ETEN OVER DE GRENS

23 Okt

De Nederlands-Marokkaanse Nadia Zerouali (34) is geboren en getogen in Winterswijk. Haar moeder bracht haar de liefde voor het koken bij. Nadia runt haar eigen communicatiebureau over eten. Met Merijn Tol schreef ze het kookboek Arabia – Onze culinaire reis.

“Eten verbindt mensen met elkaar en creëert saamhorigheid. Het is voor Marokkanen het belangrijkste wat er is. Het dagelijkse leven wordt dan ook rond de maaltijd georganiseerd. ’s Ochtends begin je met versgebakken brood met olijfolie of jam. Bij de lunch – het hoogtepunt van de dag – krijg je diverse warme en koude gerechten. ’s Avonds eet je vaak nogmaals warm, maar dan minder uitgebreid. Hoe meer mensen aanschuiven, hoe gezelliger. Zelfs als je weinig voedsel hebt, deel je dat met elkaar. En elke gebeurtenis – verjaardag, geboorte, bruiloft, heiige feestdagen – heeft zijn eigen gerecht.

In restaurants dineren doen Marokkanen niet echt; je eet bij elkaar thuis. Als je op bezoek gaat, krijg je een waar feestmaal geserveerd van soms wel tien gangen. Belangrijke gangen zijn harira (soep), b’stilla (hartige taart), tajine (stoofschotel) en couscous (graangerecht). De maaltijd wordt begonnen en beëindigd met Marokkaanse thee en koekjes. Daar zijn honderden verschillende soorten van. Niemand bakt die zo lekker als mijn moeder!

Veel Marokkaanse gerechten worden in één schaal geserveerd waar je met z’n allen uit eet. In plaats van bestek gebruik je brood. Of je eet het met je hand. Dat moet dan wel de rechter zijn; de linkerhand is onrein. Pak je daarmee iets uit een gezamenlijke schaal, dan zal de rest van het gezelschap het eten daarna laten staan.

De Marokkaanse keuken is een van de rijkste ter wereld. De verscheidenheid aan gerechten is enorm. Recepten worden van (schoon)moeder op dochter doorgegeven. Zo heb ik ze ook geleerd. Koken doen vrouwen samen. Daar komt geen kookboek aan te pas; alles gaat uit het hoofd en op gevoel. Ondertussen wordt er uitgebreid gekletst. Als je iets over het echte leven wilt leren, moet je in de Marokkaanse keuken zijn!”

http://www.nadiafoodcommunicatie.nl

 

De Zweedse Nathalie Berglin (26) loopt een half jaar stage in Nederland bij het Zweedse Verkeersbureau. Hier heeft ze onder andere onderzoek gedaan naar de verschillende tussen Zweedse en Nederlandse eetgewoonten.

“Tot nog maar een paar decennia geleden waren er in Zweden alleen in de zomer verse producten te krijgen. Die werden zoveel mogelijk ingemaakt en gedroogd, om in de koude en donkere maanden voldoende voorraad te hebben. In de vorm van jams en chutneys bijvoorbeeld, of gedroogde vis. Ook het bekende knäckebröd en de wat minder bekende skorpor(beschuit) zijn zo ontstaan.

De Zweedse keuken lijkt in de basis erg op die van Nederland: boerenpot met aardappelen, groenten en vlees of vis. Een groot verschil is de hoeveelheid tijd en aandacht die we aan de kwaliteit en de bereiding ervan besteden. Zweden kopen het liefst alleen biologische producten. Daar willen we best wat meer voor betalen. Verder maken we alles zoveel mogelijk zelf, het liefst tot met het brood aan toe. Zoiets als voorgesneden groente of sla zul je bij ons niet gauw in de koelkast zien. Hoe minder conserveermiddelen en E-nummers, hoe beter.

De laatste jaren heeft de Zweedse keuken zich in rap tempo ontwikkeld. Er wordt veel geëxperimenteerd – Zweden hebben per inwoner de meeste kookboeken van Europa – en Zweedse chefs winnen internationale prijzen. We hebben ook veel bijzonders te bieden. Gerechten met eland of rendier bijvoorbeeld, of met rivierkreeftjes. Die laatste worden alleen in augustus en september gevangen. Dat is voor Zweden reden om met zoveel mogelijk vrienden en familie samen te komen en een groot zomerfeest te vieren. Erbij drink je een heerlijke cider.

Zelf ben ik bijvoorbeeld dol op jam van gele kruipbramen of vlierbloesemsap, producten die je in Nederland niet of nauwelijks ziet. Er valt voor Nederlanders dus nog genoeg te ontdekken. Niet dat ik verwacht dat jullie nu massaal je frietje of pizza laten staan voor eland. Maar de Zweedse keuken kan een welkome aanvulling zijn op de Mediterrane en Aziatische gerechten waar Nederlanders zo van houden.”

http://www.visitsweden.com

 

Tamara Tong Sang (28) is marketing- en communicatiemanager bij het Japanse Okura Hotel in Amsterdam. Het restaurant van het hotel is in Europa het enige van zijn soort met een Michelin-ster.

“De laatste jaren wordt in Nederland steeds meer sushi gegeten, een hapje rijst met daarop of daartussen andere ingrediënten, zoals stukjes rauwe vis, groente of ei. Veel mensen volgen workshops om te leren hoe ze thuis sushi kunnen maken. Japanners zullen dat zelf nooit doen. Sushi bereiden is een kunst die je aan de professionals overlaat. Dat eet je dus alleen in een restaurant.

Een andere Japanse bereidingswijze die veel Nederlanders kennen, is teppanyaki. Daarbij worden vlees en groenten op een hete bakplaat bereid, vaak in het bijzijn van de gasten. De methode stamt van na de Tweede Wereldoorlog, toen de Amerikaanse soldaten die in Japan achterbleven vlees te eten wilde. Van oudsher gebruiken Japanners zelf nauwelijks vlees. Nog steeds is teppanyaki buiten Japan veel populairder dan in het land zelf.

Japanners eten bij voorkeur drie keer per dag warm. Het voedsel is heel vers, puur en licht verteerbaar. Niet voor niets zie je zo weinig dikke Japanners. Voor zover mogelijk worden de ingrediënten van het seizoen gebruikt. Elk maal bestaat uit een mix van soep, rijst, groente en vis of vlees bij. Aan de presentatie van het eten wordt veel aandacht besteed. Het is bijna net zo belangrijk dat het er mooi uitziet als dat het lekker smaakt.

In plaats van mes en vork gebruiken Japanners eetstokjes. Wat je nooit moet doen, is daar tijdens het praten mee zwaaien; dat is erg onbeleefd. Net als met de stokjes in je eten prikken trouwens. Na het eten leg je ze horizontaal voor het bord. Overdwars op bord brengt ongeluk.

Bij de maaltijd wordt vaak Japanse rijstwijn, sake, gedronken. Die wordt warm geserveerd. Buitenlanders denken vaak dat dat een eeuwenoude traditie is. De werkelijkheid is minder rooskleurig: door hem warm te maken, kun je de slechte kwaliteit van een wijn verhullen. Echt goede sake drink je – net als Westerse wijn – op kamertemperatuur.”

http://www.okura.nl

 

Carlina Coletti – De Lorenzo (43) haar Italiaanse grootvader kwam in 1928 naar Utrecht en opende daar de allereerste ijssalon van Nederland. Sinds tien jaar runt ze met haar man Roberto zelf een populaire ijszaak in Utrecht, Roberto Gelato. Ze is schrijfster van het kinderboek Lekker IJs!

“In Italië draait alles om eten. We praten er constant over, en iedere Italiaan weet zelf het beste hoe hij een bepaald gerecht moet maken. Neem de Bolognesesaus. Op verschillende plekken in Italië worden daarvoor verschillende recepten – en verschillende namen – gebruikt. Maar in elke regio vindt men dat zijn aanpak de lekkerste is. Dat denk ik van mijn eigen saus trouwens ook!

Een Italiaanse lunch of diner bestaat uit twee gangen. Vooraf een beetje risotto of pasta met een simpele saus. De pasta wordt al dente gekookt, bijtgaar. In een gemiddelde Italiaanse supermarkt vind je wel dertig of veertig varianten pasta. Elke saus heeft zijn eigen soort. Ik zou bijvoorbeeld nooit een carbonarasaus met macaroni eten, alleen met spaghetti. De sensatie in je mond is echt anders.

Het hoofdgerecht is vlees, vis, kaas of een omelet. De contorni – bijgerechten – worden apart geserveerd. Dat kunnen geroosterde aardappels zijn, of verschillende groenten. Elke maaltijd wordt met aandacht bereid en genuttigd. Kant-en-klare producten en gerechten zie je in Italië zo goed als nooit. En onderweg staand of lopend iets eten, zoals we in Nederland vaak doen, is uit den boze. Dan slaat een Italiaan nog liever een maaltijd over.

Voor het diner nemen we een aperitivo, een drankje. Dat is voor Italianen net zo belangrijk als koffie voor Nederlanders. Over koffie gesproken: die drink je in Italië staand, thuis aan het aanrecht, of onderweg in de bar. En cappuccino is alleen voor overdag, niet voor na de maaltijd.

Nederlanders verbazen zich er vaak over dat de meeste Italianen, ondanks de pizza en de pasta, redelijk slank blijven. Dat komt denk ik omdat wij niet tussen de maaltijden door eten. Met uitzondering van ijs wel te verstaan. Daarvan consumeren Italianen twee keer zoveel als Nederlanders: vijftien kilo per jaar.”

http://www.lekkerijs.nl

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: