Marte van Santen

Freelance journaliste en schrijfster

OP BEZOEK BIJ DE DIEROTHEEK januari 10, 2008

Ingedeeld onder: 25 - Trouw — martevansanten @ 11:41 am

Dit artikel is gepubliceerd in Trouw, 9 januari 2008. 

In meer dan de helft van alle Nederlandse gezinnen lopen één of meer huisdieren rond. Behalve veel plezier geven die af en toe ook zorgen. Als ze ziek zijn bijvoorbeeld. Een bezoekje aan de dierenarts ligt dan voor de hand, maar soms is dat lastig. Omdat de praktijk zo’n eind verderop zit. Omdat het duur is. Of omdat je partner het overdreven vindt. Het gevolg: veel verborgen dierenleed. Dat moet beter kunnen, dacht ondernemer Henk van Benthem. Hij ontwikkelde het concept van de DierOtheek: een dierenartspraktijk in de dierenspeciaalzaak. In februari 2008 wordt het derde filiaal geopend. 

 Het is woensdagmiddag, 14.00. In de wachtkamer van de pas geopende DierOtheek in Steenwijk zit Ingrid met haar hondje Twixie, een klein, grijs bolletje (ras: Chichou Malterzer) van negen weken oud. Vandaag wordt hij ingeënt. “Echt ideaal”, zegt Ingrid, “dat ik zonder afspraak zo even kan binnenlopen.” Ze is zeer te spreken over de DierOtheek, vooral ook omdat er altijd een dierenartsassistente aanwezig is. “Laatst nog ben ik met mijn andere hond langsgegaan. Een vriendin zei dat hij vlooien had. Ik heb dat toen meteen laten nakijken. Met zo’n vraag zou ik niet gauw naar de dierenartspraktijk zijn gegaan. Dat voelt toch een beetje suf. Bovendien ga je daar betalen op het moment dat je de drempel overstapt.” 

Drie jaar geleden startte Henk van Benthem met zijn keten dierenspeciaalzaken Dier-all-in. Van de vijf winkels die hij inmiddels heeft geopend (in Urk, Genemuiden, Epe, Steenwijk en Meppel) hebben er twee (Epe en Steenwijk) een DierOtheek. In februari komt daar een derde bij, in Meppel.  “Ik liep al een paar jaar met het idee van de DierOtheek rond”, vertelt Van Benthem. “Voor ik met deze keten begon had ik een aantal andere dierspeciaalzaken. Telkens weer viel me daar op dat de drempel om naar de dierenartspraktijk te gaan voor veel klanten hoog is. Ze vinden het probleem van hun dier nog niet erg genoeg. Of ze zijn bang voor de hoge kosten. Het gevolg is dat ze met veel vragen bij het winkelpersoneel aankloppen. Maar die kunnen ze ook niet altijd helpen.”  

Waarom niet de kennis en kunde van de dierenarts combineren met de laagdrempeligheid van een winkel?, dacht Van Benthem. Het idee van de DierOtheek was geboren.  Het concept is simpel: in de dierenspeciaalzaak is een aparte ruimte ingericht als behandelkamer. Daar houdt een dierenarts vooralsnog één keer per week inloopspreekuur. De rest van de week is er altijd een dierenartsassistente aanwezig. Als het rustig is in de DierOtheek werkt zij mee in de winkel. “Op die manier blijft het voor mij economisch interessant”, aldus Van Benthem.

Alle medicijnen en dieetvoeders die je anders in de dierenartspraktijk haalt, zijn ook in de DierOtheek verkrijgbaar. Zo kun je na een consult direct de benodigde spullen meenemen. Klanten kunnen met allerhande vragen bij de DierOtheek terecht. “Vaak gaat het om hele simpele dingen”, vertelt dierenartsassistente Iedeke Heetebrij. “Hoe vaak je een hond eten moet geven bijvoorbeeld. Puppy’s krijgen meestal drie keer per dag voer, maar hoe lang ga je daarmee door? Mensen voelen zich ongemakkelijk om met dat soort ‘domme’ vragen bij een dierenarts aan te kloppen. Bovendien is de drempel hoog omdat je daar een afspraak moet maken.”  

Kleine handelingen, zoals advies over ontwormen en ontvlooien, het verwijderen van hechtingen en het knippen van nagels, doet Iedeke zelf. Constateert ze dat er iets serieuzers aan de hand is, dan verwijst ze door naar het spreekuur van de dierenarts. Voor gedragsproblemen wordt eens per maand een apart spreekuur met gedragsdeskundigen georganiseerd.  

Afgezien van de praktische hulp vindt Iedeke vooral haar voorlichtingsfunctie belangrijk. “Er heerst nog veel onwetendheid over hoe je een dier moet verzorgen. Sommige mensen modderen maar wat aan. Niet uit kwade wil, maar gewoon omdat ze niet beter weten. Als ze hier in de winkel komen om hun voer of kattenbakgrind te kopen, kan ik ze over van alles en nog wat adviseren. Ik ben ervan overtuigd dat we op die manier een hoop onnodig dierenleed voorkomen.” 

De DierOtheek in Steenwijk werkt samen met de plaatselijke dierenartspraktijk De Woldberg. In eerste instantie waren ze daar maar matig enthousiast over het initiatief. “Het is natuurlijk een beetje vreemd om als dierenarts met een praktijk elders in de stad spreekuur te houden in een winkel”, zegt dierenarts Bas van Dongen. “Soms komen er maar een paar mensen langs. We vroegen ons af of het al het gedoe waard was. Uiteindelijk hebben we toch besloten om mee te doen, in de hoop onze klantenkring zo te kunnen uitbreiden. En om onze bestaande klanten meer service te bieden.”  

Cijfers over de effectiviteit van de DierOtheek zijn er nog niet; daarvoor loopt het initiatief nog te kort. Maar om het een eerlijke kans te geven zijn Van Benthem en De Woldberg overeengekomen de DierOtheek in Steenwijk minimaal twee jaar open te houden.  

Van Dongen erkent dat dierenartskosten de afgelopen jaren flink zijn gestegen. “Maar we kunnen tegenwoordig ook veel meer aandoeningen behandelen. Bovendien zijn de medicijnen en de narcosegassen die we gebruiken van een betere kwaliteit. Helaas hangt daar wel een prijskaartje aan. Gelukkig blijven klanten bijna nooit om die reden weg. Er is meestal wel een oplossing te vinden, bijvoorbeeld in de vorm van een afbetalingsregeling. Desondanks raad ik iedereen aan een dierenverzekering af te sluiten. Mensen denken vaak dat daar louche organisaties achter zitten, maar dat is allang niet meer zo. En echt duur is het ook niet meer. Voor een paar euro per maand kun je al je kat verzekeren. Voor honden gaan de tarieven naar gewicht. Dat begint bij zo’n tien euro.” 

Henk van Benthem bekijkt ondertussen met een grote glimlach hoe de volgende patiënt de spreekkamer van dierenarts Van Dongen binnenstapt. Het is Stets, de hond van mevrouw Leeuw. “Een echt zorgenkindje”, vertrouwt ze hem toe. Een paar weken geleden haalde ze Stets uit het asiel. Sindsdien is ze erachter gekomen dat hij aan een kant blind en doof is. “Geen idee wat er met hem gebeurd is. Maar hij heeft enorm last van dat oor.” Het zal waarschijnlijk niet de laatste keer zijn dat mevrouw Leeuw een bezoek aan de DierOtheek brengt.  

De DierOtheek in Steenwijk is te vinden in dierenspeciaalzaak Dier-all-in aan het Steenwijkerdiep 49. Dierenarts Bas van Dongen houdt spreekuur op woensdag van 14.00 – 16.00. Een afspraak maken is niet nodig. Tijdens openingsuren van de winkel is er altijd een dierenartsassistente aanwezig. Voor meer informatie: www.dierallin.nl of 0521 – 520 265. 

<Kader: Huisdieren in Nederland>

Ruim de helft (55%) van de Nederlandse gezinnen bezit één of meer huisdieren. Met name grote gezinnen hebben vaak huisdieren. Katten (47%) en honden (36%) worden het meest gehouden. Ruim tweederde (68%) van de honden wordt door hun baas als rashond aangemerkt. Bij katten is dit percentage aanzienlijk lager (12%). Bijna driekwart (74%) van de huishoudens met huisdieren koopt speciaal dierenvoedsel. De dierenspeciaalzaak (56%) en de supermarkt (37%) zijn de twee belangrijkste aankoopplaatsen. Gemiddeld besteden huisdierenbezitters € 21,80 per maand aan voedsel en andere benodigdheden voor hun huisdieren. Per jaar geeft men gemiddeld bijna € 60 uit aan de dierenarts. Mensen met alleen honden spenderen aanzienlijk meer (ruim € 85) dan mensen die uitsluitend katten houden (ruim € 50). Tijdens de vakantie laat bijna de helft (48%) van de huisdierbezitters de verzorging thuis over aan anderen. Een vijfde (20%) brengt het huisdier onder bij buren, familie, of vrienden. 5% schakelt een dierenpension of -asiel in. Bezitters van uitsluitend honden nemen hun huisdieren relatief vaak mee op vakantie: 36% versus 13% voor alle huisdierenbezitters.

Bron: TNS NIPO, Huisdieren in het Nederlandse gezin 2005 (dec 2005).

 

GEEF JE NACHTMERRIE EEN LEUKE AFLOOP oktober 11, 2007

Ingedeeld onder: 25 - Trouw — martevansanten @ 10:50 am

Dit artikel is gepubliceerd in Trouw van woensdag 5 september 2007. 

Iedereen kent het beeld wel. Je staat voor een groep mensen om een praatje te houden en opeens zie je dat je naakt bent. Of je wordt achtervolgd die iemand die je kwaad wil doen, maar je weet hoe je weg moet komen. Gelukkig is dat meestal het moment waar op je wakker wordt. En je je realiseert: het was maar een enge droom. 

Bijna iedereen heeft wel eens een nachtmerrie. Maar voor een grote groep Nederlanders zijn hun onaangename dromen méér dan alleen maar vervelend. Zij ondervinden er daadwerkelijk hinder van. Zo’n 7-10% van alle mensen heeft meer dan een nachtmerrie per maand. 2-3% – dat is een half miljoen mensen – heeft zelfs meerdere nachtmerries per week. Geschat wordt dat evenveel mensen daar ook echt last van hebben. Dat kan variëren van angst om te gaan slapen tot vermoeidheid en concentratieproblemen overdag. Daarbij veroorzaken mensen die weinig of slecht slapen eerder ongelukken. Men vermoedt zelfs dat 20% van alle verkeersongelukken te wijten is aan vermoeidheid. Behalve van een slechte nachtrust en vermoeidheid overdag hebben mensen met veel nachtmerries ook vaker last van andere slaapstoornissen en van angstklachten. Het lijkt er kortom op dat mensen door hun nachtmerries minder stevig in hun schoenen komen te staan.  

Vrouwen rapporteren meer nachtmerries dan mannen. Of dat komt omdat ze daadwerkelijk meer onaangename dromen hebben of omdat ze ze beter onthouden, is niet duidelijk. Wel is aangetoond dat zwangere vrouwen vaker vervelend dromen. Waarschijnlijk heeft dat te maken met hun veranderende hormoonhuishouding en de emoties die daarvan het gevolg zijn. Saskia (45) heeft gemiddeld drie of vier keer per week een nachtmerrie. Bijna altijd heeft die iets met brand te maken. “In de straat waar ik ben opgegroeid woonde een dronken man, die vaak middenin de nacht de brandweer belde. Regelmatig werd ik wakker van het geluid van sirenes. Dan dacht ik dat ons huis in brand stond. In die tijd zijn ook mijn nachtmerries begonnen. Dertig jaar later probeer ik ’s nachts nog steeds mijn familie en mijn katten uit een brandend huis te redden. In mijn dromen ben ik daar zo druk mee, dat ik vaak ik letterlijk uitgeput wakker word. Overdag ben ik dan doodop en kan ik me slecht concentreren. Maar denk maar niet dat ik ’s avonds makkelijk in slaap val. Daarvoor ben ik veel te bang dat ik de enge  dromen terugkomen.”  

Feitelijk kun je nachtmerries indelen in twee soorten. De eerste groep zijn de enge dromen die ontstaan na een traumatische gebeurtenis zoals een ongeluk. Ongeveer drie kwart van de mensen met een traumatische ervaring heeft last van dit soort dromen. De tweede soort zijn nachtmerries die zich in de loop van het leven ontwikkelen. Deze gaan meestal over een specifiek thema. Met stip op één in de lijst van meest voorkomende nachtmerries staat de achtervolging, gevolgd door dromen waarin men een dierbare verliest. Ongeacht de oorzaak van de nachtmerrie, de effecten zijn altijd even vervelend. Saskia: “Mijn nare dromen hebben een direct invloed op mijn stemming. Soms kan ik er de hele dag een onaangenaam gevoel aan overhouden. En behalve dat ik slecht inslaap word ik ook nog eens om het uur wakker. Eigenlijk ben ik altijd moe, maar ik weet gewoon niet beter. Kennelijk hoort dat bij mij.”  

Mensen die veel last hebben van nachtmerries denken vaak dat ze daar maar mee moeten leren leven. Net als hun huisartsen trouwens, die meestal niet verder komen dan het voorschrijven van slaappillen. Jammer, want nachtmerries blijken prima en op een tamelijke simpele manier te verhelpen. Drs. Jaap Lancee, als psycholoog verbonden aan de Universiteit Utrecht, doet sinds een aantal maanden onderzoek naar de behandeling van ernstige nachtmerries. Via een speciale website kunnen mensen zich aanmelden voor een door hem ontwikkelde zelfhulpmethode. Lancee: “Mensen denken soms dat het verstandig is om niets aan nachtmerries te doen. Ze zouden je immers helpen om vervelende gebeurtenissen te verwerken. Maar dat is slechts ten dele waar. Alleen als het een ervaring van kort geleden is kan een nachtmerrie die functie vervullen. Daarna wordt het een soort irritante gewoonte die je jezelf hebt aangeleerd. Kijk maar naar het verhaal van Saskia. In haar pubertijd waren de nachtmerries voor haar een manier om met haar angst voor brand om te gaan, maar inmiddels zijn ze alleen nog maar lastig.” 

Een nachtmerrie ontstaat volgens Lancee doordat de dromer vervelende dingen verwacht. Hoe meer negatieve verwachtingen iemand bij een – op zich neutraal – beeld als een donkere steeg heeft, hoe groter de kans dat hij een nachtmerrie ontwikkelt. En hoe meer nachtmerries, hoe negatiever de verwachtingen. Zo kom je in een vicieuze cirkel terecht. “Je kunt een nachtmerrie vergelijken met een enge film die in je hersenen wordt afgespeeld”, aldus Lancee. “Hoe vaker de film wordt herhaald, hoe scherper de beelden in je geheugen worden gebrand.” In zijn onderzoek worden twee methodes getest om dit patroon te doorbreken. De eerste methode richt zich op het overdag herhaaldelijk inbeelden van de nachtmerrie. Je kunt maar een bepaalde tijd achtereen bang blijven. Dus als je het enge beeld maar vaak genoeg oproept, wordt de angst vanzelf minder, zo is het idee. De tweede methode probeert het verloop van de droom actief te veranderen. Aan de hand van oefeningen die je gewoon thuis kunt doen, prent de dromer zich een beter einde van de nachtmerrie in. Op die manier wordt de negatieve verwachting vervangen door een positieve.  

Volgens Lancee wordt het hoog tijd dat de medische wereld nachtmerries meer serieus gaat nemen. “Net als met veel andere slaapproblemen, worden de effecten ervan vaak ernstig onderschat. Maar een slechte nachtrust kan de kwaliteit van je leven danig verzieken.” Met zijn onderzoek hoopt hij de kennis over het onderwerp te vergroten. Als zijn zelfhulpmethode blijkt te werken, denkt hij hem in de toekomst bovendien voor iedereen toegankelijk te kunnen maken. “Het is niet voor niets dat het Fonds Psychische Gezondheid ons onderzoek financieel ondersteunt. Indien we kunnen aantonen dat onze aanpak effectief is, kan een zeer grote groep Nederlanders daar baat bij hebben. Als het aan mij ligt, hoeft over een paar jaar niemand meer onder terugkerende nachtmerries te lijden.” 

De website van Jaap Lancee is www.nachtmerries.org. Tot eind oktober kun je je daar aanmelden als deelnemer voor het onderzoek. De eerste resultaten worden in februari 2008 verwacht. Het hele project wordt in februari 2009 afgerond.  

<Kader 1: Herkomst

De term nachtmerrie is vermoedelijk afkomstig van het oud-Germaanse woord ‘nachtmare’. ‘Mare’ betekent ‘heks’. Een nachtmare was een klein demonisch nachtheksje dat binnensloop en bovenop de slapende dromer ging zitten om hem angstaanjagende dingen in te fluisteren. De enige manier om haar weg te houden was om pantoffels met de punten naar het bed toe te zetten, zodat ze daar in zou stappen in plaats van op de persoon zelf te gaan zitten. Maar het is nooit onderzocht hoe effectief pantoffels tegen nachtmerries zijn.  

<Kader 2: De slaapcyclus>

In een nacht maakt een mens een aantal slaapfases door, waaronder die van de diepe slaap en van de REM-slaap (Rapid Eye Movement). Dat doorlopen van fasen wordt een slaapcyclus genoemd. Gemiddeld maak je vijf van dat soort cycli per nacht door. De meeste mensen dromen alleen tijdens  de REM-slaap. Waarom is niet helemaal duidelijk, maar het is wel zo dat je alleen tijdens de REM-slaap fysiek verlamd bent. Dat betekent dat je gedurende die fase jezelf geen kwaad aan kunt doen door tijdens een droom opeens uit je bed te rennen. De diepe slaapfase wordt gedurende de nacht steeds korter en de fase van de REM-slaap steeds langer. Vandaar dat je dromen in de loop van de nacht meestal ook steeds langer duren. Overigens droomt iedereen, maar lang niet alle mensen onthouden hun dromen.