MARTE HEEFT BORSTKANKER

12 Okt

Foto: Mariel Kolmschot

In januari van dit jaar kreeg journaliste Marte van Santen (37) te horen dat ze borstkanker had. Van haar ervaringen hield ze een dagboek bij.

Gepubliceerd in Margriet nr. 42, 12 oktober 2012

9 januari 2012

Mijn linkeroog is rood en dik. De huisarts vermoedt een allergie. “Heb je verder nog klachten?”, vraagt ze, terwijl ze een recept voor hormoonzalf uitschrijft. “Mijn rechterborst is af en toe pijnlijk”, vertel ik. De dokter kijkt en voelt. “Hij is een beetje dik”, zegt ze. “Voor de zekerheid laat ik een foto maken.”

Thuis bel ik het ziekenhuis voor een afspraak. Toevallig kan ik de volgende ochtend al terecht.

10 januari

De chirurg die me onderzoekt, voelt niets raars. Hij stuurt me door naar de afdeling radiologie, waar foto’s van mijn beide borsten worden gemaakt. Zenuwachtig ben ik niet. Ik heb me in jaren niet zo fit gevoeld, dus ik kan me niet voorstellen dat er iets mis is.

Ik sta alweer met mijn jas aan als er een verpleegkundige me terughaalt. “We hebben iets afwijkends gezien”, zegt ze. Nog voor ik van de schrik ben bekomen, lig ik op een onderzoekstafel. Opeens heb ik er spijt van dat ik niemand naar het ziekenhuis heb meegenomen.

“Kijk”, wijst de radioloog op het beeldscherm, terwijl ze een echoapparaat over mijn borst beweegt. Bovenin mijn rechterborst zie ik een onheilspellende zwarte massa. Op een heel andere plek dan waar ik pijn heb en niet van buitenaf te voelen.

De arts steekt een grote naald in mijn borst, waarmee ze een hapje uit het gezwel neemt. Over anderhalf uur krijg ik de uitslag. De langste negentig minuten van mijn leven. Het zal toch niet…? Maar als ik de spreekkamer van de chirurg binnenkom, zie ik het antwoord al op zijn gezicht.

Terwijl hij zijn verhaal afdraait (“we zijn er vroeg bij, het is waarschijnlijk goed te behandelen”), kijk ik hem vol ongeloof aan. Borstkanker? Ik? Die nog niet één sigaret heeft gerookt en nooit drinkt? Die geen vlees eet, elke dag minimaal een uur met haar hond wandelt en een BMI van 22 heeft? Onmogelijk!

Tijdens mijn interviews met kankerpatiënten in de afgelopen jaren heb ik me vaak afgevraagd hoe ik in hun plaats zou reageren. Tranen? Paniek? Daarvoor is mijn verbijstering te groot. Ik kan gewoon niet geloven dat mij dit overkomt.

Eenmaal buiten kijk ik verdwaasd om me heen. De rookzuil en de fietsenstalling voor het ziekenhuis zien er nog precies hetzelfde uit als een paar uur geleden. Tegelijk lijkt alles anders, alsof ik in een slechte kopie van mijn eigen leven ben gestapt. Als ik mijn scooter start en wegrijd, sla ik bijna over de kop. Slot vergeten.


16 januari

Ik kan behoorlijk piekeren als het over mijn gezondheid gaat. Hoe vaak ik het de afgelopen jaren niet benauwd heb gekregen bij alleen de gedachte aan kanker! Maar nu mijn ergste nachtmerrie waarheid is geworden, voel ik me vooral strijdvaardig. En dankbaar. Er zit een engeltje op mijn schouder dat me net op tijd heeft gewaarschuwd. Vanaf nu draait het om één ding: beter worden.

De ‘waarom’- vraag houdt me niet zo bezig – ik heb genoeg over kanker geschreven om te weten dat deze ziekte iedereen kan treffen. En ook dat als je er op tijd bij bent, het bijna nooit meer een doodsvonnis betekent.

Wel ben ik boos dat van het ene op het andere moment de pauzeknop van mijn leven is ingedrukt. Weg zijn al mijn mooie plannen voor 2012. Bovendien maak ik me als freelance journalist druk over hoe ik de komende tijd brood op de plank krijg. Want niet werken betekent voor mij: geen inkomen. Alsof kanker alleen niet genoeg zorgen geeft.

31 januari

Drie weken geleden liep ik als een gezonde vrouw het ziekenhuis in en kwam ik er als kankerpatiënte weer uit. Sindsdien is mijn agenda overgenomen door het ziekenhuis. Mijn dossier en ik gaan van de chirurg naar de anesthesist, van de radiotherapeut naar de internist. De conclusie na deze stoelendans: eind februari word ik geopereerd en daarna gedurende zes weken iedere werkdag bestraald. Hoe jonger je bent, hoe agressiever de kanker over het algemeen. Vandaar dat ik zeker ook chemotherapie krijg. Mijn hoofd hoort het aan, maar mijn hart kan er nog niet bij.

2 februari 

Mijn diagnose kwam als een donderslag bij heldere hemel. Niet alleen voor mij, maar ook voor de mensen om me heen. Familie, vriendinnen, collega’s; iedereen leeft enorm mee. Hun reacties zijn hartverwarmend; mijn huis lijkt wel een bloemenwinkel en met alle kaarten kan ik een muur behangen. Die steun houdt me letterlijk op de been.

Wel vind ik het af en toe lastig om aardig te blijven als weer iemand zegt dat het allemaal ‘zo vreselijk is’ wat me overkomt. Hoe goed bedoeld ook, zulke woorden maken me tot een patiënt. En die wil ik niet zijn! Aan oprechte vragen heb ik veel meer dan aan deprimerende mededelingen als ‘jou blijft ook niets bespaard’. Medeleven is fijn, medelijden niet.

Nog zoiets: veel vriendinnen durven in mijn bijzijn opeens niet meer over hun eigen sores te praten. Een onuitstaanbare puber of een pijnlijke rug valt immers in het niet bij het hebben van kanker. Maar ik vind het juist prettig om over hun dagelijkse beslommeringen te horen. Het leidt af en houdt me met mijn benen op de grond: het gewone leven gaat toch wel door, ziek of niet.

 

7 februari

Mijn moeder en mijn vriend vergezellen me op mijn zoveelste ziekenhuisafspraak. Het moment waarop ik hun moest vertellen dat ik borstkanker heb, was één van de moeilijkste van de afgelopen weken. Het laatste wat ik wil is hun verdriet bezorgen. Vooral naar mijn moeder voel ik me schuldig. De laatste jaren heeft ze veel op haar bordje gehad. En dan nu ook nog een kind met kanker. Het zou niet moeten mogen. Tegelijkertijd ben ik zo blij dat ze er voor me is. Want hoe oud je ook bent, in tijden van crisis is er één iemand naar wie je verlangt: je mamma.

Ik probeer me voor te stellen hoe ik me zou voelen als de rollen waren omgekeerd. Bang en machteloos, vermoed ik. Als patiënt een ziekte ondergaan is naar, maar als familielid of geliefde hulpeloos vanaf de zijlijn moeten toekijken, is misschien nog wel moeilijker.

Wat het er niet simpeler op maakt, is dat mijn vriend Giuseppe in Antwerpen woont. De afgelopen vijf jaar hebben we met plezier ‘gelat’, maar opeens voelt de 170 kilometer tussen ons als onoverbrugbaar ver. Het is verdrietig en frustrerend om elkaar niet dagelijks even te kunnen vasthouden, voor mij én voor hem. Gelukkig stelt zijn baas zich flexibel op; Giuseppe komt in een paar weken vaker naar Amsterdam dan misschien wel het hele jaar ervoor. Het brengt ons letterlijk en figuurlijk dichter bij elkaar.

De kwaliteit van een relatie staat of valt met goede communicatie, hoor je vaak. Dat geldt des te meer bij een ernstige ziekte. Als je niet uitkijkt, ga je elkaar ontzien, en groeien onuitgesproken vragen en angsten uit tot twijfels en verwijten. Gelukkig kunnen Giuseppe en ik samen over alles praten. Ik vertel hem dat ik bang ben dat ik straks lelijk en depressief word, of dat ik geen volwaardige partner meer voor hem zal zijn. Hij deelt zijn angst om me te verliezen, en vraagt wat de behandelingen voor ons seksleven zullen betekenen.

Sommige onderwerpen zijn pijnlijk om te bespreken. Maar daar staat zoveel tegenover. Een opgelucht hart en de belofte er altijd voor elkaar te zijn; beter wordt de liefde niet.

5 maart

Het lijkt alsof iemand mijn keel dichtdrukt en het zweet staat in mijn handen. Tegenover me zit de chirurg die me anderhalve week geleden heeft geopereerd. Dat is prima gegaan; de tumor is verwijderd en op een litteken van een paar centimeter na is mijn borst in tact. Nu krijg ik te horen hoe ik er verder aan toe ben.

“Om met het goede nieuws te beginnen: je lymfklieren zijn schoon”, zegt de arts.

Geen uitzaaiingen dus! Ik kan haar wel omhelzen, zo opgelucht ben ik.

“Maar ik heb ook minder goed nieuws”, vervolgt ze. “De kanker is agressief, en eiwit- en hormoongevoelig. Dat betekent dat je, behalve zes weken bestraling, zes maanden chemotherapie, een jaar doelgerichte medicijntherapie en vijf jaar hormoontherapie moet ondergaan.”

Voor de tweede keer in korte tijd verlaat ik in shock het ziekenhuis. Zestien chemokuren? Jarenlange behandelingen? Wat als ik me al die tijd ziek voel? Ik weet niet of ik dat aankan! Het allerergste wat ik me kan voorstellen, is dat ik mijn opgewekte, energieke zelf door de kanker kwijtraak.

15 mei

De zes weken bestraling zijn voorbij gevlogen. Vooraf had ik gelezen dat je er heel moe van kunt worden, en dat de bestraalde huid kan verbranden en kan gaan bloeden. Gelukkig valt er ook wel eens iets mee; ik heb er helemaal geen klachten van gehad. Het vervelendste vond ik om iedere werkdag in een wachtkamer vol – soms heel zieke – kankerpatiënten te zitten. Infusen, pruiken, mutsjes: binnenkort moet ik daar ook aan geloven.

14 juni

Een week geleden was het dan zover: de eerste chemokuur. Het liefst had ik de naald uit mijn arm gerukt en was ik hard weggerend. Ik wil al die troep niet in mijn lijf! Omdat ik me de afgelopen maanden zo goed heb gevoeld, kon ik af en toe even kon vergeten (of in ieder geval negeren) dat ik kanker heb. Met de start van de chemo is er echter geen ontkennen meer aan. Gelukkig vallen de bijwerkingen me tot nu toe behoorlijk mee. Weliswaar ben ik vijf dagen belabberd geweest, maar niet erger dan van een flinke griep.

21 juni

Ik wist natuurlijk dat het zou gebeuren. Maar toen ik onder de douche opeens met een enorme bos haar in mijn hand stond, schrok ik me toch rot. Twee dagen heb ik het aangekeken. Toen had ik genoeg van alle haren overal in huis.

Met pijn in mijn maag ga ik vandaag naar de kapper. Terwijl ze het scheerapparaat over mijn hoofd haalt, vecht ik tegen mijn tranen. Een paar minuten later liggen mijn mooie, bruine lokken allemaal op de grond. En voel ik tot mijn verbazing opgelucht en bevrijd; deze hobbel is ook weer genomen. In de spiegel zie ik een kale strijdster, iemand die keihard aan haar genezing werkt.

Opgelucht of niet, ik vind het toch spannend om mijn kale hoofd aan mijn vriend te laten zien. Zal mijn stoere Italiaan me nog wel sexy vinden zonder haar? Giuseppe loopt een rondje om me heen en strijkt met twee handen over mijn stoppeltjes. “Je bent en blijft de mooiste vrouw die ik ken”, stelt hij zonder een spoortje twijfel vast. Voor het eerst sinds de diagnose komen de tranen.

15 juli

Wat het kaal zijn een stuk makkelijker maakt, zijn mijn prachtige sjaals en mutsen (favoriete merken: stofkunst.nl en lookhatme.com). Ik draag ze met trots. Ik mag dan wel ziek zijn, maar dat betekent niet dat ik er niet mooi uit kan zien.

Desondanks is het nu voor iedereen duidelijk dat ik een kankerpatiënt ben. Niet dat dat het onderwerp makkelijker bespreekbaar maakt trouwens. Mijn buren bijvoorbeeld kletsen als vanouds gezellig met me over het weer, maar niemand vraagt waarom ik in de warme zomer constant met een muts rondloop. Je zou haast denken dat kanker iets is om je voor te schamen.

Volgens mij vindt bijna iedereen het lastig om over ziekte te praten, ik ook. Mijn advies na een half jaar kankerbehandelingen: spreek als omstander maar gewoon uit dat je je ongemakkelijk voelt, of dat je niet weet wat je moet zeggen. Dat is veel beter dan eromheen te draaien, en een patiënt het gevoel te geven dat hij of zij een vreemde eend in de bijt is.

10 augustus

Vier van de zestien chemo’s achter de rug. Na elke kuur is er wel wat (ernstige obstipatie, een ontstoken ader), maar de meeste dagen lukt het me nog om een half uur met mijn hond te wandelen en zelfs om een beetje te werken. Dat is meer dan ik vooraf had durven hopen.

De angst dat ik mijn blije, levenslustige zelf zou kwijtraken is gelukkig ongegrond gebleken. Want ik heb dan wel kanker, ik ben het niet. Natuurlijk is er nog een lange weg te gaan, met ongetwijfeld moeilijke momenten. Maar ik zie de toekomst vol vertrouwen tegemoet. Als ik dit kan overwinnen, kan ik alles aan.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: