VAKLUI (V): VOORGANGERS

13 Mrt

scannen0001.jpg 

Dit artikel is gepubliceerd in esta nr. 6 – 7 maart 2008. 

VAKLUI – KERKVOORGANGERS 

Grete Verhey – de Jager (55) werd op 18 september 1999 gewijd als eerste vrouwelijke priester van Nederland. Ze is de pastoor van de Oud-Katholieke gemeente in Amersfoort. Daarnaast werkt ze als geestelijk verzorger in de Tergooiziekenhuizen. Grete is getrouwd en heeft vier kinderen in de leeftijd van 23 tot 29. 

“Mijn priesterschap is een roeping, maar wel een waarover ik lang heb getwijfeld. Eigenlijk houd ik er helemaal niet van om op de voorgrond te treden. Uiteindelijk heeft mijn solidariteit met andere vrouwen binnen de kerk de doorslag gegeven. Het gaat immers niet om mij als persoon, maar om waar we met z’n allen voor staan: een gelijkwaardige positie voor mannen en vrouwen realiseren. 

Als kind was ik al met de grote vragen van het leven bezig. Ik worstelde met het lijden in de wereld, voelde me machteloos bij het zien van zoveel pijn en verdriet. Ik bad tot God om me mensen te laten helpen. Dat is de rode draad in mijn leven geworden: mensen bijstaan. Eerst als creatief therapeut, en nu als pastoor en geestelijk verzorger. 

Ik was in de twintig toen mijn man en ik gevraagd werden de zorg van de pastorie in Leiden op ons te nemen. Wij waren jong, hadden geen verplichtingen en woonden op een kleine, dure bovenwoning. We grepen de kans met beide handen aan.  

Gaandeweg raakten we steeds meer betrokken bij de lokale geloofsgemeenschap. Van lieverlee gingen we ook meer taken in de kerk zelf verrichten. Toen bleek dat er niet genoeg priesters waren om elke week iemand naar onze kerk te laten komen, werden mijn man en ik lector. Zo konden we zelf diensten van woord en gebed leiden. Een volgende stap was om samen theologie te gaan studeren. Mijn man heeft die studie niet afgemaakt, ik wel. 

Eind jaren ’80 was ik bij een wijding van een bisschop aanwezig. En realiseerde me opeens: er staan alleen maar mannen op het altaar! Ik voelde een intens verdriet over me komen. Waarom zouden vrouwen van dat prachtige beroep uitgesloten moeten worden? Die pijn, en de boosheid die daarop volgde, zijn een belangrijke motivatie geweest om verder te studeren en zelf priester te willen worden.  

Als ‘eerste vrouw’ heb ik lang het gevoel gehad dat ik me extra moest bewijzen. Die druk heeft me nooit aan het twijfelen gebracht, maar ik wilde de eerste tijd wel continu aan de verwachtingen van anderen voldoen. Ik mocht niet falen, zo voelde ik dat. Inmiddels kan ik veel meer mezelf zijn in mijn werk.  

Verzet heb ik in het begin niet alleen bij mannen, maar óók bij vrouwen gevoeld. Jezus zou niet voor niets twaalf mannelijke discipelen hebben aangewezen om zijn woord te verspreiden. Zo’n fundamenteel uitgangspunt loslaten maakt mensen onzeker. Zelf heb ik nooit getwijfeld over de ‘juistheid’ van een vrouw als priester. In het geloof belijden we niet voor niets ‘In Jezus is God mens geworden’. Mens, niet man. Dat zegt voor mij genoeg.  

Er is in het werk nooit sprake geweest van competitie tussen mijn man en mij. De eerste jaren van ons huwelijk was ik al kostwinner, omdat hij nog studeerde. Die verdeling is voor ons iets heel gewoons, misschien ook omdat we kinderen van de jaren ’60 zijn. Nu heeft hij zijn eigen taken in de kerk en ik de mijne.  

Onze kinderen hebben we volkomen vrij gelaten in hun keus voor het geloof. Ik wilde koste wat het kost voorkomen dat ze in een kerkelijk keurslijf zouden opgroeien. Daarom hebben ze nooit problemen gehad met mijn beroep. Voor hen was het vooral handig dat ik bijna altijd in de buurt was. 

Inmiddels voel ik me volledig in mijn functie geaccepteerd. Leuk is te merken dat sommige mannen het makkelijker vinden met een vrouwelijke pastoor te praten dan met een mannelijke. Als vrouw spreek je mensen anders aan en dat kan een openbaring voor hen zijn. Het bewijst dat vrouwen een waardevolle aanvulling vormen in de kerk.”  

De van oorsprong Duitse Elisa Klapheck (45) is rabbijn van de progressieve liberaaljoodse gemeente Beit Ha’Chidush (Huis van vernieuwing) in Amsterdam. Voordat ze in 2005 als eerste en enige vrouwelijke rabbijn in Nederland werd aangesteld, werkte ze onder andere als politiek journalist en als woordvoerder van de joodse gemeenschap in Berlijn.  

“Vrouwen zijn uitermate geschikt voor het ambt van rabbijn. Ze hebben vaak een directere relatie met religie en spiritualiteit dan mannen. Niet voor niets zegt men in Duitsland van oudsher: ‘keuken, kinderen en kerk zijn het domein van de vrouw’. Tot voor kort vervulden mannen – net als in de rest van de maatschappij – wel alle leidinggevende functies in de synagoge. Nu er ook vrouwen op die posities komen, wordt gezegd dat het ambt van rabbijn aan waarde verliest. Onzin. Het is typisch een argument van mannen die niet weten hoe ze met de nieuwe, zelfstandige rol van vrouwen moeten omgaan.  

Als kind had ik absoluut niet de ambitie om rabbijn te worden. Sterker nog, op mijn dertiende ben ik gestopt naar joodse les te gaan. Religie vond ik achterhaald. Iets voor zielenpieten die het moderne leven niet aankonden en in het geloof verklaringen en troost zochten. 

Tijdens mijn studie politicologie besloot ik met drie joodse vriendinnen de bijbel te gaan lezen. Niet vanuit een interesse voor God, maar om de politieke en maatschappelijke ontwikkelingen – die voor een groot deel door religie worden bepaald – beter te begrijpen. Gaandeweg ontdekte ik zo dat veel van de vooroordelen die ik over de bijbel had niet klopten. En dat ik meer feeling met de joodse religie had dan ik dacht. Daarna ben ik me er steeds verder in gaan verdiepen.  

In de jaren ’90 had ik een heel intense droom, waarin ik mezelf als rabbijn zag. Toen ik wakker werd wist ik: nu ga ik serieus werk maken van het jodendom. Vanaf dat moment ben ik actief geworden in de joodse gemeenschap. Ik wilde helpen de weg vrij te maken voor vrouwen. Dat deed ik bijvoorbeeld door zelf een synagoge op te richten waarin mannen en vrouwen beide alle religieuze handelingen mochten vervullen.  

In 1999 organiseerde ik een Europese conferentie voor vrouwelijke rabbijnen, voorgangers en theologen. Naar aanleiding daarvan ik besloot een biografie te schrijven over de eerste vrouwelijke rabbijn, de Duitse Regina Jonas. Terwijl ik me verdiepte in haar leven kreeg ik het gevoel dat het geen toeval was dat ik haar verhaal wereldkundig maakte. Het was alsof zij me op die manier openbaarde dat ik een grotere verantwoordelijkheid te vervullen had: zelf rabbijn worden.  

De weerstand die ik op mijn weg naar het rabbinaat heb ondervonden heeft me niet belemmerd, eerder aangemoedigd. Weerstand is immers ook iets positiefs. Zie het als een onthulling van waarvoor je écht op aarde bent. Wel ben ik een aantal vrienden kwijt geraakt. Veel onreligieuze mensen in mijn omgeving begrepen niet waarom ik het gelovige pad opging. Sommigen zagen me opeens als een soort ‘heilige’. Alsof ik een direct lijntje met God zou hebben en hen op basis daarvan zou kunnen beoordelen. Dat creëert angst.  

Ik ben rabbijn, maar ook een echte feministe. Dat betekent overigens niet dat ik ‘anti-man’ ben. Integendeel, in alles wat ik doe ga ik uit van gelijkwaardigheid van de seksen. Wel zie ik dat mannen worstelen met het vinden van een nieuwe rol. Als rabbijn stimuleer ik ze om daarover na te denken, om een nieuwe positie voor zichzelf te claimen. En dan niet met een soft antwoord komen als ‘een vrouw is gewoon beter’, want dat is niet zo. Maar mannen zullen er wel aan moeten wennen dat vrouwen net zo veel kunnen als zij. In de politiek, in het bedrijfsleven én in de religie.”  

Corrie Terlouw (50) is predikant van de protestantse gemeente in Boxtel. Daarnaast werkt ze als geestelijk verzorger in het Máxima Medisch Centrum in Eindhoven. Corrie is getrouwd en heeft twee kinderen, een dochter van 23 en een zoon van 21.  

“Op mijn veertigste ben ik theologie gaan studeren. Dat had ik na de middelbare school ook al overwogen. Toen werd het psychologie. Werk, huwelijk, kinderen: ze lieten weinig ruimte over voor andere dingen. Maar de nieuwsgierigheid naar de diepere betekenis van het geloof en de bijbel lieten me niet los. Twintig jaar later dacht ik: als ik het nu niet doe, komt het er nooit meer van.  

Ik was al jong met de zin van het bestaan bezig. En met het lijden in de wereld. Als tiener hing ik bijvoorbeeld een poster tegen de oorlog in Vietnam voor mijn raam. In mijn zoektocht naar antwoorden kwam ik uiteindelijk steeds weer bij de kerk uit. Ik ervoer het geloof als een dragende kracht, als iets dat me steunde en zin gaf aan mijn leven. Dat gevoel is in de loop van de jaren alleen maar sterker geworden.   

Na afloop van mijn studie theologie besloot ik een vervolgopleiding te doen om predikant te worden. Of er sprake was van een roeping? Ik heb geen stem uit de hemel gehoord. Maar ik voelde wel heel diep dat ik daar op mijn plaats was, dat ik dát met mijn leven moest doen. 

Ik heb bewust het predikantschap boven het werk als psycholoog verkozen. In beide gevallen verricht je sociaal werk, maar als predikant is het contact veel directer. Je raakt het persoonlijke leven van mensen, zeker bij een gebeurtenis als een doop of een begrafenis. Door mijn werk als geestelijk verzorger in het ziekenhuis zorg ik dat ik ook met mensen van andere gezindtes in contact blijf. 

Mijn man en kinderen hebben nooit moeite gehad met mijn carrièreswitch. Wel met het feit dat ik er regelmatig niet helemaal bij was met mijn hoofd, omdat ik weer een werkstuk of een preek aan het maken was. Dat is vooral voor mijn kinderen wel eens moeilijk geweest. Maar ze kunnen gelukkig ook om mijn verstrooidheid lachen. 

In de meeste takken van de protestantse kerk mogen vrouwen al heel lang predikant worden. Een plek bevechten hoefde ik dus niet. Het is tegenwoordig eerder andersom: sommige kerkelijke gemeenten willen juist een vrouwelijke predikant. Omdat ze denken dat die meer jonge mensen zal aantrekken. Of omdat een vrouw beter zou zijn in het oplossen van conflicten. Alsof ik een wijze moeder ben die alle ruzies kan beslechten! Het omgaan met die hoge verwachtingen vind ik soms lastig.  

Predikant zijn heeft anno 2008 veel minder status dan een aantal decennia geleden. Maar of dat komt omdat tegenwoordig ook vrouwen het ambt bekleden, betwijfel ik. De gezagsverhoudingen in de maatschappij zijn enorm veranderd, en dus ook in de kerk. Ik heb daardoor minder autoriteit dan vroeger, maar het vak is wel persoonlijker geworden. Mensen zeggen nu rustig jij en jou tegen me. En ze hebben hun eigen opvattingen over het geloof.  

Als vrouwelijke predikant heb ik niet het gevoel dat ik een voorbeeldfunctie vervul. Maar ik probeer in mijn preken wel heel bewust om de kant van de vrouw in de bijbel te belichten. Het verhaal van Adam en Eva vertel ik bijvoorbeeld zo, dat vrouwen daar op een positieve manier uit naar voren komen. Ik snijd ook regelmatig actuele onderwerpen aan. Het combineren van zorg en arbeid bijvoorbeeld. Veel jonge mensen in mijn kerk hebben daar moeite mee. Ik zou willen dat het bedrijfsleven het makkelijker zou maken om met kleine kinderen tijdelijk minder te gaan werken. Voor vrouwen én mannen. 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: