ARIE SLOB

16 Jul

Dit artikel is gepubliceerd in ANBO Magazine nr. 4, juli/aug 2010

Toen lijsttrekker André Rouvoet drie jaar geleden namens de Christenunie in het kabinet plaatsnam, werd zijn nummer 2,  Arie Slob, voorzitter van de Tweede Kamerfractie. Daarmee kwam de oud-geschiedenisleraar plotseling volop in de politieke schijnwerper te staan. Even wennen voor de man die zich het liefst dienstbaar opstelt. “Ik houd er niet van om mezelf op de borst te slaan.”

 

Hoe raakt een geschiedenisleraar verzeild in de politiek?

“Twintig jaar geleden werd ik gevraagd voor de kieslijst voor de GPV – één van de voorlopers van de ChristenUnie – in Zwolle. Ik was op de achtergrond bij die partij actief, maar tot dan toe had ik er nooit over gedacht om politiek actief te worden. Ik ben naar dit vak toe geleid, zo voelt het. Maar vanaf de eerste raadsvergadering voelde ik me als een vis in het water.”

Wat trekt  u er zo in aan?

“Het feit dat ik me dienstbaar kan maken, dat ik iets concreets kan doen voor de samenleving. Vooral als het gaat om sociale thema’s: goede zorg, voldoende werk, armoedebestrijding. Vanaf het begin hoorde ouderenbeleid voor mij ook in dat rijtje thuis. Niet lang nadat ik raadslid was geworden, heb ik daar zelfs een speciale nota over geschreven, Wijs met grijs.”

Wat stond daar zoal in?

“De belangrijkste boodschap was: de manier waarop we tegen ouderen aankijken moet veranderen. Als er over ouderen gesproken wordt, trekken mensen al gauw een bezorgd gezicht. De problemen van de vergrijzing staan centraal in de discussie. Dat was vijftien jaar geleden zo, en dat is nu – helaas – nog zo. Terwijl we als samenleving juist zoveel aan de levenservaring en wijsheid van ouderen kunnen hebben.”

Waar komt dat negatieve beeld vandaan, denkt u?

“Dat heeft met onze cultuur te maken. In Aziatische landen hebben ouderen status en aanzien, zowel in hun familie als op hun werk. In Nederland lijkt het wel alsof je als oudere juist minder waard wordt. Daar zijn we met z’n allen debet aan. Maar we kunnen die beweging ook met z’n allen keren. Door verder te kijken dan de vanzelfsprekende vooroordelen. De politiek kan een bijdrage leveren  door het ouderenbeleid niet zo te problematiseren.”

Zijn de stijgende zorgkosten en de onbetaalbaarheid van de AOW dan geen probleem?

“Ik zal niet ontkennen dat we door de vergrijzing met grote, maatschappelijke uitdagingen te maken krijgen. Maar ik ben ervan overtuigd dat we die samen op zo’n manier kunnen aanpakken, dat ook de volgende generatie ouderen nog op goede zorg en een fatsoenlijk pensioen kan rekenen. Dat vereist echter wel een andere houding. Burgers zullen meer eigen verantwoordelijkheid moeten nemen. Bijvoorbeeld door meer bij te dragen aan de kosten van de zorg die ze gebruiken.”

Hoe dan?

“Als het aan de ChristenUnie ligt, worden de zorgpremie en het eigen risico inkomensafhankelijk. Iedereen gaat meer betalen, maar de sterkste schouders dragen de zwaarste lasten. Verder vind ik dat je van mensen mag verwachten dat ze, gedurende hun leven, geld opzij zetten voor zorg die ze later hoogstwaarschijnlijk nodig hebben.”

Naast sparen voor het pensioen moeten we als het aan u ligt dus ook voor zorg gaan sparen.

“Neem nu de rollator. Veel ouderen hebben die op latere leeftijd nodig. Als je dat weet, kun je daar in een eerdere levensfase al geld voor opzij zetten. Ik weet dat het zelf betalen van de rollator gevoelig ligt. Maar al dat soort hulpmiddelen in het basispakket of de AWBZ stoppen maakt die regelingen onbetaalbaar. Uiteindelijk verliezen we dan allemaal. Een tiener die zijn rijbewijs wil halen, spaart daarvoor. Waarom zouden we dat dan niet ook doen voor iets essentieels als goede zorg?”

Voor het halen van een rijbewijs kies je. Voor ziek worden niet.

“Klopt. Maar we kunnen simpelweg niet voor alle kosten van het leven bij de overheid aankloppen. Ik vind het logisch dat je daar zelf ook een zekere verantwoordelijkheid in neemt. Alleen dan kunnen we garanderen dat de zorg ook in de toekomst hoogwaardig en toegankelijk blijft. Overigens staat het buiten kuif dat, als mensen de kosten van noodzakelijke hulp niet kunnen opbrengen, de overheid bijspringt.”

Heeft u zelf al zo’n zorgspaarpotje?

“Daar raakt u een gevoelig punt. Ik moet eerlijk toegeven dat ik, net als veel van mijn generatiegenoten, te snel denk: dat komt wel goed. Met dit pleidooi spreek ik dus net zo goed mezelf toe. Ik zie mijn eigen huis overigens wel als een spaarpotje voor later.”

Legt u de gevolgen van de vergrijzing zo niet helemaal op het bordje van de burger?

“Dat is niet de bedoeling. Maar als mensen van de politiek verwachten dat we alle problemen oplossen en het leven gemakkelijk maken, dan moet ik ze teleurstellen. Burgers en bedrijven kunnen niet langer al hun wensen en verlangens op het bordje van de overheid leggen. Als het om de zorg voor ouderen gaat, betekent dat bijvoorbeeld dat kinderen, familieleden, vrienden en buren met elkaar rond te tafel moeten gaan zitten om te kijken hoe een en ander zo goed mogelijk geregeld kan worden. Meer voor elkaar klaar staan, daar draait het om.”

Dan moet die oudere wel zo’n sociaal netwerk hebben.

“Eenzaamheid en sociale uitsluiting onder ouderen is een probleem, daar ben ik me van bewust. Maar daar zou zo’n aanpak juist goed bij kunnen helpen. Een groot aantal gemeentes organiseert bijvoorbeeld al buurtprojecten, waarbij bewoners bij ouderen op bezoek gaan of hen helpen met de verzorging of klusjes in huis. Door zulke projecten uit te breiden, sla je twee vliegen in één klap: er wordt een minder groot beroep op de zorg gedaan en ouderen worden actief betrokken bij de samenleving.”

Gaat u ze daar ook bij helpen, bijvoorbeeld door meer voorzieningen voor mantelzorgers te treffen?

“Het lijkt soms wel of alleen betaald werk als ‘echt’ werk wordt gezien. Maar mantelzorg en vrijwilligerswerk zijn minstens zo waardevol. Dat willen we vanuit de overheid graag stimuleren, bijvoorbeeld door vakantiedagen die daarvoor gebruikt worden fiscaal aftrekbaar te maken. Maar uiteindelijk staat en valt het natuurlijk bij de verantwoordelijkheid die burgers voelen en nemen. Die kunnen wij als politiek niet van bovenaf opleggen.”

Iets anders. Van de 60-plussers kan 3% nog aan het werk komen. Toch pleit de ChristenUnie voor een verplichte verhoging van de AOW-leeftijd naar 67.

“Die twee zaken moet je niet op één hoop gooien. We worden – gelukkig – steeds ouder met z’n allen. Tegelijkertijd neemt het aantal jongeren af. Dat maakt de AOW in de huidige vorm op den duur onbetaalbaar. Een verhoging van de AOW-leeftijd is dus onvermijdelijk. Partijen die dat ontkennen, zoals de SP en de PVV, strooien mensen zand in de ogen.”

Daarmee lost u nog niet het probleem op dat veel ouderen niet aan de bak komen.

“Het klopt dat er momenteel een flinke groep 50-plussers is, die moeilijk aan een baan kunnen komen. Voor een groot deel is dat het gevolg van de economische crisis. Als de economie weer aantrekt, hebben we hen echter keihard nodig om Nederland draaiende te houden. Verder zullen mensen zich er tijdig op moeten voorbereiden, dat ze in de laatste fase van hun carrière wellicht ander, minder zwaar werk gaan doen. Dat willen we stimuleren door iedere werknemer een talentenbudget te geven, betaald door werkgevers, werknemers en de overheid. Met dat geld kun je je bijvoorbeeld tijdig omscholen of sparen voor pensioen op je 65ste.”

De afgelopen kabinetsperiode heeft de ChristenUnie voor het eerst in haar bestaan meegeregeerd. Hoe is dat bevallen?

“Heel goed. Onze houding is altijd geweest: als we verantwoordelijkheid kunnen nemen, doen we dat graag. Ons sociale hart klopt luider dan ooit. Door mee te regeren hebben we een aantal klinkende resultaten behaald. We zijn niet langer de partij die vanaf ze zijlijn commentaar levert, maar die het zelf waarmaakt.”

Op welke successen bent u het meest trots?

“Dankzij de ChristenUnie is er bijvoorbeeld meer geld beschikbaar gekomen voor palliatieve zorg, de zorg in de laatste levensfase. Een ander punt is het uitstapprogramma voor prostituees. Dat geeft  vrouwen en mannen in die branche de mogelijkheid om met behulp van gemeenten uit het werk te stappen en een nieuw leven op te bouwen. Dat soort successen op het sociale vlak worden vaak automatisch aan de PvdA toegeschreven, maar zonder ons waren ze er niet gekomen.”

Heeft u uw sociale gezicht tussen de grote PvdA en het CDA wel voldoende voor het voetlicht kunnen brengen?

“Ik ben opgevoed met het idee dat je je verantwoordelijkheid in de maatschappij neemt, zonder jezelf daarvoor op de borst te slaan. Die houding kenmerkt onze hele partij. Maar in de politiek is het belangrijk dat je je resultaten goed zichtbaar maakt. Wat dat betreft leren we snel bij.”

De ChristenUnie staat bekend om haar principes. Heeft u die in een coalitieregering niet moeten verloochenen?

“Integendeel. Compromissen sluiten betekent niet dat je achteruit gaat, maar dat je een iets minder grote stap vooruit zet dan je idealiter zou willen. Met de PvdA verschillen we bijvoorbeeld duidelijk van mening over thema’s inzake de beschermwaardigheid van het leven. Maar dat betekent niet, dat we elkaar niet een heel eind tegemoet zijn gekomen. Bijvoorbeeld als het gaat om afspraken over betere palliatieve zorg. De ChristenUnie is en blijft een principiële partij, maar wel een die op een praktische manier woorden in daden probeert om te zetten.”

Wordt u er soms niet moe van dat u altijd wordt afgeschilderd als de partij tegen abortus en euthanasie?

“Daar maak ik me niet zo druk om. Als je even verder kijkt, zie je dat we ons de afgelopen jaren voor een breed scala van onderwerpen hebben ingezet. Vervelender vind ik het als mensen denken dat we alleen voor onze eigen achterban opkomen. We werken aan een betere en socialere maatschappij voor alle Nederlanders, ongeacht hun overtuiging.”

Welke thema’s zijn de afgelopen kabinetsperiode blijven liggen, waar u zich de komende jaren hard voor wilt maken?

“Milieu en duurzaamheid bijvoorbeeld; dat beleid is onvoldoende uit de verf gekomen. Verder willen we graag een vervolg geven aan het jeugd- en gezinsbeleid. En het debat aangaan over hoe we op een vreedzame manier met culturele en religieuze verschillen in onze samenleving omgaan. Mede door de invloed van de PVV lijkt het wel alsof daar helemaal geen ruimte meer voor is in Nederland.”

Was het een makkelijke keuze om voor nog eens vier jaar Tweede Kamer ‘bij te tekenen’?

“Alles behalve dat. Onze lijsttrekker, André Rouvoet, is beschikbaar als fractievoorzitter. Dat betekent dat ik een stapje terug moet doen. Daar heb ik geen enkele moeite mee – ik voel me oprecht prettig in een dienstbare rol. Maar dan moet ik wel zeker weten dat ik op die plek een toegevoegde waarde heb. Het was een zoektocht: waar heeft God mij het meest nodig? Na gebed en gesprekken – in die volgorde – heb ik besloten me opnieuw beschikbaar te stellen voor de kieslijst. Met volle overtuiging, want volksvertegenwoordiger is een van de mooiste banen die er is.”

[Kader]

Arie Slob (1961) – de helft van een tweeling – komt uit een gezin van tien kinderen. Na zijn studie werkte hij op verschillende posities in het onderwijs, onder andere als docent en directeur van een  onderwijsorganisatie. Van 1993 tot 2001 was hij gemeenteraadslid in Zwolle. In 2001 nam hij namens de ChristenUnie plaats in de Tweede Kamer, de laatste drie jaar als fractievoorzitter. Het geloof is, naar zijn zeggen, ‘de bloedstroom van zijn leven’. Hij is ervan overtuigd dat de bijbel ook in de politiek richting kan geven. Arie Slob is getrouwd. Samen met zijn vrouw Marjette heeft hij drie dochters en een zoon.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: