OP ZOEK NAAR EVENWICHT

10 Dec

scannen0009.jpgscannen0010.jpg 

Dit artikel is gepubliceerd in Feliz nr. 3 – december 2007.

De definitie van evenwicht luidt: een situatie waarin zonder verstoring geen verandering optreedt. De term kan een maatschappelijke, een economische of een natuur- of scheikundige betekenis hebben. Maar waarom heeft de mens een behoefte aan evenwicht in zijn leven? En hoe beïnvloedt die behoefte zijn of haar gedrag?  

Mark Nelissen is professor in de biologie aan de Universiteit van Antwerpen. Daar onderzoekt hij onder andere hoe het menselijk gedrag als gevolg van de evolutie is veranderd. Logisch dus, dat hij in antwoord op de vraag waarom een mens van nature naar evenwicht streeft in eerste instantie diep in het verleden duikt. “Honderdduizenden jaren geleden leefden we als jagers en verzamelaars in groepen van maximaal tweehonderd mensen. Van alle kanten loerde het gevaar. Om te overleven was het belangrijk om binnen de groep goed samen te werken. Iedereen had zijn eigen taak. Kon je bijvoorbeeld hard rennen, dan deed je mee aan de jacht. Zo ontstond een natuurlijk evenwicht, waarbij van iedereen duidelijk was wat van hem of haar werd verwacht. Onze voorouders waren gebaat bij duidelijke afspraken en voorspelbaar gedrag. Vandaar ook dat we onverwachte gebeurtenissen nog steeds als onprettig ervaren. Die zijn van oudsher bedreigend.”  

Dat we ons het meest prettig voelen als we een ‘evenwichtig leven’ leiden, lijkt dus vooral een vorm van zelfbehoud. Nelissen: “Tegenwoordig zie je nog allerlei vormen van dat primitieve groepsgedrag terug. Zo zoeken we onze natuurlijke plek in de hiërarchie, of dat nu op het werk is of in een vriendenkring. Een ander duidelijk voorbeeld is hoe mensen zich kleden. Meestal herken je daaraan meteen tot welke ‘soort’ iemand behoort. Iemand met een hanenkam kan bijna niet anders dan een punker zijn. Maar ook bij meer subtiele tekens als een parelketting of een bepaald kledingmerk leggen we een link met een specifieke groep. Zo weet je precies waar je aan toe bent. Dat creëert een gevoel van evenwicht en veiligheid.” 

Symmetrie

Een andere manier om je voortbestaan te garanderen was – en is – om je zo succesvol mogelijk voort te planten. Ook daarbij speelt evenwicht een belangrijke rol, zo blijkt. “De mens zoekt van nature een partner met een zo evenwichtig mogelijk gezicht”, vertelt Nelissen. “Dat zit zo. Hoe symmetrischer de gelaatstrekken, hoe kleiner de kans dat iemand tijdens zijn ontwikkeling in de baarmoeder met allerlei nare bacteriën en parasieten te maken heeft gehad. Simpel gezegd betekent een evenwichtig gezicht: gezonde genen. En dus een goede kans op sterke, gezonde kinderen.” Is dat ook de reden waarom we op andere terreinen vaak naar symmetrie streven, bijvoorbeeld bij de inrichting van ons huis? Nelissen: “Dat is nooit onderzocht, maar het is helemaal geen gekke gedachte. Een symmetrisch gezicht geeft me van nature een goed gevoel. Waarom zou dat dan niet gelden voor de twee kandelaars die symmetrisch boven mijn schouw hangen?” 

Als evenwicht zo belangrijk is voor een succesvolle voortplanting en ontwikkeling, hebben kinderen uit éénoudergezinnen dan niet op voorhand al een achterstand? “Logischerwijs zou je denken van wel”, zegt Nelissen, “maar in de praktijk blijkt dat niet het geval. Cijfers wijzen uit dat kinderen die alleen door hun moeder worden opgevoed zich over het algemeen tot heel evenwichtige volwassenen ontwikkelen. Dat geldt zowel voor meisjes als voor jongens. Feitelijk wordt de invloed van de ouders schromelijk overschat. Vroeger dachten we dat die alles bepalend was voor de ontwikkeling van een kind, nu weten we dat dat maar voor een klein stukje het geval is. Kinderen leren veel meer van hun leeftijdsgenoten, hun leerkrachten en de media.” 

Realistische doelen

Biologisch gezien is de menselijke behoefte aan evenwicht goed verklaarbaar. Maar in hoeverre  beïnvloedt hij ook ons dagelijks doen en laten? “In zeer grote mate”, aldus Nelissen. “We hebben geconstateerd dat een mens gebaat is bij balans in zijn leven. Maar wat die balans precies inhoudt is voor iedereen verschillend. Dat heeft immers te maken met de doelstellingen die je nastreeft. De ene persoon heeft als doel om heel rijk te worden, de andere om gezonde, gelukkige kinderen de wereld in te sturen. Je stelt je handelen in dienst van jouw persoonlijke doel. Gaat dat goed, dan geeft dat een gevoel van harmonie. Maar lukt dat niet, bijvoorbeeld doordat je al je geld op de beurs verliest of doordat je kind het verkeerde pad op gaat, dan raak je uit evenwicht. Met het risico dat je in een depressie belandt.”  

Of je in staat bent harmonie in je leven te bereiken, hangt met name af van het realiteitsgehalte van je doelstellingen. Nelissen: “Vooral jonge mensen streven vaak enorm hoge doelen na. Op zich is dat goed, want zonder die ambitie zouden er geen grote wetenschappers zijn, of wereldleiders, of topsporters. Maar als je erachter komt dat sommige doelen voor jou niet haalbaar zijn, moet je ze wel  naar beneden kunnen bijstellen. Zo niet, dan raak je uit balans en gaat het mis. Het probleem is dat mensen zich er vaak niet bewust van zijn dat hun doelen te hoog gegrepen zijn. Of ze willen het niet weten. Soms moet er dan een psycholoog of een psychiater aan te pas komen om hen dat duidelijk te maken.”  

Een andere reden om je plannen aan te passen is als je iets traumatisch overkomt. Een bekend voorbeeld is dat van de hardwerkende zakenman die een hartaanval krijgt. Daarna zijn vroegere doelstellingen als hogerop komen en veel geld verdienen opeens een stuk minder belangrijk. Maar ook positieve veranderingen kunnen zo’n effect hebben. Als je onverwacht de lotto wint bijvoorbeeld. Of de liefde van je leven tegenkomt terwijl je je er eigenlijk al bij neer had gelegd altijd alleen te blijven. Nelissen: “Als gevolg van wat je overkomt creëer je nieuwe doelstellingen. Zo ontwikkel je continu een nieuw evenwicht in jezelf.” 

Fysieke achterstand

De mens is voortdurend op zoek naar geestelijk evenwicht. Geldt dat ook voor de rest van ons lichaam? Volgens Nelissen is dat – vreemd genoeg – niet het geval. “De afgelopen eeuwen en vooral de afgelopen decennia is onze samenleving veel drukker geworden. Dat betekent dat ons lichaam veel meer impulsen te verwerken krijgt. Dat je je bij autorijden op zoveel dingen tegelijk moet concentreren is bijvoorbeeld heel onnatuurlijk. Helaas weet het lichaam daar niet goed mee om te gaan. Ons stresssysteem werkt al honderdduizenden jaren op dezelfde manier. De bijnieren maken  adrenaline en cortisol aan om de spanning aan te pakken. Vroeger was dat systeem heel effectief. Maar tegenwoordig word je aan zoveel druk blootgesteld, dat het lichaam dat niet meer aankan en overbelast raakt. Met allerlei narigheid als overspannenheid en burn-out tot gevolg.”  

Een ander goed voorbeeld van die fysieke ‘achterstand’ is het feit dat mensen steeds dikker worden. “Onze behoefte aan suiker en vet is dezelfde als die van onze jagende en verzamelende voorouders”, aldus Nelissen. “Zodra je iets zoets ziet, beveelt je lichaam je dat op te eten. Suiker is immers een belangrijke energiebron en lange tijd moest je maar zien waarneer je weer zoiets voedzaams te eten zou krijgen. Tegenwoordig word je echter dagelijks overspoeld met vette en zoete etenswaren. Omdat het lichaam nog altijd volgens het hetzelfde systeem werkt, blijf je daar maar van dooreten. En dus word je al gauw te dik.” 

De omgeving verandert, maar onze fysieke toestand niet. Met als gevolg dat je lichaam niet meer de kans krijgt te functioneren zoals het eigenlijk was bedoeld. Nelissen: “We zetten het onder stress en misbruiken het door er teveel suiker en vet in te stoppen. Om nog maar niet te spreken over sigaretten en alcohol, want daar is je lichaam al helemaal niet op berekend. Door al die dingen zou je je beter moeten gaan voelen, maar eigenlijk doe je jezelf alleen maar kwaad mee. Wat dat betreft is het evenwicht helemaal zoek.” 

Vanzelf

Bijna iedereen krijgt vroeg of laat wel eens te maken met onrealistische doelstellingen en een lichaam dat uit balans raakt. Moeten we ons nu grote zorgen maken? “Dat valt best mee”, stelt Nelissen ons gerust. “Voor een groot deel lossen de problemen zich vanzelf op als je ouder wordt. Met ervaring komt namelijk ook de wijsheid over wat haalbare doelen zijn en niet. Wat de fysieke kans betreft waarschuwt je lichaam je vanzelf als je het te lang misbruikt, bijvoorbeeld in de vorm van een te hoog cholesterolgehalte. Zo leer je je met het klimmen der jaren steeds beter aanpassen aan wat wel en niet verstandig is. En hoe groter je aanpassingsvermogen, hoe groter de kans op geluk.”  

Mark Nelissen is auteur van twee populair wetenschappelijke boeken over het menselijk gedrag: De bril van Darwin (2000, ISBN 902094116X) en Waarom we willen wat we willen (2004, ISBN 9020957201). Beide boeken zijn een uitgave van Uitgeverij Lannoo.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: