Archief | september, 2008

NU IN PLUS: OUDE LIEFDE EN EEN NIEUWE HEUP

28 sep

Vrijwel iedereen is wel eens een iemand uit het oog verloren, die hij nog graag eens zou willen terugzien.  Zoals Caroline Welman, dien na 35 jaar haar oude maatje Frank terugvond. Marte was bij hun emotionele hereniging. Ze maakte er een reportage over voor het oktobernummer van Plus Magazine.

Voor hetzelfde nummer verdiepte zij zich ook in de wondere wereld van de kunstheupen. Waar bestaan die eigenlijk uit? Hoe lang gaan ze mee? En wat kun je nog wel en niet doen met een kunstheup?

Je leest het op deze site onder Plus Magazine! Of koop het oktobernummer van Plus Magazine nu in de winkel. (Verkrijgbaar t/m 23 oktober)

Advertenties

WIE ZOEKT…

28 sep

Vrijwel allemaal ontmoeten we mensen op ons levenspad die we nooit meer vergeten en graag zouden terugzien. Voor Pluslezeres Caroline Welman (50) was dat haar jeugdmaatje Frank. Het werd een emotionele hereniging.

“Negen jaar was ik toen ik op een avond tijdens het eten te horen kreeg dat ik naar een kindertehuis zou gaan. Mijn ouders waren beide erg beschadigd uit de oorlog gekomen. Na slechts vier jaar huwelijk gingen ze uit elkaar. Mijn moeder kon daarna de zorg voor ons niet meer aan. Waarom werd ik uit huis werd geplaatst en mijn broertje en halfzusje niet? Die vraag heb ik nooit beantwoord gekregen. Omdat ik de oudste en de meest mondige was, denk ik. Eenmaal in het tehuis kwamen me ouders me om de beurt eens in de twee weken apart opzoeken. Maar het is nooit meer helemaal goed gekomen tussen ons.

Meteen een klik

Ik heb eigenlijk maar weinig herinneringen aan vroeger. Die zijn allemaal diep weggestopt. Ook de eerste ontmoeting met Frank weet ik niet meer precies. Maar wat ik nooit zal vergeten, is dat er gelijk een klik was. Misschien omdat we zulke tegenpolen waren. Hij heel levenslustig en energiek, ik teruggetrokken en stil.

In die sombere omgeving viel zijn enthousiasme extra op. Ik heb mijn eerste echte zoentje van hem gekregen. Het was heel onschuldig, maar toch… het heeft diepe indruk op me gemaakt. Ik weet nog goed dat Frank wekelijks naar honkbaltraining ging. ‘Wacht maar af!’, riep hij dan vanaf zijn fiets. ‘Later word ik beroemd!’ Nog jaren daarna heb ik het sportnieuws intensief gevolgd, in de hoop zijn naam tegen te komen.

Na twee jaar in het kindertehuis werd ik onverwacht in een pleeggezin geplaatst. Tijd om afscheid te nemen was er niet. Wéér moest ik plotsklaps iemand om wie ik gaf achterlaten. Vanaf dat moment heb ik mezelf nooit meer open durven stellen.

Door de jaren heen bleef ik regelmatig aan Frank denken. Moeite om hem op te sporen deed ik niet. Ik was druk met een nieuw leven voor mezelf op te bouwen, en met de zorg voor mijn kinderen. Bovendien was ik veel te bang pijnlijke herinneringen op te rakelen.

Alles suisde om me heen

Vijf jaar geleden ben ik op aandringen van een vriendin toch op internet gaan zoeken. We vonden zijn geboortedatum, meer niet. Dat was voor mij het teken dat ik het verleden beter kon laten rusten.

In oktober 2006 luisterde ik bij toeval naar Adres Onbekend. Toen begon het toch weer te kriebelen. Ik wilde Frank zo graag vertellen wat een geweldige indruk hij op me achtergelaten had. En wat een waardevolle vriend hij voor mij was geweest. Als kind in een tehuis krijg je dat soort dingen nooit te horen. Ik gunde hem die bevestiging alsnog. En ik was natuurlijk ook gewoon nieuwsgierig hoe het hem verder vergaan was. Ik besloot het er nog één keer op te wagen en stuurde een brief aan het radioprogramma.

Tot mijn verbazing hing presentator Ron Kas binnen een paar dagen aan de telefoon. Een week later zat ik al in de uitzending! Ontzettend spannend vond ik dat. Vooraf had ik me niet echt zenuwachtig gemaakt, maar opeens dacht ik ‘wat als hij me zich helemaal niet herinnert?’. Dat had ik vreselijk gevonden.

Toen Ron vragen ging stellen, kreeg ik het behoorlijk te kwaad. Er kwamen allerlei gevoelens boven waarvan ik vergeten was dat ik ze had. Nooit eerder had ik met iemand over die tijd gepraat. En er luisterden ook nog eens een paar honderdduizend mensen mee! Ik heb mijn voeten plat op de grond moeten zetten om niet in huilen uit te barsten. Eenmaal thuis voelde ik hoe intens het was geweest. Alles suisde om me heen. Heel onwerkelijk.

Nog tijdens de uitzending kwamen er verschillende reacties binnen. Maar toen alle tips een week later nagetrokken waren, was Frank nog steeds niet gevonden. Dat was een grote teleurstelling. Meedoen aan zo’n programma creëert toch verwachtingen. Ik dacht: ‘Waarom heb ik dit mezelf aangedaan?’ Toen heb ik besloten hem helemaal uit mijn hoofd te zetten.

Alleen oog voor elkaar

Tot mijn stomme verbazing belde Ron Kas me dit voorjaar opeens op met het bericht dat er nieuwe aanwijzingen waren. Wat bleek? Mijn verhaal had als onopgeloste zaak in het Algemeen Dagblad gestaan. Met verrassende tips als resultaat. Ik was de teleurstelling van de eerste opname zeker niet vergeten, maar de kans om Frank alsnog te vinden wilde ik niet aan me voorbij laten gaan.

Op zondagmiddag reed ik naar het Mediacafé in Hilversum. Echt zenuwachtig was ik niet. Het was vooral spannend, zoals een kind zich voelt vlak voor zijn verjaardagsfeestje. Mijn verhaal stond als laatste op het programma. Omdat ik geboeid zat te luisteren naar de andere gasten was ik voor ik er erg in had aan de beurt. Het ging opeens zo snel! Ik heb het in een roes beleefd. Ron’s introductie ging helemaal aan me voorbij; ik moest moeite doen om zijn vragen te begrijpen! Het enige dat ik me nog herinner is dat hij zei: “Als je je omdraait, komt Frank nu naar je toegelopen.” Vanaf het moment dat ik Frank aankeek viel de wereld om me heen weg.

Later hoorde ik dat het publiek in een luid applaus was uitgebarsten, maar daar heb ik niets meer van gehoord. We hadden alleen oog voor elkaar. Mijn angst dat hij me niet meer zou herinneren bleek gelukkig ongegrond: hij was mij ook nooit vergeten!

Een vreemde en toch weer niet

Na de uitzending zijn we naar een café in Hilversum gereden. We hebben wel drie uur met elkaar zitten praten. In het begin was dat even onwennig: je zit tegenover een vreemde, en toch weer niet. Maar al snel voelde het heel vertrouwd, als een oude vriendschap waarvan je de draad weer oppakt.

We hebben herinneringen opgehaald, maar ook gesproken over hoe het ons daarna vergaan is. De tijd in het kindertehuis heeft een grote invloed op de rest van onze levens gehad. Meest waardevol vond ik wel te ontdekken dat we dezelfde herinneringen aan die tijd hebben. Als je veertig jaar lang ergens niet over praat lijkt het soms alsof het nooit gebeurd is. Maar door de ontmoeting met Frank weet ik zeker dat ik die rotjeugd niet heb verzonnen.

We hebben niet direct een vervolgafspraak gemaakt, maar wel gegevens uitgewisseld. Toen ik thuis kwam voelde ik me uitgelaten. Door mijn ervaringen in de tehuizen heb ik mijn gevoel altijd heel erg voor mezelf gehouden. Ik heb mezelf open durven stellen voor liefde of affectie; het risico om afgewezen en gekwetst te worden was te groot. Maar door de ontmoeting met Frank komt daar misschien verandering in.”

Adres Onbekend wordt elke zondag van 12.00 – 14.00 uitgezonden op radio 2. http://www.adresonbekend.kro.nl.

Zelf op zoek naar een oude bekende? Zo pakt u het aan!

Stap 1: Verzamel informatie

Probeer zoveel mogelijk informatie over de persoon in kwestie te verzamelen. Vraag familie, vrienden of oude bekenden met u mee te denken. Misschien herinneren zij zich dingen die u niet meer weet! Begin met de basisgegevens, zoals voor- en achternaam, voorletters, geboortedatum en geboorteplaats. Schrijf vervolgens alle overige informatie op die u kunt achterhalen. Weet u nog een of meerdere adressen waar de persoon in kwestie heeft gewoond? Op welke scholen heeft hij gezeten? Herinnert u zich nog namen van zijn ouders, broers, zussen of vrienden? Heeft hij in dienst gezeten? Was hij lid van een club of vereniging? Wat voor werk zou hij nu kunnen doen? Al dat soort gegevens kunnen u later bij uw zoektocht helpen.

Stap 2: Zoek op internet

Het internet is tegenwoordig dé aangewezen plek om een zoektocht naar een oude bekende te beginnen. We geven u een aantal handige plekken waar u op internet terecht kunt.

Zoekmachines

Van alle zoekmachines op internet is Google waarschijnlijk wel de bekendste. Geeft het intypen van de naam die u zoekt niet direct resultaat, probeer dan eens een van volgende tips:

  • Plaats de voor- en achternaam tussen aanhalingstekens. Zo wordt alleen de letterlijk ingetypte tekst gezocht. Bijvoorbeeld “Karel Jansen” levert meer zoekresultaten op dan de naam zonder aanhalingstekens.
  • Vervang de voornaam door de voorletter. Dus “K. Jansen” of “KJansen” in plaats van “Karel Jasen”.
  • Veel emailadressen werken met leestekens. Vervang spaties in de naam daarom eens door leestekens, bijvoorbeeld “k_jansen” of “k-jansen”.
  • Dat geldt natuurlijk ook voor de volledig uitgeschreven naam, “Karel_Jansen” of “Karel-Jansen”.

Er zijn ook zoekmachines die zich specifiek richten op het zoeken naar personen. Voorbeelden daarvan zijn:

Telefoonboeken

Op internet zijn tal van telefoonboeken te vinden. De belangrijkste voor u op een rij:

Emailgidsen

Helaas is er niet één centrale gids, waarin alle emailadressen van Nederland vastgelegd zijn. Wel komen er steeds meer websites waar mensen vrijwillig hun emailadres kunnen laten registreren, zodat ze voor anderen makkelijk vindbaar zijn. Een voorbeeld daarvan is de website http://www.e-mailgids.com. Mocht u uw oude bekende daar niet aantreffen, dan kunt u overwegen zelf uw emailadres achter te laten. Misschien vindt hij u zo wel!

Tip: Zoekt u iemand met een naam die niet zo vaak voorkomt? Vindt u niet de betreffende persoon, maar wel anderen mensen met dezelfde achternaam? Stuur hen dan eens een mailtje. Vaak gaat het om (verre) familie. Mogelijk kunnen zij u met uw oude bekende in contact brengen.

Gespecialiseerde zoeksites

Behalve algemene zoeksites zijn er ook gespecialiseerde zoeksites, die zich uitsluitend richten op het terugvinden van oude bekenden. Voorbeelden daarvan zijn:

Gemeenschappen op internet

De afgelopen jaren hebben zich op internet steeds meer sociale netwerken gevormd. Het belangrijkste netwerk in Nederland is Hyves, internationaal is dat MySpace. Deze netwerken bieden zoekfuncties om naar leden te zoeken. De kans dat u hier oude bekenden van boven de zestig aantreft is echter niet zo heel groot.

Kamer van koophandel

Via de website van de Kamer van Koophandel is informatie op te vragen over ondernemingen in Nederland. Het zoeken op de achternaam van een persoon levert vaak een schat aan informatie op.

Stap 3: Pak de telefoon

Ook als u op internet niet direct uw oude bekende heeft teruggevonden, zijn er een boel mensen die u kunt bellen voor nadere informatie. Bijvoorbeeld:

  • Als u denkt te weten in welke stad uw oude bekende woont, kunt u alle mensen met dezelfde achternaam uit het telefoonboek nabellen. Wellicht is een van hen familie.
  • Als u zich nog een oud adres kunt herinneren waar de persoon in kwestie woonde, kunt u de andere bewoners uit de straat nabellen. (Via de website http://www.omgekeerdzoeken.nl kunt u hun telefoonnummers achterhalen.) Misschien woont een van hen daar al vele jaren en kan hij u meer vertellen over waar uw contact naar vertrokken is.
  • Herinnert u zich nog op welke school uw oude bekende zat? Of van welke vereniging hij lid was? Waag daar dan eens een telefoontje naar. Wie weet hebben zij zijn gegevens nog in hun archieven.

Veel mensen vinden het moeilijk om wildvreemden telefonisch lastig te vallen. Maar als u uitlegt dat u een oude bekende zoekt, stuit u ongetwijfeld op veel begrip. En u zult zien: als u een paar mensen heeft gesproken, gaat het bellen steeds makkelijker. Mocht u onverhoopt toch een onaardige reactie krijgen, laat u zich daar dan vooral niet door ontmoedigen. De aanhouder wint!

Stap 4: Schakel de gemeente in

Als gevolg van strenge privacywetgeving kunt u bij het gemeentearchief alleen oudere gegevens bekijken. Een overzicht van wanneer akten van de burgerlijke stand openbaar worden:

  • geboorteakten: na 100 jaar
  • huwelijksakten: na 75 jaar
  • overlijdensakten: na 50 jaar

Voor recentere informatie kunt u eventueel terecht bij de afdeling Burger en Bestuur van de gemeente waar u denkt dat uw oude bekende mogelijk woont. Dergelijke vragen moet u schriftelijk indienen. Mocht er informatie worden verstrekt, dan is dat meestal niet kosteloos.

Meer kans heeft u als u een gemeente vraagt een brief van u door te sturen. Dat gaat als volgt. U schrijft een gefrankeerde brief aan brief aan uw oude bekende. Die stuurt u aan de laatst bekende gemeente waar hij woonde. In het begeleidend schrijven verzoekt u de gemeente uw brief naar uw oude bekende door te sturen. Of, als hij niet meer in die gemeente woont, naar de gemeente waar hij naartoe is verhuisd. De ene gemeente is wat dit betreft behulpzamer dan de andere. Vraag daarom altijd om een bevestiging van het doorsturen, dan weet u waar u aan toe bent.

Stap 4: Neem contact op met het Centraal Bureau voor Genealogie

Een andere mogelijkheid om aan meer recente informatie te komen is het aanvragen van kopieën van persoonskaarten. Van alle personen die na 1939 zijn overleden bestaat een persoonskaart. Hierop staan onder meer de personalia van de betrokkene, de namen van ouders (vaak met hun geboorteplaats en -datum) en gegevens over huwelijk(en), partner(s) en kinderen. Via deze weg kunt u achterhalen of de persoon die u zoekt is mogelijk overleden. Mocht u de namen van de ouders van de persoon in kwestie weten, dan kunt u langs deze weg wellicht achter meer informatie komen.

U kunt een kopie van een persoonskaart opvragen bij het Centraal Bureau voor Genealogie. Daar zijn wel kosten aan verbonden.

Centraal Bureau voor Genealogie

Postbus 11755

2502 Den Haag

070 – 315 05 80 (speciaal telefoonnummer voor het aanvragen van kopieën van persoonskaarten)

http://www.cbg.nl

Stap 5: Stap naar de pers

Hebben al bovengaande stappen niets opgeleverd, dan kunt u altijd nog naar de pers stappen. Veel kranten kennen een advertentierubriek waarin oproepen voor ‘gezochten’ worden geplaatst. Landelijke kranten hebben een groot bereik, maar daarin een advertentie plaatsen is vaak behoorlijk duur. Denkt u te weten in welke provincie of plaats uw oude bekende woont, probeer het dan eens met een oproep in een regionale of plaatselijke krant. Op de website kranten.verzamelgids.nl vindt u per provincie een overzicht van een groot aantal kranten. U kunt zich ook tot een radio- of tv-programma wenden. Voor het zoeken naar oude bekenden kunt u het best terecht bij het radioprogramma Adres Onbekend. De tv-programma’s Spoorloos en Vermist richten zich uitsluitend op het terugvinden van uit het oog verloren of vermiste bloedverwanten.

KRO Adres Onbekend

Postbus 23000

1202 EA Hilversum

Telefoon: 0800 – 330 30 30

Email: adresonbekend@kro.nl

Website: adresonbekend.kro.nl

KRO Spoorloos

Postbus 23000

1202 EA Hilversum

Telefoon: 035 – 617 39 11

Website: spoorloos.kro.nl (u kunt een zoektocht aanmelden via een formulier op de website)

Tros Vermist

Postbus 28500

1202 LM Hilversum

Telefoon: 0800 – 20 80 of 035 – 671 52 34

Email: vermist@tros.nl

Website: http://www.vermist.nl

30 VRAGEN OVER EEN NIEUWE HEUP

28 sep

Jaarlijks krijgen 25.000 Nederlanders een nieuwe heup. Maar welke kunstheup is de meest geschikte?  Enne… mag de heupzwaai nog wel als u dan de tango weer danst?

1. Hoe ontstaan heupklachten?

De uiteinden van de beenderen van een gezond heupgewricht passen in elkaar zoals een bol in een kom. Ze zijn bedekt met zacht kraakbeen, zodat ze soepel en pijnloos langs elkaar kunnen bewegen. Met het ouder worden slijt het kraakbeen. Op den duur kan het zelfs helemaal verdwijnen. De botuiteinden worden dan ruw en schuren langs elkaar. Dat veroorzaakt pijn bij het bewegen en stijfheid. Een dergelijke vorm van slijtage noemt men artrose. 20% van alle 55+ers heeft last van een vorm van artrose. Van alle 65+ers is dat zelfs 90%. Behalve artrose kan ook een (aangeboren) ziekte of een trauma (breuk) tot heupklachten leiden.

2.Heb je zelf invloed op de mate waarin een heupgewricht slijt?

Ja. Door het gewricht zwaar te belasten, slijt het sneller Dat gebeurt bijvoorbeeld bij intensief sporten, maar ook overgewicht betekent een extra belasting voor het heupgewricht. Met mate bewegen is goed om uw gewrichten soepel te houden. Het masseert als het ware het kraakbeen en stimuleert de opname van voedingsstoffen. Maar een te intensieve belasting werkt averechts. Is uw heupgewricht versleten, dan is het wel goed om in beweging te blijven. Oók als het pijn doet. Beweegt u minder of niet meer, dan zal de heup stijver worden.

3. Wanneer moet een versleten heupgewricht vervangen worden?

Als de pijn zo erg wordt dat je niet meer kunt doen wat je wilt. Met fysiotherapie of medicijnen kan de pijn worden verzacht, maar artrose is (nog) niet te genezen. Wanneer de pijnklachten zo heftig worden dat ze een normaal leven onmogelijk maken, kan een heupprothese worden geplaatst. In dat geval worden de versleten onderdelen van de heup (deels) verwijderd en vervangen door een kunstgewricht.

4. Is er een minimum- of maximumleeftijd voor een heupvervanging?

Nee. Wanneer een patiënt relatief jong (voor het 50ste jaar) een kunstheup krijgt, is de kans wel groot dat die op latere leeftijd nog een of twee keer vervangen moet worden. De gemiddelde leeftijd waarop in Nederland een heupprothese wordt geplaatst is 73 jaar.

5. Kan ik desgewenst een tweede orthopedisch chirurg om zijn mening vragen?

Een second opinion is altijd mogelijk. Heeft u behoefte aan een tweede mening, dan kunt u zelf een afspraak met een andere orthopedisch chirurg maken. Dit verloopt in de regel via uw huisarts. Een second opinion wordt vergoed vanuit de basisverzekering.

6. Worden alle verschillende heupprotheses door de zorgverzekeraar vergoed?

In bijna alle gevallen wordt de prothese door de verzekeraar vergoed, maar het is altijd raadzaam vooraf met uw eigen verzekeringsmaatschappij contact te hebben.

7. Hoe gaat een heupvervanging in zijn werk?

In de meeste gevallen wordt het heupgewricht in zijn geheel vervangen. Een totale heupprothese heet dat. De steel van de prothese wordt in het bovenbeen vastgezet. Daarbovenop komt een nieuwe, bolvormige kop. De heupkom wordt uitgeslepen, zodat er een kunstkom in kan worden geplaatst. Daarmee is het nieuwe heupgewricht compleet. De operatie neemt zo’n 1,5 uur in beslag.

8. Mannen en vrouwen zijn anders gebouwd. Krijgen ze daarom ook verschillende heupprotheses?

In Nederland worden ongeveer twintig verschillende protheses gebruikt. Welke prothese voor welke patiënt geschikt is hangt onder andere af van de aandoening en de lichaamsbouw. Er zijn geen specifieke protheses voor mannen of vrouwen.

9. Past een prothese altijd?

Heupprotheses zijn er in vele soorten en maten en daardoor geschikt voor vrijwel iedereen. In heel uitzonderlijke gevallen, bijvoorbeeld bij een bottumor in de heup, kan het nodig zijn een prothese op maat te maken.

10. Van wat voor materiaal is een heupprothese gemaakt?

Afhankelijk van de vorm en de aard van de prothese worden er verschillende materialen gebruikt: kunststof, keramiek of metaal. Door slijtage kunnen soms kleine stukjes van dat materiaal in het lichaam komen. Vooralsnog lijken die alleen ter plaatse effect te hebben: de prothese kan er losser door komen te zitten. In dat geval moet hij vervangen worden. Hoe vaak dat voorkomt verschilt per soort prothese. In het algemeen geldt dat twintig jaar na het plaatsen van een totale heupprothese minder dan 10% van de patiënten hiermee te maken heeft.

11. Groeit de prothese vanzelf vast?

In principe groeit de prothese inderdaad vanzelf vast in het bot. In ongeveer de helft van de gevallen is het bot van zichzelf echter onvoldoende stevig. In dat geval wordt de prothese vastgezet met botcement. De patiënt merkt geen verschil: de bewegingsvrijheid is in beide gevallen gelijk.

12. Moet altijd het hele heupgewricht worden vervangen?

Dat hoeft niet altijd. Sinds 2002 wordt een nieuwe techniek toegepast, resurfacing. Bij een resurfacing operatie wordt de heupkop niet verwijderd, maar wordt alleen het beschadigde deel (de kraakbeenlaag) van de heupkop afgeslepen. Daarbovenop wordt een metalen cup geplaatst: een soort harde douchemuts voor de heupkop. Het voordeel van deze techniek is dat het eigen heupgewricht grotendeels in tact blijft. Dat geeft meer stabiliteit, waardoor patiënten intensiever kunnen bewegen dan met een totale heupprothese.

13 .Waarom wordt de resurfacingtechniek niet bij alle heuppatiënten toegepast?

Of iemand in aanmerking komt voor een resurfacing operatie hangt onder andere af van zijn leeftijd, zijn botsterkte en de mate waarin hij lichamelijk actief is. Bij patiënten met ernstige osteoporose is deze techniek bijvoorbeeld niet mogelijk: de kans op botbreuk is dan te groot. Daar komt bij dat resurfacing een relatief nieuwe techniek is; er zijn nog geen lange termijnresultaten van bekend. Om die reden zijn artsen vooralsnog terughoudend met het toepassen ervan.

14. Werken alle ziekenhuizen met dezelfde soort prothese?

Nee. In Nederland zijn ongeveer twintig verschillende totale heupprotheses op de markt, en ook nog aantal resurfacing protheses. Binnen één ziekenhuis worden vaak verschillende soorten en merken gebruikt.

15. Welke is de beste?

Er is geen één beste heupprothese. Welke prothese voor een bepaalde patiënt het meest geschikt is, hangt van verschillende factoren af. De leeftijd, de algemene conditie en de levensstijl bijvoorbeeld. Ook de bewezen resultaten van de prothese en de ervaring en persoonlijke voorkeur van de arts spelen een rol bij de keus.

16. Hoe kom ik er dan achter welke techniek en welke prothese voor mij de beste oplossing zijn?

Er is geen patiëntenvereniging waar men ervaringen met andere patiënten kan uitwisselen. De Nederlandse Orthopaedische Vereniging heeft enkele jaren geleden wel het initiatief genomen voor een Landelijk Registratiesysteem Orthopedische Implantaten (LROI). Dat is een centraal bestand waarin van zoveel mogelijk heuppatiënten in Nederland wordt bijgehouden hoe de prothese zich in het lichaam gedraagt en hoe snel die slijt. Aan de hand van de verzamelde gegevens kunnen artsen steeds betere keuzes maken over wat de beste prothese voor een bepaalde patiënt is. Een slechte prothese valt al snel in negatieve zin op en zal als gevolg daarvan van de markt verdwijnen.

17. Hoe kom ik aan die gegevens?

De informatie uit het LROI is niet voor patiënten toegankelijk; die zijn afhankelijk van het advies van hun orthopedisch chirurg. Wel is er een patiëntenvereniging waar patiënten met elkaar ervaringen kunnen uitwisselen: de Stichting Patiëntenbelangen Orthopaedie. Lidmaatschap kost € 18 per jaar. Zie www.patientenbelangen.nl.

18. Hoe lang duurt de ziekenhuisopname?

Na gemiddeld vier of vijf dagen kan het overgrote deel van de patiënten in en uit bed stappen, lopen, traplopen en in de auto stappen. Meestal mogen ze dan ook naar huis. In tientallen ziekenhuizen in Nederland wordt gewerkt met een gezamenlijk herstelprogramma. Dat houdt in dat een groepje patiënten op dezelfde dag wordt geopereerd en daarna ook gezamenlijk revalideert. Gedurende het proces inspireren, corrigeren en ondersteunen de patiënten elkaar, hetgeen bijdraagt aan een voorspoedig herstel. Zulke programma’s – bekend onder verschillende namen, zoals Rap op Stap en Joint Care – zijn gebonden aan duidelijke richtlijnen en protocollen, die een optimale samenwerking tussen patiënt en de diverse betrokken ziekenhuisdisciplines moet verzekeren.

19. Kan dat niet sneller?

Jawel. Er zijn ook ziekenhuizen waar patiënten na een totale heupprothese al na twee dagen na twee dagen naar huis kunnen – soms zelfs zonder krukken. De chirurg past dan een nieuwe techniek toe, waarbij hij slechts een kleine snee hoeft te maken. Voordeel is dat het herstel veel sneller verloopt. Maar de techniek is niet voor iedereen geschikt en ook niet alle ziekenhuizen passen haar toe. Voorbeelden van waar dat wel gebeurt zijn Roosendaal, Hoogeveen, Alkmaar, Ede en een aantal academische ziekenhuizen. De meeste orthopeden opereren nog niet op deze manier. Zij willen afwachten wat de gevolgen op lange termijn zijn.

20. Hoe ziet het revalidatieproces in het ziekenhuis eruit?

De revalidatie begint de dag van de operatie of de dag erna. Een fysiotherapeut leert u oefeningen in en buiten het bed. U mag uw heupprothese steeds een beetje meer belasten; eerst koopt u met een looprekje, dan met krukken en vervolgens zonder steun. U moet erop rekenen dat u met krukken het ziekenhuis zult verlaten. Indien u aan een gezamenlijk herstelprogramma deelneemt is dat overigens niet anders.

21. Wat is het succespercentage van de operatie?

Uit onderzoek blijkt dat vrijwel alle heupprotheses succesvol zijn. Zo’n 98% van de patiënten kan zich na de operatie beter bewegen en heeft aanzienlijk minder pijn.

22. Wat zijn de mogelijke gevaren van de operatie?

Bij maximaal 5% van de patiënten kan de heup – bijvoorbeeld door diep hurken of diep bukken – uit de kom schieten. In de meeste gevallen is er geen operatie nodig om dat euvel te verhelpen. Onder verslappende medicijnen zal de orthopedisch chirurg door te trekken en te draaien aan het been de heupkop weer terugplaatsen in de kom. Bij 1 à 1,5% van de gevallen ontstaat er een infectie in het nieuwe heupgewricht. Dat percentage is niet hoger dan bij vergelijkbare operaties. Soms hebben patiënten na de operatie het idee dat hun geopereerde been iets langer is geworden dan het andere. In de meeste gevallen verdwijnt dit gevoel binnen een jaar.

23. Hoe werkt het revalidatieproces thuis?

Bij thuiskomst heeft u de eerste paar weken hulp nodig. Daarom dient u iemand in te schakelen die boodschappen doet en u met het huishoudelijke taken helpt. U blijft de oefeningen doen zoals uw fysiotherapeut en orthopedisch chirurg hebben aangegeven. Actief blijven en de voorgeschreven oefeningen doen zijn de snelste manier om volledig te herstellen. U kunt verwachten dat u uw heupgewricht weer volledig kunt gebruiken. Dit vraagt wel tijd, zo’n zes tot twaalf weken. Wissel rust en activiteiten regelmatig af.

24. Is na de operatie altijd fysiotherapie nodig?

Het is raadzaam om na uitslag uit het ziekenhuis door te gaan met oefenen, thuis en bij een fysiotherapeut. Begeleiding van een fysiotherapeut is heel belangrijk bij het werken aan een goed looppatroon en het afbouwen van het gebruik van de krukken. Wanneer u met ontslag mag krijgt u een brief voor uw eigen fysiotherapeut mee om verder te revalideren.

Fysiotherapie heeft u gemiddeld twee keer per week nodig voor ongeveer drie maanden. Neem, zodra u de operatiedatum heeft, gelijk met de fysiotherapeut contact op om alvast een afspraak te plannen voor na uw ziekenhuisopname.

25. Wanneer kan ik weer autorijden?

Om gas te kunnen geven, te schakelen en te remmen heeft u een goede controle over uw been nodig. Meestal mag u zes weken na de operatie weer autorijden. Hetzelfde geldt overigens voor vliegen, in verband met het verhoogde tromboserisico na een operatie. Houdt u er wel rekening mee dat wanneer het een vlucht van langer dan twee uur betreft u tussendoor even de benen strekt.

26. Hoe kan ik mijn kunstheup het beste beschermen?

U kunt uw nieuwe heup beschermen door een aantal eenvoudige voorzorgsmaatregelen te nemen:

  • voorkom infectie: indien u ergens in uw lichaam een infectie krijgt, bijvoorbeeld een infectie aan de huid, blaas, longen, keel of gebit, kan deze in de bloedbaan terechtkomen en zich verspreiden naar uw heup. Breng uw huisarts daarom op de hoogte wanneer u vermoedt dat u elders een infectie heeft.
  • informeer de chirurg bij iedere chirurgische ingreep: als u in de toekomst nogmaals wordt geopereerd, dient u de chirurg op de hoogte te brengen dat u een heupprothese heeft, in verband met een mogelijk infectierisico. Ook al betreft het een kleine operatie zoals het verwijderen van een moedervlek of tandheelkundige ingrepen.
  • voorkom overgewicht en beweeg voldoende: het juiste lichaamsgewicht zorgt ervoor dat de druk en de kracht op de nieuwe heup niet te hoog is. En blijf in beweging!
  • Andere punten om op te letten zijn:

· Beperk de buighouding: nooit meer dan 90 graden buigen

· Bij zitten de knieën lager houden dan de heupen

· Tijdens zitten of liggen de benen steeds 15 centimeter uit elkaar houden

· Gebruik zo mogelijk een verhoogd toilet en een zitje in bad

· Let op het gewicht: overgewicht maakt dat de prothese sneller slijt

· Draag makkelijke schoenen, zonder hoge hakken

27. Hoe zit het met sporten?

Zeer intensieve sporten zoals voetballen en hardlopen kunnen de overlevingsduur van de prothese verkorten. Het wordt daarom afgeraden die met een heupprothese te beoefenen. Dat geldt zowel voor een totale heupprothese als voor een resurfacingprothese, want ook die laatste kan breken. Onder andere schaatsen, skiën, fietsen, zwemmen, golf, tennis, fitness en wandelen zijn doorgaans niet schadelijk voor de prothese. Overleg uw specifieke sportwensen altijd met uw arts. Zo nodig kan hij u doorverwijzen naar een gespecialiseerde sportfysiotherapeut.

28. Hoe lang gaat zo’n nieuwe heup mee?

Over het algemeen blijven kunstheupen zeker vijftien jaar goed functioneren. Bij 75% van de patiënten is dat zelfs langer dan twintig jaar. Bij zeer actieve mensen en mensen met fysiek zware beroepen slijt de prothese sneller. Ook gewicht speelt een rol bij het tempo waarmee een prothese slijt. Hoe lang een resurfacing prothese meegaat is nog niet bekend.

29. Hoe weet ik of mijn kunstheup versleten is?

Tekenen dat een heupprothese versleten raakt zijn: pijn, een klikkend geluid en instabiliteit. Aan de hand van een röntgenfoto kan worden vastgesteld of de kunstheup inderdaad versleten is.

30. Kan een prothese worden vervangen? Zo ja, hoe vaak?

Een losgeraakte of versleten heupprothese kan worden vervangen, in theorie zelfs meerdere keren. Of dat ook gebeurt hangt onder andere af van de botkwaliteit en de algemene gezondheid van een patiënt. Zo’n gereviseerde heup, zoals een vervanging wordt genoemd, doet het meestal minder goed dan de eerste prothese. Met elke nieuwe operatie en prothese raakt het eigen bot immers verder belast. Als een resurfacingprothese aan revisie toe is, wordt hij meestal vervangen door een totale heupprothese.

Aan dit artikel hebben namens de Nederlandse Orthopaedische Vereniging meegewerkt: Conny Douw, orthopedisch chirurg in het Jeroen Bosch Ziekenhuis in Den Bosch, en Frank van Oosterhout, orthopedisch chirurg in het Beatrix Ziekenhuis in Gorinchem.

Voor meer informatie over een heupvervanging kunt u terecht op www.zorgvoorbeweging.nl.

70 JAAR MARGRIET!

28 sep

Eén op de negen vrouwen krijgt gedurende haar leven borstkanker. En bijna net zoveel partners worden met de ziekte geconfronteerd. Voor Margriet interviewde Marte drie vrouwen en één man die hun ervaringen vastlegden in een boek. Om hun eigen gevoelens een plek te geven, maar ook om anderen in dezelfde situatie een hart onder de riem te steken.

Ter ere van het 70-jarige jubileum deze week óók in Margriet: als ik 70 ben…Tien bekende en minder bekende Nederlanders fantaseren over hun toekomst. Met een speciale bijdrage van Marte’s moeder Francien!

Je vindt beide artikelen op deze website onder Margriet. Of koop het jubileumnummer van Margriet nu in de winkel! (Verkrijgbaar t/m 3 oktober)

SCHRIJF HET VAN JE AF…

28 sep

Eén op de negen vrouwen krijgt gedurende haar leven borstkanker. En bijna net zoveel partners worden met de ziekte geconfronteerd. Drie vrouwen en één man legden wat ze meemaakten vast in een boek. Om hun eigen gevoelens een plek te geven, maar ook om anderen in dezelfde situatie een hart onder de riem te steken.

De kinderen van Léonie van Geffen (36) waren 3 en 1 toen ze 2,5 jaar geleden een zeer kwaadaardige vorm van borstkanker kreeg. Tijdens de anderhalf jaar durende behandeling probeerde ze haar gezin zo goed mogelijk draaiende te houden. Haar verhaal heeft ze opgetekend in het boek OpNieuw leven.

“Direct na de eerste operatie ben ik begonnen met schrijven. Toen waren dat vooral dagboeken en mailtjes aan familie en vrienden. Pas nadat ik mijn laatste behandeling achter de rug had ben ik al die verhalen in een boekvorm gaan gieten. Het idee ontstond in een lotgenotengroep. Daar werden we gestimuleerd onze gevoelens op een creatieve manier te uiten. Door te schilderen bijvoorbeeld. Of door ze op te schrijven.

In eerste instantie heb ik het verhaal vooral voor mezelf op papier gezet. Ook nadat ik klaar was met alle behandelingen bleef ik veel piekeren, vooral ’s nachts. Dan kwamen het verdriet en de boosheid in alle heftigheid naar boven. Door op te schrijven wat me allemaal overkomen was, lukte het me die gevoelens langzaam los te laten.

Gaandeweg het schrijven kreeg ik een ander doel. In de periode dat ik heel ziek was worstelde ik vooral met de vraag hoe ik mijn kinderen daar zo min mogelijk onder konden lijden. Hoe laat je het gewone leven doorgaan? Wat vertel je ze wel en niet? Wanneer schakel je hulp in? Op dat soort vragen kon ik nergens antwoord vinden. Door mijn verhaal te publiceren hoop ik andere jonge vrouwen in dezelfde situatie een handje te helpen.

Mijn beste vriendin kon absoluut niet met mijn ziekte omgaan. Onze aanvaringen heb ik uitgebreid in het boek beschreven. Natuurlijk heb ik daarover getwijfeld; het is toch heel persoonlijk. Maar ze stonden voor mij symbool voor het brede onbegrip waar je als kankerpatiënt tegenaan loopt. Ziek zijn maakt je eenzaam. Gelukkig is het met mijn vriendin helemaal goed gekomen. Onze vriendschap is nu weer net zo hecht als voor ik ziek werd.

Ik lees nog regelmatig terug wat ik geschreven heb. De moeilijkste stukken zijn die over mijn kinderen. Dat mijn zoontje plotseling grote plukken haar uit mijn hoofd trok bijvoorbeeld. Maar tegelijkertijd ben ik ontzettend trots hoe we ons als gezin door die periode hebben heengeslagen. Want we hebben het toch maar gered met ons vieren! Als ze groter zijn kunnen mijn kinderen het hele verhaal nalezen. Dat geeft mijn boek een extra waarde.

Léonie van Geffen, OpNieuw leven (Uitgeverij Boekscout 2008), ISBN 978-90-8834-330-8, € 14,95.Te bestellen via http://www.boekscout.nl of in de boekwinkel.

Liz Kaspers (41) is verpleegkundige. In januari 2006 kreeg ze te horen dat ze borstkanker had. Daarop volgde een borstbesparende operatie en een traject van bestraling en chemotherapie. Over haar evaringen schreef Liz het boek Als een verpleegkundige kankerpatiënt wordt.

“Ik ben altijd heel erg trots geweest. Als ik eenmaal een standpunt had ingenomen, hield ik mijn poot stijf. Maar hoe belangrijk is gelijk krijgen nog als je doodziek op bed ligt? Inmiddels weet ik dat gemoedsrust honderd keer meer waard is. Het schrijven van mijn boek heeft me extra bewust van gemaakt. Over ruzie met een collega bijvoorbeeld. Wat een energieverspilling, realiseerde ik me dan opeens. Ik heb het daarna meteen uitgepraat.

Vanaf het moment van mijn diagnose in januari 2006 heb ik een dagboek bijgehouden. Maar in mijn angst en verdriet praatte ik mezelf steeds verder de put in. Na de eerste chemokuur heb ik daarom besloten mijn dagboek in een andere vorm te herschrijven, alsof ik het verhaal aan een vriendin vertelde. Dat werkte helend. Het hielp me om overzicht te krijgen over allemaal overkomen was. Het moeilijkste stuk om op papier te zetten? Toen de doktoren vermoedden dat er uitzaaiingen zaten in mijn hoofd. Als ik dat nu teruglees, krijg ik weer een brok in mijn keel.

Het schrijfproces heeft me geleerd dat ik me niet hoef te schamen voor mijn ziekte. Dat deed ik namelijk enorm. Alsof een verpleegkundige niet ziek mag worden. En al helemaal niet bang of onzeker mag zijn. Zo voelde het. Vandaar ook dat ik mijn boek onder een pseudoniem heb uitgebracht. Niemand hoefde te weten hoe zwak ik me had gevoeld. Maar inmiddels hebben zoveel mensen mijn verhaal gelezen, en heb ik zoveel positieve reacties gehad, dat dat eigenlijk niet meer nodig is. Door het boek heb ik geaccepteerd dat de borstkanker voor altijd bij me zal horen.

Inmiddels is het driekwart jaar geleden dat ik de laatste behandeling heb ondergaan. Onlangs heb ik een tatoeage laten zetten. Een chinees teken, dat volbracht betekent. Daarmee, en met het verschijnen van mijn boek, sluit ik een zware periode af. Zwaar, maar het heeft mijn leven ook verrijkt. Uit angst voor ruzie liet ik in het verleden nogal eens over me heenlopen. Dat zal nu niet zo gauw meer gebeuren. In dat opzicht voel ik me sterker dan ooit.”

Liz haar boek Als een verpleegkundige kankerpatiënt wordt is verschenen onder het pseudoniem Nicole Melchior (ISBN 978-90-484-0157-4. € 15,95). Het boek is te bestellen via http://www.freemusketeers.nl of in de boekwinkel.

De vrouw van Henk van Ewijk (50), Jolanda, stierf twee jaar geleden op Henk’s verjaardag aan borstkanker. Ze was 43 jaar. Hun tweelingdochters waren op dat moment 10. De emails die Henk de maanden na Jolanda’s overlijden aan familie en vrienden schreef zijn gebundeld in het boek Kloppen doet het niet, maar we moeten verder.

“12 september, de datum waarop ik in 1958 ben geboren, werd de dag waarop ik het dierbaarste dat ik had verloor. Nadat ze drie jaar moedig had gestreden tegen borstkanker, moest ik de vrouw met wie ik 26 jaar samen was geweest laten gaan.

Negen dagen voor Jolanda’s dood ben ik begonnen met het schrijven van een dagelijks verslag aan familie en vrienden. In eerste instantie vooral omdat het me aan tijd en energie ontbrak iedereen persoonlijk op de hoogte te houden. Later werd het ook een manier om mijn gevoel van me af te schrijven, om het voortijdige afscheid een plek te geven. Mettertijd begreep ik dat mijn verhalen ook voor anderen veel hebben betekent.

Ik stuurde mijn mails naar een kleine groep intimi, maar via via kwamen ze bij een steeds meer mensen terecht. Uiteindelijk waren dat er meer dan 300. Ik kreeg ook reacties van mensen die ik helemaal niet kende. De meest bijzondere was wel van een man die zeven jaar eerder zijn vrouw aan borstkanker had verloren. Al die tijd was hij niet in staat geweest met zijn kinderen over zijn gevoelens te praten. Tot hij mijn emails doorgestuurd kreeg. Mijn verhaal was namelijk ook het zijne. Dat gevoel van herkenning was hartverwarmend.

Na negen maanden was het tijd om een punt te zetten achter de wekelijkse berichten. Ik wilde de draad van het leven weer oppakken, voor mezelf én voor mijn dochters. Ter afsluiting heb ik een jaar na haar dood met een aantal vrienden een groot benefietconcert voor Jolanda georganiseerd. Tijdens de voorbereiding ontstond het idee om de gebundelde emails als boekje uit te brengen. De opbrengst van de manifestatie en van het boekje – in totaal zo’n € 10.000 – zijn geheel ten goede gekomen aan KWF Kankerbestrijding.

Mijn belangrijkste doel met alle publiciteit? Kanker beter bespreekbaar maken. Niet als het om medische informatie gaat – die is er genoeg. Maar juist de dingen die het leven van een kankerpatiënt dragelijker kunnen maken – een goede kapper die een mooie pruik knipt, speciale huidverzorging voor na de bestraling, protheses voor in badpakken – zijn nog steeds taboe. Door daar op een positieve manier aandacht voor te vragen leeft de herinnering aan Jolanda voort.”

Henk’s boek Kloppen doet het niet, maar we moeten verder – Dagboek over afscheid nemen en verder gaan is voor € 12 (incl. verzendkosten) te bestellen via de website http://www.voorjolanda.nl. De totale opbrengst van het boek is bestemd voor KWF Kankerbestrijding.

Rita Daniëls (63) kreeg in mei 2003 te horen dat ze borstkanker had. Er volgende een behandeltraject van ruim twee jaar waarin ze niet alleen haar zieke borst, maar preventief ook haar gezonde borst liet verwijderen. Rita heeft haar ervaringen opgetekend in het boek Legioen van dappere vrouwen.

“Negen jaar voor ik borstkanker kreeg was ik op bezoek bij een bekend medium, Denise. Zij zei tegen me: ‘Je moet alles wat je hebt opgeschreven gaan uitgeven’. Ik dacht toen dat ze mijn dagboeken bedoelde. Daar zat volgens mij niemand op te wachten, dus ik heb haar advies naast me neergelegd. Maar toen ik na mijn diagnose over borstkanker begon te schrijven, wist ik opeens: dit was wat Denise bedoelde. Vanaf dat moment heb ik alles in het werk gesteld om mijn boek te publiceren.

Veel mensen maken een boek over hun ziekteperiode om zo de narigheid van zich af te schrijven. Ik heb het juist gedaan voor anderen, om hen uit te leggen wat je allemaal doormaakt als je ernstig ziek wordt. De meeste mensen hebben daar namelijk geen idee van. Met als gevolg dat je tegen veel onbegrip aanloopt. Wellicht kan ik daar met mijn boek iets van wegnemen.

Ik geef regelmatig lezingen voor lotgenoten, met als doel andere vrouwen die hetzelfde is overkomen – het legioen van dappere vrouwen – kracht te laten putten uit mijn verhaal. Of ik het moeilijk vind om uit mijn eigen boek voor te lezen? Nee hoor. Behalve de gedichten die mijn dochter en ik elkaar hebben geschreven. Daar schiet ik nog steeds van vol.

Een bijzondere uitwerking van het boek is dat het de band met een aantal mensen in mijn directe omgeving heeft versterkt. Van nature ben ik een binnenvetter. Maar doordat ze mijn verhaal hebben gelezen weten mensen precies wat ik de afgelopen jaren heb doorgemaakt. Zo leer je elkaar op een heel andere manier kennen. Het maakt het ook makkelijker om over het onderwerp te praten. Met mijn nieuwe schoonzoon bijvoorbeeld. Overigens heeft mijn man het boek tot op de dag van vandaag niet gelezen. Hij kan dat nog niet aan.

Afgelopen mei heb ik het eerste exemplaar van mijn boek aan mijn chirurg aangeboden. Het ziekenhuis had een heus feestje georganiseerd, met bloemen, champagne en hapjes. Zo werd het een echte feestdag. Inmiddels heb ik er veel positieve reacties opgekregen. Dat heeft me geïnspireerd om over een tweede boek na te denken. Want nu ik weet dat ik het kan, wil ik graag meer schrijven!

Rita Daniëls, Legioen van dappere vrouwen (Uitgeverij Eigen Boek, 2008), ISBN 978-90-79538-4, € 12,50. Te bestellen via http://www.uitgeverijeigenboek.nl of in de boekwinkel.

ALS IK 70 BEN….

28 sep

 

Soms zou een glazen bol wel van pas komen. Vast stiekem kijken wat de toekomst voor ons in petto heeft. Maar veel leuker is nog er zelf over te fantaseren!

Susan Smit (34), schrijfster van onder andere het autobiografische boek Letterhonger:

Als ik 70 ben… wil ik terugkijken op een leven waarin ik me liet raken, ontroeren, inspireren, verheffen. En ik wil dat vermogen op die leeftijd nog steeds hebben. Niks gehard, dikke huid, gedesillusioneerd of blasé – ik wil nog steeds met verwondering en nieuwsgierigheid naar de wereld kijken, naar mezelf, naar mijn vrienden en geliefde. Ik wil misschien best een stukje dichter bij het mysterie van het bestaan zijn en meer inzicht hebben in hoe de dingen in elkaar steken. Maar ik wil me vooral blijven verbazen over de vernuftige, magische toevalligheden die het leven tot een wonder maken. En, dat is mijn grootste wens, ik wil nog steeds een scherpe geest hebben zodat ik mijn boeken kan blijven schrijven en mag blijven vertoeven in de wereld van fictie, van de verbeelding, waarin het wonder geen wonder meer is, maar een grote vanzelfsprekendheid.

Ron Kas (45), presentator van het KRO-radioprogramma Adres Onbekend:

Als ik 70 ben… dat is gek, maar denkend vanuit het nu is 70 zo ver weg nog niet. Over 25 jaar al, alles en iedereen reken ik door naar die verjaardag in februari 2033. Twee aaibare zoontjes die in de zomer van 2008 nog 32 waterglijbanen in het Turkse Kusadasi trotseerden, zijn ineens eigenzinnige dertigers. Met ouders die dan al mijn halve leven gelukkig getrouwd zijn. Die samen mijn 70ste verjaardag vieren en elkaar in de handen knijpen, van ‘dat hebben we toch maar mooi bereikt samen’.

Nu grijpt de angst voor vergankelijkheid, voor doodgaan, de angst niet meer over de rand van de wereld mee te kunnen kijken, me naar de keel. Als er alweer iemand te jong is ontvallen. Zou die angst plaats maken voor rust?

Laat de jaren van toenemende stramheid en kaalheid toch vooral overzicht brengen. Ik wil een man op leeftijd zijn, die vanaf zijn dakterras naar beneden staart en perspectief ziet in wat voorheen kronkelige paden waren. Een man op leeftijd die energie verzamelt om het liefst honderd te worden.

En ik mail naar adresonbekend@kro.nl om vrienden van toen ook naar de trappen van het terras te bewegen. Bij een dieprode wijn zou een diepe wens uitkomen als we vaststellen dat we veel voor elkaar hebben betekend.

Margot Reuten (41), chefkok van restaurant Da Vinci in Maasbracht:

Als ik 70 ben… geniet ik ervan dat ik met mijn man Petro ons restaurant Da Vinci op de kaart heb gezet. Dat we mensen hebben verwend met onze kookkunsten en wijnfreaks met onze Vinotheka.

Dat ik over de hele wereld in restaurants met drie sterren heb gegeten. Dat ik alle indrukken heb verwerkt in mijn eigen keuken. Dat ik veel jonge, creatieve mensen hebben opgeleid, zodat onze cultuur met lekker eten en genieten blijft voortbestaan. Dat ik de liefste suikertante ben van Fabian, Esmee, Isis en Lotte. Dat Petro en ik vele mooie wijnen hebben geproefd en nog mogen proeven. Dat we samen bruisend door het leven gaan, met een goed glas champagne in de hand. Om dit te mogen doen was en is gezondheid het allerbelangrijkste.

Pauline Dekker (47), longarts en schrijfster van het boek Nederland stopt! Met roken:

Als ik 70 ben… zit ik in de tuin aan een meterslange eettafel met vriendin en collega longarts Wanda en onze mannen, kinderen en tegen die tijd ook vele kleinkinderen. Zoals altijd gaat het er luidruchtig aan toe. Dit keer is er ook champagne , want we hebben wat te vieren. Zojuist is namelijk bekend geworden dat sinds ons boek Nederland stopt! Met roken in 2008 verscheen, er duizenden en nog eens duizenden rokers zijn gestopt. En dat daarom nu, ruim 20 jaar later, het aantal gevallen van longkanker en COPD drastisch is gedaald. Ook onze politieke lobby in 2008 en 2009 om te zorgen dat jonge tieners niet beginnen met roken heeft duidelijk z’n vruchten af geworpen. Tevreden kijk ik om mij heen en bedenk dat, mede dankzij onze inspanningen van destijds, onze kinderen en kleinkinderen in een frissere, leukere en vooral gezondere wereld leven.

Francien van Westereing (57), illustratrice en oud-columniste van Margriet

Als ik 70 ben… spreek ik vloeiend Italiaans, en redelijk Zweeds. Ik ben altijd een groot boekenliefhebber geweest en nu kan ik Zweedse detectives in hun oorspronkelijke taal lezen, wat ik heerlijk vind. Ik ga minstens één keer per jaar naar Sicilië, waar mijn dochter Marte en haar Italiaanse vriend een zomerhuisje hebben. Wanneer ik niet op reis ben kun je me thuis in Friesland in mijn atelier vinden. Ik teken nog steeds met plezier katten (waarvan ik er minstens vijf heb). Maar ik heb ook een langgekoesterde droom waargemaakt: vrij werk maken in olieverf. Ik ben reuze druk me de voorbereidingen voor mijn eerste grote expositie.

Wanneer ik in de spiegel kijk zie ik een goed gevulde dame met een dikke bos grijze haren in een artistieke jurk. Diëten heb ik gelukkig al jaren geleden opgegeven, wat het leven een stuk prettiger maakt. Ik geniet elke dag van de overheerlijke maaltijden die mijn man Bram me met onverminderd enthousiasme voor zet. Mijn interessant gerimpelde gezicht heeft nooit kennis gemaakt met Botox of een plastische chirurg. En tot mijn grote vreugde is de huidkanker die ik 13 jaar geleden had nooit meer terug gekomen. Op wat krakende gewrichten na ben ik nog verbazingwekkend gezond. Op naar de 80, want ik heb nog veel te doen!

Ingrid Janssen (44), voormalig rector de Open Scholengemeenschap Bijlmer in Amsterdam en initiatiefneemster van Natuurlijk Leiderschap:

Als ik 70 ben … zit ik op de schommelbank op de veranda van mijn heerlijke boerderij in Midden Drenthe. Ik kijk uit op een idyllisch terrein dat door anderen wordt gebruikt voor activiteiten die allemaal te maken hebben met de natuur. De afgelopen jaren heb ik hard gewerkt aan een nieuwe toekomst met de natuur als grote inspiratiebron, onuitputtelijk voor metaforen en wijze levenslessen. Mijn eigen bedrijf, Natuurlijk Leiderschap, is tot volledige bloei en ontplooiing gekomen en de nichtjes en neefjes hebben de zaken inmiddels overgenomen. Ik hoef geen plannen meer te maken, maar mag rustig genieten van mijn oude dag op de veranda. Af en toe maak ik een mooie wandeling, een ontspannend ritje met de ponywagen of een tochtje met de motor door de omgeving van de Drentse Hooglanden. Dan denk ik terug aan het jaar 2008, waarin ik de toekomst van een eigen bedrijf schilderde en zo mijn dromen waarmaakte.

Astrid Joosten (50), presentatrice:

Als ik 70 ben…. hoop ik nog steeds net zo boos, blij, verdrietig, teleurgesteld en enthousiast te kunnen worden als nu, want dan weet ik dat de spirit er nog helemaal is. En bovenal hoop ik nog steeds samen te zijn met mijn geliefde!

Veronica Hazelhoff (61), kinderboekenschrijfster van onder andere Bezoek van Mr. P:

Als ik 70 ben… zitten mijn kleindochters op school in een gemengde klas. Niet één kind is verbaasd over al die kleuren. Hun onderwijzers geven les met hart en ziel, en krijgen niet om de paar jaar nieuwe regels opgedrongen. Voorlezen is ook een vak geworden: een verplicht gelukje iedere dag.

In dezorg werken de mensen met plezier. Ik bedoel de mensen die het echte werk doen. Die voor dag en dauw op pad gaan. Ook als het sneeuwt en ijzelt. Want ze worden immers betaald zoals in zo’n zwaar vak moet. Goed. En ze worden gewaardeerdzoals het hoort. Hoog.

Als ik 70 ben, zit er een kabinet dat die dingen echt belangrijk vindt, en niet alleen maar zegt dat het belangrijk is.

Alsik 70 ben, schrikken mensen niet meer van het woord thuiszorg in de krant of op het journaal. Dan betekent het meer geld erbij.

Als ik 70 ben, zijn de eerste ziekenhuizen gebouwd met kamers die grote ramen hebben. Ramen die bij mooi weer ook open kunnen. Artsen verpleegkundigen zijn er genoeg, en hebben ook tijd om aandacht aan hun patiënten te geven. Oud is geen schrikbeeld meer.

Als ik 70 ben, worden volksmenners uitgelachen. Nederlands trots komt van dichtbij of van ver weg.

Hoop doet leven. Het kan nog even.

Annette Heffels, psychologe:

Als ik 70 ben, ziet mijn leven er ongeveer net zo uit als nu, hetgeen volgens mij betekent, dat ik een gelukkig mens ben. Ik doe wat ik wil doen.

Als ik 70 ben zal het slechts om een beetje meer en een beetje minder gaan. Ik verheug me op een beetje minder:

–    worstelen met computers en bureaucratie

–    ambitie die waargemaakt moet worden

–    examens die gehaald moeten worden door mijn kinderen.

Ik kijk uit naar een beetje meer:

–    praten en leuke dingen doen met mijn kinderen en hopelijk mijn kleinkinderen

–    vrienden zien

–    boeken lezen.

En natuurlijk wandel ik als ik 70 ben elke dag hand in hand door mijn tuin met mijn lief en kijk hoe mooi die is, in plaats van hem te wijzen op onkruid dat gewied moet worden.

Frans Timmermans (47), Staatssecretaris voor Europese Zaken:

Als ik 70 ben… is het een prachtige zomer. Ik heb met plezier tot mijn 70ste doorgewerkt, maar ben nu ook met plezier gestopt. Twintig jaar geleden dachten we nog dat iedereen verplicht tot zijn 70ste zou moeten doorwerken, maar gelukkig mag iedereen zelf weten wat hij doet na z’n 65ste. Er zijn genoeg mensen die vrijwillig wat langer doorwerken en omdat iedereen die jonger is gewoon wat meer is gaan werken, zijn alle doemscenario’s uitgebleven. Wat waren we toen onnodig somber over onze toekomst! Wij kunnen zoveel meer dan we soms denken, zoals ook bleek toen wij echt onze schouders onder de aanpak van het klimaatprobleem hebben gezet.

In mei hebben de kinderen samen met mijn vrouw Irene een groot feest georganiseerd voor mijn verjaardag. Zij weten al hun hele leven dat ik mijn verjaardag liefst geruisloos voorbij laat gaan en ik weet al hun hele leven dat zij dat toch niet doen. Ik deed wel alsof het mij niets kon schelen, maar eerlijk gezegd was het geweldig om onze vier kinderen en onze acht kleinkinderen allemaal tegelijk om ons heen te hebben! In september heeft Irene vrij en dan fietsen we samen in vier weken naar Rome. Komt die droom toch nog uit.

Joyce Roodnat (52), jounaliste en schrijfster van onder andere Een kwestie van lef – Stijlgids voor vrouwen tussen de 40 en 60+:

Als ik 70 ben… zijn we achttien jaar verder. Maar zal ik in mijn hoofd nog altijd een jaar of 40 zijn, toen ik definitief begreep hoe leuk het leven is als je de moed hebt om je te laten leiden door je nieuwsgierigheid. Ik zal ook dan niets uit de weg gaan en overal en nergens ideeën opdoen. En gein, veel gein. Ik zal er ook dan niet voor terugschrikken om zo stijlvol te zijn als ik dat wil. Giechelend zal ik aan mijn kleindochter (of kleindochters? Ik hoop het!) vertellen over de tijd dat oma door haar kameraden in de vrouwenbeweging ter verantwoording werd geroepen omdat ze een jurk droeg. Want dat mocht niet, dat was rolbevestigend. Hahaha! En ik zal nog altijd lezen, en converseren, en verkeren met leuke types, want daar ontdek ik er steeds meer van. Ik zal alwéér nieuwsgierig zijn naar een nieuwe versie van Shakespeare’s Hamlet. Ik zal een verhaal schrijven over de verzamelde films van Cate Blanchett (wauw! wat een talent). En ik zal gretig het eerste boek lezen van een schrijfster die nu, misschien wel terwijl ik dit schrijf, leert lopen. Stilstaan? Onmogelijk. Verder, verder. Op naar de 106.


INTERNETTHERAPIE, DE OVERGANG EN EEN STILTEHOTEL

24 sep

Nu in de winkel: de nieuwe Plus Woman. Voor dit nummer schreef Marte niet minder dan drie artikelen.

  • Internettherapie: werkt dat? Een zoektocht naar de voors en tegens van het volgen van therapie via de computer.
  • De schaamte voorbij? Het overkomt elke vrouw, maar erover praten is nog steeds moeilijk. Overgangskwesties.
  • Het stilste hotel Lees Marte’s verslag van haar verblijf in stiltehotel De Watergeus in Noorden.

Nieuwsgierig naar deze verhalen? Kijk op deze website onder Plus Woman. Of koop het najaarsnummer van Plus Woman nu in de winkel! (Verkrijgbaar t/m 26 november.)

%d bloggers liken dit: