HOREN, ZIEN EN….

6 Mei

scannen00091scannen00101

 

Het zicht, het gehoor, de reuk, de smaak en de tast: ze vormen onze link met de buitenwereld. Via onze zintuigen ervaren we wat er om ons heen gebeurt, en kunnen we met anderen communiceren. Helaas laten de zintuigen ons met het ouder worden nog wel eens in de steek. 

Als u ouder wordt, gaan uw zintuigen geleidelijk minder goed functioneren. Dat is overigens een heel normaal verschijnsel. Pas als u er echt last van krijgt, bijvoorbeeld omdat u minder goed ziet of hoort, is het tijd om actie te ondernemen. Of dat op jonge of juist oudere leeftijd gebeurt, hangt af van uw erfelijke aanleg en van hoe gezond u leeft. Schadelijke factoren van buitenaf, zoals hard geluid of fel zonlicht, kunnen de achteruitgang verergeren.

 

Zien

Het eerste wat u merkt, is dat uw zicht minder wordt. Dat gebeurt bij iedereen, maar de leeftijd waarop u daar iets van merkt verschilt van persoon tot persoon. Vanaf een jaar of 40 worden de spieren in het oog en de ooglens starder, waardoor het lezen moeilijker gaat. Kleine lettertjes zijn slechter te onderscheiden, en u heeft meer licht nodig.

 

Later kunt u ook minder goed in de verte gaan zien. Dat kan het gevolg zijn van een  vertroebeling van de ooglens zijn. De aandoening die dan ontstaat wordt staar  genoemd. Zit u vaak in de zon zonder zonnebril, dan gaat het proces van staarvorming sneller. Een andere oorzaak voor minder goed ver kunnen zien is de van veroudering van het netvlies in het oog, macula degeneratie genaamd. Ook bepaalde ziektes zoals diabetes, of het gebruik van medicijnen als prednison of cytostatica (chemotherapie), kunnen zichtklachten versnellen of verergeren.

 

Omdat het proces van achteruitgang continu doorgaat, heeft uiteindelijk zo goed als iedereen een bril of contactlenzen nodig. In totaal dragen zo’n 9 miljoen Nederlanders één van beide.

 

Ruiken en proeven

Na het zicht zal uw reuk minder worden. Met elke flinke verkoudheid of andere vorm van luchtweginfectie neemt het aantal reukcellen in de neus af. Een geheel natuurlijk verschijnsel, maar in sommige gevallen kan verlies van het vermogen om te ruiken een symptoom zijn van een hersenziekte, zoals Parkinson.

 

Omdat geur bepalend is voor wat we proeven, denken mensen vaak dat met het verlies van reuk ook hun smaak achteruit gaat. Niet waar. De smaakpapillen waarmee u zoet, zuur, zout en bitter onderscheidt, worden nauwelijks  aangetast door het verouderingsproces. Dat kan wel bij bepaalde ziektes of medicijngebruik gebeuren. Bij een zware chemokuur bijvoorbeeld sterven de papillen op de tong af. Kankerpatiënten krijgen dan een gladde, onnatuurlijke tong. Soms keert het vermogen om te proeven weer terug, wanneer de papillen zich herstellen. Een enkele keer blijft de smaak verstoord, of maakt de mond te weinig speeksel aan waardoor het proeven moeilijker wordt. Stevige rokers raken hun smaak gemiddeld tien jaar eerder kwijt dan niet-rokers.

 

Horen

Gehoorproblemen beginnen over het algemeen pas boven de 70. De zenuwcellen in het oor sterven langzaam af, waardoor er minder geluidsignalen aan de hersenen worden doorgegeven. Dat proces gaat sneller, als u gedurende uw leven veel aan harde geluiden blootgesteld bent geweest. Ook infecties of bepaalde medicijnen zoals het antibioticum gentamicine kunnen gehoorverlies veroorzaken. De verzamelnaam voor door medicijnen veroorzaakte hoorproblemen is ototoxiciteit. Een medicijn is ototoxisch als het de functie van het binnenoor aantast. Dat kan drie effecten hebben: gehoorverlies, oorsuizen en aanvallen van duizeligheid met misselijkheid en braken.

 

Bij gehoorverlies is het belangrijk om snel actie te ondernemen. Voor elke vorm van slechthorendheid is er tegenwoordig wel een gehoorapparaat, dat je bovendien nauwelijks meer ziet. Een gehoorapparaat stimuleert de gehoorcellen, waardoor verdere achteruitgang wordt gestopt. Maar eenmaal opgelopen schade is niet meer te herstellen, óók niet met een gehoorapparaat. Kortom: hoe langer u wacht, hoe minder effect een gehoorapparaat nog heeft.

 

Voelen

In vergelijking met slechter zien en horen komt het verlies van de tastzin relatief weinig voor. Soms gebeurt het dat gevoelzenuwen in de huid afsterven, meestal eerst in de voetzolen. Patiënten voelen minder goed hoe hun voeten op de grond staan. Dat gaat al dan niet gepaard met tintelingen. Later kunnen ook klachten aan de handen ontstaan. Een tekort aan vitamine B12 kan daarvan de oorzaak zijn, net als een beroerte. In het laatste geval raakt het hersengebied beschadigd waarmee ‘gevoel’ wordt waargenomen. Afhankelijk van de plaats van het defect kan ook het zicht of het gehoor bij een beroerte worden aangetast.

 

Dat oudere mensen door een verminderde tastzin minder pijn voelen is een misverstand. Pijn is een oerinstinct dat altijd in stand blijft. Oók als de fijne gevoelssignalen minder goed aan de hersenen worden doorgegeven.

 

Trainen

Hersencellen zou je kunnen trainen om actief te blijven, zo horen we steeds vaker. Voor zintuigen gaat die vlieger helaas maar deels op. Zenuwcellen die eenmaal zijn afgestorven, komen nooit meer terug. Het deel van het gehoor dat verloren is gegaan, kunt u er dus niet weer ‘aantrainen’. De cellen die overblijven zoveel mogelijk stimuleren heeft echter wél zin. Immers: wat je niet gebruikt, raak je kwijt.

 

Voor zintuigen bestaan geen kant-en-klare oefeningen, zoals hersengymnastiek. Maar u kunt ze wel heel bewust ‘benutten’. Probeer bijvoorbeeld eens op een vaste route naar huis tien dingen waar te nemen die u niet eerder opgevallen waren. Benoem voor uzelf de geuren die u ruikt als in het bos loopt. En varieer zoveel mogelijk in de smaken die u eet. Op die manier houdt u uw zintuigen ‘bij de tijd’.

 

[Kader]

Verminderd zicht

  • Eerste signalen: kleine lettertjes niet meer kunnen lezen en/of meer licht nodig hebben om te kunnen lezen. Bij staar wordt het gehele zichtvermogen minder.
  • Mogelijke gevaar: als u obstakels minder goed ziet is de kans groter dat u struikelt of valt. Met slechte ogen wordt u eerder door de zon verblind in het verkeer. Als u bang wordt om naar buiten te gaan, kunt u in een sociaal isolement terecht komen. Bijkomende lichamelijke risico’s van minder goed zien zijn: hoofdpijn, vermoeidheid, duizeligheid of branderige ogen.
  • Oplossing:
    – laat uw ogen tijdig nakijken door een opticien: boven de 40 jaar heeft bijna iedereen een leesbril nodig;
    – informeer zo nodig ook naar andere hulpmiddelen, zoals een loep;
    – gaat het lezen lastig, probeer dan eens een boek op cd;
    – zorg voor goede verlichting in huis;
    – verwijder zoveel drempels en andere obstakels in huis;
    – draag in de zon altijd een zonnebril met een goed UV-filter;
    – voelt u zich niet zeker op straat, laat u dan door iemand vergezellen;
    – bij staar is een operatie op optie.

 

Verminderd gehoor

  • Eerste signalen: tv of radio harder moeten zetten, geen afzonderlijke stemmen meer kunnen onderscheiden, verkeer minder goed kunnen horen aankomen.
  • Mogelijk gevaar: verminderde alertheid in het verkeer, misverstanden in de communicatie, sociaal isolement omdat gesprekken in groepen niet goed meer te volgen zijn. Bijkomende lichamelijke risico’s van gehoorverlies zijn kans op verhoogde bloeddruk, vermoeidheid en concentratieverlies. Let op: eenmaal opgedane gehoorschade is niet meer te herstellen met een gehoorapparaat.
  • Oplossing:
    – laat tijdig uw gehoor nakijken in een gehoorwinkel; óók als u zelf nog weinig klachten ondervindt, maar uw omgeving opmerkt dat u slechter hoort;
    – voor bijna elke vorm van gehoorvermindering is er tegenwoordig een gehoorapparaat;
    – vermijd drukke ruimtes met veel mensen;
    – zorg ervoor dat u recht tegenover en niet te ver bij uw gesprekspartner vandaan zit;
    – laat de mensen in uw omgeving weten dat uw slechter hoort.  

 

Verminderde tastzin

  • Eerste signalen: minder gevoel in de voetzolen en soms ook in de handen. Niet goed meer voelen hoe de voeten op de grond staan. Tintelingen.
  • Mogelijk gevaar: als de tastzin in de voeten afneemt, bestaat de kans dat u andere klachten op die plek, zoals wondjes, minder snel opmerkt.
  • Oplossing:
    – als een tekort aan vitamine B12 de oorzaak is: een supplement;
    – om andere klachten aan de voeten te voorkomen: regelmatige verzorging door een pedicure;
    – sommige mensen met een verminderd gevoel in hun voetzolen hebben baat bij een regelmatige voetmassage.

 

Verminderde reuk- en smaakzin

  • Eerste signalen: minder geuren kunnen onderscheiden, vaak na een luchtweginfectie, en als gevolg daarvan ook minder goed kunnen proeven.
  • Mogelijk Gevaar: meestal is de achteruitgang van het reukvermogen een normaal verschijnsel van veroudering en het levert het geen praktische gevaren op. Een (klein) risico kan bijvoorbeeld zijn dat u niet meer ruikt of proeft of eten bedorven is of niet. Let wel: reukverlies kan soms samenhangen met een hersenziekte, zoals de ziekte van Parkinson. Gaat het gepaard met andere symptomen, zoals trillen of evenwichtsverlies, ga dan naar de huisarts.
  • Oplossing:
    – indien u rookt: stoppen met roken.

 

Bronnen:

  • Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS)
  • Gerard Ligthart en Cora de Vos, Ouder worden, en nu? Praktische gids voor gezond ouder worden (Uitgeverij Boom, 1997).

 

Met medewerking van Judith Wilmer, klinisch geriater in het Catharina Ziekenhuis in Eindhoven.

 

 

[Kader]

Horen en zien: de feiten

Slechter zien en horen geven de meeste klachten als het om de achteruitgang van de zintuigen gaat. De feiten op een rij.

  • In Nederland dragen zo’n 9 miljoen mensen een bril of contactlenzen. Het gebruik neemt toe met de leeftijd. Eén op de tien kinderen van 10 jaar heeft een bril. Rond de 30 jaar is dat aantal al vier op de tien. Rond het 55ste jaar hebben vrijwel alle Nederlanders een bril of contactlenzen.
  • Tot 40 jaar hebben drie van de vier mensen een bril vanwege bijziendheid. Vanaf 40 jaar beginnen de leesproblemen. Dat is het moment waarop de leesbril wordt aangeschaft.
  • Rond het 60ste levensjaar ontstaan vaak problemen bij met het zien in de verte. Twee van drie ouderen geven dan de voorkeur aan een bril die geschikt is om zowel dichtbij als veraf te kunnen zien (met multifocale glazen).
  • De Wereld Gezondheid Organisatie WHO schat in dat er in Nederland ongeveer 62.000 mensen van 40 jaar en ouder zonder bril of contactlenzen rondlopen, terwijl ze die eigenlijk wel nodig hebben. 
  • Een aandoening als staar treedt meestal pas boven de 60 op.
  • Bij een gehoorverlies van 35 decibel of meer heeft iemand een gehoorapparaat nodig. Volgens de Nationale Hoorstichting is dat het geval bij 25% van de 65-jarigen, 50% van 75-jarigen en 75% van de 85-jarigen. Desondanks draagt tweederde van de mensen die een gehoorapparaat nodig hebben er géén. 
  • Gehoorverlies kan vanaf het 30ste jaar beginnen. Verreweg de meeste mensen krijgen echter pas klachten boven de 70.
  • Bij vrouwen gaat het gehoorverlies langzamer dan bij mannen. Dat verschil kan oplopen tot 10 decibel. Vrouwen hebben meer kans om zonder gehoorapparaat oud te worden, of ze zijn pas op latere leeftijd aan zo’n apparaat toe.
  • Het gehoor kan sneller achteruit gaan door langdurige blootstelling aan lawaai, bijvoorbeeld op het werk, of door het gebruik van sommige geneesmiddelen.

 

[Kader]

Waar of niet waar?

  • Het gebruik van hoofdtelefoons kan doofheid veroorzaken
    Het gebruik van hoofdtelefoons op zichzelf niet. Wel als u het geluid langdurig veel te hard zet.
  • Veel naar een televisie- of computerscherm kijken is slecht voor je ogen
    Nee, dat is niet bewezen. Hetzelfde geldt voor lezen met te weinig licht: dat kan voor zover we nu weten ook geen kwaad.
  • Van een bril of lenzen op verkeerde sterkte worden je ogen slechter
    Niet waar; de ogen gaan daar niet van achteruit.
  • Vitamine B1 en B2 helpen om de achteruitgang van het zichtvermogen tegen te gaan.
    Nee. Regelmatig verschijnen in het nieuws berichten over vitamines die beter helpen horen of zien. Maar dat effect is nog van geen enkele vitamine (of ander supplement) wetenschappelijk aangetoond.
  • Als je minder goed ruikt, werkt je spijsvertering minder goed.
    Ook niet waar. De geur van eten zet het proces van spijsvertering mede in werking. Maar het is niet zo dat als je minder goed ruikt, de spijsvertering ook minder goed werkt.
  • Het dagelijks benoemen van geuren helpt om het reukvermogen scherp te houden.
    Hoewel dat niet bewezen is, ligt het wel voor de hand. Hetzelfde geldt voor het eten van ingrediënten met veel verschillende geuren en smaken.
  • Smaakverlies kan het gevolg zijn van een depressie
    Smaakverlies is geen klinisch symptoom van depressie. Maar het kan wel zo zijn dat iemand met een depressie minder zin heeft om te eten.
Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: