ALLES OVER RUZIE

2 Dec

scannen00141

8 VEELGESTELDE VRAGEN OVER RUZIE

Kinderen die continu bekvechten. Of die steeds ruzie met je zoeken. Het is om gek van te worden. De neiging om dat gekibbel zo snel mogelijk af te kappen is groot. Toch is het vaak beter om de boel uit te laten razen, zeggen deskundigen. Maar waar ligt de grens? En hoe geef je als ouder het goede voorbeeld? Het  antwoord op 8 veelgestelde vragen over ruzie.

1. Is ruzie maken slecht?

Een zekere dosis ruzie in huis is niet alleen normaal, maar zelfs gezond. Kinderen leren zo omgaan met boosheid en frustratie en rekening houden met anderen. Ook ontwikkelen ze sociale vaardigheden, zoals gevoelens onder woorden brengen, voor jezelf opkomen en onderhandelen. Kinderen steken er het meest van op als ze de kans krijgen de ruzie zelf op te lossen. Waar nodig begeleid je ze als ouder om te laten zien hoe dat het beste kan. Dat doe je door – zonder partij te kiezen – beide partijen hun verhaal te laten doen en hen te helpen om alternatieven te bedenken.

2. Waar gaan de meeste ruzies over?

Ruzies tussen kinderen en hun ouders gaan vaak over het verkennen van grenzen. Op welke tijd een kind naar bed gaat bijvoorbeeld, of hoe laat een puber thuis mag komen. Bij oudere kinderen is de communicatie zelf ook vaak het onderwerp: zij hebben het gevoel dat hun ouders hen niet begrijpen, terwijl de ouders denken dat hun kinderen niet luisteren. Tussen kinderen onderling gaat het dikwijls over alledaagse dingen, zoals over wie waarmee mag spelen, of over geheimpjes die niet doorverteld mochten worden.

3. Op welke leeftijd maken kinderen het meest ruzie?

Elke leeftijd brengt een ander soort ruzie met zich mee. Je ziet dat het thema verandert, maar ook de heftigheid en de duur. Kinderen tussen de drie en de vijf vertonen van nature meer agressie. Dat is namelijk de leeftijd waarop ze voor zichzelf leren opkomen. Ook in de pubertijd neemt het aantal conflicten toe. In die fase heeft ruzie weer een heel andere functie, te weten het losmaken van je ouders. Kinderen van hetzelfde geslacht en ongeveer dezelfde leeftijd maken de meeste ruzie, simpelweg omdat ze meer met elkaar omgaan.

4. Vanaf welke leeftijd zijn kinderen in staat ruzie te begrijpen?

Kinderen tot een jaar of vijf zijn vooral bezig met wat zij willen; voor het belang van de ander hebben ze nog geen oog. Het gevoel van boosheid overvalt ze en ze vinden het lastig achteraf te vertellen hoe een ruzie is ontstaan. Vandaar dat jonge kinderen vooral bezig zijn met hoe het verder moet (‘wie mag nu besluiten wat er op tv gekeken wordt’). Het uitpraten en vaststellen wie er ‘schuld’ had aan de ruzie heeft op die leeftijd niet veel zin. Vraag liever wat het kind wil, en hoe het dat wil regelen. Praten over waarom een kind ruzie maakt kan goed vanaf een jaar of acht. Dan zijn kinderen namelijk in staat zijn hun eigen gedrag te beredeneren en zich in het gevoel van een ander te verplaatsen.

5. Waarneer moet je ingrijpen bij een ruzie?

Veruit de meeste conflicten lossen zichzelf op; daar zijn kinderen al op jonge leeftijd toe in staat. Maar dan moeten ze wel de kans krijgen om te ‘oefenen’ met ruzie maken. Ouders hebben vaak de neiging om snel tussen beide te komen. Ze spelen dan voor scheidsrechter, of proberen de boel te sussen. Het gevolg is dat kinderen gaan denken dat ruzie maken iets slechts is, en dat je altijd lief en aardig moet zijn. Zolang een ruzie enigszins evenwichtig verloopt en kinderen elkaar geen pijn doen, kun je hem beter op zijn beloop laten. De kans is groot dat ze dan zelf naar een oplossing op zoek gaan. Bovendien voorkom je zo dat ruzie maken een manier van aandacht vragen wordt. Zodra een ruzie fysiek wordt – slaan, schoppen, knijpen – moet je wél direct ingrijpen. Hetzelfde geldt bij verbale agressie (uitschelden, intimideren). Maak onverkort duidelijk dat zulk gedrag onacceptabel is. Woede en frustratie horen bij ruzie maken, maar de grens ligt bij elkaar pijn doen. 

6. Hoe geef je als ouder het goede voorbeeld?

Goed voorbeeld doet goed volgen, ook wat ruzie maken betreft. Het allerbelangrijkste is dat je tijdens een ruzie respect toont, voor elkaar en voor de emoties die onherroepelijk bij een ruzie vrijkomen. Laat de ander – je partner of je kind – altijd uitpraten. Probeer in je argumenten rekening te houden met de gevoelens en wensen van de ander.

Ook belangrijk: blijf als ouders altijd een eenheid vormen naar je kind. Van ouders die in zijn bijzijn over de regels discussiëren raakt een kind alleen maar in de war.

Hard schreeuwen of slaan? Dat werkt averechts. Loopt een ruzie toch uit de hand – en dat kan de beste overkomen – kom er dan later nog een keer op terug. Van te durven bekennen dat je fout zat steken kinderen óók veel op.

7. Wat kun je doen om ruzies te voorkomen?

Probeer of je de achterliggende oorzaak van de ruzies kunt ontdekken. Soms is een kind bijvoorbeeld oververmoeid, voelt het zich achtergesteld of wordt het veel gepest. Kom je er zelf niet achter, vraag dan een grootouder, een leraar of een vriendin om eens een tijdje extra op te letten. Zodra je begrijpt wat er aan de hand is kun je het probleem aanpakken.

Merk je bijvoorbeeld dat broertjes en zusjes elkaar op een bepaald moment van de dag erg in de weg zitten, maak dan een verschillende dagindeling (bijvoorbeeld het ene kind ’s ochtends in bad, het andere ’s avonds). Voor elk een eigen (speel)plek met eigen spulletjes creëren wil bij jaloezie vaak goed helpen.

8. Wanneer is het verstandig om hulp te zoeken?

Wordt er zo vaak en zo veel geruzied dat het de sfeer in huis negatief beïnvloedt? Of heb je intuïtief het gevoel dat er meer aan de hand is met je kind? Dan kan het verstandig zijn om hulp van buiten in te schakelen. In de vorm van een ouderbegeleider bijvoorbeeld, of een kindertherapeut. Hetzelfde geldt voor gevallen waarin kinderen langdurig heel agressief zijn, zonder dat daar een duidelijke aanleiding voor is.

—————

VOORDELEN VAN RUZIE? EEN KIND LEERT:

  1. z’n hart te luchten en emoties en frustraties te uiten
  2. gevoelens onder woorden te brengen
  3. zijn eigen identiteit te ontwikkelen
  4. te ontdekken dat je van mening mag verschillen
  5. voor zichzelf op te komen en grenzen te leren stellen
  6. zicht in te leven in een ander
  7. te onderhandelen en compromissen te sluiten
  8. zich los te maken van zijn ouders

—————-

IS ’T WEER HOMMELES? ZO HELP JE ZE:

  • Vraag waarover ze ruzie hebben.
  • Geef beide partijen de kans hun verhaal te doen.
  • Vraag de ruziemakers  hoe ze het probleem willen oplossen
  • Als ze niets kunnen verzinnen, geeft ze dan een paar opties. Laat ze zelf kiezen.
  • Prijs ze als ze zonder ruzie verder spelen. 

—————-

GEBAKKELEI TUSSEN BROERTJES EN ZUSJES

Waar kan je als kind beter met ruzie oefenen dan thuis? Broertjes en zusjes kun je door een ruzie immers niet kwijtraken, een vriendschap wel.

Onbewust weten kinderen dat hun broertjes en zusjes niet weg kunnen lopen bij een ruzie. Ja, voor eventjes misschien, maar uiteindelijk beland je toch weer samen om de eettafel. Het conflict moét dus opgelost worden. En dat kan ook, in de veilige haven van de familie. Vandaar dat hun conflicten meestal heftiger en emotioneler zijn dan met vrienden of ouders.

Bij ruzie tussen broers en zussen speelt jaloezie dikwijls een rol. Als een kind veel en vaak jaloers gedrag vertoont, kun je er op rekenen dat hij zich oprecht achtergesteld voelt. Of dat in jouw ogen nu terecht is of niet. 

Een jaloers kind wil vooral dat je interesse in hem toont, en hem lief vindt. Maar door ruzie zoeken bereikt het vaak het tegenovergestelde. Geef hem extra aandacht, in plaats van te straffen. Daarmee laat je zien dat zijn gevoel er net zoveel toe doet als dat van zijn broertje of zusje. Met een beetje geluk neemt het aantal ruzies erdoor af.

Vaak ontstaan er vaste ruziepatronen in een gezin. Het oudste kind gedraagt zich dominant en bazig ten opzichte van het jongere broertje of zusje. Bij een conflict zal hij   schreeuwen en schelden. De jongste is nog niet in staat om goed weerwoord te bieden, en timmert er uit frustratie op los. Van nature zijn ouders geneigd het voor één van de twee op te nemen. Vaak is dat de jongste, omdat de oudste ‘toch beter zou moeten weten’. Het gevolg is nóg meer boosheid en jaloezie. 

Tips om ruzies tussen broertjes en zusjes te verminderen

  • Stel duidelijke regels op over wat wel en niet mag en handhaaf die consequent.
  • Dwing kinderen niet om altijd alles samen te doen.
  • Om een patroon van ruzie te doorbreken helpt het soms om drastische maatregelen te nemen.Bijvoorbeeld: al het speelgoed achter slot en grendel, en elk kind één ding laten kiezen waar hij op een vastgestelde tijd mee mag spelen.
  • Doe af en toe ook iets leuks met elk kind afzonderlijk.
  • Kies bij een ruzie zo min mogelijk partij.
  • Als de hoeveelheid ruzie in huis plotseling toeneemt, zoek dan ook naar achterliggende oorzaken.

—————-

(OVER)KOKENDE PUBERS

De puberfase, met alle veranderingen in lijf, geest en driften die daar bij horen, maakt tieners extra kwetsbaar en prikkelbaar. Om het minste of geringste kunnen ze in woede uitbarsten. Veel puberconflicten komen dan ook voort uit onzekerheid, frustratie en stress. Gaat het moeilijk op school, of botst het tussen vrienden, dan richt de onvrede zich al gauw op een makkelijk slachtoffer: een broertje of zusje of de ouders. Naarmate ze ouder worden, gaan pubers zich steeds meer op de omgeving richten, en steeds minder op het kleine wereldje van het gezin. Daarmee neemt het aantal ruzies meestal vanzelf af.

—————

NIET WAAR ZE BIJ ZIJN

Speelt je kroost eens lief samen, lig jij overhoop met je partner. Ruziemaken waar de kinderen bij zijn: is dat erg?

Af en toe ruziën in het bijzijn van de kinderen kan helemaal geen kwaad. Sterker nog, als de ruzie goed verloopt leren kinderen dat je, ondanks meningsverschillen, op een normale manier met elkaar kunt blijven omgaan. Anders wordt het als kinderen heel vaak met ruzie te maken krijgen, of als de ruzie in verbaal of fysiek geweld uitmondt.

Voor een kind is het heel belangrijk dat het begrijpt waar de ruzie tussen zijn ouders over gaat. Bij alledaagse conflicten – wie doet de afwas, waarom is de hond nog niet uitgelaten – is dat geen probleem. Maar ruzies over meer serieuze zaken, zoals over relatieproblemen of over de opvoeding, zijn voor kinderen heel verwarrend. Als ze niet snappen wat er aan de hand is, zoeken ze de oorzaak al gauw bij zichzelf. Verreweg het meest schadelijk zijn conflicten met lichamelijk geweld of waarbij wordt gedreigd of geïntimideerd.

Ook sluimerende meningsverschillen kunnen een nare uitwerking hebben. Kinderen pikken een sfeer van spanning en stilzwijgen perfect op, maar begrijpen doen ze het niet. Het maakt dat ze zich onveilig en onzeker voelen. Soms vertaalt dat zich in problemen als druk gedrag, angst of depressie. Hoe jonger het kind is, hoe dieper ingeworteld zo’n probleem kan raken.

‘Het is niet jouw schuld’

Het is onmogelijk om ruzie in het bijzijn van de kinderen totaal te vermijden. Dat hoeft ook helemaal niet. Maar zorg er wel voor dat je heel goed duidelijk maakt dat zij er geen schuld aan hebben, en dat ze de uitkomst ervan niet kunnen beïnvloeden. Ook belangrijk: een kind moet nooit het gevoel krijgen dat het partij moet kiezen. Dus in een boze bui niet via je kind met elkaar gaan praten (‘zeg maar tegen pappa dat…’).

Een praktische tip is je kinderen regelmatig te vragen of hoe ze zich voelen als jullie ruziemaken. Door hun gevoel serieus te nemen en uit te leggen wat er aan de hand is kun je veel potentiële schade voorkomen. Vertel daarbij dat je je boos maakt om het gedrag van je partner, maar niet over je partner zelf. Zo leer je ze dat je ondanks een verschil van mening, nog steeds heel veel van elkaar kunt houden. 

—————–

TIME-OUT?

Sinds ‘supernanny’ haar intrede in Nederland heeft gedaan is de time-out – al dan niet op een speciale mat of stoel – niet meer weg te denken als opvoedtool. Maar heeft een time-out ook zin bij een fikse ruzie? Drie deskundigen geven hun mening.

  • Fieke Wellink, orthopedagoge en GZ-psychologe: “Dat hangt erg van het kind af. Bij sommige kinderen helpt het om hen even apart te zetten. Anderen reageren er veel beter op als je juist contact met ze maakt, door dicht bij ze in de buurt te blijven en hen zachtjes over hun rug te wrijven. Belangrijk: als je besluit een time-out toe te passen, zorg er dan voor dat je kind vooraf de regels kent. Een time-out die uit de lucht komt vallen heeft geen enkele zin.”
  • Dana Franssen-Hassner, ontwikkelingspsychologe en kindertherapeute: “Je moet voorkomen dat je kind zich machteloos of niet serieus genomen voelt in de discussie. Dat kan gebeuren als jij als ouder opeens ‘time-out’ mag roepen en hij niet. Mijn advies is om, als een ruzie te heftig wordt, allebei apart te gaan afkoelen. Het effect is hetzelfde, maar de aanpak meer gelijkwaardig. Na een tijdje (soms zelfs de volgende dag) is het dan makkelijker om het onderwerp opnieuw te bespreken.”
  • Tischa Neve, kinderpscychologe en J/M’s opvoedcoach: “Ik ben geen voorstander van een time-out bij een heftige ruzie. Je lost het probleem er namelijk niet mee op. Als een kind bijvoorbeeld gaat slaan is het beter hem de consequenties van zijn gedrag te laten ervaren. Bijvoorbeeld door hem een koud doekje of een pleister te laten halen voor degene die hij geslagen heeft. Op die manier wordt hij zich bewust van de nare effecten van zijn gedrag.”

—————-

“EN NU IS HET GENOEG!”

De meeste ouders nemen zich voor nooit te slaan. Toch wordt er behoorlijk vaak uitgehaald, na een uit de hand gelopen ruzie bijvoorbeeld. Maar het gedrag van een kind verander je er meestal niet door.

Ontwikkelingspsychologe en kindertherapeute Dana Franssen-Hassner adviseert ouders niet te slaan. Oók niet als je kind jou eerst slaat. “Het is belangrijk dat kinderen leren dat agressie nog meer agressie uitlokt, en dat op die manier nooit een einde aan geweld komt. Door als ouder te slaan geef je precies de tegenovergestelde boodschap: namelijk dat fysiek geweld een oplossing voor problemen biedt. Bovendien: als jij mag slaan, mag hij dat ook, redeneert een kind. Zo gaat het van kwaad tot erger. Niet voor niets zijn volwassenen die vroeger veel geslagen zijn eerder agressief, en zitten ze vaker psychisch in de knoop.”

Wat doe je als je kind jou of een ander slaat?

  • Maak duidelijk dat je slaan absoluut uit den boze is.
  • Probeer tijdens een ruzie vastberaden en kalm te blijven.
  • Voel je je handen jeuken, loop dan even weg.
  • Gaat het toch mis? Zeg sorry en bespreek samen wat je kunt doen om het goed te maken. 

[Kader]

HOE VAAK SLAAN WE?

Kleine kinderen worden vaker fysiek gestraft dan grotere. Bijna 60% van de ouders geeft zijn peuter wel eens een tik. Bij kleuters daalt dat aantal tot 45% en bij basisschoolleerlingen zakt het nog verder naar 24%. Dat blijkt uit het rapport De leefsituatie van kinderen tot 12 in Nederland. Jongere ouders slaan vaker dan oudere. Jongens worden niet méér geslagen dan meisjes. Op de lange termijn heeft slaan nauwelijks zin. 80% van de peuters vervalt nog dezelfde dag in het ongewenste gedrag, 50% zelfs binnen twee uur.

—————

JONGENSGEPOCH EN MEIDENVENIJN
Jongens slaan of schoppen sneller als ze ruzie maken. Maar betekent dat ook dat ze agressiever zijn dan meisjes? Of uiten die hun agressie op een andere manier? 

Bij jongens wordt de pikorde vooral bepaald door fysieke zaken. Wie het sterkst is bijvoorbeeld, of wie het beste kan voetballen. Meisjes zijn van nature meer gericht op het goed houden van de relatie met anderen. Het is hun sterke kant, maar óók het punt waarop ze kwetsbaar zijn. Dat is dus het terrein waarop zij hun strijd voeren.

Volgens orthopedagoge en GZ-psychologe Fieke Wellink hebben jongens wel degelijk meer aanleg tot agressief gedrag. Maar er is meer aan de hand. “Onze maatschappij is behoorlijk geëmancipeerd, maar we voeden jongens en meisjes nog steeds met verschillende verwachtingen op. Stoer gedrag van jongens wordt  meestal gestimuleerd, inclusief de lichamelijke aspecten die daarbij horen. Ze moeten fysiek laten zien dat ze sterk zijn. Bij meisjes is het tegenovergestelde het geval. Dat vertaalt zich in verschillend ruziegedrag. Jongens zullen zich wat sneller laten verleiden tot een wedstrijdje, al dan niet fysiek. Meisjes daarentegen maken eerder afspraken over hoe ze samen dingen kunnen regelen.”

Maar meisjes kunnen óók venijnig ruzie maken. Wellink: “Meisjes uiten hun agressie indirect, of verbaal. Ze roddelen bijvoorbeeld meer, of negeren een vriendinnetje om haar zo te ‘straffen’. Aan de buitenkant is dat gedrag minder verstorend, maar het kan geestelijk net zo’n heftig effect hebben.”

Uit onderzoek bij kinderen tussen de 8 en de 13 blijkt dat meisjes sneller laten zien dat ze emotioneel geraakt zijn door een ruzie. Ze zoeken bovendien achteraf vaker steun bij een vriendinnetje, een ouder of een juf of meester. Dat betekent overigens niet dat ze meer belang hechten aan hun vriendschappen. Jongens zijn namelijk beter in staat na een ruzie de relatie te herstellen. Meisjes zijn eerder geneigd na een conflict een vriendschap voorgoed te doorbreken.

Jan Kornelis Dijkstra, socioloog aan de Rijksuniversiteit Groningen, deed onderzoek naar agressief gedrag bij pubers. Volgens hem zorgt het vertonen van ‘antisociaal gedrag’ ervoor dat de status van pubers in de groep stijgt. “Zowel populaire jongens als meisjes vertonen agressief gedrag. Wel zijn meisjes vaker ‘relationeel’ in plaats van fysiek agressief. Simpel gezegd: ze zullen eerder roddelen dan er op slaan. Bij jongens is agressie veel zichtbaarder. Om een positie in een groep te verwerven is dominantie heel belangrijk. Meestal uit zich dat in iets fysieks, bijvoorbeeld door een klap uit delen.”

Hoewel fysiek agressief gedrag bij pubers dus een functie lijkt te hebben, loont het op de lange duur niet, aldus Dijkstra. “Hoe ouder kinderen worden, hoe minder ze dat soort gedrag waarderen. Dat geldt vreemd genoeg niet voor relationele agressie, zoals roddel en achterklap. Die neemt vaak juist toe, óók bij jongens.” 

———–

RUZIE? TIPS VAN TISCHA

J/M’s eigen opvoedcoach Tischa Neve krijgt in haar praktijk veel vragen over ruzie. Het eerste wat ze dan doet is ouders geruststellen. Want hoewel ruzie onrust creëert, vermoeiend en soms zelfs beangstigend kan zijn, is het óók nuttig. Door ruzie te maken leren kinderen bijvoorbeeld onderhandelen en omgaan met frustraties.

“Hoewel de meeste ouders wel weten dat ruzie erbij hoort, vinden ze het toch moeilijk om er mee om te gaan”, aldus Tischa. “Ze voelen zich machteloos, of zijn bang het verkeerd aan te pakken. Vaak melden ze zich pas bij mij als ze de wanhoop nabij zijn. Als twee broertjes zoveel ruzie maken, dat ze eigenlijk geen moment meer alleen samen kunnen zijn bijvoorbeeld. Terwijl er met enkele simpele tips vaak al een hoop te verbeteren valt.”

Tischa’s tips

  • Door elk van je kinderen een half uur per dag één op één aandacht te geven vermindert het aantal ruzies aanzienlijk.
  • Geef zelf het goede voorbeeld. Dat betekent: redelijk en duidelijk zijn. Laat je niet verleiden om mee te doen aan het welles-nietes, of om ook te gaan schreeuwen.
  • Ben je toch een keer uit je slof gesloten of boos uit elkaar gegaan, kom er dan later op terug. Vraag hoe je kind de ruzie ervaren heeft en wees niet bang toe te geven dat je onredelijk bent geweest. Zo laat je zien dat je je kind serieus neemt.
  • Als kinderen onderling bakkeleien is het verleidelijk de ruzie snel af te kappen, of om als scheidsrechter op te treden. Beide kun je beter niet doen. Kijk sowieso voor je ingrijpt eerst of kinderen er zelf uitkomen.
  • Een uitzondering is als de ruzie fysiek wordt; dan moet je wél ingrijpen. Haal de vechters uit elkaar en laat duidelijk blijken dat je het gedrag onacceptabel vindt.
  • Maken je kinderen opeens veel meer ruzie dan normaal, dan is er misschien meer aan de hand. Vaak is ruzie het ‘eindpunt’ van andere stress. Is je kind soms boos of verdrietig over hoe het op school gaat? Ben je zelf misschien erg onrustig? Dat soort dingen werken allemaal mee. 

Zo pak je het volgens Tischa in de praktijk aan

  1. Benoem wat je ziet dat er gebeurt (de feiten, niet wat je vermoedt dat er aan de hand was voor je erbij kwam), plus de gevolgen: ‘Ik zie dat jij slaat. Slaan doet pijn, dat doen we hier niet.’
  2. Stel vast wat de behoefte van beide kinderen is. Meestal kun je het zien, soms helpt kort vragen. Zodra je de situatie snapt kap je de verhalen af. ‘Stop maar, ik hoor het al, jullie willen allebei op de computer spelen en dat gaat niet.’
  3. Vraag de kinderen hoe het opgelost kan worden. Laat het ze zelf verzinnen (‘Hoe kunnen we dit oplossen, wat kunnen we doen?’) en help als het nodig is (‘Jullie kunnen om de beurt gaan, of samen een spel doen. Of we zetten dat ding voorlopig helemaal uit’).
  4. Beloon zodra het ze lukt om zonder ruzie te spelen en als ze de ruzie opgelost hebben (al dan niet zelf).
  5. Ga naar de kinderen toe en geef ze kort aandacht als ze wél leuk spelen, in plaats van alleen als er ruzie is. Zo leer je ze dat negatief gedrag en huilen geen aandacht opleveren, maar positief gedrag en leuk samen spelen wel.

————-

WAT TE DOEN MET RUZIEMAKENDE KINDEREN (4 – 12)

Wel doen:

  • Duidelijk maken dat fysiek geweld (slaan, schoppen, bijten, knijpen) en verbaal geweld (schelden, verbaal kwetsen of vernederen) niet mag.
  • De kinderen ieder hun verhaal laten doen.
  • Je onpartijdig opstellen.
  • De verantwoordelijkheid voor het vinden van een oplossing bij de kinderen laten.
  • Hen zonodig wel begeleiden bij het zoeken van die oplossing.
  • Opkomen voor degene die verdrukt dreigt te worden.

Niet doen:

  • Kinderen dwingen altijd alles samen te doen of te delen.
  • Elke ruzie afkappen of je er constant me bemoeien.
  • Kinderen tot een jaar of 4-5 vragen om hun ruzies uitgebreid te beredeneren of reconstrueren.
  • Een kant-en-klare oplossing creëren. 

WAT TE DOEN MET RUZIEMAKENDE PUBERS?

Wel doen:

  • Grenzen stellen. Geef aan wat onacceptabel is en waarom je daar last van hebt.
  • Praten, liefst met ieder kind apart, op een moment dat de emoties weer gezakt zijn.
  • Samen naar een oplossing zoeken.

Niet doen:

  • Ingrijpen, tenzij er sprake is van lichamelijke of geestelijke mishandeling. Laat ze het verder zelf oplossen.
  • Straffen of represailles opleggen: dat verhardt de strijd alleen maar. Praat er liever over met ze.
  • Je bemoeien met de schuldvraag.

——————-

Dit artikel is tot stand gekomen met dank aan:

  • Fieke Wellink is orthopedagoge en GZ-psychologe. Ze heeft een eigen adviespraktijk, Wel-link. Telefoon: 06-23030026, email: wel.link@tiscali.nl. Zie ook www.wel-link.nl.
  • Dana Franssen-Hassner is ontwikkelingspsycholoog, pedagogisch hulpverlener en integratieve kindertherapeut. Haar praktijk Talk en Play richt zich op kindertherapie, ouderbegeleiding en pedagogische hulpverlening. Telefoon: 020 – 486 49 03, email: praktijk@talkenplay.nl. Voor meer informatie: www.talkenplay.nl.
  • Kinderpsycholoog, speltherapeut en opvoeddeskundige Tischa Neve is J/M’s eigen opvoedcoach. Zij is onder meer bekend van het tv-programma Schatjes en heeft diverse boeken over opvoeding op haar naam staan. Meer informatie over Tischa en haar werk is te vinden op http://www.grootenklein.nl.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: