DE PLUSSEN (EN MINNEN) VAN DE PIJNPOLI

25 Okt

 

Dit artikel is gepubliceerd in Plus, november 2011

Chronische pijn aan hoofd, rug of gewrichten: patiënten leren er vaak maar mee te leven. Dat je ook voor dat soort ‘gewone’ pijn naar een pijnpoli kunt, weten zijn niet. Veel huisartsen ook niet, trouwens.

Het overgrote deel van de twee tot drie miljoen Nederlanders met chronische pijnklachten wordt begeleid door de huisarts. Als de behandeling die hij voorschrijft niet of onvoldoende helpt, kan hij zijn patiënt doorverwijzen naar een pijnpoli. Zo’n kliniek waar chronische pijn wordt behandeld is op zich niets nieuws; het eerste pijncentrum werd al zo’n dertig jaar geleden opgericht. Ruim tien jaar geleden is pijnbehandeling ook een apart medisch specialisme geworden. Zoals je voor hartproblemen naar de cardioloog gaat, zo kun je voor chronische pijnklachten tegenwoordig naar de pijnspecialist. Dat is een anesthesioloog die een half jaar extra opleiding heeft gehad op het gebied van pijngeneeskunde.

87 van de 100 ziekenhuizen hebben inmiddels een speciale een pijnpoli. Het scala aan behandelingen dat er wordt aangeboden is de afgelopen jaren flink toegenomen. Bovendien is er steeds vaker sprake van een multidisciplinaire aanpak van pijnproblemen. Dat wil zeggen in pijn gespecialiseerde anesthesisten samenwerken met andere behandelaars, zoals fysiotherapeuten, psychologen en neurologen om een beter resultaat te krijgen. Maar ondanks al die extra aandacht voor pijn komen toch lang niet alle patiënten die er baat zouden kunnen hebben daadwerkelijk bij een pijnpoli er ook terecht.

 

Gemiste kans

Lage rugklachten, migraine, chronische gewrichtsklachten of zenuwpijn: patiënten tobben er vaak jaren mee. Ze proberen van alles, maar niets lijkt te helpen. Dus moeten ze er maar mee leren leven, denken ze. Weinig mensen komen op het idee naar een pijnpoli te gaan. Een gemiste kans, aldus Frank Wille, anesthesioloog/pijnspecialist en voorzitter van de sectie pijngeneeskunde van de Nederlandse Vereniging voor Anesthesiologie. In verreweg de meeste gevallen is de pijn namelijk goed te verhelpen of op z’n minst terug te brengen tot een (voor de patiënt) aanvaardbaar niveau.

Ook huisartsen weten de poli’s niet altijd te vinden. Dat is extra lastig omdat je voor een bezoek een pijnpoli een verwijsbrief nodig hebt. “Sommige poli’s steken veel tijd en energie in het voorlichten van de huisartsen in hun regio,” zegt Wille. “In zo’n gebied zal een huisarts een patiënt zo nodig waarschijnlijk snel doorverwijzen. Maar lang niet alle huisartsen zijn goed op de hoogte van de behandelmogelijkheden op een pijnpoli. In dat geval kan het slim zijn om zelf om een verwijzing te vragen.”

 

Wachtlijst

Aan de andere kant: als iedereen die daar baat bij heeft daadwerkelijk zou aankloppen bij een pijncentrum, zou er een probleem ontstaan. Er zijn namelijk te weinig pijnspecialisten om iedereen te behandelen. Op dit moment kunnen alle pijnpoli’s samen tussen de 80.000 en 100.000 patiënten per jaar helpen. Dat lijkt veel, maar met twee à drie miljoen chronische pijnpatiënten is dat lang niet genoeg. Vandaar dat de wachttijden voor pijnpoli’s flink kunnen oplopen, van een minimum van zes weken tot een maximum van wel acht maanden. In sommige gevallen kan een zelfstandige kliniek met een pijnspreekuur uitkomst bieden. Daar is meetal geen wachttijd, maar de behandelmogelijkheden zijn er vaak beperkt (bijvoorbeeld alleen gericht op rugklachten).

Vanwege het grote tekort aan pijnspecialisten zullen de wachtlijsten voorlopig niet worden opgelost. Maar dat is volgens Wille geen reden om je dan maar niet bij een pijnpoli te melden. “Geen zorgen dat je als zeurpiet wordt gezien,” zegt hij. “Een pijnbehandeling is geen luxe, maar een basisvoorziening waar alle patiënten recht op hebben.”

 

Categorieën

De Nederlandse Vereniging voor Anesthesiologie (NVA) heeft alle pijnpoli’s ingedeeld in de categorieën A, B of C, waarbij C de hoogste is. De indeling zegt iets over de omvang en de organisatie van de poli’s (onder andere hoeveel pijnspecialisten er werkzaam zijn en hoeveel patiënten er jaarlijks worden behandeld), niet over de kwaliteit. Bij alle pijnpoli’s krijg je een goede diagnose van je pijnklachten, maar klinieken met categorie A kunnen soms bijvoorbeeld niet altijd alle benodigde behandeling bieden omdat ze daar te klein voor zijn. In dat geval verwijzen ze door. Categorie C-poli’s verrichten behalve pijnbehandelingen ook wetenschappelijk onderzoek.

 

[Kader]

Meer weten?

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: