MARJA VAN BIJSTERVELDT OVER HOMO-EMANCIPATIE

22 Sep

Gepubliceerd in ANBO Magazine, augustus 2011

Marja van Bijsterveldt is als coördinerend minister verantwoordelijk voor het emancipatiebeleid in Nederland. Samen met haar collega-bewindslieden maakt ze zich hard voor de acceptatie van homoseksuelen. In de zorg, in de kerk en in de rest van de samenleving. “Iedere Nederlander heeft er recht op om op een waardige en gelukkige manier oud te worden, ongeacht zijn of haar seksuele voorkeur.”

De afgelopen jaren is het geweld tegen homoseksuelen flink toegenomen. Is Nederland haar voortrekkersrol als tolerant land kwijt?

“Integendeel. Ik denk dat we bevoorrecht zijn dat we in een land leven waar homoseksuelen, lesbiennes, biseksuelen en transgenders zo breed geaccepteerd zijn. Uit onderzoek blijkt dat 91%  van de Nederlanders geen moeite heeft met mensen met een andere seksuele geaardheid. Daarmee lopen we internationaal nog steeds voorop. Tegelijkertijd vind ik de toename van geweld tegen homoseksuelen verontrustend. Het heeft er onder andere mee te maken dat de acceptatie afneemt naarmate het onderwerp dichter bij huis komt. Een homo ver weg is prima, maar een homoseksuele zoon of buurman blijkt toch andere koek. Vandaar dat dit kabinet zich zo nadrukkelijk hard maakt voor de sociale acceptatie van deze groep. We hechten er enorm aan dat iedereen mag leven zoals hij of zij wil.”

Dan vindt u zeker ook dat alle ambtenaren van de burgerlijke stand homo’s en lesbiennes moeten willen trouwen.

“Ik sta volledig achter het homohuwelijk. Partners van hetzelfde geslacht moeten in elke gemeente van Nederland in het huwelijksbootje kunnen stappen.”

En als een ambtenaar dat weigert?

“Het principiële uitgangspunt is dat in homo’s en lesbiennes in iedere stad of dorp in Nederland moeten kunnen trouwen. Zolang dat zo is, vind ik het minder relevant wie het huwelijk voltrekt.”

Wat onderneemt dit kabinet concreet om de positie van homoseksuelen, lesbiennes, biseksuelen en transgenders te verbeteren?

“Mijn collega Ivo Opstelten van Veiligheid en Justitie heeft inmiddels de strafeis voor discriminatie verdubbeld. En met tientallen grote gemeenten maak ik afspraken over onder andere hoe ze het geweld tegen homo’s effectiever kunnen aanpakken. Staatssecretaris Teeven van datzelfde ministerie komt deze zomer met een wetsvoorstel om te regelen dat de vrouwelijke partner van een moeder, de duomoeder, de juridische ouder van een gezamenlijk kind wordt, zonder dat daar allerlei ingewikkelde procedures voor nodig zijn. Dat is iets waar de homogemeenschap al heel lang om vraagt.

Verder hebben we het budget voor homo-emancipatie in deze kabinetsperiode verhoogd van 3,5 miljoen naar 5,5 miljoen euro. Dat is een uitzonderlijk besluit in deze tijden van bezuinigingen. Het  laat zien hoe belangrijk we het onderwerp vinden. Een groot deel van dat geld is bedoeld voor het opzetten van homo-hetero-allianties, waarin groepen samen het debat over sociale acceptatie aan gaan. Er zijn bijvoorbeeld al 150 scholen die zo’n alliantie hebben gesloten. Als het aan mij ligt, wordt dat aantal de komende jaren flink uitgebreid, onder andere ook in de sport, de zorg en de kerken.”

Homo’s kunnen toch prima voor hun eigen belangen opkomen? Is daar perse samenwerking met hetero’s voor nodig?

“‘It takes two to tango’, zoals de Amerikanen zeggen. Werken aan sociale acceptatie is niet alleen de verantwoordelijkheid van de minderheid die in de ogen van de rest ‘anders’ is, maar juist ook van de ‘gewone’ meerderheid. Alleen als alle burger respect hebben voor elkaars verschillen kun je in balans samenleven. Als de vrouwen emanciperen maar de mannen veranderen niet mee, kom je niet veel verder. Zo is het ook met de emancipatie van homo’s.”

Hoe staat het met de acceptatie in kerkelijke kring?

“COC Nederland en het Landelijk Koördinatiepunt en kerk en homoseksualiteit (LKP) hebben er de afgelopen jaren hard aan gewerkt om het onderwerp in kerkelijke kring bespreekbaar te maken. Met resultaat: op 17 mei hebben verschillende kerkgemeenschappen een Verklaring tegen geweld tegen homoseksuelen ondertekend. Dat is een grote stap voorwaarts, waar ik me enorm door gesteund voel. Maar ik realiseer me ook dat er religieuze gemeenschappen zijn waar homoseksualiteit nog niet altijd vanzelfsprekend is. Turkse, Marokkaanse en reformatorische groeperingen bijvoorbeeld. Juist hen wil ik stimuleren om een homo-hetero-alliantie op te zetten, zodat gelovige homoseksuelen de strijd in hun eigen achterban niet alleen hoeven te voeren.”

Binnen uw eigen partij, het CDA, is vast niet iedereen blij met die opstelling.

“Dat valt reuze mee. De houding van veel CDA-leden is snel aan het veranderen. We zijn niet voor niets de partij met de meest actieve homoseksuele bewindslieden en Kamerleden. Anderen praten erover, wij doen het. Ik ben bijvoorbeeld heel trots op minister Jan-Kees de Jager, die onlangs met zijn geaardheid naar buiten is gekomen. Zijn boodschap was: ‘het is geen geheim, maar ook geen issue’. Zo is het maar net. ”

Wat is er veranderd binnen het CDA dat daar nu zo breed steun voor is?

De discussie die in kerken wordt gevoerd, werkt door in alle geledingen van de samenleving. Ook in die van het CDA. Verder krijgen steeds meer kerkleden zelf met het onderwerp te maken, bijvoorbeeld als hun kind homoseksueel blijkt te zijn. Dat verandert hoe ze ertegen aankijken. Uiteindelijk draait het geloof volgens mij om liefde. Dat wil zeggen: iets voor een ander betekenen, een ander zijn geluk gunnen. Als je vindt dat dat als mens je taak is, kun je niet anders dan iedere liefdevolle relatie accepteren, ongeacht het geslacht van de partners. Gelukkig zie ik dat in mijn partij steeds meer gebeuren.”

Is er speciale aandacht voor roze ouderen in uw beleid?

“Bij het maken van afspraken met gemeenten over het terugdringen van geweld tegen homoseksuelen is dat zeker het geval. Oudere homo’s zijn immers extra kwetsbaar. Verder steun ik de homo-hetero-alliantie voor ouderen financieel. Iets anders is dat ik maatschappelijke organisaties actief aanspreek op hun verantwoordelijkheid. Ik vind het geweldig dat ANBO zich zo nadrukkelijk voor deze groep inzet, maar de katholieken en christelijke ouderenbonden KBO en PCOB hebben hierin wat mij betreft ook een taak. Er zijn immers genoeg gelovige roze ouderen. Met die partijen ga ik dus binnenkort om tafel.”

Bijna de helft van verzorgenden in zorginstellingen denkt dat er bij hen geen homoseksuele ouderen zijn, blijkt uit een poll van het Tijdschrift voor Verzorgenden. Een ander onderzoek laat zien dat homoseksuele en lesbische ouderen in de zorg te maken hebben met vooroordelen en een slechte bejegening. Dat is niet meer van deze tijd.

“Helemaal mee eens. Van huis uit ben ik zelf verpleegkundige. Voor mij heeft in dat werk altijd voorop gestaan dat de mensen voor wie je zorgt zich veilig en comfortabel bij je voelen. Het is schrijnend als homoseksuele ouderen in een verpleeg- of verzorgingstehuis niet voor hun geaardheid durven uitkomen, omdat ze dan minder goed worden behandeld. Zij hebben net als ieder ander recht op een fijne, respectvolle oude dag. Het is de dure plicht van zorgverleners om daarvoor te zorgen. Vandaar dat ik zo’n groot voorstander ben van de Roze Loper, het keurmerk onderzoekt of zorginstellingen voldoende aandacht hebben voor homoseksuele ouderen. Tot nu toe zijn er 17 Roze Lopers aan instellingen toegekend. Wat mij betreft moeten dat er nog veel meer worden.”

De instellingen die zich voor de Roze Loper melden, zijn vaak al bewust met het onderwerp bezig. Wat doet u richting organisaties die nauwelijks of geen aandacht voor homoseksuele cliënten hebben?

“Ik stimuleer dat homo’s en hetero’s ook in de zorg met elkaar in gesprek gaan. Het werkt namelijk het beste als zulke acties van onderaf komen. Ouderenorganisaties, maar bijvoorbeeld ook zorgopleidingen, spelen daarbij een belangrijke rol. Uiteindelijk zijn het de maatschappelijke initiatieven die een verandering in gang zetten.”

Zo’n initiatief is de Roze Zorgpolis van zorgverzekeraar Agis. Er zijn ook al afzonderlijke wooncomplexen voor roze ouderen. Werken zulke speciale acties niet stigmatiserend?

“Kennelijk zien die partijen daar brood in. Zolang  het de positie van homo’s versterkt, vind ik het prima. Neem die speciale zorgpolis. Het feit dat een zorgverzekeraar die aanbiedt, betekent dat homoseksuelen net zo’n gewone doelgroep zijn geworden als elke andere. Bovendien zet het zorgverleners aan het denken over hun homovriendelijkheid. Dat helpt het taboe te doorbreken.”

Tot slot:  u begon te zeggen dat Nederland nog steeds voorop loopt als het gaat om de acceptatie van homoseksuelen, lesbiennes, biseksuelen en transgenders. Wat onderneemt u om situatie voor hen ook elders in de wereld te verbeteren?

“Ik kan andere landen niet dwingen om bijvoorbeeld het homohuwelijk in te voeren. Maar ik kan hen wel vragen om in Nederland gesloten homohuwelijken te erkennen. Nu gebeurt dat vaak niet, waardoor een Nederlands homo-echtpaar over de grens opeens niet meer officieel getrouwd is. Dat vind ik niet kunnen. Samen met België en Spanje, waar homo’s ook kunnen trouwen, ga ik mijn collega-ministers binnen de Europese Unie daarop aanspreken. Verder wil binnen de Verenigde Naties het initiatief nemen voor een verdrag over het aanvaarden van de rechten van homoseksuelen, lesbiennes, biseksuelen en transgenders.

Iets anders is dat over twee jaar het homohuwelijk in de overzeese gemeenten Bonaire, Saba en Sint Eustatius wordt ingevoerd. Sociale acceptatie van homo’s is daar echter nog ver te zoeken. Ze kunnen er nauwelijks uit de kast komen zonder te worden gediscrimineerd. Een deel van het budget van 5,5 miljoen is dan ook bedoeld om de eilandbestuurders in het veranderingsproces te ondersteunen. Uiteraard wel op een manier die bij hen past, bijvoorbeeld door kleinschalige gespreksgroepen te organiseren. Hoe we het ook aanpakken, uitgangspunt is en blijft dat discriminatie van mensen met een andere seksuele geaardheid in het hele koninkrijk uit den boze is.”

[Kader]

Wie is Marja van Bijsterveldt?

Marja van Bijsterveldt (1961) is minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en coördinerend minister voor het emancipatiebeleid. Tijdens en na haar opleiding tot verpleegkundige werkte ze negen jaar in de zorg. In die tijd werd ze actief voor haar partij, het CDA. Ze begon haar politieke carrière als gemeenteraadslid, gevolgd door functies als wethouder, burgemeester, partijvoorzitter, staatssecretaris en nu minister. Binnen het CDA maakt ze deel uit van de protestantse vleugel. Marja van Bijsterveldt is getrouwd en heeft twee kinderen.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: