VRIJWILLIGERSWERK: VERPLICHTEN OF NIET?

25 Feb

Gepubliceerd in Plus Magazine, maart 2011

Afgelopen december kondigde het kabinet aan alle bijstandsgerechtigden verplicht vrijwilligerswerk te willen laten doen. Is dat een goed idee?

 

Tekst: Marte van Santen

 

Nederland staat in de top drie van de landen met de meeste vrijwilligers ter wereld. Elk jaar zet 43% van alle volwassen – oftewel 4,5 miljoen mensen – zich via een vereniging, stichting of ander initiatief in voor de samenleving. Gemiddeld besteden ze 4,1 uur per week aan dat vrijwilligerswerk. Ze ontvangen daar geen salaris voor, hoogstens een kleine onkostenvergoeding. Alleen in de Verenigde Staten en Zweden zijn er verhoudingsgewijs méér vrijwilligers actief.

Het percentage van 43% is al decennialang min of meer stabiel. Hetzelfde geldt voor het aantal uren dat mensen aan hun vrijwillige werk besteden. Kennelijk is het onbaatzuchtig geven van je tijd aan anderen typisch iets dat ‘erbij hoort’ in Nederland. Maar waar komt die traditie eigenlijk vandaan?

“Een belangrijke verklaring is te vinden in de geschiedenis van de verzuiling”, zegt Lucas Meijs, bijzonder hoogleraar strategische filantropie en vrijwilligerswerk aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam. “Van oudsher zijn we gewend om ons in te zetten voor organisaties, die bij onze eigen levensbeschouwing passen. Protestanten, katholieken, socialisten: allemaal hadden ze hun eigen clubs. Om die draaiende te houden, waren heel wat vrijwillige handjes nodig.”

Gaandeweg raakte het samen organiseren van activiteiten met behulp van vrijwilligers steeds meer ingeburgerd. Zozeer zelfs, dat we het bleven doen, ook toen de zuilen vanaf de jaren ’70 langzamerhand begonnen te verdwijnen.

“Het rijke verenigingsleven in Nederland is van groot belang voor in stand houden van vrijwilligerswerk”, zegt Meijs. “Negen op de tien vrijwilligers zijn namelijk gevraagd om mee te helpen. Dat gebeurt op locaties waar mensen elkaar ontmoeten: bij de sportclub of hobbyvereniging, op school, in het streekmuseum of de kerk. Bovendien heerst op dat soort plekken vaak een sterke morele code: ‘meehelpen hoort erbij’. Het maakt dat mensen sneller ja zeggen.”

Dat zo weinig vrijwilligers zich zelf melden, heeft volgens Meijs niets met onwil of desinteresse te maken, eerder met onzekerheid. De bereidheid van Nederlanders om zich voor anderen in te zetten is ongelofelijk groot, óók nog anno 2011. Maar de drempel om de telefoon te pakken en spontaan je diensten ter beschikking te stellen is hoog. Stel dat het werk saai of vervelend is, of dat de mensen niet aardig blijken. Als je gevraagd wordt, is de kans kleiner dat het tegenvalt.

 

Flexvrijwilligers

Het feit dat het aantal Nederlanders dat zich als vrijwilliger inzet stabiel is, betekent niet dat er niets verandert. Zo moet het vrijwilligerswerk met steeds meer andere activiteiten concurreren.

“De afgelopen jaren hebben we het met z’n allen steeds drukker gekregen”, zegt Ronald Hetem, senior adviseur bij Movisie, een organisatie die de zelfredzaamheid en participatie van burgers stimuleert. “Het wordt dus lastiger om vrijwilligerswerk in onze overvolle agenda in te passen. Dat geldt vooral voor mensen die carrière maken en/of een jong gezin hebben.”

Ook worden we steeds mobieler. In plaats van ons hele leven in hetzelfde dorp of dezelfde stad te blijven wonen, verhuizen we wat af. Ook dat bemoeilijkt het om je langdurig aan een vrijwilligersorganisatie te verbinden.

Die veranderingen hebben geen invloed op de bereidwilligheid van mensen om als vrijwilliger aan de slag te gaan – die blijft onverminderd groot. Maar het betekent wel, dat ze hun inzet anders plannen. Waar men zich vroeger vaak langdurig aan één organisatie verbond, zie je nu steeds vaker dat vrijwilligers eenmalige klussen doen, het liefst op het moment dat het hen uitkomt. ‘Flexvrijwilligers’ worden die mensen wel genoemd, of ‘draaideurvrijwilligers’.

Een ander gevolg van die drukke agenda is dat het doen van vrijwilligerswerk zich steeds meer verplaatst naar latere levensfasen, waarin eventuele kinderen de deur uit zijn en betaald werk een minder grote rol speelt, of ophoudt.

“Nog steeds is het zo dat tweederde van alle vrijwilligers jonger is dan 55 jaar”, zegt Hetem. “Maar 55-plussers zijn afgelopen dertig jaar wel als enige duidelijk méér tijd aan vrijwilligerswerk gaan besteden – ten opzichte van 1975 gemiddeld een uur extra per week. Zij hebben simpelweg minder ballen in de lucht te houden dan hun kinderen en kleinkinderen. Bovendien blijven senioren langer fit en zijn ze meer bij kerken betrokken.”

 

De kerk is bij uitstek een plek van waaruit veel vrijwillige activiteiten worden georganiseerd. Mensen ontmoeten elkaar er regelmatig en er wordt een stevig moreel appèl op hen gedaan: twee voorwaarden om vrijwilligerswerk mogelijk te maken. De verwachting was dan ook, dat met de ontkerkelijking van Nederland, het aantal vrijwilligers zou dalen. Toch is dat niet het geval, zo blijkt uit onderzoek. Het kerkbezoek neemt weliswaar af, maar mensen vinden de bijbehorende waarden, zoals naastenliefde en barmhartigheid, nog altijd even belangrijk.

 

Verrassend genoeg blijkt ook de economische crisis niet al teveel invloed te hebben op het aantal vrijwilligers. Dat wil zeggen: mensen die vóór ze hun baan kwijtraakten al vrijwilligerswerk deden, besteden daar tijdens hun werkloosheid dikwijls meer uren aan. Maar het hebben van een uitkering is meestal geen reden op zich om als vrijwilliger aan de slag te gaan.

Lucas Meijs: “Uitkeringsgerechtigden hebben vaak een kleiner netwerk dan mensen die werken. Zij zullen dus minder snel gevraagd worden. Het klinkt tegenstrijdig, maar vrijwilligerswerk wordt doorgaans niet gedaan door mensen die tijd over hebben. Een uitzondering zijn jonge hoogopgeleide werklozen. Zij gaan dikwijls vrijwilligerswerk doen het gat in hun CV te voorkomen.”

 

De afgelopen decennia is onze samenleving steeds individualistischer geworden. Een vaak gehoorde klacht is dat mensen alleen nog maar met zichzelf bezig zijn, en materieel bezit belangrijker is geworden dan naastenliefde. Wat vrijwilligerswerk betreft blijkt dat gelukkig niet het geval. De belangrijkste motivatie voor vrijwilligerswerk – er ‘plezier’ aan beleven om iets voor een ander te doen – is van alle tijden, al valt daar wel wát op af te dingen. Vrijwilligerswerk wordt vooral gedaan door autochtone Nederlanders met een midden- of hoog opleidingsniveau. Allochtonen doen minder vrijwilligerswerk dan autochtonen. Bij Surinamers en Antillianen ligt het percentage vrijwilligers rond ede 34%, bij Turken en Marokkanen rond de 15%. Zij zetten zich wel degelijk in voor anderen, maar dat gebeurt vaak informeel, in eigen kring. En dat blijft buiten de statistieken. Culturele verschillen spelen ook een rol. De meeste buitenlanders zijn niet gewend aan de Nederlandse manier van organiseren en dat leidt nogal eens tot onzekerheid of misverstanden.

 

Nieuwe vindplaatsen

Alle sombere berichten ten spijt, er lijkt absoluut geen sprake van een crisis in het vrijwilligerswerk. Maar om ons er van te vergewissen het aantal vrijwilligers ook in de toekomst op peil blijft, moet er volgens Hetem en Meijs wel wat in de organisatie van het vrijwilligerswerk veranderen.

“Door de ontzuiling en de ontkerkelijking zijn veel natuurlijke ontmoetingplaatsen verdwenen”, zegt Lucas Meijs. “We moeten als samenleving dus op zoek naar nieuwe vindplaatsen voor vrijwilligers. Op het werk bijvoorbeeld.”

Steeds meer bedrijven stimuleren hun werknemers om vrijwilligerswerk te doen. Dat kan in de vorm van speciaal verlof, maar er zijn ook tal van bedrijven die zelf activiteiten organiseren waar werknemers aan kunnen meedoen. Tijdens een bedrijfsuitje wordt bijvoorbeeld een buurthuis opgeknapt, of geld ingezameld voor een goed doel. Op dit moment staat al 30% van de Nederlandse bedrijven haar werknemers toe om onder werktijd vrijwilligerswerk te doen. Hoe groter het bedrijf, hoe vaker dat het geval is.

Grootschalige evenementen zijn nog zo’n nieuwe vindplaats van vrijwilligers. Neem Alpe d’Huzes, een jaarlijkse actie waarbij mensen geld bijeen fietsen voor de strijd tegen kanker. Zo’n campagne biedt betrokkenen verschillende mogelijkheden om zich in te zetten. Ze kunnen zelf meedoen, maar ook allerlei activiteiten organiseren om sponsorgeld binnen te halen. De drempel om te participeren is laag, en het moreel appèl groot. Want je kunt toch niet als enige niet meedoen.

De ‘gewone’ clubs en verenigingen die veelvuldig aanspraak maken op de vrije tijd van vrijwilligers, moeten vooral flexibeler worden. “Het aanbod van vrijwilligers is er wel”, zegt Meijs, “maar het moet beter worden benut. Besturen verwachten nog te vaak dat vrijwilligers hun agenda aan die van de vereniging of school aanpassen. Terwijl het juist andersom zou moeten zijn. Als je de nieuwe vrijwilliger aan je wilt binden, moet je al het mogelijke doen om het hem of haar makkelijk te maken. Melden zich te weinig vrijwillige luizenmoeders op school? Creëer dan een extra dienst om acht uur ’s ochtends, voor de school begint. Dan kunnen de werkende moeders ook helpen.”

 

Terugtredende overheid

De samenleving verandert, en in het kielzog van die veranderingen, verandert ook de rol van het vrijwilligerswerk. Waar de overheid voorheen van alles voor ons regelde, moeten we in toenemende mate voor onszelf en elkaar zorgen. Neem de Awbz. Sinds die wet is versoberd, zijn mensen met een beperking voor bijvoorbeeld dagelijkse ondersteuning en begeleiding steeds meer op vrijwilligers aangewezen. De kans is groot dat hetzelfde gaat gelden voor mensen die, als het gevolg van de op handen zijnde bezuinigingen, hun baan in een sociale werkplaats kwijtraken. Burenhulp en maatjesprojecten worden daarmee steeds belangrijker.

“De overheid stimuleert dat soort vormen van ‘actief burgerschap'”, aldus Ronald Hetem. “Een goed voorbeeld is de Wet maatschappelijke ondersteuning, de Wmo. Die wet geeft gemeenten de mogelijkheid om vrijwilligers en mantelzorgers wat extra hulp te bieden. Dat doen ze bijvoorbeeld door een steunpunt vrijwilligerswerk in te richten. Daar wordt lokaal bemiddeld tussen organisaties die vrijwilligers zoeken en mensen die graag vrijwilligerswerk willen doen. Verder biedt zo’n steunpunt vaak gratis bijscholingscursussen voor vrijwilligers, bijvoorbeeld op het gebied van fondsenwerving of financieel beheer. Op die manier hoopt de overheid dat nog meer mensen zich belangeloos voor anderen gaan inzetten.”

Een andere manier waarop gemeenten vrijwilligerswerk stimuleren, is door voorwaarden aan subsidies te stellen. Een voetbalclub krijgt dan bijvoorbeeld alleen nog financiële steun, als men een aantal keer per jaar buurtactiviteiten organiseert.

 

Verplicht

We gaan meer en meer op vrijwilligerswerk leunen. Als je er als samenleving zeker van wilt zijn dat je tot in de lengte van dagen voldoende vrijwilligers hebt, kun je ook een meer radicale stap zetten: vrijwilligerswerk verplichten. Voor middelbare scholieren is zo’n verplichting met de maatschappelijke stage al ingevoerd. Dus waarom niet ook voor werknemers, langdurig werklozen of AOW’ers?

 

“Zo radicaal is het idee van een verplichting niet “, zegt Lucas Meijs. “Op tal van plekken gebeurt dat namelijk al. Sportclubs zijn het duidelijkste voorbeeld; die stellen steeds vaker de voorwaarde dat alle leden een paar uur per maand moeten meehelpen. Doe je dat niet, dan betaal je meer contributie. Sportvrijwilligerswerk maakt pakweg 40% van het totaal uit, dus dat zet qua uren flink zoden aan de dijk.”

Een ander voorbeeld is dat van scholen; die verwachten steeds meer inzet van ouders, of het nu om het organiseren van uitjes gaat, of het helpen in de klas. Er zijn zelfs al lagere scholen waar je als ouders een tegemoetkoming van een paar honderd euro moet betalen als je niet wilt laten inroosteren voor bijvoorbeeld het overblijven. Semiverplicht, geleid vrijwilligerswerk noemt Meijs dat. Je kiest er zelf voor om je bij een bepaalde organisatie aan te sluiten, maar daarna moet je wel meedoen.

 

De overheid gaat nog een stapje verder: die experimenteert steeds vaker met echt verplicht vrijwilligerswerk. Na een proef van een aantal jaren wordt de maatschappelijke stage vanaf dit jaar voor alle middelbare scholieren verplicht. Een ander voorbeeld is dat gemeenten sinds 2006 mensen die langdurig in de bijstand zitten kunnen stimuleren of zelfs ‘verplichten’ om vrijwilligerswerk uit te voeren. (Als ze dat niet accepteren, kunnen ze op hun uitkering worden gekort.) Het idee daarachter is dat ze zo werkervaring opdoen, wat het makkelijker moet maken om een betaalde baan te vinden.

“In Arnhem loopt zo’n soort project, genaamd Werken voor de Stad“, vertelt Ronald Hetem. “Bijstandtrekkers die moeite hebben om een baan te krijgen omdat ze al lang thuis zitten of geen opleiding hebben, kunnen drie tot zes maanden ervaring opdoen met vrijwilligerswerk, bijvoorbeeld bij een welzijnsorganisatie. Niet alleen behouden ze gedurende die periode hun uitkering, ze komen ook nog eens in aanmerking voor een stimuleringspremie.”

Ook andere gemeenten bieden bij vrijwilligerswerk soms zo’n premie van maximaal 1944 euro per jaar, als beloning voor de getoonde inzet of als tegemoetkoming in gemaakte onkosten. Verder is het zo, dat als je meer dan twintig uur per week vrijwilligerswerk doet, je als bijstandsgerechtigde in sommige gevallen kunt worden vrijgesteld van je sollicitatieplicht. Daar moet het UWV dan wel toestemming voor geven.

 

“Er is dus niet alleen sprake van straffen”, benadrukt Hetem, “maar ook van belonen. Dat moet ook wel, want mensen stimuleren werkt beter dan ze ergens toe te dwingen. Vandaar dat ik ook geen voorstander ben van verplicht vrijwilligerswerk. Het risico is groot dat je veel weerstand creëert bij degene die het moet uitvoeren. Wil je zo iemand dan een hulpbehoevende oudere laten aankleden, of met hem of haar laten wandelen?”

 

Waarschijnlijk is een plicht ook helemaal niet nodig, in ieder geval niet om het huidige aantal vrijwilligers op peil te houden, aldus Hetem. “Nu al zie je dat op plekken waar de overheid zich terugtrekt, burgers vaak zelf in het gat springen, of dat nu om gaat om Nederlands leren aan allochtonen, of om het schoonmaken van scholen. Daar heb je veel gemotiveerdere vrijwilligers aan dan als je ze dwingt.”

Het  kabinet is daar kennelijk niet zo zeker van: dat wil vanaf de zomer van 2011 alle bijstandsgerechtigden verplichten om vrijwilligerswerk te doen. Niet zozeer in het kader van werkervaring, maar als tegenprestatie voor de uitkering. Die zou dan komen bovenop de sollicitatieplicht, en de plicht om aan een re-integratietraject mee te werken.

 

Om ook andere uitkeringsgerechtigden tot vrijwilligerswerk te dwingen, wordt lastig, denkt Hetem. De duur van een werkloosheiduitkering wordt immers steeds verder beperkt. En mensen met een arbeidsgehandicapten met een uitkering hebben die niet voor niets – zij zijn geheel of gedeeltelijk afgekeurd om te werken. Hetzelfde geldt voor een deel van de AOW-ers. Die zou je dan jaarlijks allemaal aan een fysieke keuring moeten onderwerpen. “Dat organiseren kost waarschijnlijk meer geld dan het aan vrijwillige uren oplevert”, aldus Hetem.

De enige reden waarom er volgens hem toch voor andere groepen een vorm van verplicht vrijwilligerswerk ingevoerd zou kunnen worden, is het enorme tekort aan mensen in de zorg. “Dat loopt de komende jaren alleen maar verder op. Ik kan me voorstellen dat er daarom ooit – noodgedwongen – een vorm van zorgdienstplicht wordt ingesteld. Net als vroeger met de militaire dienstplicht zouden alle jongeren na hun middelbare school dan een jaar in de zorg moeten werken.”

 

Net als Hetem voelt ook Lucas Meijs weinig voor het verplicht stellen van vrijwilligerswerk voor grote groepen. Behalve de weerstand die het oproept en de praktische problemen, ziet hij nog een ander bezwaar. “Door vrijwilligerswerk te verplichten, krijg je mensen alleen nog maar in beweging ten behoeve hun persoonlijke gewin. Ze gaan er dan iets praktisch voor terugverwachten. Dat ze niet gekort worden op hun uitkering bijvoorbeeld, of dat ze extra huursubsidie krijgen. Daarmee ondermijn je de belangrijkste principes van gezond vrijwilligerswerk, namelijk generieke wederkerigheid waarbij de ‘ruil’ niet direct iets oplevert. Dat is het kind met het badwater weggooien.”

Uit onderzoek blijkt dat samenlevingen waarin mensen elkaar in het algemeen helpen beter functioneren dan samenlevingen waarin mensen elkaar uitsluitend bijstaan wanneer de ontvanger er iets voor terugdoet. Met ‘voor wat hoort wat’ houd je vrijwillige sociale voorzieningen, zoals maatjesprojecten of buurtwerk, op de lange duur niet in stand.

 

Geleid

Het is duidelijk: vrijwilligerswerk voor grote groepen verplicht stellen, is volgens beide heren geen oplossing. Maar tussen ‘geheel vrijwillig’ en ‘geheel verplicht’ ligt een groot grijs gebied, waar nog wel veel te winnen valt. Vooral op het terrein van ‘geleid’ vrijwilligerswerk, zoals Meijs dat noemt. “Ik verwacht dat vooral bedrijven een steeds grotere rol gaan vervullen in het aanleveren van vrijwilligers”, zegt hij. “Het past namelijk prima in het ‘maatschappelijke verantwoord ondernemen’ waar veel bedrijven druk mee zijn. Bovendien is het een secundaire arbeidsvoorwaarde, die veel werknemers op prijs stellen. Als we over een paar jaar een tekort aan arbeidskrachten krijgen, is het een extra argument om personeel binnen te halen of te houden.”

Ronald Hetem denkt verder dat de overheid zich meer zal gaan inzetten om vrijwilligerswerk te stimuleren. “Gemeenten kunnen via het steunpunt vrijwilligerswerk bijvoorbeeld aan senioren vragen om in actie te komen. Niet alleen omdat het goed is voor de samenleving, maar ook voor henzelf. Vrijwilligerswerk is bij uitstek een geschikte manier om eenzaamheid te voorkomen, en nieuwe contacten op te doen.”

 

Landelijk zijn er ook diverse stimuleringsregels. Zo mag je als vrijwilliger maximaal 1500 euro per jaar aan onkostenvergoeding ontvangen, zonder dat je daar belasting over hoeft te betalen of op je uitkering wordt gekort. (Mensen met een bijstandsuitkering mogen maximaal € 764,- per jaar ontvangen.) En de ervaring die je als vrijwilliger opdoet, telt mee voor het ervaringscertificaat, het document dat je sinds 2008 kunt laten opstellen om aan een (toekomstige) werkgever te laten zien wat je kunt, of om vrijstelling te krijgen voor (een deel van) een opleiding.

“De komende jaren gaan de politiek en werkgevers- en werknemersorganisaties vast kijken of dat soort beloningsmaatregelen uitgebreid kunnen worden”, zegt Hetem. “Je kunt dan denken aan een extra belastingaftrek voor vrijwilligers, of een aantal uren vrijwilligerswerk laten meetellen voor de pensioenopbouw. Het nadeel is wel dat dat soort plannen veel geld kosten. Zolang er nog sprake is van een economische crisis, is daar waarschijnlijk weinig animo voor.”

 

Niet verplicht maar wel belangrijk tot slot wordt de rol van internet bij vrijwilligerswerk. Meijs: “Kijk maar naar de vele lotgenotengroepen die er nu al op het web te vinden zijn. Bijvoorbeeld voor mensen met een zeldzame ziekte is dat een uitkomst; die hadden elkaar anders nooit gevonden. Hetzelfde geldt voor schaakclubs. In het echt zijn die aan het verdwijnen, maar op internet leiden ze een florerend bestaan. Iemand die zo’n digitale groep organiseert, is net zo goed een vrijwilliger, al blijft die buiten de statistieken van het traditionele vrijwilligerswerk.”

Bovendien biedt internet nieuwe mogelijkheden voor vrijwilligers met een beperkte hoeveelheid tijd tot hun beschikking. Met iemand ‘chatten’ via internet kost bijvoorbeeld minder tijd dan hem persoonlijk bezoeken, terwijl je dankzij de ingebouwde videocamera die bijna alle computers tegenwoordig hebben wel kan zien hoe het met hem gaat. En een voorbeeldbrief van Amnesty doormailen gaat een stuk sneller dan die met z’n groep anderen in een zaaltje over te schrijven. Zo kun je in minder tijd, meer werk verzetten dan voorheen.

 

Geen reden tot zorgen kortom. Als we Lucas Meijs en Ronald Hetem mogen geloven, gaat het vrijwilligerswerk een zonnige toekomst tegemoet.

 

[Kader]

Wie doet het werk?

  • 43% van alle Nederlanders doet vrijwilligerswerk, ongeveer evenveel vrouwen als mannen (49% vs. 51%). In totaal zijn dat zo’n 4,5 miljoen mensen.
  • Gemiddeld besteden zij 4,2 uur per week aan vrijwillige klussen.
  • Sportverenigingen zijn de grootste afnemers van vrijwilligers: 40% van alle vrijwilligers zet zich voor een sportclub in. Scholen en levensbeschouwelijke groepen zoals kerken komen op de tweede en derde plaats.
  • Een derde van de vrijwilligers is 55-plus. De meeste vrijwilligers zijn tussen de 35-54 jaar (39%).
  • 55-plussers zijn de afgelopen dertig jaar als enige groep aanzienlijk meer tijd aan vrijwilligerswerk gaan besteden. (Ongeveer één uur meer per week dan in 1975.)
  • Acht op de tien vrijwilligers is van autochtone afkomst. Zeven op de tien heeft een midden of hoog opleidingsniveau.
  • Tweederde van de vrijwilligers doet betaald werk of volgt een voltijd opleiding.

o        Zes op de tien vrijwilligers hangt een geloof of levensbeschouwing aan.

o        De PvdA en het CDA zijn de populairste politieke partijen onder vrijwilligers (beide 18%).

Bron: CBS/SCP (AVO ’07)

 

[Kader]

NL DOET

Op 18 en 19 maart 2011 organiseert het Oranje Fonds NL DOET, de grootste vrijwilligersactie van Nederland. Het doel: vrijwilligerswerk in de spotlights te zetten alle Nederlanders stimuleren om een dag(deel) de handen uit de mouwen te steken.

In 2010 meldden zich 150.000 mensen om een klus te doen in het kader van NL DOET. Dat was een verdriedubbeling ten opzichte van 2008, toen NL Doet voor het eerst werd georganiseerd. In 2011 hoopt de organisatie opnieuw het recordaantal deelnemers te verbreken.

Ook de Europese Unie is doordrongen van het belang van vrijwilligerswerk. Vandaar dat zij 2011 heeft uitgeroepen tot het jaar van het vrijwilligerswerk.

 

[Kader]

PLUS enquête over vrijwilligerswerk

In november 2010 heeft Plus onder de bezoekers van haar website een enquête gehouden over vrijwilligerswerk. 1636 mensen vulden de vragenlijst in. De belangrijkste uitkomsten op een rij:

  • Zeven op de tien deelnemers doet vrijwilligerswerk, aanzienlijk meer dan het landelijk gemiddelde. 40% vult zo de ruimte die ontstond, toen hij of zij stopte met werken.
  • Ouderenwerk (23,8%), sportvereniging (22,4%) en de kerk (20,4%) scoren het hoogst. Landelijk trekken sportverenigingen de meeste vrijwilligers (40%).
  • Bijna de helft is al langer dan tien jaar vrijwilliger voor dezelfde organisatie.
  • Ruim driekwart is van mening dat vrijwilligerswerk goed is voor het zelfvertrouwen. 88% vindt dat het eenzaamheid en sociaal isolement voorkomt.
  • Zeven op de tien deelnemers meent dat alle mensen met een (langdurige) werkloosheids- of bijstandsuitkering verplicht vrijwilligerswerk zouden moeten doen. Een even grote groep is voor het invoeren van een sociale dienstplicht voor jongeren.
  • 30% is ervoor dat AOW-ers verplicht een paar uur vrijwilligerswerk in de maand zouden moeten doen (mits de gezondheid het toelaat). Slechts 15% vindt dat werknemers zich verplicht als vrijwilliger moeten inzetten.

 

De reactie van Lucas Meijs op de uitkomsten:

“Het aantal deelnemers dat zegt vrijwilligerswerk te doen is heel hoog, 25% boven het landelijk gemiddelde. Iets anders is, dat de sportverenigingen duidelijk lager scoren dan landelijk, 22% vs. 40%.

Wat mij opvalt, is dat zoveel mensen durven toe te geven dat vrijwilligerswerk een goed middel is tegen eenzaamheid en sociaal isolement. Waarschijnlijk is dat altijd al zo geweest, maar twintig jaar geleden had niemand dat hardop durven zeggen. Wat dat betreft zijn we echt opener geworden.

Het is opmerkelijk dat zoveel deelnemers tegen ‘verplicht’ vrijwilligerswerk voor werknemers zijn. In de praktijk gebeurt dat namelijk al heel veel. Misschien hebben senioren dat zelf niet aan den lijve ondervonden.

Dat 30% het ziet zitten om de AOW te koppelen aan de verplichting om vrijwilligerswerk te doen, verbaast me. Meestal vinden mensen dat anderen dingen moeten doen, maar zijzelf vooral niet.”

 

[kader]

Europees jaar van het vrijwilligerswerk
2011 is het Europees jaar van het vrijwilligerswerk. Door heel Nederland zijn er activiteiten om vrijwilligers en hun organisaties in het zonnetje te zetten. Begin september is er de Week van het Applaus, waarin zoveel mogelijk organisaties een applaus organiseren voor hun vrijwilligers. Verder is er een speciale website in het leven geroepen, waarop je bijvoorbeeld  digitale complimenten kunt uitdelen aan vrijwilligers, een donatieactie kan starten voor een vrijwilligersorganisatie en nog veel meer. Kijk voor meer informatie op www.vrijwilligerswerk.nl of op de site van uw gemeente of lokale vrijwilligerscentrale. En deel vooral een compliment uit aan de vrijwilligers in uw omgeving, of ze nu in de ouderraad, achter de bar of op de brandweerwagen staan!

 

 

 

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: