BLOEDSTOLLING? JA. BLOEDSTOLSELS? NEE!

25 Okt


Als je in je vinger snijdt, treedt er in het beschadigde bloedvat een ingewikkeld reparatiesysteem in werking. Het doel: het gat zo snel mogelijk dichten. Op die manier voorkomt het lichaam dat je te veel bloed verliest. Hoe werkt dat mechanisme precies? Wat kan er bij bloedstolling misgaan? En hoe kun je dat voorkomen? Prof. dr. Freek Verheugt, hoofd cardiologie van het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis in Amsterdam, geeft antwoord.

Waarom moet bloed kunnen stollen?

“Ons vaatstelsel is een gesloten buizensysteem dat met het bloed zuurstof en afvalstoffen vervoert. Als er een bloedvat beschadigd raakt en het bloed naar buiten stroomt, gaat er een inwendige alarmbel af: lekkage! Het lichaam begint direct met de benodigde reparatiewerkzaamheden. Bloedstolling is dus een verdedigingsmechanisme om erger te voorkomen.”

Hoe gaat bloedstolling in z’n werk?

“De materialen die daarvoor nodig zijn – bloedplaatjes en stollingseiwitten – circuleren in het bloed. Op het moment dat er een beschadiging in de wand van een bloedvat ontstaat, worden ze onmiddellijk tot actie aangezet. Eerst gaan de bloedplaatjes op de betreffende plek tegen elkaar aan liggen. Ze zwellen op om het gat tijdelijk te dichten. Vervolgens gaan de stollingseiwitten aan de slag om de barricade sterk te maken. Het eindresultaat is een stevig stolsel. Zodra de wand van het bloedvat is hersteld, ruimt het lichaam het stolsel weer op.”

Wat kan er in dat proces fout gaan?

“Bloedstolling is bedoeld om bij beschadigingen van de aders en vaten eventueel bloedverlies zoveel mogelijk te beperken. Maar soms stolt het bloed ook zonder dat er sprake is van een lek. In dat geval spreken artsen van trombose. (Bloedstolsel = trombus.) Trombose is gevaarlijk, omdat het de bloedsomloop kan blokkeren. Het verdedigingsmechanisme schiet dan zijn doel voorbij.”

Hoe ontstaat trombose?

“Daar zijn verschillende oorzaken voor. Een eerste is vaatvernauwing. Bijvoorbeeld door roken of overgewicht kan zich aan de binnenkant van een bloedvat kalk of vet ophopen, waardor de doorgang smaller wordt. Ook een hoge bloeddruk, suikerziekte en een verhoogd cholesterol zijn risicofactoren voor vaatvernauwing. Nauwere vaten betekent dat het bloed als het ware met geweld door een trechter wordt geduwd. De bloedplaatjes in het bloed botsen tegen elkaar en klonteren sneller samen tot een stolsel. Met name de slagaders zijn gevoelig voor vaatvernauwing.

Een tweede aanleiding voor trombose is een vertraagde bloedstroom. Het bloed kan bijvoorbeeld langzamer gaan stromen als iemand na een operatie enige tijd in bed ligt. Vooral de benen hebben daar last van. De spieren en bloedvaten in de benen zijn er op gemaakt om te bewegen. Doen ze dat niet, dan kan het bloed daar snel samenklonteren. Een patiënt krijgt dan een trombosebeen. Dat gebeurt soms al na enkele dagen. Vandaar dat patiënten met bedrust in het ziekenhuis dagelijks bloedverdunners krijgen. Het bloed kan ook om andere redenen langzamer stromen, bijvoorbeeld door een ziekte, door medicijnen of als gevolg van erfelijke aanleg.

Hartritmestoornissen vormen een derde oorzaak voor trombose. Als het hart zwak of onregelmatig slaat, wordt het bloed slechts gedeeltelijk uit de hartboezems gepompt. In het stilstaande bloed dat achterblijft kunnen zich stolsels ontwikkelen.”

Wat merk je van een bloedstolsel?

“Bij trombose in heb been voelt dat warm aan. Soms wordt het roodpaars van kleur. De huid is strak en glanzend. De aders in de huid zijn opgezet en vaak duidelijker zichtbaar. Lopen is pijnlijk. Hoe groter de blokkade van het bloedvat, hoe erger de klachten.

Stolsels op andere plekken in het lichaam geven vaak pas klachten als ze losschieten van de wand van het bloedvat. Ze worden dan meegevoerd door het lichaam, om vervolgens ergens verderop in de bloedbaan vast te komen zitten. In dat geval is er sprake van een embolie. De bloedstroom stokt en de weefsels achter de blokkade krijgen geen zuurstof meer en sterven af. Dat kan voor levensgevaarlijke situaties zorgen. Bij een longembolie wordt de slagader naar de longen afgesloten en krijgt een patiënt het erg benauwd. Een stolsel in de hartslagader kan een hartinfarct veroorzaken. Een embolie in de halsslagader leidt mogelijk tot een herseninfarct (beroerte).”

Komt trombose veel voor?

“Naar schatting krijgen 30.000 Nederlanders jaarlijks trombose in de dieper gelegen (slag)aderen (veneuze trombose). De stolsels ontstaan juist op die plekken, omdat daar het meeste bloed doorheen stroomt. Ruim 360.000 mensen zijn onder behandeling van een trombosedienst om bloedstolsels te voorkomen.”

Wat is er aan doen?

“Patiënten met een vertraagde bloedstroom of met een hartritmestoornis krijgen antistollingsmiddelen voorgeschreven, zogenaamde vitamine-K-antagonisten (ook wel curamines genoemd). Ze remmen de aanmaak van stollingseiwitten. Op die manier verdunnen ze het bloed en zorgen ze ervoor dat er minder snel stolsels ontstaan. De dosering van de medicatie luistert heel nauw. Een te hoge dosering en het bloed wordt te dun, waardoor er bloedingen en een beroerte kunnen optreden. Een te lage dosering en het bloed wordt te dik, met mogelijk nieuwe stolsels tot gevolg.

Wat het extra lastig maakt is dat de waarden van de antistollingsmiddelen in het bloed geneigd zijn nogal schommelen. Bijvoorbeeld etenswaren met hoge concentraties vitamine K (zoals groene groenten en kaas) of sommige andere medicijnen kunnen ervoor zorgen dat de waardes omhoog of omlaag schieten. Om dat te voorkomen moeten patiënten die de middelen gebruiken elke twee à drie weken hun bloedwaardes laten checken door de trombosedienst. Zelfs met die controles heeft één op de drie mensen die antistollingsmiddelen slikken te dun of te dik bloed, met alle gevolgen van dien. Maar omdat de voordelen groter zijn dan de nadelen worden de medicijnen toch massaal voorgeschreven.

Om onduidelijke redenen werken vitamine-K-antagonisten minder goed bij patiënten met vaatvernauwing. Hen wordt geadviseerd om dagelijks een kleine hoeveelheid aspirine te slikken. Ook dat verdunt het bloed en zorgt ervoor dat het makkelijker door de versmalde vaten stroomt, waardoor de bloedplaatjes minder snel samenklonteren. Controle van het bloed door de trombosedienst is dan niet nodig.”

Wat zijn de nieuwste ontwikkelingen in de behandeling van trombose?

“Sinds een paar jaar is er een nieuw soort antistollingsmiddelen op de markt, dabigatran (merknaam: Pradaxa) en rivaroxaban (merknaam: Xarelto). Ze verdunnen het bloed gelijkmatiger dan vitamine-K-antagonisten en zijn dus stabieler. Het grote voordeel is dat patiënten niet langer periodiek hun bloed hoeven te laten controleren door de trombosedienst. Dat geeft hen veel vrijheid. Bovendien leiden de nieuwe middelen minder gauw tot bloedingen en verlagen ze de kans op een beroerte.”

Als er zoveel voordelen zijn, waarom slikken dan niet alle trombosepatiënten de nieuwe middelen?

“Beide middelen zijn alleen goedgekeurd voor de behandeling van trombose na een knie- of heupoperatie. Dat betekent dat de medicijnen uitsluitend in die situaties worden vergoed. Verreweg de meeste patiënten die onder controle staan van de trombosedienst komen er dus niet voor in aanmerking, tenzij ze de medicijnen zelf betalen. Dat kost hen ongeveer 2000 euro per jaar. De verwachting is wel dat de nieuwe antistollingsmiddelen de komende jaren ook voor andere groepen trombosepatiënten beschikbaar komen. Wanneer dat precies zal zijn is niet te zeggen.

Iets anders is dat veel artsen voorzichtig zijn met het voorschrijven van nieuwe medicijnen. Vitamine-K-antagonisten bestaan al meer dan vijftig jaar. Het is precies bekend wat de risico’s en bijwerkingen zijn en hoe je daarmee moet omgaan. Van de nieuwe antistollingsmiddelen is nog niet te zeggen of ze op de lange termijn misschien nadelige effecten hebben. Pas als dat duidelijk is zullen ze waarschijnlijk breed worden geaccepteerd en toegepast.”

Wat kun je zelf doen om bloedstolsels te voorkomen?

“Er een gezonde levensstijl op nahouden. Dat wil zeggen: niet roken, zo min mogelijk overgewicht hebben, dagelijks minimaal 30 minuten bewegen en het gebruik van alcohol beperken. 50-plussers doen er verder goed geregeld hun bloeddruk, suiker en cholesterolgehalte te laten bepalen door de huisarts. Maakt u een lange vlucht, zorg er dan voor dat u iedere twee uur een rondje door het vliegtuig loopt.”

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: