HELP ZE MET DE GROTE STAP

22 Dec

scannen0012scannen0013

 

De enorme overgang van groep 8 naar de middelbare school valt veel kinderen zwaar. Daarom worden er steeds meer trainingen georganiseerd om aanstaande brugpiepers voor te bereiden op hun nieuwe schoolleven. Twee trainers, Tineke Ingwersen en Ineke Haeck, vertellen over hun aanpak.

 

Hoe plan je huiswerk of bereid je een proefwerk voor? Waarvoor kun je wel of niet bij een docent terecht? Hoe maak je nieuwe vrienden? Maar ook: wat kun je doen om beter te leren spellen of begrijpend te lezen? Het zijn slechts een paar van de onderwerpen die aan bod komen in de Bright Brugklastraining, de cursus die Tineke Ingwersen (intern begeleider) en Ineke Haeck (docent Nederlands) ontwikkelden om leerlingen voor te bereiden op de overstap van de basis- naar de middelbare school. “De aansluiting daartussen moet echt beter”, aldus Ineke. Zij is overigens niet de enige die dat vindt; uit recent onderzoek blijkt dat de helft van alle schoolleiders in het voorgezet onderwijs dezelfde mening is toegedaan.

 

Cultuurschok

De vriendinnen Tineke en Ineke werken op verschillende scholen in Noord-Holland. De afgelopen jaren merkten ze – afzonderlijk van elkaar – dat de prestaties in de brugklas flink onder druk staan. Toen dat gegeven tijdens een etentje ter sprake kwam, ontstond spontaan het idee van de brugklastraining. Tineke: “Leerlingen doen het vaak minder goed dan ze zouden kunnen. Soms gaat dat gepaard met andere problemen, zoals agressief gedrag of faalangst.” En nee, de moeilijkheden doen zich volgens haar echt niet alleen voor op de lagere schoolniveaus. “We zien ze van VMBO tot gymnasium.”

Het effect van de ‘cultuurschok’ waar brugklasleerlingen mee te maken krijgen moet  volgens de dames niet worden onderschat. “Van de ene op de andere dag worden kinderen geacht zelfstandig keuzes te maken en problemen op te lossen”, aldus Tineke. “Waar ze op de basisschool nog gemakkelijk hun ouders of een juf of meester aan hun jasje konden trekken, staan ze er plotseling alleen voor. Dat kan een overweldigende ervaring zijn.”  Niet dat daar op de basisschool helemaal geen aandacht aan wordt besteed. “Maar er is te weinig tijd om leerlingen uitgebreid op alle veranderingen voor te bereiden.”

Een groter gebouw, verschillende docenten, verder van huis naar school, nieuwe vriendjes maken: die dingen zijn toch van alle tijden? “Natuurlijk”, beaamt Tineke. “Maar kinderen hebben tegenwoordig minder tijd om zich aan de nieuwe situatie aan te passen. De druk op het behalen van goede resultaten neemt toe. Als je in de brugklas niet lekker in je vel zit en daardoor onder de maat presteert, word je al snel een niveau teruggeplaatst. Doubleren is al helemaal uit den boze. Dat, in combinatie met het drukke leven dat kinderen verder leiden, maakt de overgang extra zwaar.”

 

SMS-taal

Alsof de sociale en praktische aspecten van een nieuwe school nog niet lastig genoeg zijn, vormt ook het Nederlands voor veel kinderen een obstakel. “En dan heb ik het niet perse over kinderen die thuis een andere taal spreken”, vertelt Ineke. Volgens haar hebben bijna alle kinderen die van de basisschool komen tegenwoordig een taalachterstand. “Oók die naar het VWO gaan.”

Zo gek is dat volgens haar trouwens niet. “Kinderen lezen minder, ze gebruiken een eigen SMS-taal, op de computer schakelen ze de spellingschecker in en ze worden steeds minder door hun ouders gecorrigeerd. Bovendien vormt taal allang niet meer de hoofdmoot van de lesstof op de basisschool. Het is slechts één van heel veel vakken.”

Veel leerlingen spellen dus onvoldoende als ze in de brugklas komen. Ook het begrijpend lezen gaat ze vaak moeilijk af. En dat heeft gevolgen voor álle vakken. “Want hoe kun je een verhaaltjessom tot een goed einde brengen als je niet weet wat er precies staat?” Vandaar dat ongeveer de helft van de tijd in de brugklastraining wordt gebruikt voor taalvaardigheden Nederlands.

 

Steuntje in de rug

In het voorjaar van 2008 zijn Tineke en Ineke met de eerste brugklastraining gestart. De belangstelling was direct groot. “Het lijkt erop dat we in een behoefte voorzien”, zegt Ineke. In het schooljaar 2008 – 2009 organiseren ze drie trainingen van tien weken. Ook zijn er plannen voor een ‘terugkomcursus’ voor brugklassers, om te zien of die het geleerde goed in de praktijk weten te brengen. “Ouders vinden het schijnbaar een geruststellende gedachte, zo’n extra steuntje in de rug. Voor hun kind, maar ook voor zichzelf. Want zeker met een eerste kind dat naar de middelbare school gaat hebben zij  óók geen idee wat te verwachten.”

Voor de aanvang van de training houdt Ineke een intakegesprek met de ouders én het kind. Vooral de achterliggende reden om een leerling voor de training op te geven is belangrijk. “Het komt wel eens voor dat een moeder haar zoon naar ons wil sturen terwijl hij het zelf helemaal niet ziet zitten. ‘Ga jij maar lekker buitenspelen’, zeg ik dan. Want als een kind met tegenzin komt bereik je niets. Verder denken ouders soms dat we tijdens de training het niveau van hun kind kunnen beoordelen. Dat speelt bijvoorbeeld als ze niet tevreden zijn met het schooladvies. Maar ook daar beginnen we niet aan. We kunnen en willen niet op de stoel van de meester of juf gaan zitten.”

Tineke benadrukt dat de cursus niet specifiek bedoeld is voor ‘probleemgevallen’, of angstige of onzekere kinderen. “Uiteraard zijn die ook van harte welkom. Maar de training is voor alle leerlingen van groep 8 nuttig. Ongeacht hun voorgeschiedenis of schoolniveau.”

 

Leren huiswerk maken

Een paar dagen later treffen we Tineke en Ineke opnieuw, nu tijdens een les van de brugklastraining. De acht aanwezige kinderen worden in twee groepjes verdeeld. De ene helft vertrekt met Ineke naar een ander lokaal voor een les ‘spelling van moeilijke woorden’, de andere helft blijft bij Tineke. Bij haar staat vandaag ‘huiswerk maken’ op het programma. “Wat doe als je erachter komt dat je het huiswerk niet goed in je agenda hebt geschreven?”, vraagt ze aan Christopher, Angelo, Lot en Bijtje (allemaal 11). “Dan kijk je in het klassenboek!”, roept Christopher enthousiast. Het vragen aan een vriendje is niet verstandig, voegt hij eraan toe, want misschien heeft die het ook niet goed genoteerd.

Even later zijn de kinderen met Tineke in gesprek over de vraag wat beter is: je huiswerk met iets makkelijks of met iets moeilijks beginnen? Bijtje heeft van haar moeder geleerd dat je eerst de moeilijke dingen moet doen; dan ben je daar maar vanaf. Maar Tineke ziet dat toch anders. Met iets makkelijks starten geeft volgens haar goede moed om met de rest verder te gaan. Bijtje knikt begrijpend. Dat levert vast nog wel enige discussie op aan de eettafel vanavond.

Terwijl de kinderen druk zijn met het maken van een concentratieoefening, vertelt Tineke trots over de veranderingen die ze zelfs na drie lessen al bij hen ziet. “Ze merken hier dat ze niet de enige zijn met vragen over wat hen allemaal te wachten staat. Ze leren hoe ze hun huiswerk moeten organiseren. En dat je verschillende strategieën kunt gebruiken om met pestende klasgenootjes om te gaan. Dat geeft zelfvertrouwen.” Het meest treffend vindt ze wel dat je het effect daarvan er aan de buitenkant afziet. “Ze lopen meer rechtop, ze praten makkelijker; hun hele houding verandert kortom. Alleen dat al geeft ze straks een voorsprong als ze ‘voor echt’ naar de brugklas gaan.”

Tineke Ingwersen is Master Special Educational Needs. Zij zit 26 jaar in het onderwijs. Op dit moment is ze werkzaam als zorgcoördinator op de Tijo van Eeghenschool in Aerdenhout. Zelf heeft ze twee zoons van 21 en 18. Ineke Haeck is drs Nederlandse taal- en letterkunde en 15 jaar docent Nederlands. Ze werkt op het Coornhert Lyceum in Haarlem. Ineke heeft een docher van 10 en en zoon van 12.

 

[Kaders met quotes]

Kinderen:

  • Bijtje (11): “Ik ben de oudste thuis, dus ik had geen idee wat er op de middelbare school gaat gebeuren. Nu ik dat beter weet ben ik minder zenuwachtig. Waar ik het meest aan heb? Het spellen. Daar ben ik op school namelijk helemaal niet goed in. Verder is het heel gezellig, we doen ook spelletjes en zo. Tineke en Ineke hebben veel aandacht voor ons. Als je iets niet snapt kun je het altijd meteen vragen. Daar is op school niet altijd tijd voor.”
  • Lot (11): “Bijtje is mijn buurmeisje en mijn vriendin. Toen ik hoorde dat zij de brugklastraining ging doen, wilde ik dat ook. Door de cursus ben ik helemaal niet meer bang om naar de middelbare school te gaan. Ik weet nu hoe ik alles moet aanpakken. Het handigste dat ik tot nu toe heb geleerd is hoe ik mijn huiswerk moet maken. Of ik het niet zonde van mijn vrije woensdagmiddag vind? Nee hoor, want hierna moet ik toch meteen door naar hockey.”
  • Christopher (11): “Ik heb altijd problemen met ontleden. Het is fijn dat ik de regels daarvoor hier nog eens rustig uitgelegd krijg. Vooral ook omdat ik dyslectisch ben. Mijn moeder is Amerikaanse, dus die kan me niet zo goed met taal helpen. En mijn vader is vaak weg voor zijn werk, want hij is piloot. De cursus was hun idee. In eerste instantie leek het me niet zo leuk, maar nu wel. Het is eigenlijk heel gezellig hier.”
  • Angelo (11): “Ik heb een druk programma. Omdat ik op een heel hoog niveau voetbal, moet ik meerdere keren in de week trainen. Vandaar ook dat ik deze cursus wilde doen: om te leren hoe ik al die dingen straks op de middelbare school moet combineren. Verder ben ik ook best verlegen, dus ik zou het fijn vinden als ik na afloop wat meer zelfvertrouwen heb. En begrijpend lezen, dat wil ik ook beter kunnen. Ik ben enig kind, dus ik heb geen broer of zus die me tips kan geven.”

 

Wat zeggen ouders?

  • Steven Hofmeijer, vader van Christopher: “Via school hoorde ik over de brugklastraining. Het leek me meteen een goed idee. In groep 7 heeft Chris een pre-citotoets gedaan. Daaruit bleek dat hij op sommige punten moeite heeft met taal, vooral bij ontleden. Wat extra ondersteuning komt dus goed van pas. Ook omdat mijn vrouw niet uit Nederland komt en ik voor mijn werk veel weg ben. In eerste instantie was Chris niet zo enthousiast, maar nu vindt hij het toch erg leuk. Hij is geloof ik vooral erg opgelucht dat de docenten niet streng zijn en dat hij geen huiswerk krijgt!”
  • Angela Lolis, moeder van Angelo: “Alles wat Angelo op school kan helpen vind ik positief. Vandaar dat ik direct enthousiast was over het idee van een brugklastraining. Toen Ineke bij ons thuis kwam voor de intake heeft Angelo het gesprek met haar gevoerd. Dat vond ik het belangrijk, want ik wilde dat hij er zelf voor koos om mee te doen. Samen hebben we zijn leerdoelen bepaald: begrijpend lezen, beter concentreren en meer zelfvertrouwen krijgen. Er zijn pas drie lessen geweest, maar het gaat boven verwachting goed. Angelo komt zo blij thuis! Het lijkt er zelfs op dat hij al wat steviger in zijn schoenen staat. Ik kan zo’n cursus echt aanraden.”

 

Dit vinden oud-cursisten:

  • Nicolien (12) en haar moeder Sjane van Marle:
    Sjane: “Nicoliens oudere zus heeft les van mevrouw Haeck. Zo hoorden we over de training. We dachten meteen: waarom niet? Nicolien is dyslectisch, dus het is sowieso aanpoten voor haar op school. Alle hulp is dan welkom.”
    Nicolien: “De lessen waren erg gezellig. De praktische dingen vond ik het leukst, kaften en zo. Wat het meest nuttige is dat ik heb geleerd? Hoe ik mijn huiswerk moet organiseren. Daar heb ik nu echt wat aan.”
    Sjae: “Nicolien is net met de brugklas begonnen, dus ik weet nog niet of de training echt effect heeft gehad. Maar ik merk wel dat ze haar huiswerk heel serieus aanpakt. En ze de dingen vooruit plant. Dat zal ze vast op de cursus geleerd hebben.”
  • Helene (12) en haar moeder Marina van Rechteren:
    Marina: “Als je iets kunt doen om je kind beter op de brugklas voor te bereiden, ben ik daar helemaal voor. Je hoort toch vaak dat kinderen moeite hebben met de overgang van de lagere naar de middelbare school. Bovendien is Helene de oudste van onze kinderen, dus ze had geen idee wat er allemaal op haar af zou komen. Omdat ze veel dingen in het voorjaar al een keer heeft gehoord, komt het haar nu allemaal wat bekender voor.”
    Helene: “De training leek me ook wel praktisch, al had ik geen speciaal doel. Wat ik vooral heb geleerd is hoe ik mijn tijd moet indelen. En hoe ik dingen handig in mijn agenda moet zetten. Ik merk dat ik daar echt wat aan heb nu ik in de brugklas zit. Wat dat betreft ben ik blij dat ik de cursus heb gedaan.”

 

[Kader]

Handige huiswerktips

  • Schijf het huiswerk voor de verschillende vakken op post-it memoblaadjes en plak die op je bureau of aan de muur. Zodra je één vak klaar hebt haal je het blaadje weg en gooi je het in de prullenbak.
  • Begin altijd met iets eenvoudigs. Als je dat snel af hebt geeft je dat een goed gevoel en moed om door te gaan.
  • Zorg voor voldoende variatie. Leer bijvoorbeeld liever niet twee talen achter elkaar. Wissel leer- en maakwerk af.
  • Geef jezelf een kleine beloning als je klaar bent met een vak.
  • Doe geen huiswerk vlak voor je naar bed gaat. Daar slaap je niet rustig op.

 

[Kader]

Wat leren ze?

Een Bright Brugklastraining bestaat uit twintig lessen van 50 minuten, verdeeld over tien weken. Elke bijeenkomst is er één les studievaardigheden en één les taalvaardigheden. Wie tien weken teveel vindt, kan ook voor een eendaagse training op zaterdag kiezen.

Bij de taallessen komen werkwoordspelling, spelling van moeilijke woorden, begrijpend lezen, structuur van teksten, signaal- en verwijswoorden en samenvatten aan de orde.
In de studievaardigheidlessen wordt onder andere aandacht besteed aan plannen, huiswerk maken, concentreren, ontspannen, vrienden maken, omgaan met docenten en samenwerken.

Per training zijn er maximaal 10 leerlingen van alle schoolniveaus.

 

[Kader]

Onvoldoende aansluiting

Een goede aansluiting tussen het primair en voortgezet onderwijs is al lange tijd punt van aandacht van de Onderwijsinspectie. In een recent rapport stelt zij dat de adviezen van de basisschool en de Cito-scores lang niet altijd overeenkomen met het niveau op de middelbare school. Zo volgt een kwart van de leerlingen in het derde jaar van het voortgezet onderwijs een ander niveau dan dat door de basisschool is geadviseerd. Iets meer dan de helft van die groep is doorgestroomd naar een hoger niveau, iets minder dan de helft naar een lager niveau. Daarnaast blijft 3% van de leerlingen in het eerste of tweede jaar zitten. Volgens de Onderwijsinspectie zijn deze `plaatsingsproblemen´ onder andere het gevolg van het feit dat het primair en voortgezet onderwijs onvoldoende op elkaar aanslutien. Wat de afstemming extra lastig maakt is dat middelbare scholen vaak met veel verschillende basisscholen te maken hebben.

Bronnen: Inspectie van het Onderwijs, Aansluiting voortgezet onderwijs op het basisonderwijs ((mei 2007); Rutten, M, M. Amsing en M. Bosch Transitiemomenten in het onderwijs (KPC groep 2007).

 

[Kader]

Andere brugklastrainingen

Er zijn verschillende instanties in Nederland die brugklastrainingen organiseren. Er zijn zowel trainingen voor groep 8 als begeleidingscursussen voor de eerste tijd op de middelbare school. Voor meer info kun je onder meer terecht op de volgende sites:

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: