan met huidschilfers en jeuk. Soms kunnen de plekken ook pijnlijk zijn en bloeden. De grootte en de hoeveelheid aangetaste huid verschillen van persoon tot persoon. Over het geheel genomen heeft tweede derde van de patiënten een lichte vorm (plekken op minder dan een kwart van het lichaam) en een derde een matige of ernstige vorm. De ziekte kan ook de nagels aantasten, waardoor die dik worden, putjes krijgen en ontkleuren. Ongeveer 30% van de patiënten krijgt last van pijnlijke gewrichten. Maar het ergst zijn toch de psychische gevolgen. Die kunnen, afhankelijk de heftigheid en de zichtbaarheid van de plekken, heel groot zijn. Veel patiënten schamen zich voor hun uiterlijk. Ze houden hun huid zoveel mogelijk bedekt en durven bijvoorbeeld niet te gaan zwemmen of naar de sauna. Kinderen met psoriasis worden vaak gepest. Dat kan onzekerheid en zelfs depressie tot gevolg hebben. Patiënten met een kinderwens staan voor een lastige keus. Ze weten niet of hun kind de aandoening zal krijgen en zo ja, hoe heftig die dan zal zijn.

 

Niet te genezen, wel te verminderen

Hoe de ziekte zich ontwikkelt verschilt van patiënt tot patiënt. Meestal ontstaan de klachten tijdens de pubertijd. Omdat de ziekte niet te genezen is, houden patiënten die de rest van hun leven. Soms worden de symptomen erger met het ouder worden, soms nemen ze juist af; je weet niet wat je kunt verwachten. Voor veel mensen is het moeilijk om met die onzekerheid om te gaan. Stress, (keel)infecties, verwondingen aan de huid en bepaalde medicijnen (bijvoorbeeld antimalariapillen) kunnen de klachten verergeren. Het is voor patiënten zaak die zoveel mogelijk te vermijden.

Maar wat je ook doet en hoe goed je ook oplet, psoriasis is niet te genezen. Wel zijn er verschillende manieren om de symptomen te verminderen. Mensen met lichte klachten hebben vaak genoeg aan een crème of zalf, waarmee ze de aangetaste plekjes kunnen insmeren. Werkt dat niet, of zijn er heel veel plekken, dan is er de optie van lichttherapie. Een lichtkuur (met UV-stralen) duurt meestal zes tot twaalf weken. Gedurende die periode gaat een patiënt meerdere keren per week naar een dagbehandelcentrum. Als ook de lichttherapie niet het gewenste resultaat oplevert, zijn er diverse medicijnen. Helaas heeft een aantal daarvan serieuze bijwerkingen, zoals problemen met de lever of de nieren.

 

Voor wie zijn die Biologicals?

Bij zo’n 10% van de patiënten met matige tot ernstige psoriasis hebben zalven, lichttherapie en medicijnen onvoldoende effect. Zij komen in aanmerking voor behandeling met een nieuwe methode, de zogenaamde biologicals. Dat zijn geneesmiddelen, gemaakt van nagemaakte menselijke eiwitten. Biologicals gaan dat deel van afweersysteem dat de huidproblemen veroorzaakt te lijf. Op die manier worden bestaande ontstekingen verminderd en nieuwe ontstekingen (deels) voorkomen.

Biologicals worden toegediend met een injectie of infuus. In sommige gevallen zal dat in het ziekenhuis gebeuren, vaak kunnen patiënten ook leren de injecties zelf thuis toe te dienen. Helaas kunnen ook biologische geneesmiddelen psoriasis niet genezen. Dat betekent dat de behandeling vaak langdurig zal zijn.

De resultaten de behandeling zijn goed. Bij driekwart van de patiënten neemt het aantal plekken met meer dan de helft af. Bij 50% is dat zelfs meer dan driekwart. En het lijkt erop dat de biologische geneesmiddelen weinig bijwerkingen geven. De behandeling is relatief nieuw, dus artsen weten nog niet veel over de mogelijke bijwerkingen op lange termijn. Omdat de middelen invloed hebben op het afweersysteem, moeten patiënten extra voorzichtig zijn als ze een infectie oplopen. Om die reden, en om zoveel mogelijk gegevens over de lange termijneffecten te verzamelen, blijven mensen die biologicals gebruiken voor lange tijd onder controle van de dermatoloog.

Biologicals zijn erg duur om te maken. Vandaar dat het voorschrijven ervan aan strenge voorwaarden gebonden is. Een patiënt moet een ernstige vorm van psoriasis hebben, of de ziekte moet een serieuze psychische belemmering voor hem of haar vormen. Bovendien dient te zijn aangetoond dat andere medicijnen niet (voldoende) werken of teveel bijwerkingen geven. De dermatoloog vraagt de vergoeding bij uw ziektekosten verzekeraar aan.

De behandeling van psoriasis (en andere huidziektes) met biologische geneesmiddelen is volop in ontwikkeling. Zo is er een nieuwe generatie biologicals in de maak, waarvan de resultaten nog beter zijn. Verder wordt er gewerkt aan nieuwe medicijnen die min of meer hetzelfde werken als een biological; die zijn goedkoper en eventueel zelfs uitwendig (bijvoorbeeld in de vorm van een zalf) te gebruiken. Misschien wel de belangrijkste ontwikkeling is maatwerk. Iedere patiënt heeft zijn eigen psoriasis. Door exact te bepalen wat het probleem is en daar de juiste behandeling bij te zoeken, kunnen patiënten steeds beter geholpen worden.

Maar omdat biologicals een relatief nieuwe behandelvorm zijn, werken nog niet alle dermatologen ermee. Ook willen sommige artsen eerst afwachten wat de mogelijke lange termijneffecten zijn. Denkt u dat u baat kunt hebben bij biologicals, bespreek dat dan met uw dermatoloog. Geeft hij aan u niet te kunnen helpen, laat u dan doorverwijzen naar een collega.

Met medewerking van prof. dr. Peter van de Kerkhof van het Radboud Ziekenhuis in Nijmegen. Zijn onderzoeksgroep is gespecialiseerd in de huidziekte psoriasis en internationaal toonaangevend als het gaat om de ontwikkeling van nieuwe therapieën voor de aandoening. 

 

[Kader]

Psoriasis wereldwijd

Naar schatting heeft zo’n 2 à 3% van alle mensen in de wereld psoriasis. Daarmee is het een van de meest veelvoorkomende huidaandoeningen ter wereld. Psoriasis komt vaker voor bij mensen met een blanke dan met een getinte huidskleur. Europa telt ongeveer 14,5 miljoen patiënten. In Nederland zijn dat er zo’n 350.000 (ruim 3 op de 100 mensen). Tweederde van de patiënten heeft een lichte vorm van de ziekte, een derde een matige tot ernstige vorm.

 

[Kader]

Meer weten?

  • Algemene informatie: www.psoriasis.nl
  • Het Huidfonds: www.huidfonds.nl of 026 – 445 27 25
  • Patiëntenvereniging Psoriasis Vereniging Nederland: www.pvnnet.nl of 070-3838003 (Psoriasis-informatielijn)
  • Psoriasis Federatie Nederland: www.psoriasis-fn.nl (met contactgegevens van alle regionale afdelingen)

 

[Kader]

Henny Sonnenschein (50, getrouwd, twee dochters van 22 en 20) lijdt al sinds haar negende aan psoriasis. Ze had alle behandelmethoden geprobeerd, toen ze anderhalf jaar geleden over de nieuwe biologicals hoorde. Sinds ze die gebruikt, heeft ze veel minder last van de aandoening.

Zolang als ik me kan herinneren heb ik al huidklachten. Bij mijn variant van psoriasis, guttata, krijg je kleine rode plekjes over je hele lichaam. Ik heb ze op mijn hoofd, rug, buik, armen en benen. De plekjes zijn continu geïrriteerd en vaak ook schilferig. Vooral ’s avonds en ’s nachts kunnen ze enorm jeuken. Ondanks mijn ziekte probeer ik zo’n normaal mogelijk leven te leiden. Ik ga dus wél zwemmen, en naar de sauna. Maar ik doe pas op het laatste moment mijn badjas uit. Omdat het zo zichtbaar is, kijken mensen je altijd raar aan. Dat is heel naar, ja. 

Van kinds af aan behandel ik de plekken met zalf. Dat is lastig als het er zo ontzettend veel zijn; je slaat er altijd wel een paar over. Bovendien wordt je huid erg dun als je de zalf lang gebruikt. De combinatie met lichtbehandeling werkte goed, maar omdat ik voltijd werk was dat praktisch gezien onhandig. Voor zo’n behandeling moet je namelijk gedurende een aantal maanden meerdere keren per week naar een kliniek. Ik heb ook medicijnen geprobeerd, verschillende soorten zelfs. Maar ik kreeg erg veel last van bijwerkingen, zoals een minder goed werkende lever en ernstige diarree. Dat was voor de lange termijn dus ook geen oplossing.

Ik had me er min of meer bij neergelegd dat het nooit meer beter zou worden, toen ik tijdens een voorlichtingsbijeenkomst van de patiëntenvereniging over de nieuwe behandelmogelijkheid met biologicals hoorde. Ik heb mijn dermatoloog er meteen om gevraagd. Helaas weigerde die me de middelen voor te schrijven. Ik kon best uit de voeten met de bestaande behandelopties, vond hij. Bij een andere dermatoloog vond ik gelukkig wel gehoor.

Ik gebruik de biologicals nu anderhalf jaar en het effect is geweldig; de plekken zijn zeker met driekwart afgenomen. En ook de jeuk is stukken minder. Zelfs in de winter, terwijl de klachten dan normaal gezien juist erger worden! De middelen moeten ingespoten worden, net als insuline. Gelukkig kan ik dat thuis doen, zodat het mijn werk niet belemmert. Of ik me geen zorgen maak over mogelijk bijverschijnselen op lange termijn? Een beetje wel. Maar het feit dat ik voor het eerst in veertig jaar bijna ‘vlekvrij’ ben, weegt voor mij ruimschoots op tegen de mogelijke risico’s.”

 

KOPEN MET JE HART april 22, 2009

Ingedeeld onder: 23 - Plus Woman — martevansanten @ 12:32 pm

scannen0014scannen0015

 

Economen hebben lang gedacht dat mensen wandelende rekenmachines waren, die steeds verstandelijk beredeneren wat voor hen de juiste beslissing is. De laatste jaren zijn ze echter van dat idee terugkomen. Want wat blijkt? Menselijk gedrag wordt grotendeels bepaald door emoties, óók als het om financiële  beslissingen gaat.

 

 

We maken het allemaal wel eens mee. Je staat in de supermarkt en je twijfelt: koop je de grote zak drop of de kleine? Economisch gezien is het verstandig de grootst mogelijke verpakking in je mandje te doen; die is verhoudingsgewijs namelijk het goedkoopst. Toch kiezen de meeste mensen ervoor het kleine, maar duurdere zakje aan te schaffen. Zo komen ze immers niet in de verleiding om in één keer een kilo snoep op te eten. Financieel een onverstandig besluit, maar voor de lijn heel wijs! 

 

Liever nú die schoenen

In ons hoofd wordt de hele dag door een strijd gevoerd: doen we wat op de lange termijn goed voor ons is, of wat ons nu, op dit moment, voldoening geeft? Rationeel weten we meestal wel wat het verstandigste besluit is, alleen gedragen we ons daar niet altijd naar. Dat zit hem niet in een gebrek in kennis – we weten best dat het goed is een financieel potje aan te leggen voor moeilijke tijden, en om geld apart te zetten voor je pensioen. Nee, het is eerder een gebrek aan zelfbeheersing. We willen ons gedrag best veranderen, maar we stellen het steeds uit.

Neuroneconomie is de wetenschap die bestudeert wat er in onze hersenen gebeurt als we economische keuzes maken. En wat blijkt? Tussen onze oren zit een lange termijnplanner, die verstandige keuzes maakt voor de toekomst, en een doener, die nu plezier wil beleven. MRI-scans van de hersenen laten zien dat als je een onmiddellijke beloning wordt voorgehouden, de doener tussen de oren het steeds weer wint. Liever nu mooie, dure schoenen kopen dus, dan het geld apart zetten voor later.

Behalve dat we een planner en een doener in ons hoofd hebben, blijken onze hersenen dezelfde hoeveelheid geld de ene keer meer waard te vinden dan de andere. Stel, je hebt voor vijftig euro een kaartje voor het theater gekocht. Aangekomen bij de Schouwburg blijk je het kaartje te zijn kwijtgeraakt. Wat doe je?

Een ander scenario. Je gaat naar de schouwburg om een kaartje voor een toneelstuk te kopen. Bij de kassa kom je erachter dat je onderweg vijftig euro bent verloren. Wat nu?

De meeste mensen kopen in de eerste situatie niet, en in de tweede situatie wel een kaartje. De reden: in het eerste geval lijkt het of je honderd euro voor het toneelstuk over moet hebben, in het tweede geval voelt dat niet zo. Mental accounting, noemen economen dat principe, ofwel: boekhouden tussen je oren. 

 

Plastic doet geen pijn

Een ander voorbeeld van mental accounting is dat onverwachte meevallers veel makkelijker worden uitgegeven dan zuurverdiend geld. Hoe meer moeite je ervoor hebt moeten doen, hoe zuiniger je op je centen bent. Nog zoiets: mensen bieden op een veiling veel meer voor een kunstwerk als ze met een credit card kunnen betalen dan wanneer ze contant moeten afrekenen. Plastic uitgaven tellen gevoelsmatig minder mee. Iets vergelijkbaars speelt bij moderne betaalmethodes, zoals pinnen en kopen via internet. Je kunt (te) gemakkelijk bij je geld komen, zonder dat je daadwerkelijk het gevoel hebt dat je iets uitgeeft. Met de lires, peseta’s en franken was het vroeger niet anders. Omdat die niet als ‘echt’ voelde, strooiden we in de vakantie met buitenlandse valuta alsof het monopoliegeld was.

De relatie tussen onze emoties en de economische keuzes die we maken gaat nog verder, zo blijkt uit onderzoek van het cosmeticabedrijf Estée Lauder. Dat ontdekte dat er zoiets bestaat als het lippenstifteffect. In economisch moeilijke tijden neemt de verkoop van lippenstiften sterk toe. Dat zit volgens het directeur Leonard Lauder zo. Vrouwen kunnen spullen voor hun uiterlijk – kleding, sieraden en make-up – niet weerstaan, ook niet als het financieel slechter gaat. Maar omdat ze dan minder te besteden hebben, kopen ze onbewust meer lippenstiften; die zijn namelijk lekker goedkoop. Dat geldt toch net zo goed voor mascara, zou je denken? Ook daar heeft Lauder een verklaring voor. In zware tijden hebben vrouwen die niet werken of een klein baantje hebben er extra belang bij een man aan zich te binden. Gekleurde lippen hebben dan meer effect dan lange wimpers, want de kleur rood wijst op erotische opwinding.

Behalve dat ze hun lippen roder stiften, dragen vrouwen als het slecht gaat ook een dieper decolleté. In een recessie worden vrouwen eerder ontslagen. Ze werken vaak in deeltijd of als uitzendkracht, en juist op die banen wordt het eerst bezuinigd. Instinctief zorgt dat ervoor dat vrouwen zich aantrekkelijker en meer sexy gaan kleden. Gaat het economisch beter, dan verdwijnen de diepe decolletés en de hoge splitten weer.

Over banen gesproken: vrouwen zijn minder goed in het vragen om een salarisverhoging dan mannen. Dat komt omdat ze graag aardig gevonden willen worden. Een vrouw zal niet zo gauw laten blijken dat ze beter is dan de rest, of vragen om meer geld. Stel je voor dat de baas of collega’s haar arrogant zouden vinden! Economisch gezien is het juist onverstandig om niet over je loon te onderhandelen. Want hoe goedkoper je jezelf aanbiedt, hoe minder je wordt gewaardeerd. Wat goedkoop is, kan niet goed zijn, vinden de meeste mensen.

Er is trouwens een opvallend verband tussen inkomen en uiterlijk. Werkende vrouwen verdienen meer naarmate ze een groter deel van hun salaris uitgeven aan kleding en make-up. Oftewel: een goed verzorgd uiterlijk zorgt kennelijk voor een hoger loon. 

Zijn kick: betalen

Mannen komen van mars, vrouwen van venus. Dat geldt niet alleen in relaties, maar ook in de manier waarop ze met geld omgaan. Neem nu bijvoorbeeld winkelgedrag; dat is bij mannen heel anders dan bij vrouwen. Terwijl een vrouw er vooral plezier aan beleeft op haar gemak te kijken en te vergelijken, wil een man een winkel het liefst vlug verlaten. Om maar zo snel mogelijk weer op straat te staan, kiest hij het eerste waar zijn oog op valt. Anders dan vaak wordt gedacht is het dus de man, en niet de vrouw die de meeste impulsaankopen doet. Vandaar ook, dat veel vrouwen beter met geld om kunnen gaan; ze denken langer over hun uitgaven na.

Nog zoiets: mannen winkelen net ze zoals ze de weg zoeken; ze vertikken het simpelweg om informatie te vragen. Kunnen ze iets niet vinden? Dan maar liever zonder aankoop de winkel uit. Maar er is één aspect van winkelen waar mannen wel een kick van krijgen: het trekken van de portemonnee. Betalen geeft hen het gevoel de baas te zijn, ook als dat eigenlijk niet het geval is. En daar kunnen vrouwen dan weer hun voordeel mee doen.

 

[Kader]

Gulle Sinterkerstman

De economische crisis sloeg het afgelopen najaar in alle hevigheid toe. Sindsdien gaat er geen dag voorbij, of we worden in het nieuws geconfronteerd met termen als recessie, werkloosheid en afgenomen consumentenvertrouwen. Toch hebben we met z’n allen rond de feestdagen meer geld uitgegeven dan ooit tevoren. Dat lijkt tegenstrijdig, vindt ook Fred van Raay, hoogleraar economische psychologie aan de Universiteit van Tilburg. “Maar dat komt omdat de kredietcrisis voor de meeste mensen een vertrouwenscrisis is en geen geldcrisis.” De kranten mogen dan vol staan met economische ellende, consumenten hebben volgens hem in hun portemonnee nog nergens last van. “Wat het inkomen betreft, is er voor de meeste mensen nog weinig aan de hand.” Bovendien: eten en kleren hebben mensen toch nodig. Alleen grotere uitgaven, zoals een nieuwe auto of een ander huis, worden uitgesteld.

Van al die negatieve berichten worden mensen overigens wel somber. “De verhalen over de crisis drukken de stemming”, aldus Van Raay. “Mensen zijn wel ongerust. Dat Premier Balkenende in december zelfs sprak van een recessie, was van veel mensen echt een mijlpaal.” Als de premier het zegt, moet het wel waar zijn. Maar met de feestdagen dachten we daar nog even niet aan. “Er zijn aanwijzingen dat mensen juist in slechte tijden graag uitbundig feestvieren”, zegt Van Raay. “Gezellig samen met vrienden en familie thuis zijn, zichzelf afschermend van de boze buitenwereld.” Lekker doen even alsof er niets aan de hand is.

Bron: PZC, 16 december 2008

 

[Weetje]

Beursvrouwen

Vrouwen doen het beter op de beurs dan mannen. Dat komt omdat zij zichzelf minder overschatten. Mannen denken dat ze het beter weten, dat ze met slimme aankopen de beurs kunnen verslaan. Daardoor handelen ze gemiddeld anderhalf keer zoveel in aandelen als vrouwen. Dat wil zeggen dat ze een gekocht aandeel anderhalf keer zo snel weer verkopen. Omdat ze voor al die zinloze aan- en verkopen veel provisie moeten betalen, zijn de kosten vaak hoger dan de winst het oplevert. Kortom: vrouwen zijn betere beleggers dan mannen. 

 

[Weetje]

Romantische ring

Het gebruik dat een man zijn aanstaande echtgenote een diamanten ring geeft, lijkt zo romantisch. Maar eigenlijk heeft het een financiële oorsprong. Tot in de jaren dertig bestond er in de Verenigde Staten een wet, die een vrouw de mogelijkheid gaf haar verloofde voor de rechter te slepen als hij zijn belofte om met haar te trouwen – en dus financieel voor haar te zorgen – niet nakwam. Een in de steek gelaten vrouw was in die tijd namelijk minder waard op de huwelijksmarkt, helemaal als ze zwanger was. Toen de wet werd afgeschaft, speelde het diamantbedrijf DeBeers daar slim op in. Het startte een reclamecampagne met de slogan: ‘diamonds are forever’. De gedachte erachter was dat als je in de steek gelaten werd, de diamant in ieder geval nog wat financiële zekerheid bood. Die kon je immers wél houden.

 

[Weetje]

10-dollartest

Vrouwen zijn guller dan mannen, zo blijkt uit onderzoek. Proefpersonen kregen een bedrag van tien dollar en mochten dat naar eigen keus verdelen tussen zichzelf en een onbekende proefpersoon in een andere ruimte. Het onderzoek was anoniem; niemand kon zien hoeveel de ander weggaf. Iets voor een ander doen, zodat die ook iets voor jou doet, had dus geen zin. De uitkomst: van de mannen hield 60% alles voor zichzelf, van de vrouwen 47%. Bovendien gaven de vrouwen gemiddeld een bedrag van 1,60 dollar weg, de mannen 80 dollarcent.

Dit artikel is gebaseerd op de boeken van emotie-econoom Henriette Prast: Geld en Gevoel – Over emoties, economie en ethiek (Uitgeverij Business Contact 2003), Geld en Geluk – Over emotie-economie (Uitgeverij Business Contact 2007) en Een jaar uit het leven dan een gevoelseconoom (Uitgeverij Bert Bakker 2007).

 

MANNENHERSENEN WERKEN ANDERS februari 17, 2009

Ingedeeld onder: 23 - Plus Woman — martevansanten @ 1:44 pm

scannen0009scannen0010

Mannelijke en vrouwelijke hersenen verschillen van elkaar. Ze horen, zien en ruiken anders. Ze kunnen andere dingen. Ze slaan herinneringen op een andere manier op. Ze verwerken emoties anders. En worden om andere dingen boos. Bovenal ervaren de ze wereld – en de mensen daarin – op een verschillende manier. 

Iedere vrouw kan erover meepraten: haar man, haar vader, haar zoon, haar collega… ze zijn allemaal zó anders dan zij. Dingen die voor haar vanzelfsprekend zijn, lijkt hij niet eens op te merken. Dat zij altijd over haar gevoel wil praten vindt hij maar lastig. En van zijn obsessie met seks en auto’s snapt zij weer niets. ‘Het lijkt wel of hij in een andere wereld leeft’, hoor je haar dan denken. En feitelijk is dat ook zo. 

Goed bekeken is het helemaal niet zo vreemd dat mannen en vrouwen zo verschillend denken, voelen en handelen. Als gevolg van miljoenen jaren evolutie hebben hun hersenen zich namelijk tot heel verschillende organen ontwikkeld. Dat zorgt ervoor dat mannen en vrouwen elk in hun eigen werkelijkheid leven. Met alle onbegrip en misverstanden dien.

1. “Mijn man wordt heel snel boos. Maar dat is meestal ook zo weer over. Ik erger me er wel eens aan, maar kwaad worden? Nee, daar krijg je maar ruzie van.”

Het hersencentrum voor boosheid en agressie is bij mannen veel groter dan bij vrouwen. Vandaar dat je mannen ook makkelijker en sneller kwaad krijgt. Vrouwen daarentegen houden helemaal niet van conflicten. Die afkeer is vooral een kwestie van zelfbehoud. Miljoenen jaren lang was het voor vrouwen letterlijk van levensbelang om de relatie met het andere geslacht goed te houden. Want hoe minder onenigheid, hoe groter de kans op voldoende eten en bescherming.

Vandaag de dag zijn vrouwelijke hersenen er nog steeds op gericht om ruzie te vermijden. Een man vindt rivaliteit vaak leuk; hij krijgt er zelfs een oppepper van. Maar bij een vrouw maakt het juist gevoelens van angst los. Zij vreest al snel dat ze afgewezen wordt, en dat hij haar in de steek zal laten. Dat gevoel wordt nog eens versterkt doordat zij haar eigenwaarde vooral ontleent aan goed contact met anderen, terwijl hij zich sterk voelt als hij onafhankelijk kan zijn. Komt het toch tot een boze woordenwisseling, dan zal een vrouw die trouwens meestal ‘winnen’. Vrouwen zijn namelijk vrijwel altijd beter met woorden dan mannen.

2. “Ik maak me vaak zorgen over de kinderen, terwijl hij altijd zegt dat het wel goed komt. Soms denk ik wel eens dat het hem minder kan schelen hoe het met hen gaat.”

Voor vrouwen is het moeilijk bij dreigend gevaar hun bangheid te onderdrukken. Vrouwelijke hersenen zijn namelijk gevoeliger voor stress en angst dan mannelijke. Vandaar ook dat vrouwen gemiddeld vier keer zo bezorgd zijn als mannen, vooral als het om hun kinderen gaat. Daar komt bij dat vaders van nature meer geneigd zijn om op afstand te blijven. Ze zeggen eerder: ‘doe het zelf maar’, of ‘mijn hulp heb je niet nodig, dat kun je prima’. Zo stimuleren ze hun kinderen om zelfstandig te zijn. Dat betekent niet dat ze minder om hun kinderen geven – integendeel. Onafhankelijkheid is voor een man een groot goed. Door zijn kinderen die te leren geeft hij hen iets (voor hem) zeer waardevols mee.

3. “Soms hoeft mijn vriend alleen maar naar me te kijken om opgewonden raken. Bij mij is dat niet zo simpel; ik heb veel meer tijd en stimulans nodig.”

Het gebied in de hersenen die zich met seks bezig houdt is bij mannen twee keer zo groot als bij vrouwen. Hij is dus écht meer met seks bezig dan zij. Bovendien bezitten mannen wel tien tot honderd keer meer testosteron – de brandstof die de seksuele motor (bij zowel mannen als vrouwen) aandrijft. Een ander belangrijk en opvallend verschil is dat vrouwen alleen opgewonden kunnen raken als ze eerst het angst- en bezorgdheidcentrum in hun hersenen uitschakelen. Gebeurt dat niet, dan kan gepieker over werk, kinderen of boodschappen de opwinding flink belemmeren. Die ‘extra stap’ in de hersenen verklaart ook waarom vrouwen er gemiddeld drie tot tien keer langer over doen om een orgasme te krijgen dan mannen.

4. “Na een knallende ruzie wil mijn man soms meteen het bed in duiken. Hoe komt hij daarbij! Ik kan dan echt niet lekker vrijen.”

Een vrouw moet in de stemming worden gebracht. Is ze gespannen of boos, dan lukt dat waarschijnlijk niet. Voor vrouwen geldt dat alles wat er het etmaal vóór het vrijen gebeurd is meespeelt bij het wel of niet opgewonden kunnen raken. Bij mannen tellen slechts de laatste drie minuten.  Mannen en vrouwen hechten ook verschillende waarde aan seks. Als zijn vrouw geen zin heeft denkt een man al gauw dat ze niet meer van hem houdt of een affaire heeft. Want geen fysiek verlangen voelen bestaat in zijn wereld gewoon niet.

5. “Na twaalf jaar huwelijk ruim ik nog steeds zijn rommel op. Het lijkt alsof hij de vuile sokken op de vloer gewoon niet ziet.”

Mannen zien, horen, ruiken en proeven minder goed dan vrouwen; hun hersenen staan minder open voor zintuiglijke informatie. Als een man op de bank gaat zitten, is de kans groot dat hij het hondenhaar, de oude kranten of de vieze kopjes niet opmerkt. Zijn hersenen zijn er van nature op ingesteld het grote geheel te overzien, zodat hij op tijd dreigend gevaar kan signaleren. ‘Onbenullige’ details als een paar vieze sokken ziet hij simpelweg niet.

Iets anders dat meespeelt is dat mannen miljoenen jaren lang hun tijd vooral buitenshuis hebben doorgebracht. Hun ‘thuis’ is voor hen daarom gevoelsmatig minder belangrijk dan voor vrouwen, die zich in een rommelig huis heel ellendig kunnen voelen. Met als gevolg dat een man niet snapt dat zijn vrouw na een achturige werkdag meteen gaat stofzuigen. En zij niet begrijpt dat haar man zich lekker kan voelen tussen al die troep.

6. “Als mijn man thuis komt zie ik meteen of hij lekker in zijn vel zit of niet. Andersom is dat helaas niet zo. Als ik me rot voel moet ik hem dat vertellen, anders heeft hij het niet door.”

Vrouwen kunnen zich heel goed in een ander inleven. Dat helpt hen om makkelijk contact te maken en een sterke band met anderen op te bouwen. Bovendien is het nodig om goed voor kinderen te kunnen zorgen. Het vermogen om er ‘voor een ander te zijn’ is letterlijk voorgeprogrammeerd in de vrouwelijke hersenen. Mannen hebben die standaardinstelling niet. In tegenstelling tot wat veel vrouwen denken heeft dat weinig met botheid te maken; zijn hersenen merken subtiele stresssignalen gewoon niet op. Vaak weten mannen pas dat er iets mis is als ze tranen zien. Waarschijnlijk is dat ook de reden dat vrouwen vier keer makkelijker huilen dan mannen.

7. “Ik weet nog precies wat we tijdens onze eerste afspraakje gedaan hebben, wat we aanhadden en wat we hebben gegeten. Maar mijn partner kan zich de datum niet eens herinneren!”

Mannen herinneren zich emotioneel beladen gebeurtenissen – zoals het eerste afspraakje, vakanties en grote ruzies – lang niet zo goed als vrouwen. Dat komt omdat zij er minder belang bij hebben. Herinneringen zijn bedoeld om je zo goed mogelijk voor te bereiden op wat je in de toekomst kan overkomen. Aangezien mannelijke hersenen er van nature op ingesteld zijn om te jagen en de veiligheid te bewaken, onthouden ze vooral dingen die daarvoor belangrijk zijn. Waar ooit een ongeluk langs de snelweg is gebeurd bijvoorbeeld, of waar vorig jaar in het bos een boom op opvallen stond. Kortom: informatie waar je wat aan hebt. Emotionele gebeurtenissen zijn veel minder ‘nuttig’ om op te slaan. Als een man de datum van zijn trouwdag (tijdelijk) vergeet, betekent dat dus niet dat hij minder van zijn vrouw houdt. Zijn hersencircuits zijn simpelweg minder goed in staat die informatie te bewaren. 

8. “Er gaat geen weekend voorbij of mijn man moet zijn auto wassen. Dat ding wordt vertroeteld alsof het zijn kindje is. Wat is het toch met mannen en hun wagens?”

Zoals een vrouw liefdevol voor het interieur van haar huis kan zorgen, zo kan een man dat voor zijn auto (of motor, of boot). Voertuigen staan voor vrijheid en macht – dingen waar hij zijn eigenwaarde aan ontleent – en spreken de mannelijke hersenen daarom enorm aan. Om dezelfde reden gaan mannen graag zomaar ‘een stukje rijden’, een gewoonte waar de meeste vrouwen niets van begrijpen.

9. “Mijn man maakt altijd grapjes over dat ik zoveel praat. Zou het niet fijn zijn als ik een deel van al die woorden aan hem kon geven…. Dan zou ik misschien beter begrijpen wat hij denkt!”

Als een vrouw met iemand praat worden er hormonen in haar hersenen aangemaakt die haar een goed gevoel geven. En niet zo maar een goed gevoel: na een orgasme is al pratend gevoelens delen het prettigste voor een vrouw wat er is! Niet verwonderlijk dus dat een vrouw gemiddeld 20.000 woorden per dag gebruikt en een man slechts 7.000.

Door veel te delen, te laten zien dat ze geïnteresseerd is en dat ze anderen begrijpt maakt een vrouw de beste kans op een goede relatie – evolutionair gezien een voorwaarde voor een lang en gezond leven. Een man daarentegen heeft helemaal geen belang bij eindeloze gesprekken. Sterker nog, veel praten – vooral over gevoelens! – maakt hem (naar zijn idee) alleen maar kwetsbaar. In zijn belevingswereld is het kortom veiliger om te zwijgen. 

Begrijp elkaar

Natuurlijk zijn andere hersenen geen vrijbrief voor mannen om altijd hun rotzooi te laten slingeren. En uiteraard hebben lang niet alle vrouwen moeite met ruzie maken. Er zijn ‘vrouwelijke’ mannen die ervan genieten om elke dag voor hun partner te koken. En ‘mannelijke’ vrouwen die het heerlijk vinden om onafhankelijk van wie dan ook door het leven te gaan. Maar dat er grote verschillen zijn in hoe mannelijke en vrouwelijke hersenen werken valt niet te ontkennen. Door dat te begrijpen, en de verschillen over en weer te respecteren, wordt het leven een stuk aangenamer. 

<Kader: Meer lezen?>

  • Louann Brizendine, De vrouwelijke hersenen – Waarom vrouwen anders zijn dan mannen (Uitgeverij Sirene, 2007), ISBN 978-90-5831-434-5.
  • Michael Gurian, Wat vrouwen willen en mannen niet willen weten, (The house of books, 2004), 978-90-4430-917-8.
  • Susan Pinker, De sekseparadox – Mannen, vrouwen en hun kansen op succes (Uitgeverij Contact, 2008), ISBN 978-90-2542-863-1.
  • Warren Farrell, Wat mannen niet zeggen kunnen vrouwen niet horen (The house of books, 2001), 978-90-4430-144-1.
  • Desanne van Brederode e.a., Zij denkt dus zij bestaat – Over vrouwen, mannen en denken (Uitgeverij Ambo, 2008), ISBN 978-90-2632-132-0.
  • Hans Kaldenbach, Het lijkt wel of ze gevoel hebben – 99 tips voor het omgaan met mannen (Uitgeverij Prometheus, 1998), ISBN 978-90-5333-603-8.
 

IK MIS JE! februari 17, 2009

Ingedeeld onder: 23 - Plus Woman — martevansanten @ 1:42 pm

scannen0011scannen0012

Of het nu om gaat om je partner, je kind of een goede vriend(in): als je door afstand van elkaar gescheiden bent is de kans groot dat je hem of haar mist. Maar hoe werkt dat eigenlijk, iemand missen? En vooral ook: hoe ga je met dat gevoel om? 

Na een aantal mislukte relaties leerde ik vorig jaar Giuseppe kennen, een prachtige man die behalve aantrekkelijk ook nog slim, attent en zorgzaam is. Toen we een relatie kregen, kon ik mijn geluk niet op. Eén probleem: Giuseppe woont in Antwerpen en ik in Amsterdam. Inmiddels pendel ik alweer anderhalf jaar op neer tussen Nederland en België, met alle voor- en nadelen van dien. De relatie blijft spannend, en verrassend. Het weerzien is elke weer geweldig. Terug in Amsterdam geniet ik van mijn zelfstandige, vrije leven daar. Maar als ik dan ’s avonds alleen op de bank zit kan ik mijn lief zo ontzettend missen….

Niet aanwezig

Iemand missen is een raar fenomeen. Soms wordt het gevoel erger naarmate de persoon langer wegblijft, soms ook beter. Je kunt iemand missen die aan de andere kant van de wereld zit, maar ook iemand die slechts een paar straten verderop woont. Sterker nog, het is zelfs mogelijk een ander te missen die nog aanwezig is. Dat laatste gebeurt bijvoorbeeld als een vriendin erg verandert (‘Ik mis de Els van vroeger’), of als je partner heel afstandelijk doet (‘Ik kan hem niet meer bereiken’). Sommige mensen lijden zo erg onder het gemis van een ander dat ze zich ook fysiek rot voelen. Maar wat is dat nu eigenlijk, iemand missen?

De grote Van Dale geeft een simpele betekenis: het niet aanwezig zijn. Maar iedereen die wel eens iemand gemist heeft, weet dat er meer aan de hand is. Je wilt bij de ander zijn, met hem of haar kunnen praten of kunnen aanraken. Soms voel je je ook alleen, verdrietig of onzeker. Hoe meer je gehecht bent aan iemand, hoe meer je hem of haar mist.

Iemand missen begint met een chemische reactie in je hoofd. Als je verliefd bent, of in het gezelschap bent van een persoon om wie je veel geeft, worden er stofjes in je hersenen aangemaakt die je goed doen voelen. Verdwijnt hij of zij (tijdelijk) uit je leven, dan stopt de productie van die stofjes ook. En begint het gevoel van gemis.

Daarnaast mis je iemand die afwezig is ook emotioneel. Dat heeft er vooral mee te maken dat je bepaalde ervaringen niet meer kunt delen. Na een lange werkdag wil je je verhaal kwijt, maar dan is er niemand om naar je te luisteren. Of met kerst blijft één stoel aan tafel leeg, omdat je zoon in het buitenland studeert. Je  kunt iemand trouwens ook in praktische zin missen. Als je partner veel voor zijn werk op reis is bijvoorbeeld, en jij in je eentje de zorg draagt voor het huishouden en de kinderen. Het gevaar van zo’n situatie is dat je iemand niet alleen mist, maar je ook in de steek gelaten voelt.

Overigens hoef je geen liefdesrelatie te hebben om iemand erg te missen. Denk maar aan mensen die naar het buitenland emigreren: die missen hun familie en vrienden vaak enorm, en zij hen. Zelfs een aardige collega met wie je veel bespreekt kun je behoorlijk missen als hij of zij ergens anders gaat werken.

Ik mis jou meer dan jij mij

Of je iemand bent die snel een ander mist heeft met verschillende dingen te maken. Hoezeer je je met die persoon verbonden voelt bijvoorbeeld. Je hecht je niet zomaar aan een ander; dat heeft een functie. Onze verre voorouders waren voor hun voedsel en bescherming volledig van elkaar afhankelijk. Het was voor hen dus heel belangrijk om bij elkaar in de buurt te blijven. Doordat je iemand mist is de kans dat dat gebeurt groter. En daarmee ook dat je overleeft. 

Vandaag hebben we elkaar praktisch gezien misschien minder hard nodig, maar toch hebben we van nature nog steeds de neiging om elkaar op te zoeken, of om bij een groep te willen horen. Hoe sterker dat gevoel van verbondenheid, hoe meer je iemand mist. Bovendien: als je continu aan de ander denkt, is de kans kleiner dat je wegloopt of vreemd gaat, zo vermoeden psychologen.

Iets anders dat meespeelt is de mate waarin je emotioneel afhankelijk bent. In een gezonde liefdesrelatie of vriendschap toon je genegenheid en waardering naar elkaar. Sommige mensen hebben meer behoefte aan dat soort aandacht dan anderen; het geeft hen bevestiging dat ze de moeite waard zijn. Hun relaties – vooral die met hun partner – betekenen alles voor ze. De emotionele afhankelijkheid is in dat geval groot, en het gevoel van gemis heftig. Andersom zullen mensen die hun welbevinden uit veel verschillende dingen halen (relatie, werk, vrienden, hobby, sport etc.) over het algemeen iemand minder snel missen. Of het gevoel is bij hen minder sterk.

Ook niet onbelangrijk is de vraag of je goed met verandering kunt omgaan. Als je iemand bent die van duidelijkheid en regelmaat houdt, en die het niet zo heeft op onverwachte of nieuwe situaties, dan is de kans groot dat je er veel moeite mee hebt als iemand waarvan je houdt een tijdje vertrekt. Hoe meer controle je op die situatie kunt uitoefenen, hoe makkelijker het wordt. Ben je in de gelegenheid je er emotioneel op voor te bereiden dat iemand weggaat? Weet je wanneer hij of zij weer terugkomt? Kun je hem of haar bellen op het moment dat je daar behoefte aan hebt? Zo ja, dan verzacht dat het leed aanzienlijk.

Afleiding

Als je iemand erg mist, kan dat je leven behoorlijk beïnvloeden. Helaas is het geen wond die met het verstrijken van de tijd vanzelf heelt. Maar gelukkig kun je wel een aantal dingen doen om er minder last van te hebben.

  • Zorg voor voldoende afleiding. Niets werkt beter tegen een gevoel van gemis dan een volle agenda.
  • Stuur elkaar brieven en pakjes. Hoe verder iemand weg zit, hoe leuker het is om post te versturen en te ontvangen.
  • Een partner die voor langere tijd afwezig is betekent meetal: meer tijd voor jezelf. Maak daar gebruik van! Doe die dingen waar je anders niet aan toekomt. Een dineetje met vriendinnen bijvoorbeeld, of een dagje weg met je moeder of dochter.
  • Heeft de omgeving weinig begrip voor je verdriet? Laat je daar dan niet onzeker door maken. Zoek liever contact met mensen die in dezelfde situatie zitten. Het delen van gevoelens met lotgenoten helpt echt.
  • Verheug je op de hereniging. Een kalender waarop je de dagen afstreept tot iemand terugkomt werkt niet alleen voor verliefde pubers, maar voor alle leeftijden. Organiseer iets bijzonders voor het weerzien. Voorpret telt voor twee.

Tot slot

Iemand missen wordt vaak gezien als iets verdrietigs of iets naars. Een persoon om wie je geeft is afwezig, en dat doet pijn. Maar het kan juist ook heel mooi zijn om iemand te missen, en om gemist te worden. Het betekent immers dat je een bijzondere band met elkaar hebt. En dat is iets om te koesteren. 

Sinds ik zelf zo naar mijn gevoel van gemis ben gaan kijken, is het een stuk gemakkelijker geworden om 170 kilometer van mijn lief vandaan te wonen. Natuurlijk vind ik Giuseppe’s afwezigheid nog wel eens moeilijk, zeker als ik me niet zo lekker voel, of wat neerslachtig ben. Maar tegelijkertijd zie ik het missen als een eerbetoon, aan hem en aan onze relatie. Uit het oog, maar zeker niet uit het hart.

Dit artikel is tot stand gekomen met dank aan psychologe en relatietherapeute Blanca van den Brand (www.insightorout.nl) en psychologe en relatiedeskundige Sylvia van der Spek (www.relatieraadsel.nl).

[Kader]

Wist u dat….?

  • als je fysiek gescheiden bent van je geliefde dat de kans op een depressie vergroot?
  • je eenzaam kunt zijn zonder iemand te missen, en je iemand kunt missen zonder eenzaam te zijn?
  • je zelfs iemand kunt missen die nog bij je is?
  • het gevoel van gemis groter lijkt te worden naarmate de afstand toeneemt?
  • vrouwen hun partners vaker missen, omdat zij hun gevoel van eigenwaarde meer aan hun relatie ontlenen dan mannen?

 Stella Snijder (50) is getrouwd. Ze heeft drie dochters (twee van 25 en een van 17) en een zoon van 21. Op 4 december 2007 werd haar zoon Pascal voor ruim vier maanden als militair uitgezonden naar Afghanistan.

“Van nature ben ik heel nuchter, dus ik dacht dat ik prima zou kunnen omgaan met het vertrek van Pascal. Vooraf hadden we alle scenario’s doorgesproken en ik had zoveel mogelijk over het onderwerp gelezen. Maar zodra zijn bus wegreed was dat opeens niets meer waard. Vanaf dag één heb ik hem ongelofelijk gemist.

Ik voelde me voortdurend eenzaam en verdrietig. Als een collega vroeg hoe het met mijn zoon was, kon ik spontaan in huilen uitbarsten. Terwijl ik normaal helemaal niet zo emotioneel ben. Dat hij het prima naar zijn zin had in Afghanistan maakte niets uit; het gemis was er niet minder om.

Ik heb het nooit moeilijk gevonden als mijn kinderen uit logeren of alleen op vakantie gingen. Nu was dat anders. Door de afstand, maar vooral ook omdat Pascal letterlijk onbereikbaar was. Zomaar even bellen om zijn stem te horen ging niet. Dat gevoel van onzekerheid, van altijd maar te moeten afwachten, was vreselijk.

De heftigheid van mijn emoties heeft me echt overvallen. En dan werd ik daar door mensen uit mijn omgeving ook nog eens om veroordeeld. ‘Je wist toch dat hij zou gaan’ klonk het dan, of ‘Hij heeft er toch zelf voor gekozen’. Alsof ze me verweten dat ik het er zo zwaar mee had.

Wat me er uiteindelijk doorheen heeft gesleept is de steun van andere ouders aan het ‘thuisfront’, zoals we dat bij defensie noemen. Bij hen mocht ik verdrietig zijn, zonder dat ik daar raar op werd aangekeken. Dat lotgenotencontact heeft zoveel voor me betekend! Vandaar dat ik, ook toen mijn zoon allang weer thuis was, als vrijwilliger voor andere ouders van militairen actief ben gebleven.”

 Esther Hagendoorn (42) zegde vorig jaar haar baan in Nederland op, en vertrok naar het Griekse eiland Lesvos om daar als reisleider te gaan werken. Het Mediterrane leven beviel haar zo goed dat ze bijna een jaar wegbleef.

“Voor ik vertrok dacht ik dat ik mijn familie en vrienden in Nederland erg zou missen. Maar eenmaal in Griekenland viel dat reuze mee. De volle werkdagen, de nieuwe mensen, de uitstapjes… Voor een gevoel van gemis was nauwelijks tijd. Sowieso denk ik dat de achterblijvers het moeilijker hebben dan degene die vertrekt. Zij ervaren een leegte, terwijl jij afleiding van allerlei nieuwe ervaringen hebt.

Na een drukke zomerperiode besloot ik nog een paar maanden aan mijn verblijf vast te plakken. In de wintermaanden zijn er geen toeristen op Lesvos, en heb je alle tijd voor elkaar. Als vanzelfsprekend trek je samen op en deel je de dagelijkse beslommeringen, veel meer dan we in Nederland gewend zijn. Van die saamhorigheid heb ik enorm genoten. Bij terugkomst in Nederland was het weer even wennen: een afspraak met een vriendin moest weken van tevoren worden gepland. Zelfs om een uurtje te gaan koffiedrinken! Ik miste het ongedwongen en spontane Griekse leven.

Met nieuwe communicatiemiddelen zoals bellen via de computer is het gemakkelijk om op een betaalbare manier contact te houden met mijn vrienden op Lesvos. Dat geeft ook een dubbel gevoel. Het is heerlijk om met hen mee te leven, maar als ik vervolgens uit het raam kijk zie ik de grauwe straten van Amsterdam. Daar kan ik wel eens treurig van worden.

Aan de andere kant koester ik het gemis ook. Het zijn immers zulke mooie herinneringen die dat gevoel oproepen. Sterker nog, daardoor weet ik nu zeker dat mijn toekomst niet in Nederland ligt. Als het aan mij ligt vertrek ik binnenkort weer naar het warme zuiden!”

 

THERAPIE PER COMPUTER: WERKT DAT? september 24, 2008

Ingedeeld onder: 23 - Plus Woman — martevansanten @ 9:53 am

 

Therapie volgen vanachter je computer, zonder dat je de behandelaar ooit te zien krijgt? Het is even wennen. De resultaten zijn echter veelbelovend. Soms zelfs beter dan met een traditionele behandelvorm.

Jaarlijks lijden er in Nederland zo’n 737.000 mensen aan een depressie. Nog eens 493.000 mensen hebben last van een sociale fobie en 231.000 mensen van een paniekstoornis. En dan hebben we het nog niet eens over de 1,1 miljoen mensen met een alcoholprobleem. De klachten bij dit soort stoornissen zijn ernstig; ze staan zelfs in de top tien van aandoeningen die de kwaliteit van het leven het meest aantasten. Toch zoekt (en krijgt) maar een klein deel van al die mensen professionele hulp. Met therapie via internet komt daar mogelijk verandering in.

 

Taboe

“Een depressie, een angststoornis of een alcoholprobleem is prima via internet te behandelen”, zegt Heleen Riper, onderzoeker bij het Trimbos-instituut. In 2007 bracht zij het aanbod en de effecten van e-mental health in kaart, internettoepassingen met als doel de geestelijke gezondheid van mensen te verbeteren. De belangrijkste uitkomst van het onderzoek? Internettherapie werkt!

 

De voordelen zijn volgens Riper groot. “Je kunt de behandeling volgen op het moment dat het jou uitkomt. Je bent geen tijd of geld kwijt aan reizen. En niemand hoeft ervan te weten.” Vooral dat laatste zou veel mensen over de streep kunnen trekken. Bij een therapie via internet hoef je immers geen vrij te vragen van je baas. En je loopt ook niet het risico een bekende in de wachtkamer van de therapeut tegen te komen. Een belangrijk pluspunt, zeker bij aandoeningen waar nog een groot taboe op rust zoals paniekaanvallen of een alcoholprobleem.

 

De afgelopen vijf jaar hebben zo’n 150.000 mensen gebruik gemaakt van een zelfhulpprogramma of therapie via internet. Dat is veel, zeker als je bedenkt dat deze vorm van behandeling nog maar kort bestaat. Riper: “Ruim 80% van alle Nederlanders heeft thuis een computer met internetaansluiting. Nergens anders ter wereld is dat percentage zo hoog. Bovendien heerst hier een cultuur van ‘ik los mijn problemen zelf wel op’. Dat maakt ons land tot een perfecte kweektuin voor internettherapie.”

 

Behalve dat het gemakkelijk is en drempelverlagend werkt, heeft internettherapie volgens Riper nog een ander voordeel. “Een behandeling via internet duurt vaak minder lang dan bij een therapeut in de behandelkamer. Dat zit hem vooral in het ontbreken van alle sociale rituelen; je komt meteen ter zake. Bovendien vinden veel mensen het makkelijker om vertrouwelijke zaken via de computer te delen. Alles bij elkaar scheelt dat veel tijd en geld.” Niet onbelangrijk als je bedenkt dat de wachtlijsten voor hulp onveranderd lang zijn en de kosten van de geestelijke gezondheidszorg nog jaarlijks stijgen.

 

Geen wachtlijst

Een van de aanbieders van het eerste uur is Interapy van de Universiteit van Amsterdam. De organisatie biedt kortdurende psychologische hulp via internet aan mensen met paniekaanvallen, een depressie, een burn-out, een trauma of een eetstoornis. Volgens Initiatiefnemer Bart Schrieken komt ruim driekwart van de cliënten van Interapy blijvend van zijn aandoening af. Dat resultaat is gelijk aan – of in sommige gevallen zelfs beter dan – dat van traditionele therapieën, waarbij een cliënt tegenover een behandelaar zit.

 

Het hoge succespercentage heeft volgens Schrieken onder andere te maken met het feit dat de aanpak zo goed onderzocht is. “Op de universiteit brengen we heel precies in kaart welke onderdelen van een bepaalde therapie werken. Die gebruiken we vervolgens in onze behandelprogramma’s. Dat geeft de beste kans op een goed resultaat.”

 

Er zijn meer voordelen. Elke stap van de behandeling is duidelijk omschreven, dus als cliënt weet je vooraf precies wat je kunt verwachten. Tussentijds en na afloop heb je bovendien je complete dossier tot je beschikking. Ook prettig: Interapy kent in tegenstelling tot veel GGZ-instellingen geen wachtlijst. Hoe dat kan? “Goede organisatie”, aldus Schrieken. “Omdat elke programma een vaste doorlooptijd heeft, kunnen we snel inspelen op een groeiende vraag. De tijd tussen een aanmelding en de start van de behandeling is dan ook zo goed als nul.”

 

Vrouwen van boven de 50

Toen Schrieken en zijn collega’s met Interapy startten, dachten ze dat vooral jonge mannen met veel computerervaring van de behandelingen gebruik zouden gaan maken. Niets bleek minder waar. “Vanaf het begin zijn vrouwen in de meerderheid; zij maken zo’n driekwart van ons klantenbestand uit. En ook de gemiddelde leeftijd – 47 – ligt veel hoger dan we hadden verwacht. Onze oudste deelnemer is zelfs 76! De drempel voor internettherapie is veel minder hoog dan je zou denken. Mensen vinden het zelfs leuk om achter de computer aan opdrachten te werken. Oók 50+-ers.”

 

De vooronderstelling dat je een bepaalde mate van zelfinzicht moet hebben of veel van computers moet weten blijkt niet te kloppen. Schrieken: “Leeftijd, sekse, opleiding of schriftelijke vaardigheden: ze hebben geen van allen invloed hebben op het resultaat van de behandeling. Zolang iemand maar goed Nederlands spreekt en over een computer met een internetaansluiting beschikt heeft iedereen evenveel kans op succes.”

 

Professionals blijken soms meer moeite met de nieuwe aanpak te hebben. Schrieken: “Therapeuten zijn nu eenmaal gewend om op een bepaalde manier te werken. Zo’n andere methode kan dan bedreigend voelen. Toch zijn er ook veel behandelaars die de afwisseling in het werk juist leuk vinden. Behalve de 35 therapeuten die voor Interapy werken hebben we inmiddels ook zo’n 125 therapeuten bij GGZ-instellingen opgeleid om therapie via internet te geven. En wat blijkt? Hun resultaten zijn net zo goed als die van ons.” Volgens Riper is het slechts een kwestie van tijd voordat de rest van de geestelijke gezondheidszorg volgt. “Ik verwacht dat in 2015 de helft van alle psychologische hulp via internet wordt aangeboden.”

 

Een veelgehoord bezwaar van behandelaars is dat therapie niet goed mogelijk is zonder persoonlijk contact. Onzin, aldus Riper en Schrieken. “Natuurlijk, als je je therapeut graag wilt zien moet je daar vooral voor kiezen”, zegt Schrieken. “Maar veel cliënten hebben daar helemaal geen behoefte aan. Ze vinden het wel zo veilig om vanachter hun computer over hun problemen te vertellen. Zeker als ze bijvoorbeeld met een paniekstoornis of een seksueel trauma worstelen. En dat het contact via internet niets afdoet aan de kwaliteit blijkt wel uit het cijfer dat onze cliënten hun therapeut geven: gemiddeld een 8,7.”

 

Aan de slag

Internettherapie lijkt dus veel voordelen te bieden. Maar stel dat je last hebt van een van de genoemde aandoeningen, hoe weet je dan of een zelfhulpprogramma of behandeling voor jou geschikt is? Dat hangt ervan af van waar je je zelf prettig bij voelt. Spreekt de overzichtelijkheid en het gemak van internet je aan, ga dan eerst eens op zoek naar wat algemene informatie. Op websites als www.kiesbeter.nl of www.therapiehulp.nl vind je een overzicht van de mogelijkheden. Vervolgens is een belangrijke vraag of je anoniem geholpen wilt worden. Bij een zelfhulpprogramma kan dat, bij een therapie niet, óók niet als je die via internet volgt. In het laatste geval heb je een verwijsbrief van je huisarts nodig om de kosten vergoed te krijgen. Zowel bij zelfhulpprogramma’s als bij internettherapie wordt gebruik gemaakt van speciale vragenlijsten. Daarmee brengt men in kaart wat het probleem is en of je in aanmerking komt voor een bepaald programma. Bang voor een verkeerde diagnose hoef je niet te zijn. Zo lang je voor een betrouwbare aanbieder kiest weet je zeker dat de vragenlijsten goed getest zijn. Het allerbelangrijkste advies? Blijf vooral niet onnodig lang met je problemen worstelen! Voor elke aandoening is een goede vorm van hulp beschikbaar. Als internet daarbij een handje kan helpen, is dat mooi meegenomen.

 

<Kader: Alie Eenkhoorn volgende in 2006 bij Interapy een behandeling tegen angst en paniek>

Een paar jaar geleden kreeg ik last van paniekaanvallen. Op de raarste momenten kon ik opeens geen adem meer krijgen. Zonder dat daar een concrete aanleiding voor was.

Toen de angst mijn dagelijkse leven volledig begon te beheersen ben ik naar de huisarts gestapt. Die stuurde me door naar een haptonoom. Een ontzettend lieve man, maar hij wilde over de nare gebeurtenissen uit mijn verleden praten. En dat durfde ik niet.

Niet lang daarna las ik een artikel over internettherapie. Ik wist meteen: dat ga ik doen. Het vooruitzicht geholpen te kunnen worden zonder een de therapeut te hoeven zien was een verademing. Vanaf de start wist ik precies wat ik kon verwachten. Het opschrijven van mijn gevoelens gaf me overzicht en rust. Bovendien was er via de website 24 uur per dag hulp beschikbaar; een veilig idee.

Je hoort wel dat therapie via internet ‘makkelijk’ zou zijn, of dat je de boel eenvoudig kunt bedotten. Mooi niet dus. Ik had meerdere keren per week contact met mijn therapeute. En als ik de gemaakte afspraken niet nakwam, moest ik meteen laten weten waarom.

Uiteindelijk heeft de behandeling een jaar geduurd. Met prima resultaat! Heel af en toe voel ik nog wel eens een paniekaanval opkomen, maar dan weet ik hoe ik daarmee om moet gaan. Pas heb ik mijn hele behandeldossier nog eens doorgelezen. Ik schrok ervan hoe onzeker en bang ik twee jaar geleden was. Maar ik realiseerde me ook wat een ander mens ik nu ben. Vol zelfvertrouwen. En ik durf zelfs af en toe ‘nee’ te zeggen! Ik heb me nog nooit zo goed gevoeld over mezelf.

 

<Kader: De feiten op een rijtje>

  • Op dit moment worden ongeveer 100 e-mental health behandelingen via internet aangeboden. Dat varieert van zelfhulpprogramma’s waar geen behandelaar aan te pas komt tot een volwaardige therapie. Los daarvan is allerlei algemene informatie over (het voorkomen van) psychische aandoeningen op internet te vinden.
  • Er is (op dit moment) geen keurmerk waaraan je kunt zien of je met een betrouwbare aanbieder te maken hebt. Kies daarom voor een grote behandeling van een GGZ-instelling een organisatie die aan alle relevante wet- en regelgeving voldoet (zoals Interapy of AnnaZorg).
  • De meest voorkomende behandelingen via internet zijn: depressieve klachten, eetstoornissen, angst- en paniekaanvallen, rouw- en/of traumaverwerking en alcoholverslaving.
  • Ongeveer tweederde van het aanbod is kosteloos en anoniem. Dat zijn vooral (preventieve) zelfhulpprogramma’s, zoals ‘Kleur je leven’, het programma van het Trimbos-instituut tegen depressieve klachten.
  • Voor therapie via internet worden kosten in rekening gebracht. Bij Interapy is dat bijvoorbeeld tussen de € 1000 en de € 1500. In de meeste gevallen wordt internettherapie door de zorgverzekeraar vergoed. Daarvoor is dan wel een verwijsbrief van een huisarts of nodig.

 

<Kader: Meer weten?>

  • www.kiesbeter.nl/GGZ/behandelvormen/Ehealth
  • www.therapiehulp.nl
  • www.interapy.nl (behandelprogramma’s van de Universiteit van Amsterdam tegen depressie, paniekklachten, boulimia, rouw- en/of traumaverwerking en burn-out)
  • www.annazorg.nl (behandelprogramma’s voor angst en paniek, depressie, burn-out, alcoholproblemen, seksuele problemen, eetproblemen en traumaverwerking)
  • www.kleurjeleven.nl (programma van het Trimbos-instituut tegen depressieve klachten);
  • www.internettherapie.nl (programma van GGZ Deltland tegen depressieve klachten);
  • www.alcoholdebaas.nl (programma van de Enschedese zorginstelling Tactus tegen alcoholverslaving).
 

HET STILSTE HOTEL september 24, 2008

Ingedeeld onder: 23 - Plus Woman — martevansanten @ 9:49 am

 

Georges Gielen, schrijver van het boek Logeren in een stiltehotel, verkoos hotel-restaurant De Watergeus in Noorden (ZH) als zijn favoriete ‘onthaastplek’ in Nederland. De Amsterdamse journaliste Marte van Santen nam de proef op de som en verbleef een nachtje in het hotel aan het water.

Het dorpje Noorden ligt op amper 30 kilometer van Amsterdam, maar je waant je er in een andere wereld. Weg zijn de volle straten en de stinkende lucht, weg de toeterende vrachtauto’s en de trottoirs vol hondenpoep. In plaats daarvan: groene weilanden, oude boerderijen geflankeerd door knotwilgen en water, heel veel water. De kleine weggetjes zijn zo smal dat je er maar met één auto tegelijk overheen kunt. Gelukkig vind je hier en daar uitwijkplekjes, waar je geduldig wacht tot de tegenligger is gepasseerd. Zo wordt de reis erheen al een vorm van onthaasten.

 

Hotel-restaurant De Watergeus houdt haar schatten op het eerste gezicht goed verborgen. Als je het ophaalbruggetje naar de ingang overrijdt, zie je een strak, twee verdiepingen tellend gebouw. Maar eenmaal binnen wordt gauw duidelijk waarom jaarlijks talloze mensen uit heel Nederland (en daarbuiten) de tocht naar Noorden maken. De glazen achterzijde biedt zo ver als het oog reikt een prachtig uitzicht op het natuurgebeid van de Noordeinderplassen. Niet verwonderlijk dat het aan het aan het water gelegen terras als een van de mooiste van Nederland wordt betiteld!

 

De Watergeus biedt haar gasten de mogelijkheid om de plassen met een zogenaamd fluisterbootje (extra stil om de natuur niet te verstoren) te verkennen. Van die gelegenheid maak ik graag gebruik. Bedrijfsleidster Sandra legt me uit hoe het bootje werkt en voor ik het weet vaar ik als een volleerde stuurvrouw tussen het riet. Met de zon op mijn gezicht en de wind in mijn haren geniet ik van de rust om me heen. Het enige geluid komt van het geklots van het water en het gekwaak van de eenden die gezellig met me mee zwemmen. Ondertussen snoep ik van de zalige hapjes die Sandra me heeft meegegeven. De stad lijkt inmiddels heel ver weg.

 

Anderhalf uur later zit ik met een hoofd dat nog nagloeit van de zon aan tafel. De Watergeus is namelijk niet alleen een hotel, maar ook een restaurant. En wat voor één! Eigenaresse Sjanie de Geus is een van de weinige vrouwelijke Lady Chefs in Nederland. Vier prachtig gepresenteerde gangen verder begrijp ik precies waarom. De gemarineerde zalm, de handgemaakte ravioli met asperges, de aardbeiensorbet met rood fruit: ze smaken allemaal even heerlijk.

 

Als ik met een kopje thee in een luie stoel voor de openhaard zak, voel ik het laatste beetje spanning uit mijn lichaam wegstromen. Geheel voldaan kruip ik wat later mijn bed in. De deur naar het terras heb ik opengelaten, maar ondanks dat hoor ik helemaal niets. Ik laat de stilte als een warme deken over me neerdalen en val in een diepe, tevreden slaap. Missie geslaagd.

 

<Kader: Journalist Georges Gielen, Schrijver van Logeren in een stilte hotel>

“We leiden met z’n allen steeds drukkere levens; onze dagen zijn van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat vol gepland. Waren rust en stilte vroeger iets heel normaals, inmiddels zijn ze luxe geworden. Je moet er echt naar op zoek. Zo kwam ik op het idee een boek over stiltehotels te maken. Het was trouwens nog niet zo makkelijk om die te vinden! Soms lijkt een hotel op een plaatje heel idyllisch, maar vliegen er in werkelijkheid elke paar minuten vliegtuigen over.

De vijftig hotels die uiteindelijk in het boek terecht zijn gekomen heb ik allemaal persoonlijk geprobeerd. Elk hotel heeft wel iets unieks: een bijzonder ingerichte kamer, een heerlijk restaurant of een landgoed in de buurt. Maar het allerleukst zijn toch wel de eigenaren. Mensen die een stiltehotel beginnen doen dat omdat ze hun gasten méér willen bieden dan een kamer of een snelle hap. Het zijn levensgenieters die betrokken zijn bij hun gasten en er alles aan doen het je naar de zin te maken. Dat maakt de een overnachting in zo’n hotel nog waardevoller.

De Watergeus vind ik vooral bijzonder vanwege de ligging aan het water. Het uitzicht is onovertroffen en je kunt het gebied zowel te voet als per boot ontdekken. Eén tip: neem wel een goede kaart mee! Want met al die kleine kronkelweggetjes en -slootjes verdwaal je zo.”

Georges Gielen, Logeren in een stiltehotel – 50 droomplekken om te onthaasten (Lannoo 2008), ISBN 978-90-209-7573-4, € 19,95.

 

<Kader: De Watergeus>

  • Kamers: negen ruime kamers met uitzicht op de tuin of de Noordeinderplassen; vanaf € 75 per kamer per nacht
  • Rust: het hotel is omgeven door een ruime, schaduwrijke tuin, pal aan het water
  • Ontspanning: in de buurt zijn veel fiets-, wandel- en vaarroutes
  • Menukaart: Franse keuken met aandacht voor streekproducten; het is ook mogelijk alleen het restaurant te bezoeken
  • Bijzonder: Lady Chef Sjanie de Geus organiseert tussen november en juni regelmatig kooklessen voor maximaal tien gasten (€ 80)
  • Tip: met een picknickmand vol wijn en hapjes een excursie met een fluisterbootje maken op de plassen.
  • Praktische gegevens:
    Simon van Capelweg 10
    2431 AG Noorden
    0172 – 408 398
    www.dewatergeus.nl