JETTA KLIJNSMA: “NIEMAND HOEFT LANGS DE KANT TE STAAN”

30 Mei

Foto: Harry Meijer

Gepubliceerd in ANBO Magazine nr. 3, mei 2012

Jetta Klijnsma (55) heeft het maar druk. Tweede Kamerlid voor de PvdA, ambassadeur van het Liliane Fonds en nu ook nog kwartiermaakster van de Nieuwe Vakbeweging. “Ik wil graag iets terugdoen.”

Met een appelrode blos op haar wangen stapt Jetta Klijnsma haar werkkamer binnen. Haar stevige handdruk is ijskoud. “Fris windje”, zegt ze opgewekt, terwijl ze haar lange, gewatteerde winterjas over haar rollater legt. Buiten vriest het dat het kraakt. Het is de week waarin de laagste temperaturen in een halve eeuw zijn gemeten, maar dat weerhoudt Jetta Klijnsma er niet van om op haar scootmobiel naar de Tweede Kamer te komen. Dat doorzettingsvermogen is kenmerkend voor de vrouw die in 2012 exact dertig jaar politiek actief is.

Wat wil je ook. Ondanks haar spastische benen (waardoor ze nog altijd moeilijk loopt) ging ze begin jaren ’60 naar een gewone basisschool. Zeker geen vanzelfsprekende keus in die tijd. Maar haar moeder zei: “Waarom niet? Met haar hersens is niets mis.” De kleine Jetta maakte er het beste van, en had het prima naar haar zin. Die houding bleek tekenend voor de rest van haar leven.

Haar ouders, die samen een steenhouwerij runden, behandelden Jetta niet anders dan haar vier zussen. Ze werd zelfs extra gestimuleerd om te gaan studeren. Want ja, ze zou waarschijnlijk moeilijk ‘aan de man komen’, zoals haar moeder het recht voor z’n raap uitdrukte. Met een bul op zak kon ze tenminste in haar eigen kostje voorzien. Zo geschiedde. Op haar 25ste ging Klijnsma als medewerker bij de Tweede Kamerfractie van de PvdA aan de slag. Daarna werkte ze als wethouder en staatssecretaris, en nu als Tweede Kamerlid. Geheel tegen de verwachting van haar moeder in trouwde ze nog ook.

Diensttandem

Vandaag de dag is Klijnsma met haar handicap een opvallende en herkenbare verschijning in Den Haag. Zoveel politici met een ‘mankementje’, zoals ze het zelf vriendelijk noemt, zijn er namelijk niet. Wat dat betreft is de politiek nog altijd geen goede afspiegeling van de samenleving.

Dat heeft niet per se met discriminatie te maken, aldus Klijnsma. Zelf heeft ze in ieder geval nooit het gevoel gehad dat ze door haar beperking een baan is misgelopen. “Als ik van een carrière als balletdanseres had gedroomd, was dat natuurlijk anders geweest”, concludeert ze nuchter. “Maar vergaderen en debatteren gaan me gelukkig prima af.”

Dat er bij de overheid (of in het bedrijfsleven) desondanks weinig gehandicapte mensen op topposities zitten, komt volgens haar omdat zo’n baan lichamelijk zwaar is, met lange dagen en veel op-en-neer gereis.

“Met wat aanpassingen en de hulp van anderen kan ik bijna alles doen wat ik wil”, zegt ze. “Alleen kost het wel meer tijd en energie om bijvoorbeeld een werkbezoek te organiseren. Bovendien slijt mijn lichaam sneller dan dat van iemand die helemaal gezond is. Het vergt dus wel wat extra’s om het vol te houden. Dat het mij wel lukt komt door de mensen in het land. Zij inspireren me dag in dag uit, en geven me steeds weer nieuwe energie.”

Dat contact met de ‘gewone man’ vindt ze misschien wel het aller-leukste aan haar werk. Om die reden koos ze voor een ‘diensttandem’ in plaats van een dienstauto, toen ze in 1998 wethouder van Den Haag werd. Bijna elf jaar lang fietste ze met haar chauffeur dagelijks door weer en wind naar het gemeentehuis of afspraken elders in de stad. Op die manier leerde ze de hofstad en haar inwoners tot in de ‘haarvaten’ kennen. Regelmatig stopte ze onderweg om een praatje te maken. Dat doet ze nu op haar scootmobiel trouwens nog steeds. “Als je alleen met bazen en bestuurders spreekt, leer je niets.”

Bofkont

Als Klijnsma één politiek doel heeft, dan is het om ervoor te zorgen dat er in Nederland niemand langs de kant hoeft te staan. Of het nu gaat om ouderen, gehandicapten of werklozen, iedereen hoort erbij, vindt ze. Dat sterke gevoel van saamhorigheid stamt uit de tijd dat ze op haar 13e, een jaar in een revalidatiecentrum doorbracht om na een zware operatie opnieuw te leren lopen. Ze ontmoette daar tal van tieners die er veel slechter aan toe waren dan zij, maar die net zo hard hun best deden om beter te worden. Op dat moment voelde ze: ieder individu doet ertoe. Een motto dat ze nog elke dag uitdraagt.

“Ondanks mijn handicap ben ik een enorme bofkont”, zegt Klijnsma. “Ik heb leuk werk, een goed inkomen en veel mensen die me helpen. Maar er zijn helaas ook genoeg zwakkeren met minder geluk, die aan lager wal raken. Juist omdat ik weet hoe het is om met een beperking te leven, wil ik me voor die mensen inzetten.”

Met dezelfde gedachte is Klijnsma eind vorig jaar ambassadeur geworden van het Liliane Fonds, een stichting die zich hard maakt voor kinderen met een handicap in ontwikkelingslanden. Klijnsma: “Ik ben gekomen waar ik nu ben, dankzij alle hulp die ik heb gekregen. Maar zulke steun is niet vanzelfsprekend, zeker niet voor de kinderen daar. Ik wil graag mijn steentje bijdragen, zodat ook zij kansen krijgen om zich te ontwikkelen.”

Ingewikkelde puzzel

Afgelopen januari zou Klijnsma voor het Liliane Fonds naar Ethiopië gaan. Maar vlak voor kerst klopten FNV-verkenners Wijffels en Noten bij haar aan met de vraag of ze kwartiermaakster wilde worden van een nieuw op te richten vakbeweging.

“De keus viel op mij omdat ik, ondanks dat mijn sociaaldemocratische hart, geen verleden bij de vakbeweging heb”, zegt ze. “Eerlijk gezegd stond ik niet direct te springen. Het is een ingewikkelde klus. Maar nadat ik een aantal verkennende gesprekken had gevoerd, raakte ik steeds enthousiaster. We kunnen als werkenden alleen een vuist maken als er een sterke vakbeweging is.”

En dus besteedt Klijnsma deze maanden elke vrij minuut aan ‘haar vrijwilligersbaantje’, zoals ze het zelf gekscherend noemt. “Het is wel druk ja”, geeft ze toe. “Op dinsdag, woensdag en donderdag werk ik in de Tweede Kamer. Maandag, vrijdag, zaterdag en zondag ben ik op pad voor de vakbeweging. Maar het is tijdelijk; over een paar maanden geef ik het stokje door.”

De afgelopen weken hebben Klijnsma en haar vier medekwartiermakers honderden gesprekken gevoerd. De resultaten daarvan werken ze momenteel uit. Op 1 mei presenteren ze dan een conceptplan, waar de negentien bonden van de FNV (waaronder ANBO) op kunnen reageren.

Een ‘driedimensionale sudoku’, zo noemt Klijnsma het ontwerp van de nieuwe vakbeweging. “De vakbond was van oudsher per branche georganiseerd”, legt ze uit. “Maar anno 2012 hebben mensen veel meer identiteiten. Iemand is bijvoorbeeld bouwvakker én zelfstandige én 50-plusser. Vanuit welke rol voelt hij zich geroepen om zich aan te sluiten bij een vakbond? Als we willen dat mensen over 25 jaar ook nog lid worden, zullen we die vraag eerst moeten beantwoorden. Vervolgens kunnen we de nieuwe organisatie daarop inrichten.”

Volgens ANBO-directeur Liane den Haan ging het de afgelopen jaren binnen de FNV te veel over posities, en te weinig over inhoud. Ze heeft er haar twijfel over uitgesproken of de oprichting van een heel nieuwe vakbond dat probleem volledig oplost.

“Waar mensen aan de knoppen draaien, gaat het over macht”, erkent Klijnsma. “Het is dus zaak om heel heldere afspraken te maken over het mandaat. Wie gaat waarover, en wie controleert wat er wordt afgesproken? Dat vormt de ruggengraat van ons advies.”

Op 23 juni, tijdens de officiële oprichtingsbijeenkomst, presenteert ze de definitieve opzet voor de nieuwe vakbeweging. En daarmee is de klus voor haar klaar. “De ambitie om permanent naar de vakbond over te stappen heb ik niet. Ik wil graag voor mijn achterban blijven opkomen als volksvertegenwoordiger.”

Goed voorbereid oud worden

Eén van de onderwerpen waar Klijnsma zich in de Tweede Kamer mee bezighoudt, is het ouderenbeleid. Samen met ANBO werkt ze aan een plan om dat thema (weer) nadrukkelijker op de kaart te zetten.

Klijnsma: “Als het over de vergrijzing gaat, hoor je niets anders dan problemen. De pensioenen moeten gekort, de zorg wordt onbetaalbaar, en ga zo maar door. Natuurlijk stelt het toenemende aantal 50-plussers ons voor uitdagingen. Maar in veel gevallen zijn problemen te voorkomen door je goed op die veranderingen voor te bereiden. Preventie dus. Helaas laat de huidige regering het op dat punt ernstig afweten.”

Klijnsma ergert zich groen en geel aan het versnipperde beleid van het kabinet. In plaats van dat de bewindslieden samen naar oplossingen zoeken om ouderen zo lang mogelijk zelfstandig en gelukkig te laten leven, proberen ze ieder op hun eigen eilandje opnieuw het wiel uit te vinden.

“Zo’n samenhangende aanpak is belangrijk voor de samenleving als geheel, bijvoorbeeld om de zorg betaalbaar te houden”, betoogt ze. “Maar óók voor individuele ouderen zoals u en ik. Het is namelijk helemaal niet zo makkelijk om op een fijne manier oud te worden. Je kunt lichamelijk zo versleten raken dat je je werk niet meer kunt doen. Of je werkgever wil je straks gewoonweg niet meer hebben. Je zult dierbaren verliezen, waardoor je je mogelijk eenzaam gaat voelen. Wellicht heb je gezondheidsproblemen, die maken dat je later niet meer in je eigen huis kunt wonen. Allemaal zaken waardoor je liever niet wilt worden overvallen.”

Kortom: het is de taak van de overheid om 50-plussers te helpen om zich beter voor te bereiden op dat wat komen gaat. Want goed oud worden is een kunst, vindt Klijnsma. Dat gaat alleen als de beleidsmakers, verantwoordelijk voor zorg, arbeidsmarkt, uitkeringen, mobiliteit en huisvesting, een manier vinden om ouderen gezamenlijk te ondersteunen.

“Dood gaan we uiteindelijk allemaal, het is een prachtig sociaaldemocratisch principe”, besluit ze met een twinkeling in haar ogen. “Maar in de opmaat daar naartoe valt nog een boel te verbeteren. Daar ga ik me, samen met ANBO, de komende jaren hard voor maken.”

[Kader]

Wie is Jetta Klijnsma?

Jetta Klijnsma (Hoogeveen, 18 maart 1957) studeerde geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen. Op haar 25ste ging ze bij de Tweede Kamerfractie van de Partij van de Arbeid aan de slag. Ze vervulde er verschillende functies, onder andere als medewerker van Marcel van Dam en Thijs Wöltgens. In 1998 vertrok ze bij de fractie om PvdA-wethouder in Den Haag te worden, een functie die ze bijna elf jaar zou vervullen. Voorafgaand daaraan had ze al acht jaar in de gemeenteraad gezeten. In december 2008 volgde ze Ahmed Aboutaleb op als staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in het kabinet Balkenende IV. Sinds 17 juni 2010 zit ze in de Tweede Kamer, waar ze zich onder andere bezig houdt met ouderen, gehandicapten, medische ethiek en cultuur.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: