SYBRAND VAN HAERSMA BUMA

13 Apr

Gepubliceerd in ANBO Magazine nr. 2 – 2011.

Op 10 oktober 2010 werd Sybrand van Haersma Buma gekozen tot fractievoorzitter van het CDA. Zijn eerste opdracht: eenheid terugbrengen in de tot op het bot verdeelde fractie en partij. “De uitgangspunten van het CDA hebben nooit ter discussie gestaan.”

Het CDA heeft een roerig jaar achter de rug met een halvering van de fractie bij de Tweede Kamerverkiezingen, een heftige tweestrijd over regeringsdeelname en een kritisch intern rapport over het functioneren van de partij. Hoe staat u er nu voor?

“We zijn bezig uit het dal omhoog te klimmen. Er moet veel op de rails worden gezet. Ik vind het eervol en uitdagend om aan dat proces leiding te mogen geven. Mijn eerste doel is om de eenheid in de fractie en de partij terug te brengen. Vanuit een gezamenlijke basis kunnen een nieuwe start maken, en het CDA als stabiele factor terugbrengen in de politiek.”

Is er het afgelopen half jaar een dreiging geweest van een scheuring in het CDA?

“Nee. Op het congres op 2 oktober bleek onze partij verdeeld: 68% van de leden stemden voor een minderheidsregering, gedoogd door de PVV, 32% tegen. Ondanks het fundamentele meningsverschil tussen die twee groepen zijn we aan het eind van de dag uiteen gegaan met het de overtuiging: we willen samen verder, omdat we als partij veel voor de samenleving kunnen betekenen. De volgende fase is nu om alle neuzen weer dezelfde kant op te krijgen.”

Hoe denkt u dat te bereiken?

“Door voortdurend te benadrukken waar we het wél over eens zijn. We praten niet langer over wie met wie moet regeren, maar over welke behoeftes er in de samenleving zijn en hoe we daar een bijdrage aan kunnen leveren. Het CDA vindt dat de overheid een flinke stapt terug moet doen. Dat mensen niet altijd naar de politiek moeten kijken voor oplossingen, maar daar zelf verantwoordelijkheid voor moeten nemen. Dat we respectvol met elkaar moeten omgaan. Ik wil het erover hebben hoe we daarin stappen voorwaarts kunnen zetten.”

Daarmee zijn die kritische geluiden niet ineens verdwenen.

“Het is ook goed dat die er zijn. Een partij die acht jaar heeft geregeerd, is het aan zichzelf verplicht kritisch naar zijn eigen functioneren te kijken. Dat is een discussie die ik graag wil voeren. Maar dan wel vanuit een gemeenschappelijke basis. In de verbinding zit onze kracht.

De CDA-ers die op voorhand kritisch waren over samenwerking met de PVV vreesden dat het CDA op een voortdenderende trein stapte richting een samenleving die we niet willen, waarin moslims als minderwaardig worden beschouwd. Dat we onze principes over respect voor religie zouden verloochenen. Ik heb er altijd vertrouwen in gehad dat dat niet zou gebeuren.”

U heef geen enkele twijfel gehad?

“Laat het duidelijk zijn: de voorstanders van deze regering, inclusief ikzelf, zijn niet zonder enige aarzeling aan de onderhandelingen begonnen. Maar gaandeweg ben ik ervan overtuigd geraakt dat we in deze constructie uitstekend aan onze eigen uitgangspunten kunnen vasthouden. Dat blijkt ook wel uit het regeerakkoord en het gedoogakkoord: daarin staan de principes van onze partij rechtovereind.”

Wat zegt u tegen de CDA-stemmers die zich in de inhoud van het regeerakkoord kunnen vinden, maar principieel tegen samenwerking met de PVV blijven?

“Dat we de kernwaarden van onze partij nooit ter discussie zullen stellen, ongeacht met wie we samenwerken. Met name als het gaat om de positie van de islam in onze samenleving zijn de inhoudelijke verschillen tussen het CDA en de PVV groot. Zeg maar rustig: onoverbrugbaar. Vandaar dat we voor de bijzondere constructie van een minderheidsregering hebben gekozen.

Op de punten waarin we elkaar kunnen vinden, zoals economie, veiligheid en ouderenbeleid, werken CDA, VVD en PVV samen. Op alle andere onderwerpen, waaronder religie, is de PVV een oppositiepartij als elke andere. Het CDA zal nooit voor hoofddoekjesbelasting stemmen, of voor een buitenlandbeleid met als doel de strijd tegen de islam. Zulke zaken zijn en blijven voor ons onbespreekbaar.

U moet niet vergeten: er waren al verschillende coalities zonder succes onderzocht, toen er een beroep op het CDA werd gedaan om met de VVD en de PVV om tafel te gaan zitten. Op dat moment hebben we als partij onze verantwoordelijkheid genomen. Er liggen enorme vraagstukken op het terrein van onder andere de overheidsfinanciën, de zorg en het onderwijs die om een oplossing vragen. Daar willen we graag een bijdrage aan leveren. Bovendien: bijna een miljoen Nederlanders heeft bij de Tweede Kamerverkiezingen op de PVV gestemd. Door met de partij samen te werken, laten we zien dat we hun stem serieus nemen.”

Er zijn mensen die zeggen dat de machtzucht van het CDA het heeft gewonnen van principe.

“Daar ben ik het absoluut niet mee eens. Mijn christendemocratische principes en die van mijn partij staan rechtoverheid. We hebben daar geen enkele concessie aan gedaan. Dat is de afgelopen maanden ook wel gebleken. De afspraken die we in vorige zomer hebben gemaakt, staan 100% overeind.”

Een belangrijke toezegging uit het regeerakkoord is dat er meer handen aan het bed komen in de zorg. Hoe staat het met de uitvoering van die plannen?

“De grootste investeringen zijn er voor de ouderenzorg: 750 miljoen in vier jaar. Dat is een unieke afspraak, meer zelfs dan we in ons verkiezingsprogramma hadden beloofd. Het laat zien hoe belangrijk deze regering kwalitatieve goede zorg vindt. Juist ook voor ouderen, want zij zijn net zo goed als ieder ander volwaardige burgers van dit land, met recht op goede verzorging.

Wat de uitvoering van de plannen betreft: dat is natuurlijk niet van de ene op de andere dag geregeld. Er moet nieuw personeel worden gezocht, en instellingen moeten efficiënter gaan werken. Maar we zijn in ieder geval vol ambitie aan de slag gegaan. Dat moet er in resulteren dat bijvoorbeeld bewoners van verzorgingshuizen over 3,5 jaar aan de lijve hebben ondervonden dat de zorg daar is verbeterd.

Overigens is meer geld alleen niet genoeg. De vraag naar zorg in Nederland stijgt drie keer zo hard als het gezamenlijk inkomen van ons land. Dat betekent dat we ook meer inzet van vrijwilligers en mantelzorgers nodig hebben. Onlangs heb ik zelf een week in het ziekenhuis gelegen. Geweldig, zoveel werk als de vrijwilligers daar deden! Ze kwamen langs met een rijdende bibliotheek en brachten me op zondagochtend met bed en al naar de kerkdienst in de ziekenhuiskapel. Kortom: het weefsel van de zorg kunnen we alleen in stand houden als de rest van de samenleving daarbij helpt.”

Wat gaat u de komende jaren doen om vrijwilligers en mantelzorgers meer te ondersteunen in hun werk?

“Naar mijn mening is er genoeg overheidssteun, bijvoorbeeld in de vorm van verlofregelingen en fiscale kortingen. Bovendien: ouderen helpen is iets dat uit jezelf moet komen, niet iets dat je moet doen omdat je er financieel beter van wordt. Een van de kernwaarden van het CDA is dat je als samenleving voor elkaar zorgt, en niet vanzelfsprekend voor alles naar de overheid kijkt.

Zelf ben ik bijvoorbeeld klaar-over voor de school van mijn kinderen. Dat doe ik niet voor de doos bonbons die ik aan het eind van het schooljaar krijg, maar omdat ik het leuk vind om iets voor de school terug te doen.

Als partij willen we dat gevoel graag stimuleren. Zo hebben we mede aan de wieg gestaan van de maatschappelijke stage. Na een proef van een aantal jaren wordt die vanaf dit jaar voor alle middelbare scholieren verplicht. Iets anders is dat we in het regeerakkoord hebben afgesproken dat mensen met een bijstandsuitkering daar iets terug voor moeten doen in de vorm van vrijwilligerswerk.”

Is die nadruk op vrijwilligerswerk geen verkapte manier om de bezuinigingen aan de burgers te verkopen?

“Zeker niet. Het CDA heeft altijd een appèl op de samenleving gedaan, of we nu moesten bezuinigen of niet. We zien het als een positieve manier om aandacht aan elkaar te geven en jezelf als mens te ontwikkelen. Vrijwilligerswerk is niet alleen goed voor degene die het ontvangt, maar ook voor wie het verleent. Ik heb dat gezien aan mijn vader. Na zijn pensioen bleef hij als vrijwilliger actief in allerlei besturen. En nu, op zijn 78ste, werkt hij nog steeds vrijwillig in het stadsarchief. Het houdt hem jong van geest. Juist ook voor ouderen is vrijwilligerswerk een manier om betrokken te blijven.”

Afgezien van het extra geld voor de ouderenzorg, op welke andere punten gaat het CDA zich de komende jaren hard maken voor 50-plussers?

“We willen de levensloopregeling en de spaarloonregeling samenvoegen in een zogenaamde vitaliteitsregeling. Dat wil zeggen: tijdens je werkzame leven spaar je, en pas als je het geld laat uitkeren, bepaal je waar je het voor wilt gebruiken. Dat kan bijvoorbeeld voor zorg- of scholingsverlof zijn, maar bijvoorbeeld ook voor de financiering van een deeltijdpensioen. Op die manier willen we het voor 50-plussers makkelijker maken om langer door te werken.

Verder zijn we er zeer alert op dat de gevolgen van de bezuinigingen eerlijk over alle inkomens en leeftijdsgroepen worden verdeeld. Ouderen komen er ten opzichte van andere categorieën relatief goed uit; hun koopkracht daalt deze kabinetsperiode met slechts een kwart procent.”

Worden kwetsbare senioren daarmee volgens u voldoende ontzien?

“Ik geloof van wel. Ik realiseer me dat er altijd ouderen zullen zijn met een laag inkomen die extra steun nodig hebben. Tegelijkertijd vind ik het belangrijk dat we zoveel mogelijk uitgaan van wat senioren zelf kunnen. Het feit dat er steeds meer ouderen bijkomen, wordt vaak als probleem gezien. Maar ik zie er juist veel kansen in. Vandaar dat ik liever spreek over verzilvering dan over vergrijzing.”

Wat is volgens u het belangrijkste wat 50-plussers Nederland te bieden hebben?

“We worden met z’n allen steeds ouder, en ook steeds gezonder ouder. Was je vroeger met 50 jaar oud, tegenwoordig is dat allang niet meer zo. Senioren worden niet meer automatisch afgeschreven. Integendeel, ze kunnen juist nog veel bijdragen. Of het nu gaat om betaald werk of om vrijwilligerswerk. Daar worden de 50-plussers zelf, maar ook de samenleving als geheel, alleen maar beter van.”

[Kader]

Sybrand van Haersma Buma (1965) studeerde rechten in Groningen en Cambridge (Engeland). Na zijn studie werkte hij bij de Raad van State en het Ministerie van Binnenlandse Zaken. In 1994 trad hij als beleidsmedewerker in dienst bij de CDA-fractie in de Tweede Kamer. Vanaf 2002 was hij Tweede Kamerlid, waar hij zich onder andere bezighield met strafrecht, openbare orde en veiligheid. Op 12 oktober 2010 werd Van Haersma Buma verkozen tot fractievoorzitter van het CDA. Hij is getrouwd en heeft een zoon en een dochter.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: