CYNTHIA ORTEGA: DE SCHULDHULPVERLENING MOET OP DE SCHOP

29 Okt

Gepubliceerd in ANBO Magazine nr. 7, oktober 2011

Mede dankzij een initiatief van Tweede Kamerlid Cynthia Ortega-Martijn (ChristenUnie) kon ANBO de afgelopen jaren in het kader van het project ‘Financiën in balans’ ruim 200 vrijwilligers opleiden om senioren met (dreigende) schulden uit de brand te helpen. “Het belang van vrijwilligers in de schuldhulpverlening wordt ernstig onderschat.”

 

U stelt dat de schuldhulpverlening veel te ingewikkeld is. Waar zitten de grootste knelpunten?

“Het beleid is erg versnipperd en de regels zijn heel complex. Dat zorgt voor een enorme bureaucratische rompslomp. De verantwoordelijkheden zijn lang niet altijd duidelijk, waardoor schuldeisers of schuldenaars kunnen weigeren aan afspraken mee te werken. Sommige gemeenten hebben bovendien een lange wachttijd voor schuldhulpverlening. Ook de doorlooptijd kan flink oplopen, waardoor mensen onnodig lang in de schulden blijven zitten. Kortom: het moet simpeler en duidelijker. Dan gaan de resultaten ongetwijfeld ook omhoog.”

Is de schuldhulpverlening nu dan niet doeltreffend?

“Nog lang niet genoeg. Het slagingspercentage van de schuldhulpverleningtrajecten is 31%. Dat wil zeggen dat voor ruim tweederde van de schuldenaren géén goede oplossing wordt gevonden. Wat mij betreft een onacceptabel hoog aantal. Dat moet anders en beter kunnen.”

Daar heeft u vast ideeën over.

“Zeker weten. In maart van dit jaar heeft de ChristenUnie aan de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een notitie over een nieuwe aanpak van schuldhulpverlening aangeboden. De belangrijkste punten daaruit zijn dat we meer aandacht willen voor het voorkomen van schulden, dat we de verantwoordelijkheid voor schulden daar leggen waar hij hoort, bij de schuldeisers en de schuldenaren, en dat het systeem van schuldhulpverlening op de schop moet zodat er meer samenhang in komt.”

Van alle mensen met schulden is slechts 3% ouder dan 65. Zijn schulden onder senioren überhaupt een probleem?

“Ouderen zijn van nature voorzichtiger met hun geld. Ze hebben van huis uit nog spaarzin meegekregen. Toch komen ook zij steeds vaker in de financiële problemen. Dat heeft ermee te maken dat we als samenleving gewend zijn geraakt om op de pof te leven. We zullen echt een stapje terug moeten doen. Oók de mensen van middelbare leeftijd; een derde van de schuldenaren is tussen de 45 en 65.

Wat verder meespeelt is dat ouderen vaak te trots zijn om om hulp te vragen. In werkelijkheid zou het aantal senioren met schulden dus best nog een stuk hoger kunnen liggen. Op mijn werkbezoeken aan voedselbanken spreek ik mensen die met hun rug tegen de muur staan. Het ene verhaal is nog schrijnender dan de ander, je zou er soms moedeloos van worden. Het ellendige is dat schuldeisers dat soort gevallen vaak weinig compassie tonen en onvoldoende zoeken naar werkbare oplossingen.”

Maar het is toch niet primair hun probleem? Uiteindelijk zijn de schuldenaren zelf verantwoordelijk.

“Ik heb het ook niet over mensen die zich bewust in de nesten hebben gewerkt, of die onverschillig omgaan met het uitgeven van geld. Maar soms hebben goede mensen gewoon pech in het leven. Dan is het goed om als samenleving je hart te laten spreken. Dat laat overigens onverlet dat schuldenaars natuurlijk wel op hun verantwoordelijkheid moeten worden aangesproken. Als overheid moeten we niet alles voor ze willen regelen.”

Kunt u een voorbeeld geven van die eigen verantwoordelijkheid?

“De gemeente bepaalt hoe en door wie de schuldhulpverlening wordt uitgevoerd. Op dit moment mogen dat nog geen private bedrijven zijn. Zonde, want bij gemeentes bestaan soms lange wachtlijsten. Op mijn verzoek gaat de minister van Economische Zaken dat nu wel mogelijk maken. Daarmee slaan we twee vliegen in één klap. Er komt een grote aanbod wat de wachttijd zal verkorten. En schuldenaren kunnen in de toekomst zelf bepalen met welke schuldhulpverlener ze in zee gaan. Dat is goed voor de keuzevrijheid en vergroot de eigen verantwoordelijkheid.”

 

Wat verwacht u van de schuldeisers?

“Ook bij hen reken ik op meer betrokkenheid en inzet. Ze moeten de zaken samen regelen, als schuldeisers onderling en met de schuldenaren. Zelfregulering noemen we dat in Den Haag. Op die manier leg je de verantwoordelijkheid daar waar hij thuis hoort. Nu is het bijvoorbeeld nog zo dat incassobureaus er veel geld aan verdienen om schuldenaren zo snel mogelijk naar de rechter te sturen. Voor de samenleving is dat echter een dure grap. Bovendien schiet de schuldenaar er meestal weinig mee op. We kunnen dat soort praktijken verbieden, maar beter is als incassobureaus onderling afspreken dat ze de zaken op een andere manier regelen. Dan nemen ze echt verantwoordelijkheid.”

Het liefst wil je natuurlijk voorkomen dat mensen überhaupt in de schulden komen.

“Helemaal mee eens. Vandaar dat ik ook hamer op betere preventie. Ook daarin kunnen de betrokken partijen meer verantwoordelijkheid nemen. Als iemand die altijd keurig zijn rekeningen heeft betaald plotseling een betalingsachterstand krijgt, kan een woningcorporatie of zorgverzekeraar eerst vragen wat er aan de hand is, voordat ze aanmaningen gaat sturen. Zulke bedrijven hebben meer kans hun geld te krijgen als ze een klant hulp bieden dan als ze hem proberen uit te wringen. Van een kale kip valt immers moeilijk veren te plukken.

Overigens begrijp ik ook dat commerciële partijen niet alle problemen kunnen oplossen, zeker niet als het gaat om het voorkomen van schulden. Daarom juich ik het toe dat vrijwilligers en kerken  compassie tonen door schuldenaren op te vangen en te ondersteunen. Daar moet meer waardering voor komen, vooral ook omdat dit kabinet 20 miljoen euro op de schuldhulpverlening wil bezuinigen. Mensen met financiële problemen zullen dus steeds vaker een beroep op vrijwilligers moeten doen.”

Welke rol ziet u voor hen?

“In tegenstelling tot betaalde krachten hebben vrijwilligers vaak wel de tijd om uitgebreid met mensen te praten en mee te denken over een oplossing. Het ontbreekt hun alleen nog aan de juiste inhoudelijke kennis over financiën. Dat bracht me in 2009 op het idee om geld te vragen voor deskundigheidsbevordering van vrijwilligers in de schuldhulpverlening. Mijn motie daarover werd aangenomen en zo kwam er vijf miljoen euro voor beschikbaar.”

ANBO is één van de veertien organisaties die naar aanleiding van uw initiatief subsidie heeft gekregen. Met dat geld is het project ‘Financiën in Balans’ betaald.

“Zo’n soort aanpak was precies wat ik voor ogen had toen ik de motie indiende. Het project richt zich zowel op het voorkomen van schulden als op het begeleiden van mensen die onverhoopt toch in de schuldhulpverlening raken. Ik vind het sterk dat het project zich uitsluitend op ouderen focust. De vrijwilligers kunnen zich goed inleven in hun leeftijdgenoten, die op een vergelijkbare manier in het leven staan als zijzelf.”

Is die vijf miljoen euro wat u betreft goed besteed?

“Absoluut. Alle projecten worden uitgevoerd door landelijke organisaties. Ik ben echt onder de indruk van hoe professioneel zij te werk gaan. Ze investeren flink in hun onbetaalde medewerkers. Men denkt vaak dat vrijwilligers hobbyisten zijn, maar de vrijwilligers die zich met schulden bezighouden zijn allemaal uiterst deskundig. Dat mag ook wel eens worden gezegd.”

Op 1 november 2011 loopt de projectsubsidie af. Het gevaar is groot dat daarmee de kennis en ervaring van alle vrijwilligers weer verdwijnt.

“Dat zou een enorme verspilling zijn. Als het aan mij ligt laten we dat ook niet gebeuren. Het beste is als gemeenten de projecten overnemen. Zij zijn wettelijk verantwoordelijk voor de schuldhulpverlening, dus uiteindelijk hebben zij er het grootste belang bij als hun inwoners voor hun financiën door vrijwilligers worden bijgestaan.”

Tot nu toe heeft ANBO voor het project ‘Financiën in balans’ nog maar enkele gemeenten kunnen mobiliseren. Waarom zouden al die anderen staan te wachten om de kosten van zo’n project over te nemen?

“Omdat het ze geld oplevert! Uit onderzoek bij de gemeente Lelystad is gebleken dat het investeren in de deskundigheid van schuldvrijwilligers loont. Elke 10 cent die je daarin steekt levert de samenleving een euro op. De winst zit hem vooral in het voorkomen dat burgers financieel zo in de problemen raken dat ze schuldhulpverlening nodig hebben.”

Wat verwacht u op dit terrein nog van het kabinet?

“Dat het zich blijft inzetten voor vrijwilligers, in de schuldhulpverlening en op andere terreinen. Deze regering pleit voor minder overheid en meer samenleving. De ChristenUnie wil dat ook, maar niet als dat betekent dat je je problemen als overheid over de schutting gooit en de mensen het verder zelf maar laat uitzoeken. Je moet burgers wel uitrusten om die extra taken op zich te kunnen nemen. Ik zal het kabinet keer op keer op die verantwoordelijkheid blijven aanspreken.”

[Kader]

Wie is Cynthia Ortega-Martijn?

Cynthia Ortega (Curaçao, 1956) is sinds november 2006 Tweede Kamerlid voor de ChristenUnie. Binnen haar fractie houdt ze zich onder andere bezig met sociale zaken en werkgelegenheid, koninkrijksrelaties en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Voor ze politiek actief werd, bekleedde ze verschillende functies op het terrein van personeels- en integratiebeleid, waaronder die van Programmamanager Veelkleurige Stad bij de gemeente Rotterdam. Cynthia Ortega-Martijn is getrouwd en lid van de Volle Evangelie Gemeente.

[Kader]

Financiën in Balans

ANBO leidt vrijwilligers op om mensen in schuldsituaties (beter) te kunnen begeleiden. Het project is begin 2011 van start gegaan in Haarlem, Rheden, Helmond en Rotterdam. Vanaf augustus zijn ook andere gemeenten ermee aan de slag gegaan. De belangrijkste doelstellingen op een rij:

  • financiële problemen bij ouderen voorkomen door deze in een vroeg stadium te signaleren en aan te pakken;
  • mensen met schulden helpen om hun huishoudboekje en administratie weer op orde te krijgen;
  • ouderen die in de schuldhulpverlening zitten in dat traject te adviseren en te ondersteunen.

Ook vrijwilliger worden? Bel naar 030 – 233 0307 of stuur een mail naar fib@anbo.nl.

[Kader]

Schuldhulpverlening in cijfers

  • Ruim een kwart van de Nederlandse huishoudens heeft een schuld of betalingsachterstanden
  • Van 2008 tot 2010 steeg het aantal aanvragen bij de gemeentelijke schuldhulpverlening  jaarlijks met ongeveer 20 procent
  • In 2009 bedroeg het gemiddelde schuldbedrag van een schuldenaar 33.700 euro, verdeeld over gemiddeld 17 schuldeisers. Een jaar eerder lag dat bedrag nog 4.000 euro lager
  • 59% van de schuldenaren is man
  • 67% van de schuldenaren is alleenstaand
  • De gemiddelde wachttijd voor schuldhulpverlening (de periode tussen de aanvraag en het
  • intakegesprek) is 32 dagen.
  • De doorlooptijd (de periode tussen inventarisatie van de schulden en het akkoord met de schuldeisers) is gemiddeld 81 dagen.
  • Door schuldhulpverlening selectiever en gerichter in te zetten, wil het kabinet Rutte vanaf 2012 20 miljoen euro per jaar op de gemeentelijke schuldhulpverlening besparen

Bron: Divosa

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: