Archief | januari, 2010

MARK RUTTE IN ANBO MAGAZINE

27 Jan

Als het aan VVD-fractievoorzitter Mark Rutte ligt, gaan we de komende jaren niet alleen de problemen van de vergrijzing aanpakken, maar voor ook profiteren van al het positieve dat senioren ons te bieden hebben. “We zijn gezegend met zoveel kennis en ervaring in Nederland”, zegt hij in het interview dat Marte met hem maakte voor ANBO Magazine. Daarin vertelt hij ook waarom een verhoging van de AOW-leeftijd volgens hem ‘heel redelijk’ is, en hoe hij de gezondheidszorg in Nederland zou willen vereenvoudigen.

Benieuwd wat Rutte over deze en andere onderwerpen te vertellen heeft? Lees het interview op deze website onder ANBO Magazine!

Advertenties

MARK RUTTE: AOW-LEEFTIJD VAN 67 IS REDELIJK

27 Jan

Dit artikel is gepubliceerd in ANBO Magazine van januari 2010.

Als het aan VVD-fractievoorzitter Mark Rutte ligt, gaan we de komende jaren niet alleen de problemen van de vergrijzing aanpakken, maar vooral ook gebruik maken van al het positieve dat senioren ons te bieden hebben. “We zijn gezegend met zoveel kennis en ervaring in Nederland.”

Het is een natte, grauwe wintermiddag als we ons bij de Tweede Kamer melden. De regen slaat tegen de ramen, maar dat lijkt Mark Rutte – sinds juni 2006 fractievoorzitter van de VVD – niet te deren. Zodra we binnentreden in zijn prachtige werkkamer met uitzicht op het Binnenhof, begint hij enthousiast te praten. Over het Liberale Senioren Netwerk dat onlangs is opgericht. Over zijn zus die vanwege alle regels haar baan als wijkverpleegster opzegde. Over de overheid die te weinig ouderen in dienst heeft. En over de verhoging van de AOW-leeftijd natuurlijk. Hij heeft zoveel te vertellen, dat hij amper tijd heeft om tussendoor een slokje van zijn groene thee te nemen.

Het is duidelijk dat het thema van de vergrijzing u flink bezighoudt. Waar maakt u zich het meest zorgen over?

“Het feit dat er steeds meer ouderen komen in Nederland, roept een aantal belangrijke vragen op. Hoe zorgen we ervoor dat mensen langer aan het werk blijven? Is er voor diezelfde mensen straks nog genoeg kwalitatief goede zorg beschikbaar is? En kunnen gepensioneerden ook over twintig jaar nog aanspraak maken op een welvaarts- en waardevaste AOW? Allemaal vragen waar we een goed antwoord op moeten vinden. Dat kan alleen als we het beleid een stuk simpeler maken. Of het nu over de zorg, de arbeidsmarkt of het pensioen gaat, er zijn zoveel verschillende regelingen voor, dat je door de bomen het bos niet meer ziet. Als we daar niets aan doen, vormt zich een nieuwe sociale tweedeling in Nederland. Honderd jaar geleden was die er tussen de rijken en de armen, nu dreigt die te ontstaan tussen de hoogopgeleiden en de laagopgeleiden. Zo ver mag het van de VVD niet komen.”

Om maar met het meest actuele thema te beginnen: de verhoging van de AOW-leeftijd. Het merendeel van de ANBO-achterban is daartegen, zo blijkt uit een enquête onder 3000 leden. Zij willen een flexibele AOW-leeftijd. Stoppen op je 65ste moet kunnen, doorwerken net zo goed.

“Daar ben ik het ten dele mee eens. Wat de VVD betreft mag iemand die veertig jaar heeft gewerkt op zijn 65ste met pensioen. En dan geen korting op de AOW, zoals het Kabinet van plan is, maar een welvaarts- en waardevaste uitkering die met de inflatie en de loonsverhoging meestijgt.

Maar mensen die er op nog geen veertig jaar hebben opzitten, moeten volgens ons wél door tot hun 67ste. Daar zijn goede redenen voor. Om te beginnen: werken is geen straf. Het houdt je betrokken bij de maatschappij, het zorgt voor persoonlijke ontwikkeling en het lijkt erop dat doorwerken je nog langer gezond houdt ook. Ten tweede: toen Drees de AOW-leeftjid invoerde, zei hij al dat die moest meestijgen met de levensverwachting. Als dat was gebeurd, zaten we nu op een pensioenleeftijd van 72. In dat licht bezien is een verhoging naar 67 heel redelijk. En dan is er ook nog het argument van de arbeidsmarkt. Momenteel hebben we te maken met een crisis en een hoge werkloosheid. Maar over niet al te lang zitten we door de vergrijzing met een enorme aantal onvervulde vacatures. Wil je die allemaal vullen, dan zullen mensen langer moeten doorwerken.

Overigens gaat de AOW-leeftijd wat de VVD betreft heel geleidelijk omhoog, in stapjes van één maand per jaar. Op die manier worden de extra lasten eerlijk over alle leeftijden verdeeld, en niet alleen bij de jongeren gelegd, zoals het huidige Kabinet doet.”

‘Zorg er eerst maar een voor dat mensen tot 65 jaar aan werk kunnen blijven, voordat we over langer doorwerken gaan praten’, zeggen de ANBO-leden.

“Dat is een terecht punt. Op dit moment komen 50-plussers nauwelijks aan de slag. Zonde, want ouderen hebben een schat aan kennis en ervaring. Daar moet je gebruik van maken! Het probleem is dat ouderen relatief duur zijn. Vandaar dat we als VVD in de Tweede Kamer een voorstel hebben ingediend, om werkgevers geen WW-premie meer te laten betalen voor personeel van boven de 55. Dat maakt het goedkoper om ouderen in dienst te nemen en te houden. Helaas is die motie niet aangenomen.

Iets anders is dat de overheid zelf meer het goede voorbeeld moet geven. Ik zou graag personeelsadvertenties in de krant zien, waarin overheidsinstellingen specifiek vragen om werknemers boven de 45. Dat mag wettelijk gezien vast niet, maar soms moet je een uitzondering maken. Zeker in sectoren waar een tekort aan personeel is of dreigt, zoals in het onderwijs of bij de politie.”

Veel oudere docenten en politieagenten zeggen dat ze best langer willen doorwerken, maar dat hun beroep zwaar is en dat ze dat simpelweg niet volhouden tot hun 67ste.

“Nogmaals: als je veertig jaar hebt gewerkt, mag je van de VVD op je 65ste met pensioen. Dat zal voor veel docenten en politieagenten gelden. Tegelijk vind ik wel dat we moeten niet doen alsof werk een ziekte is. Voor je het weet betitelt iedereen zijn baan als ‘zwaar’. Een man of vrouw van 52 die zegt: ‘ik moet nog dertien jaar’ begrijp ik niet. Houd er dan meteen mee op! Zoek liever iets wat je echt leuk vindt. Dat geldt voor een directeur net zo goed als voor een onderwijzer of een bouwvakker. Je werk is iets om trots op te zijn, wat je ook doet.

Sowieso zou ik willen zeggen: denk niet te gauw dat het leven over is. Vijftig was een eeuw geleden oud, maar nu is dat een middelbare leeftijd. Mannen worden gemiddeld 78, vrouwen 82. Op je vijftigste ligt er dus nog zo’n dertig jaar voor je. Maak daar wat van!”

Over die stijgende leeftijd gesproken: wat gaat de VVD doen om de zorg op de lange termijn toegankelijk en betaalbaar te houden?

“Mijn oudere zus werkte jarenlang als wijkverpleegkundige. Maar op het moment dat ze meer tijd kwijt was aan het invullen van papieren dan aan het verzorgen van patiënten, hoefde het voor haar niet meer. En toen recent iemand in mijn familie naar een verzorgingstehuis moest, zijn we weken bezig geweest om uit te zoeken wat we daarvoor allemaal moesten regelen. Waarmee ik wil zeggen: de organisatiedrang in de zorg is totaal doorgeslagen. Patiënten hebben zo ongeveer een academische opleiding nodig om de regels te begrijpen, en werknemers krijgen amper de kans om gewoon hun werk te doen. De managers die het allemaal in goede banen moeten leiden kosten bovendien bakken met geld. Dat kan echt slimmer. Door de zorg kleinschalig en in de buurt te organiseren en vakmensen het werk te laten doen waarvoor ze zijn opgeleid, ben je minder geld kwijt én geef je patiënten de persoonlijke aandacht die ze verdienen.

Als het aan de VVD ligt, kun je straks bovendien voor alle zorgbehoeftes bij één loket terecht. En kies je vervolgens zelf bij welke aanbieder je die diensten wilt afnemen. Als je niet tevreden bent over je bakker, ga je naar een andere. Waarom zou dat dan niet zo zijn in de zorg?”

Veel mensen zijn bang dat ze steeds minder op collectieve zorg aanspraak kunnen maken, en steeds meer zelf moeten bijverzekeren. Kunt u die zorg wegnemen?

“Vooropgesteld: basiszorg moet altijd collectief verzekerd blijven. Maar de afgelopen tien jaar zijn de kosten van de AWBZ verdubbeld. Ook de kosten van andere zorgregelingen blijven stijgen. Dat moet een keer ophouden, anders wordt het stelsel onbetaalbaar. De VVD is er dus op tegen om de pakketten van de Zorgverzekeringswet en de AWBZ verder uit te breiden.”

En als het gaat om mantelzorg?

“Dat mensen mantelzorg verlenen, is geweldig. Maar ik wil er als liberaal voor waken dat de overheid zich daar teveel mee gaat bemoeien. Er zijn voldoende regelingen die het mogelijk maken om een naaste te verzorgen. Meer voorzieningen drijven de kosten van de zorg alleen maar verder op. Bovendien: in een geciviliseerde maatschappij is het toch normaal dat je, waar nodig, voor elkaar zorgt? Ik ben er trouwens wel voor dat de regels worden versimpeld voor het bouwen op het eigen erf, om zo de zorg voor ouders of familie dicht bij huis mogelijk te maken. Mensen die dat willen lopen nu namelijk vaak vast in lange en moeizame vergunningprocedures.”

2010 is het Europees jaar ter bestrijding van armoede en sociale uitsluiting. Hoe zit het met de armoede onder ouderen in Nederland?

“Om met het goede nieuws te beginnen: Nederland behoort wereldwijd tot de landen met het kleinste percentage mensen dat van een laag inkomen leeft, zo’n 9%. Maar het kan altijd beter. Zo maken lang niet alle ouderen die daar recht op hebben gebruik van de beschikbare voorzieningen, zoals huur- of zorgtoeslag, of bijzondere bijstand voor een nieuwe koelkast of televisie. Soms weten ze niet dat ze die kunnen krijgen, soms zijn ze te trots om erom te vragen. Ik bewonder het streven om jezelf te willen redden. Maar die regelingen zijn er niet voor niets. Gebruik ze alstublieft, als u ze nodig heeft! Om de welvaart van ouderen op peil te houden, vind ik het daarnaast belangrijk dat gepensioneerden géén belasting hoeven te gaan betalen over hun AOW, zoals minister Bos wil, en dat de hypotheekrenteaftrek onaangetast blijft.”

Tot slot: waar gaat de VVD zich verder hard voor maken als het om ouderen gaat?

“De VVD heeft samen met D66 een wetsvoorstel ingediend, dat gepensioneerden het wettelijk recht moet geven om in het bestuur van pensioenfondsen zitting te nemen. Nu is dat namelijk maar bij 30% van de pensioenfondsen het geval.

Verder hebben twee oud-Statenleden van de VVD vorig jaar het Liberale Senioren Netwerk opgericht. Dat heeft als doel de stem van liberale ouderen op gemeentelijk, provinciaal en landelijk niveau nog beter te laten horen. En na de volgende verkiezingen zie ik graag een paar 60-plussers in de VVD-fractie. Sollicitaties welkom!”

[Kader]

Wie is Mark Rutte?

Mark Rutte (1967) studeerde geschiedenis in Leiden. Tijdens zijn studie was hij drie jaar voorzitter van de jongerenvereniging van de VVD, de JOVD. Later maakte hij gedurende vier jaar onderdeel uit van het hoofdbestuur van de partij.

Na zijn studie ging Rutte aan de slag bij Unilever, waar hij directeur personeelszaken werd van een van de werkmaatschappijen. In 2002 werd hij benoemd tot Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Twee jaar later vervulde hij diezelfde functie bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

In mei 2006 werd Rutte door de leden van de VVD gekozen als lijsttrekker. Sinds 29 juni 2006 is hij fractievoorzitter van de VVD-fractie in de Tweede Kamer.

GENOMINEERD!

24 Jan

Het artikel ‘De wereld vs. kanker’, dat Marte in 2009 voor esta maakte, is GENOMINEERD VOOR DE PRESTIGIEUZE PFIZER PERSPRIJS 2009!

Een onafhankelijke jury nomineerde haar en vier andere journalisten, die in 2009 een artikel schreven of een item maakten voor radio of  TV over het thema kanker.

Pfizer heeft de Persprijs voor publieksmedia in 2007 geïntroduceerd om goede journalistieke berichtgeving over ziektebeelden te stimuleren, en zo het kennisniveau van het publiek te vergroten. De prijsuitreiking vindt plaats op donderdag 11 februari 2010, in in de Faculteit Communicatie & Journalistiek van de Hogeschool Utrecht.

Voor meer informatie, kijk op www.pfizerpersprijs.nl.

Het artikel ‘De wereld vs. kanker’ lezen? Klik dan hier.

HET GEHEIM VAN LANGDURIGE RELATIES IN PLUS WOMAN

24 Jan

Een huwelijk duurt gemiddeld veertien jaar. Maar scheiden doet lijden. Dus wat moet je doen om ervoor te zorgen dat jullie wél samen blijven? Marte vroeg het aan de Belgische relatietherapeut Alfons van Steenwegen (zelf 37 jaar getrouwd) en schreef er een artikel over voor Plus Woman, vol praktische suggesties.

In hetzelfde nummer: manieren om jezelf te verkopen. Goed voor de dag komen is natuurlijk belangrijk. Maar zorgen dat je zichtbaar bent en goed onderhandelen zeker óók. Succes gegarandeerd!

Benieuwd naar de tips over hoe je een lange relatie goed houdt? Of over hoe je jezelf beter onder de aandacht kunt brengen? Kijk op deze website onder Plus Woman. Of koop nr. 1 van 2010 nu in de winkel!

13 VRAGEN OVER HARTFALEN IN PLUS

24 Jan

Zo’n 180.000 Nederlanders hebben er last van: hartfalen. Vaak zelfs zonder dat ze het weten. Hoe voorkom je hartfalen? En wat is eraan te doen? Marte stapte naar dr. Jean Bronzwaer, interventiecardioloog in het VU Medisch Centrum in Amsterdam, en stelde hem deze – en elf andere – vragen. Zijn antwoorden zijn te lezen in het februarinummer van Plus.


Nieuwsgierig naar wat dokter Bronzwaer te vertellen heeft? Kijk op deze site onder Plus Magazine. Of koop het februarinummer van Plus nu in de winkel. (Verkrijgbaar tot 21 februari.)

AFSTAND NEMEN OM SAMEN TE BLIJVEN

24 Jan

Dit artikel is gepubliceerd in Plus Woman van januari 2010.

Een huwelijk duurt gemiddeld veertien jaar. Maar scheiden doet lijden. Dus hoe zorg je ervoor dat jullie wel samen blijven? De Belgische relatietherapeut Alfons Vansteenwegen (37 jaar getrouwd) geeft advies.

Was een huwelijk honderd jaar geleden vooral een praktische overeenkomst, vandaag de dag draait een relatie veel meer om zelfontplooiing, en het vervullen van persoonlijke behoeftes. Een goede ouder zijn, je ontwikkelen op je werk, een beter mens worden; je wilt dat je partner je daarin steunt. Door een dag in de week voor de kinderen te zorgen bijvoorbeeld, of je net dat emotionele duwtje in de rug te geven om weer te gaan studeren. Naast een eerlijke verdeling van het huishouden natuurlijk. Kortom: er worden steeds hogere eisen aan een relatie gesteld.

Midlifecrisis

Dat dat juist bij veertigers problemen oplevert – de gemiddelde leeftijd waarop mensen scheiden is voor vrouwen 41 en voor mannen 44 – is niet zo verwonderlijk, meent Alfons Vansteenwegen. “Het is de beroemde midlifecrisis. Je kinderen worden groter, en daarmee minder afhankelijk. De kansen op een nieuwe baan worden met het stijgen van de leeftijd kleiner. In je omgeving krijg je te maken met mensen die ernstig ziek worden, of misschien zelfs overlijden. Je beseft dat het leven eindig is. Als je nog wat anders wilt, moet het nu, zo voelt het. Oók als het om de liefde gaat. Irritaties over je partner die al jaren sluimeren komen dan vaak ineens in alle hevigheid naar boven. Zeker als die nooit uitgesproken zijn.”

In zo’n situatie ligt verliefdheid op een ander op de loer. Leidt die tot een affaire, dan levert dat volgens Vansteenwegen meestal niets dan ellende op. Overspel komt immers bijna altijd uit. Het vertrouwen wordt diep geschaad, met mogelijk het einde van de relatie tot gevolg.

“Het besluit om uit elkaar te gaan wordt dikwijls impulsief genomen, in een moment van verdriet of woede. Eén of twee jaar later hebben heel wat mensen spijt, zo blijkt uit onderzoek. Ze vragen zich af of ze alle energie van de breuk niet beter hadden kunnen gebruiken om de relatie te redden. Begrijp me goed, ik ben niet tegen scheiden – het kan heel verstandig en moedig zijn. Maar je moet het weloverwogen doen. Het kost tijd om het  trauma van een affaire te verwerken. Gemiddeld zo’n twee jaar. Neem dus geen overhaast besluit om er een punt achter te zetten. Als je een crisis samen weet te verwerken, wordt de band er uiteindelijk vaak sterker van.”

Bekeringsdrang

Als je pas verliefd bent, lijkt je partner in alle opzichten ideaal. Hij kan letterlijk niets verkeerd doen. Maar zodra de roze wolk verdwijnt, komen de eerste irritaties boven. Is het echt nodig dat hij zoveel geld aan elektronische gadgets uitgeeft? En waarom wil hij maar niet snappen dat vuile was in de wasmand hoort, en niet ernaast? Dan steekt het bekeringsmonster de kop op. Als je hem maar vaak genoeg op zijn ongepaste gedrag wijst, kun je die onhebbelijkheden nog wel wat bijschaven. Toch?

“Dat soort bemoeizucht is de grootste valkuil van een langdurige relatie”, meent Vansteenwegen. “Je dwingt iemand iets te zijn wat hij niet is. Onmogelijk! Mensen veranderen nauwelijks, zeker niet boven de veertig. En al helemaal niet op bevel.”

Dat je voor een goede relatie in alles hetzelfde moet zijn, is volgens hem een hardnekkig misverstand. “Samenleven betekent niet dat je een kopie van elkaar moet worden. Integendeel, het is juist het leren omgaan met de verschillen.”

Over de grote keuzes van het leven zijn partners het vaak wel eens. Het zijn juist de kleine verschillen die zich dag in dag uit herhalen, die de heftigste reacties oproepen. Of het nu gaat over het dopje van de tandpasta of de manier waarop iemand met geld omgaat: de kans is groot dat je een allergie voor elkaars gedrag ontwikkelt. Als dat met verwijtende opmerkingen gepaard gaat, kunnen die irritaties in de loop der tijd tot enorme proporties uitgroeien. Eén vieze sok op de grond is dan al voldoende om een heftige ruzie te ontketenen.

Overigens zijn bemoeizuchtige opmerkingen, bijvoorbeeld over hoe de ander zich netter kan kleden of beter met de kinderen kan omgaan, vaak goed bedoeld. Vansteenwegen: “Je wilt het beste voor je partner. Maar dan wel op jouw manier. De achterliggende boodschap is: ‘ik weet beter dan jijzelf wat goed voor je is’. Daarmee kleineer je hem of haar. Dat wekt weer nieuwe irritaties op. Voor je het weet verzand je in een vicieuze cirkel van verwijten en ruzies, zonder dat er daadwerkelijk iets verandert.”

Mentaal scheiden

Leuk of niet: in een langdurige relatie zul je altijd met verschillen in gewoontes en behoeftes te maken hebben. De ene persoon is nu eenmaal socialer, netter, serieuzer, of sensueler dan de andere. Om ervoor te zorgen dat dat geen onoverkomelijk probleem wordt, is er volgens Vansteenwegen maar één oplossing: elkaar accepteren zoals je bent. Maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Kun je zo maar ophouden je aan de ander te ergeren?

“Natuurlijk niet”, beaamt Vansteenwegen. “Dat kost tijd. De beste raad die ik kan geven is: neem afstand van elkaar. Letterlijk en figuurlijk. Eigen interesses, eigen bezigheden, eigen vrienden: het is dé voorwaarde om het op de lange duur samen te kunnen blijven.”

‘Mentaal scheiden’, noem Vansteenwegen het, oftewel: zorgen dat je binnen de relatie een zelfstandig persoon blijft. “Dat maakt je sterk. Een eigen leven zorgt voor voldoening en zelfvertrouwen. Controle over je partner wordt minder belangrijk, en het bemoeien dus ook. De relatie wordt er gelijkwaardiger door.”

Niet alleen dat, het helpt ook om de verschillen tussen beide juist als iets positiefs te zien. Een andere aanpak maakt dat je elkaar kunt bewonderen, en dat je van elkaar kunt leren. Als je man bijvoorbeeld heel efficiënt en doelgericht is, kun je dat van hem afkijken en zo sneller je eigen idealen realiseren. Verschillen helpen je het beste uit elkaar te halen.

Vansteenwegen: “Gelukkige stellen houden van elkaar dankzij de verschillen, niet ondanks. Lief zijn voor elkaar, daar draait het om. Je bent er voor de ander als die je nodig heeft, maar je geeft hem ook de ruimte om vrij te zijn. Je hebt iets voor hem over, zonder dat je er zelf beter van hoeft te worden. Als je op die manier met elkaar omgaat, ontstaat er ruimte voor een ander soort contact, waarbij je oprechte interesse toont en werkelijke gevoelens deelt. Dat houdt je betrokken bij elkaar.”

Confrontatie loont

De verschillen accepteren betekent niet dat je je eigen behoeftes en frustraties dan maar aan de kant moet schuiven, integendeel. Uit onderzoek blijkt dat in succesvolle langdurige relaties partners regelmatig hun gevoelens met elkaar delen. Oók de negatieve. Dat lucht op, en creëert de mogelijkheid om tot een compromis te komen.

Helaas durven partners zich vaak niet helemaal eerlijk uit te spreken. Wat als hij je niet begrijpt, of je hem kwetst? Die voorzichtigheid verziekt de relatie, aldus Vansteenwegen.

“Door iemand te sparen zeg je impliciet dat je geliefde de waarheid niet aankan, dat hij zwak is. Dat getuigt van weinig respect. Bovendien werkt het ook niet. Uiteindelijk komt de pijn er toch wel uit, maar dan in de vorm van verwijten. ‘Je bent ook altijd weg!’, zeg je dan, terwijl je eigenlijk bedoelt: ‘ik heb me gisteravond zo alleen gevoeld’.”

Als je lang samenleeft, denk je dat je wel weet wat je partner vindt of voelt. Maar in de praktijk valt dat flink tegen. Vansteenwegen: “Het is altijd beter om specifiek naar de gedachten en gevoelens van je partner te vragen. Zelfs als je al twintig jaar samen bent. Zo voorkom je misverstanden. Omgekeerd geldt hetzelfde. Laat je partner niet raden, maar durf je eigen wensen en verlangens uit te spreken. Het is misschien even wennen, maar de ander confronteren maakt de liefde alleen maar sterker.”

Voorwaarde is wel dat de spreker niet in verwijten vervalt. En dat degene die luistert meeleeft zonder te oordelen. “Dat is lastig”, erkent Vansteenwegen. “Er heerst een hardnekkig misverstand dat begrip tonen hetzelfde is als het ermee eens zijn. Lariekoek! Het gaat erom dat je het gevoel van de ander serieus neemt, ongeacht wat je er zelf van vindt. Vervolgens kun je naar een oplossing zoeken waar je je beide in kunt vinden.”

Dat doe je volgens hem door erover te onderhandelen. Geef daarbij niet te gauw toe om er maar vanaf te zijn. Als je iets belooft, moet je dat wel waar kunnen maken. Zorg voor concrete afspraken. Dus niet: ‘we gaan meer met elkaar praten’, maar ‘door de week na het avondeten, voor de tv aangaat, praten we vijftien minuten met z’n tweeën’. Zo kom je tot de best mogelijke situatie voor ieder afzonderlijk, en voor beide samen.

Seksuele verschillen

Het verschil dat misschien wel de meeste problemen oplevert, is de behoefte aan seks. Mannen willen heel de relatie lang meer seks dan vrouwen. Ze denken er vaker aan, en zijn er sneller klaar voor. Vrouwen krijgen meestal pas zin door het vrijen zelf. Oftewel: als je wacht op het moment dat je allebei tegelijkertijd spontaan seks wilt, komt het er waarschijnlijk nooit van.

Vansteenwegen: “Seks is in een langdurige relatie bijna nooit vanzelfsprekend. De ene vrijt het liefst elke dag, voor de ander is eens per maand genoeg. De ene wil snel, de ander langzaam. De ene doet het liefst ’s ochtends, de ander ’s avonds. Het gevolg is dat partners elkaar gaan vermijden, bijvoorbeeld door eerder of later naar bed te gaan, of ver van elkaar af te gaan liggen. Helaas lost dat niets op; het probleem wordt er juist erger door.”

Dat je nooit precies hetzelfde zult willen, betekent niet dat je niet van seks kunt genieten. Ook hier geldt weer: je moet erover praten. Afspraken maken over hoe vaak je opgewonden wordt gaat natuurlijk niet. Maar bijvoorbeeld wel over hoe je graag verleid wilt worden. Of je komt overeen om het de ene keer te doen zoals jij het fijn vindt, en de andere keer zoals je partner het graag wil.

Volgens Vansteenwegen is het heel belangrijk om bewust tijd vrij te maken voor seks, zeker als je nog thuiswonende kinderen hebt. Maar wordt het niet erg geforceerd als je ‘vrijen’ in de agenda zet? “Zeker. Plan daarom liever gewoon tijd samen. Seks hoeft dan niet per se, maar het kan in ieder geval. Als een van beide niet in de sfeer komt, moet die dat ook zeggen. Vrijen tegen je zin drijft partners alleen maar verder uit elkaar.”

Tot slot wil Vansteenwegen graag nog één ding kwijt. “De perfecte relatie bestaat niet. Als je over het geheel genomen tevreden bent, is dat goed genoeg. Na twintig jaar nog naar heftige passie verlangen is onrealistisch. Maar de intimiteit en vertrouwdheid die er voor in de plaats komen, vind je alleen in een langdurige relatie. Dat gevoel is onvervangbaar.”

[Kader]

Zo hou je je relatie goed

  • Koester de verschillen. Zie ze als een kans om van elkaar te leren.
  • Toon je interesse en waardering aan elkaar door dagelijks te kletsen en te knuffelen.
  • Wees eerlijk over je gevoel. Probeer de ander niet te sparen.
  • Blijf duidelijk maken wat je wilt. Verwacht niet dat je partner na al die jaren wel weet wat je wilt. Andersom geldt hetzelfde.
  • Irritaties bespreken? Begin dan met te benoemen wat er wél goed gaat. Dat vergroot de kans dat de ander je serieus neemt en naar je luistert.
  • Praat in wensen, in plaats van verwijten. Dus niet: ‘jij hebt ook nooit ergens zin in’, maar ‘ik vind het zo leuk om er samen op uit te gaan en dat mis ik de laatste tijd.’ Zo voorkom je dat in ‘welles-nietes’ vervalt.
  • Onderhandel over een compromis waar je beide mee kunt leven.
  • Creëer een ‘eilandje’ voor jezelf: een plaats of situatie waarin je je kunt terugtrekken en met je eigen gedachten bezig kunt zijn.

[Kader]

Wanneer in therapie?

Volgens Vansteenwegen lossen de meeste problemen zich in de loop van de tijd vanzelf op. Ben je er na een jaar nog niet uit, of blijven dezelfde irritaties en verwijten steeds terugkomen, dan is het verstandig om de hulp van een relatietherapeut in te schakelen. Heeft een van beide partners een affaire gehad, dan kun je dat beter zo snel mogelijk doen. Bij twijfel geldt: liever te vroeg dan te laat. Na hun 40ste zullen mensen hun gewoontes niet zo gauw meer veranderen. Maar leren om elkaar beter te begrijpen en de verschillen tussen partners te accepteren heeft op elke leeftijd zin.

[Kader]

Wie is Alfons Vansteenwegen?

Prof. dr. Alfons van Steenwegen (68), psycholoog, seksuoloog en relatietherapeut, was jarenlang voorzitter van het Instituut voor Familiale en Seksuologische Wetenschappen aan de Katholieke Universiteit Leuven. Hij is auteur van bestsellers als Liefde is een werkwoord (met spelregels voor een duurzame relatie), Hoe overleef je een liefdesaffaire (over overspel), Vreemdgaan met je partner (over omgaan met verschillen in een relatie) en Als liefde zoveel jaar kan duren (over genieten van je relatie na je 50ste). Sommige daarvan schreef hij samen met zijn echtgenote Maureen Luyens, eveneens relatietherapeut. Ze hebben drie zonen en een dochter. In 2007 werd zijn werk bekroond met de prestigieuze Nederlandse seksuologieprijs Emde Boas – Van Ussel.

Martine (47) en Ron (48) de Vogel zijn 27 jaar bij elkaar, waarvan 18 getrouwd. Ze hebben een dochter van 15 en een zoon van 12.

“Ron staat heel makkelijk ik het leven, ik heb nog wel eens de neiging om te piekeren. Dat is typisch zo’n verschil waarin we elkaar goed aanvullen. Ik stimuleer hem, hij stelt mij gerust. Daar komt af en toe best een stevige discussie aan te pas, bijvoorbeeld over tot hoe laat onze dochter uit mag. Maar uiteindelijk vinden we elkaar altijd in het midden. Een goed voorbeeld voor de kinderen: zo zien ze dat je van elkaar kunt leren.

Na 27 jaar vind ik Ron nog steeds de leukste en liefste vent ter wereld. Hij is sociaal, grappig en positief; allemaal zaken die ik in hem bewonder. Hij houdt rekening met mij, en ik met hem. Als ik ’s ochtends opsta, heeft Ron de koffie al voor me klaargezet. En als hij een keer laat thuis is, wacht ik op hem – we gaan altijd tegelijkertijd naar bed. Heerlijk, om zo voor elkaar te zorgen. Verder plannen we één avond in de week voor ons tweeën. Dan nemen we uitgebreid de tijd om bij te kletsen. Alles is bespreekbaar, zelfs de schoonfamilie! Zo blijven we bij elkaar betrokken.

Hoe lang we ook samen zijn, we blijven nieuwsgierig naar elkaar. Omdat we beide ons eigen leven hebben – werk, vrienden sport – raken we nooit uitgepraat. Er is een goede balans tussen ‘ik’ en ‘wij’.

De laatste tijd hebben we een aantal mensen in onze omgeving verloren, ook van onze eigen leeftijd. Dat relativeert enorm. Hoe belangrijk is het dan dat Ron nooit zo netjes zal worden als ik? We hebben elkaar tenminste nog.”

Angélique Komen (43) en André de Jeu (45) zijn 26 jaar samen. Ze hebben een dochter van 11 en een zoon van 8.

“André was mijn eerste echte vriendje. Het was meteen serieus tussen ons. Ik weet nog dat ik dacht: ‘ik wil andere ervaringen opdoen voordat ik me aan iemand bind!’ Daar is het nooit van gekomen; hij was de man voor mij.

Het geheim van onze relatie is dat we elkaar heel erg vrij laten. We hoeven niet zo nodig alles samen te doen. Juist niet, daar zou ik gek van worden.

André geeft me de ruimte om te doen wat ik leuk vind, of dat nu om mijn carrière gaat, of om uitstapjes met vriendinnen. Hij neemt mijn wensen serieus, en steunt me in mijn keuzes; ik voel me door hem gewaardeerd. Dat maakt het makkelijk om voor hem hetzelfde te doen. We gunnen elkaar het beste.

Het is niet altijd zo soepel gegaan als nu. Vijftien jaar geleden kwamen we in een crisis terecht. Door emotionele en praktische problemen werden we uit elkaar gedreven. De balans in onze relatie was weg. Ik heb toen een ultimatum gesteld: we doen het samen, of we doen het niet. Dat betekende voor ons allebei: concessies doen. Het was hard werken, maar uiteindelijk zijn we er sterker uitgekomen.

Natuurlijk zijn er nog wel eens irritaties. Over het feit dat André veel slordiger is dan ik bijvoorbeeld. Gelukkig hebben we daar een prima oplossing voor gevonden, in de vorm van een werkster. Zij houdt onze relatie goed!

Mensen vragen wel eens of het na zoveel tijd nooit saai wordt. Misschien wel een beetje, maar saai is op z’n tijd best lekker. Stabiel, comfortabel, veilig, zo voelt het nu samen. Het geeft ruimte om van elkaars positieve kanten te genieten. Als André voor zijn werk een paar dagen weg is, mis ik hem echt. We liggen dan ’s nachts in bed zelfs te SMS-en! Zolang dat nog zo is, zit het wel snor met onze relatie.”

ZO VERKOOP JE JEZELF

24 Jan

Dit artikel is gepubliceerd in Plus Woman van januari 2010.

Op je werk goed voor de dag komen is belangrijk – en dan hebben we het over meer dan alleen kleding. De beste tips om op een positieve manier op te vallen. Succes gegarandeerd!

Een goed begin is het halve werk

De eerste paar minuten van een ontmoeting zijn alles bepalend; daarin vorm je direct een oordeel over de ander – en de ander over jou. Om een goede eerste indruk te maken, is het belangrijk je gesprekspartner recht aan te kijken. Dat geeft de ander het gevoel dat je alleen met hem of haar bezig bent. Zeker weten dat je lang genoeg hebt gekeken? Als je de kleur van zijn of haar ogen kunt benoemen, zit je goed.

Bij het oogcontact horen een vriendelijke glimlach en een stevige handdruk. Vrouwen die niet glimlachen worden als ongelukkig gezien, mannen als dominant. Lachen dus! Met een ferme handdruk laat je zien dat je open, actief en vol zelfvertrouwen bent.

Op sollicitatie

Een goede eerste indruk is dubbel zo belangrijk bij een sollicitatie. Bij binnenkomst van de zenuwen alles uit je handen laten vallen? Gelukkig kun je ook na die eerste minuten nog een hoop doen om je potentiële baas ervan te overtuigen dat jij de beste bent voor de baan.

Veel sollicitanten zijn vooral bezig met het ‘juiste antwoord’ geven. Terwijl werkgevers hoofdzakelijk willen weten uit welk hout je gesneden bent, en of je goed bij het bedrijf past. Dat blijkt uit méér dan alleen de inhoud van je verhaal. Bedenk vooraf: dit wordt een leuk gesprek! Met zo’n instelling kom je enthousiast en krachtig over. Toon waardering en interesse in je gesprekspartner. Zeg terloops iets aardigs, bijvoorbeeld over de mooie werkkamer of de gezellige sfeer. Dat werkt prima om iemand in een goede stemming te brengen. Krijg je een lastige vraag? Rustig nadenken mag. Een korte stilte laten vallen komt zelfverzekerder over dan een gehaast antwoord.

Over moeilijke vragen gesproken: in negen van de tien sollicitatiegesprekken wordt naar je goede en slechte eigenschappen geïnformeerd. Zet die daarom vooraf voor jezelf op papier. Om het makkelijker te maken kun je familie en vrienden eens vragen wat zij typerend aan jou vinden. Probeer negatieve uitspraken over jezelf te vermijden. Beter is het om te zeggen wat je aan jezelf kunt verbeteren. Dus niet: ‘ik vind het moeilijk om voor een groep te spreken’, maar ‘ik wil graag mijn presentatietechnieken verbeteren’. Kom vervolgens met een voorbeeld van hoe je dat zou willen doen.

Nog wat andere sollicitatietips: neem de naam en het telefoonnummer mee van de persoon waarmee je een afspraak hebt. Mocht je onverhoopt vertraagd zijn, dan kun in ieder geval bellen. Eenmaal binnen is het verstandig je meteen netjes te gedragen. Onderschat de nieuwsgierigheid (en roddellust) van de receptioniste niet! Tot slot: val nooit je huidige of vroegere werkgever af. Je wilt niet als een ‘verrader’ te boek staan.

Kleren maken de vrouw

Je herinnert je het vast nog wel: de scene uit Pretty Woman, waarin Julia Roberts in strakke, onthullende kleding een deftige boetiek binnenstapte. Geen winkeldame die haar serieus nam. Maar toen ze een paar dagen later perfect gekleed terugkeerde, verdrong het personeel van dezelfde winkel zich om haar te helpen. De moraal van dit verhaal: hoe je je kleedt, bepaalt hoe mensen op je reageren.

De gouden etiquetteregel voor zakelijke kleding luidt: pas je qua stijl zoveel mogelijk aan je collega’s aan. Dat geeft anderen een gevoel dat je ‘erbij hoort’. In kleine details, zoals sierraden, kun je je persoonlijke stijl kwijt.

Bij een artistiek beroep past kleurrijke, bijzondere kleding; dat ondersteunt een creatief imago. In een administratieve functie val je daarmee echter uit de toon. Een getailleerd jasje is bijna altijd goed; het oogt slank en geeft een krachtige indruk. Alles wat grenst aan (te) sexy, leidt de aandacht af. Liever dus geen kort rokje, diep decolleté of schoenen met open tenen.

Heb je iets nieuws aangeschaft, check dan goed of je alle labels en stickers heb verwijderd. Ook onder je schoenen!

Mocht je willen doorgroeien naar een hogere functie, dan is het handig je daar alvast naar te kleden. Men zal je onbewust eerder geschikt vinden.

Onderhandelen loont

Mannen hechten veel belang aan status en hiërarchie. Zij willen daar tijdens een (salaris)onderhandeling méér van binnenhalen. Vrouwen daarentegen richten zich vooral op de inhoud van de baan, en op de goede relatie met de werkgever. Vandaar dat zij het meestal moeilijker vinden om om iets extra’s te vragen. Stel je voor dat de baas geïrriteerd raakt!

Wij vrouwen onderhandelen anders dan mannen, maar dat betekent niet dat we met minder genoegen hoeven te nemen. De truc is een aantal klassieke valkuilen te vermijden. Zo denken vrouwen vaak dat als ze maar hard genoeg werken, de beloning vanzelf volgt. Niet dus. Mensen krijgen niet alleen promotie omdat ze hun werk goed doen, maar vooral omdat ze zichtbaar zijn. Wil je iets voor elkaar krijgen, dan moet durven zeggen dat je goed bent, durven vragen waar je recht op hebt.

Maak vervolgens niet de fout om een voorstel meteen te accepteren. De meeste werkgevers verwachten dat je terugkomt met een tegenbod. Vooral mannen hebben waardering voor iemand die pittig kan onderhandelen! Laat een goede band met je baas, of het feit dat hij of zij zo aardig is, je er niet van weerhouden om ‘nee’ te zeggen. Je wijst immers alleen een voorstel af, niet de persoon.

Geen idee wat je zou kunnen verdienen? Kijk dan eens op http://www.loonwijzer.nl. Daar kun je jouw salaris vergelijken met dat van mensen in een vergelijkbare functie. Denk niet dat je een lager salaris uiteindelijk wel zal ‘inlopen’. In de praktijk blijkt dat dat zelden lukt.

Ben ik (on)zichtbaar?

De meeste vrouwen vinden het vervelend om opdringerig over te komen. Misschien komt dat omdat we van jongs af aan de boodschap mee hebben gekregen dat we lief, ijverig en gehoorzaam moeten zijn. Maar brutalen hebben de halve wereld, óók op het werk. Onderzoek wijst uit dat mensen die zich laten zien en die zich inspannen om zichzelf geliefd te maken, meer erkenning krijgen. Dus: loop eens bij je leidinggevende binnen of ga met hem of haar lunchen. Is daar geen tijd voor? Spreek dan af dat je af en toe een mail stuurt, waarin je verslag doet van je resultaten.

Regelmatig complimenten maken helpt ook. Door iemand te complimenteren, beloon je hem als het ware voor wie hij is. ‘Wat een mooi jasje!’ wordt door je collega vertaald in ‘ik heb een goede smaak’, of ‘ik ben in staat de juiste keus te maken’. Het geeft hem of haar een gevoel van controle en positieve energie. Vooral aan het begin van een gesprek werkt een compliment goed – het zorgt voor een open sfeer. Wees wel oprecht; een onechte opmerking maakt dat iemand zich belazerd voelt en heeft daarmee een averechts effect.

Bij je collega’s val je verder gegarandeerd in de smaak als je een grote pot drop op je bureau zet. Je zult zien dat ze dan ineens veel vaker bij je langskomen. Af en toe even babbelen versterkt de onderlinge band en maakt het makkelijker om dingen voor elkaar te krijgen.

Een vergadering is bij uitstek een goede plek om jezelf te profileren. Als je niet iedereen kent, stel je dan voor en vertel waarom je er bent. Bij een terugkerend overleg, zoals een teamvergadering, is het handig om steeds op een andere plek te gaan zitten. Op die manier val je eerder op. Wacht niet te lang als je iets wilt zeggen; voor je het weet maait een collega het gras voor je voeten weg, en strijkt hij of zij met de eer. Een handige tip: praat in een laag tempo. Als je zelf denkt dat het veel te langzaam gaat, merk je ineens dat iedereen echt luistert. Om te checken hoe je klinkt, kun je jezelf eens op je mobiele telefoon opnemen.

Tot slot nog een slimme tip van premiersvrouw Liesbeth den Uyl voor iedereen die het moeilijk vindt een gesprekje met een onbekende aan te knopen, bijvoorbeeld op een borrel of een receptie. Mevrouw Den Uyl had daar een beproeft recept voor, zo schreef ze in haar boek Eten op Buckingham Palace. “Ik vraag waarmee iemand bezig is, hoe dat zo gekomen is en waar hij of zij over tien jaar hoopt te zijn. Of het nu over tractoren, inktvissen of nieuwe nylon vezels gaat, dat werkt altijd.”

[Kader]

Meer lezen?

  • Y. Buchel en E. de Bruine, Lef! Loopbaancoach voor vrouwen (Academic Service 2005).
  • Monique Buhrs, Stratego voor vrouwen – Ontwikkel je strategie en speel het spel (SDU Uitgevers 2007).
  • Lois Fränkel, Opzij! Opzij! Opzij! – 101 adviezen om carrière te maken voor vrouwen (Arena 2005).
  • Kate White, Snelle meiden komen van ver – Carrièretips en strategieën voor vrouwen met lef (De Boekerij 2003).
  • Mirjam Wiersma, Zakelijk flirten – 40 tips (Het Spectrum 2007).

[Kader]

Blabla

Iedereen kent wel uitspraken als: ‘een stukje professionaliteit tonen’, ‘out-of-the-box denken’, geen problemen maar uitdagingen zien’ of ‘best practices benoemen. Gebruik dat soort zinsneden liever niet! Ze komen onecht en onbetrouwbaar over en zaaien alleen maar verwarring. (Wat is dat eigenlijk, een stukje professionaliteit?)

[Kader]

Een goede handdruk

Een open, sympathieke handdruk geef je door:

  • je hand recht uit te steken met gesloten vingers
  • met gemiddelde knijpsterkte te beginnen
  • de duur en de knijpsterkte aan de ander aan te passen
  • met je bovenlichaam ligt naar voren te leunen.

Een goede handdruk duurt twee à 3 seconden.

[Kader]

Bril op, bril af

Neemt men je niet serieus op je werk, dan is een bril met vensterglas een goed idee. Kom je een beetje streng of afstandelijk over en draag je een bril, dan is het juist goed om voor contactlenzen te kiezen. Uit onderzoek blijkt namelijk dat mensen met een bril als serieus, zakelijk en intelligent worden gezien, en mensen zonder bril als vriendelijk, open en toegankelijk. Als je het echt goed wilt aanpakken kun je het per situatie variëren. Moet je Een moeilijk gesprek over salarisverhoging voeren, waarbij je bang bent te snel toe te geven? Met een bril op gaat het beter!

%d bloggers liken dit: