HOLLANDSE MEESTERS

13 Sep

001002

Filmmakers van eigen bodem worden in het buitenland de hemel in geprezen, maar in Nederland zijn ze veel minder bekend. Onterecht, vindt het Nederlands Film Festival, dat dit jaar artistieke filmmakers onder de aandacht brengt mt een eigen label. Even voorstellen: drie makers van Dutch-angle films.  

[Kader]

Dutch Angle

Het Nederlands Film Festival (NFF) is vooral bekend om de Gouden Kalveren die er elk jaar worden uitgereikt. Maar het doet méér. Artistieke Nederlandse filmmakers onder de aandacht brengen bijvoorbeeld, die bij (buitenlandse) filmfestivals veel waardering krijgen, maar die bij het grote publiek nog relatief onbekend zijn.

Om daar verandering in te brengen heeft het NFF het label Dutch Angle in het leven geroepen. Een Dutch angle is een filmtechniek, waarbij schuin van onder wordt gefilmd. Als label staat het voor de lichting succesvolle, vernieuwende filmmakers, die dicht op de werkelijkheid filmen en het grote drama vermijden. Zie je dat label op een film, dan weet je: dit is iets bijzonders. De filmmakers die in 2009 een Dutch Angle krijgen toegekend, zijn: Nanouk Leopold, Mijke de Jong, Simone van Dusseldorp, Eugenie Jansen, Esther Rots, David Verbeek, David Lammers en Fow Pyng.

 

Esther Rots (37)

  • is scenarioschrijver, regisseur, producent en doet montage
  • bekend van de korte films Speel met me (2002), Ik Ontspruit (2003) en Dialoogoefening (2005) en haar speelfilmdebuut Kan door huid heen (2009)
  • won een Gouden Kalf en de NPS Prijs voor de Korte Film voor Dialoogoefening en de prijs van de Internationale Federatie van Filmcritici voor Kan door huid heen
  • op het filmfestival met Kan door huid heen

 Dutch Angle

Tot Kan door huid heen kregen mijn films meer aandacht in het buitenland dan hier. Bizar vind ik dat, en soms ook frustrerend. Gemiddeld trekt een Nederlandse filmhuisfilm 2000 bezoekers. Het lijkt wel of het publiek kleine films van eigen bodem per definitie minder interessant vindt. Pas als ze succes in het buitenland hebben, komen ze hier in de belangstelling te staan. Zonde, want er worden heel mooie films gemaakt. Hopelijk helpt een initiatief als Dutch Angle om méér mensen daarvan te overtuigen.

Erkenning

Voor Kan door huid heen staat de teller inmiddels op 12.000 bezoekers. Een succes dus, maar ik zou graag willen dat nog veel meer mensen hem gaan bekijken. Juist in Nederland. Erkenning van het Nederlandse publiek is voor mij net zoiets als waardering van mijn ouders: daardoor voel ik me gesteund. Het geeft me een stevige basis, en het vertrouwen om de wereld in te trekken.

Filmfestival

Het klinkt misschien vreemd, maar voor ik er voor mijn werk kwam, ging ik nooit naar filmfestivals. En in de bioscoop kom ik ook zelden. Als ik drie films per jaar zie is het veel. Ik werk liever aan het vormgeven van de beelden in mijn eigen hoofd.

Moeilijk

Vooraf werd Kan door huid heen door sommige critici als een ‘moeilijke film’ betiteld. Maar ze hadden het publiek duidelijk onderschat; dat heeft het grote aantal bezoekers wel bewezen. Na een vertoning komen mensen vaak naar me toe om te vertellen hoezeer ze geraakt zijn door het verhaal. Het sterkt me in de opvatting dat je altijd je hart moet volgen.  

Alleskunner

Kan door huid heen heb ik zelf geschreven, geregisseerd, gemonteerd en geproduceerd. Voor mij is dat één langgerekt proces. Ik weet tijdens het maken van een film meestal niet precies wat er gaat gebeuren. Door veel zelf te doen word ik artistiek gezien zo min mogelijk beïnvloed, en kan ik zelf bedenken welke kant het moet opgaan. Monteren vind ik het aller-leukste. Dan komen de lijnen bij elkaar en zie ik eindelijk wat het resultaat wordt.

Allergie

Zodra ik hoor ‘dat kan niet’ gaan al mijn haren overeind staan. Als je met zo’n instelling aan een project begint, hoef je het niet eens te proberen. Wie weet wat je daardoor allemaal misloopt! Dromen zijn er om uitgevoerd te worden. Niets en niemand die je daarin mag beperken.

 

Simone van Dusseldorp (42)

  • is film- en televisieregisseur en scenarioschrijver
  • bekend van de televisieserie Otje (1998) en de speelfilms Diep (2005) en Kikkerdril (2009)
  • won onder andere de prijs voor de beste film op het Filmfestival Geneve voor Diep en de Nederlandse Gouden Award (meer dan 100.000 bezoekers in één maand) en de Publieksprijs voor beste film op Kristiansand International Children’s Film Festival voor Kikkerdril
  • op het filmfestival met speelfilmdebuut Diep

Motivatie

Ik maak films omdat ik een verhaal wil vertellen. Het is voor mij een manier om te communiceren met andere mensen. Als ik het publiek weet te raken met mijn films, voelt dat als een vorm van contact. Het is heel bijzonder als dat op buitenlandse festivals gebeurt. Dan zie je: gevoel is groter dan een taal of een cultuur. Het kent geen grenzen.

Succes

Natuurlijk zijn bezoekersaantallen belangrijk. Toch daar houd ik me tijdens het maken van een film niet zo mee bezig. Het is bijna onmogelijk om vooraf te voorspellen of een film succesvol wordt of niet. Vandaar dat ik me nooit door de ‘hitpotentie’ laat leiden. Ik kan alleen voor mijn personages denken, niet voor het publiek. Voor mij is een film geslaagd als ik mijn boodschap weet over te brengen.

Dutch Angle

Films maken is duur; er blijft meestal weinig over voor promotie. Het is een nare vicieuze cirkel: omdat er weinig aandacht is komen er weinig mensen, en omdat er weinig mensen komen verdwijnt je film snel weer uit het theater. Bovendien zit respect voor cultuur gewoon minder in onze aard. Een Nederlandse acteur of regisseur kan zomaar de vraag krijgen: ‘en, wat is je echte baan?’. Terwijl diezelfde man of vrouw in een land als Frankrijk op handen gedragen zou worden. Bravo dus, voor een initiatief als de Dutch Angle. Een beetje meer trots kan helemaal geen kwaad. De juweeltjes die momenteel in Nederland gemaakt worden verdienen een groter publiek.

Kinderen

Tot nu toe heb ik vooral films en televisieseries voor kinderen en pubers gemaakt. Sommige regisseurs vinden het vreselijk om hen te werken, maar voor mij is het juist makkelijk. Ze zijn zo heerlijk direct, en ik voel ze goed aan. Sinds ik zelf kinderen heb is het nog leuker geworden. Kikkerdril heb ik echt voor mijn dochter gemaakt. Wie weet heeft dat bijgedragen aan het succes – hij heeft 170.000 bezoekers getrokken. Mijn volgende film wordt trouwens voor en met volwassenen. Zo blijf ik mezelf steeds uitdagen. Het laatste wat ik wil is in herhaling vallen.

Persoonlijk

Al mijn films zijn autobiografisch. Dat wil niet zeggen dat ze over mij gaan, maar wel dat je mijn gevoel en mijn ervaringen erin terugziet. Hoe? In de stijl van filmen bijvoorbeeld, of in het licht- en kleurgebruik. Het verhaal en mijn beleving vloeien zo samen tot één. Het is voor mij heel belangrijk dat ik een klik met de hoofdpersoon heb, dat ik me daar op een bepaalde manier in herken. Vandaar ook dat ik het liefst zelf het scenario van een film schrijf, of vroeg bij de ontwikkeling ervan betrokken wil zijn. Op die manier blijf ik het dichtst bij mijn eigen gevoel.

  

Eugenie Jansen (44)

  • is filmmaker
  • bekend van Tussenland (2002), De regels van het vliegen (2004) en Calimucho (2008)
  • won met haar speelfilmdebuut Tussenland in 2002 een Tiger Award op het Rotterdamse filmfestival en de Prijs van de Nederlandse filmkritiek 2008 voor Calimucho
  • op het filmfestival met Calimucho

Dutch Angle

Als je mensen vraagt wat Dutch Design is, hebben ze daar direct een beeld bij. Maar bij Dutch Film is dat veel minder het geval. Vandaar dat het zo goed idee is om de krachten te bundelen en onder één noemer – Dutch Angle – naar buiten te treden. Het maakt ons herkenbaar. De persoonlijke erkenning is leuk, maar ik vind het vooral fijn dat onze films zo bij een groter publiek onder de aandacht komen.

Filmfestival

Ik ben opgegroeid in Limburg. Daar had je geen filmfestivals. Maar mijn moeder nam me wel mee naar het lokale filmhuis. Bij speciale vertoningen zagen we soms wel drie films achter elkaar. Daar is mijn liefde voor het vak geboren. Tegenwoordig kom ik vooral op filmfestivals om mijn eigen werk te presenteren. Ik probeer dan wel zoveel mogelijk films van andere makers te zien. Daar onbevangen van genieten wordt trouwens steeds lastiger; ik kijk altijd door een professionele bril hoe collega’s te werk gaan.

Documentaire

Van huis uit ben ik documentairemaker. Dat kun je zien aan de manier waarop ik speelfilms maak. Het gaat me niet om het grote drama, maar juist om de dingen daaromheen. In een documentaire zijn de hoofdpersonen leidend; als filmmaker pas je je aan hen aan. In een film probeer ik datzelfde te doen, ook al spelen de acteurs een rol.  Echte schoonheid ontstaat vaak bij toeval. Hoe authentieker iets lijkt, hoe mooier ik het vind.

Circus  

Daar speelt mijn film Calimucho zich af. Ter voorbereiding ben ik een paar dagen met het circus meegereisd. De sfeer was zo speciaal; ik was meteen verkocht. Er zijn veel overeenkomsten tussen de twee werelden: zowel in de film als in het circus is het werk heel intens, met gepassioneerde, gedreven mensen die dicht op elkaar zitten. Echt een snelkookpan van emoties. Tijdens het filmen liep alles anders dan we hadden gepland. Het heeft me geleerd nog meer in het moment te leven.

Ambitie

Me steeds weer te laten verrassen. En nooit tevreden te zijn met wat je hebt. Er is altijd méér te vinden, te doen, te maken. Filmen is voor mij een mentale ontdekkingstocht, waarvan je de eindbestemming nooit bereikt.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: