BEWUST ETEN VOOR EEN BETER MILIEU

18 Jun

Bij de woorden ‘voeding en milieu’ denkt u misschien aan het mestoverschot door intensieve veehouderij, aan het gebruik van bestrijdingsmiddelen, of aan de enorme hoeveelheid – vaak overbodig – verpakkingsmateriaal. Maar energieverbruik door eten? Daar kunnen de meeste mensen zich niets bij voorstellen.

Wanneer u een product aanschaft, is daar al heel wat energie voor verstookt. Neem bijvoorbeeld broccoli uit Spanje. De groente wordt geteeld en verpakt en in gekoelde vrachtauto’s naar Nederland of België vervoerd. Vervolgens neemt u de broccoli mee naar huis, bewaart u hem mogelijke enige dagen in de koelkast en bereidt u er een maaltijd van. Dat kost allemaal energie.

Een derde van alle milieubelasting die consumenten veroorzaken is het gevolg van hun voeding. Het gebruik van energie is daar een belangrijk – en vaak onderschat – onderdeel van. Door ‘klimaatvriendelijk’ te eten kunt u jaarlijks 570 kilo CO2-uitstoot besparen. Dat is vergelijkbaar met 3000 kilometer autorijden of bijna vier jaar de was doen!

 

Direct en indirect

Om een lekkere maaltijd op tafel te zetten is energie nodig. Slechts 10 à 15% daarvan is directe energie: energie die je als consument gebruikt om voedsel aan te schaffen en te bereiden. Denk aan de benzine om naar de supermarkt rijden of het gas dat u verstookt om het eten te koken. De andere 85 à 90% is indirecte energie: energie die nodig is voor de productie, het transport, het verwerken, het verpakken en eventueel het gekoeld bewaren van voedingmiddelen. Indirecte energie wordt ook wel ‘verborgen’ energie genoemd, omdat voor een consument niet goed zichtbaar is hoeveel daarvan wordt verbruikt. Onzichtbaar of niet, u  kunt de hoeveelheid indirecte energie wel beïnvloeden door de etenswaren die u kiest en de manier waarop u die bewaart en bereidt.

 

<Kadertje>

Indirecte energie wordt uitgedrukt in megajoules (MJ). De indirecte energie van één kilo sla uit een kas is bijvoorbeeld 50 megajoules per kilogram (MJ/kg). Het telen van sla in de openlucht kost daarentegen maar 3 MJ/kg. Met een bewuste productkeus is kortom veel (milieu)winst te behalen.

 

Minder dierlijke producten

Ieder mens heeft eiwitten nodig. Die zitten in dierlijke producten zoals vlees, vis en kaas. Maar ook plantaardige producten zoals granen, noten, peulvruchten en soja bevatten veel eiwitten. Een gemiddelde consument krijgt een overvloed aan eiwitten binnen, wel 40% meer dan hij  nodig heeft. Voor de gezondheid kan dat geen kwaad, maar als die eiwitten afkomstig zijn van een dierlijke bron leveren ze wél extra milieuvervuiling op. Het maken van dierlijke producten kost namelijk veel energie. Dat komt omdat vee plantaardig voer nodig heeft; zij zijn dus ‘dubbel belastend’ voor het milieu. Bovendien produceren koeien bij het herkauwen methaangas. Door middel van hun winden komt dat in de atmosfeer. Je staat er misschien niet bij stil, maar de veeteelt draagt op die manier actief bij aan het broeikaseffect.

Met z’n allen eten we steeds meer vlees. Was dat in 1960 nog zo’n 70 gram (rauw gewicht van vlees en vleeswaar samen), tegenwoordig eten we gemiddeld 109 gram per persoon per dag. Door wat minder vlees te consumeren spaart u uw portemonnee én het milieu. Er zijn voldoende smakelijke en eiwitrijke alternatieven voor handen. Rijst met linzen bijvoorbeeld, of erwtensoep met roggebrood. Ook granen met noten of zaden bevatten volwaardige eiwitten, zoals brood met zonnebloem- of pompoenpitten, mueslibrood en ontbijtgranen. Kunt u uw eitje of dagelijkse portie kaas niet missen? Maak dan eens een combinatie van plantaardige en dierlijke producten. Een lekkere salade met avocado en ei is een goede suggestie. Of serveer kikkererwten met feta, of een groentestoofschotel met yoghurtsaus.

Kiest u voor kant-en-klare vleesvangers, let er dan op dat daar niet teveel dierlijke ingrediënten in zitten, zoals melk, wei, kaas of eiwit van kippeneieren. Die veroorzaken namelijk een relatief grote milieubelasting. Over eieren gesproken: als op de verpakking staat vermeld dat het maïs- of viergraneneieren zijn, komen ze mogelijk uit de legbatterij. Die naam verwijst namelijk naar het voer, niet naar de leefomstandigheden.

 

Vrachtauto, boot of vliegtuig

In Nederlandse en Belgische supermarkten is tegenwoordig het hele jaar voedsel uit alle windstreken te krijgen. Van aardbeien in de winter kijkt niemand meer op. En allerlei exotische producten als papaja en passievrucht zijn een normale, doordeweekse keus geworden. Een heerlijke luxe, maar wel een met een prijskaartje voor het milieu.

Wereldwijd is de handel in fruit en groente tussen 1980 en 2005 acht keer in omvang toegenomen. Bederfelijke producten, zoals sla, komkommer, tomaten, boontjes en zachte fruitsoorten worden vaak per vliegtuig vanuit een ander continent aangevoerd. Een kilo sperziebonen uit Kenia naar Nederland of België brengen (een afstand van zo’n 7000 kilometer) kost bijvoorbeeld 70 megajoules energie. Dat is vergelijkbaar met het verstoken van twee liter benzine! Logisch dus dat sperziebonen in de winter zo duur zijn.

Groenten en fruitsoorten die je langer kunt bewaren (zoals appels, aardappels, bananen en kiwi’s) worden per boot vervoerd. Dat kost minder energie dan met een vliegtuig. Hetzelfde geldt voor producten die binnen Europa met een vrachtauto worden getransporteerd. Geef daar dan ook de voorkeur aan. Het land van herkomst staat steeds vaker op verpakkingen en wordt verplicht vermeld in de winkel. Koop liever geen kasproducten. Om kassen warm te houden is namelijk extra energie nodig.

De simpelste oplossing is om zoveel mogelijk groente en fruit van het  seizoen te gebruiken. Met seizoensproducten kookt u lekker, gezond én milieuvriendelijk. Dat u daarmee ’s winters vastzit aan dagelijks boerenkool en appelmoes is een fabeltje; seizoensproducten bieden volop variatie. Bovendien zijn ze meestal goedkoper.

Een goede tip is om bij de samenstelling van uw dagelijkse menu een Groente- en Fruitkalender te gebruiken. Daarop staat aangegeven hoeveel energie nodig is om de producten te telen en te vervoeren naar Nederland. Er is genoeg keus om ieder seizoen een afwisselende en toch energiezuinige maaltijd op tafel te zetten. U vindt een voorbeeld van zo’n kalender op www.milieucentraal.nl.

<Kader: Energieverbruik>

Op de Groente- en Fruitkalender zijn producten ingedeeld in vijf energieklassen. Per product is bepaald in welke periode het verkrijgbaar is, uit welk land het komt en of het in een verwarmde kas is geteeld. Ook de gebruikte vervoersmiddelen (vrachtauto, boot en/of vliegtuig) zijn in de berekening verwerkt. Op die manier krijgt elke groente of fruit een energielabel van A t/m E.

 

Keurmerken

Tal van voedingsmiddelen hebben tegenwoordig een keurmerk om te laten zien dat ze biologisch of milieuvriendelijk zijn geproduceerd. U ziet ze op onbewerkte producten, zoals groenten of vlees, maar ook op bewerkte artikelen zoals jam, olie of brood.

Vanaf 1993 bestaat er Europese wetgeving over waaraan plantaardige biologische producten moeten voldoen. Sinds 1999 is er net zo’n omschrijving voor dierlijke biologische producten. Ook de manier waarop de controle plaatsvindt is door Europa bepaald. Inspecteurs nemen zowel telers, verwerkers als winkeliers onder de loep, oftewel het hele traject van het veld tot in de winkel.

Het meest bekende Nederlandse keurmerk voor biologische producten is het EKO-keur. Het EKO-keur toont aan dat er geen chemische bestrijdingsmiddelen of kunstmest zijn gebruikt en dat er geen kunstmatige geur-, kleur- of smaakstoffen zijn toegevoegd. Bovendien stelt het keurmerk extra eisen aan dierenwelzijn en milieu, zoals ruimere huisvesting voor vee en voer zonder toegevoegde diergeneesmiddelen. De Belgische tegenhanger van het EKO-keur is het Bio-garantielabel. Het is een keurmerk voor producten uit de biologische landbouw. De eisen zijn veelal vergelijkbaar met het die van het EKO-keur. Op Franse biologische producten staat vaak AB (voor Agriculture Biologique).

Binnen Nederland en België circuleren heel wat keurmerken en symbolen die beweren dat een product biologisch, milieubewust of diervriendelijk is. Lang niet alle labels zijn even duidelijk. Het is voor een consument dan ook niet eenvoudig te achterhalen waarvoor ze staan en of dat ze onafhankelijk zijn. Een overzicht van alle officieel erkende voedselkeurmerken in Nederland vindt u op http://www.milieucentraal.nl. Voor meer informatie over keurmerken in België kunt u terecht op de website www.integra-bvba.be.

Onbedoelde verspilling

Elke Nederlander koopt gemiddeld 600 kg voedsel per jaar. Daarvan gaat bijna 20% ongebruikt de vuilnisbak in. De helft van dat afval is onvermijdelijk: schillen, botten en snijafval kunt u immers niet voor consumptie gebruiken. Maar de andere helft – zo’n 43 tot 60 kg per persoon per jaar – is verspilling van bruikbaar voedsel. Misschien was er teveel ingekocht, was het te lang bewaard, was er teveel bereid of viel de smaak tegen. Wat de oorzaak ook is, voedselverspilling is weggegooid geld én weggegooide energie. Per jaar komt dat al gauw op € 125 per persoon neer! En het veroorzaakt een boel onnodige milieubelasting.

Steeds meer mensen doen hun boodschappen eens per week. Het gevolg: (te) grote voorraden die bederven of over datum raken en ongebruikt in de vuilnisbak belanden. De oplossing is relatief simpel: koop uw boodschappen op maat in. Houd een tijdje bij hoeveel u aanschaft, hoeveel u daarvan werkelijk gebruikt en hoeveel u weggooit. Na een paar weken heeft u een betrouwbaar idee van hoeveel voeding er in uw huishouden wordt verbruikt en kunt u uw inkoop daarop afstemmen. Wat ook helpt is vóórdat u boodschappen gaat doen te kijken wat u in huis heeft en aan de hand daarvan een boodschappenlijstje te maken. Koop bederfelijke producten bij voorkeur eens in de twee of drie dagen. Zo voorkomt u dat u etenswaren moet weggooien omdat ze te lang zijn blijven liggen.

Kies altijd verpakkingen die passen bij uw behoefte. Kleine huishoudens gooien vaak etensresten weg omdat er teveel in een verpakking zat. Gelukkig zijn steeds meer producten verkrijgbaar in kleine hoeveelheden. Nadeel is wel dat daarvoor meer verpakkingsmateriaal nodig is. Maar dat weegt op tegen de voedselverspilling die u op die manier voorkomt. Wat betreft kant-en-klaarmaaltijden: koelverse maaltijden zijn beter dan diepgevroren varianten. Dat komt omdat het relatief veel energie kost om die in te vriezen en bevroren te bewaren.

 

<Kadertje: Weggooitest?

De meeste mensen onderschatten hoeveel voedsel ze weggooien. Dat is ook niet zo vreemd, want vaak gaat het om kleine beetjes per keer. Toch loopt dat per een jaar gezien behoorlijk op. Om u meer inzicht te geven in de hoeveelheid eten en drinken die ongebruikt in de vuilnisbak belandt, heeft Milieu Centraal een Weggooitest ontwikkeld. Als u die veertien dagen achtereen invult, krijgt u al een aardig idee. Een rekenmodel laat vervolgens zien hoeveel geld en energie u in een jaar kunt besparen. U vindt de test op www.milieucentraal.nl.

 

Koken op maat

Ongeveer de helft van al het eten dat nodeloos wordt weggegooid bestaat uit maaltijdresten. Probeer daarom niet méér te koken dan er daadwerkelijk gegeten wordt. Blijven er toch restjes over, verwerk  die dan de volgende dag in een andere maaltijd. Verpakt en in de koelkast kunt u restjes twee of drie dagen bewaren. Hetzelfde geldt voor aangebroken verpakkingen. Sluit die goed af en bewaar de producten in een luchtdicht bewaarbakje. Zo blijven ze langer goed.

Ruim 80% van de huishoudens kookt op gas, maar het aandeel elektrische kooktoestellen neemt toe. Elektrisch koken kost echter bijna drie keer zoveel aan energie (gemiddeld € 110 per jaar tegenover € 42 voor koken op gas)! Kiest u toch voor elektrisch koken, dan zijn inductieplaten of quicktermkookplaten de zuinigste optie.

Ongeacht of u op gas of elektriciteit kookt, ook door de manier van koken kunt u energie besparen. Zet ingevroren producten bijvoorbeeld de avond voor gebruik al in de koelkast. Opwarmen of bereiden kost dan minder gas of elektriciteit. Bij een kleine pan op een grote pit gaat veel warmte ongebruikt verloren. Gebruik daarom pannen met een vlakke bodem die goed aansluiten op de kookplaat. Dek pannen tijdens het koken altijd af. En verwarm een oven niet langer voor dan strikt noodzakelijk is.

 

<Kadertje: Groente- en fruitconsumptie>

Een Belg koopt gemiddeld 62 kg verse groenten en 82 kg vers fruit per jaar. Dat is in totaal zo’n 40 kg meer dan 25 jaar geleden. Appels, sinasappels, bananen en mandarijnen zijn de meest gegeten fruitsoorten door zowel Nederlanders als Belgen. De tomaat is de lievelingsgroente van de Belgen (10 kg per jaar), gevolgd door wortelen, uien, kool en salade. Bij Nederlanders staat sla op de eerste plaats. Daarna komen tomaat, komkommer en paprika. De consumptie van groente en fruit varieert per leeftijd en type gezin. Zo kopen Belgische gezinnen met kinderen meer groenten (vooral wortelen) dan gezinnen zonder kinderen. 50-plussers kiezen voor selderie, sperziebonen, gedroogde groenten, witlof en asperges, terwijl jongeren vooral weg zijn van kerstomaatjes en paprika’s.

 

Tot slot

U ziet: u kunt veel doen om meer milieubewust te eten. Maar met zoveel verschillende zaken om op te letten is het niet altijd makkelijk om te weten waar u moet beginnen. We zetten de vuistregels daarom voor u op een rij:

  1. Wees matig met dierlijke producten als vlees, vis, kaas en eieren
  2. Koop liever géén producten die met het vliegtuig naar Nederland of België zijn vervoerd
  3. Eet zoveel mogelijk groeten en fruit van het seizoen
  4. Vermijd waar mogelijk producten die in een warme kas zijn geteeld
  5. Koop bij voorkeur biologische producten die milieuvriendelijk zijn geteeld
  6. Koop niet meer dan u nodig heeft
  7. Bewaar voedingsmiddelen zorgvuldig, zodat ze niet onnodig snel bederven
  8. Kook op maat; eventuele restjes kunt u voor een ander gerecht gebruiken

Milieubewust eten betekent minder energie verbruiken. Energieverbruik staat in direct verband met de uitstoot van schadelijke gassen, en daarmee met het broeikaseffect. Door bewuste keuzes te maken bij het inkopen en bereiden van voeding helpt u op een praktische manier klimaatveranderingen tegen te gaan.

 

<Kader: Heleen van Wieringen (50) kookt zo milieuvriendelijk mogelijk>

“Ik probeer bij het kopen en bereiden van eten op allerlei manieren rekening te houden met het milieu.  Om te beginnen heb ik een eigen moestuin. Daar haal ik zo’n beetje driekwart van al mijn groenten vandaan. Wat ik extra nodig heb, koop ik bij de natuurwinkel of in de supermarkt. Biologisch natuurlijk.

In principe kies ik altijd groenten van het seizoen. En ik let goed op het land van herkomst; bij voorkeur koop ik producten uit Nederland. Soms is het wel eens lastig kiezen: is het nu beter ingevlogen groenten uit een ver land te nemen of uit een verwarmde kas in de buurt? Meestal ga ik dan toch voor het lokale product, omdat in Nederland relatief weinig bestrijdingsmiddelen worden gebruikt. Verder heb ik een fruitabonnement van de natuurwinkel. Dat betekent dat ik elke week een tasje krijg met fruit van het seizoen of dat op een verantwoorde manier vervoerd is.

Vanuit principiële redenen ben ik een jaar of tien vegetarisch geweest. Maar sinds ik een vriend heb die erg van vlees houdt, eet ik af en toe met hem mee. Maximaal een of twee keer per week en geen grote hoeveelheden, dat wel. Zuivel minderen vind ik lastiger. Dat heeft ook met mijn leeftijd te maken; ik moet ervoor zorgen dat mijn calciumgehalte op peil blijft. Bovendien vind ik kaas gewoon erg lekker.

Verse producten koop ik altijd in kleine, afgepaste hoeveelheden. Dat kan niet anders, want ik heb thuis geen koelkast! Eerlijk toegeven: dat is meer vanwege het ruimtegebrek dan vanwege de energiebesparing. Maar het dwingt me wel om heel bewust inkopen te doen.

In de loop van de jaren heb ik geleerd heel zorgvuldig te zijn met koken. Eigenlijk houd ik nooit iets over. En bij de bereiding let ik goed op onnodige verspilling. Ik gebruik een afgepaste hoeveelheid water voor het koken van groenten en verwarm dat in de waterkoker. Als dat niet nodig is zet ik het gas niet helemaal open en ik doe altijd deksels op alle pannen, zodat er geen warmte verloren gaat.

Voor mensen die daar nooit mee bezig zijn geweest is het best lastig om plotseling milieubewust te gaan koken. Mijn advies? Begin met zoveel mogelijk biologische producten te kopen. Tegenwoordig vind je die in vrijwel elke supermarkt. Ben je daaraan gewend, dan kun je bijvoorbeeld wat meer op het seizoen en het land van herkomst gaan letten. Overigens ben ik daarin ook niet roomser dan de paus hoor. Voor speciale dagen als een verjaardag of kerst koop ik heus ook wel eens iets dat eigenlijk ‘niet mag’. Het gaat er vooral om dat je in het dagelijks leven wat bewuster met eten – en de hoeveelheid energie die dat kost – omgaat.”

 

<KADER: Lekker koken met seizoensproducten>

Hieronder vindt u enkele recepten om u te inspireren bij het koken van een lekkere seizoensmaaltijd. De hoeveelheden zijn voor 2 personen.

Lenterecepten

Bijzondere recepten voor de lente:

  • Aardappelsoep
  • Lauwwarme groenteschotel met zongedroogde tomaten
  • Bananentoetje met sinaasappelsaus

Aardappelsoep

Nodig:

  • 3 grote aardappels
  • 1 grote ui
  • 1 prei in ringen gesneden
  • 1 middelgrote wortel
  • 2 groentebouillonblokjes
  • 1 eetlepel boter of margarine
  • peterselie
  • geraspte kaas naar smaak
  • 1 liter water
  • peper naar smaak

Schil de aardappelen en snij ze in blokjes. Zet ze op het vuur met een deel van het water. Maak daarna de ui, de prei en de wortel schoon en snij alles klein. Voeg alles bij de aardappel in de pan. Als alles gaar is wordt de groente gepureerd in een keukenmachine of met een staafmixer. Voeg de rest van het water toe, de boter en bouillonblokjes, en laat even doorkoken. Voeg naar smaak vers gemalen peper toe. Schep de soep in kommen en garneer met peterselie en eventueel wat geraspte kaas.

 

Lauwwarme spruitenschotel met zongedroogde tomaten

Nodig:

  • 3 ons aardappelen
  • 350 gram spruiten
  • klein teentje knoflook
  • scheutje citroensap
  • 2 theelepels sojasaustheelepel kappertjes
  • 3 zongedroogde tomaten op olie, met een scheutje van de bijbehorende olie

Kook de aardappelen gaar en snij ze in blokjes. Maak de spruiten schoon en kook ze beetgaar in ongeveer 5 minuten. Kort gekookt smaken ze veel lekkerder dan gaargekookt. Maak intussen de dressing. Meng de uitgeknepen knoflook met het citroensap, sojasaus, kappertjes, kleingesneden tomaatjes en de olie. Doe aardappelblokjes en de spruiten samen in een schaal en schep er de dressing doorheen.

 

Bananen met sinaasappelsaus

Nodig:

  • Twee bananen
  • 1 eetlepel boter
  • 1 eetlepel (bruine suiker)
  • 1 zakje vanillesuiker
  • 1/2 kop sinaasappelsap
  • sap van 1/2 citroen

Breng boter, suiker en vruchtensap aan de kook en blijf roeren tot de suiker is opgelost. Snij de bananen doormidden en snij de helften overlangs doormidden. Leg de banaan een paar minuten in de saus en hou deze tegen de kook aan. Haal de banaan eruit en kook het mengsel tot de helft in. Giet de saus over de banaan en serveer warm.

Bron: www.milieucentraal.nl

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: