SCHRIJVERSECHTPAAR SORTI EN MONALDI

16 Jan

scannen0007.jpgscannen0008.jpg 

Dit artikel is gepubliceerd in De smaak van Italië nr. 1 – 2008. 

Toen het Italiaanse echtpaar Francesco Sorti en Rita Monaldi een aantal jaren geleden besloot hun carrière als journalist in te ruilen voor het schrijversbestaan, hadden ze niet gedacht dat hun keuze zulke verstrekkende gevolgen zou hebben.  

Na het verschijnen van hun debuut Imprimatur (het eerste deel in een serie van zeven) in 2002 werd het schrijversduo door de katholieke kerk op de zwarte lijst gezet en werd hen de toegang tot de archieven geweigerd. De priester die hen had getrouwd werd door het Vaticaan onverwacht naar Roemenie gestuurd. Daarop besloot hun Italiaanse uitgever het contract met het echtpaar te verbreken. “We werden volledig in de ban gedaan”, aldus Rita Monaldi. Niet langer welkom in hun geboorteland pakten ze hun spullen en verhuisden met hun twee kinderen naar Wenen. Daar wonen ze nu nog steeds.   

Kerkelijke rel

Aanleiding voor de kerkelijke rel was een onthulling over Paus Innocentius XI. Rond 1680 leende die via familieleden en andere tussenpersonen geld aan protestante stadhouder Willem III, zo ontdekten Sorti en Monaldi. Het verhaal kwam naar buiten, juist op het moment dat het Vaticaan de  paus heilig wilde verklaren voor zijn rol bij het verslaan van de Turkse troepen. “Innocentius XI was het symbool van de strijd tegen de Islam”, legt Francesco Sorti uit. “Uit ons onderzoek bleek echter dat hij niet de zuivere, rooms-katholieke held was geweest die men dacht.” De heiligverklaring werd afgeblazen. Sindsdien kunnen Sorti en Monaldi niets meer goed doen in Italië.  

Het protest van de kerk heeft het duo niet echt verbaast, wél het feit dat de hele Italiaanse uitgevers- en perswereld zich vervolgens tegen hen keerde. Rita Monaldi: “Psychisch vreet dat aan ons. Ik begrijp nu opeens een stuk beter waarom het fascisme in de vorige eeuw zo populair heeft kunnen worden in Italië. Je mag blijkbaar niets doen of zeggen dat niet in het systeem past.” Inmiddels zijn ook het tweede en derde deel van de serie over de hele wereld verschenen – behalve in Italië.  

Salaì

Alle commotie over hun werk ten spijt schrijft het echtpaar intussen onvermoeid door. Ze zijn zelfs al aan een tweede serie begonnen, waarin de geadopteerde zoon en assistent van Leonardo da Vinci de hoofdrol speelt. Het eerste deel, De twijfel van Salaì, is zojuist in het Nederlands verschenen. Ter gelegenheid daarvan ondervroeg Smaak-journalist Marte van Santen het duo over hun drijfveren.  

Wat heeft jullie ertoe gebracht om met een tweede serie historische romans te beginnen, terwijl de eerste nog niet is voltooid?

Sorti: Na zeven jaar onderzoek en schrijven over de 17e en 18e eeuw hadden we behoefte aan een frisse blik. Ons nieuwste boek speelt zich af in een andere tijd, de 16e eeuw. Bovendien is Salaì qua karakter het tegenovergestelde van de Atto Melani, de hoofdpersoon van onze eerste drie boeken. Salaì is een spontane en brutale vrijgezel, terwijl Atto een complexe, serieuze familieman is. Door vanuit die verschillende perspectieven te schrijven kunnen we beide objectief blijven bekijken.  

Hoe kwamen jullie op het idee een boek over de assistent van Leonardo te schrijven?

Monaldi: De afgelopen jaren zijn is er een groot aantal romans over Leonardo da Vinci verschenen waar historisch gezien niets van klopt. Als wetenschappers voelden we ons verplicht dat recht te zetten. Met dit boek hopen we alle valse veronderstellingen over Leonardo de wereld uit te helpen.  

Waarom is het zo kwalijk dat populaire romans historisch gezien niet altijd correct zijn? Is het niet belangrijker dat de lezers er plezier aan beleven?

Sorti: Er hebben altijd minder serieuze genres bestaan, van science fiction tot pornografie. Op zich is dat helemaal niet erg, zolang iedereen maar weet dat het trash is. Wat ons stoort is dat boeken als De Da Vinci code als ‘de waarheid’ worden gepresenteerd.

Monaldi: En dat de serieuze pers daar ook nog eens in meegaat! Op die manier wordt de geschiedenis onrecht aangedaan en wordt het publiek misleid.  

Het onderwerp van De twijfel van Salaì lijkt wat luchtiger dan van jullie eerdere boeken. Is dat een bewuste keus geweest?

Sorti: Helemaal niet. Misschien lijkt dat zo omdat we Salaì op platvloerse wijze over zijn avonturen laten vertellen. Maar de ontdekkingen die in het boek worden gepresenteerd zijn volgens ons nog explosiever dan die in de Imprimatur-reeks. Ons oorspronkelijke plan was een aantal misverstanden over Leonardo recht te zetten. Gaandeweg het onderzoek kwamen we echter steeds meer spectaculaire feiten tegen, bijvoorbeeld dat paus Alexander VI helemaal niet zo slecht was als hij door de kerk wordt afgeschilderd. Ook hebben we ontdekt dat het beroemde Latijnse werk De Germanen van Tacitus wel eens een vervalsing zou kunnen zijn.

Sorti: De impact daarvan is groot, omdat de huidige rechtsextremistische bewegingen in Duitsland hun principes voor een groot deel op dat boek baseren. De twijfel van Salaì legt dus een link met de actuele politieke situatie in de wereld. Vandaar dat we zelf denken dat het nog controversiëler is dan onze eerdere boeken.  

Voelen jullie het als een missie om de geschiedenis op correcte wijze te herschrijven?

Sorti: Nee, zo zwaar moet je het niet zien. Maar we vinden het wel belangrijk ons publiek de boodschap mee te geven dat je niet zomaar alles moet geloven wat je leest.  

Jullie zijn beide van oorsprong journalist. Missen jullie de actualiteit in van de journalistiek niet?

Sorti: Absoluut niet. We schrijven immers over historische onderwerpen die invloed hebben op de wereld van vandaag. Bovendien zit er niet zoveel verschil tussen journalistiek of historisch onderzoek; de kick van een nieuwe ontdekking is altijd even groot.  

Wat wordt jullie volgende boek?

Monaldi: Vanaf nu werken we gelijktijdig aan beide series. Het eerstvolgende boek dat uitkomt is het vierde deel van de Imprimatur-serie. Daarna volgt deel twee van Salaì.  

Is het niet lastig om aan twee verhalen tegelijkertijd te werken?

Sorti: Dat valt reuze mee. Als we het ene boek aan het schrijven zijn, werken we ondertussen alvast aan de research van het volgende. Dat zijn heel verschillende activiteiten. Bovendien zijn de tijden en de personen van de boeken zo verschillend, dat ze in ons hoofd niet gauw door elkaar lopen.  

Hebben jullie wel eens ruzie over de interpretaties van bronnen of over de verhaallijn van een boek?

Monaldi: Daarover eigenlijk nooit. Toen we net samenwerkten hadden we wel fikse discussies over onze stijl. Ik werkte tot dat moment bij een financieel-economisch magazine en mijn manier van schrijven was heel feitelijk en droog. Rita heeft me wat dat betreft echt moeten bijscholen. Om meer gevoel voor stijl te krijgen stelde ze voor dat ik alle werken van Proust zou lezen. Dat heeft me twee jaar gekost. Op het laatst droomde ik dat ik zelf Proust was! Maar het heeft me wel geholpen.  

Als er een uitgever geïnteresseerd is, zouden jullie De twijfel van Salaì dan in Italië willen uitbrengen?

Sorti: Dan moet er eerst heel wat veranderen. Als we in de toekomst een oprechte uitgever kunnen vinden willen er we best over praten. Maar in het huidige Italiaanse klimaat hoeft het van ons niet meer. 

 <Kader: Het boek De twijfel van Salaì>

De verteller van de nieuwe serie historische romans van Sorti & Monaldi is Salaì, de geadopteerde zoon en assistent van meesterschilder Leonardo da Vinci. In het eerste deel, De twijfel van Salaì, verhuizen vader en zoon in het voorjaar van 1501 van Florence naar Rome. Leonardo heeft daar een missie te vervullen voor een raadselachtige, machtige opdrachtgever. Hij weet echter niet dat Salaì óók een geheime opdracht heeft: Leonardo bespioneren…

<Kader: Het duiveltje>

Gian Giacomo Caprotti da Oreno – bijgenaamd Salaì (het duiveltje) – was de geadopteerde zoon en assistent van de Italiaanse kunstenaar en wetenschapper Leonardo da Vinci. Door de schilder Vasari werd hij beschreven als ‘een charmante en mooie jongeling met fijn, krullend haar’. Salaì kwam bij Leonardo toen hij tien jaar oud was. In eerste instantie konden vader en zoon het niet altijd even goed met elkaar vinden. Zo maakte Leonardo een jaar na zijn komst een lijst van alle streken die de jongen had uitgehaald en noemde hem daarbij ‘een dief, een leugenaar en een gulzigaard’. Het ‘duiveltje’ stal tenminste vijf keer geld en waardevolle spullen van hem en kocht daar veel dure kleding van, waaronder 24 paar schoenen. Toch bleef Salaì dertig jaar Leonardo’s gezel, bediende en assistent. In Leonardo’s notities en schetsen is hij regelmatig terug te vinden, geportretteerd als een knappe jongeman met krulhaar.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: