VAKLUI (V): BONDSCOACHES

6 Mrt

scannen00071scannen00081

Gepubliceerd in Esta, maart 2009.

“Op de Olympische Spelen had ik maar één vrouwelijke collega”, vertelt assistent-bondscoach waterpolo Ilse Sindorf. En de KNVB werd een beetje zenuwachtig toen Vera Pauw als eerste vrouw de cursus betaald voetbal wilde volgen. Toch went Nederland langzaam aan het het fenomeen ‘mevrouw de bondscoach’. Nu de rest van wereld nog.

Vera Pauw (45, getrouwd met voetbalcoach Bert van Lingen) is bondscoach van het Nederlands vrouwenvoetbalelftal, waarmee ze zich in oktober vorig jaar voor Europees Kampioenschap in augustus wist te kwalificeren. Daarnaast is ze de motor achter de eredivisie voor vrouwen. Eerder speelde Vera als profvoetbalster in Nederland en Italië en was ze bondscoach van het Schotse vrouwenelftal. 

“Toen we ons ten koste van Spanje voor het Europees Kampioenschap kwalificeerden, hield ik het niet droog. Het was zo’n ontlading! Jaar in jaar uit heb ik keihard gewerkt om het vrouwenvoetbal in Nederland naar een hoger niveau te tillen. Met heel veel plezier, maar het resultaat bleef steeds uit. Door ons te kwalificeren hebben we die ‘sluier van mislukking’ eindelijk van ons afgeworpen. Vanaf nu tellen we écht mee.

In het feestroes die volgde was er één iemand die ik heel erg miste: mijn overleden moeder. Vanaf dat ik klein was heeft zij samen met mijn vader almaar geknokt om deuren voor me te openen die tot dan toe gesloten waren. Meisjesvoetbal bestond bijvoorbeeld nog niet; lid worden van een club zat er tot mijn verdriet dus niet in. Mijn ouders kregen het voor elkaar dat de KNVB me op mijn 13e dispensatie gaf, zodat ik met het dameselftal van Brederodes mocht meedoen. Dat legde de basis voor mijn verdere carrière. 

Voetbal is samen met hockey de grootste vrouwensport van Nederland. Toch hebben wij een ondergeschikte plaats in de sportwereld. Dat komt omdat voetbal van oudsher de belangrijkste sport is in Nederland. Die wordt per definitie beheerst door mannen. In Zweden geldt hetzelfde voor ijshockey en in de VS voor honkbal; daarin komen vrouwen ook nauwelijks aan de bak. 

Daar komt bij dat in Nederland een typisch feminine cultuur heerst. Dat wil zeggen dat je bescheiden moet blijven en vooral niet mag opscheppen over jezelf. Voor de emancipatie in het algemeen en die in de sport in het bijzonder is dat funest. Als uitblinker word je naar beneden gehaald – stel je voor dat je beter bent dan de rest! Het is afgunst en jaloezie troef, terwijl men in landen met een masculiene cultuur, zoals Schotland of Italië, juist trots is als een speelster excelleert.

Ik stond niet te springen om bondscoach te worden. Het is namelijk helemaal niet altijd leuk om voor de troepen uit te lopen. Ik ontmoet zoveel weerstand en kritiek, dat ik soms echt het bijltje erbij neer wil gooien. Dat doe ik niet, omdat het mijn levensproject is deze taak te vervullen. Ik heb alles aan het vrouwenvoetbal te danken, zowel zakelijk als persoonlijk. Nu is het tijd om terug te geven. Er zijn te veel mensen in de sport – vooral in het voetbal – die er uitsluitend op uit zijn er zelf beter van te worden. 

Mijn belangrijkste missie is om de weg voor vrouwen naar de top vrij te maken, zowel voor speelsters als voor bestuurders en coaches. Toen ik in 2004 als eerste vrouw de cursus Coach betaald voetbal wilde volgen, moest de KNVB apart toestemming geven. Alleen omdat ik geen man was! Inmiddels zijn daarvoor regels opgesteld, zodat het voor vrouwen na mij makkelijker wordt. Een ander doel is de beloning. Als voetbalster kon ik niet leven van mijn sport. Voor de vrouwen die nu in het Nederlands elftal spelen geldt dat ook nog. Terwijl een – gedeeltelijk – salaris voorwaarde is om professioneel met de sport bezig te kunnen zijn. Hoog tijd dus om daar verandering in te brengen. 

Veel mannen hebben de neiging om vrouwenvoetbal als iets minderwaardigs te zien. Gelukkig hoor ik steeds minder dat alle speelsters manwijven zouden zijn, zeker sinds we zo goed presteren. Waar we nu vooral tegen strijden is het idee dat vrouwenvoetbal commercieel oninteressant is. Sportredacties – die bijna altijd uit mannen bestaan – zenden vrouwenvoetbal niet uit, en dus denken bedrijven dat het niet de moeite waard is om reclamegeld in te steken. Onzin. In Duitsland, Zweden, Noorwegen, Engeland en Frankrijk is vrouwenvoetbal na mannenvoetbal de best bekeken sport. Vóór tennis, wielrennen en de Formule 1. Als de Nederlandse tv overstag gaat, weet ik zeker dat het hier niet anders zal zijn. 

Dat er weinig vrouwelijke voetbalcoaches zijn, komt omdat vrouwen vooral afgerekend worden op wat ze niet kunnen en mannen op wat ze wel kunnen. Als vrouw moet je niet alleen beter zijn dan een man in hetzelfde werk, je moet perfect zijn. Ook zoiets: vrouwen worden beoordeeld als groep, mannen als individu. Als één vrouw niet kan inparkeren, kunnen ze het allemaal niet. Over mannen zul je zoiets nooit horen. Het maakt dat je je als vrouw keer op keer opnieuw moet bewijzen. 

Ik heb elke stap in mijn carrière moeten bevechten, maar het heeft wel resultaat opgeleverd. De KNVB heeft inmiddels de meest vrouwvriendelijke aanpak van alle sportbonden. In 2008 was het meisjes- en vrouwenvoetbal speerpunt van het beleid. En met het oprichten van de eredivisie voor vrouwen heeft het bestuur echt zijn nek uitgestoken. 

Helaas betekent dat niet dat er ook al sprake is van gelijke arbeidsvoorwaarden. Het zal niemand verbazen dat mijn inkomen lager is dan dat van mannencoach Bert van Marwijk. Wat dat betreft is er nog een lange weg te gaan. Daar zeur ik niet over. Ik ben realistisch genoeg om te weten dat je de wereld niet in één dag kunt veranderen, en zelfs niet in een paar jaar. Tegen de tijd dat het vrouwenvoetbal net zo gewaardeerd is als het mannenvoetbal, geniet ik allang van mijn pensioen in ons huis in Frankrijk.”

Ilse Sindorf (43, single) coacht de Nederlandse waterpolovrouwen. Sinds 2000 is ze bondcoach van Jong Oranje (onder 20). In 2005 kwam daar het assistent-bondscoachschap van de senioren bij. Met die laatste won ze in augustus 2008 een gouden medaille op de Olympische Spelen in Beijing. 

“Op de Olympische Spelen was er geen enkele vrouwelijke coach, en slechts één andere vrouwelijke assistent. Wat dat betreft is Nederland een voorbeeld voor de rest van de wereld. Toen ik in 2000 als coach op topniveau begon, leverde dat wel eens rare taferelen op. Dan vergaten scheidsrechters of andere coaches me een hand te geven. Inmiddels heb ik me meer dan genoeg bewezen en word ik overal geaccepteerd, maar ook in het Nederlandse waterpolowereldje heb ik mijn positie flink moeten bevechten. Achter mijn rug om kreeg ik veel kritiek. Dat het nooit wat zou worden met mij, of dat ik onzinnige beslissingen nam. Daar heb ik me nooit ongemakkelijk door gevoeld. Maar vergeten doe ik het niet. Als iemand geen respect voor mij toont, krijgt hij dat ook niet terug.

Bij de clubs wordt er nog wel door vrouwen training gegeven, maar op selectieniveau vind je alleen nog mannelijke coaches. Waarschijnlijk omdat er weinig vrouwen zijn die zeven dagen per week willen werken. Zeker niet als ze kinderen hebben. Heel jammer, want een vrouwelijke coach of assistent heeft echt een meerwaarde voor een team. Als een speelster met een probleem zit, heeft een man al snel iets van ‘stel je niet aan’. Of hij denkt dat een conflict allang is opgelost, terwijl het eigenlijk nog doorsuddert in het team. Ik houd daar vanzelfsprekend rekening mee, kan me makkelijk inleven in de speelsters. Dat komt de kwaliteit van de coaching in zijn geheel ten goede.

Ik denk dat nog te veel coaches hun wil aan spelers willen opleggen. Voor mij betekent coachen: tweerichtingsverkeer. Ik leg iets bij hen neer, maar verwacht ook een eigen mening terug. Hoe zou je het zelf aanpakken? Wat is tactisch de beste oplossing? Door daarover in gesprek te gaan, krijg je het beste resultaat. Wat helpt is dat ik niet zo nodig de baas hoef te zijn. Als ik naar voren geschoven word, prima. Maar ik ga net zo makkelijk achter iemand staan. Ik haal mijn voldoening uit de samenwerking en het resultaat, niet uit mijn positie.

Waterpolo is van kinds af aan mijn leven – mijn ouders namen we op mijn tweede al mee naar het zwembad. Maar pas sinds 2005 kan ik er ook volledig mijn brood mee verdienen. Daarvoor heb ik er altijd bij gewerkt, als office manager bij een orthodontist. Heel wat anders, maar ik heb nog dagelijks plezier van wat ik daar heb geleerd over organiseren.

Sinds ik voltijds bij de zwembond in dienst ben, werk ik zeven dagen per week en heb ik geen vakantie meer gehad. Natuurlijk is dat zwaar, maar ik heb toch een wereldbaan? Praktisch gezien is het wel eens lastig. Zo heb ik net een nieuw huis gekocht, waar nog veel aan moet gebeuren. Maar ja, vrij nemen om te klussen lukt niet. Mensen denken vaak dat ik vanwege dat drukke programma geen kinderen heb. Niet waar. Ik ben dol op kinderen, maar ik heb gewoon nooit de behoefte gevoeld om ze zelf te krijgen.

Als een man zich in de sport eenmaal bewezen heeft, is en blijft hij een held. Maar als vrouw moet je steeds opnieuw laten zien wat je kunt. Dat ik daarin mezelf kan blijven is waarschijnlijk één van de redenen van mijn succes. Sowieso trek ik me van nature weinig van anderen aan. Zou ik dat wel doen, dan hield ik het niet lang vol. In de sport heeft iedereen een mening. En er heerst veel jaloezie. Als boegbeeld moet je alle kritiek opvangen. Het hoort erbij, maar leuk is het niet.

Mannen zeggen vaak dat meisjes trainen moeilijk is, vanwege alle drukte en het geklets. Maar voor mij is het juist makkelijk. Laatst gaf ik een clinic aan schoolkinderen in Rotterdam. Wie luisterden daar niet? De jongens dus. Meisjes zijn van nature gedisciplineerder. Overigens zou ik in de toekomst best nog eens jongens of mannen willen trainen. Zo kan ik mezelf verder ontwikkelen. Bovendien: er zijn al zoveel mensen in de sport die óf het een, óf het ander doen. Het lijkt me een uitdaging een echte allrounder te worden.

Het goud op de Olympische Spelen was voor mij het toppunt van sportief geluk; elk moment van de finale staat in mijn geheugen gegrift. Extra bijzonder was dat ik veel speelsters via Jong Oranje zelf naar de top heb helpen brengen. Dat je als coach dan niet ook een medaille krijgt, voelt wel een beetje zuur. In plaats daarvan hebben de speelsters een Olympisch diploma voor me gemaakt. En zelfs een kopie van hun medaille voor me laten gieten! Die is misschien wel meer waard dan het origineel.

Na de Olympische Spelen is hoofdcoach Robin van Galen ermee gestopt. Ik zal zijn functie niet overnemen. Voor mijn gevoel ben ik nog teveel verbonden met deze ploeg. Dat is niet goed – als hoofdcoach moet je voldoende professionele afstand kunnen nemen. Bovendien heb ik met veel speelsters al acht jaar gewerkt. Voor hen is het denk ik beter als er iemand van buiten met een frisse kijk op de zaak komt. Maar dat betekent niet dat ik geen ambitie heb om nog een keer bondscoach te worden – integendeel. Olympisch goud halen als hoofdcoach staat bovenaan mijn verlanglijstje.”

Susannah Chayes (single) is naast acht mannen de enige vrouwelijke roeibondscoach van Nederland. Zij vervult die functie sinds 2000. De afgelopen jaren wist ze met ‘haar’ jongens – de lichte mannen – diverse internationale successen te behalen. Vanaf 2009 traint Susannah de discipline ‘zware vrouwen’. 

“Je kunt je afvragen wat er zo leuk is aan een boot sneller van A naar B te laten varen. Maar het complexe verhaal erachter is wat het boeiend maakt. Ik ben niet alleen met de technische aspecten van het roeien bezig, maar ook met de psychologie, fysiologie, voeding en biomechanica. Al die aspecten neem ik mee in mijn aanpak. Als dat vervolgens in de praktijk resultaat oplevert, geeft dat een geweldige kick. 

Ik heb de afgelopen jaren nooit gemerkt dat mannen liever door man dan door een vrouw worden getraind. Topsporters zijn per definitie egocentrische mensen – het enige wat voor hen telt is hun prestatie verbeteren. Alles staat daarvan in dienst. Als ze beter kunnen worden door met jou samen te werken, doet het er niet toe of je man of vrouw, jong of oud, Limburger of Fries bent. 

Ik heb in het verleden mijn toenmalige vriend getraind, naast wie ik ’s avonds weer op de bank zat. En ook vrouwen tegen wie ik zelf nog had geroeid. Voormalige concurrentes dus, die ik in een wedstrijd niet kon luchten of zien. Maar zodra iemand in de boot stapt neemt mijn professionele eer als coach het over. Dan is het opeens geen partner of tegenstander meer, maar een sporter die ik het beste uit zichzelf wil laten halen

Allebei mijn ouders waren heel actief binnen de roeiclub, dus ik was daar van jongs af aan ook veel te vinden. Op mijn elfde werd ik landelijk jeugdkampioen. Daarna werd het roeien steeds serieuzer, maar de internationale top heb ik helaas nooit bereikt. Op een gegeven moment kreeg ik zoveel last van blessures, dat ik me helemaal op coachen ben gaan richten. 

Op een gemiddelde werkdag geef ik twee trainingen. Tussendoor maak ik trainingsschema’s, zijn er vergaderingen en zorg ik voor het materiaal. Dat gaat zeven dagen per week door, vaak wel twaalf uur per dag. Tussen kerst 2007 en de Olympische Spelen in augustus 2008 heb ik twee dagen vrij gehad. En toen was ik ziek. Hoe ik zo’n programma volhoud? Door er ontzettend veel lol in te hebben. Maar je moet wel uitkijken dat je geen roofbouw op jezelf pleegt. Als ik eerlijk ben ga ik die grens iets te vaak over. 

Een werkweek van tachtig uur laat weinig ruimte voor andere dingen. Mijn sociale leven staat bijvoorbeeld altijd op een laag pitje. Hoe lastig dat kan zijn merk ik nu ik sinds kort weer aan het daten ben. Het is ontzettend moeilijk af te spreken op tijden dat iemand met een ‘normale’ baan vrij is. Aan de andere kant: ik kom met dit werk in elk gevoel ruim aan mijn lichaamsbeweging. In drukke tijden fiets ik soms wel tachtig kilometer per dag langs de baan op en neer. 

Bondscoach zijn is de mooiste job ter wereld. Minder leuk is dat iedereen zich met je bemoeit. Hoe beter je wordt, hoe meer kritiek je krijgt. Bovendien is de afrekening in de sport keihard: alleen de eerste plek is goed genoeg. Extra lastig is dat je als coach nooit alles in de hand hebt. Je probeert de optimale omstandigheden te creëren, maar uiteindelijk moeten de mannen of vrouwen in de boot het afmaken.

De buitenwereld herinnert me er regelmatig aan dat ik de enige vrouwelijke roeibondscoach ben. Zelf stond ik daar nooit zo bij stil, tot ik voor het eerst naar een internationale coachconferentie ging. Ik was daar namelijk een van de weinige vrouwen tussen overwegend oudere mannen. In het begin gaven die in hun naïviteit – het kwam niet in ze op dat ik óók een coach kon zijn – al hun geheimen aan me prijs. Maar inmiddels kennen ze me goed genoeg om die fout niet meer te maken. 

Amerikaanse universiteiten verplichten hun roeiteams evenveel vrouwelijke als mannelijke coaches aan te nemen. Positieve discriminatie dus. Maar omdat er simpelweg niet genoeg goede vrouwen zijn, gaat de kwaliteit van het vak daarmee achteruit. Vandaar dat ik liever pleit voor het creëren van betere kansen voor jong coachingstalent. Jongens én meisjes. Daar kom je uiteindelijk verder mee. 

Ik heb wel eens het gevoel dat ik me meer moet bewijzen dan mijn collega-coaches. Maar dat ligt eerder aan mijn karakter dan aan het feit dat ik een vrouw tussen allemaal mannen ben. Mijn collega’s verschillen onderling vaak meer van elkaar dan ik van hen. Ik denk wel dat vrouwen over het algemeen meer behoefte aan waardering hebben, ook in de sport. Dat zou bij het coachen behoorlijk in de weg kunnen zitten. Het is immers niet je taak om aardig gevonden te worden, maar om de atleet optimaal te laten presteren.

Het coachen als beroep is heel lang ondergewaardeerd. Gelukkig heb ik sinds 2007 ik een voltijdsaanstelling, en kan ik mijn werk echt professioneel aanpakken. Daarvoor had ik er altijd een baantje bij. Of ik dit werk over vijf jaar nog doe? Geen idee. Ik wil heel graag alsnog voor die medaille op de Olympische Spelen gaan. Aan de andere kant vind ik het ook belangrijk om over een leven na de sport te denken. Hoe specialistischer je wordt, hoe minder je je op andere vlakken ontwikkelt. Dat is soms een verontrustend idee. Want als ik geen coach meer kan zijn, wat dan wel?”

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: