AANSLUITING ANBO BIJ FNV: “SAMEN ZIJN WE STERKER”

2 Nov

 

Bijna twee jaar nadat ANBO zich officieel aansloot bij de Federatie van Nederlandse Vakverenigingen (FNV), maken we met ANBO-directeur Liane den Haan de balans op. Heeft de samenwerking gebracht wat ze ervan had gehoopt? “De positie van ANBO is nu sterker dan ooit.”

 

ANBO en FNV werkten al op diverse terreinen samen, toen in 2008 de onderhandelingen startten over een volwaardig lidmaatschap. Dat ging niet zonder slag of stoot. Sommige ANBO-leden waren bang opgeslokt te worden door de kolos die FNV heet. Anderen voelden er niets voor om onderdeel te worden van het ‘rode bolwerk’ van de vakbond. Na een uitgebreide consultatieronde onder de achterban, ging een ruime meerderheid van de ANBO-leden toch akkoord. Zo werd ANBO de 17e bond van de FNV.

 

Even terug naar het begin. Waarom wilde ANBO en FNV ook weer zo graag samen verder?

“Voorheen was het zo, dat ANBO vooral aan het eind van het proces van politieke besluitvorming meepraatte. Als er een plan van de sociale partners of een wetsvoorstel op tafel kwam, gaven wij daar een reactie op. Maar het is natuurlijk veel beter als je vanaf het begin over het beleid kan meedenken. Aansluiting bij de FNV biedt ons die mogelijkheid, bijvoorbeeld omdat we in de Sociaal-Economische Raad (SER) en in de Stichting van de Arbeid (STAR) meepraten. Dat zijn typische ‘polderoverleggen’, waar veel plannen worden gesmeed.

Daar komt bij dat het aantal ouderen dat we vertegenwoordigen met de aansluiting ruim is verdubbeld: van 190.000 naar 400.000. Dat zorgt ervoor dat we nog serieuzer worden genomen in Den Haag. Tweede Kamerleden vragen ons bijvoorbeeld steeds vaker om advies over nieuwe wetsvoorstellen. Ook ambtenaren van voor ons belangrijke ministeries, zoals SZW of VWS, weten ons beter te vinden.

De FNV heeft overigens net zo goed voordeel van de verbinding met ANBO. Door de vergrijzing worden 50-plussers een steeds belangrijker doelgroep voor de vakbond. In hun eigen achterban zijn senioren sterk vertegenwoordigd. Ze kunnen onze kennis en expertise dus goed gebruiken.”

 

Had het niet meer voor de hand gelegen om nauwer te gaan samenwerken met de andere ouderenbonden, KBO en PCOB?

“Vanaf 1954 heeft ANBO samen met de katholieke Unie KBO en de protestante PCOB onderdeel uitgemaakt van de Centrale Samenwerkende Ouderenbonden, CSO. In 2008 zijn we echter uit dat overleg uitgestapt. Vanwege hun achtergrond lobbyen onze katholieke en protestants-christelijke collega’s alleen bij het CDA. ANBO gaat daarentegen bij alle partijen langs. Op die manier kunnen we veel meer bereiken. Bovendien zijn onze doelen heel verschillend. KBO en PCOB richten zich vooral op het verlenen van services, zoals voordeel en kortingen voor hun leden. Dat doen wij óók, maar daarnaast leggen wij – net als de vakbonden – de nadruk op belangenbehartiging. Vandaar dat ANBO en FNV beter bij elkaar passen.”

 

Hebben de leden inspraak gehad bij de vraag of ANBO zich bij FNV moest aansluiten?

“Uiteraard! Een jaar lang zijn we langs de gewesten en afdelingen gegaan om de voordelen uit te leggen en vragen te beantwoorden. Er is ook een ledenraadpleging gehouden. Uiteindelijk mocht de Verenigingsraad definitief ja of nee zeggen. Daar werd het voorstel met ruim tweederde van de stemmen aangenomen.”

 

De FNV bestaat, inclusief ANBO, uit zeventien verschil­lende bonden. Van FNV Bondgenoten, met leden die werk­zaam zijn in de industrie, vervoer en zakelijke dienstverlening, tot FNV Mooi, de vakbond voor kappers en schoonheidsspecialisten. Logisch dat sommige ANBO-leden bang waren dat hun belangen ondergesneeuwd zouden raken.

“Toch is dat absoluut niet gebeurd. Integendeel, ik denk dat niemand het afgelopen jaar zo vaak over de belangen van ouderen heeft gepraat als de FNV. Je moet niet vergeten dat ouderen voorheen geen aparte positie hadden binnen de vakbond. Nu is ANBO de op twee na grootste bond binnen de FNV. Daarmee hebben we 50-plussers letterlijk en figuurlijk een duidelijker stem gegeven. We worden beter gehoord. Binnen de FNV, bij andere belangenverenigingen en in de politiek. Kortom: de aansluiting heeft onze positie in de Nederlandse ‘polder’ enorm versterkt.”

 

Staan werkenden en gepensioneerden niet lijnrecht tegenover elkaar binnen de FNV?

“Verrassend genoeg niet. Sterker nog, we blijken elkaar juist goed te kunnen helpen. Solidariteit is één van de belangrijkste peilers van ANBO. Dat is niet alleen mooipraterij van de directie en het bestuur. Ook onze achterban voelt dat zo. Dat is wel gebleken uit de opstelling van onze leden in de hele discussie rond de financiële positie van pensioenfondsen. Natuurlijk verwachten ze dat we opkomen voor hun rechten. Maar ze willen niet dat hun kinderen en kleinkinderen in hun eentje alle financiële problemen van de vergrijzing moeten oplossen. Op dat punt kunnen we elkaar als verschillende bonden binnen de FNV dus prima vinden.”

 

Is er binnen de vakbond inderdaad sprake van de gevreesde protestcultuur?

“Die heerst er inderdaad nog. Het is één van de dingen waar we als ANBO erg aan moesten wennen.  Nadat het kabinet vorig jaar haar plannen voor de verhoging van de AOW-leeftijd bekend had gemaakt, wilde de FNV meteen het land platleggen met stakingen. Dat was precies waar de ANBO-achterban bang voor was. Onze leden waren totaal niet van gediend van die opstandige houding. Ze snappen best dat een staking een nuttig middel kan zijn, bijvoorbeeld om de positie van een specifieke groep werknemers zoals bouwvakkers of verpleegsters te verbeteren. Maar voor een algemeen belang als de AOW heeft het geen zin om je uitsluitend af te zetten. In plaats daarvan moet je lobbyen en met alternatieve voorstellen komen, zoals we dat bij ANBO gewend zijn te doen. Alleen door over zo’n onderwerp te praten, vind je een oplossing waarbij iedereen gebaat is.”

 

Is dat wat de AOW betreft uiteindelijk toch gelukt?

Nog niet. De politieke plannen over de AOW en de pensioenen zijn uiterst onduidelijk. ANBO en FNV doen alles om de belangen van de leden in deze lastige en ingewikkelde kwestie zo goed mogelijk te behartigen. Zoals het er nu naar uit ziet, zijn we daar voorlopig nog niet over uitgepraat.

 

Hoe zit het met de vrijheid van meningsuiting van ANBO? Kunt u alles zeggen, of moet u elke uitspraak nu eerst afstemmen met uw collega’s van de FNV?

“Gelukkig niet zeg! Er zijn maar twee onderwerpen waarover ANBO en FNV gezamenlijk het woord voeren: de AOW en pensioenen. Dat betekent dat we van te voren goed overleggen welke opvattingen we daarover naar buiten brengen. Waar mogelijk is dat een gezamenlijk standpunt. Maar als ANBO het echt oneens is met de rest van de FNV-bonden, zullen we dat niet onder stoelen of banken steken. Op alle andere terreinen dan AOW en pensioenen opereren we volledig zelfstandig.”

 

Welke concrete overwinningen hebben ANBO en FNV tot nu toe samen behaald?

“Het betalen van een no-claim premie als je veel zorg gebruikt, is mede dankzij ons geschrapt. Met FNV Bondgenoten werken we aan een zwartboek over misstanden in het contractvervoer van ouderen. En de vermogenstoets voor de AWBZ is van tafel, waardoor ouderen die op deze wet aanspraak maken niet eerst hun huis hoeven op te eten voor ze voor financiële steun in aanmerking komen.

Verder hebben we belangrijke successen geboekt als het gaat om het AOW-gat.  Mensen die daar mee te maken krijgen, bijvoorbeeld omdat ze voor hun 65ste een aantal jaren in het buitenland hebben doorgebracht, hebben soms bijzondere bijstand nodig om rond te kunnen komen. Om die te krijgen, moesten zij voorheen aan allerlei eisen voldoen die oorspronkelijk niet voor 65-plussers waren bedoeld. Bijvoorbeeld maandelijks allerlei rechtmatigheidformulieren invullen. Ook mochten ze maar een paar weken per jaar op vakantie en kregen ze onaangekondigde huisbezoeken. Al die eisen hebben we door onze gezamenlijke lobby van tafel gekregen. Daarmee hebben we de 231.000 Nederlanders met een onvolledig AOW een hoop ellende bespaard.”

 

Helemaal tevreden dus?

“Het kan natuurlijk altijd beter. FNV is een grote, logge en bureaucratische organisatie. Snel besluiten nemen, zoals we dat bij ANBO gewend zijn, kan daar niet. Er zijn tenslotte zeventien verschillende bonden binnen de FNV, die allemaal hun achterban moeten raadplegen en het, als het even kan, ook nog eens moeten worden. Dat is wel eens frustrerend – we hebben de eerste twee jaar niet zoveel bereikt als we hadden gewild.

Ook de eerder genoemde protestcultuur speelt ons wel eens parten. Vakbonden hebben van oudsher de neiging om meningsverschillen snel op te laten lopen of om actie te gaan voeren. Maar vaak kom je verder als je elkaar helpt en de andere partij oplossingen aanreikt. Dat geldt voor de FNV-bonden onderling, maar ook voor onderhandelingen met werkgevers of politici. Het zal nog wel een paar jaar duren voordat we helemaal aan elkaar gewend zijn en een nieuwe vorm van samenwerking hebben ontwikkeld.

 

Wat kan en moet het komende jaar beter?

“Met een nieuw parlement en een nieuw Kabinet is er op landelijk niveau voor onze gezamenlijke lobby voorlopig genoeg werk aan de winkel. Daarnaast zal de focus meer komen te liggen op de samenwerking op lokaal niveau. Actieve ANBO-leden en FNV-ers weten elkaar nog te weinig te vinden. Terwijl ze elkaar juist zo goed zouden kunnen helpen! FNV-ers zijn vaak uitstekend op de hoogte van wetten en regels. ANBO-leden weten uit eerste hand wat die voor mensen betekenen. Als we die kennis en krachten bundelen, kunnen nog beter opkomen voor de belangen van 50-plussers in Nederland. In gemeenten, in de landelijke politiek en op alle andere plekken waar dat nodig is.”

 

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: