“KAN IK WAT VOOR JE DOEN?”

9 Feb

scannen0011.jpgscannen0012.jpg 

Dit artikel is gepubliceerd in Margriet nr. 7 – 2008. 

Iedereen krijgt wel eens te maken met een verdrietige gebeurtenis in zijn omgeving. De moeder van je beste vriendin sterft onverwacht. Het kind van je  buren krijgt een ongeluk. Je collega zit overspannen thuis. Of de man van je nichtje laat haar na tien jaar huwelijk in de steek. In een dergelijke situatie wil je er graag zijn voor je familielid, vriend(in) of collega. Maar wat kun je in zo’n geval doen en – vooral ook – beter laten? 

Veel mensen voelen zich ongemakkelijk als iemand die ze kennen iets naars overkomt. Ze hebben geen idee hoe ze moeten reageren of zijn bang iets verkeerds te zeggen of te doen. Soms schieten ze per ongeluk in de lach. ‘Handelingsverlegenheid’ heet dat in de psychologie. 

Handelingsverlegenheid komt veel voor. Verdriet van een ander zorgt er nu eenmaal voor dat je je machteloos voelt. Maar je kunt beter om leren gaan met het verdriet van anderen, als je probeert te begrijpen hoe iemand zich moet voelen nadat hem of haar iets naars is overkomen.  

Gedachten, emoties, reacties

“Je reactie op verdriet – de emoties die je voelt, de woorden die je kiest – zegt iets over jouw beeld van de wereld om je heen. Een gebeurtenis bekijk je altijd eerst door je ‘eigen bril’. Een ander ziet het op zijn manier en heeft er zijn eigen gevoelens en ideeën bij. En die zijn waarschijnlijk heel anders dan de jouwe. Als je je daar niet bewust van bent, kan dat communicatieproblemen opleveren.” 

Dat schrijven verpleegkundige Marieke Janssen en communicatietrainer Maria Neele. Samen maakten zij het boekje Kan ik wat voor je doen?. Daarin bieden ze praktische tips en adviezen over hoe je op verdrietige omstandigheden kunt reageren. Bij het horen van een nare gebeurtenis schieten duizend-en-één gedachten en emoties door je heen, aldus Janssen en Neele. Lijkt een gebeurtenis veel op wat je al eens hebt meegemaakt, dan kunnen de herinneringen aan je eigen verdriet of angst opeens weer boven komen. Een heel natuurlijke reactie is ‘blij dat ik het niet ben’. Veel mensen schamen zich voor dat soort gedachten, maar ze komen bij iedereen voor. Je vergelijkt het leed van een ander automatisch met het geluk van jezelf.  

Uiteindelijk reageert iedereen anders op verdriet: de een wordt stil, de ander wil veel praten, de derde zet zijn gedachten op een rijtje door te gaan opruimen of hardlopen. Wat vaak gebeurt, is dat je verwacht dat een ander op dezelfde manier denkt en voelt als jij. Wie streng is voor zichzelf, zal ook bij anderen een ‘flinke’ houding willen zien. Van klagen houdt zo iemand niet. Alleen heeft die houding niets te maken met het verdriet van de ander, maar met de manier waarop je zelf met emoties omgaat. Bedenk je dat in welke vorm iemand zijn verdriet ook uit, dat in feite altijd goed is.  

Luisteren

Iemand die net een zware schok te verwerken heeft gekregen, leeft volgens Janssen en Neele in een kleine wereld. Alles draait om wat er zojuist gebeurd is. Waarschijnlijk heeft hij of zij geen energie over voor sociale contacten. Je kunt dus even ‘buiten beeld’ vallen. Het is belangrijk dat je daar begrip voor opbrengt. Het betekent overigens niet dat je als naaste plotseling niets meer van je moet laten horen.

Een kaartje of een ander vriendelijk gebaar wordt meestal erg op prijs gesteld. Laat weten dat je er bent en dat je je realiseert dat iemands leven op dat moment volledig op z’n kop staat. ‘Ik ben beschikbaar en jij mag bepalen hoe en wanneer’ is een goede en duidelijke boodschap.  

Raak je in gesprek met een verdrietig iemand, dan geldt er volgens Janssen en Neele maar één devies: luister en wees stil. Het gaat als je tot steun wilt zijn niet om je eigen emoties, maar om wat de ander doormaakt. Bijna iedereen vervalt wel eens in de fout om naar aanleiding van de situatie van een ander zijn persoonlijke verhaal te vertellen. ‘Ja, dat ken ik wel. Dat heb ik ook meegemaakt’, hoor je dan. Goed bedoeld, want je wilt op die manier je medeleven tonen. Maar het werkt averechts. De ander is zo namelijk de aandacht kwijt. Dat je zelf geschokt bent mag je natuurlijk best vertellen, maar luisteren houdt vooral in dat je openstaat voor het verhaal van de ander.  

Het aanhoren van een probleem betekent niet dat je iets moet oplossen. Sterker nog: meestal valt er niets op te lossen. Je aanwezigheid en een luisterend oor bieden zijn genoeg. Wat niet helpt is het verdriet wegpoetsen of negeren. Daarmee ontken je de pijn die de ander voelt. Ook al kun je je niet voorstellen dat iemand zoveel of zolang treurt over een bepaalde gebeurtenis, probeer toch te accepteren dat het voor hem of haar zo is.  

Hoe begin je een gesprek met iemand wiens wereld net is ingestort? Een belangrijk advies is volgens Janssen en Neele om vooral ‘gewoon’ te doen. Maak het niet te ingewikkeld, praat over alledaagse dingen. Laat het, als je dat durft, ook stil zijn. Je hóeft niets te zeggen. Een andere mogelijkheid is je eigen verlegenheid onder woorden te brengen. Zeg dat je het moeilijk vond om te komen en dat je het verder niet zo goed weet.  

Werkt het niet om te gaan zitten en praten, probeer het dan eens terwijl je bezig bent met iets anders. Onder de afwas bijvoorbeeld, of tijdens een ander karweitje dat terloops gedaan kan worden. Zo wordt het minder zwaar.  

Hulp

In de eerste periode heeft een verdrietig persoon vaak genoeg aan zichzelf en de meest directe omgeving. Pas in een later stadium kun je iets voor iemand betekenen. Dat zit hem niet altijd in grote dingen of diepe gesprekken. Juist kleine, alledaagse hulp, zoals boodschappen doen, koken, of een middagje oppassen, wordt erg gewaardeerd. 

De meeste mensen begrijpen zichzelf en de situatie beter door veel te vertellen over wat er gebeurd is. Zo scheppen ze orde in het verhaal. Soms vertellen ze zó veel en zó vaak dat de omgeving er genoeg van krijgt. ‘Nu weten we het wel’, denken of zeggen ze dan. Maar het vertellen helpt juist om de realiteit onder ogen te zien en de gebeurtenis een plek te geven. Geef de ander daar dan ook de ruimte voor.  

Volgens Janssen en Neele is het belangrijk je te realiseren dat als je écht wilt helpen, je het initiatief bij de ander moet laten. Accepteer het als iemand zegt geen behoefte aan ondersteuning te hebben. Mensen in de omgeving denken vaak dat zij afgewezen worden als hun hulp wordt afgewezen. Ze veroordelen als het ware zichzelf, doordat iets niet ging zoals ze zich hadden voorgesteld. Realiseer je dan dat het ‘nee’ met de situatie te maken heeft, en niet met jou als persoon. 

Minder eenzaam

Welke ervaring iemand ook doormaakt – verlies, geweld, ongelukken, ziekte of iets anders – verdriet grijpt vaak diep in. Hoe flink ze zich ook voordoen, mensen kunnen zich daardoor heel eenzaam gaan voelen. Hun leven staat in het teken van hun verdriet, maar ze willen de omgeving daar niet continu mee lastig vallen. Werk verdwijnt vaak naar de achtergrond, voor leuke sociale contanten is meestal geen ruimte. Zo raken ze het zicht op het gewone leven een beetje kwijt. 

Als jij contact tussen de ander en de gewone wereld weet te leggen, kun je het eenzame gevoel misschien even verminderen, aldus Janssen en Neele. Met normale dingen als ramen zemen, strijken, boodschappen doen, gras maaien, iets lekkers koken of oppassen. Niet praten, maar verwennen is het devies. Je brengt als buitenstaander dan een beetje van het alledaagse leven mee. Zo dringt langzaam door dat alles toch verder gaat.  

Verdriet verwerken is een persoonlijk proces. Er bestaan geen regels voor. Wat bij de een helpt, is bij een ander overbodig. Voor de omgeving is het daarom belangrijk te blijven vragen wat nodig is, ook als de eerste crisis voorbij is. Over de duur van verdriet is niet veel te zeggen. Die varieert van persoon tot persoon en van gebeurtenis tot gebeurtenis. Meestal wordt het erg gewaardeerd als je na een tijdje nog eens terugkomt op een naar voorval. Denk niet na een paar maanden: nu is het wel over. Intens verdriet kan jaren of zelfs een levenlang duren.  

Marieke Janssen en Maria Neele, Kan ik wat voor je doen – Een gewoon boek over verdrietige gebeurtenissen (Uitgeverij Thema, 2004), ISBN 90 5871 384 9.  

<Kader: Verdriet, vroeger en nu>

Verdriet is een van de zes menselijke emoties. De andere zijn boosheid, angst, vreugde, verbazing en schaamte. Het is een reactie op een onverwachte, negatieve gebeurtenis die je uit je evenwicht brengt. We ervaren verdriet doordat anderen of bepaalde gebeurtenissen ons pijn doen, lichamelijk of emotioneel. Je kunt je ook verdrietig voelen door onzekerheid over de toekomst, angst voor verlies of andere bedreigingen.

Verdriet is in de loop van de vorige eeuw langzaam maar zeker los komen te staan van het gewone leven. In een samenleving waarin gezondheid, plezier, jeugd en geluk de norm zijn, is weinig plaats meer voor ziekte, ongeluk en dood. Langdurige rouw is een privé-aangelegenheid geworden. Uiterlijke tekenen van verdriet – zoals het dragen van rouwkleding en het sluiten van gordijnen en luiken – zie je bijna nergens meer.

Dat betekent niet dat tegenwoordig alle rituelen bij verdriet achterwege worden gelaten. Er zijn nieuwe, meer persoonlijke vormen voor in de plaats gekomen. Mensen richten bijvoorbeeld een gedenkhoek in, met foto’s, kunst, bloemen en kaarsen. Ze praten met lotgenoten in een praatgroep of via de email. Of ze houden een website bij. Het geeft meer mogelijkheden om op je eigen manier uitdrukking te geven aan verdriet en rouw.

Uit: Kan ik wat voor je doen?.


WAT KUN JE DOEN BIJ EEN VERBROKEN RELATIE, BURN-OUT OF VERLIES? 
Verbroken relatie“Een vriendin die door haar partner in de steek is gelaten”, zegt psychotherapeut Marijke Akkerman, “worstelt met gevoelens van verdriet, woede en onzekerheid. ‘Ben ik wel goed genoeg?’, is de vraag die ze zichzelf steeds stelt. Zeg dan niet: ‘Ik heb hem altijd al een rotzak gevonden’. Dat kan opgevat worden als: je bent kennelijk niet in staat een goede partner te vinden. Bovendien kan dat een uiting van je éigen frustratie zijn. Terwijl de behoeften van je vriendin in zo’n geval centraal moeten staan.”Een heel fout cliché is volgens Akkerman ‘De tijd heelt alle wonden’. “Daar heeft iemand wiens relatie net is verbroken niets aan. En het is bovendien vaak niet waar. Als een traumatische scheiding niet goed wordt verwerkt, kan iemand daar na jaren nóg last van hebben.”

Vrouwen die zélf met hun relatie worstelen, vinden het soms moeilijk een vriendin in zo’n situatie bij te staan. In dat geval kun je daar beter eerlijk over zijn en je ongemak uitspreken, aldus Akkerman. “Anders bestaat het gevaar dat degene met de problemen zich dubbel afgewezen voelt.”

Wat je in ieder geval niet moet doen, is veroordelen. Dat geeft mensen die het moeilijk hebben een onveilig gevoel. Bovendien, sommige verbroken relaties worden toch weer hersteld en dan sta je zelf voor schut. “Wees terughoudend met het geven van advies. En als je om advies gevraagd wordt, houd het dan helder en beknopt. Snel met ‘goede raad’ komen kan voor de ander een belemmering vormen om gevoelens te uiten.”

Het is beter om een luisterend oor te bieden. “Ook als je het eigenlijk niet met haar eens bent. Laten zien dat je begrijpt hoe je vriendin zich voelt, werkt vaak beter dan een goedbedoelde suggestie.”Er is echter één uitzondering op die regel, stelt Akkerman. “Als je het gevoel hebt dat iemand gevaar loopt, bijvoorbeeld omdat ze door haar ex wordt bedreigd. Dan is een advies natuurlijk wél op zijn plaats.”

Meer informatie: www.psychotherapie-deamstel.nl. 

Burn-out

Achteraf kunnen mensen in de omgeving van iemand met een burn-out vaak allerlei veranderingen opsommen. De persoon in kwestie was vaak moe, toonde minder interesse, zei afspraken af en reageerde prikkelbaar. “Als je dat soort signalen opmerkt bij een vriendin, is het goed daar naar te vragen”, zegt psychotherapeute Rini Bergman. “Zo kan je haar helpen zich bewust te worden van mogelijke problemen. Zonder de woorden ‘overspannen’ of ‘burn-out’ te gebruiken overigens, want dat schrikt alleen maar af. En dooddoeners als ‘Iedereen is wel eens moe’ of ‘We hebben het allemaal druk’ zijn uiteraard ook uit den boze.”

Met lange, diepgaande gesprekken bewijs je iemand met een burn-out volgens Bergman over het algemeen geen dienst. “Daar heeft zo’n persoon helemaal geen energie meer voor. En oordelen of met oplossingen aankomen voelt al gauw als kritiek. Beter is het om iemand praktisch bij te staan. Omdat een burn-out patiënt vaak het gevoel heeft de grip op het leven kwijt te zijn, werkt het creëren van structuur goed. Bied aan om op vaste momenten in de week samen te gaan wandelen. Of stel samen een dagschema op, met vaste tijden voor bijvoorbeeld eten, huishouden, sociale contacten en slapen. Praktische hulp in de vorm van boodschappen, huishoudelijke karweitjes of administratie werkt ook goed. Alles wat orde in de chaos kan brengen is welkom.”

Het slag mensen dat kans loopt een burn-out te krijgen is geneigd bevestiging te zoeken bij anderen, zichzelf weg te cijferen en de lat veel te hoog te leggen. Dat los je niet op door alleen thuis te gaan zitten. Daar heb je hulp bij nodig. Het is daarom heel waardevol, aldus Bergman, als je iemand met een burn-out kunt helpen de problemen serieus te nemen. Want alleen een mentaliteitsverandering voorkomt dat iemand met een burn-out na een periode van rust opnieuw de fout in gaat.

Meer informatie: www.bergmanpsychotherapiepraktijk.nl. 

Verlies

“Iedereen reageert anders op het verlies van een naaste”, zegt Riekje Boswijk, psychotherapeut en auteur van de boeken Afscheid nemen en Troost. “Sommige mensen worden woest, anderen storten volledig in. Het probleem is dat de mensen om de rouwende heen meestal gaan gissen hoe hij of zij zich voelt. En dat hebben ze bijna altijd mis. Op die manier ontstaan pijnlijke misverstanden.”

Vragen stellen dus, is haar advies. Maar dan wel zonder een oordeel te vellen of een oplossing te bieden. “Er is tegenwoordig maar weinig ruimte en tolerantie voor verdriet. Het leven moet leuk zijn. Mensen zijn daardoor niet gewend hun eigen verdriet te voelen. En dat is wat contact met iemand in rouw met je doet: het confronteert je met je eigen pijn. Je natuurlijke neiging is dat te willen onderdrukken door het leed van de ander weg te nemen. Maar verdriet laat zich niet regelen. En het gemis kun je toch nooit goed maken.”

Goedbedoelde uitspraken als ‘Gelukkig heb je nog twee andere kinderen’ of ‘Je bent nog jong, je vindt wel een nieuwe partner’ verergeren de pijn volgens Boswijk alleen maar. “Die maken dat iemand zich niet serieus genomen voelt in zijn verlies. Rationeel zit er misschien wel een kern van waarheid in, maar emotioneel doet het geen recht aan het gat dat iemand op dat moment van binnen voelt.”

Wat kun je volgens Boswijk dan wel doen? “Luisteren. Iemand keer op keer zijn verhaal laten doen. Oók als je dat al honderd keer hebt gehoord. Buitenstanders vinden vaak dat het verdriet na een paar maanden maar over moet zijn. Alleen duurt rouw langer dan je denkt. Vaak langer dan de rouwende zélf denkt. Vaak heeft de omgeving daar te weinig begrip voor. Het is belangrijk om het verdriet niet te vergeten, ook niet als het gewone leven weer doorgaat. Een goede vriendin heeft een lange adem.”

Meer informatie over Riekje Boswijk en haar boeken, zie http://www.boswijk.dds.nl.  

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: