VAKLUI (V): ALGEMEEN DIRECTEUREN

7 Apr

scannen0003scannen0004

Truze Lodder (60, weduwe) is sinds 1987 zakelijk directeur van De Nederlandse Opera en van Het Muziektheater in Amsterdam, waar ze leiding geeft aan in totaal 550 medewerkers. Daarnaast is ze lid van de Raad van Commissarissen van de NS, van Van Lanschot Bankiers en van Icare Productions.

“Ik ben op mijn best onder moeilijke omstandigheden. Een uitdaging kan mij niet groot genoeg zijn, kom maar op! Elke opera die we brengen is weer een nieuwe project. Daardoor blijft het werk, ook na 21 jaar, steeds weer ingewikkeld en spannend. Als het niet meer moeilijk was, ging ik wat anders doen.

Als iemand me ‘financieel directeur’ noemt, ben ik bijna beledigd. Ja, het huishoudboekje moet op orde zijn, maar het gaat om zoveel méér. Als zakelijk directeur ben ik verantwoordelijk voor het reilen en zeilen van het bedrijf. Ik vorm als het ware het scharnier tussen de dromen van de artistieke leider, Pierre Audi, en de zakelijke belangen van het bestuur. Elke artistieke keuze wordt immers begrensd door tijd, geld, ruimte en menskracht. Ik zeg pas nee op een voorstel, als ik eerst alles heb geprobeerd om ja te zeggen. Men weet dat; daarom wordt mijn gezag geaccepteerd.

Vanaf mijn eerste werkdag – 1 september 1965 – heb ik altijd voltijd gewerkt. Ik was net zeventien en kwam zo van de HBS. ‘Ga toch studeren’, zeiden mijn ouders; mijn cijfers waren er goed genoeg voor. Maar ik wilde financieel zelfstandig zijn. Mijn moeder had ook graag gewerkt, maar had die kans nooit gekregen. Altijd afhankelijk van je ouders of je man; dat zou mij niet overkomen.

Ik begon als manusje-van-alles bij de Holland-Amerikalijn en werkte me gaandeweg omhoog. Negen jaar later stapte ik over naar de AVRO, als leidinggevende in het radiobedrijf. Van de 140 sollicitanten bleef ik met drie mannen over. Tijdens het sollicitatiegesprek stelde programmaleider Tom Nieuwenhuijsen allerlei impertinente vragen. Of ik verliefd of verloofd was en zo. Schandalig vond ik dat! Wat ik toen nog niet wist, was dat juist hij later mijn man zou worden.   

‘Je denkt toch niet dat ik voor zo’n jong meisje ga werken!’. Dat zei de secretaresse toen ik in 1974 bij de AVRO begon. Maar ze werd en bleef mijn secretaresse tot de dag dat ik vertrok. Grappig genoeg was zij de enige van wie ik ooit zoiets heb gehoord. De mannen aan wie ik leiding gaf hebben me vanaf het begin geaccepteerd.

Het was de tijd van de emancipatiebeweging en het feminisme. Ik begreep niet waar al die vrouwen zich zo druk over maakten. Van het slachtoffer uithangen is nog nooit iemand beter geworden. Je kunt beter van je eigen kracht uitgaan, en je niet afhankelijk maken van het oordeel van de buitenwereld. Zo heb ik het in ieder geval gedaan en ik heb me nooit door één man belemmerd gevoeld. Sterker nog, ze hebben me juist alle kansen gegeven.

In 1987 werd ik gevraagd om zakelijk directeur te worden bij De Nederlandse Opera. Ik wist meteen: daar zit ik op mijn plek. Ook al ging ik er in salaris op achteruit. Bij het reclamebureau waar ik op dat moment werkte, was er sprake van veel uiterlijk vertoon. Bij de Opera gaat het tenminste echt ergens over. We houden een eeuwenoude en waardevolle kunstvorm levend. Als ik zie hoe opgetogen en ontspannen bezoekers na een voorstelling de zaal verlaten, weet ik: dit heeft betekenis.

Als leidinggevende ben ik heel kritisch en veeleisend. Medewerkers krijgen constant feedback over hoe ze het er vanaf brengen. Tot vervelends toe waarschijnlijk. Maar ik verwacht van hen dat ze dat naar mij óók doen. Door schade en schande heb ik moeten leren dat mensen op de werkvloer soms een beetje bang voor me zijn. Ik ben nogal nadrukkelijk aanwezig, praat veel en snel. En ik heb de neiging aan anderen dezelfde hoge eisen te stellen als aan mezelf. Dat is niet altijd even handig.

Ik heb heel lang gedacht dat ik niet ambitieus was, omdat ik nooit een specifieke functie heb nagestreefd. Ik vond dat ik gewoon geluk had gehad met al die leuke banen. Mettertijd ben ik me ervan bewust geworden dat ik zelf een belangrijk aandeel heb gehad in mijn succes. Bovendien: jezelf continu willen ontwikkelen en verbeteren zoals ik doe, is evenzeer een ambitie. Nu durf ik vol overtuiging te zeggen dat ik het heerlijk vind om de baas te zijn. En dat ik er nog goed in ben ook.

Alles wat ik doe, doe ik vol overgave. Ik ben grenzeloos, in hoeveel tijd ik in mijn werk steek en in hoeveel aandacht ik mensen geef. Dat is een heerlijke manier van leven, maar het vormt ook een gevaar. De balans is namelijk gauw zoek. Tot vijf jaar geleden zorgde mijn man voor het evenwicht. Hij was mijn klankbord en mijn inspiratiebron. Bovendien dwong hij me af en toe rust te nemen, bijvoorbeeld door samen weg te gaan. Sinds zijn dood in 2003 is het me nog niet gelukt die harmonie terug te vinden. Er zijn weken dat ik niet één avond thuis ben. En vakantie in mijn eentje vind ik een ramp, dus dat komt er ook niet van. Mijn missie voor de komende jaren is: meer tijd voor mezelf. Dat is beter voor mij én voor het bedrijf. Uiteindelijk moeten ze straks ook zonder me kunnen.”

Jeannine Peek (40) is sinds 1 mei 2008 algemeen directeur van uitzendorganisatie Content. Het is haar tweede directeursfunctie; al op haar 36ste was ze directeur publieke sector van het computerbedrijf Dell Nederland. Daarvoor werkte ze onder andere bij KPN en Worldcom. Jeannine is getrouwd en heeft twee dochters, Emma (7) en Roos (5).

“Voor ik bij Content kwam, werkte ik voornamelijk met mannen. Wat carrièrekansen betreft heeft me dat nooit belemmerd. Nou ja, één keer misschien, toen er een man als directeur werd benoemd, terwijl ik mezelf meer geschikt vond voor die functie. Achteraf neem ik dat niet zozeer het bedrijf, als wel mezelf kwalijk. Ik had duidelijker moeten laten blijken dat ik geïnteresseerd was in die baan. ‘Als ik maar heel hard werk, begrijpt mijn baas wel dat ik hogerop wil’, dacht ik. Niet dus. Vandaar dat ik vrouwen die carrière willen maken ook altijd adviseer: wees niet te bescheiden. Steek je vinger op. Informeer je baas over je ambities. Doe je dat niet, dan pikt een man geheid je plek in. Die komen namelijk wél voor zichzelf op.

Sowieso mogen werkende vrouwen wel wat meer van zich laten horen. Een man meldt aan het eind van het jaar bij zijn baas dat het tijd is voor een salarisverhoging, en eigenlijk zelfs een promotie. Vrouwen doen dat niet, uit angst arrogant of bitchy gevonden te worden. Ze wachten liever af tot de baas naar hen komt. Met als resultaat dat er niets gebeurt. Dat geldt trouwens ook voor de hele discussie over het glazen plafond. Het zijn niet alleen de mannen die daar verantwoordelijk voor zijn; we doen dat ook onszelf aan. Vrouwen nemen simpelweg te weinig het heft in eigen handen. Niet dat ambitieuze vrouwen allemaal mannelijk moeten worden in hun gedrag. Maar snappen hoe mannen in elkaar zitten en daar rekening mee houden is wel handig.

Het werken met mannen heeft veel voordelen. Ze zijn heel duidelijk en direct in hun communicatie. Je weet altijd precies waar je aan toe bent met ze. Wat dat betreft ben ik bij Content in een totaal andere wereld terecht gekomen. 85% van de medewerkers is vrouw. Dat maakt de organisatie ongelofelijk sociaal en warm. Het persoonlijke staat voorop, er wordt goed voor elkaar gezorgd. Dat is een kracht, maar ook een risico.

In onze maatschappij word je als meisje al van jongs af aan geleerd dat je niet mooier of slimmer mag zijn dan je vriendinnen. Iedereen is even belangrijk. Die houding zie je ook bij dit bedrijf terug. Er zijn ontzettend veel goede ideeën. Ze worden alleen niet uitgesproken, omdat vrouwen zich niet beter willen voordoen dan de rest.

Een ander probleem is de indirecte communicatie. Feedback op het werk wordt al gauw gezien als een persoonlijke aanval. Voor je het weet is een medewerker in tranen. Dat vind ik niet gezond, want als je een bedrijf wilt laten ontwikkelen moet je wel commentaar op elkaar kunnen geven. Wat dat betreft mag het allemaal wel wat mannelijker, wat zakelijker worden.

Onlangs had ik een gesprek met een wat oudere directeur van een ander bedrijf. Die dacht dat het niet kon, overstappen van zo’n mannelijke naar zo’n vrouwelijke omgeving. Maar ik vind het juist geweldig om allebei mee te maken. Op deze manier kan ik het beste van twee werelden combineren. Bovendien maakt het feitelijk niet uit of je nu computers verkoopt of mensen aan het werk helpt; zolang je je maar wilt verdiepen in de medewerkers, in de cultuur van het bedrijf. Van nature ben ik heel nieuwsgierig, dus vind ik het geweldig om me een nieuwe omgeving eigen te maken. Overigens gaat dat niet vanzelf. In het begin werd mijn directheid me niet altijd in dank afgenomen. Wat bij Dell ‘professioneel gedrag’ was, wordt hier al gauw als ‘hard’ of ‘afstandelijk’ gezien. Wat dat betreft moet ik zoeken naar een nieuwe balans.

Ik werk voltijd. Dat heb ik altijd gedaan, ook na de geboorte van mijn twee dochters. Dat kan, omdat mijn man door de week de zorg voor hen op zich neemt. Hij heeft een bedrijf aan huis, en kan daardoor flexibeler met zijn werktijden omgaan. Hij brengt de kinderen naar school en haalt ze weer op. ’s Middags is hij bij hen thuis . Toen de meisjes heel klein waren, bemoeide ik me overal mee. Maar dat leidde alleen maar tot onduidelijkheid en misverstanden. Nu bemoei ik me er dus gewoon niet meer mee. Of in ieder geval zo min mogelijk. Dat is wel zo duidelijk en zorgt voor rust, bij mij en bij de rest van het gezin. Natuurlijk zijn er momenten dat ik op mijn tong moet bijten om niets te zeggen. Maar als ik zie hoe geweldig mijn man het doet en hoe gelukkig de meiden zijn, weet ik dat het beter is zo.

De vraag die ik standaard van vrouwen in mijn omgeving krijg is: ‘hoeveel dagen werk je nog?’. Bij het antwoord gaan de wenkbrauwen ver omhoog. Direct kritiek uiten doen mensen niet, maar het is duidelijk dat een meer-dan-voltijd baan voor een moeder met jonge kinderen nog altijd uit den boze is. Vroeger kon ik me daar nog wel eens schuldig over voelen. Tot ik erachter kwam dat me dat gevoel vooral werd aangepraat. Mijn kinderen krijgen alle liefde en aandacht van de wereld; er staat altijd een ouder voor ze klaar. Dat is waar het écht om gaat. Wat de buitenwereld er verder van denkt, is onbelangrijk.

Natuurlijk hoop ik dat mijn dochters later ook voor een carrière kiezen. Maar ik zou niet willen dat ze dat doen om mij een plezier te doen. De ambitie moet echt uit henzelf komen. Voordeel is wel dat ze uit eerste hand ervaren dat een carrière en een gezin prima samen kunnen gaan. Dat maakt de keus voor hen later hopelijk makkelijker.”

Sinds 1988 heeft Pamela Boumeester (50) diverse functies bij de Nederlandse Spoorwegen vervuld. Momenteel is ze algemeen directeur van NS Poort, de poot van de bedrijf die verantwoordelijk is voor de stations en het vastgoed. Pamela is getrouwd met de directeur Tickets & Service van het reizigersbedrijf van de NS.

“De NS is een echt mannenbedrijf. Van het totale personeelsbestand is 25% vrouw, maar bij NS Poort is dat maar 10%. In 1988 begon ik als managementtrainee. Treinen of techniek deden me weinig – ik was net afgestudeerd in geschiedenis – maar het praktische van de NS sprak me aan. Na een half jaar zei mijn baas: ‘de leidinggevende in Den Bosch gaat weg, hier zijn de sleutels’. Was ik opeens de chef van een stuk of dertig machinisten en rangeerders! Allemaal mannen ja. Of dat acceptatieproblemen gaf? Helemaal niet. Ze hadden er wel lol in dat ze een bijzonderheid in huis hadden.

Het feit dat je de baas bent geeft je niet automatisch gezag; dat heb ik echt moeten verdienen. Ik ging met ‘mijn’ mannen mee op pad, probeerde me zoveel mogelijk in hun schoenen te verplaatsen. Zodra ik doorhad wat voor hen belangrijk was, maakten we samen een plan. Zo gaf ik toen leiding, en zo doe ik dat nu nog steeds.

Het feit dat ik naar ze luisterde betekende overigens niet dat ik alles klakkeloos accepteerde. Toen ik begon hing het kantoor vol naaktfoto’s. Daar wilde ik echt niet continu tegenaan kijken. Ik heb de mannen de keus gegeven: de plaatjes in hun kastjes plakken of ze helemaal weghalen. Als ze echt stoer waren, namen ze ze mee naar huis. Daar werd smakelijk om gelachen, maar de foto’s verdwenen wel.

De NS is een bedrijf dat midden in de samenleving staat. Letterlijk, want je maakt je product waar de klanten bij staan. En die reizigers, dat zijn er wel acht miljoen per jaar! Bovendien verleen je ook nog eens een maatschappelijke relevante dienst. Zonder mobiliteit komt het land immers tot stilstand. Dat, tezamen met de complexiteit van de organisatie, maakt dat ik het werk na twintig jaar nog steeds boeiend vind.

Bij NS Poort ben ik verantwoordelijk voor alles wat met de stations en het vastgoed te maken heeft. Reizen gaat namelijk over méér dan alleen treinen laten rijden. Als je op de fiets naar het station komt, wil je graag dat je die droog en veilig kunt stallen. En dat je er lekkere koffie kunt halen, als je ’s ochtends geen tijd hebt gehad om te ontbijten. De reisketen noemen we dat: van het begin tot het eind goed verzorgd op weg.

De komende jaren krijgt een aantal grote stations een serieuze face-lift. Er komen meer en andersoortige winkels, gecombineerd met nieuwe diensten. Een apotheek bijvoorbeeld, of een loket waar je je postpakjes op kunt halen. Een ander project is om in een aantal steden huizen rond het station te bouwen. Alles om de omgeving prettiger te maken en de reiziger meer gemak te bieden.

In acht jaar ben ik opgeklommen van leidinggevende op het perron tot regionaal directeur. Natuurlijk kreeg ik af en toe te maken met vooroordelen. Dan kwam er een man mijn kamer binnenlopen en zei ‘oh, er is hier niemand’. Of de heren aan de vergadertafel keken me allemaal verwachtingsvol aan wanneer ik koffie in zou schenken. Dat soort situaties heb ik altijd met een grapje afgedaan. Humor is bij uitstek een manier om met elkaar in verbinding te blijven. Dat werkt beter dan boos te worden en jezelf buiten de groep te plaatsen.

Ik benader mensen met nieuwsgierigheid, probeer uit te vinden wat hen drijft. Daarbij is het interessanter om een goede vraag te stellen dan om een slim antwoord te verzinnen. Uiteindelijk draait het erom medewerkers het beste uit zichzelf te laten halen. Dat is wat me als baas voldoening geeft. En goede resultaten voor het bedrijf realiseren natuurlijk.

In mijn team probeer ik altijd een mix te maken van mannen en vrouwen. En mijn secretaresse is een man. Die diversiteit komt de creativiteit ten goede. Mannen en vrouwen denken en werken nu eenmaal anders. In plaats van elkaar daar vreemd op aan te kijken, kun je er als organisatie ook gebruik van maken. ‘Anders’ is niet eng, maar inspirerend.

Ik heb mijn hele leven voltijd gewerkt. Dat is geen verdienste, ik vind het gewoon leuk. Als het nodig is werk ik zeven dagen per week. Er is maar één moment in de week heilig: de woensdagavond. Dan zorgen mijn man en ik dat we allebei thuis zijn. Helaas is er dan  vaak voetbal op tv. Inderdaad, hij houdt daar wel van en ik niet.

Werk en privé zijn voor mij prima in balans. Zoveel mogelijk huishoudelijke klussen uitbesteden, dat is de oplossing. En je er verder vooral niet druk om maken. We hebben een heleboel dieren, dus het huis ligt altijd vol honden- en kattenharen. Kan me niets schelen. En dat mijn onderbroeken de ene week links in de la liggen en de volgende week rechts maakt me ook niet uit. Als ik ze maar kan vinden.

Piekeren over mijn werk doe ik eigenlijk nooit. Als ik thuis ben, is het klaar; ik heb de gave dat ik de knop goed kan omzetten. Zit me toch iets dwars, dan rust ik niet voor ik het probleem heb opgelost. Die daadkracht is me met de paplepel ingegoten. ‘Nooit vooraf denken dat iets niet kan’, zeiden mijn ouders altijd. ‘Probeer eerst maar eens of het wél lukt.’ Dat geef ik mijn medewerkers ook mee. En zorg ervoor dat je lol hebt in wat je doet. De dag dat ik mijn werk niet meer geinig vind, houd ik ermee op.”

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: