VAKLUI (V): BOERINNEN

6 Okt

Sinds ‘Boer zoekt vrouw’ en ‘www.farmdate.nl’ zijn boeren hot. Maar hoe zit het met de vrouwelijke boeren? Zijn zij nog altijd de stille motor van het platteland, of nemen ze zo zoetjes aan de taken van de mannen over? “Power to the boerin!”

Coby Dekker-Van den Berg (51) heeft een akkerbouwbedrijf in Dronten. Op haar 28 hectare grond verbouwt ze aardappels, uien, tarwe, winterwortelen en sperziebonen. Coby is getrouwd met Jack, cliëntmanager in de IT-sector. Ze hebben een zoon van 18 en een dochter van 14.

“Ik ben geen boerin, maar een vrouwelijke boer. Wat het verschil is? Een boer is de ondernemer en heeft eindverantwoordelijkheid over het bedrijf, terwijl een boerin meestal meewerkt. Door mezelf een vrouwelijke boer te noemen is voor iedereen duidelijk dat ik de beslissingen neem. Jack heeft daar nooit moeite mee gehad. Sterker nog, hij bemoeit zich totaal niet met de bedrijfsvoering. Gelukkig maar, want anders hadden we misschien niet zo’n succesvol huwelijk.

Mijn akkerbouwbedrijf heb ik overgenomen van mijn ouders. In 1965 verhuisden zij met hun drie dochters – ik ben de middelste – naar de Flevopolder. Pioniers waren we, want de polder bestond toen nog maar acht jaar. Vanaf het begin heb ik me er thuis gevoeld. Het waren vooral avontuurlijk ingestelde en sociaal betrokken mensen die hier terecht kwamen. Zo ben ik zelf ook.

Mijn ouders hebben nooit druk op ons uitgeoefend om het bedrijf over te nemen. Zelf wilde ik dierenarts worden. Maar nadat ik drie keer voor die studie was uitgeloot moest ik die droom laten varen. Ik kreeg een kantoorbaan, trouwde en raakte zwanger. Omdat we in de buurt van mijn ouders bleven wonen, werkte ik als het druk was mee op de boerderij. Dat beviel zo goed, dat het idee ontstond toch het bedrijf over te nemen. In 1988 ben ik samen met mijn vader een maatschap aangegaan. In 1996 is het bedrijf formeel van mij geworden.

Mijn man werkt voltijds buitenshuis, dus ik run de boerderij én zorg voor de kinderen. Dat is altijd prima samen gegaan. Toen ze klein waren nam ik de kinderen zo veel mogelijk mee naar buiten, in een campingbedje op een karretje achter de fiets. Dan stonden ze onder een parasol aan de kant, terwijl wij op het land bezig waren. Mijn moeder paste ook op, maar niet op een vaste dag; daarvoor had ze zelf een te rijk gevuld leven. Toen de kinderen eenmaal naar school gingen zorgde ik ervoor dat als zij thuis waren, ik iets in of om het huis te doen had. Zo was ik toch altijd in de buurt.

Het aantal vrouwelijke boeren in Nederland is erg klein. Dat betekent dat je extra in de gaten gehouden wordt. Zelfs na twintig jaar nog! ‘Coby’s akkers liggen er mooi bij’, zeggen voorbijgangers dan tegen mijn man. Terwijl de vrouw van mijn buurman zoiets nooit zal horen. Daar wen je aan. Bovendien: ik heb me nooit benadeeld gevoeld. En uitsluitend met mannen werken vind ik geen enkel punt. Op school zat ik met mijn bètapakket ook tussen allemaal jongens.

Of ik mezelf als een voorbeeld voor andere vrouwen zie? Eerlijk gezegd heb ik daar nog nooit over nagedacht. Maar ik ben er wel van overtuigd dat iedereen dit werk kan doen, mannen én vrouwen. Toegegeven, vrouwen hebben soms meer moeite met de fysieke kanten van het werk. Maar dan organiseer je de boel zo dat je daar voldoende hulp bij krijgt. En daar zijn vrouwen toevallig heel goed in.

Boeren kan een heel eenzaam beroep zijn. Vandaar dat ik er altijd andere dingen naast heb gedaan, zoals allerlei bestuurswerk voor onder andere de NBvPVrouwen van Nu. Voor hen ben ik al meerdere keren naar Benin in Afrika geweest. In een uitwisselingsprogramma, om vrouwen met elkaars cultuur kennis te laten maken, maar ook om workshops te verzorgen. Zo geef ik mijn kennis en ervaring elders in de wereld door.

Het inkomen van een boer schommelt altijd, maar de laatste jaren wordt het wel heel moeilijk om nog een fatsoenlijke boterham te verdienen. Sterker nog, in 2007 had ik een negatief inkomen. Voor 2008 weet ik nog niet hoe het uit zal pakken. Een ding is zeker: de kosten rijzen de pan uit, terwijl de opbrengsten laag blijven. Dat kan natuurlijk niet eeuwig doorgaan. Toen we hier kwamen wonen zaten er 29 boerenbedrijven aan onze weg. Nu zijn dat er nog vijftien. Alleen door schaalvergroting of door er ander werk bij te doen kun je het hoofd nog boven water houden. Met mijn 28 hectare ben ik een ‘parttime boer’. Het is dat Jack een goede baan heeft, anders had ik allang met mijn bedrijf moeten stoppen.

Het werken als boer wordt enorm ondergewaardeerd. Je hoort niets dan gejammer over de stijgende voedselprijzen. Terwijl we maar zo’n 10% van ons inkomen aan eten uitgeven! Vroeger was dat wel 30 of 40%. Voedsel is iets vanzelfsprekends geworden. De gemiddelde Nederlander heeft geen idee hoeveel werk erin gaat zitten om een aardappel of sperzieboon op zijn bord te krijgen. En dan maar klagen dat het allemaal te duur is. Daar kan ik me echt kwaad om maken.

Steeds minder inkomen en weinig waardering: ik zou liegen als ik zou zeggen dat dat mijn werkplezier niet beïnvloedt. Bovendien begint het me fysiek zwaard te vallen. Dat krijg je als je boven de vijftig komt! Vandaar dat ik me aan het bezinnen ben op de toekomst. Ik weet nog niet of onze kinderen de boerderij willen overnemen of niet. Ze mogen wat dat betreft hun eigen keuzes maken, net als ik. Maar wat er verder ook met de boerderij gaat gebeuren: mijn hart ligt voor altijd in de grond van de Flevopolder.”

Martine Wismijer (36) heeft samen met haar man Dirk-Jan een veeteeltbedrijf met 100 kalfjes en 27 hectare grasland onder de rook van Utrecht. Daarnaast runnen ze vier dagen per week een zorgboerderij. Ze heeft ze een dochter van 6 en een zoon van 4.

“Ik ben geboren en getogen op de boerderij. Na de tweede wereldoorlog begon mijn opa op deze plek een melkveehouderij. Later nam mijn vader die over. En nu run ik het bedrijf met mijn man, al melken we inmiddels geen koeien meer.

Mijn twee zussen en ik zijn opgevoed met het idee dat we financieel op eigen benen moesten kunnen staan. Dat betekende: een vak leren. Hoewel ik het heerlijk vond om op de boerderij te helpen, zag ik dat niet als mijn toekomst. In plaats daarvan koos ik ervoor fysiotherapeut te worden. Dat werk heb ik tien jaar met veel plezier gedaan.

In 2000 besloot mijn vader met melken te stoppen. Dirk-Jan en ik woonden op dat moment in een piepklein appartementje in het centrum van Utrecht. Prima als je allebei voltijd werkt, maar ik ging het buiten zijn steeds meer missen. Dirk-Jan trouwens ook. Hij kwam weliswaar uit een ‘burgergezin’, maar werkte wel in de landbouwsector. Toen kort daarna mijn opa overleed en zijn huis op het erf vrij kwam was de keus gauw gemaakt: we verhuisden naar de boerderij.

In eerste instantie bleven we allebei buitenshuis werken. Maar al snel werd duidelijk dat als we in de toekomst op de boerderij wilden blijven wonen, we nieuwe inkomsten voor het bedrijf moesten vinden. Uitsluitend jongvee opfokken – kalfjes verzorgen tot ze groot genoeg zijn om gedekt te worden en melk te geven – bracht niet voldoende op. Vandaar dat we daarnaast met de zorgboerderij zijn begonnen. We bieden dagbesteding aan maximaal zes ‘hulpboeren’ die zich niet in een reguliere baan staande kunnen houden.

Je zou het misschien niet zeggen, maar het begeleiden van mensen en het runnen van een boerderij verschillen niet zo veel van elkaar. In beide de gevallen neem je de zorg voor een ander op je. Het niveau van onze hulpboeren verschilt sterk. Er is één geestelijk gehandicapte bij, de rest komt uit de psychiatrie, de verslavingszorg of is jong dementerend. Sommige zijn hier alleen om te zijn, anderen kunnen echt meehelpen.

De zorgboerderij is dankbaar werk; de mensen bloeien hier echt op. We bieden ze structuur, en aan het eind van de dag zijn ze gezond moe. Soms inspireert een verblijf bij ons hen om de draad van hun gewone leven weer op te pakken. Eén jongen is bijvoorbeeld met een koksopleiding begonnen. Geweldig toch? Andersom heb ik trouwens ook veel van hen geleerd. Voor ik met dit werk begon was ik heel stellig in mijn opvattingen over ‘goed en slecht’. Alcoholisten vond ik bijvoorbeeld zwakkelingen, en als ze voor hun verslaving stalen moesten ze vooral de gevangenis is. Inmiddels weet ik hoeveel leed er achter sommige van hun verhalen schuilgaat. De wereld is veel minder zwart-wit dan ik dacht. Het heeft me een milder mens gemaakt.

Sinds een aantal maanden verzorg ik een keer in de week educatieochtenden voor scholen in de buurt. Om stadskinderen kennis te laten maken met verschillende dieren, en om te laten zien waar hun eten eigenlijk vandaan komt. Met dezelfde gedachte houden we ook regelmatig opendagen op de boerderij. Openheid, voorlichting: ze zijn enorm belangrijk om meer waardering voor ons vak te krijgen. Een paar jaar geleden stond het boerenbedrijf nog in een heel negatief daglicht; er heersten veel vooroordelen, bijvoorbeeld over milieuvervuiling en dierenleed. Inmiddels is dat aardig bijgedraaid.

Het overkomt me regelmatig dat een handelaar vraagt ‘waar is de baas?’. Als ik dan antwoord ‘hier’ voegt hij rustig toe: ‘nee, ik bedoel de man’. Vooral de oudere generatie is nog niet gewend aan vrouwen die een volwaardige rol in het boerenbedrijf hebben. Maar ik trek me daar niets van aan. En als ze doorkrijgen dat je verstand van zaken hebt, is het probleem meestal gauw opgelost.

Dirk-Jan en ik zijn gelijkwaardige partners: in het bedrijf en in het gezin. Vooralsnog runnen we de boerderij samen met mijn ouders. Dat gaat wonderwel goed. Natuurlijk is het voor hen af en toe lastig dat wij nu de eindverantwoordelijkheid dragen. Maar we ondervangen dat door alle zakelijke besluiten uitgebreid te bespreken. In een heuse vergadering, mét agenda. Zo komen we altijd wel tot een compromis.

Mijn ouders wonen weliswaar op het erf, maar ik heb het nooit het gevoel dat we elkaar op de lip zitten. Integendeel, soms moet ik van mijn zussen horen hoe het met hen gaat! Als je een keer in de week belt hoor je kennelijk meer dan als je elkaar elke dag ziet.

Net als andere drukke vrouwen heb ik ook te weinig tijd voor alle dingen die ik wil doen. Maar ik voel me nooit schuldig dat ik te weinig aandacht aan mijn kinderen besteed. Dat is natuurlijk het voordeel van aan huis werken: ik sjouw ze gewoon mee naar buiten. Je zou misschien denken dat mijn moeder continu oppast, maar dat is niet het geval. Ze geniet veel te veel van haar nieuwe vrijheid. Die gun ik haar ook van harte. Vandaar dat onze kinderen toen ze klein waren gewoon naar de kinderopvang zijn gegaan.

Bij carrière maken denk ik aan onderaan beginnen in een bedrijf en langzaam opklimmen. Zo voelt mijn werk niet; het is eerder een levensstijl. En het zit er niet in dat ik nog promotie zal maken! Aan de andere kant: als boerin ben je ondernemer van een tonnenbedrijf. In dat opzicht ben ik wel degelijk een carrièrevrouw.”

Meer weten over de boerderij van Martine en Dirk-Jan? Kijk op http://www.nieuwbureveld.nl.

Martine Kruider (34) is journaliste en boerin. Ze woont samen met haar man Arjen en hun twee kinderen (4 en 1) op een boerderij met 150 koeien en 45 hectare grond. Met haar website http://www.ikbenboerin.nl wil Martine een positief signaal afgeven over het boerenleven.

Boerin vind ik een geuzennaam. Die draag ik met trots. De meeste boerinnen zijn heel bescheiden. Je zult ze nooit horen opscheppen over wat ze allemaal voor elkaar boksen. Terwijl ze vaak een driedubbele baan hebben. Boerinnen zijn kortom de stille motor van het platteland. Het wordt hoog tijd hen een stem te geven.

Eerlijk gezegd had ik nooit gedacht dat ik zelf op het platteland terecht zou komen. Ik was journalist, werkte bij een regionale krant en had een leuk leven in een middelgrote stad. Geen haar op mijn hoofd die dacht daar verandering in te brengen. Tot ik voor een reportage Arjen interviewde. Wat er toen gebeurde is een soort Boer zoekt vrouw ‘avant la lettre’: we werden op slag verliefd en nog geen jaar later zijn we op het erf van de boerderij getrouwd.

De eerste keer dat ik naar de boerderij ging wist ik niet wat me overkwam: ik had het gevoel dat ik letterlijk van de wereld afreed. Zo leeg, zo stil! Maar ik wist meteen: als ik ooit kinderen krijg, wil ik die hier opvoeden. Terwijl ik daar eerder zelfs nooit over na had gedacht.

De eerste jaren op het platteland vermaakte ik me prima. Ik werkte nog voltijd buiten de deur en we waren druk met verbouwen. Maar met mijn zwangerschapsverlof ging het mis: ik voelde me zo eenzaam! Ik heb heel wat afgehuild bij de koeien. Dat heeft zeker een half jaar geduurd. Pas toen ik mijn haastige leven en mijn torenhoge ambities los kon laten, leerde ik de rust van het platteland te waarderen. Inmiddels werk ik twee of drie dagen in de week als journalist. De rest van de tijd ben ik er voor mijn gezin. Het is goed in evenwicht zo.

Ik voel me echt een bevoorrecht mens op een boerderij. Je hebt zo’n direct contact met je omgeving. Wat weinig mensen zich realiseren is hoe betrokken boeren bij de natuur zijn. En hoe zorgvuldig ze met hun land en hun beesten omgaan. Die boodschap wil ik uitdragen. Zo ontstond het idee voor de website http://www.ikbenboerin.nl. Daarmee wil ik overigens ook laten zien dat niet alle boerinnen schortjes en klompen dragen. Ook wij gaan met onze tijd mee!

Een programma als Boer zoekt vrouw heeft de boerensector uit het verdomhoekje gehaald, maar het toont maar één kant van het verhaal. Wat ik mis is het economische aspect. Als boeren zorgen we immers wel voor een eerste levensbehoefte: voeding. Sta daar eens bij stil als je een pak melk of een stukje vlees koopt. Niet dat je bij elk bezoek aan de supermarkt uit dankbaarheid in huilen uit hoeft te barsten. Maar een beetje meer waardering mag best.

Gemiddeld geef ik twee keer per maand een lezing in het land, vaak voor leden van de NBvP Vrouwen van Nu. Dan ga ik met hen in debat over de identiteit van de boerin: hoe kijken ze naar zichzelf en hoe zien anderen hen? Vaak hoor ik dan dat het geen zin zou hebben om meer op de voorgrond te treden. Nonsens, want zolang ze niet meer van zich laten horen, verandert dat oubollige imago nooit. Power to the boerin dus! Dat is trouwens niet alleen nodig om het beeld van omstanders te veranderen, maar óók om de sector zelf verder te emanciperen. Zie je een landbouwwoordvoerder op tv, dan is het bijna altijd een oude man in een grijs pak. En ook de bestuursfuncties worden door hen vervuld. Als er ergens nog sprake is van een glazen plafond, dan is het wel in de agrarische sector. Wat dat betreft valt er nog een hoop te verbeteren.

Mijn missie is het boerenleven in het algemeen en boerinnen in het bijzonder meer positief onder de aandacht te brengen. Maar dat betekent niet dat ik me af en toe niet ook kritisch uitlaat. Als een boer ziet dat zijn buurman zijn beesten verwaarloost, snap ik niet dat hij niet ingrijpt. Voor je het weet duikt er een milieugroep bovenop en zijn Alle Boeren Slecht. Onzin natuurlijk, maar als boeren moeten we zelf ook de verantwoordelijkheid nemen om misstanden zoveel mogelijk te voorkomen.

Zelf heb ik er na zes jaar op de boerderij nog steeds moeite mee om koeien niet als huisdieren te zien. In het begin noemde ik ze allemaal bij naam en bouwde ik echt een band met ze op. Maar nadat mijn lievelingskoe met haar hoofd in mijn schoot was gestorven heb ik daar resoluut een punt achter gezet. Anders zat ik elke week in de stal te snikken. Natuurlijk loop ik nog vaak genoeg bij ze langs, maar het knuffelen beperk ik nu tot mijn paardjes, hond en kat.

In het verlengde van mijn website is pas mijn boek Boerin verschenen. Daarmee is een droom in vervulling gegaan. In Boerin geef ik een inkijkje in mijn eigen leven, maar vooral in het leven op het platteland. Hopelijk kan ik zo nóg meer mensen laten zien wat een onmisbare schakel boeren in de maatschappij zijn. Verder heb ik plannen voor een tweede boek met portretten van boerengezinnen, en een online magazine. En ik zou het heel leuk vinden als boerinnen uit andere provincies beurtelings een weblog op mijn site schrijven… Nee, mijn missie is nog lang niet voltooid!

Martine haar boek Boerin is uitgegeven door Uitgeverij Gottmer (ISBN 978 90 230 1125 2, € 16,50).

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: