NNG-STANDAARD GEEFT HUISARTS CONCREET ADVIES

3 Sep

Voor huisartsen is het belangrijk op de hoogte te blijven van de laatste wetenschappelijke inzichten op hun vakgebied. Om dat te vergemakkelijken, en om hen te helpen bij het maken van de juiste behandelkeuze, zijn er NHG-standaarden: behandelrichtlijnen, gemaakt voor en door huisartsen.

Het Nederlands Huisartsengenootschap (NHG) is een vereniging, die zich met de inhoudelijke ontwikkeling van het huisartsenvak bezighoudt. Ze biedt huisartsen bijvoorbeeld de gelegenheid om zich bij te scholen. Ook stelt ze zogenaamde NHG-Standaarden op. Dat zijn richtlijnen waarin een overzicht wordt gegeven van de laatste stand van zaken over (de behandeling van) een bepaalde aandoening.

“Twintig jaar geleden zijn we begonnen met de eerste NHG-standaard over diabetes”, vertelt Froukje Boukes. “Inmiddels hebben we er meer dan negentig.” Boukes is behalve praktiserend huisarts in Schoonhoven ook senior wetenschappelijk medewerker bij het NHG. In die hoedanigheid is ze betrokken bij het opstellen van diverse standaarden.

“De richtlijnen helpen huisartsen om hun werk zo goed mogelijk te doen”, vat ze het doel ervan samen. “Natuurlijk hebben we onze studieboeken altijd achter de hand. Maar door een standaard te raadplegen weet je zeker dat je op de hoogte bent van alle, voor een huisarts relevante kennis over een onderwerp. Bovendien geven ze concreet advies over behandelmogelijkheden.”

Voor huidaandoeningen bestaan op dit moment zeven verschillende standaarden (zie kader). De eerste, over constitutioneel eczeem, is in 1994 opgesteld en is inmiddels al twee keer herzien. De meest actuele, over huidschimmelinfecties (dermatomycosen), stamt uit 2008. In het verlengde van die zeven richtlijnen zijn er 25 patiëntenbrieven verschenen. Dat zijn documenten met achtergrondinformatie over een bepaalde aandoening, die huisartsen na een consult aan hun patiënten kunnen meegeven. “In sommige standaarden komen meerdere klachten aan de orde”, verduidelijkt Boukes. “Vandaar dat er meer patiëntenbrieven dan richtlijnen zijn.”

Twee jaar

Aan de totstandkoming van een NHG-standaard gaat een heel proces vooraf. Eerst bepaalt een adviesraad van acht tot twaalf praktiserende huisartsen over welke onderwerpen er volgens hen een richtlijn zou moeten komen. Daarbij kijken ze naar de behoeftes van hun collega’s, maar bijvoorbeeld ook of een aandoening redelijk vaak voorkomt en of er voldoende wetenschappelijke kennis over is.

Als een onderwerp officieel door de ledenvergadering van het NHG is goedgekeurd, gaat een werkgroep ermee aan de slag. Ook die bestaat uit praktiserende huisartsen, voorgezeten door een staflid van het NHG. Zij zijn het die de uiteindelijke tekst voor de richtlijn op papier zetten. Daarbij is wetenschappelijk bewijs leidend. Waar nodig wordt de feitelijke informatie aangevuld met ‘best practices’ van huisartsen zelf.

Het concept wordt vervolgens ter commentaar voorgelegd aan vijftig huisartsen uit het veld, en aan relevante specialisten. Als er voor die specifieke aandoening patiëntenverenigingen zijn, wordt hen ook om  een reactie gevraagd. Tot slot keurt een commissie van hoogleraren en wetenschappelijk onderlegde huisartsen de tekst goed.

Tegen de tijd dat de standaard wordt gepubliceerd, is er vaak twee jaar overheen gegaan. “Dat klinkt lang”, geeft Boukes toe. “Maar die tijd is nodig om zeker te weten dat het hele proces zorgvuldig verloopt.” Overigens is een eenmaal vastgestelde standaard geen statisch document. Het NHG streeft ernaar om iedere richtlijn elke vijf jaar (of zoveel vaker als nodig is) te actualiseren.

Samenwerking

Het NHG is niet de enige organisatie die medische richtlijnen opstelt. Het kwaliteitsinstituut voor de Gezondheidszorg, het CBO, doet dat bijvoorbeeld ook. Net als de Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie (VNDV) als het om huidproblemen gaat. Wordt de inhoud daarvan op elkaar afgestemd?

“Bij onze research kijken we uiteraard altijd eerst wat er in andere richtlijnen staat”, zegt Boukes. “En specialisten kunnen aan het eind van het traject commentaar geven op de tekst. Maar ze nemen niet deel in onze werkgroepen. Het blijven ten slotte adviezen voor en door huisartsen.”

Toch wordt er volgens Boukes steeds vaker samenwerking gezocht met andere professionals. Zo zat in de werkgroep die de standaard over het open been (ulcus cruris venosum) maakte, een nurse practitioner met veel ervaring in de aandoening en de verbandmiddelen die je kunt gebruiken. Verder is het NGH bezig om zogenaamde netwerkrichtlijnen te ontwikkelen. “Die worden opgesteld door huisartsen en specialisten samen”, aldus Boukes. “Elk beschrijft zijn eigen werkterrein. Over het gebeid waar die overlappen, worden heldere afspraken gemaakt. Zo is voor beide partijen duidelijk wie op welk moment wat doet.” Bij de duidelijkheid zijn niet alleen de behandelaars, maar vooral ook patiënten gebaat.

Kwaadaardige huidafwijkingen

Het zou best kunnen dat één van de komende netwerkrichtlijnen over een huidaandoening gaat. “De dermatologievereniging heeft ons benaderd met de vraag of we niet meer kunnen samenwerken”, vertelt Boukes. “Bij de beoordeling van wetenschappelijke research bijvoorbeeld, zodat dingen die dubbel hoeven worden uitgezocht. Sommige aandoeningen, waarbij vaak eerste en tweedelijns professionals betrokken zijn, lenen zich er ook voor om een netwerkrichtlijn over op te stellen. Een voorbeeld daarvan is contacteczeem.”

Iets anders is dat specialisten ook onderwerpen kunnen voordragen waarvan zij het belangrijk vinden dat er een aparte standaard overkomt. “Zo heeft de NVDV ons gevraagd of we een richtlijn willen maken over kwaadaardige huidafwijkingen en de voorstadia daarvan”, zegt Boukes. Het gaat dan om het herkennen van melanomen, maar ook om de behandeling door de huisarts van niet agressieve vormen van huidkanker. Huisartsen zien relatief weinig melanomen, maar het is wel belangrijk dat ze vroeg opgespoord worden. Niet-agressieve vormen van huidkanker, zoals basaliomen, komen steeds vaker voor. “Het verzoek gaat nu naar onze adviesraad”, aldus Boukes. “Ik schat de kans dat daar positief op gereageerd wordt redelijk hoog in.”

Behalve met specialisten kan de samenwerking met patiëntenvereniging ook nog beter, vindt Boukes. “Op dit moment worden patiënten alleen aan het eind van het proces betrokken”, zegt ze. “Het liefst zouden we ze aan het bij de start van de ontwikkeling vragen wat ze belangrijk vinden. Over wat een huisarts over een ziekte weet, maar ook over hoe hij daarover met hen communiceert. Bij het uitwerken van de richtlijn kunnen we daar dan rekening mee houden.”

[Kader]

NHG-standaarden over huidaandoeningen

  1. Acne
  2. Bacteriële huidinfecties
  3. Constitutioneel eczeem
  4. Decubitus (doorliggen)
  5. Dermatomycosen (huidschimmelinfecties)
  6. Psoriasis
  7. Ulcus cruris venosum (open been)

De standaarden over decubitus en psoriasis worden op dit moment herzien. Er zijn vooralsnog geen nieuwe standaarden over huidproblemen in de maak.

Er zijn ook 25 patiëntenbrieven van het NHG over huidaandoeningen. U vindt de standaarden en de patiëntenbrieven op http://www.NHG.artsennet.nl/kenniscentrum.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: