“MIJN LEVEN WAS EEN PUINHOOP EN KIJK NU EENS!”

2 Jan

 

Dit artikel is gepubliceerd in Flair nr. 1 – 2008.

Hun ouders dachten dat het nooit meer goed zou komen. Deze jonge vrouwen waren vroeger echte zorgenkindjes, om verschillende redenen. En nu? “Dat ik zo veel zou bereiken, had niemand gedacht.” 

“MIJN MOEDER DACHT DAT IK MIJN TOEKOMST DEFINITIEF HAD VERGOOID”

Jessica liep op haar 15e weg van huis 

Jessica van Staden ((28) is single. Ze werkt als administratief medewerkster bij een Rabobank. Jessica heeft een jongere broer en twee jongere zusjes. 

“Als ik nu bij m’n moeder op de koffie ben, denk ik: onvoorstelbaar, dat we ooit zo’n moeizame relatie hadden. Ik was tien toen mijn ouders besloten vanuit Wateringen bij Den Haag naar een klein dorpje in Brabant te verhuizen. Ik vond dat maar niks en had heel veel heimwee. Bovendien werd ik enorm gepest met mijn ‘westerse’ accent. Twee jaar later gingen mijn ouders scheiden en kreeg mijn moeder een vriend. Ik was al niet gelukkig, maar toen verloor ik ook nog eens mijn veilige thuishaven. Vanaf dat moment ging het snel bergafwaarts met me. Eerst woonde ik bij mijn vader, later bij mijn moeder, maar bij beide kon ik mijn draai niet vinden. Ik voerde niets meer uit op school en liep rustig de hele week in dezelfde kleren.  

Al snel werd ik teruggezet van havo/vwo- naar mavo-niveau. En toen ik in de tweede klas voor de twee keer bleef zitten, moest ik zelfs van school af. Het dreef mijn moeder tot wanhoop, vooral omdat ze wist dat ik meer in mijn mars had. Ik was echter zo somber dat ik geen motivatie kon opbrengen om mijn best te doen. Toen ik eenmaal uitging liep het helemaal uit de hand. Mijn eerste vriendje kwam in de gevangenis terecht. En van de volgende raakte ik ongewenst zwanger… Op dat moment stortte de wereld voor mijn moeder in. Ze was ervan overtuigd dat ik mijn toekomst definitief had vergooid. Eigenlijk wilde ik het kindje houden, maar ze heeft me ervan te overtuigd abortus te laten plegen. Nu weet ik dat het de juiste beslissing was, maar toen heb ik haar dat enorm kwalijk genomen. 

Na de abortus raakte ik nog meer in de war. Ik kon totaal niet met alle emoties overweg. Wat tot nóg meer ruzies leidde. Twee maanden later besloot ik weg te lopen. Achtereenvolgens kwam ik in een opvangtehuis en bij een pleeggezin terecht. Toen ik daar niet langer kon blijven, trok ik bij mijn vriendje in. Helaas kwam ik er al snel achter dat hij vreemd ging. Dat was het moment dat ik voor het eerst me ten volle besefte wat een zooitje ik van mijn leven had gemaakt. En hoeveel pijn ik mijn familie daarmee had gedaan. In een ultieme poging de boel op orde te krijgen klopte ik bij mijn oma aan. Ik zie mezelf daar nog huilend op de drempel staan. Het enige wat ze zei was ‘welkom thuis, kind’. Het was zo’n opluchting ondanks al mijn vreselijke gedrag toch geaccepteerd te worden!  

Na een paar maanden bij mijn oma tot rust te zijn gekomen ben ik weer bij mijn moeder gaan wonen. Deze keer ging dat wél goed. Ik ben zelfs teruggegaan naar school! Het gaf me de structuur die ik nodig had. Bovendien leerde ik er ook nieuwe vrienden kennen. ‘Gezonde’ mensen die me een goed gevoel gaven over me zelf in plaats van dat ze me nog onzekerder maakten.  

Twee jaar later had ik mijn diploma voor assistent-secretaresse op zak en vond ik een interessante baan. Vanaf dat moment is het steeds beter gegaan. Inmiddels heb ik een fijn huisje, leuk werk en goede vrienden. En met mijn familie is het contact nu goed. Mijn moeder  en mijn stiefvader staan  altijd voor me klaar. Ook met mijn broer en zussen heb ik een geweldige band. Ik ben zelfs een trotse tante!  

Voor mijn gevoel ben ik van heel ver gekomen. Maar ik schaam me niet voor de worstelingen die ik heb doorgemaakt. Het heeft me tenslotte gemaakt tot wie ik nu ben. Door mijn verhaal aan de wereld te vertellen wil ik laten zien dat er altijd een weg omhoog is uit het dal. Mijn levensmotto? Volg je hart. Want diep van binnen weet je zelf wat het beste voor je is.”   

“IK WAS OP SCHOOL ALTIJD HET KNEUSJE EN NU GEEF IK ZELF LES!”

Dieuwke had leerproblemen als gevolg van dyslexie 

Dieuwke Rous (25) is de middelste van drie dochters. Ze werkt als groepsdocent op het Holland College in Naaldwijk, waar ze lesgeeft aan kinderen met leer- en/of gedragsproblemen. Dieuwke woont samen met Hugo (27), met wie ze op 23 mei 2008 gaat trouwen. 

“Ik sta nu voor de klas, dat had ik echt nooit verwacht! Ik ben altijd een zwakke leerling geweest. Dat begon al op de basisschool. Ik had veel moeite met gewone dingen als schrijven en rekenen. Ontleden was voor mij een drama. De tafels van vermenigvuldiging heb ik nooit goed geleerd.   

Als kind was ik niet vrolijk. Ik vond school vreselijk. Mijn ouders vroegen elk jaar een gesprek aan. Ze  merkten dat het niet goed ging en dachten dat het misschien beter zou zijn als ik een jaar over zou doen. Ze maakten zich veel zorgen. Maar het idee dat ik een leerstoornis had is nooit in ze opgekomen.  

Ik wist al jong wat ik wilde worden: bloemiste. Daarom ging ik na de basisschool naar het VBO . Omdat de nadruk op de praktijk lag, behaalde ik daar betere resultaten. Helaas ontwikkelde ik in mijn laatste schooljaar een bloemenallergie. Ik heb de opleiding nog afgemaakt, maar het was duidelijk dat ik nooit in dat vak zou kunnen werken.

Er brak een heel moeilijke tijd aan, want ik had geen idee wat ik dan wel met mijn leven aanmoest. Mijn ouders waren bang dat ik het bijltje er helemaal bij neer zou gooien, dus sleepten ze me mee naar alle mogelijke opleidingen. Uiteindelijk koos ik voor de bakkerschool. Het niveau bleek daar een stuk hoger te liggen. Ik leerde uren en uren, maar bij de tentamens ging het toch mis. 

Aan het eind van het eerste jaar moest ik óf terug naar een lager niveau óf van school af. Beide zag ik niet zitten. Ik heb mijn ouders haalden de directie over me het eerste jaar over te doen. Dat mocht, op voorwaarde dat ik een capaciteitstest zou laten afnemen. Daaruit moest blijken dat ik het niveau wel aankon.  

Ik weet nog als de dag van gisteren dat ik de uitslag van de test kwam ophalen. ‘Je hebt dyslexie, oftewel woordblindheid’, was het oordeel. Ik viel zowat van mijn stoel. Dyslexie? Ik?! Het kwam als een totale verrassing. Eindelijk had ik een verklaring waarom ik altijd zo’n moeite had gehad met leren.  

Met mijn intelligentie zat het wel goed, dus ik mocht terug naar school. Wel moest ik hulp inschakelen om te ‘leren leren’. Dat hielp zo goed dat ik vier jaar later had ik mijn tweede diploma op zak. Niet lang daarna werd ik gevraagd kookles te gaan geven op de school waar mijn vader wis- en natuurkundedocent was.Heel leuk, maar ik werd wel geacht zelf recepten schrijven. En die moesten dan allemaal op taalfouten nagekeken worden… 

Het werken met kinderen vond ik heel leuk. En nog belangrijker: ze accepteerden me! Dat, in combinatie met het feit dat ik bijles Nederlands heb genomen, gaf me nieuw vertrouwen. Al snel groeide ik door naar de functie van groepsleerkracht. Inmiddels geef ik zelfs meerdere vakken, waaronder biologie en Nederlands. Ik heb zelfs kinderen met leerproblemen. Je zou denken dat ik dat doe vanwege mijn achtergrond, maar zo voel ik dat niet. Ik vind het gewoon fijn kinderen die het moeilijk hebben te helpen. Vandaar ook dat ik graag zelf terug naar school zou gaan om omgangskunde te studeren.  

Soms bekruipt me weer die oude onzekerheid over mijn eigen kunnen. Ik durf bijvoorbeeld nog steeds niet de ouders van mijn leerlingen te vertellen dat ik dyslectisch ben. Dan nemen ze me vast niet meer serieus als leerkracht. Maar aan de andere kant ben ik supertrots dat ik zo ver ben gekomen. Want dat ik op mijn 25ste les zou geven op dezelfde school als mijn vader, dat hadden zowel mijn ouders als ik tien jaar geleden niet gedacht!”  

“IK HAD AL ZEKER VIJF KEER DOOD MOETEN ZIJN”

Mariëll onderging (tot nu toe) in haar leven 52 operaties 

Mariëll van den Boom  (27) werkt als TV-producer. Op 28 september 2007 is ze getrouwd met Alsido (35). Ze heeft twee oudere zussen van 33 en 35. 

“Eigenlijk ging het bij mijn geboorte al meteen mis. Ik was zes weken te vroeg en woog maar zo’n drie pond. De dokters hadden grote twijfels of ik het zou redden. Pas na vier weken, toen het ergste gevaar was geweken, durfden mijn ouders mijn geboortekaartje te versturen.  

Ik ben met een klompvoetje geboren. Tot mijn achtste moest mijn rechterbeen in een beugel zodat mijn voet in de goede stand zou groeien. Maar dat was het minste probleem. Er bleek namelijk van alles mis bleek te zijn met mijn darmen. Simpel gezegd had ik moeite met naar het toilet gaan. En de artsen konden er maar niet achterkomen waarom.  

Op mijn elfde ging het echt fout: er ontstonden gaatjes in mijn maag- en darmwand en ik raakte in coma. Ik weet nog dat ik het gevoel had op een wolk te zitten en dat een engeltje me wenkte om dichterbij te komen. Maar ik wilde niet met haar mee. Misschien is dat de reden dat ik toch weer wakker werd. Met een stoma aan mijn buik om mijn ontlasting op te vangen, want de darmen leken niet meer te herstellen. Tussen mijn twaalfde en mijn zestiende volgden nog zo’n veertig operaties, allemaal voor mijn darmen. Al met al lag ik vaker in het ziekenhuis dan dat ik thuis was. Een normaal sociaal of schoolleven had ik niet.  

Aan het eind van mijn pubertijd leek het net wat beter te gaan, toen ik op mijn achttiende de volgende klap te verwerken kreeg: ik had eierstokkanker. Toen ik daarvan was genezen, kreeg ik een zwaar motorongeluk. Het resultaat: twee verbrijzelde benen, gebroken ribben en een hersenschudding. Na een jaar intensief trainen kon ik voorzichtig weer lopen. Op dat moment kwam de eierstokkanker terug… 

Toen de diagnose ‘kanker’ werd gesteld, heb ik dat eerstniet aan mijn ouders verteld. Zo hadden al zoveel verdriet te verwerken gehad, ik kon ze dat gewoon niet aandoen. Vóór mijn zestiende hadden mijn ouders al vier keer afscheid van me genomen. Diep in hun hart dachten ze niet dat ik nooit een volwassen leeftijd zou bereiken, laat staan dat ik normaal leven zou krijgen met een baan en een man. Ook zelf heb ik meerdere keren gedacht dat het echt afgelopen was. Maar elke keer ging het nét weer goed. Ik moet niet één, maar wel tien beschermengeltjes hebben gehad.  

Even afkloppen, maar de laatste drie jaar gaat het fysiek wonderbaarlijk goed met me. Want ook de tweede kankerepisode heb ik overwonnen. Mijn darmen geven af en toe nog wat problemen, maar niet zodanig dat ik er niet mee kan leven. En hoewel ik nooit de marathon zal lopen, kan ik me in ieder geval weer zelfstandig voortbewegen.  

In 2002 kwam ik via via in contact met iemand bij de tv. Hij zorgde ervoor dat ik wat gastrolletjes in soapseries kon spelen. Dat was leuk, maar ik koesterde geen ambitie om een groot actrice te worden. Achter de schermen werken fascineerde me veel meer. Dat wilde ik ook! Omdat ik inmiddels wat mensen in het wereldje kende, kreeg ik de kans ‘on the job’ opgeleid te worden. Eerst tot productieleider en later tot producer. Het was een geweldige tijd. Het gaf me zoveel energie eindelijk weer met iets positief bezig te zijn. Wel viel het werk me fysiek enorm zwaar. Soms maakte ik wel weken van 90 uur. Dat was ook de reden dat ik in 2006 een time-out heb genomen; ik moest echt even bijtanken. Maar volgend jaar ga ik zeker weer aan de slag. Ik rust niet voor ik de meest succesvolle producer van Nederland ben.  

Ondanks alle ellende die ik heb meegemaakt ben ik nooit moedeloos geweest. Misschien komt dat omdat ik van nature optimistisch ben. Ik ben ervan overtuigd dat als je het echt wilt, je van elke situatie iets kan maken. Daar ben ik – na 52 operaties – het levende bewijs van!”  

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: