NOOIT MEER BANG VOOR DE TANDARTS

20 Jun

Scannen0011Scannen0012

Ruim 400.000 Nederlanders worstelen ermee: een tandartsfobie. Ze zijn zo bang voor de tandarts, dat ze er niet naartoe durven. Nog veel meer mensen lijden weliswaar niet aan een fobie, maar zien er wel tegenop om naar de tandarts te gaan.

Iedereen is wel eens bang. Dat is heel gezond: veel angsten, zoals voor ongelukken of hoogtes, beschermen je tegen gevaar. Maar je kunt ook een angst ontwikkelen voor iets dat in werkelijkheid helemaal geen risico oplevert. Wordt die vrees zo erg dat hij je dagelijks leven beïnvloedt, dan spreekt men van een fobie. Zo’n 12% van alle Nederlanders lijdt aan een fobie. De meest voorkomende? Angst voor de tandarts.

Ben je bang voor spinnen of liften, dan kun je die over het algemeen goed vermijden. Maar met de tandarts is dat lastiger. Bij heftige kiespijn moet je er wel naartoe voor een behandeling. Die onontkoombaarheid verklaart waarom tandartsangst zo vaak voorkomt. Naarmate het tandbederf en de pijn toenemen, wordt de vrees voor wat je in de tandartsstoel te wachten staat steeds erger. Dat, en de schaamte die er vaak bij komt kijken, maakt dat maar weinig mensen hulp zoeken. Helaas, want aan tandartsangst is prima wat te doen.

Schooltandarts 

“Een tandartsfobie ontstaat bijna altijd op jonge leeftijd, nadat een kind een traumatische ervaring bij de tandarts heeft gehad”, vertelt angsttandarts en psycholoog Ad de Jongh. “Nare ervaringen worden zestien keer intenser beleefd dan ‘neutrale’. Bovendien kan er een negatieve overtuiging uit ontstaan. ‘Tandartsen doen me altijd pijn’, bijvoorbeeld. Als je er niets aan doet, kun je daar de rest van je leven last van houden.”  

Vooral de schooltandarts heeft in het verleden grote schade aangericht, aldus De Jongh. “Veel veertigers en vijftigers herinneren het zich nog als de dag van gisteren. Met z’n tweeën of drieën tegelijk werden ze behandeld, zodat ze bij elkaar zagen wat een vreselijke dingen de tandarts deed. In die tijd stond niemand er bij stil dat het misschien verstandiger was om een ouder of een andere vertrouwde persoon mee te laten gaan. Bovendien waren de gebitten veel slechter dan nu, en gebruikte men nauwelijks verdovingen. Al met al was het een ware kweekvijver voor tandartsangst.”

De Jongh is bijzonder hoogleraar angst- en gedragstoornissen aan het Academisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam (ACTA), waar hij onderzoek doet naar tandartsfobieën. Zo ontdekte hij dat angst voor de tandheelkundige behandeling niet zozeer ontstaat door een extreme pijnervaring, als wel door het gevoel van hulpeloosheid dat patiënten in de tandartsstoel ervaren. “Mensen met een tandartsfobie hebben het idee dat ze geen controle over de situatie hebben. Ze zijn letterlijk en figuurlijk overgeleverd aan de wil van de tandarts, zo voelen ze dat. Met als gevolg dat ze bijvoorbeeld gaan zweten, trillen, hyperventileren of misselijk worden. Alleen de gedachte aan de tandarts kan al zulke symptomen oproepen. Vandaar dat veel mensen met een tandartsfobie zich helemaal niet meer laten behandelen.”

Vertrouwen 

Ben je bang om naar de tandarts te gaan, praat daar dan met hem of haar over. De Jongh: “De meeste tandartsen zijn goed in staat hun patiënten gerust te stellen. Het belangrijkste is dat hij of zij de behandeling voorspelbaar maakt door je precies uit te leggen wat er op welk moment gaat gebeuren. Zo ontstaat er een vertrouwensband. En door met hem of haar af te spreken dat je de behandeling op elk moment kunt stoppen, bijvoorbeeld door je hand op te steken, krijg je het gevoel van controle terug.”

Als je zo angstig bent dat je helemaal niet meer naar de tandarts durft, kan een speciale angsttandarts uitkomst bieden. De Jongh: “Angsttandartsen hebben een aanvullende opleiding van drie jaar gehad, waarin ze alles leren over hoe fobieën ontstaan en vooral ook hoe je er weer vanaf kunt komen. Een patiënt die bij ons komt, krijgt eerst een intakegesprek, zodat we precies weten met wat voor angst we te maken hebben en waar die vandaan komt. Op basis daarvan wordt een behandelplan opgesteld. Soms kunnen we direct aan de slag. Is de angst te erg, dan passen we eerst exposuretherapie toe.”

Exposure 

Als je ergens heel bang voor bent, probeer je dat uit alle macht te vermijden. Door middel van exposure – letterlijk ‘blootstelling’ – leer je dat de werkelijkheid veel minder erg is dan de angstige verwachting. De Jongh: “Om van de tandartsangst af te komen helpt het vaak om de ‘enge’ situatie juist op te zoeken. Je confronteert iemand letterlijk met zijn of haar ergste nachtmerrie. Door langzaam te wennen aan het geluid en gevoel van de boor bijvoorbeeld. De horrorverhalen die iemand zichzelf al die tijd heeft voorgehouden, worden zo vervangen door realistische, positieve ervaringen.”

Exposuretherapie werkt over het algemeen heel goed. Maar soms is die aanpak alleen niet voldoende, aldus De Jongh. “Driekwart van de mensen met een tandartsfobie heeft daarnaast nog andere angststoornissen, of lijdt aan een depressie of een posttraumatische stressstoornis. In zo’n geval is het wel eens verstandig om eerst naar een psycholoog of psychotherapeut te gaan. Daar werken we dan ook regelmatig mee samen.”

In de meeste Europese landen worden kalmerende medicijnen voorgeschreven aan patiënten met een tandartsfobie. Of ze worden onder volledige narcose behandeld. Ook in Nederland zijn er (privé)klinieken die een behandeling onder narcose bieden. De Jongh is er niet blij mee. “Met medicatie ga je de confrontatie uit de weg. Op de korte termijn lijkt dat een uitkomst. Maar in feite los je daardoor niets op. De angst blijft immers bestaan, en daarmee ook de zenuwen voor de tandarts en het schaamtegevoel dat daar vaak bij komt kijken.”

Pijnloos

De laatste jaren neemt het aantal mensen met een tandartsfobie langzaam af. Dat is onder andere het gevolg van allerlei nieuwe tandheelkundige technieken. De Jongh: “We kunnen steeds fijner en preciezer werken. Bovendien zijn er grote stappen gezet in de pijnbestrijding. Als je dat niet wilt, hoef je tegenwoordig helemaal niets meer van de behandeling te voelen.”

Ook niet onbelangrijk: tijdens de opleiding tot tandarts is er veel meer aandacht voor hoe patiënten zich voelen. Aan de universiteiten van Amsterdam krijgen studenten zelfs standaard het vak ‘tandartsangst’ onderwezen. Maar misschien wel de allerbelangrijkste verandering is dat het gemiddelde gebit anno 2009 in een veel betere conditie verkeert dan twintig of dertig jaar geleden, aldus De Jongh. “Er is gelukkig steeds meer aandacht voor goede gebitverzorging. Minder gaatjes betekent: minder behandelingen, minder kans op nare ervaringen, en daarmee minder kans op een tandartsfobie.”

Meer lezen? Ad de Jongh, Angst voor de tandarts (Koninklijke Van Gorcum BV, 2006), ISBN 90 232 4055 3, adviesprijs € 37,50.

[Kader]

Doodsbang was Ria Stoot-Droge (45), toen ze zich bij de Stichting voor Bijzondere Tandheelkunde (SBT) in Amsterdam meldde. Na een behandeling van een jaar is ze nog niet helemaal van haar angst af, maar durft ze in ieder geval weer naar de tandarts.

“Ik kan me niet herinneren dat ik ooit niet bang voor de tandarts ben geweest. Als kind moest ik naar een vreselijke man, een echte slager. Sindsdien ben ik panisch voor alles wat er in mijn mond moet gebeuren.

Eenmaal volwassen vertelde ik mijn tandarts elke keer dat ik doodsbang was, maar hij nam me totaal niet serieus. Sterker nog, als ik aangaf dat hij met de behandeling moest stoppen, negeerde hij dat. Een week voordat ik naar hem toe moest was ik bloednerveus en sliep ik amper. In de stoel zat ik te trillen. Het zweet stond in mijn handen en ik had last van hyperventilatie. Toch bleef ik gaan; een gezond gebit is tenslotte hartstikke belangrijk. Pas toen hij mijn dochter tijdens het boren ongelofelijk veel pijn deed, was de maat vol. Daarna ben ik vier jaar niet meer naar de tandarts geweest.

Ik was zo bang geworden, dat ik bereid was mijn gebit te laten verrotten en een kunstgebit te nemen. Tot ik kiespijn kreeg. Op internet kwam ik erachter dat er speciale hulp is voor mensen zoals ik. Had ik dat maar eerder geweten!

Bij de SBT kreeg ik eerst een gesprek. Heerlijk, dat er eindelijk naar me werd geluisterd. Ik schaamde me ontzettend voor mijn angst – dat hoort toch niet bij een volwassen vrouw? – maar de tandarts daar vond het heel normaal.

Vooraf legde de tandarts precies uit wat ze ging doen. Eerst één seconde boren, toen twee, toen drie. Zo kon ik langzaam wennen. En omdat er een speciale voorverdoving in de vorm van een gel op mijn tandvlees was gesmeerd, voelde ik helemaal niets. Zelfs niet van de verdovingsprik!

Inmiddels heb ik vier behandelingen achter de rug. Nu moet ik terug naar een gewone tandarts. Daar zie ik best tegenop – ik zal altijd een beetje bang blijven. Maar ik weet nu in ieder geval: een behandeling zonder pijn kan écht.”

[Kader]

Meest voorkomende fobieën in Nederland

  Fobie voor

% van de bevolking

Aantal mensen

1 Tandheelkundige behandeling

3,7%

607.847

2 Hoogtes

3,1%

509.277

3 Spinnen

2,7%

443.564

Totaal aantal fobieën

12,0%

1.971.396

Bron: Academisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam, 2009

[Kader]

Tips  

  • Realiseer je dat de tandheelkunde de laatste jaren sterk is verbeterd. De spookverhalen van vroeger zijn allang verleden tijd.
  • Ben je bang om een behandeling te ondergaan, praat erover met je tandarts. Hij is er dan op voorbereid en kan eventueel extra tijd voor je nemen.
  • Laat je informeren over wat je precies te wachten staan: wat gaat er gebeuren en waarom? Overweeg of je het prettig vindt om tijdens de behandeling in een spiegel mee te kijken.
  • Ben je bang voor pijn? Sta er op dat je verdoofd wordt.
  • Spreek met je tandarts een teken af, zoals het opsteken van je hand, waarop hij met de behandeling stopt.
  • Afleiding kan ook goed helpen. Vraag bijvoorbeeld of je naar (zelf meegenomen) muziek kunt luisteren tijdens de behandeling.
  • Heeft je tandarts geen begrip voor je angst? Schaam je er dan niet voor een andere tandarts te zoeken die wel uitleg geeft en begrip toont voor je wensen.

Bron: Ad de Jongh, ‘Angst voor de tandarts’ (2006).

 

[Kader]

Als je helemaal niet naar de tandarts durft

  • Stap 1: Praat erover met anderen. Gebruik hun hulp om je te motiveren en om de juiste tandarts te vinden.
  • Stap 2: Maak (zelf!) een afspraak voor een controle van je gebit, maar spreek met de tandarts af dat er dan verder niets gedaan wordt. Het eerste bezoek is om elkaar te leren kennen en te kijken of het klikt.
  • Stap 3: Bereid je afspraak met de tandarts goed voor. Wat wil je wel en wat beslist niet? Als je denkt dat je te gespannen bent om je verhaal te vertellen, of dat je dingen vergeet, schrijf je ideeën en vragen dan op.
  • Stap 4: Schakel anderen in om je te helpen je aan je afspraak te houden. Laat iemand meegaan om er zeker van te zijn dat je niet op het laatste moment afhaakt, om je te steunen tijdens zo’n eerste bezoek of om het woord te doen als de emoties je teveel worden.

Zit je angst te diep om deze stappen te zetten? Neem dan contact op met een Centrum voor Bijzondere Tandheelkunde. Daar werkenspeciaal opgeleide tandartsen en psychologen samen om de angst hanteerbaar te maken. Op de website http://www.cobijtl.nl vind je een overzicht van alle centra voor bijzondere tandheelkunde in Nederland.

Bron: Ad de Jongh, ‘Angst voor de tandarts’ (2006).

 

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: