ONVERWACHT SUCCES

12 Okt

014

ACHT MOEDERS VERTELLEN OVER HUN TIENERS LEERDEN MET VERSCHILLENDE  UITDAGINGEN VAN HET LEVEN OM TE GAAN.

Yolande Oosterman (45) over zoon Roy (16), die sinds zijn 11e aan diabetes lijdt.

“In eerste instantie ging Roy heel goed met zijn suikerziekte om; hij vond het wel stoer. Maar in de brugklas had hij er genoeg van om anders te zijn. Op tijd prikken en spuiten deed hij niet meer, met alle gevolgen – stemmingswisselingen, vermoeidheid – van dien. Zijn schoolprestaties gingen achteruit en hij raakte in een sociaal isolement. Ik liet hem maar zoveel mogelijk met rust; bemoeien werkte averechts.

Op school was er geen begrip voor de situatie. Na een ruzie belden ze op dat hij nooit meer terug hoefde te komen. In plaats van hem te helpen, lieten ze hem als een baksteen vallen. Roy kwam op een clusterschool voor kinderen met fysieke beperkingen terecht. Hij verzette zich met hand en tand, maar met veel aandacht, liefde en structuur ging de knop na een aantal maanden om. Zijn suiker is nu goed onder controle en hij leert voor een baan in de sportsector.

Oprecht naar je kind luisteren, zonder teveel voor hem in te willen vullen. Kijken wat hij wél kan in plaats van niet. Die dingen hebben ervoor gezorgd dat het nu weer goed gaat met Roy. Het allerbelangrijkste: vertrouw als ouder op je gevoel, ook als leraren of hulpverleners daaraan twijfelen. Uiteindelijk weet niemand zo goed wat je kind nodig heeft als jij.”

Elsa Bakker (41) over zoon Pieter (14), die vanaf de basisschool veel gepest is.

“Achteraf gezien hebben we de problemen te laat onderkend. Pas aan het eind van groep acht kregen we door hoe erg Damian gepest werd. Maar al vanaf de kleuterschool trok hij regelmatig aan de bel over het treiteren. We dachten dat het wel meeviel; hij had genoeg vriendjes. Bovendien: wie wil nu erkennen dat zijn kind een buitenbeentje is? Inmiddels weten we dat Damian verbaal hoogbegaafdheid is. Dat maakt het voor hem soms lastig om met leeftijdgenoten te communiceren. Niet zo vreemd dus, dat hij al jong buiten de groep viel.

Toen Damian niet meer naar school durfde, hebben we professionele hulp gezocht Een sociale vaardigheidstraining en gesprekken met een kinderpsycholoog leverden niet veel op. Hockeyen in een team wel. Daar leerde hij dat samenwerken in een groep ook leuk kan zijn.

Langzamerhand gaat het steeds beter met Damian, ook op school. Maar helemaal over is het pesten nog niet. Hij is behoorlijk beschadigd door de ervaringen. Dat maakt hem extra kwetsbaar. Des te trotser zijn we dat hij er steeds beter mee leert omgaan.

De belangrijkste les die ik heb geleerd: neem je kind altijd serieus als hij zegt dat hij gepest wordt. Ook al vind je zelf dat het wel meevalt. Als hij het zo ervaart, dan is het zo.”

Joke ten Raa (49) over dochter Claire (14), die aan een zeer zeldzaam syndroom lijdt waardoor ze geen vet in haar bovenlichaam kan vasthouden.

“Het syndroom van Barraquer Simons is aangeboren, maar het openbaarde zich pas toen Claire acht was. Eigenlijk ontdekten we het bij toeval. Omdat ze zoveel blaas- en oorontstekingen had kwamen we bij de kinderarts terecht. Die herkende de ziekte.

Omdat Claire geen vet kan vasthouden in haar armen, schouders, borst en gezicht, ziet ze er anders uit dan andere kinderen. De impact van de diagnose was groot; ze had het gevoel dat iedereen naar haar keek en wilde zich het liefst verstoppen. Van de ene op de andere dag veranderde ze van een vrolijk, zelfverzekerd kind in een stil, teruggetrokken meisje.

Via via hebben we een geweldige psycholoog gevonden. Zij heeft Claire geholpen haar ‘nieuwe ik’ te accepteren. Die hulp van buiten was vooral zo belangrijk, omdat ik in die eerste fase heel emotioneel was. Een onafhankelijke blik kan dan wonderen doen. Zelf heb ik trouwens óók hulp gezocht. Wat ik daarvan heb geleerd? Dat ik Claire niet help door haar als slachtoffer te beschouwen. Haar uiterlijk hoort gewoon bij haar.

Wat ook hielp was dat we actief zijn geworden bij de Stichting Eigen Gezicht. Mijn man en ik zitten in de adviesraad, Claire treft daar lotgenoten. Nu weet ze dat ze niet de enige is met een ‘ander’ gezicht.”

Anne Schrijver (42) over dochter Eline (17), die lijdt aan PDD-NOS, ADD en dyslexie.

“Eline was een jaar of acht toen ze problemen kreeg op school. Concentreren ging moeilijk en ze pikte de lesstof niet goed op. ADD en dyslectisch, luidde het oordeel. Ik stopte met mijn drukke baan om Eline meer aandacht en structuur te kunnen geven. Dat creëerde rust.

Een tijd lang ging het goed, tot Eline zich twee jaar geleden steeds meer begon terug te trekken. Bij het vooruitzicht eropuit te moeten werd ze misselijk, of ging ze hyperventileren. Alsof door alle drukke gedachten haar hoofd ontplofte, zo omschreef ze haar gevoel. Het contact met leeftijdsgenoten verliep steeds stroever.

Een kinderpsychiater stelde de diagnose PDD-NOS, een ontwikkelingsstoornis waarbij kinderen zich moeilijk in anderen kunnen inleven. De opluchting was groot. Eindelijk begreep ze waarom ze zo ‘anders’ was.

Eline ging zes maanden in groepstherapie. Een geweldige ervaring voor haar; opeens zat ze tussen jongeren die zich allemaal zo voelde als zij. Het positieve resultaat: afgelopen juni heeft ze haar MBO1-diploma gehaald!

Hoe we haar door die moeilijke tijd heen hebben gesleept? Door te blijven praten. Door er praktisch voor haar te zijn – ik werk nog steeds maar veertien uur. Maar vooral door haar volledig te accepteren zoals ze is: een geweldige meid. Als je zelf geen drama van de situatie maakt, doet je kind dat ook niet.”

Marjolein Zonnenberg (38) over zoon Mark (14), die geboren is met een ernstige vorm van astma.

“Als kind heb ik zelf ernstige astma gehad, dus ik keek niet raar op toen Mark dat kort na zijn geboorte ook bleek te hebben. Helaas was hij een ‘moeilijk geval’: de medicijnen deden bij hem niet altijd goed hun werk. De eerste jaren van zijn leven was het ziekenhuis in en uit. En ook daarna bleef het tobben. Dat hij ondanks de vele uitval toch op school kon meekomen, heeft hij te danken aan zijn hoogbegaafdheid.

Van jongs af aan hebben we geprobeerd Mark te begeleiden in plaats van hem te leiden in zijn ziekte. Waar mogelijk maakt hij de keuzes – dat geeft hem een gevoel van controle. Misschien dat hij daarom nooit de behoefte heeft gevoeld om zijn astma te verbergen. Toen vorig jaar – eindelijk – het rookverbod in de horeca werd ingevoerd, heeft hij er zelfs op tv in het jeugdjournaal over verteld.

Tussen 2005 en 2007 is hij twee keer een aantal maanden naar het Astmacentrum in Davos geweest. Door de training daar heeft hij zijn fysieke grenzen verlegd en een prima conditie opgebouwd. Een enorme oppepper voor zijn zelfvertrouwen. Nu fietst hij dagelijks 38 kilometer naar school en terug, en zit hij ook mentaal beter in zijn vel. Bewegen is voor iedereen gezond. Maar voor astmapatiënten maakt een goed uithoudingsvermogen letterlijk het verschil.”

Sonja van Dijk (58) over dochter Karin (17), die op haar 14e een zware depressie kreeg.

“’Ik zie het niet meer zitten, ik wil dood.’ Karin was 14 toen ze met die boodschap bij me kwam. Ik schrok me rot. We wisten weliswaar dat ze het moeilijk had – ze sliep slecht, had last van hyperventilatie, ging de deur amper meer uit en droeg alleen nog zwarte kleding. Maar tot dat moment dacht ik dat haar gedrag bij de pubertijd hoorde. Godzijdank trok ze zelf op tijd aan de bel.

Karin’s depressie – want dat was het – bleek het gevolg van de stoornis ADD. Die diagnose was een geweldige opluchting: de somberheid was verklaarbaar. Medicijnen hielpen haar beter te concentreren en weer overzicht te krijgen. Gesprekken met een psycholoog gaven haar hoop voor de toekomst. Dat ging overigens niet van de ene op de andere dag: ze had anderhalf jaar nodig om haar leven weer op de rails te krijgen.

In de tijd dat het zo slecht ging, zat ik overal bovenop. Maar op verzoek van Karin’s psycholoog heb ik wat afstand genomen. Alleen als ze slechte cijfers haalde, mocht ik me met haar huiswerk bemoeien. Zo kreeg ze de kans om haar problemen zelf op te lossen. Met succes, want het gaat geweldig. Volgend jaar wil ze psychologie gaan studeren. Om later kinderen zoals zij te kunnen helpen.”

Esther Wagenaar (55) over zoon Mark (13), die als gevolg van een aangeboren schisis in het achterste deel van zijn gehemelte gehoor- en spraakproblemen heeft.

“Toen hij negen maanden was, werd Mark aan zijn schisis – een spleet in zijn gehemelte – geopereerd. ‘Daar zijn we vanaf’, dacht ik. Niet dus. Mark heeft in zijn leven talloze oorontstekingen gehad, en er zijn vijf keer buisjes in zijn oren geplaatst. Aan een kant heeft hij een blijvend gehoorverlies. Leren praten was lastig. Doordat slordig articuleert is hij vaak moeilijk te verstaan. Bovendien stottert hij sinds zijn vierde. Logopedie helpt, maar lost niet alles op.

Soms heeft hij een tijdje geen zin in al het gedoe rond zijn spraak. Dan gaat hij dus een periode niet naar de logopedist. Prima, zo komt hij er even van los. Gelukkig heeft hij een sterk karakter. Ondanks zijn onzekerheid over hoe hij klinkt, is hij sociale contacten nooit uit de weg gegaan.

Hopelijk krijgt Mark nog meer controle over het spreken. Want hoewel het beter gaat, is hij nog steeds moeilijk verstaanbaar. Ook voor mij ja. Vaak moet ik wel drie keer vragen wat hij zegt. Dan is het moeilijk om niet geïrriteerd te raken. Maar geduldig blijven is zó belangrijk; ik wil hem absoluut niet het gevoel geven dat hij het fout doet. Want hij redt zich juist heel erg goed.”

Judith van Erp (50) over pleegdochter Linda (13), die ernstige gedragsproblemen heeft.

“Linda is sinds een jaar bij ons in huis. Haar leven is tot nu toe niet makkelijk geweest – thuis was er sprake van mishandeling en haar moeder heeft psychische problemen. Toen ze in de pubertijd kwam, ging het fout. Ze liep steeds weg, was agressief, werd geschorst, ging uit stelen en had grote schulden. Zo kwam ze bij ons terecht.

Het belangrijkste wat we voor Linda doen is haar een veilige thuishaven bieden. Met ruimte om te ontdekken wie ze is, maar ook met duidelijke regels. Dat we die heel consequent toepassen, is voor haar moeilijk te accepteren. De ruzies daarover neem ik voor lief. Wij moeten blijven staan, hoe hard ze ook schopt. Daarmee helpen we haar het meest.

Hoezeer haar eigen moeder er ook een potje van maakt, ze blijft altijd de belangrijkste persoon in Linda’s leven. In moeilijke tijden is zij de held, en ben ik de boeman. Daar moet je als pleegouder tegen kunnen.

Uiteindelijk draait het erom Linda’s vertrouwen te winnen. Dat kost heel veel tijd. Het is drie stappen vooruit en twee terug. Maar het geduld loont: de laatste maanden gaat het beter op school. Ze krijgt wat zelfvertrouwen en ze geniet steeds meer van het gewone gezinsleven. Dat is meer dan ik een half jaar geleden had durven hopen.”

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: