HARTRITMESTOORNIS: ALS JE HART VAN SLAG RAAKT

1 Nov

Honderdduizenden Nederlanders lijden aan een hartritmestoornis. Juist in de overgang kun je er last van krijgen, of door stress. Zelfs de huisarts weet niet altijd te vertellen wat er precies aan de hand is. Daarom hier het hele verhaal.

Bijna iedereen heeft het wel eens meegemaakt: een onverwacht voorval in een enge film en van schrik slaat je hart een slag over. Hetzelfde kan gebeuren na het zoveelste kopje koffie, of een lekkere Chinese maaltijd. Op zich niets om je zorgen over te maken. Maar als dat vaker voorkomt, of als je hart regelmatig zonder aanleiding op hol slaat, is er mogelijk meer aan de hand. Dan kan er sprake zijn van een ritmestoornis.

Het hart is een holle spier die bestaat uit verschillende ruimtes. In de rechterhelft komt zuurstofarm bloed binnen, dat vervolgens naar de longen wordt gepompt. Daar wordt het van verse zuurstof voorzien. De linkerheft ontvangt het zuurstofrijke bloed uit de longen, en stuurt het naar de rest van het lichaam. Zowel de linker- als de rechterhelft van het hart is onderverdeeld in twee vertrekken: een boezem (atrium) waar het bloed binnenstroomt, en een kamer (ventrikel) die het bloed weer wegpompt.

Een hartslag is niets anders dan het samentrekken van de boezems en de kamers. Dat gebeurt met behulp van een elektrische prikkel uit een klein regelcentrum (de sinusknoop), dat rechts boven in het hart ligt. Via een ingewikkeld netwerk van speciale spiercellen verspreidt de prikkel zich razendsnel over het hele hart. Eerst door de boezems, en een fractie van een seconde later door de kamers.

Als de elektrische prikkel te snel of te langzaam gaat, of een verkeerde weg volgt, kan het ritme waarmee het hart samentrekt verstoord raken. Er is dan iets mis met de vorming van de prikkel, óf met de geleiding ervan. Een te snelle hartslag (meer dan 100 keer per minuut in rust) heet een tachycardie, slaat het hart te langzaam (minder dan 50 in rust) dan is er sprake van een bradycardie.

Prof. dr. Martin Schalij (52), cardioloog en hoogleraar in het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC), houdt zich al 25 jaar bezig met hartritmestoornissen. In die tijd heeft hij heel wat zien veranderen. “Toen ik in de jaren tachtig met onderzoek begon, wisten we nauwelijks hoe ritmestoornissen werkten. Laat staan wat we er aan konden doen. Dat is vandaag de dag wel anders. Vooral in de behandeling hebben we de afgelopen jaren enorme stappen vooruit gezet.”

Komt het veel voor?

“Heel veel. Boezemfibrilleren het meest. Daarbij bewegen de elektrische impulsen zich snel kriskras door elkaar, waardoor de boezems niet meer goed samentrekken. Het gevolg is een heel snel en onregelmatig hartritme. Zo’n 300.000 Nederlanders heeft daar last van. Ook andere vormen van hartritmestoornissen komen behoorlijk veel voor.”

Klopt een verstoord hart altijd onregelmatig?

“Dat is een groot misverstand. In veel gevallen slaat het hart wel degelijk regelmatig, alleen veel te langzaam of te snel.”

Voortdurend, of af en toe?

“Dat kan allebei. Bij de meest voorkomende hartritmestoornis, boezemfibrilleren, wil het ritme nog wel eens continu hoog blijven. Bij veel andere ritmestoornissen komen en gaan de tempowisselingen.”

Wanneer heb je een ritmestoornis?

“Bijna iedereen voelt wel eens dat zijn hart overslaat, of even op hol slaat. Dat betekent niet dat je meteen een ritmestoornis hebt. Maar als dat langer dan een paar minuten duurt, als het vaker gebeurt of als je er andere klachten bij krijgt, is het goed om je hart na te laten kijken door een arts.”

Wat zijn de belangrijkste klachten?

“De meest voorkomende zijn hartkloppingen en een gejaagd gevoel. Ook duizeligheid, benauwdheid en ernstig transpireren kunnen erbij horen. Is het echt ernstig, dan kan iemand pijn op de borst krijgen en zelfs buiten westen raken. In dat laatste geval moet je natuurlijk meteen een dokter inschakelen. Maar ook als je last hebt van een of meer van de andere symptomen, is het goed om je hart te laten controleren. Overigens hebben sommige mensen met een hartritmestoornis helemaal geen klachten.”

Is het gevaarlijk?

“Dat hangt er vanaf of het probleem in de boezems of de kamers van het hart zit.  Boezemritmestoornissen zoals boezemfibrilleren leveren meestal geen acuut gevaar op, maar geven vaak wel vervelende klachten. Op de lange duur kunnen ze ook een gezondheidsrisico vormen. Een hart dat te snel klopt, heeft niet voldoende tijd om goed vol te stromen. Als gevolg daarvan kan het bloed stollen en kunnen er zich bloedpropjes vormen. Om dat te voorkomen dat die zich via de bloedbaan verspreiden en bijvoorbeeld een beroerte veroorzaken, slikken veel patiënten antistollingsmiddelen, zogenaamde vitamine K antagonisten. Die verdunnen het bloed en verlagen zo de kans op een beroerte met 60 tot 80%. Lastig is dat de waarden van het middel in het bloed nogal kunnen schommelen, bijvoorbeeld door het eten van producten met hoge concentraties vitamine K, zoals groene groenten en kaas. Daarom moeten patiënten elke twee à drie weken hun bloedwaardes bij de trombosedienst laten controleren.

Bij een kamerritmestoornis komt de bloedsomloop – en daarmee het hart – vaak helemaal stil te liggen. In veel gevallen is dat levensbedreigend; het kan leiden tot plotselinge hartdood. Een kamerritmestoornis is meestal het gevolg een al bestaand hartprobleem. Een hartaanval bijvoorbeeld zorgt voor een onherstelbare beschadiging aan het hartweefsel, dat zelf elektrische prikkels kan gaan uitzenden en zo de boel verstoort. Ook patiënten met een ontsteking van de hartspier, een cardiomyopathie, of een andere vorm van hartfalen lopen meer risico op zo’n ernstige ritmestoornis.”

Wat zijn de oorzaken?

“Een deel is aangeboren. Dan zit er bijvoorbeeld een extra verbinding tussen de boezems en de kamers, waardoor de prikkel in het hart een andere route kan nemen. Een deel is genetisch: een erfelijk foutje, waardoor je een grotere kans hebt om een ritmestoornis te ontwikkelen. Een niet goed werkende schildklier kan voor een te langzaam ritme zorgen. Zeer fanatieke sporters hebben vanwege de grote belasting van hun hart een verhoogd risico. En in veel gevallen is het ook gewoon een kwestie van ouderdom, oftewel: slijtage. Iemand van 40 heeft 0.1 procent kans op boezemfibrilleren, bij iemand van 80 is dat opgelopen naar 10 procent. Driekwart van de patiënten met deze aandoening is boven de 65.

Overigens hebben vrouwen in de overgang ook meer last van hartritmestoornissen. Vaak hebben ze dan al aanleg voor klachten, maar door de overgang worden die erger. Mogelijk heeft dat met hormonen te maken, of met de vochthuishouding. Na de menopauze verdwijnen de klachten soms vanzelf. In andere gevallen is toch behandeling nodig.”

Kun je het krijgen van koffie of wijn?

“Het is zeker zo dat bepaalde middelen een ritmestoornis kunnen oproepen of verergeren, bijvoorbeeld alcohol, koffie, drugs als cocaïne en amfetaminen en ook ve-tsin (mononatriumglutamaat), een smaakversterker in Chinees eten. Bepaalde medicijnen kunnen dat ook doen, zoals sommige anti-depressiva, anti-biotica en anti-malariapillen. Als je een dergelijk medicijn gebruikt en last hebt van je hartritme, moet je je arts raadplegen. (Ex-)rokers hebben eveneens een verhoogde kans op een hartritmestoornis. Helaas is het niet altijd zo dat als je met het gebruik van dergelijke middelen stopt, de ritmestoornis verdwijnt.”

En van heftige emoties?

“Zeker weten. Je krijgt dan een enorme adrenalinestoot, waardoor het hart onregelmatig of te snel kan gaan slaan. Vaak gaat dat vanzelf weer voorbij. Maar het kan ook het begin zijn van een blijvend probleem.”

Hebben mannen of vrouwen een groter risico op een ritmestoornis?

“Voor een kamerritmestoornis na een hartinfarct zijn dat mannen. Maar voor alle andere ritmestoornissen geldt dat het risico voor mannen en vrouwen even groot is. Helaas worden hartproblemen bij vrouwen lang niet altijd onderkend. En dat terwijl er jaarlijks meer vrouwen aan hart- en vaatziekten overlijden dan aan kanker!”

Waardoor wordt het bij vrouwen niet herkend?

“Voor een deel door een gebrek aan kennis bij artsen. Het is niet uitzonderlijk dat een vrouw van 45 met benauwdheid naar een psycholoog wordt gestuurd omdat ze zou hyperventileren, terwijl ze een eigenlijk aan een hartritmestoornis lijdt. Voor een deel heeft het ook te maken met hoe serieus vrouwen zichzelf nemen. Ze wuiven hun klachten sneller weg, en gaan later naar de huisarts.”

Wanneer moet je naar een cardioloog?

“Een groot deel van de mensen met boezemfibrilleren wordt door de huisarts behandeld met medicijnen. Als er onduidelijkheid is over de diagnose of als medicatie onvoldoende helpt, is het verstandig je te laten doorverwijzen. Alle cardiologen zijn opgeleid om ritmestoornissen te behandelen, maar een deel van hen is daarin gespecialiseerd. Zij hebben zich bekwaamd in cardiologische elektrofysiologie, en houden zich onder andere bezig met het bestrijden van ritmestoornissen. Als er een vermoeden is van een ernstige hartritmestoornis, kun je aan je huisarts vragen of hij je naar zo’n gespecialiseerde cardioloog doorstuurt.”

Moet het altijd behandeld worden?

“Een ernstige ritmestoornis uiteraard wel. Bij minder ernstige stoornissen zijn de klachten bepalend. Ook als de ritmestoornis geen directe bedreiging voor de gezondheid is, zoals met boezemfibrilleren, kun je je er flink rot van voelen. Het is dan aan de patiënt om te besluiten of hij behandeling nodig vindt of niet. ”

Is het te verhelpen?

“Ook dat hangt er weer vanaf waar het probleem zit en wat de achterliggende oorzaak is. Simpel gezegd zijn er drie mogelijkheden: medicijnen, een operatieve ingreep via een katheter waarbij de aanleiding van de stoornis direct wordt aangepakt, of de implantatie van een ‘hulpmiddel’ in de vorm van een pacemaker of een interne defibrillator.”

Welke medicijnen zijn er?

“Daar hebben we er helaas maar weinig van. Bovendien zijn ze beperkt effectief, en vertonen ze behoorlijk veel bijwerkingen. Bij ernstige ritmestoornissen moet je elke dag medicijnen nemen, bij minder ernstige alleen te gebruiken bij klachten. Bij boezemfibrilleren wordt vaak digoxine voorgeschreven, oftewel: vingerhoedskruid. Dat brengt het hartritme omlaag. Soms wordt ook een bètablokker gegeven, meestal sotalol. Dat gaat het versnellende effect van adrenaline op het hart tegen. Mensen met boezemfibrilleren krijgen verder vaak een anti-stollingsmiddel, om te voorkomen dat zich bloedpropjes vormen.

Het meest gebruikte anti-aritmicum bij ernstige ritmestoornissen is amiodarone. Dat geeft bij 70 procent van de patiënten een goed resultaat, maar heeft soms zeer ernstige bijwerkingen, zoals zonneallergie en schildklierproblemen. Cynisch genoeg is een van de bijwerkingen van alle anti-aritmica: plotselinge hartdood. Slik je zo’n middel, dan neemt de kans daarop met een paar procent toe. De afgelopen twintig jaar is er hard aan gewerkt om een medicijn te ontwikkelen zonder dat risico. Alle nieuwe middelen hadden helaas zoveel bijwerkingen, dat niemand ze op de markt durfde te brengen. Als het goed is komt er binnenkort wel een nieuw medicijn op de markt, dronedarone. Dat behoort tot dezelfde familie als amiodarone en is ook even effectief, alleen lijkt het veel minder bijwerkingen te hebben. Het is voor het eerst in tien jaar dat de Europese Unie een vergunning heeft verleend voor een nieuw anti-aritmicum. Nu moet het alleen nog in Nederland worden goedgekeurd.”

En als medicijnen niet helpen?

“Als die onvoldoende effect hebben of te veel bijwerkingen geven, is in veel gevallen katheterisatie een optie. Dat is een ingreep, waarbij onder lokale verdoving instrumenten via een ader in de lies naar het hart worden gebracht. Vervolgens wordt met een speciale techniek, katheterablatie genaamd, de plek waar de elektrische prikkel uit de band loopt geïsoleerd en afgesloten van de rest van het hart. Zo wordt de normale route van de prikkel hersteld. Alleen als de plek die behandeld moet worden aan de buitenkant van het hart ligt, is openhartchirurgie nodig.

Mensen met een gevaarlijke, onvoorspelbare kamerritmestoornis kunnen soms een interne defibrillator (ICD) krijgen. Dat is een klein computertje, dat onder de huid wordt geplaatst. De draden van de ICD, die in het hart geschoven worden, bevatten elektrodes waarmee constant wordt gecontroleerd of het ritme nog goed is. Als de patiënt een ritmestoornis in zijn hartkamers krijgt, geeft het apparaatje een schok af, tot het ritme weer normaal is.

Tot slot is er dan nog de pacemaker – letterlijk ‘gangmaker’. Dat is een apparaatje dat onder de huid wordt geïmplanteerd, bedoeld voor mensen bij wie het regelcentrum of het verdeelstation van het hart niet goed werkt. Zodra het ritme een afwijking vertoont, geeft de pacemaker een klein stroomstootje af, waardoor de boezems en kamers weer op het juiste moment samentrekken.”

Is er op dit gebied iets nieuws te verwachten?

“Door nieuwe technieken kunnen we steeds preciezer opereren. En we zijn ook steeds beter in staat om te voorspellen welke mensen na een hartaanval een verhoogd risico op lopen op een ernstige ritmestoornis. Die kunnen dan eventueel preventief een ICD geïmplanteerd krijgen.

Verreweg de belangrijkste nieuwe ontwikkelingen liggen echter op het terrein van de stamceltherapie. Door afwijkend spierweefsel door gezonde spiercellen te vervangen, kunnen we in de toekomst mogelijk bepaalde ritmestoornissen voorkomen. Denk bijvoorbeeld aan de schade die is ontstaan na een hartinfarct. Als je die herstelt, neem je gelijk ook het risico voor een ritmestoornis weg. Er worden nu al dierproeven gedaan met die vorm van stamceltherapie. Ik verwacht dat we dat binnen tien jaar ook bij mensen toe kunnen passen.”

Kun je zelf ritmestoornissen voorkomen?

“Als je een aangeboren ritmestoornis hebt, of een achterliggend hartprobleem, kun je daar zelf niets aan doen. In andere gevallen kun je met een gezonde leefstijl soms wel voorkomen dat een probleem ontstaat, of er in ieder geval voor zorgen dat het niet erger wordt. Wees matig met koffie en alcohol. Cafeïnedrankjes, zoals Red Bull, kun je beter vermijden. Roken geeft 50 procent extra kans op hartritmestoornissen. Overgewicht is eveneens risicoverhogend, omdat je hart dan harder moet werken om het bloed in het lichaam rond te pompen. Houd ook je bloeddruk in de gaten. We vermoeden dat een iets verhoogde onderdruk, bijvoorbeeld van 95, op de lange duur boezemfibrilleren kan veroorzaken.

Tot slot: als je niet goed in je vel zit, heb je meer kans op ritmestoornissen. Het loont dus altijd om daar aandacht aan te besteden. Hoe minder stress, hoe beter. Sommige patiënten hebben ook baat bij alternatieve behandelmethoden, bijvoorbeeld door een homeopaat of acupuncturist. Het is zeker dat de balans in je hoofd ook invloed heeft op de balans in je hart.”

Meer informatie: http://www.hartstichting.nl of www.hartenvaatgroep.nl.

[Kader]

Goed nieuws voor gebruikers van antistollingsmiddelen

Patiënten die antistollingsmiddelen gebruiken, moeten nu nog elke twee of drie weken hun bloedwaardes laten controleren bij de trombosedienst. Er is echter een nieuwe klasse antistollingsmiddelen in de maak, die heel anders werken dan de bestaande middelen. Ze verlagen de kans op een beroerte verder en leiden minder gauw tot bloedingen. Het allerbelangrijkste is wel, dat patiënten die de nieuwe medicijnen gebruiken niet langer periodiek hun bloed hoeven laten nakijken bij de trombosedienst. Dat zou hen veel vrijheid kunnen geven. Dabigatran is naar verwachting de eerste variant van de nieuwe klasse antistollingsmiddelen die op de markt wordt gebracht.

<Kader>

Er zijn verschillende vormen van hartritmestoornissen, elk met hun eigen oorzaak en behandeling. De belangrijkste op een rijtje:

  • Boezemfibrilleren (of atriumfibrilleren): de meest voorkomende ritmestoornis. Er is sprake van een heel snel en onregelmatig hartritme, waardoor de boezems (en daarna ook de kamers) niet goed meer samentrekken.
  • Boezemflutter of boezemfladderen: de boezems trekken extreem snel samen (250 tot 300 keer per minuut) terwijl de kamers langzamer (maar nog altijd te snel) volgen.
  • AV-nodale re-entry tachycardie: de kamers en boezems trekken niet alleen snel, maar ook nog tegelijkertijd samen.
  • Wolff-Parkinson-White-syndroom: er is een extra verbinding aanwezig tussen de boezems en de kamers, waardoor de elektrische prikkel een andere weg kan nemen.
  • Kamertachycardie: de kamers ontwikkelen een eigen ritme, onafhankelijk van de boezems, waardoor ze sneller gaan samentrekken.
  • Kamerfibrilleren (of ventrikelfibrilleren): elektrische trillingen in de kamers zorgen voor een ongecoördineerde samentrekking, waardoor de bloedsomloop en het hart tot stilstand komen. Dit is een levensbedreigende situatie. Alleen een elektrische schok kan het hart weer op gang brengen.
  • Sick-sinus-syndroom: een storing in de sinusknoop, waardoor er te weinig prikkels ontstaan en de hartslag te laag wordt.
Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: