PITTIGE DISCUSSIES TIJDENS LEIDS ONDERWIJSDEBAT

11 Mei

Scannen0012

‘Studenten hebben recht op op een stagevergoeding voor coschappen’. En ‘In de bachelorfase Geneeskunde is Engelstalig onderwijs overbodig en onwenselijk’. Dat waren twee van de prikkelende stellingen die op 14 april aan de orde kwamen tijdens het Leidse Onderwijsdebat 2009.

 

Tijdens het jaarlijks terugkerende debat, dat werd georganiseerd door M.F.L.S – de Leidse studievereniging voor studenten Geneeskunde en Biomedische Wetenschappen – namen voor- en tegenstanders van vier actuele thema’s het tegen elkaar op. Het publiek van docenten en studenten, dat in grote getale was toegestroomd, werd aangemoedigd actief deel te nemen aan de discussie. Via stemkastjes hadden zij de mogelijkheid om zich vóór of tegen de verschillende stellingen uit te spreken.

 

Maurits Buiten, voorzitter van het KNMG Studentenplatform, en ir. Maarten le Clercq, lid van de Raad van Bestuur van het LUMC, beten het spits af met hun pleidooi over de stagevergoeding voor coschappen. Als voorstander haalde Maurits Buiten de CAO van de GGZ aan. De daarin gebruikte definitie van een stagiair is één op één van toepassing op een coassistent, betoogde hij. Bovendien hebben coassistenten vanwege hun lange werkweken geen mogelijkheid om geld te verdienen met een bijbaantje.

 

RvB-lid Le Clerq stelde daar tegenover dat het illegaal is een geneeskundestudent voor zijn werk te betalen, omdat hij officieel nog niet bevoegd is zelfstandig medisch te handelen. Bovendien zou extra geld voor een stagevergoeding in deze economisch moeilijke tijd volgens hem ten koste gaan van patiëntenzorg. Een van de toeschouwers – een docent – voegde daaraan toe dat een coassistent vanwege de uitgebreide begeleiding nog altijd meer kóst dan hij oplevert. Het bleek onvoldoende om het publiek te overtuigen: bij de stemming met stemkastjes sprak een meerderheid zich uit vóór een stagevergoeding voor coassistenten.

 

De meest levendige discussie ontstond over de stelling ‘In de bachelorfase Geneeskunde is Engelstalig onderwijs overbodig en onwenselijk’. Bij aanvang van het debat bleek 25% van de aanwezigen het daarmee eens en 75% oneens. Docent en blokcoördinator dr. Arko Gorter presenteerde zich als een overtuigd voorstander van de stelling. Hij betoogde dat het overgrote deel van de toekomstige artsen zich voornamelijk met Nederlandse patiënten gaat bezighouden, en dat het daarom essentieel is dat zij de medische terminologie in hun moedertaal aanleren. De kennis daarvan is onder de maat, aldus Gorter. “Lees de tentamens er maar op na!” Bovendien zorgt Engelstalig onderwijs in de bachelorfase volgens hem voor minder diepgang bij colleges, en werpt het een drempel op om vragen te stellen.

 

Student assessor Maarten Vink deelde de mening van Gorter in het geheel niet. In zijn weerwoord legde hij de nadruk op de internationalisering. Een groot deel van de geneeskundestudenten brengt een periode in het buitenland door. En misschien nog belangrijker: de wetenschappelijke voertaal is Engels. 95% van alle medische artikelen wordt in het Engels gepubliceerd, bracht Vink in. Willen studenten bijblijven op hun vakgebied, en wil het LUMC in het onderzoek voorop lopen, dan is Engelstalig onderwijs een must, zo besloot hij zijn betoog.

 

In het publiek bleken de meningen zeer verdeeld. Sommige studenten waren ronduit blij met Engelstalig onderwijs in de bachelorfase, omdat ze zich daarmee in het buitenland beter staande kunnen houden. Anderen vonden Engelstalig onderwijs niet nodig, maar gaven aan wel behoefte te hebben aan les in ‘shoptalk’, oftewel vaktaal, om hen te helpen bij het schrijven van papers en artikelen in het Engels. De meeste docenten die zich in het debat mengden, spraken zich uit voor een bachelor in het Nederlands. Daarbij liet men niet na hand in eigen boezem te steken; lang niet alle docenten zouden de Engelse taal op zo’n niveau beheersen, dat ze er met voldoende diepgang les in kunnen geven.

 

Aan het eind van de discussie werd nogmaals over de stelling gestemd. Waar vooraf 25% Engelstalig onderwijs in de bachelorfase onzin vond, was dat percentage naderhand gestegen naar 33%. Een kleine overwinning voor Arko Gorter. Maar of zijn strijd tegen Engelstalig onderwijs in de bachelorfase daarmee ook gewonnen is….?

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: