DE WINTERSE MAGIE VAN ROME

10 Dec

scannen0013.jpgscannen0014.jpg 

 

Dit artikel is gepubliceerd in Feliz nr. 3 – december 2007.

Twee jaar geleden besloot ik mijn droom waar te maken: Italiaans leren in Rome. Ik zegde mijn baan op, verhuurde mijn huis en vertrok voor drie maanden naar de Eeuwige Stad. Nu ben ik voor het eerst terug. Om de meest bijzondere plekken – en herinneringen – van toen opnieuw te bezoeken.  

 

CENTRO STORICO

Tijdens mijn verblijf in Rome ging ik vijf dagen per week naar de Scuola Leonardi da Vinci, een  internationale talenschool in hartje centrum. Daar kreeg ik met elf andere studenten van evenzoveel nationaliteiten in rap tempo de beginselen van het Italiaans bijgebracht. De school is gevestigd in een prachtig oud palazzo aan het Piazza dell’ Orologio, op steenworp afstand van alle bezienswaardigheden in het centro storico. Hier begin ik mijn wandeling op deze frisse herfstmorgen. Met enige weemoed zie ik de studenten het aristocratische gebouw betreden. Maar voor mijn geen groepslessen meer. Ik oefen tegenwoordig met mijn Italiaanse partner.  

Via de kleine, smalle straatjes slenter ik van de school richting het Piazza Novana, het meest beroemde plein van Rome. Links en rechts zie ik perfect geklede mannen en vrouwen in de vele bars hun ochtendespresso drinken. Staand, want dat is hier de gewoonte. Net als het feit dat je eerst aan de cassa je koffie betaalt en dan met  je scontrino (bonnetje) naar de barista (barman) gaat. Hij zet je vervolgens de heerlijkste espresso voor. Die drink je met veel suiker. Een Italiaan eet er een cornetto (zoete croissant) bij. Vandaag doe ik dat ook.  

Het Piazza Navona is een echte toeristische trekpleister, maar zo ’s ochtends vroeg is het er nog weldadig rustig. Alle ruimte dus om de barokke pracht en praal te bewonderen. De twee beroemdste Italiaanse beeldhouwers uit de 17e eeuw, Borromini en Bernini, zijn beide goed vertegenwoordigd. Borromini ontwerp de façade van de kerk Sant’Agnese in Agone aan de westzijde van het plein. Volgens de legende werd op deze plek in 304 de dertienjarige Agnes naakt aan het volk vertoond omdat ze weigerde met de voor haar bestemde man te trouwen. Als een wonder begon op dat moment haar haar te groeien, zodat ze haar lichaam zedelijk kon bedekken. Tegenover de kerk vind je de indrukwekkende Fontana dei Quattro Fiumi van Borromini’s aartsrivaal Bernini. Persoonlijk vind ik dit een van de mooiste beeldhouwwerken die Rome rijk is. De figuren, die elk een beroemde rivier symboliseren, drukken zo’n emotie uit dat ze voor je ogen tot leven lijken te komen.  

Het centro storico is niet groot, maar er zijn zeker vijftien kerken te vinden. Allemaal zijn ze een bezoekje waard, maar als je toch moet kiezen, ga dan naar de Sant’Agostino, de San Luigi dei Francesi en de Santa Maria del Popolo. (De laatste ligt een stukje verderop in de wijk Tridente). In elk van deze chiese (kerken) vind je namelijk een of meerdere schilderijen van de beroemde schilder Caravaggio. Het werk van deze 16e eeuwse schilder werd in zijn tijd als extreem gewaagd beschouwd, omdat hij het aandurfde heilige figuren als mensen van vlees en bloed af te beelden. Zo gebruikte Caravaggio de bekendste prostituee van de stad als model voor een schilderij van Maria, iets wat hem door zijn kerkelijke opdrachtgevers niet in dank werd afgenomen.Controversieel zijn de afbeeldingen inmiddels niet meer, maar vierhonderd jaar later hebben ze nog niets van hun kracht verloren.  

Ik laat de kerken achter me en vervolg mijn route richting de Via del Corso, de belangrijkste winkelstraat van Rome. Mijn bestemming is niet Armani of Prada, maar de Galleria Doria Pamphilj. Dit museum bezit een van Rome’s mooiste kunstcollecties met werk van onder andere Caravaggio en Bernini, maar ook Breughel, Memling en Valázquez. Onderweg valt mijn oog op een klein kapperszaakje, genaamd Lellos Hair Style. In alle hevigheid komen de herinneringen boven aan mijn  Romeinse knipbeurt door Lello, een enorme, manke kapper met het woeste uiterlijk van een maffiabaas. Het zou weken duren voor ik me weer zonder schaamte op school durfde te vertonen. 

Mocht je voor de lunch nog wat tijd over hebben, loop dan even langs bij het Chiostro del Bramante. Dit kleine 15e eeuwse klooster ligt goed verborgen achter de vaak overweldigende palazzi en biedt een oase van rust in het drukke centrum. Tegenwoordig is het een galerie, waar wisselende tentoonstellingen worden gehouden.  

Over lunch gesproken: natuurlijk kun je je laten verleiden door de vele, vaak toeristische pizzeria’s rond het Piazza Navona. Maar veel leuker is het om een willekeurige bar binnen te lopen en een heerlijke toast te bestellen, een tosti met allerlei bijzondere vullingen. Mijn persoonlijke favoriet is die met tonijn en artisjok. En met een gemiddelde prijs van € 2,50 krijg je ruim waar voor je geld. Nog een tip: neem je sandwich mee naar buiten. Mijn favoriete openlucht lunchplek in Rome zijn de oevers van de Tiber. Daar kun je heerlijk uit de wind van het zonnetje genieten. Lekker wandelen langs het water kan er trouwens ook. Behalve een verdwaalde Romein met een hond of een muzikant onder een brug zul je er verder weinig mensen tegenkomen.  

 

CAMPO DEI FIORI EN HET JOODSE GETTO

Aan de overkant van de drukke Corso Vittorio Emanuele II waan je je in een andere wereld. Het mooie Piazza Campo dei Fiori (‘Plein van het bloemenveld’) trekt weliswaar veel toeristen, maar toch voelt het alsof je er in een Italiaans dorp bent beland. Van maandag t/m zaterdag wordt er ’s ochtends een levendige groente- en fruitmarkt gehouden. In de kleine steegjes rond het plein is het heerlijk slenteren, terwijl de meest prachtige palazzi en fontane aan je oog voorbijtrekken.  

Loop je in oostelijke richting, dan kom je in het Joodse getto van Rome terecht. Een echt getto is het gelukkig al lang niet meer, maar het contrast tussen deze arme wijk en de rijkdom van de buurt rond het Campo dei Fiori is desondanks groot. Veel gebouwen zijn er vervallen, de steegjes zo mogelijk nog smaller dan in de rest van de stad. Je vindt er kosjere eethuisjes en allerhande Joodse winkeltjes. Ga op een van vele bankjes zitten en snuif de geschiedenis op, die je hier van alle kanten op je voelt neerdalen. Niet verwonderlijk, als je bedenkt dat al in de tweede eeuw vóór Christus de eerste Joodse kolonie in Rome werd gevestigd. De immense synagoge die hier in 1904 werd gebouwd voelt bijna misplaatst aan in deze bescheiden buurt. Sinds de PLO in 1982 een aanslag op het gebouw pleegde waarbij een 2-jarig meisje omkwam, wordt hij 24 uur per dag door carabinieri (een tak van de Italiaanse politie) bewaakt. Een bezoek is dan ook alleen mogelijk met een georganiseerde toer.  

Onderweg terug naar het appartement waar ik logeer, schiet ik een kerkje binnen. Zoals altijd verbaas ik me erover hoe prachtig onderhouden de Italiaanse godshuizen zijn, zelfs in de meest arme buurten. En op welk moment van de dag je er ook binnengaat, er zit altijd wel iemand te bidden. Vandaag is dat niet anders. Een jong meisje is zo diep in haar gebed verzonken, dat ze me niet eens voorbij hoort lopen. Nieuwsgierig staar ik haar aan. Zou ze bidden voor haar zieke moeder? Of voor een naderend examen? Zelf ben ik zonder geloof opgegroeid. Misschien dat het me juist daarom zo fascineert. In de maanden dat ik in Rome woonde maakte ik er de gewoonte van elke zondagochtend naar een kerkdienst te gaan. Mijn favoriet? De San Giovanni in Laterano, de officiële kathedraal van Rome en bijna net zo groot als de St. Pieter. Een bewierookte dienst daar is een ervaring op zich. 

 

SAN LORENZO

De volgende ochtend neem ik de bus naar San Lorenzo, de wijk ten zuidoosten van het station Termini, waar ik drie maanden op kamers woonde bij de Italiaanse Paula. Onderweg ernaartoe knoopt de dame naast me een gezellig gesprekje met me aan over het prachtige weer. Die openheid van de Romeinen was een van de dingen waar ik echt aan moest wennen. In de bus naar school ging sprak  ik in drie maanden meer mensen dan in vijf jaar forenzen in Nederland. Als noorderling kijk je raar op als een wildvreemde zomaar tegen je begint te praten. Maar in de loop van de tijd ging ik dat steeds meer waarderen. Het geeft een gevoel van saamhorigheid en is bovendien een prima manier om je Italiaans te oefenen.  

Terwijl de zon zich diep achter de palazzo’s verschuilt, draagt de helft van mijn medepassagiers een zonnebril. In de bus. Tja, men zegt niet voor niets: een Italiaan zonder zonnebril is zo goed als naakt.  

In San Lorenzo is de campus van de Universiteit van Rome gevestigd. Het is een echte studentenbuurt, met veel kleine cafeetjes, goedkope restaurantjes en obscure filmhuizen. Toeristen zul je hier niet gauw aantreffen. Dat maakt het extra leuk om er rond te dwalen, ook al zijn de gebouwen hier niet zo mooi als in de binnenstad. Houd er wel rekening mee dat vrijwel niemand hier  Engels spreekt!  

Via de Via Tiburtina loop je richting de Campo Verano, de grootste Katholieke begraafplaats van Rome. Neem onderweg de tijd om een cappuccino te drinken of bij de bakker voor een habbekrats een smakelijke focaccia (plat Italiaans brood) te kopen. Ook het kleine, traditionele chocoladefabriekje aan deze straat is een tussenstop waard, bijvoorbeeld voor de heerlijke, handgemaakte bonbons. 

Het laatste stukje richting de begraafplaats is een beetje armzalig, maar je geduld wordt beloond. Een Italiaanse begraafplaats is namelijk net een openluchtmuseum. De prachtige beelden en monumenten worden afgewisseld met indrukwekkende grafhuizen. Je kijkt werkelijk je ogen uit. Voor kattenliefhebbers zoals ik is er bovendien de bonus van de kattenkolonie die er huishoudt. Zodra je op een bankje gaat zitten om even van je wandeling te bekomen, is er altijd wel één die je gezelschap opzoekt. Vandaar ook dat de oude dametjes die dagelijks de graven bezoeken niet alleen een bosje chrysanten voor hun overleden familielid, maar ook een blikje kattenvoer meenemen. 

Onderweg terug naar de bushalte stop ik bij een van de vele pizzatentjes. Wat de frituur is in Nederland en België, is hier de pizza tagliata. Achter het glas van de toonbank liggen enorme langwerpige pizza’s van soms wel een meter lang. Met je handen wijs je de grootte aan van het stuk dat je wilt. De prijs wordt per ons bepaald. Iets wat je bij ons nooit ziet maar waar ik in Rome verslaafd aan ben geraakt, is de pizza bianca (letterlijk: ‘witte pizza’), een onbelegde pizzabodem met olijfolie, zeezout en rozemarijn. Simpel maar oh zo lekker. 

 

Villa Borghese

Het is zulk mooi weer, dat ik besluit naar de Villa Borghese te gaan. Gedurende de renaissance werden in dit gebied ten noorden van het centrum de zomerhuizen van de rijke Romeinen gebouwd. Een van de meest indrukwekkende is dat van de familie Borghese. De gebouwen zijn tegenwoordig open voor publiek. In het bijbehorende park (de grootste open ruimte in Rome!) vind je onder andere het Piazza di Siena met de overblijfselen van een Romeinse renbaan, waar je op een mooie dag als vandaag heerlijk met een boekje kan luieren. Er vlak achter liggen de Pincio Tuinen, waar een heteluchtballon je tegen betaling voor twintig minuten boven de stad tilt. Het biedt misschien wel het allermooiste uitzicht over Rome.  

In het park zijn meerdere musea te vinden. De beroemdste daarvan is de Galleria Borghese. Toen Camillo Borghese in 1605 tot paus werd verkozen, stelde hij zijn favoriete neef Scipione aan als ‘hoofd diplomatieke, ceremoniële en culturele zaken’. Het was een vrijbrief voor Scipione om zich op slinkse   wijze uit naam van god de mooiste kunstwerken toe te eigenen. Om al die prachtige werken onderdak te geven liet Scipione een zomerpaleis (de Galleria Borghese) bouwen. Kosten noch moeite werden gespaard. Het resultaat: een geweldige overdaad aan marmer, goud, mozaïeken en fresco’s. En dat allemaal nog voordat je één kunstwerk hebt gezien… 

Eenmaal terug in de drukte van de stad duik ik een supermarkt in om wat ingrediënten voor het avondeten te kopen. Terwijl ik vertwijfeld voor de vitrine met tientallen verschillende soorten verse pasta sta, realiseer ik me dat je nergens zo snel de culturele verschillen met je eigen land leert kennen als in de supermarkt. De keus in pasta en kaas is bijvoorbeeld enorm, maar in frisdrank minimaal. Bovendien is een fles cola aanzienlijk duurder dan in Nederland. Lightproducten zijn helemaal niet te vinden. Net als flame lampen trouwens, want Italianen verlichten hun huizen bij voorkeur met tl-lampen. En lucifers koop je alleen bij de tabaccheria (tabakszaak). “Busta?”, wordt me door de jongen achter de kassa gevraagd. Hij kijkt verbaasd op als ik nee schud. Want in Italië neemt niemand zoals ik zijn eigen boodschappentas mee. Hier wordt alles nog verpakt in buste, plastic tasjes.  

 

CARACALLA EN TESTACCIO

Wat mij betreft is het Colosseum onbetwist het mooiste antieke bouwwerk van Rome. Maar als je niet uren in de rij wilt staan om de indrukkende oude architectuur te bekijken, kun je beter een bezoek te brengen aan de Termen van Caracalla, het grootste overgebleven badcomplex uit het Romeinse Rijk. Dat is dan ook wat ik doe aan het begin van mijn derde en laatste dag in Rome. Vijf jaar en 9000 slaven waren voor nodig om het te bouwen. Meer dan 1600 mensen konden er tegelijk een bad nemen. In totaal kwamen er per dag zo’n 8000 bezoekers. Behalve de verschillende binnenbaden bevatte het complex een ontmoetingshal, een openluchtzwembad, gymzalen, bibliotheken, kunstgalerijen en diverse tuinen. Ondanks het feit dat van die rijkdom weinig meer over is, blijft het ook vandaag de dag nog een indrukwekkend gezicht. Wandelend over het enorme complex (in totaal ruim 11 ha) met muren die torenhoog boven me uitrijzen voel ik me opeens heel klein. Het is niet moeilijk om je voor te stellen hoe ongelofelijk imposant de baden in hun hoogtijdagen geweest moeten zijn.  

Even ten westen van de Termen van Caracalla ligt een van de meeste trendy buurten van het moderne Rome, Testaccio. Oorspronkelijk was dit een echte arbeiderswijk, vooral bekend vanwege de vele slachthuizen die er te vinden waren. Tegenwoordig zie je er tal van hippe winkeltjes, restaurantjes en galerieën. Omdat nog weinig toeristen de weg naar deze wijk gevonden hebben is het een prima plek om een paar uurtjes rond te dwalen als je wat van het gewone, dagelijkse leven in Rome wilt opsnuiven. Of als je, zoals ik, wilt genieten van een heerlijk bord authentieke spaghetti al pesto.

TRASTEVERE en JANICULUM

Via de Ponte Palatino steek ik de Tiber over naar de wijk Trastevere. In de Romeinse tijd was dit een buurt van arbeidslieden, die hun handelswaar aan- en afvoerden over de rivier. Later kwamen er vooral veel immigranten wonen. En ook al is de buurt inmiddels aardig ‘verhipt’, toch waan je je in een andere tijd als je door de wirwar van nauwe, geplaveide straatjes loopt. Tip: zorg dat je geen hoge hakken draagt als je hier aan de wandel gaat! 

De kerk Santa Maria in Trastevere is het spirituele en sociale hart van de wijk. Het is vermoedelijk het eerste officiële godshuis dat (in de 3e eeuw) in Rome werd gebouwd. Volgens de legende spoot op deze plek op de dag van de geboorte van Christus een oliefontein uit de grond. De huidige kerk stamt voor het grootste deel uit de 12e eeuw is en vooral beroemd vanwege zijn prachtige mozaïeken. 

Terwijl ik ronddwaal door het eeuwenoude gebouw valt mijn oog op een heiligenbeeld dat is bedolven onder kleine briefjes. Het is een van de leukste katholieke gebruiken: een papiertje met je wens tussen de armen (of andere lichaamsdelen) van een heilige steken. Zonder al te opzichtig te zijn gluur ik naar de boodschappen die de inwoners van de stad hebben achtergelaten. Nu komen mijn Italiaanse lessen me goed van pas. Mijn ogen schieten vol als ik op een briefje lees: ‘laat mijn moeder nog niet sterven’. Maar een moment later moet ik mijn lachen bedwingen om de vraag ‘of ik alsjeblieft eindelijk eens voor mijn rijexamen mag slagen’.  

Met een hoofd vol wensen verlaat ik de kerk. Even verderop loop ik het Museo di Roma in Trastevere aan het Piazza Sant’Egidio binnen. Dit kleine museum, gevestigd in een voormalig klooster, vertelt je over de folklore van Rome. Je vindt er van alles over feesten, spelletjes en bijgeloof. Het leukst zijn misschien wel de tableaus met scènes uit het alledaagse leven in het Rome van de 18e en 19e eeuw. Nog meer dan in de grote musea in het centrum gaat de historische stad hier  echt voor je leven.  

Er zijn nog tal van andere bezienswaardigheden in Trastevere te bewonderen, zoals de Villa Farnesina en de botanisch tuinen. Maar neem vooral ook de tijd om rustig rond te dwalen door deze schilderachtige, oude wijk. Laat de plattegrond maar achterwege, verdwalen doe je toch wel in de ‘spaghetti’ van kronkelige straatjes. Het geeft niets, want er is altijd wel weer een weg die naar de Tiber leidt. En ondertussen waan je je voor even echt onderdeel van alledaagse Romeinse taferelen, zoals het ophangen van de was, het volgen van de voetbalwedstrijd op de radio of het lezen van de krant aan de bar.  

Als afsluiting van de dag neem ik vanaf het Piazza della Rovere bus 870 naar de top van de heuvel Janiculum. Ver is het niet, maar wees gewaarschuwd: als je gaat lopen is het een steile klim! Vanaf hier heb je een werkelijk fenomenaal uitzicht over de stad. En nog gratis ook. Terwijl ik mijn blik over alle prachtige gebouwen laat dwalen die door de ondergaande zon oranje en roze worden gekleurd, bedenk ik me wat ik verder nog allemaal had willen doen deze dagen. Een wandeling over het Forum Romanun maken, een kerkdienst in de prachtige Santa Maria Maggiore bijwonen, de kattenopvang op het Largo di Torre Argentina bezoeken, rijstijs eten bij de gelateria achter het Pantheon, koffie drinken bij mijn naamgenoot, Bar Marte, naar het winkeltje met leren handschoenen in 124 kleuren….  Nou ja, die bewaar ik voor volgende keer. Want één ding is zeker: naar mijn tweede thuisstad Rome zal ik steeds weer terugkeren.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: