Dirk de Waterduiker redde tientallen mensen uit de gracht

4 Okt

scannen0016.jpg 

  Onderstaand artikel werd gepubliceerd in Ons Amsterdam van juni 2007.

 

“Even een klein beroep op het voorstellingsvermogen van den lezer: Denk u eens in, dat er vierenzeventig menschen, twee honden en een paar katten op een rijtje staan. Een respectabele optocht, nietwaar? Welnu, zoveel menschen en dieren heeft Dirk de Waterduiker uit het water gehaald!”  

Zo begon een artikel in avondblad Het Volk, dat op 10 april 1931 uitgebreid aandacht besteedde aan de gouden bruiloft van de plaatselijke beroemdheid Dirk de Waterduiker, die rond 1900 74 mensen uit de gracht wist te redden. Dat Dirk de Waterduiker eigenlijk Dirk Rietveld heette was het geheim van het bevolkingsregister. Heel de Jordaan – waar hij het grootste deel van zijn leven woonde – kende hem alleen bij zijn eervolle bijnaam: de waterduiker. Kinderen noemde hem familiair ‘Oome Dirk’.  

De Jordaanbewoners wisten niet beter of hij was een Amsterdammer, maar Dirk Rietveld werd op 15 augustus 1857 of 1858 (zie kader) geboren in Vlissingen. “Als ik het wel heb, moet ik nog van Michiel de Ruyter afstammen”, zei hij daar graag zelf over. Zijn vader was schipper, gestationeerd op de Marinewerf in Vlissingen. Toen Dirk tien jaar was, werd zijn vader overgeplaatst naar Amsterdam. Hij zou zijn geboortestad nooit meer terugzien. Tientallen jaren woonde hij met zijn vrouw aan de Elandstraat. Zijn werk vond hij in de pakhuizen langs de Prinsengracht, de Herengracht en de Lauriergracht. Nu eens was hij zoutdrager, dan weer graansjouwer of expeditieknecht bij een houtfirma. Maar altijd op straat, “hetzij met lasten op zijn schouder, hetzij met vrachten op zijn kar”. Zo kwam het ook dat hij vaak in de buurt was als er iemand te water raakte. “Ach, ‘k heb altijd m’n boterham langs den weg verdiend en veel op de schuiten. En ik schijn een fijne neus voor dat werk te hebben. Ze roepen me altijd, als er wat te redden valt. Een gewoonte, anders niet! Kan ik er wat an doen, da’k zoo angelegd ben?” 

Geheel onomstreden was dat aantal was het enorme aantal van 74 reddingen trouwens niet; Dirk zelf was daarvan de enige bron. In 1913 schreef een politieman in zijn rapport: “Hij redde, naar hij in 1911 verklaarde, toen den 66sten drenkeling, hetgeen niet gecontroleerd is kunnen worden; hijzelf kon niet de nodige aanwijzingen geven”. In een interview met het Algemeen Handelsblad gaf Dirk toe niet meer zo precies te weten wie al die geredde mensen precies waren geweest. “Jaa, zoo nu en dan ontmoet ik hier in huis of op straat nog wel eens lui, die mij dan vertellen dat ze aan mij het leven te danken hebben. Het spreekt vanzelf dat ik ze niet ken. Aantekening heb ik er niet van gehouden.” Feit is dat tussen 1895 en 1925 slechts tien reddingen door Dirk de Waterduiker officieel door de politie werden gedocumenteerd. 

Levensgevaar

Eén van die tien was die van veertienjarige Neeltje Koopman, die op 22 mei 1910 met haar fiets de Keizersgracht in reed. Neeltje was volgens het politierapport ‘al zinkende’, toen Dirk ‘gekleed te water sprong, haar zwemmende wist te bereiken en haar vervolgens naar de walkant bracht’. Het rapport wist verder te vermelden dat ‘de drenkelinge daarbij de beide handen van de redder heeft vastgegrepen, waardoor de redder zijn eigen leven in gevaar is geweest’. Maar daar liet Dirk het niet bij, zo blijkt uit zijn eigen verklaring: “Ik haalde het kind eerst boven water, bracht haar naar het posthuis op de Westermarkt en ging toen terug om de fiets op te duiken. Die heb ik toen naar de familie gebracht waar ze logeerde. Ik moest nog soebatten om wat voor het bezorgen van de fiets te krijgen; ze hadden d’r toch niet om gevraagd, zeiden ze…”.  

Een redding die Dirk zelf bijna fataal werd, was die van Petrus Hermans op 11 juni 1920. De stomdronken Hermans liep ’s middags om twee uur pardoes de Prinsengracht in. Dirk, die toevallig vlakbij met een aantal mannen stond te praten, bedacht zich geen moment en sprong ‘geheel gekleed’ het water in. Al gauw had hij de drenkeling te pakken en zwom met hem naar de waterkant. Halverwege draaide de dronken Hermans zich echter plotseling om en greep Dirk bij de keel. Na een kleine worsteling lukte het Dirk zich los te maken en toch nog met de drenkeling de wal te bereiken. Wonderbaarlijk genoeg bleven beide mannen ongedeerd, zij het dat Dirk’s ‘hemd en sporthemd zoo danig defect waren geraakt’, dat hij ze niet meer kon dragen. Schade: tien gulden.   

Overigens beperkte de waterduiker zich niet alleen tot het redden van mensen; ook dieren konden op zijn hulp rekenen. “’k Heb een getuigschrift, dat ik met levensgevaar een kat uit een riool heb gehaald”, zo vertelde Dirk in 1931 aan de krant Het Volk. “’k Ben er in gekropen tot ik haast geen lucht meer kon krijgen!” Dat zijn vrouw daar niet altijd even blij mee was, bleek uit hetzelfde interview. “Je lijkt ook wel gek!”, reageerde ze op de verhalen van haar man. “Vroeger was het toch zoo, dat-ie te water sprong als een kwajongen z’n pet in de gracht smeet!”   

Compensatie

Hoewel Dirk zich graag tegen Jan en allemaal beklaagde dat hij nooit een beloning ontving voor zijn dappere werk, viel dat in de praktijk wel mee. Voor elke officieel geregistreerde redding ontving hij drie gulden van de politieadministratie. Vaak kwam daar nog een kleine geldelijke bijdrage bij van de familie wiens gezinslid hij van de verdrinkingsnood had gered. Opvallend genoeg bleek het redden van dieren het meest lucratief. Voor een kat die Dirk uit  het riool haalde ontving hij vijftien gulden van de dierenbescherming, toch zo’n drie weken huur. En later zou hij nog zeker twee keer vijftien gulden innen voor het redden van een paar honden.  

Wonderbaarlijk genoeg heeft Dirk aan al zijn zwemtochten in het vieze grachtenwater amper iets overgehouden. De enige kwetsuur die hem door de jaren echt parten heeft gespeeld lijkt een liesbreuk te zijn geweest, al roepen de verhalen daarover wel de nodige vraagtekens op. De eerste keer dat melding werd gemaakt van een dergelijke klacht, was in 1913. Tijdens de redding van zevenjarige J. Bedalle uit de Prinsengracht zou Dirk uitgegleden en verkeerd terecht gekomen zijn, met pijn in zijn lies tot gevolg. Bij behandeling in het Binnengasthuis werd een breuk geconstateerd, waarna hij gedwongen was een breukband te dragen.  

Ruim tien jaar later, in 1926, klaagde Dirk naar aanleiding van twee reddingen opnieuw over pijn in de liesstreek. Wederom zou hij bij het duiken ongelukkig in het water terecht zijn  gekomen, waarbij hij zich onder andere gestoten had aan een oud ijzeren ledikant dat op de bodem van de gracht lag. Ook deze keer werd een liesbreuk geconstateerd, deze keer door de gemeentearts, waarna Dirk andermaal een breukband moest dragen.  

Naar aanleiding van deze laatste twee reddingen diende Dirk de Waterduiker een verzoek in bij het Carnegie Heldenfonds voor een financiële compensatie. Het fonds vroeg hierop nadere inlichtingen bij de politie over de redding en kreeg het volgende antwoord: “Wat het hebben van eener breuk betreft, moet ik er op wijzen dat Rietveld reeds eerder een geldelijke uitkeering heeft verzocht, wijl hij bij een redding een breuk zou hebben gekregen. Een en ander staat uitvoerig vermeld in mijn brief van 3 januari 1914. Rietveld ontkent vroeger een breukband te hebben gedragen en zegt, dat de in de linkerlies voorkomende breuk zich eerst na den 16e mei 1925 openbaarde. Van een vroegere behandeling in het gasthuis zegt hij zich niets te herinneren, hetgeen niet hoeft te verwonderen, aangezien hij toen onder den invloed van sterken drank was.” Het weerhield de politie er overigens niet van positief over de tegemoetkoming te adviseren, waarna hem door het Heldenfonds een uitkering van vijf gulden per week werd toegekend.  

<Apart kader> Onder invloed

Uit het schrijven van de Geneesheer van de Macht van het Binnengasthuis te Amsterdam, 30 december 1913:“D. Rietveld is den 29sten november jongstleden door ondergetekende onderzocht en behandeld. Met het oog op een eventueel hernieuwd optreden van de patient’s afwijking is hem de raad gegeven zich te laten opereren en wat betreft de opname in het ziekenhuis hetzij zijn huisdokter, hetzij den geneeskundigen dienst te raadplegen. Patient verkeerde min of meer onder de invloed van sterke drank en daaraan is het  waarschijnlijk toe te schrijven, dat hij niet meer weet op welken dag hij voor bovengenoemde afwijking behandeld is – noch wat hem bij die gelegenheid is gezegd.” 

(apart kader) Strafblad 

Dirk de Waterduiker mocht dan wel in veler ogen een held zijn, een lieverdje was hij zeker niet. Zo werd in een politiedossier uit 1913 melding gemaakt van het feit dat hij een echte alcoholicus was, die in de zes voorgaande jaren zeker twaalf keer was gearresteerd voor openbare dronkenschap. Een van de getuigen bij een redding in 1897 meldde zelfs dat “Dirk gaarne voor een borrel de gracht overzwemt en zulks ook doet”. Ook werd hij in maart 1898 verdacht van diefstal, waarvoor hij een maand later tot veertien dagen gevangenisstraf werd veroordeeld. Slechts een paar weken later volgde een nieuwe gevangenisstraf, van een maand deze keer, voor het mishandelen van een politiebeambte.  Zijn strafblad had trouwens weinig invloed op zijn populariteit, zoals wel blijkt uit het grote aantal festiviteiten dat de buurtvereniging voor zijn vijftigjarige huwelijk in 1931 organiseerde. Zijn huis aan aan de Elandstraat 21 werd met overdadig sparrengroen en papieren bloemen versierd. “De Elandstraat en de omliggende straten stonden op stelten”, schreef een verslaggever van de Telegraaf, “toen het knapenkoor ‘Klein maar Dapper’ met volle muziek naderde en even later ‘lang-zal-ie-leven’ speelde. De operette-club zong het gouden echtpaar, dat onder een gouden erepoort zat, toe.” Een paar dagen later werd Dirk de Waterduiker in het clubgebouw van speeltuinvereniging ‘Ons Genoegen’ officieel gehuldigd. De feestelijkheden werden afgesloten met de komst van een speciaal draaiorgel, dat enkele uren speciaal voor het echtpaar speelde.  Afgezien van het eerbetoon uit de buurt werd Dirk de Waterduiker – ondanks zijn strafblad – ook meerdere malen met medailles onderscheiden. Zo ontving hij op 2 maart 1912 een zilveren eremedaille naar aanleiding van de redding van een meisje dat met haar fiets te water was geraakt en een kind dat hij onder een schuit vandaan had gehaald. Beide reddingen leverden geen levensgevaar op – eigenlijk een voorwaarde voor het verstrekken van een eremedaille – maar omdat Dirk al eerder mensen uit de gracht had gered, werd de beloning toch toegekend. Eerder had hij al een keer een bronzen eremedaille ontvangen, later zouden daar nog een gouden medaille en een wekelijkse uitkering uit het Carnegie Heldenfonds op volgen. Saillant detail: in alle gevallen werden de medailles en geldelijke vergoedingen door Dirk de Waterduiker zélf aangevraagd…  

(Apart kader met foto) Vraagtekens

Het leven van Dirk Rietveld is met nevelen omhuld. Om te beginnen zijn naam: die wordt in de meeste bronnen met een ‘d’ gespeld, maar er zijn ook stukken te vinden waarin Rietveldt op ‘dt’ eindigt of Dirk opeens ‘Van Rietveld’ heet. Dezelfde onduidelijkheid bestaat er over zijn geboortejaar. Dat Dirk op 15 augustus ter wereld kwam staat wel vast, maar of dat in 1857 was of in 1858, daarover verschillen de meningen. Een ander mysterie is dat van zijn al dan niet bestaande kinderen. Zowel in krantenartikelen als in politierapporten wordt Dirk als ‘kinderloos’ omschreven, tot er in een verslag van de afdeling inlichtingen van de rechercheadministratie uit 1926 plotseling melding wordt gemaakt van ‘zijn dochter, die gehuwd is met tramconducteur A. Petri en vijf kinderen heeft, terwijl zijn zoon Adriaan, die los werkman is, vader is van zeven kinderen’. En dan is er natuurlijk de kwestie van het aantal reddingen. Volgens eigen zeggen 74, maar gedocumenteerd in de politieverslagen: tien…  Te gebruiken fotobijschriften of quotes:

  • “Manlief, wat ik al niet uit den grachten heb gesleurd!”
  • “Of het nou een jood of een christen, een arme of een rijke, een mensch of een dier is, dat komt er niet op an. Floep, d’r in!”
  • “Ik schijn een fijne neus voor het werk te hebben.”

“Je denkt er niet bij na, hè? Waarachtig, dat redden wordt een gewoonte

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: