“MOEILIJKE ETERS MAKEN WE ZELF”

17 Sep

“Ik vind het bizar dat de gemiddelde Nederlander zo weinig kennis heeft over wat hij in zijn mond stopt. En als je niet weet wat je eet, weet je ook niet wat slecht of goed voor je is. Door kinderen leuke smaakproefjes te laten doen, leren ze spelenderwijs van alles over eten: over waar het vandaan komt en of het gezond is of niet. Daarmee leg je de basis voor gezonde keuzes later.”

Aan het woord is de kok Pierre Wind, die de afgelopen jaren is uitgegroeid tot hét boegbeeld van smaaklessen op school. De meeste mensen kennen Wind van zijn tv-programma’s, waarin hij zich als een overenthousiaste wervelwind door de keuken begeeft. Maar zo doldriest als hij zich op tv gedraagt, zo serieus is zijn boodschap. “Al die te dikke en ongezonde kinderen hebben we zelf gemaakt.”

Hoe is het idee voor smaakles op school ontstaan?

“In 1994 werd voor het eerst de Dag van de Smaak georganiseerd. Koks gingen naar scholen om uitleg geven over de herkomst van eten. Waar melk vandaan komt en hoe mayonaise gemaakt wordt, dat soort dingen. Een goed initiatief, maar één lesje per jaar over eten zet natuurlijk geen zoden aan de dijk. Zo kwam ik op het idee van smaaklessen. Overigens heeft het nog tot 2006 geduurd voordat de lessen landelijk zijn geïntroduceerd. In je jaren ’90 was er gewoon geen animo voor. Maar toen politici en schoolbesturen zich bewust werden van de problemen met overgewicht bij kinderen, sloeg dat plotseling om. Inmiddels doen meer dan 1000 scholen mee.”

Hoe komt het dat je al die jaren zo gepassioneerd over het onderwerp bent gebleven?

“Omdat ik het vreselijk vind dat we onze kinderen tot zulke ongezonde volwassenen opvoeden! Kijk naar mij. Ik heb als kind nooit iets geleerd over gezond eten, noch thuis, noch op school. Met als gevolg dat ik jaren op vettigheid en restjes heb geleefd. Gewoon omdat ik niet beter wist. Ik wil andere kinderen voor hetzelfde lot behoeden. Bovendien: het aantal volwassenen én kinderen met suikerziekte en obesitas loopt de spuigaten uit. Als het zo doorgaat helpen we een hele generatie om zeep. Goed leren eten is de beste en goedkoopste gezondheidspreventie die er is. Hoe eerder je daarmee begint, hoe groter de kans op succes.”

Wat gebeurt er bij een doorsnee smaakles?

“Lekker eten moet je niet alleen proeven, maar ook ruiken, horen, voelen en zien. Eten is beleven! Dat gebeurt door in de klas allerlei proefjes te doen die zinnenprikkelend, leuk en praktisch zijn. Zo ontwikkelen kinderen liefde voor eten. En als je interesse hebt in wat je eet, ga je vanzelf ook nadenken over waar het vandaan komt, en of het wel gezond is. Op de lange termijn vertaalt zich dat in betere en bewustere keuzes.”

Is het schoolprogramma niet veel te druk voor nóg een vak erbij?

“Smaakles is geen grappige extraatje, maar een serieus vak: net zo essentieel als aardrijkskunde of verkeersles. We hebben het tenslotte wel over een eerste levensbehoefte! Als je het zo benadert staan scholen daar wel voor open. Maar smaakles moet wat mij betreft wel verplicht worden. Anders verdwijnt het binnen een paar jaar geheid weer van de agenda. In 2009 worden de eindtermen van het basisonderwijs opnieuw vastgesteld. Lukt het bij die gelegenheid niet smaakles tot een verplicht vak te maken, dan komt er op mijn grafsteen te staan ‘missie mislukt’.

In de lagere klassen gaat het er vooral om kinderen spelenderwijs vertrouwd te maken met verschillende smaken. Later is er sprake van echte kennisoverdracht, over ingrediënten, dierenwelzijn en milieu bijvoorbeeld. Ook op andere manieren kan aandacht aan voedsel worden besteed. Als je kinderen alle provincies uit hun hoofd laat leren, vertel er dan meteen bij dat Zeeland zo’n belangrijk aardappelgebied is. En hoe voedzaam aardappels zijn. En als je elke vrijdagmiddag op school samen thee drinkt of soep maakt, kies dan voor thee met bijzondere smaakjes, of laat kinderen soep met vreemde of kleurtjes bereiden. Vinden ze geweldig en ze steken er nog wat van op ook. Overigens kom je er natuurlijk niet met smaaklessen alleen. De lessen op school moeten versterken wat ouders hun kinderen thuis leren en vice versa.”

Hoe belangrijk zijn ouders bij het ontwikkelen van de smaak van hun kinderen?

“Ongelofelijk belangrijk! Veel ouders geloven het niet, maar een kind kan in principe alles leren eten. moeilijke eters worden niet geboren, maar gemaakt. Door hun ouders ja. Zij bepalen of ‘vies’ bestaat of niet. Naarmate kinderen groter worden gaan ook andere factoren meespelen – wat vriendjes eten en reclame – maar het begint allemaal bij de ouders.”

Vanaf welke leeftijd kun je kinderen iets over smaak leren?

“Vanaf het moment dat ze de eerste hap vast voedsel in hun mond steken. Neem nu die kant-en-klare potjes babyvoeding, met zo’n laffe en vaak ook zoete smaak. Geef je die vaak aan je kinderen, dan zullen ze een enorme drang naar zoetigheid ontwikkelen. Suikermonstertjes worden dat! Bovendien: heb je wel eens zo’n potje geproefd? Ik weet zeker dat je die viezigheid niet voor jezelf op het menu zou zetten. Dus waarom voor je kind dan wel?”

Hoe kun je een kind iets leren eten wat hij niet lekker vindt?

“Door het hem keer op keer te laten proberen, maar hem nooit te dwingen. En nooit, maar dan ook nooit je kind straffen over eten. Anders zal hij altijd een negatief gevoel bij dat bepaalde gerecht houden. In plaats daarvan spreek je af dat hij van alles wat je op tafel zet één hapje proeft. Vindt hij het niet lekker? Probeer het over een paar maanden gewoon opnieuw. Een andere tip is je kind zo jong mogelijk mee te laten koken. Dan zal hij de paprika die hij eerst niet lustte waarschijnlijk wel opeten. Want wie heeft nu commentaar op zijn eigen werk?”

Hoe kun je als ouder het goede voorbeeld geven?

“Om te beginnen door te laten zien dat je zelf alles durft te proeven. En vermijd het woord ‘vies’. Je kunt iets niet lekker vinden, maar van zo’n algemeen statement als ‘het is vies’ komt een product nooit meer af. Verder ben ik een groot voorstander van experimenteren met nieuwe smaken. Breng regelmatig een bezoek aan de natuurwinkel; daar kom je altijd wel iets tegen dat je nog niet kent. Soms is het een flop, maar vaak ook top. Het laatste wat ik zelf heb getest was rijstpasta. Toevallig een flop, want het werd één zompige brij. Maar toch leuk om een keer geproefd te hebben.

Ook een goed idee: geef vanaf dat je kinderen een jaar of acht zijn iedereen in het gezin een vaste kookdag in de week. Dat stimuleert kinderen na te denken over wat ze lekker vinden, hoe je dat bereidt en welke boodschappen je ervoor nodig hebt. Als ouder laat je daarmee zien dat je hun mening over eten serieus neemt.”

Je hebt zelf een zoon van 17 en een dochter van 11. Hoe is het met hun smaakopvoeding gegaan?

“Die is heus niet altijd even soepel verlopen. Maar omdat mijn vrouw en ik er nooit een drama van hebben gemaakt, eten ze inmiddels bijna alles. Al hebben mijn kinderen wel eens moeite met mijn experimenten. Die pakken namelijk niet altijd even goed uit. ‘Je bent toch van kok van beroep?’, zeggen ze dan. ‘Wanneer gaan wij daar eens wat van merken?’ Om die reden mag ik thuis bijna nooit meer koken.

Overigens hebben we in ons gezin met een extra uitdaging te maken: vanaf het moment dat mijn dochter kon praten gaf ze aan dat ze geen dieren wilden eten. Zij is dus als enige in ons gezin vegetarisch. Dat heb ik altijd gerespecteerd, want als een kind iets echt niet wil hoeft dat niet. Heel af en toe eet ze per ongeluk wel eens iets van vlees, in een tosti of zo. Dan zal ik nooit zeggen: ‘zie je wel dat je vlees lekker vindt!’. Net als straffen is ook pesten uit den boze als het om eten gaat.”

Zijn er verschillen in eetgedrag tussen jongens en meisjes?

“Zeker weten. Vooral in de pubertijd gaan de voorkeuren uiteen lopen. Dat heeft met de hormoonontwikkeling te maken. Meisjes hebben als gevolg daarvan bijvoorbeeld een grotere behoefte aan chocolade dan jongens. Vóór de pubertijd worden de verschillen vooral door de ouders veroorzaakt. Simpel gezegd: slecht voorbeeld doet slecht volgen. Door de bank genomen zijn vaders moeilijker eters dan moeders. Als je zo’n zeurende pappa aan tafel hebt die zegt dat groente voor konijnen is kun je wel raden wat zijn zoon van broccoli vindt.”

Zijn lightproducten een goed alternatief voor te zware kinderen?

“Lightproducten zijn oplichterij. In light chips zitten misschien 460 kilojoules per honderd gram, tegenover 550 in gewone chips. Maar 460 is nog steeds heel erg veel! Bovendien geven lightproducten vaak minder voldoening, zodat je er alleen maar meer van gaat eten. Het allerergst zijn wel lightfrisdranken. Puur gif vind ik dat. Mijn advies: geen lightproducten aan je kinderen geven. Als ouder ben je trouwens ook beter af zonder.”

Aan het eind van gesprek wil Pierre graag nog één belangrijke boodschap kwijt. “Vergeet niet dat eten bovenal heel erg leuk is! Als jij daarvan geniet, doen je kinderen dat ook.”

Meer weten over smaaklessen op school? Kijk op http://www.smaaklessen.nl.

Pierre Wind is schrijver van meerdere boeken, waaronder De wondere wereld van een keukenkoning – Het interactieve familiekookboek (Uitgeverij Tirion, ISBN 978-90-4390-953-2). Daarin staan tal van proefjes en recepten die je samen met je kinderen kunt proberen.

<Kader: Proeven>

Proeven doe je met het binnenste van je mond. En dan vooral met je tong. Niet alleen met de bovenkant, maar ook met de voorkant, de achterkant en de zijkanten. Op je tong zitten speciale cellen waarmee je kunt proeven, zogenaamde ‘smaakknoppen’. Dat is niet hetzelfde als een smaakpapil, want dat is een verzamelpunt. Een papil kan diverse smaakknoppen bevatten, maar ook geen. Smaakknoppen leven maar zo’n dag of tien. Daarna vernieuwen ze zich. Dat is handig, bijvoorbeeld als je je tong verbrand hebt. Een smaakknop proeft zelf niets, maar stuurt slechts een boodschap door naar de hersenen. Samen met signalen uit je neus, je ogen en je oren wordt bepaald waar iets naar smaakt en of het lekker is of niet. Een volwassene heeft gemiddeld een paar duizend smaakknoppen, kinderen hebben er meer. Vooral na je 45ste neemt het aantal smaakknoppen af.

Uit: De wondere wereld van een keukenkoning

<Kader: Wie is Pierre Wind?>

Pierre Wind (43) is kok, docent en schrijver van verschillende (kook)boeken. Hij werkte in sterrenrestaurants als Seinpost, Saur en Prinses Juliana. Ook runde hij jarenlang zijn eigen restaurant. Verrassende gerechten van zijn hand zijn onder andere zuurkoolijs, framboos-bietenparfait, choco-bananensushi, vruchtenhagel-uiencompote, gamba’s met vanillevla, fricandellencarpaccio en erwtensoep met marsepein. Vanaf 1997 kreeg Pierre Wind bekendheid door zijn optredens op televisie in onder andere De Eetfabriek, een serie over de voedselindustrie. In 2004 had hij een gastrol als foodstylist in de film Feestje. Om parlementsleden te overtuigen van het belang van smaaklessen op school verzorgde hij in 2006 een smaakles in de Tweede Kamer.

LEUK OM THUIS TE PROBEREN: DE ZINTUIGENTEST!


Volgens
Pierre Wind proef je met al je zintuigen. Dus niet alleen met je mond, maar, ook met je ogen, je oren, je neus en je huid. Moeilijk te geloven? Probeer deze testjes dan maar eens met je kinderen! Ook leuk voor op een partijtje.

Proeven met je oren

Wat heb je nodig?

MP3-speler met een fijn en een rotmuziekje erop

Toastjes

Eiersalade

Blinddoek

Hoe moet je de proef doen?
Beleg een droog toastje met een laagje eiersalade. Doe de proefpersoon een blinddoek om en zet de hem een koptelefoon op. Speel de track met de rotmuziek af en laat de proefpersoon(en) een hap van het toastje proeven. Let op: de proefpersoon mag vooraf niet weten wat hij gaat proeven. Stel twee vragen: ‘Wat is het?’ en ‘Is het lekker?’. Herhaal het proefje, maar dan met de fijne muziek (en een nieuw toastje).


Wat zal waarschijnlijk de reactie zijn?
Waarschijnlijk zal vond de proefpersoon het toastje dat hij tijdens de rotmuziek heeft gegeten niet lekker, en hetzelfde toastje tijdens het fijne muziekje wel. Grote kans dat hij bovendien zal denken dat hij twee verschillende dingen heeft gegeten. Conclusie: je oren proeven ook.

Proeven met je ogen

Wat heb je nodig?

Twee bakje aardappelsalades

Rode voedselkleurstof (onder andere te koop bij de toko)

Vork

Hoe moet je de proef doen?

Meng voorzichtig een paar druppels voedselkleurstof door een van de bakjes aardappelsalade, zodat die een rode kleur krijgt. Zorg ervoor dat de proefpersonen het mengen niet zien en verklap niet wat in de schaaltjes zit. Laat de proefpersoon van beide schaaltjes proeven en vertellen waar het naar smaakt. Laat hem vervolgens kiezen welke hij het lekkerst vindt.

Wat zal waarschijnlijk de reactie zijn?
De proefpersoon zal hoogstwaarschijnlijk denken dat de aardappelsalade met de rode kleur een andere smaak had dan ‘gewone’ salade. Dat kan helemaal niet, want de kleurstof gebruikt is smaakloos. Zo beïnvloeden je ogen dus je smaak!

Proeven met je neus

Wat heb je nodig?

Theelepel vanillesuiker

Wasknijper

Blinddoek

Hoe moet je de proef doen?

De persoon die aan dit testje onderworpen wordt mag absoluut niet weten wat hij gaat proeven. Doe hem een blinddoek om en zet de wasknijper voorzichtig op zijn neus. Laat hem de theelepel vanillesuiker proeven en vraag hem waar het naar smaakt.

Wat zal waarschijnlijk de reactie zijn?
Als het goed is zal de proefpersoon antwoorden dat hij suiker heeft gegeten. Geen vanillesuiker, want vanille ruik je wel, maar proef je niet.

Proeven met je mond

Wat heb je nodig?

Blinddoek

Heel dun plakje appel (gebruik daarvoor een kaasschaaf)

Heel dun plakje peer

Heel dun plakje ui

Wasknijper

Hoe moet je de proef doen?

Ook bij dit testje mag de proefpersoon absoluut niet weten over wat hij gaat proeven Doe hem een blinddoek om en zet de wasknijper voorzichtig op zijn neus. Leg uit dat hij drie keer iets te proeven krijgt. De proever moet snel een hapje van het plakje nemen, goed kauwen en zeggen wat het is. De geadviseerde proefvolgorde is: appel, ui en peer.

Wat zal waarschijnlijk de reactie zijn?
Dat bijna niemand alle drie de smaken goed heeft. Vooral ui gaat vaak fout. Conclusie: alleen proeven met je mond, zonder gebruik van je andere zintuigen, is heel moeilijk.

Proeven met je gevoel

Wat heb je nodig?

Aardbeienthee

Aardbeiensiroop, aangelengd met water

Hoe moet je de proef doen?

Zet een kopje aardbeienthee en laat dat goed afkoelen in de koelkast. Warm een bekertje aangelengde limonadesiroop op in de magnetron of in een pannetje. Bedek het oppervlak van (ondoorzichtige) bekerts met aluminiumfolie en steek er een rietje in. (Met grote mensen kun je deze test doen met een (ijskoud) glaasje rode wijn en een (ijskoud) glaasje witte wijn.) Zorg dat de proefpersoon niet ziet wat er in de bekers zit. Geef hem eerst de warme beker in de handen en laat hem er een slok van drinken. Vraag hem wat het is en of het lekker smaakt. Herhaal met het de koude beker.

Wat zal waarschijnlijk de reactie zijn?

Dat het warme drankje thee is en het koude drankje limonade. Of iets warm of koud voelt bepaalt dus mede waar het naar smaakt.

<Meer proefjes>

Vla is vla

Hoe goed kun je proeven wanneer je iets anders ziet dan wat je proeft?

Wat heb je nodig?

4 (ondoorzichtige) plastic bekertjes voor 2/3 gevuld met blanke vla

2 X 3 eetlepels vanillevla

3 eetlepels hopjesvla

3 eetlepels chocoladevla

4 ronde velletjes aluminiumfolie of vetvrij papier, zo groot als de doorsnee van het bekertje

4 dikke rietjes

glaasje water

Hoe moet je de proef doen?

Steek in het midden van het aluminiumvelletje of vetvrij papier een dik rietje. Steek het rietje in de blanke vla op zo’n manier, dat het velletje op de vla komt te leggen. Doe hetzelfde voor de andere drie bekertjes. Bedek dan van één bekertje het aluminium- of papieren velletje met hopjesvla. Doe dat met een ander bekertje met chocoladevla en vul de twee overige bekertjes op met vanillevla. Bij alle vier de bekertjes steekt er een rietje uit en zie je de blanke vla niet, maar als je eraan zuigt proef je blanke vla. Belangrijk: de proever(s) mag absoluut niet weten dat er met de bekertjes geknoeid is! Laat hem alle vier de bekertjes proeven (tussendoor een slokje water) en vertellen waar ze naar smaken.

Wat zal waarschijnlijk de reactie zijn?

Waarschijnlijk heeft niemand ze alle vier goed. De kleur van wat we eten beïnvloedt onze smaakbeleving.

Je proeft wat er niet is

Wat heb je nodig?

3 bekertjes

1 soort cola

Hoe moet je de proef doen?

Zet de proefpersoon drie bekertjes cola voor. (Belangrijk: zorg dat hij niet heeft gezien dat je ze uit dezelfde fles hebt ingeschonken.) Vraag om heel zorgvuldig te proeven en vast te stellen welke de lekkerste is.

Wat zal waarschijnlijk de reactie zijn?

Dat één van de drie lekkerder wordt bevonden dan de ander!

Een leuke variant op dit proefje is met drie verschillende colamerken. Maak twee van de flessen leeg. Giet in de twee lege flessen gedeeltelijk de cola uit de derde fles. Schenk de cola in de bekers waar de proefpersoon bij is, zodat hij de verschillende merken kan zien. Vraag of hij wil proeven welke hij het lekkerst vindt. Er zullen weinig proevers zijn die zullen zeggen dat ze alledrie hetzelfde smaken.

Zoet, zoeter, zoetst

Wat heb je nodig?

1 glas frisdrank

2 suikerklontjes

Hoe moet je de proef doen?

Laat de proever een flinke slok frisdrank nemen en vervolgens 2 suikerklontjes opeten. Laat hem vervolgens opnieuw een slok frisdank nemen. Is de smaak hetzelfde gebleven?

Wat zal waarschijnlijk de reactie zijn?

De smaak van de tweede slok zal als minder zoet – en misschien zelfs zurig – worden ervaren. Want als je iets zoets eet of drinkt, zal het product daarna in smaak aan zoetkracht afnemen. Kortom: alle producten die je eet of drinkt hebben invloed op elkaar.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: