OUDERS BEGINNEN TE LAAT MET HET GEVEN VAN ZAKGELD

29 Apr

“Of je het nu leuk vindt of niet”, zegt Gerjoke Wilmink , directeur van het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud), “maar het draait in de wereld veelal om geld. Dus kun je je kind maar daar maar beter zo jong mogelijk mee om leren gaan.” Maar hoeveel zakgeld geef je je kind? En wanneer begin je daarmee? 

“Financiële opvoeding is méér dan elke week een paar euro zakgeld overhandigen”, aldus Wilmink. “Het gaat ook over sparen, lenen, zelf geld verdienen en reclame de baas blijven. Het is verstandig om daar met je kinderen over te praten, maar het goede voorbeeld geven is net zo belangrijk. Bovendien moet een kind zelf ervaring kunnen opdoen met geld. Ook als dat betekent dat hij of zij keuzes maakt waar je het als ouder eigenlijk niet mee eens bent.”

Waarom is leren omgaan met geld eigenlijk zo belangrijk? “Volwassenen wiens ouders daar veel aandacht aan hebben besteed weten zich financieel beter te redden”, vertelt Wilmink. “Het belangrijkste is dat je een kind leert zijn wensen af te stemmen op zijn budget. Dat op ook écht op is. Als volwassene moet je immers ook kunnen uitkomen met je inkomen.” 

Volgens Wilmink valt er nog een hoop te verbeteren als het om financiële opvoeding gaat. “Veel ouders beginnen te laat met zakgeld. Later geven ze vaak onvoldoende kleedgeld. En weinig ouders leren hun kinderen internetbankieren. Onverstandig, want ze beseffen niet dat ze hen daarmee de kans ontnemen goed te leren omgaan met geld.” 

Dat klinkt serieus. Maar hoe krijg je kinderen zo ver dat ze financieel zelfstandige burgers worden? We zetten een aantal praktische tips op een rij. 

 

Zakgeld

Met zakgeld leren kinderen omgaan met hun eigen geld. Dat kan volgens het Nibud al vanaf zes jaar, als ze kunnen tellen en muntjes kunnen herkennen. Een paar vuistregels:

  • Geef een vast bedrag. Zo leren kinderen omgaan met een bepaald budget.
  • Geeft op een vast tijdstip. Voor kinderen op de basisschool is dat bij voorkeur eens per week.
  • Op is op. Alleen dan leren kinderen écht keuzes te maken.
  • Maak afspraken over de besteding van het zakgeld. Wat moet je kind van zijn zakgeld betalen  en waar mag hij zelf over beslissen?
  • Onthoud dat zakgeld geen loon is, en ook geen middel om te straffen. Gebruik het dus ook niet op die manier.

Hoeveel zakgeld je geeft hangt van verschillende dingen af. Van de leeftijd van je kind en van wat hij er zelf van moet betalen bijvoorbeeld. Maar ook van wat je als ouder(s) kunt missen. Als zakgeld alleen is bedoeld voor snoep en speelgoed is een paar euro per week voldoende. Moet je kind er ook cadeautjes of andere zaken kopen, dan is een hoger bedrag nodig. Het Nibud houdt de volgende richtbedragen aan:

Leeftijd

Bedrag per week

6 – 9 jaar

Tussen € 1,00 en € 1,15

10 jaar

Tussen € 1,00 en € 1,85

11 jaar

Tussen € 1,00 en € 2,30

12 jaar

Tussen € 1,90 en € 4,60

13 jaar

Tussen € 2,30 en € 4,60

14 jaar

Tussen € 3,00 en € 5,80

15 jaar

Tussen € 3,50 en € 5,80

16 jaar

Tussen € 4,60 en € 6,90

17 jaar

Tussen € 4,60 en € 8,10

Een goed idee is een mooi ‘zakgeldcontract’ te maken en dat samen te onderteken. Zet daarin de hoogte van het zakgeld, wanneer je het uitbetaalt en wat je kind ervan moet betalen. Als het contract afloopt, bijvoorbeeld op zijn verjaardag, kun je nieuwe ‘voorwaarden’ vaststellen. 

En hoe zit het met zelf geld verdienen? Vanaf hun dertiende mogen kinderen in loondienst werken. Maar de meeste hebben dan allang ervaring met ‘baantjes’. Vanaf hun achtste vullen kinderen hun inkomsten vaak aan met geld dat ze met klusjes verdienden. Zo leren ze dat werken iets oplevert. Maak de hoogte van het zakgeld in geen geval afhankelijk van andere inkomsten. 

De meeste (jonge) kinderen hebben achteraf wel eens spijt van een bepaalde uitgave. De geeft niet; daarvan leren ze alleen maar van. Fouten maken met zakgeld bestaat dus eigenlijk niet. 

 

Kleedgeld

Opvallend weinig kinderen krijgen kleedgeld: van de jongeren tussen de 12 en de 14 maar 30%. De meeste ouders vinden hun kinderen te jong om zelf kleding te kopen. Toch adviseert het Nibud vanaf 12 jaar met kleedgeld te beginnen. Op die manier leert een kind met grotere bedragen om te gaan. In het begin kun hem natuurlijk een handje helpen, bijvoorbeeld door samen op papier te zetten wat er nodig is, wat het ongeveer zal kosten en wanneer het moet worden aangeschaft. Vergeet je kind er niet op attent te maken dat regelmatig geld opzij moet worden gelegd voor duurdere aankopen, zoals een winterjas. 

Hoeveel kleedgeld je geeft, hangt ervan af wat je beschikbaar hebt en hoeveel waarde je zelf aan kleding hecht. Bij het bepalen van de hoogte is het belangrijk dat je goede afspraken maakt over wat wel en niet voor dat bedrag aangeschaft moet worden. Uit onderzoek blijkt dat een scholier minimaal € 42 per maand voor kleding nodig heeft. 

De eerste keren dat je kind kleedgeld in handen krijgt, kan het gebeuren dat hij het in één keer uitgeeft. Aan een derde paar dure sportschoenen bijvoorbeeld. Er is dan geen geld meer over om die versleten spijkerbroek te vervangen. Grijp in zo’n geval niet onmiddellijk in; je kind leert alleen maar van zo’n situatie. Voortaan zal hij zich wel twee keer bedenken voor hij alles in een keer over de balk gooit.

 

Digitaal geld

Op de basisschool kunnen kinderen het best uit de voeten met contant geld. Geld op een bankrekening is voor hen te abstract. Vanaf de middelbare school kun je het zakgeld op een bankrekening storten. Je kind leert dan meteen omgaan met giraal geld en een pinpas. 

Veel banken hebben speciale betaalrekeningen voor kinderen. Vanaf ongeveer twaalf jaar kunnen kinderen ook pinnen. Bij de meeste banken hebben kinderen toestemming van hun ouders nodig voordat ze bijvoorbeeld geld kunnen overmaken. Een simpel briefje is daarvoor genoeg. Eén ding hebben al deze kinderrekeningen gemeen: je mag niet rood staan. 

Driekwart van de kinderen tussen twaalf en veertien heeft een eigen betaalrekening. Maar de meeste ouders vinden het niet goed dat hun kind zijn bankzaken via internet regelt. Ook zijn ouders vaak huiverig om hun (oudere) kinderen via internet aankopen te laten doen. Een gemiste kans, volgens het Nibud. Internetbankieren en aankopen doen via internet worden steeds populairder. Ouders zouden hun kinderen daar juist goed op moeten voorbereiden. 

 

Sparen

Net als zakgeld is sparen een middel om kinderen te helpen omgaan met geld. Door te sparen leert je kind reserveren. En dat is nodig om later onvoorziene uitgaven te kunnen betalen. 

Vanaf ongeveer zes jaar zijn kinderen oud genoeg om te gaan sparen. Start met een spaarpot, liefst een doorzichtige. Geld op een spaarrekening bij een bank snappen kinderen op die leeftijd nog niet. Ze willen zien wat er met hun geld gebeurt! Bedenk samen met je kind een concreet doel waar hij voor wil sparen. Begin met een spaarperiode van een paar weken. Dat is voor jonge kinderen te overzien. 

Richtlijnen voor hoeveel je kind hoort te sparen bestaan niet. Vind je sparen belangrijk? Dan moet hij voldoende krijgen om daadwerkelijk iets apart te kunnen zetten. Je kunt ook afspreken dat je kind een deel van zijn verjaardagsgeld of andere extra’s opzij zet. 

 

Lenen

Bijna iedereen krijgt in zijn leven wel met leningen te maken. Het is dus belangrijk dat je je kinderen bijbrengt wat verantwoord lenen is. Leen je geld aan je kind, laat hem dan vooraf aantonen dat hij het bedrag ook kan terugbetalen. Maak samen een begroting en een aflossingsplan. Hoeveel geld heb je uitgeleend? Hoeveel moet je kind per week of per maand terugbetalen? Bereken je rente? Houd je aan de afspraken van het aflossingsplan. Zo leert je kind wat de voor- en nadelen van lenen zijn. 

 

Reclame

Kinderen hebben veel geld te besteden. Vanaf een jaar of zes begint dat met een paar euro, maar een vijftienjarige geeft tegenwoordig al gauw € 130 per maand uit. Bij de keuze waar ze hun geld aan spenderen laten kinderen zich makkelijk leiden door wat de reclame hen wijsmaakt. Het is daarom belangrijk dat je hen leert reclames te doorzien. Ze moeten kunnen kiezen op basis van wat ze zelf leuk of belangrijk, niet omdat een fabrikant hen dat vertelt. Ouders kunnen kinderen daarbij helpen door samen naar reclames te kijken en erover te praten. Of door hen te laten zien dat reclames niet altijd de waarheid vertellen. Levert een bepaalde aanbieding echt voordeel op? Misschien ben je ergens anders toch goedkoper uit. 

 

<Kader: Meer weten?>

Het Nibud heeft diverse hulpmiddelen ontwikkeld om ouders bij te staan in de financiële opvoeding. Op de website http://www.nibud.nl/financiele opvoeding kun je bijvoorbeeld een Financiële Opvoedtest doen. Samen met je kinderen kun je de Bling Game spelen, een spannend familiespel voor kinderen vanaf twaalf jaar over het maken van financiële keuzes. Oudere kinderen vinden alle die ze nodig hebben informatie over geld op http://www.nibudjong.nl. Ze leren daar een eigen begroting maken en kunnen een voorbeeldbegroting downloaden. Tot slot heeft het Nibud voor ouders het boek Financiële opvoeding? Dat doe je zo! uitgebracht. Het boek vol achtergrondinformatie en nuttige tips kost € 9,50 en is te bestellen via de website van het Nibud. Meer informatie over kinderen en reclame is te vinden op www.reclamerakkers.nl

 

Voor dit artikel is gebruik gemaakt van het boek de Nibud-uitgave ‘Financiële opvoeding? Dat doe je zo!’, van het Nibud-onderzoeksrapport ‘Financiële opvoeding’ (september 2007) en van informatie van de website http://www.nibud.nl.  

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: