“BRANDWONDEN ZITTEN NIET ALLEEN AAN DE BUITENKANT”

3 Sep

Jaarlijks lopen ruim 9.500 Nederlanders brandwonden op. 20% van hen moet worden opgenomen in het ziekenhuis. Zoals Dominique Georges (23). Na een stom ongelukje liep zij in 2009 ernstige brandwonden aan haar arm en been op.

“‘Ik ga dood.’ Dat was het enige wat ik nog kon denken toen ik in brand stond. De vlammen kwamen via mijn linkerbeen en arm omhoog, tot in mijn nek. Ze kleurden de wereld om me heen geel en oranje. Pijn voelde ik op dat moment nog niet. Die kwam later, in de ambulance.

22 juni 2009, een van de eerste mooie zomeravonden van het jaar. Mijn vriendin, een paar vrienden en ik zaten rond de vuurkorf in de tuin. Eén van hen, een jongen met wie ik al tien jaar goed bevriend was, spoot wasbenzine op het vuur. Van de steekvlam die ontstond schrok hij zo, dat hij in een reflex de rest van de fles over de vlammenzee gooide. De vloeistof kwam grotendeels op mij terecht. Voor ik het wist stond mijn hele linkerkant in brand.

Het volgende wat ik me herinner, is dat ik onder de douche stond. De vellen hingen aan mijn armen; ik zag ze in het doucheputje wegspoelen. Vreemd genoeg maakte ik me op dat moment alleen druk om mijn haar. Het had zo lang geduurd om dat te laten groeien.

De ondraaglijke pijn kwam in de ambulance,  en daarna, in het ziekenhuis. Mijn lichaam was voor 16% verbrand, dus mocht ik naar de ‘gewone’ brandwondenafdeling; pas boven de 20% kom je op de intensive care. De brandplekken liepen van mijn hals en mijn linkerarm via mijn been naar mijn voet. Maar mijn gezicht en haar waren wonderwel gespaard gebleven.

In totaal heb ik bijna vier weken in het ziekenhuis gelegen. Dagelijks moest ik in een zoutbad, om de dode huid te verwijderen. Daarna werden de verbrande lichaamsdelen met zalf ingesmeerd en ingezwachteld. De rode draad van die lange, vervreemdende dagen was de onophoudelijke pijn. Zelfs de grote hoeveelheden pijnstillers hielpen nauwelijks. Ik dacht dat het nooit meer goed zou komen.

Vooral mijn arm, hand en knie waren er slecht aan toe. De huid was daar afgestorven, dus was er een huidtransplantatie nodig. Na drie weken ben ik geopereerd. Om de wonden te bedekken, werd gezonde huid van mijn bovenbeen geschaafd. Die plek van twintig bij tien centimeter deed na de operatie nog het meest pijn. Ik had er een nieuwe brandwond bij, zo voelde dat.

Na de operatie was de huid op mijn verbrande arm vies, zwart en verfrommeld. Wanhopig werd ik toen ik dat zag; die ingreep was mijn laatste hoop op herstel. Voor het eerst werd ik ook echt boos over wat me was overkomen. Ik zou voor altijd verminkt blijven, dacht ik.

Zes weken duurde het, voor de wonden hersteld waren. Al die tijd nam mijn vriendin de dagelijkse verzorging van het baden en zalven op zich – ik was inmiddels thuis. Het is een vreemde gewaarwording als je partner ineens je verpleegster wordt. Gelukkig heeft het onze relatie niet onder druk gezet, eerder versterkt.

Uiteindelijk is mijn arm wonderbaarlijk goed hersteld; als je het niet weet, zie je daar niets. De plekken op mijn been zijn minder mooi. Hopelijk trekken die nog bij. Pas na twee jaar is het littekenweefsel ‘uitgerijpt’, zoals de artsen dat noemen, en weet ik wat het blijvende resultaat is.

Zodra het fysiek ietsje beter ging, kwam ik in een soort niemandsland terecht. Te goed om de hele dag hulp nodig te hebben, te slecht om zelf veel te kunnen ondernemen. Dat is nu nog steeds zo. Als het koud is, doen mijn littekens ontzettend pijn. Als het heet is heb ik overal jeuk. Mijn beenhuid is zo strak dat ik amper kan buigen. En door het littekenweefsel op mijn hand kan ik nauwelijks kracht zetten.

Mijn fysiek zware werk als logistiek medewerker kan ik niet meer uitvoeren – misschien wel nooit meer. Hetzelfde geldt voor mijn grootste hobby: handbal. Voor het ongeluk, deed ik dat drie, vier keer per week. Maar behalve aquajoggen is sporten nu onmogelijk. Ik kan niets, ik mag niets. En dat terwijl ik juist zo’n zelfstandige doener ben. Ik zit vast in een lichaam dat niet mee wil werken. Hoe dat verder moet, weet ik niet goed; daar kan ik soms heel somber van worden. Ik probeer nu van dag tot dag te leven.

Aan de buitenkant zie je niet veel meer van het ongeluk. ‘Het valt toch wel mee?’, hoor ik regelmatig. Mensen hebben geen idee door wat een hel ik ben gegaan. En de wonden aan de binnenkant zijn nog lang niet genezen. Ik pieker veel over de toekomst. Daardoor slaap ik slecht. Als ik vuur zie, zelfs op tv, krijg ik nachtmerries. Koken durf ik niet meer, uit angst voor brand. Om dezelfde reden stap ik ook niet in mijn vaders auto met gastank.

Tegelijkertijd sta ik positiever in het leven dan voorheen. Vroeger durfde ik nog niet eens naar buiten met een koortslip. Waar maakte ik me druk om, denk ik nu. Ik kan beter relativeren. En ik geniet veel bewuster van de dingen die wél goed gaan. Zeker sinds ik via de Brandwondenvereniging een weekend ben weggeweest met lotgenoten. Eerst moest ik daar niets van hebben – het bevestigde voor mijn gevoel het slachtofferschap. Maar achteraf wou ik dat ik eerder zulke mensen had gevonden. Ze begrijpen zonder woorden wat ik doormaak.

Ik ben ook onder behandeling bij een psychologe van de Brandwonden Stichting. Zij helpt me praktisch, met het overwinnen van mijn angsten. Maar ook met het accepteren van het feit dat mijn leven nooit meer hetzelfde zal zijn. De veroorzaker van het ongeluk heeft, op één kort bezoekje in het ziekenhuis na, nooit meer iets van zich laten horen. Dat hij niet weet wat hij me allemaal heeft aangedaan, daar heb ik het nog steeds moeilijk mee.

De beruchte vuurkorf staat nog altijd in de tuin. Hij herinnert me dagelijks aan wat er is gebeurd. ‘Gooi toch weg’, zeggen mijn vrienden. Maar dat wil ik niet. Het is een onlosmakelijk deel van mijn leven geworden. Mijn doel is om er in de toekomst nog eens een vuurtje in te branden. Gewoon, gezellig, zonder bang of verdrietig te zijn. Misschien dat ik deze nare periode dan op een positieve manier kan afsluiten.”

[Kader]

Brandwonden

  • 9.600 brandwondenslachtoffers melden zich per jaar bij de spoedeisende eerste hulp
  • 1.900 van hen worden jaarlijks opgenomen in een ziekenhuis.
  • 500 worden opgenomen in een brandwondencentrum
  • 49 mensen overlijden jaarlijks als gevolg van een brandwondenongeval

Brandwonden, die ontstaan als de huid wordt blootgesteld aan een temperatuur van minimaal 40° C, zijn de meest ernstige verwondingen die iemand kan oplopen. Ze zijn uitzonderlijk pijnlijk en kunnen blijvende huidschade veroorzaken. De diepte van de brandwond hangt af van de temperatuur, de tijd dat de hitte inwerkt op de huid en de oorzaak van de verbranding. 56% van de brandwonden zijn het gevolg van contact met een hete vloeistof of hete damp, 15% ontstaat na contact met een heet voorwerp en 13% door vuur en vlammen.

De Brandwonden Stichting (http://www.brandwonden.nl) doet er alles aan om brandwonden te voorkomen en slachtoffers te helpen, bijvoorbeeld door het geven van voorlichting en projecten ter verbetering van de zorg.  Daarnaast is er e Vereniging van Mensen met Brandwonden (http://www.brandwondenvereniging.nl), voor en door mensen die brandwonden hebben opgelopen of er van nabij bij betrokken waren.

Bron: Brandwonden Stichting, Consument en Veiligheid

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: